069 - Advies Mar Concept Kaderdocument Beschermd Thuis 2021-2030
Tekst van het document
D349537
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen
Brummen, 6 januari 2021 Betreft: Adviesaanvraag d.d. 2 december 2020 inzake Concept Regionaal
Kaderdocument Beschermd Thuis 2022 t/m 2030 Geacht College, Het Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2020 t/m 2030 omvat het beleidsterrein van een 4-tal beleidsprogramma’s: • • • •
Sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. Werkprogramma GGZ in de wijk. Plan van aanpak dak- en thuisloosheid Plan van aanpak beschermd thuis 2030.
Over dit laatste programma heeft de MAR reeds een advies aan het College verzonden op 22 oktober 2020. Er kan sprake zijn van enige overlap met de in beide adviezen geformuleerde vragen. Het thans voorliggende Kaderdocument formuleert voor de regio Oost-Veluwe de uitgangspunten en te behalen doelen om te komen tot optimale opvang op wijkniveau van personen die hulp nodig hebben in de vorm van behandeling en begeleiding bij het bereiken van participatie en integratie, bij wonen en werken en om te komen tot een hoger niveau van zelfredzaamheid. Het is een mooie nota met fraai geformuleerde doelen waarmee eenieder en dus ook de MAR graag zal instemmen. Het advies van de MAR is derhalve positief. Echter positief onder voorbehoud, omdat in het Concept Kaderdocument regionale kaders worden omschreven en lokale inkleuring nog moet volgen. Het is vooralsnog onduidelijk wat de gevolgen van dit beleid zullen zijn voor de gemeente Brummen. Vanwege de verschuiving van cliënten naar de werking van de Wlz is ook nog niet te voorzien wat de financiële consequenties van de beleidswijziging zijn voor het beschikbare budget voor Brummen en of de geformuleerde doelen financieel te realiseren zijn in Brummen. Bepalend daarin is hoe groot de doelgroep van personen
is die in Brummen een beroep kunnen doen op het in het Kaderdocument omschreven beleid en hoe groot het budget is dat Brummen krijgt toegewezen. Kortom het Kaderdocument roept vooral veel vragen op. Een aantal vragen leggen wij hiernavolgend aan u voor: • • •
• •
•
• • •
•
•
Is bij benadering bekend hoe groot de cliëntenpopulatie is die op dit programma een beroep kan doen in Brummen? Is er al overleg gaande met zorgaanbieders en andere hulpverlenende instanties voor het realiseren van de hulp en begeleiding in de wijk? Zijn er functionele omschrijvingen beschikbaar voor de te leveren zorg en begeleiding of worden die nog opgesteld? Wordt daarin de scheidslijn tussen professionele en informele zorg door vrijwilligers afgebakend? Zijn er, vanwege het fenomeen van wachtlijsten in de GGZ, belemmeringen te verwachten in het realiseren van de gewenste zorg? Wat is de situatie voor wat betreft de beschikbare woonvoorzieningen? Is er al overleg gaande met de woningbouwvereniging en zijn er wijken in beeld voor het realiseren van beschermd wonen? Zijn in Brummen al woningen toegewezen voor Beschermd Wonen in het kader van de zgn. Opstapregeling en zijn er initiatieven ingediend voor het realiseren van zgn. Skaeve Huse (pag.
16)? Wat wordt de rol van Werkfit in het programma voor wat betreft begeleiding naar werk en zinvolle dagbesteding? Is er zicht op aantallen Brummenaren die elders beschermd wonen en waarvoor Brummen de kosten moet dragen? Heeft de gemeente een zorgplicht, ook als het budget ontoereikend blijkt te zijn? Kan maatwerk worden gegarandeerd bij onvoldoende financiële middelen? Op welke wijze is of wordt in Brummen aandacht geschonken aan het creëren van draagvlak in de wijk (programma welkom in de wijk, antistigma)? Met andere woorden, hoe denkt het gemeentebestuur het begrip “inclusieve wijk” in de praktijk te realiseren? Is er regionaal voorzien in een regelmatige monitoring en evaluatie van het programma?
De MAR verwacht dat het programma Beschermd Thuis 2020-2030 specifiek voor Brummen nader zal worden uitgewerkt door de Gemeente in deelnota’s voor de te onderscheiden doelgroepen. De MAR ziet graag uw adviesaanvragen tegemoet over deze op cliënten in Brummen van toepassing zijnde deelnota’s. Namens de MAR, met vriendelijke groet , Barend van Beusekom, voorzitter