067 - Rapport Wonen met Zorg
Tekst van het document
De basis deugt De overtuigingen en beleidskeuzes die ten grondslag liggen aan de inrichting van het sociaal domein zijn solide. Het leefringenmodel vormt een belangrijke basis om op voort te borduren, maar dan moeten de consulenten hier wel strakker op indiceren. Daarnaast is het van belang dat de aansluiting met het voorveld (voorliggende voorzieningen) onderdeel wordt van deze afwegingen. Er wordt ruim geïndiceerd Analyse van de beschikbare gegevens toont aan dat het beschikkingsbeleid op een groot aantal onderdelen ruimhartig is. Daarnaast geeft de gemeente beschikkingen doorgaans voor een vrije lange periode af. Bouwstenen voor bezuiniging Berenschot komt na analyse tot een breed pallet van 15 maatregelen. Deze moeten zorgen voor realistische en evenredige bezuinigingen op alle drie de onderdelen van het sociaal domein. Aan de hand van dit rapport werkt de gemeente Brummen projectmatig aan hervormingen in het sociaal domein. 5.7.2. Samenwerking Huisarts (HA) en Specialist Ouderen Geneeskunde (SOG) Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde werken steeds meer samen in de eerste lijn. De specialist ouderengeneeskunde heeft namelijk specifieke expertise over een groep patiënten die huisartsen vaker in de praktijk zien: kwetsbare patiënten met een complexe zorgbehoefte door hun co- of multimorbiditeit.
Deze patiënten wonen thuis, in een aanleunwoning of in een instelling zonder Wlz-behandeling. De huisarts is het eerste aanspreekpunt voor de patiënt en verantwoordelijk voor de algemene geneeskundige zorg. Wanneer de zorgzwaarte de huisartsgeneeskundige zorg overschrijdt, is expertise van een specialist ouderengeneeskunde noodzakelijk. Deze inschatting maakt de huisarts. De specialist ouderengeneeskunde biedt specifieke medische behandeling, afhankelijk van de vraagstelling van de huisarts en de gevoelde
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 75
beperkingen van de patiënt. Als beide partijen dat wensen, kan de specialist ouderengeneeskunde de behandeling tijdelijk overnemen (LVH/ Verenso - handreiking samenwerking HA en SOG, 08.2020). In een zorginstelling met toelating voor Wlz-behandeling is de specialist ouderengeneeskunde de aangewezen arts voor zowel de algemene als de specialistische geneeskundige zorg. De huisarts kan in deze situatie het algemene geneeskundige deel van de zorg overnemen. Het is dan wel noodzakelijk om schriftelijke (werk)afspraken met elkaar te maken. De Wlz-instelling is verantwoordelijk voor de organisatie van goede geneeskundige: 24/7, overdag en in de ANW-uren. Goede werkafspraken Met oog op de sterke stijging van het aantal kwetsbare ouderen is het van belang belangrijk dat er goede (werk)afspraken komen over de verantwoordelijkheidsverdeling in de verschillende situaties van samenwerking. Een peiling (september 2015) onder 1.360 leden van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) onderstreept de noodzaak om goede afspraken te maken. De LHV wilde weten hoe huisartsen aankijken tegen de transities in de langdurige zorg en de beweging dat daardoor steeds meer kwetsbare ouderen met een complexe zorgvraag zelfstandig thuis of in een kleinschalige woonvorm komen te wonen.
Driekwart van de huisartsen gaf in die peiling aan onvoldoende tijd en te weinig expertise binnen de huisartsenpraktijk te hebben voor ouderen met een complexe zorgvraag. Naast tijd is onvoldoende expertise met specifieke problematiek van kwetsbare ouderen een reden om de specialist ouderengeneeskunde in te schakelen. Convenant De (LHV) en Verenso hebben hierover een convenant gesloten met als doel: afspraken maken rondom samenhangende geneeskundige zorg voor ouderen in de thuissituatie. Handreiking samenwerkingsafspraken In navolging op het convenant hebben de LVH en Verenso een handreiking gemaakt. Deze handreiking beschrijft de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de HA en de SOG in de verschillende woonvormen waarin kwetsbare ouderen zich bevinden. De LHV en Verenso adviseren dat huisartsen en SOG’s afspraken maken over taken en verantwoordelijkheden en deze vastleggen. Het overzicht van verantwoordelijkheden per verblijfssituatie ziet er als volgt uit:
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 76
Bron: (LVH/ Verenso - handreiking samenwerking HA en SOG, 08.2020)
Randvoorwaarden voor samenwerking De handreiking schetst ook de randvoorwaarden voor goede samenwerking. Het is vooral belangrijk dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde elkaar weten te vinden. De specialisten ouderengeneeskunde kunnen verbonden zijn aan een verpleeghuis of zijn zelfstandig gevestigd in een maatschap. Idealiter kan elke huisarts in Nederland een beroep doen op voldoende specialisten ouderengeneeskunde om de 24-uurszorg van deze specialisten te garanderen. Maar de praktijk is weerbarstig. Ook in de gemeente Brummen is sprake van een tekort aan SOG. De belangrijkste randvoorwaarden zijn: Elkaar vinden: o SOG benadert huisartsen (uit de regio) actief om contactgegevens en eventuele bereikbaarheidsuren uit te wisselen. De specialisten ouderengeneeskunde kennen immers hun eigen mogelijkheden wat betreft tijd en financiering. Andersom is de zoektocht ingewikkelder. Het investeren in korte lijnen is belangrijk en loont als de huisarts snel een specialist ouderengeneeskunde wil inschakelen. o Huisartsen kunnen via het zorgkantoor in contact komen met een specialist ouderengeneeskunde of Wlz-instelling waarmee het zorgkantoor een contract heeft voor extramurale behandeling. Het zorgkantoor weet waar specialisten ouderengeneeskunde werken en wie financiering hebben gekregen voor het werken in de eerste lijn.
o Via de website van Verenso kunnen huisartsen specialisten ouderengeneeskunde met een kaderopleiding Eerstelijn opzoeken, die regionaal kunnen meedenken over het vormgeven van de samenwerking. o De huisarts kan in contact komen met een specialist ouderengeneeskunde in de buurt via de website van Verenso (www.verenso.nl) Leg verantwoordelijkheden vast o Zorg ervoor dat altijd helder is welke arts welke verantwoordelijkheid heeft, zeker bij afwijkende situaties. De bekostiging van de specialist ouderengeneeskunde o De huidige bekostiging van de specialist ouderengeneeskunde leidt regelmatig tot problemen in de praktijk. Bekostigingsproblemen zouden de samenwerking tussen huisarts en specialist
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 77
-
-
ouderengeneeskunde niet moeten belemmeren. Als daartoe aanleiding is, kunnen de afspraken rondom bekostiging worden aangepast. Delen van informatie o Behandelen huisarts en specialist ouderengeneeskunde gezamenlijk een patiënt? Dan is hun samenwerking het meest efficiënt wanneer zij allebei beschikken over relevante medische informatie over die patiënt. Huisarts en specialist ouderengeneeskunde mogen deze informatie met elkaar delen, ervan uitgaande dat de patiënt hier geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Samenwerking met verplegend en verzorgend personeel o Het betrekken van (wijk)verpleegkundigen en intra- en extramurale verzorgenden komt de continuïteit van zorg tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde ten goede. Zij zijn immers een belangrijk onderdeel van de keten en van de dagelijkse zorg aan de patiënt. Het is voor huisarts en specialist ouderengeneeskunde belangrijk dat de zorginstelling of aanbieder van het VPT, MPT of PGB zorgdraagt voor voldoende competent verzorgend en verplegend personeel. Dit geldt zowel voor zorginstellingen met als zorginstellingen zonder toelating voor Wlz-behandeling. Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde moeten ervanuit kunnen gaan dat patiënten de verzorging en verpleging krijgen die nodig is.
5.7.3. Grote verschillen in samenwerking huisarts en wijkverpleging Goede samenwerking tussen huisarts, de praktijkondersteuner en de wijkverpleegkundige is cruciaal om thuiswonende kwetsbare ouderen de intensieve zorg en ondersteuning te geven die zij nodig hebben. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) onderzocht deze samenwerking in zes werkgebieden in Nederland en kwam tot de conclusie dat dit nog niet overal vanzelfsprekend is (Inspectie Gezondheid en Jeugd - grote verschillen in samenwerking HA en WV, 2020) . Inspecteurs gingen op bezoek bij kwetsbare ouderen en spraken met hen en hun belangrijkste mantelzorger om te horen hoe zij de zorg en de samenwerking ervaren. Inspecteurs toetsten de dossiers van kwetsbare ouderen bij de wijkverpleging en de huisarts en spraken met meer dan 100 wijkverpleegkundige. Het rapport van de IGJ biedt handvatten om te komen tot goede samenwerking en daarmee tot goede zorg voor kwetsbare ouderen thuis. Hieronder beschrijven we de belangrijkste bevindingen en handvatten. Toetsingskader Bij dit netwerktoezicht gebruikte de inspectie het toetsingskader: Toezicht op zorgnetwerken rond thuiswonende cliënten. Daarbij keek de inspectie naar twee thema’s: ‘Cliënt centraal’ en ‘Integrale zorg’. De inspectie koos voor deze thema’s omdat die de kern vormen van wat nodig is bij de zorg voor kwetsbare ouderen.
Bij ‘Cliënt centraal’ is dit dat kwetsbare ouderen zorg krijgen die aansluit op hun behoefte. Bij ‘Integrale zorg’ is de kern dat kwetsbare ouderen afgestemde zorg krijgen vanuit het zorgnetwerk. Van deze thema’s toetste de inspectie de onderstaande normen: Thema ‘Cliënt centraal’ o Norm: de actuele zorgbehoefte van de cliënt is bekend bij de zorgverleners o Norm: de cliënt krijgt zorg die aansluit bij zijn actuele zorgbehoefte en de afspraken hierover staan in een (of meer) zorgplan(nen) o Norm: de cliënt heeft zoveel mogelijk zelf de regie over de zorg Thema: ‘Integrale zorg’ o Norm: de cliënt kan erop rekenen dat de zorgverleners in zijn zorgnetwerk belangrijke informatie met elkaar uitwisselen o Norm: de cliënt kan erop rekenen dat één persoon in zijn zorgnetwerk de zorg coördineert en op elkaar afstemt o Norm: de cliënt kan erop rekenen dat zorgverleners in zijn netwerk samenwerken Conclusies De IGJ constateert grote verschillen in de samenwerking tussen huisarts en wijkverpleging en komt tot vier conclusies. De twee meest concrete voor de uitvoering lichten we toe. 1. Kwetsbare ouderen krijgen niet overal goede zorg thuis.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 78
De inspectie ziet drie belangrijke risico’s: Kwetsbare ouderen krijgen niet (op tijd) de zorg die zij nodig hebben Bij kwetsbare ouderen met complexe somatische problemen en/of dementie is de zorgbehoefte niet stabiel. De inspectie ziet dat veranderingen in de zorgbehoefte niet altijd worden gesignaleerd en/of niet bij alle betrokkenen in het kernteam bekend zijn. Hierdoor krijgen kwetsbare ouderen niet (op tijd) de zorg van de huisarts of van de wijkverpleging die zij nodig hebben. Dit kan leiden tot verminderd welzijn en verminderde gezondheid bij kwetsbare ouderen en tot een zwaardere belasting van mantelzorgers. De zorg voor kwetsbare ouderen is vooral reactief De inspectie ziet dat de zorg voor kwetsbare ouderen, in werkgebieden waar huisartsen en wijkverpleegkundigen onvoldoende samenwerken, vooral reactief is. Huisartsen en wijkverpleegkundigen reageren individueel op problemen bij een kwetsbare oudere. Een gezamenlijke proactieve aanpak, waarbij op tijd geanticipeerd wordt op problemen, ontbreekt. Hierdoor is het risico dat problemen verergeren en acute situaties ontstaan. Deze acute situaties hebben grote invloed op het welzijn van de oudere en de mantelzorger en vragen veel van de betrokken zorgverleners.
Mantelzorgers worden extra zwaar belast De inspectie ziet dat mantelzorgers van kwetsbare ouderen extra zwaarbelast of zelfs overbelast raken als de huisarts en de wijkverpleegkundige onvoldoende samenwerken. Dat gebeurt als mantelzorgers er niet op kunnen rekenen dat het kernteam de zorg en ondersteuning aan kwetsbare ouderen op elkaar afstemt en coördineert. Mantelzorgers voelen zich dan nogal eens genoodzaakt om zelf de zorg te coördineren, wat zij veelal ervaren als een extra zware belasting. 2.
Huisarts en wijkverpleegkundige hebben maar deels invloed op bevorderende en belemmerende factoren voor de samenwerking De inspectie ziet in de vier onderzochte werkgebieden drie bevorderende en drie belemmerende factoren voor de samenwerking in het kernteam bij de zorg voor kwetsbare ouderen. Drie bevorderende factoren voor de samenwerking: 1. Niet-vrijblijvende afspraken over de zorg voor kwetsbare ouderen in het werkgebied én met de zorgverzekeraar Regionale afspraken over de zorg voor kwetsbare ouderen in de vorm van een zorgprogramma dragen bij aan een gezamenlijke visie op de zorg voor kwetsbare ouderen. Deze afspraken geven bovendien houvast bij de zorg en de samenwerking doordat duidelijk is wat van wie wordt verwacht. Een zorgprogramma alleen is echter niet voldoende. De inspectie ziet dat dit alleen bijdraagt aan goede zorg en samenwerking bij de zorg voor kwetsbare ouderen als: a. het zorgprogramma een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle huisartsen en alle aanbieders van wijkverpleging in een werkgebied; b. de afspraken in het zorgprogramma niet vrijblijvend zijn en de uitvoering ondersteund en gemonitord wordt; c. regionale afspraken met de zorgverzekeraar worden gemaakt over de uitvoering en financiering van het zorgprogramma. 2.
Voldoende en gekwalificeerde praktijkondersteuners voor ouderenzorg in de huisartsenpraktijk Huisartsenpraktijken met voldoende en gekwalificeerde praktijkondersteuners hebben kwetsbare ouderen vaak beter in beeld. Ook organiseren zij vaker multidisciplinaire overleggen en hebben zij een betere samenwerking met de wijkverpleging. In deze huisartsenpraktijken lukt het beter om proactief te zijn bij de zorg voor kwetsbare ouderen, in plaats van reactief. De inspectie ziet verschillende praktijkondersteuners ouderenzorg die een zelfstandige rol vervullen in de zorg voor kwetsbare ouderen. Zij hebben een integrale blik en leggen verbindingen naar andere zorg- en hulpverleners, ook met het sociaal domein. Zij werken intensief samen met de huisarts en zijn door hun zelfstandige rol daadwerkelijk in staat om de huisarts te ontlasten. Dit gebeurt nog niet in alle huisartsenpraktijken. Hiervoor is nodig dat: a. de beschikbare capaciteit voor praktijkondersteuning in de huisartsenpraktijk past bij het aantal kwetsbare ouderen in de praktijk; b. de praktijkondersteuner een integrale blik heeft en aantoonbaar kennis heeft over ouderen met complexe problematiek. In de praktijk vraagt dit een hbo-niveau. 3. Samenvallend werkgebied voor huisartsenzorg en wijkverpleging Een samenvallend werkgebied voor de huisartsenzorg en de wijkverpleging bevordert de samenwerking.
Doordat huisartsen en wijkverpleegkundigen in hetzelfde gebied werken, komen zij elkaar regelmatig
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 79
tegen in zorgnetwerken rond kwetsbare ouderen en bouwen zij persoonlijke samenwerkingsrelaties op. Met een min of meer vaste groep van huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleegkundigen in een werkgebied is het mogelijk om samenwerkingsafspraken te maken over de zorg voor kwetsbare ouderen. Drie belemmerende factoren voor de samenwerking: 1. Versnippering wijkverpleging Goede samenwerking in het kernteam komt alleen tot stand als de huisarts, de praktijkondersteuner en de wijkverpleegkundige elkaar kennen en weten te vinden. Daarbij valt op dat het aantal aanbieders van wijkverpleging sterk verschilt tussen de onderzochte werkgebieden. Dit varieert van vier of vijf aanbieders tot enkele tientallen aanbieders in een werkgebied. De inspectie ziet dat diversiteit in het aanbod van wijkverpleging voor kwetsbare ouderen van toegevoegde waarde is. Er zijn bijvoorbeeld aanbieders die specifieke (culturele) doelgroepen bedienen die anders mogelijk niet bereikt worden. Maar in sommige plaatsen is het aantal verschillende aanbieders van wijkverpleging zó groot en het netwerk daardoor zo onoverzichtelijk, dat dit een ernstige belemmering vormt voor de samenwerking met de huisartsenzorg. Daarbij ontbreekt het aan samenwerking tussen al deze verschillende aanbieders en aan een aanspreekpunt.
De inspectie ziet in plaatsen met enkele tientallen aanbieders van wijkverpleging dat huisartsen alleen samenwerken met één of enkele aanbieders. 2. Hoge werkdruk huisarts en wijkverpleging Huisartsen in de onderzochte werkgebieden met veel kwetsbare inwoners ervaren een hoge werkdruk. Zij hebben vaak onvoldoende tijd voor de samenwerking met de wijkverpleging bij de zorg voor kwetsbare ouderen. Dit belemmert de samenwerking in het werkgebied. De inspectie hoort van huisartsen in deze werkgebieden dat zij relatief veel kwetsbare ouderen in hun praktijk hebben en dat hun zorgvraag complexer is, omdat er problemen spelen op veel verschillende domeinen. Ook bij de wijkverpleging in de onderzochte werkgebieden met veel kwetsbare ouderen is de werkdruk hoog. Daarbij spelen in toenemende mate arbeidsmarkttekorten een rol, soms in combinatie met een hoog ziekteverzuim of veel personele wisselingen. Wijkverpleegkundigen geven aan dat zij meestal voldoende tijd kunnen vrijmaken voor de samenwerking met de huisartsenzorg, maar door krapte in personeel lukt dat niet altijd. 3. Ontbreken van goede digitale systemen om samenwerking te ondersteunen Voor goede samenwerking bij de zorg aan kwetsbare ouderen is informatie-uitwisseling van belang. Hiervoor zijn ondersteunende ICT-systemen nodig.
Deze systemen kunnen de dagelijkse samenwerking in de praktijk niet vervangen, maar wel gemakkelijker maken. In de onderzochte plaatsen zijn nagenoeg alle aanbieders van wijkverpleging overgeschakeld op een elektronisch cliëntendossier. Met name de huisartsen die de wijkverpleging niet kennen en niet weten te vinden, missen de dagelijkse schriftelijke rapportages van de wijkverpleging bij visites. Huisartsen hebben meestal geen toegang tot het elektronisch cliëntendossier van de wijkverpleging. Gezamenlijke digitale dossiers voor de huisartsenzorg en de wijkverpleging staan nog in de kinderschoenen. Er zijn diverse digitale systemen voor samenwerking, maar met name het dubbel registreren belemmert het gebruik. Ook het feit dat niet alle partijen in een werkgebied betrokken zijn bij deze digitale systemen, bemoeilijkt de samenwerking. Aanbevelingen Op basis van het overkoepelend beeld van dit netwerktoezicht concludeert de inspectie dat inspanningen van verschillende partijen op verschillende niveaus nodig zijn. Alleen dan lukt het om overal goede zorg voor kwetsbare ouderen te realiseren en goede samenwerking in het kernteam van huisarts, praktijkondersteuner en wijkverpleegkundige. De IGJ adviseert huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleegkundigen: Ken elkaar in het werkgebied en investeer in de samenwerking.
Zorg voor persoonlijk en rechtstreeks contact, via telefoon of beveiligde app, gezamenlijke huisbezoeken of multidisciplinaire overleggen. Informeer de huisartsenpraktijk als een kwetsbare oudere in zorg komt bij de wijkverpleging en geef contactgegevens van de wijkverpleegkundige door. Werk ook samen met kleine aanbieders van wijkverpleging die kwetsbare ouderen in zorg hebben. Kleine aanbieders van wijkverpleging kunnen dit bevorderen door een samenwerkingsverband in het werkgebied op te zetten. Maak afspraken in het werkgebied over de afstemming en coördinatie van de zorg voor kwetsbare ouderen vanuit de huisartsenzorg en de wijkverpleging.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 80
-
-
-
Betrek kwetsbare ouderen en mantelzorgers zoveel mogelijk bij multidisciplinair overleg, organiseer MDO’s zo nodig bij de oudere thuis. Maak afspraken over het gebruik van digitale communicatiemiddelen bij de zorg voor kwetsbare ouderen, bijvoorbeeld een berichten-app. Betrek hierbij alle huisartsen en aanbieders van wijkverpleging in het werkgebied. Zorg voor voldoende praktijkondersteuning voor kwetsbare ouderen in de huisartsenpraktijken, die past bij het aantal kwetsbare ouderen in het werkgebied. Zorg dat praktijkondersteuners gekwalificeerd zijn voor de zorg aan kwetsbare ouderen. Zorg in het werkgebied voor een aanspreekpunt vanuit de huisartsenzorg en een aanspreekpunt vanuit de wijkverpleging voor de zorg aan kwetsbare ouderen. Creëer een overlegplatform in het werkgebied waar huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleegkundigen elkaar kunnen ontmoeten en overleggen. Verbreed dit overleg waar mogelijk met het sociaal domein.
Aanbevelingen op regionaal niveau aan regionale zorggroepen van huisartsen, thuiszorgorganisaties: Maak regionaal met alle huisartsen en alle aanbieders van wijkverpleging in een regio afspraken over een zorgprogramma voor kwetsbare ouderen. Baken de doelgroep kwetsbare ouderen af en richt het zorgprogramma op de meest kwetsbare groep. Zorg voor een gedeelde verantwoordelijkheid voor het zorgprogramma en maak hierover regionaal afspraken met de zorgverzekeraar. Ondersteun de uitvoering van het zorgprogramma voor kwetsbare ouderen in de huisartsenpraktijken en bij de aanbieders van wijkverpleging. Monitor de uitvoering ervan, evalueer deze en stel bij. Ga regionaal in gesprek over hoe huisartsen de voor hen relevante informatie van de wijkverpleging kunnen krijgen over de zorg aan een kwetsbare oudere, nu de ‘papieren map’ bij de cliënt thuis verdwijnt en dossiers zijn gedigitaliseerd. Zorg voor een gezamenlijke regionale aanpak. Aan zorgverzekeraars en gemeenten: Maak regionaal afspraken over de financiering van een zorgprogramma voor kwetsbare ouderen en monitor de uitvoering. Zorg voor regiobeelden/analyses van het aantal kwetsbare ouderen en de complexiteit van hun zorgvraag op regionaal niveau en op werkgebied niveau.
Ga in gesprek met huisartsen en aanbieders van wijkverpleging in werkgebieden met veel kwetsbare ouderen over de knelpunten die zij ervaren en zoek gezamenlijk naar oplossingen.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 81
6.
Onderzoek en analyse – kwalitatief 6.1. Vragenlijsten aanbieders
25 aanbieders die in de gemeente Brummen werken in ‘wonen met zorg’ hebben een vragenlijst gehad. We noemen de namen van de organisaties wel, maar omwille van de privacy gaan we niet inhoudelijk in op antwoorden van organisaties. De antwoorden zijn geanonimiseerd. Wel wordt inzicht gegeven in de globale resultaten van de vragenlijst (Gemeente Brummen - vragenlijst aanbieders wonen en zorg, 02.2020). Deze vragenlijst geeft inzicht in onderstaande onderdelen: Samenwerking Over de huidige samenwerking op het gebied van wonen met zorg en de wens om te komen tot (nieuwe) afspraken in de toekomst. Doelgroepen wonen met zorg Over samenstelling van de doelgroep(en), de dienstverlening en de financiering van de dienstverlening. Toekomstige vraag; Over de verwachte instroom van cliënten, van binnen of buiten de gemeente en het kunnen opvangen van de groeiende vraag naar wonen met zorg en de mogelijke knelpunten hierbij. Zorg en woonbehoefte; Over inzicht in zorg- en woonbehoefte nu en in de toekomst en de gevolgen hiervan op de lokale arbeidsmarkt. Overige opmerkingen; Ingevulde vragenlijsten 18 van de 25 aanbieder hebben een vragenlijst ingevuld. De dienstverlening van de organisaties die de vragenlijst hebben ingevuld is divers. Zowel in doelgroep als in hun aanbod vanuit de verschillende wetten.
Algemeen en doelgroepen De respondenten bedienen de drie verschillende doelgroepen van dit rapport en verlenen diensten over het hele spectrum van wonen, zorg en welzijn. Financiering van de dienstverlening is ook divers: 13 organisaties worden gefinancierd uit de Wlz, 10 uit de Wmo en 5 uit de Zvw óf uit een combinatie van wetten. Vooral de grotere organisaties kennen financiering vanuit meerdere wetten, omdat zij breder aanbod hebben. Samenwerking 11 van de 18 (61%) van de respondenten geeft aan geen afspraken te hebben gemaakt rondom het thema wonen met zorg. Van de 11 organisaties die dit wel hebben gedaan, hebben 6 organisaties de afspraken formeel vastgelegd in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. In het overgrote deel zijn deze echter beperkt in omvang en slechts op kleine deelgebieden uitgewerkt. Veelal zijn het ook de grotere organisaties die vanwege hun brede aanbod samenwerken.
Bron: (Gemeente Brummen - vragenlijst aanbieders wonen en zorg, 02.2020).
Met oog op de toekomst geven bijna alle respondenten aan in de volle breedte van het veld wonen met zorg afspraken met andere organisaties te willen maken.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 82
Toekomstige vraag Vooral organisatie die ouderenzorg bieden, verwachten instroom. Zij verwachten een toename door vergrijzing en de toename van mensen met dementie. Organisaties werkzaam in de GGZ-zorg verwachten een matige inen doorstroom van hun cliënten, gemiddeld 2 tot 5 cliënten per organisatie per jaar. Van alle organisaties verwacht ongeveer de helft dat het merendeel van de nieuwe cliënten uit de gemeente Brummen komt. De andere helft verwacht juist dat dit cliënten zijn die van buiten de gemeente komen. Zeven respondenten geven aan dat er sprake is van een wachtlijst. Deze is variabel in grootte van 20 tot 70 cliënten. Opvallend is dat 83% van de organisaties denkt geen probleem te hebben om voldoende personeel te kunnen vinden voor de groeiende behoefte aan wonen met zorg. Zij zijn ook niet van plan om hier een samenwerking voor aan te gaan.
Bron: (Gemeente Brummen - vragenlijst aanbieders wonen en zorg, 02.2020).
Overige knelpunten in de toenemende vraag naar zorg zien de respondenten wel. Bijvoorbeeld in onvoldoende geschikte passende (en betaalbare) woonruimte en de coördinatie daarop. Maar ook in de beschikbaarheid van voldoende welzijnsvoorzieningen zoals vrijwilligerswerk of mantelzorg(ontlasting), de wijze van financiering of vergunningsprocedures bij gemeenten. Zorg- en woonbehoefte Ten aanzien van de zorgbehoefte geven respondenten vergelijkbare antwoorden. Er is behoefte aan zorg in nabijheid en/of 24-uurs beschikbaarheid van zorg, waarbij de wens van de inwoner/ de cliënt centraal staat. Waarbij zingeving, sociale contacten, eigen regie, zelfredzaamheid en participatie leidende begrippen zijn. Ook is er behoefte aan integrale zorg, van lichte ondersteuning tot zware zorg. Ongeveer de helft van de respondenten verwacht ook dat zorg steeds vaker gescheiden zal worden aangeboden en dat er meer ambulante zorg en ondersteuning nodig is. Ook verwacht een deel dat deze zorg in zwaarte kan toenemen. Ten aanzien van de woonbehoefte zien respondenten dat mensen (waaronder veelal ouderen) vooral langer thuis zouden willen/moeten blijven wonen. Niet per definitie helemaal alleen, maar in toenemende mate in kleinschalige geclusterde woonvoorzieningen. Met leeftijdsgenoten, gelijkgestemden of lotgenoten.
Steekwoorden bij kleinschalig wonen zijn gezellig, huiselijk en intiem, maar met voldoende privacy. Respondenten verwachten in ruime meerderheid niet dat deze woonvraag zal veranderen, maar dat de behoefte naar kleinschalige woonvormen juist toe zal nemen. Wel is er behoefte aan meer woonvoorraad om de groeiende vraag naar wonen met zorg op te vangen. 76% van de respondenten geeft aan dat er bij hen onvoldoende woonvoorraad beschikbaar is.
Bron: (Gemeente Brummen - vragenlijst aanbieders wonen en zorg, 02.2020).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 83
Belangrijkste punten in de woonzorgvisie Op de vraag wat de belangrijkste punten in de woonzorgvisie moeten zijn antwoorden respondenten: borging (inzet bewoners en beroepskracht) in de wijk; de menselijke maat, niet de financiële; kleinschalige voorzieningen, geborgen, maar met behoud van zelfstandigheid en eigen regie; visie op leven en beleven, integraal, wendbaar en toegankelijk; overzicht van wonen en zorg, zodat gebruik gemaakt kan worden van elkaars kwaliteiten en ondersteuning kan worden geboden; in kaart brengen van zorgbehoefte, kaders stellen voor beleid en uitvoering aan de markt laten; wanneer cliëntbeleving en perspectief centraal staan; huidige situatie, maatschappelijke ontwikkelingen, cliëntbehoeften; een belangrijke uitkomst is balans tussen vraag en aanbod; subsidiemogelijkheden voor particuliere initiatieven; samenwerking met beschreven partijen; dat er ook een visie is op hoog complexe doelgroep; dagbesteding, consultatieve functie en overname door Specialist Ouderengeneeskundige; voldoende gedragsdeskundige ondersteuning in de wijk en gekoppeld aan de woonzorglocaties; efficiënte inzet zorgprofessionals door samenwerking tussen VVT’s; erkenning (complexe) zorgvraag patiënten (‘verpleeghuiszorg’) en wat daar voor nodig is; invulling van randvoorwaarden om dit goed te regelen; dat de ontwikkeling van de cliënt binnen zijn of haar mogelijkheden centraal
staat en niet het organisatiebelang; vraagontwikkeling kwantitatief en kwalitatief; huidig aanbod wonen en zorg + huidige aanbieders; gewenst aanbod wonen en zorg + aanbieders; wijze van samenwerken; actuele ontwikkelingen; op welke (toekomstige) vraag moet nog ingespeeld worden en hoe; rol gemeente; het preventieve karakter: gedachtengoed van positieve gezondheid (inzetten op wat iemand wel kan, meedoen, van betekenis zijn, zingeving etc.). Woonzorgvisie geslaagd Respondenten is gevraagd naar wanneer zij vinden dat de totstandkoming geslaagd is. De antwoorden hierop: als inwoners van de gemeente Brummen kunnen rekenen op passende hulp; als we met alle partijen wonen met zorg duurzaam hebben en met borging van kwaliteit hebben ingericht; als voor iedereen duidelijk is waar men in de komende jaren rekening mee kan houden; als alle partijen vertrouwen hebben dat de zorg rondom de inwoners goed geregeld is; als zorgverlener én zorgleverancier tevreden zijn over de situatie en dit alles past binnen de financiële kaders; als de visie op wonen, zorg en samenleven integraal tot stand komt en draagvalk heeft onder alle betrokkenen; als de visie integraal kijkt naar het totale aanbod in de gemeente Brummen; als er voldoende geschikte passende en betaalbare woningen zijn; als deze uitgaat van de behoefte van de inwoners; als het over de mens gaat; als deze geschreven is op de behoefte
en ervaring van de cliënt; als de mensen in onze gemeente, ongeacht hun ondersteuningsvraag, altijd in hun dorp en steunstructuur kunnen blijven wonen; als de cliënt zo zelfstandig mogelijk kan functioneren in de maatschappij; als de elementen van de visie ‘van verblijf naar wonen’ overeind blijven in de woonzorgvisie; als deze tot stand komt met veel partners en wanneer iedereen samenwerkt. Niet het eigen belang voorop staat, maar het belang van de inwoners van Brummen; wanneer wij ons nieuwe zorghotel kunnen realiseren;
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 84
-
als de beleidsmatige muur die de gemeente Brummen heeft gemaakt om wonen met zorg weer wordt afgebroken.
Organisaties die de vragenlijst hebben ingevuld: Stichting Welzijn Brummen, Veluwonen, Riwis Zorg en Welzijn, Dagelijks Leven, RiJoCOBA, Huisartsen gemeente Brummen, Tactus verslavingszorg, Philadelphia, Zorggroep Achterhoek, Ohana Well Being (Michaelshoeve), Wildbaan Leuvenheim, Thomashuis Brummen, Zorggroep Apeldoorn, Stichting de Mollenhof, Stichting Heimdall, Home Instead.
6.2. Participatie stakeholders en inwoners Inwonersparticipatie is een belangrijk onderdeel van de kwalitatieve uitvraag voor dit rapport. We hebben op meerdere manieren input opgehaald bij onze inwoners. Onder andere door vragenlijsten uit te zetten bij het burgerpanel ‘Brummen Spreekt’, de zes wijkraden van de gemeente Brummen, ouderenbond PCOB en aanbieders van wonen, zorg en welzijn in de gemeente Brummen. Met 11 organisatie hebben we een verdiepend interview gehouden. We beschrijven de uitkomsten per onderdeel. 6.2.1. Onderzoek naar woonbehoefte en leefbaarheid 2021 In februari van 2021 is via het burgerpanel ‘Brummen spreekt’ onderzoek gedaan naar de woonbehoefte en leefbaarheid. Ook zijn inwoners via de zes wijkraden gewezen op de mogelijkheid de vragenlijst in te vullen. De respons op het onderzoek was groot. 682 panelleden hebben de vragenlijst ingevulde. Door het grote aantal respondenten is het statistisch betrouwbaar. Het onderzoek bestaat uit twee delen. Een deel vragen over woonbehoefte en een deel over leefbaarheid. Per onderdeel worden de resultaten weergegeven. Hierbij is gebruik gemaakt van het door Moventem opgeleverde factsheet van het onderzoek. Woonbehoefte Op de vraag waar de voorkeur naar uit gaat indien men later zelfstandig woont, geeft een ruime meerderheid aan dit bij voorkeur in de huidige eigen woning te doen.
De leeftijdscategorie 64 jaar en ouder heeft hier de meest sterke voorkeur voor. De tweede en derde voorkeur is respectievelijk geclusterd en zelfstandig in een aangepaste wonen. Van de respondenten overweegt slecht een klein deel op termijn te verhuizen. Als belangrijkste reden om te verhuizen noemen respondenten hun woning, persoonlijke redenen en hun woonomgeving.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
Het inrichten van de slaapkamer of badkamer beneden wordt gezien als belangrijkste woningaanpassing.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 85
Een ruime meerderheid van de respondenten vindt het belangrijk om bij ouderdom, ziekte of beperking in de huidige woning te kunnen blijven wonen.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
De voorkeur van wonen ‘op de oude dag’ bestaat uit zelfstandig in de eigen huidige woning, geclusterd of zelfstandig in een aangepaste woning. Daarbij is de aanwezigheid van voorzieningen ook erg belangrijk.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 86
Op de vraag in welk type woning men zou willen wonen op ‘de oude dag’ geeft een kwart van de respondenten aan dit in een eensgezins koopwoning vanaf € 251.000,- te willen doen. Gevolgd door een gelabelde sociale huurwoning en een goedkope eengezinswoning onder de € 251.000,-
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
Leefbaarheid Meer dan de helft van de respondenten vindt het een goede zaak dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Er zijn echter ook zorgen over de toename van het aantal kwetsbare mensen dat zelfstandig kom te wonen. Respondenten zijn meer verdeeld over de toename van kwetsbare mensen uit de GGZ en de gehandicaptenzorg.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
De mate van overlast van het gedrag van anderen in de buurt is momenteel gering.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 87
33% van de respondenten staat open voor meer kwetsbare mensen in de wijk, de helft heeft geen mening of weet het niet.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid, 2021)
6.2.2. Onderzoek naar woonbehoefte 2019 In 2019 heeft de afdeling wonen ook onderzoek gedaan naar de woonbehoefte onder de inwoners van de gemeente Brummen (Moventem - onderzoek woonbehoefte burgerpanel 2019, 2019). Dit is ook in samenwerking met het burgerpanel en Moventem gedaan. De belangrijkste uitkomsten waren: Respons en betrouwbaarheid De respons op het onderzoek in 2019 was groot. 691 van de in totaal 1.122 panelleden hebben de vragenlijst ingevulde: die is een respons-rate van 62%. Door het grote aantal respondenten is het statistisch betrouwbaar. Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte burgerpanel 2019, 2019), bewerking gemeente Brummen
Verhuizen 64% van de respondenten die overwegen te gaan verhuizen, willen bij voorkeur in de gemeente Brummen wonen. 75% hiervan verwacht ook daadwerkelijk in de gemeente te blijven wonen. 24% heeft geen voorkeur. Ruim de helft van de respondenten (53%) die overwegen te verhuizen, hebben de voorkeur voor een koopwoning. 29% heeft de voorkeur voor een huurwoning en 11% heeft geen voorkeur.
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte burgerpanel 2019, 2019)
De meest gezochte woningtypen zijn: een seniorenwoning met tuin (27%), een vrijstaande woning (25%) en een appartement met lift (21%).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 88
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte burgerpanel 2019, 2019)
Woonagenda In onderstaande afbeelding is te zien wat de belangrijkste doelgroepen op de woningmarkt zijn. Dit zijn starters (35%), senioren (30%) en gezinnen met kinderen (11%). Respondenten geven aan dat de betaalbaarheid van wonen belangrijkste prioriteit zou moeten zijn bij de woonagenda in 2019 (35%). Met zorg/langer zelfstandig wonen is met 19% ook een belangrijk onderwerp, samen met de bouw van nieuwe woningen (19%).
Bron: (Moventem - onderzoek woonbehoefte burgerpanel 2019, 2019)
Belangrijkste knelpunten voor passend aanbod zien respondenten in de betaalbaarheid van het aanbod (46%), het aanbod van gezochte woningen (34%) en in het aanbod dat levensloopbestendig is. Oplossingen om vraag en aanbod beter aan te laten sluiten zijn: meer seniorenwoningen (40%), meer starterswoningen (33%) en meer huurwoningen met een lage huurprijs (33%).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 89
6.2.3. Verdiepende interviews Aanvullend op de bijeenkomsten met stakeholders en de vragenlijsten hebben we verdiepende interviews gehouden met 11 organisaties: Gerle ziekenhuis, Verian, Zorggroep Achterhoek, Huisartsen gemeente Brummen, RiJoCOBA, Dagelijks-Leven, Wildbaan Leuvenheim, Veluwonen, Zorggroep Apeldoorn, Riwis, Stichting Welzijn Brummen en ouderenbond PCOB. Tijdens de interviews is gesproken over de bijeenkomsten met stakeholders, de gewenste samenwerkingsafspraken en het karakter van die afspraken. Maar ook over een bruikbaar instrument bij toetsing van nieuwe aanvragen én de rol van gemeente en partners na vaststelling van de woonzorgvisie. Tot slot zijn overige ingebracht onderwerpen besproken. Omwille van de privacy citeren we geen geïnterviewden, maar beschrijven we de uitkomsten van de interviews op hoofdlijnen. Samenwerkingsafspraken en het karakter van de afspraken Alle geïnterviewden willen afspraken maken op hoofdlijnen. Deze moeten wel bindend zijn; het moet geen ‘papieren tijger’ zijn. Denk aan het benoemen van ambities, uitgewerkt in een uitvoeringsagenda waarin partijen ook projectmatig kunnen werken aan oplossingen. Partijen zoeken daarbij naar een juiste balans tussen de wens vanuit de gemeente te sturen en het vrijlaten van de markt.
Concreet zien partijen graag dat er afspraken komen over: het regelen van de verantwoordelijkheid voor de zorg aan de diverse doelgroepen (huisarts, VG-arts, Verpleeghuisartsen, SOG); hoe tot op laag niveau goede hoog-complexe zorg kan worden geboden aan alle inwoners, waar die zich ook bevinden; een breed aanbod met ruimte ivoor specialisme (Ouderenzorg/ GGZ/ NAH/ Autisme/ verslavingszorg/ e.a.); een nieuw te vormen ‘netwerk wonen met zorg’ met daarin de aanbieders uit de gemeente. Instrument voor toetsing nieuwe aanvragen Ook over het toetsen van nieuwe aanvragen zijn de geïnterviewden eensgezind. Het is van belang dat de gemeente bij het toetsen van nieuwe aanvragen inzicht heeft in o.a.: De toekomstbestendigheid van een initiatief (ook m.b.t.
investering in zorgvastgoed) o Wordt verder gekeken dan de opgave die we nu zien? Hoe ziet het initiatief zich na 2040, als de piek weer voorbij is? De missie en visie van de organisaties: o Passen missie en visie bij de lokale opgaven, is de organisatie betrouwbaar en aanspreekbaar en is er zorginhoudelijk sprake van een sterke casus? Het 24-uurs zorgplan van het initiatief: o Welke zorg leveren, hoe willen ze de zorg leveren en wat is de kwaliteit? o Hoe is de beschikbaarheid en bereikbaarheid van 24-uurszorg geregeld? Hoe wordt de inzet en overdracht van specialistische zorg geregeld? M.a.w.: wie komt er als er ’s nachts iets gebeurt? o Wat is de samenwerkingsbereidheid? Rol gemeente en partners De rol van de gemeente is er vooral een op hoofdlijnen en regie. Ook na het opleveren van de woonzorgvisie zien partijen de gemeente als aanjager, facilitator en stimulator om vervolg te geven aan de samenwerking. Ook zien zij een rol voor de gemeente om te komen tot een actief ‘netwerk wonen met zorg’. Overige punten Ook zijn er enkele overwegingen/dilemma’s aan de gemeente meegegeven: hoe wordt alles contractueel geregeld? Zijn constructies met onderaannemers bijvoorbeeld mogelijk? wat doe je met (veel) aanvragen op basis van Pgb-financiering? betrokken organisaties hebben verschillende belangen.
Er lijkt voldoende perspectief vanuit bedrijfseconomische aspecten, er lijkt onvoldoende aanbod vanuit zorg- en arbeidsmarktperspectief. Het organisatiebelang zou dan ook ondergeschikt moeten zijn aan de zorgbehoefte van de inwoners; kijk naar het potentieel van welzijn, daar kan veel meer uitgehaald worden;
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 90
-
-
-
kijk naar de mogelijkheden en benut de potentie van digitale technologie; de overheid stuurt op meer ziekenhuis verplaatste zorg (denk aan chemotherapie, dialyse en priklocaties). Door (locaties van) gezondheidscentra te koppelen aan woonzorgcentra is het mogelijk om deze beweging te faciliteren. Hierdoor kunnen mensen ook langer thuis blijven wonen; maak gebruik van elkaars mogelijkheden, bijvoorbeeld het Techteam dat zich richt op technische thuiszorg en de inzet van digitale technologie (Google Glass/ beeldzorg/ alarmering/ e.a.; zet in op geclusterde woonvormen om thuiszorg en thuisondersteuning te vergemakkelijken; er is behoefte aan communicatie over aanbod en mogelijkheden: zicht op plekken, beschikbaarheid en toekomstplannen; we moeten ons realiseren dat we met het uitsluiten van zorg aan zware doelgroepen een reactie in werking zetten waardoor het risico bestaat dat zwaardere zorg op de achtergrond verdwijnt. Grofweg zijn er drie groepen organisaties te onderscheiden. Organisaties die zorg bieden aan doelgroepen met een lichte zorgvraag, organisaties die zorg bieden aan doelgroepen met een zware ondersteuningsvraag en organisaties die dat bieden aan beiden. Vaak is ondersteuning aan mensen met een lichte zorgvraag goedkoper dan aan mensen met een zware zorgvraag. Er is over het algemeen ook meer aanbod in organisaties die lichte ondersteuning bieden.
Organisaties die zorg bieden aan mensen met een zware ondersteuningsvraag doen dit vaak naast lichte ondersteuning, omdat de meerkosten voor zware zorg kunnen worden gecompenseerd door de ‘winst’ van lichtere zorg; er is verschil tussen initiatieven in de markt. Veelal gaat het om maatschappelijk geld, daarbij is het belangrijker te reguleren dan in de vrije sector. Al blijft overeind dat de kwaliteit van zorg altijd goed moet zijn en continuïteit gewaarborgd.
Concrete ideeën: Gemeenschappelijk verpleegkundig team (HA/ zorgorganisaties/ thuiszorg) t.b.v. 24-uurszorg (ANW) – zoals in Den Haag en Zwolle; Organiseren sterk en actief ‘netwerk wonen met zorg’ (open, eerlijk en betrouwbaar). Krachtig doordat men elkaar in de ogen kan kijken; Tussenvormen. Nu wonen mensen soms nog zelfstandig omdat er geen ander aanbod is, terwijl het eigenlijk niet kan. 6.2.4. Cliënten en cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen Voor deze rapportage is geen specifiek onderzoek gedaan naar de inzet van cliëntvertegenwoordiging of ervaringsdeskundigen. Veel organisaties hebben dit ingericht binnen hun eigen bedrijfsvoering. Het tijdig en voldoende betreken van cliënten, cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen is primair een taak van de betrokken organisaties en niet van de gemeente. De gemeente stimuleert wel het gebruik er de inzet ervan.
6.2.5. Verkennende bijeenkomsten met stakeholders Op 8 oktober en 25 november zijn er twee bijeenkomsten geweest om de woonzorgvisie en deze rapportage voor te bereiden. Deze bijeenkomsten stonden in het teken van kennismaken en we hebben met elkaar de concept-kaders en concept-planning van de woonzorgvisie opgesteld. De verslagen van beide bijeenkomsten zijn te lezen in de bijlage.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 91
7.
Aanbod, ontwikkelplannen en opgave(n)
In dit hoofdstuk beschrijven we per doelgroep het aanbod, de ontwikkelplannen en concrete opgave(n ). 7.1. Ouderenzorg Huidig aanbod In de gemeente Brummen zijn momenteel 82 wooneenheden voor mensen met dementie, 62 plekken voor mensen met een somatische zorgvraag en 107 plekken voor Wonen met een Plus.
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente
Planinitiatieven Aanbieders hebben de komende jaren onderstaande planintiatieven.
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente
Toekomstig aanbod Wanneer het huidige aanbod en de planinitiatieven worden samengevoegd, ontstaat het nieuwe toekomstige aanbod. 139 plekken voor mensen met dementie, 82 voor mensen met een somatische zorgvraag en het aantal Wonen met een Plus blijft gelijk. We rekenen dit aanbod mee per 2025.
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente Brummen
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 92
Verwachte vraag per klantgroep In onderstaand schema is de verwachte vraag per categorie te zien. In alle gevallen is er sprake van een forse toename.
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)
De totalen voor de gemeente Brummen staan in onderstaand schema.
* De theoretische vraag komt tot stand door de bevolkingsprognose te combineren met de prevalentie. Theoretische behoefte ontstaat wanneer er meer vraag dan aanbod is. Let op! Het aanbod van Wonen met een Plus is niet eenduidig te definiëren en kan daarom groter zijn dan op basis van deskresearch in beeld gebracht kan worden. Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021),
Marktpotentie: toekomstige behoefte Omdat bij het daadwerkelijk vaststellen van de (toekomstige) behoefte(n) meer elementen een rol spelen dan alleen het verschil tussen vraag en aanbod, spreekt Fame over marktpotentie. De marktpotentie is de verwachte vraag afgezet tegen het huidige aanbod en de planinitiatieven en is te zien in onderstaand schema. Kanttekening hierbij: je moet de weergegeven marktpotentie in een breder perspectief interpreteren dan enkel een nieuwbouwopgave. Want als er bestaand vastgoed ingezet kan worden, is dit geen opgave.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 93
In onderstaande grafiek is te zien hoe de ontwikkeling van het aantal wooneenheden in de gemeente Brummen zich ontwikkeld.
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)
Opgave ouderenzorg Wanneer je de totale marktpotentie cijfermatig inzichtelijk maakt, wordt ook de opgave duidelijk. 2020 BW dementie BW somatiek Wonen met een plus Verschil = potentie
Verwachte vraag / min huidig aanbod = 2020 / 149 - 82 = 67 90 - 62 = 28 366 - 107 = 259
2025 BW dementie BW somatiek Wonen met een plus Verschil = potentie
Verwachte vraag / min huidig aanbod / min plan initiatieven = 2025 179 - 123 -0 = 56 109 - 73 -0 = 36 441 - 107 -0 = 334
2030 BW dementie BW somatiek Wonen met een plus Verschil = potentie
Verwachte vraag / min huidig aanbod / min plan initiatieven = 2030 200 - 123 -0 = 77 122 - 73 -0 = 49 493 - 107 -0 = 386
2040 BW dementie BW somatiek Wonen met een plus Verschil = potentie
Verwachte vraag / min huidig aanbod / min plan initiatieven = 2040 250 - 123 -0 = 127 152 - 73 -0 = 79 616 - 107 -0 = 509
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 94
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente Brummen
Beknopt overzicht opgave ouderenzorg
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente Brummen
7.2. GGZ-zorg Huidig aanbod In 2020 waren er 810 (Wmo) plekken voor Beschermd Wonen in de regio, waarvan 85 in Brummen. In 2021, na de openstelling van de Wlz, zijn er in de regio nog circa 480 plekken, waarvan circa 45 in Brummen. Overigens betekent dit niet dat er ook minder beschermd woonplekken in de gemeente zijn. Cliënten zijn van de ene naar de andere financier overgegaan. Maar omdat alle aanbieders in de regio zowel Wmo-zorg als Wlz-zorg kunnen bieden, woont nog steeds hetzelfde aantal cliënten in de gemeente Brummen. In verband met een achterstand in het verwerken van de aanvragen door het CIZ weten we pas in juli 2021 het definitieve aantal cliënten dat is overgegaan.
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Planinitiatieven Voor Beschermd Wonen is er de komende jaren geen sprake van planinitiatieven, maar van afbouw. Dit vanwege de nieuwe visie over ondersteuning in de eigen omgeving van de cliënt waarbij hij of zij zelfstandig woont. Omdat nog niet duidelijk is hoeveel cliënten er exact overgaan naar de Wlz zijn twee scenario’s uitgewerkt. De regio richt zich, op basis van de huidige kennis en inzicht in de getallen, op scenario 2. Afhankelijk van het exacte aantal cliënten dat over gaat naar de Wlz is het scenario van de afbouw als volgt:
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 95
Toekomstig aanbod Het toekomstig aanbod vertaald naar alle gemeenten in de regio laat voor Brummen ook zien dat er sprake is van een afbouw. De jaarlijkse uitstroom voor de gemeente Brummen ziet er voor de komende jaren als volgt uit:
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Toekomstige behoefte Door de jaarlijkse uitstroom af te trekken van het bestaande aanbod ontstaat zicht op het aantal plekken.
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Opgave GGZ-zorg Wanneer we de opgave in cijfers uitdrukken, zien we de toekomstige woonopgave. In 2025 is behoefte aan 8 extra zelfstandige wooneenheden voor cliënten die uitstromen uit beschermd wonen. In 2030 zijn dit er 15. Hiervan is nog niet bekend of deze ook allemaal in de gemeente Brummen uit zullen stromen. Wanneer in 2025 is voldaan aan de 8 wooneenheden is er voor 2030 nog een opgave van 7 wooneenheden. Als in 2030 is voldaan aan de 15 wooneenheden is de opgave dan 0.
BW Wmo 2020 BW Wmo 2021 BW Wmo 2025 BW Wmo 2030 BW Wmo 2040
Verwachte vraag / min huidig aanbod / min plan initiatieven = 85 - 85 -0 =0 45 - 45 -0 =0 37 - 45 -0 = -8 30 - 45 -8 = -15/ -7 30 - 45 - 15 = -15/ 0
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020), beweking gemeente Brummen
Reguliere uitstroom Naast de opgaven heeft de gemeente Brummen in de prestatieafspraken met Veluwonen de reguliere uitstroom voor Beschermd Wonen ook gekwantificeerd. Het betreft vijf Opstapwoningen per jaar. Het aantal cliënten voor de gemeente Brummen is met 40% afgenomen en het doorstoomkarakter voor Beschermd Wonen in de Wmo wordt door de beweging van Beschermd Thuis versterkt. Daarom gaan we er vanuit dat het aantal Opstapwoningen per jaar kan worden bijgesteld naar 3.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 96
7.3. Gehandicaptenzorg Huidig aanbod 2020 Op basis van eigen onderzoek heeft de gemeente Brummen alle aanbieders en locaties voor gehandicaptenzorg in kaart gebracht. Verdeeld over twee aanbieders zijn 182 cliënten in de gemeente Brummen geplaatst bij een instelling voor gehandicaptenzorg.
Bron: gemeente Brummen
Van alle cliënten bij Philadelphia weten we dat zij intramurale zorg via Zorg in Natura (ZIN) ontvangen. Uit de gegevens van Zilveren Kruis blijkt dat in totaal 24 cliënten zorg in hun thuissituatie ontvangen. Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Planinitiatieven Er zijn bij de huidige aanbieders geen planinitiatieven bekend. Toekomstig aanbod zelfstandig wonen Het Zilveren Kruis gaat er vanuit dat de 5% historische groei van mensen die zorg in de eigen woonomgeving ontvangen de komende vijf jaar doorzet. Dit betekent dat er ten opzichte van 2020 (1.151 cliënten) een toename is van 189 plekken in 2025 (1.342 cliënten) in de hele regio Apeldoorn/ Zutphen.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Bij het maken van een prognose gaat Zilveren Kruis uit van het Wlz-gebruik per regio en leeftijdsgroep in 2019 en bevolkingsontwikkeling tot 2040, gecorrigeerd voor SES en Migratie-profiel van gemeenten.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 97
Het Zilveren Kruis constateert dat het aandeel Wlzklanten die zorg in de eigen omgeving ontvangen in de regio (34%) aanzienlijk lager is dan het gemiddelde van het Zilveren Kruis (45%). De gemeente Brummen zit zelfs daar nog 3 procent onder met 31%. Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020) Toekomstig aanbod intramurale voorzieningen Een voorspelling van het aantal cliënten dat intramuraal woont met Wlz-zorg (op basis van de gegevens van Zilveren Kruis) gaat uit van het doorzetten van de historische daling van 5% (scenario 3). Kan de groei van het aantal cliënten met zorg vervolgens in de eigen omgeving worden opgevangen, dan zijn er in de regio over 5 jaar 25 minder intramurale plekken nodig. Het totaal aantal cliënten met intramurale zorg krimpt in dat geval van 2.192 (in 2020) naar 2.168 (in 2025).
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Toekomstige behoefte Bij de ontwikkeling binnen gemeenten voorspelt het Zilveren Kruis een afname van ruim 11% op het totaal aantal cliënten met Wlz-gehandicaptenzorg in de gemeente Brummen. Van 205 in 2019 naar 182 in 2040. Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Companen spreekt over een afname van 177 naar 135 plekken. Bron: (Gemeente Brummen - Woonagenda , 09.2019) Opgave gehandicaptenzorg Aanbod Verwachte vraag GZ 2020: 177 -170 = -7 GZ 2021: 177 -162 = -15 GZ 2025: 177 -153 = -22 GZ 2030: 177 -145 = -32 GZ 2040: 177 -135 = -42
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 98
7.4. Marktinitiatieven Het college heeft aangegeven medewerking te verlenen aan de initiatieven van Dagelijks-Leven en Leefgoed de Wildbaan. Na deze inifitatiefbesluiten wil de gemeente voorlopig geen medewerking verlenen aan nieuwe initiatieven, tot de woonzorgvisie inzicht heeft geboden in de totale opgave rondom wonen met zorg. Hieronder ziet u welke nieuwe initiatieven bij de gemeente kenbaar zijn gemaakt vanaf dat moment. Omwille van de privacy is het overzicht geanonimiseerd.
Bron: gemeente Brummen
Bovenstaand schema is een overzicht van de marktinitiatieven. De initiatieven geven geen beeld van de opgaven voor de woon- en/of zorgvraag.
7.5. Plannen woningcorporatie Companen adviseert in het woningmarktonderzoek uit 2019 onderstaand programma over het tijdvak tot en met 2028 (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019).
Bron: Companen actualisatie woningbehoefteonderzoek augustus 2020
Prestatieafspraken 2021 In de prestatieafspraken 2021 hebben de gemeente, woningcorporatie Veluwonen en stichting Huurdersbelangen Samen Eén vastgelegd welke plannen ze ontwikkelen (Gemeente Brummen prestatieafspraken wonen, 2021). We nemen hier op welke plannen concreet van toepassing zijn op Wonen met Zorg. Thema beschikbaarheid Nieuwbouw Veluwonen levert in 2021 verschillende nieuwbouw op: de Eerbeekse Enk (10 woningen), de Meengatschool (5 woningen), de Krullevaar (16 woningen) en de Triangel (24 woningen);
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 99
-
in 2021 lopen voorbereidingen (ontwerp en bestemmingsplan) voor drie nieuwbouwprojecten in Brummen en Eerbeek, die in 2021 worden gerealiseerd. In totaal gaat het om 45 woningen; verder zijn de gemeente Brummen en Veluwonen in gesprek over nieuwbouw in de centra van Brummen en Eerbeek (de zogenaamde centrumplannen) en op de locatie van het oude tuincentrum in Laag-Soeren. Verkoop Tot en met 2022 houdt Veluwonen rekening met de verkoop van 20 woningen per jaar, daarna 10 per jaar. Dit aantal wordt jaarlijks opnieuw bezien. Er zijn circa 400 woningen aangewezen voor verkoop; Woonruimte verdeling Veluwonen wijst ‘passend’ toe zoals is afgesproken binnen de regio Stedendriehoek; Veluwonen wijst maximaal 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen toe aan woningzoekenden met een inkomen van €39.055 tot € 43.574 (prijspeil 2020), de zogenaamde EU-grens; als de Eerste en Tweede Kamer de wetswijziging ‘huurverhogingsmogelijkheden en inkomensgrenzen Woningwet’ aannemen, mag Veluwonen maximaal 15% vrij toewijzen aan huishoudens die met hun inkomensgrens boven de nieuwe inkomensnormen vallen; de gemeente en Veluwonen sturen jongeren rond hun achttiende verjaardag een kaart met de oproep om in te schrijven bij Woonkeus Stedendriehoek. Monitoring Veluwonen werkt samen met Woonkeus Stedendriehoek samen aan een halfjaarlijkse monitor van de regionale vraag naar huurwoningen.
Hierbij tonen we de vraag naar aanbod uit de gemeente Brummen; actieve zoektijd is onderdeel van de monitor. Als deze sterk toeneemt, bespreken partijen de oorzaken samen met de overige indicatoren in de monitor. Partijen bespreken in hoeverre ontwikkelingen aanleiding geven tot het bijstellen van huidige bouw- en verkoopplannen; Veluwonen ondersteunt de gemeente als er extra vragen zijn over de koop- en huurmarkt in Brummen. Zo ondersteunt Veluwonen actief het onderzoek naar jongerenhuisvesting in de gemeente Brummen. Thema kwaliteit en duurzaamheid van woningen Veluwonen voert in 2021 de volgende projecten uit: o In Brummen verbeteren we Tolzicht. Dat doen we in nauwe samenwerking met Riwis. Het betreft een interne verbouwing waar we een groot deel van de algemene ruimtes ombouwen naar zorgappartementen. o In de Noorderenk in Eerbeek gaan we aan de slag met het renoveren van 225 woningen. Daarbij worden de woningen verbeterd naar energielabel A. We verwachten dat de gerenoveerde woningen weer 40 jaar meekunnen. Veluwonen gaat een deel van Oud Eerbeek (Jan Mankesstraat e.o.) renoveren vanaf 2023. Omdat het hierbij gaat om veel woningen, waarbij er ook sloop/nieuwbouw is, blijft Veluwonen hierover in overleg met diverse betrokkenen en belanghebbenden, zoals gemeente en (een vertegenwoordiging van) bewoners.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 100