067 - Rapport Wonen met Zorg
Tekst van het document
Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 25
Woningtypen bij verhuizen Huishoudens die vertrekken uit een huurwoning gaan in ruim de helft van de gevallen opnieuw naar een huurwoning. Het gaat dan om circa 1.350 van de 2.300 verhuisde huishoudens uit een huurwoning. Eigenaarbewoners die in een rijwoning woonden verhuizen ook vaak naar een huurwoning (ruim 600 verhuizingen van 1.400 verhuizers). Woonden zij in een vrijstaande woning of (koop)appartement dan verhuisden zij zeer beperkt naar een huurwoning (350 van 850 verhuizers). Deze huishoudens vertrekken vaak naar een tweekapper of vrijstaande woning.
Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019)
Prognose toekomstige behoefte op de woningmarkt 3 Binnen de Cleantech regio stemmen wij onze woningbouwprogrammering regionaal af met de andere gemeenten in de regio. Deze prognoses worden 2 jaarlijks uitgevoerd om zo in te kunnen spelen op de veranderingen in de woningmarkt. Het kwalitatief en kwantitatief afstemmen van woningbouwplannen in de regio is vastgelegd in de Regionale Woonagenda (2018). In 2020 is er een addendum op de Cleantech agenda 2018 vastgesteld (9 december 2020) met de actuele prognoses. We hanteren in de Woonagenda verschillende bandbreedtes voor de groei. Dit komt doordat er momenteel een krapte is op de woningmarkt en de woningbouwproductie is achtergebleven. De laagste bandbreedte gaat uit van de huishoudenstoename (uit de PRIMIOS 2020) en in de hoge bandbreedte wordt boven op de huishoudenstoename ook rekening gehouden met het woningtekort per gemeente. Voor de gemeente Brummen betekent dit een maximum toevoeging van 900 woningen in de periode tot 2030. Actuele (markt-) ontwikkelingen kunnen reden zijn om het programma tussentijds te herijken. Het woningbouwprogramma is om die reden een dynamisch instrument. Als het programma zich zeer negatief ontwikkelt, in plaats van positief, dan zal dit aanleiding zijn om dit kader aan te passen.
BANDBREEDTE 2018 BANDBREEDTE 2020 2018 tot 2027 2020 tot 2030 op basis inclusief inlopen op basis inclusief inlopen huishoudensgroei woningtekort en huishoudensgroei woningtekort en PRIMOS 2016 maatwerk PRIMOS 2020 maatwerk* Apeldoorn 3.400 5.600 4.850 7.950 Brummen 650 700 600 900 Deventer** PM PM Epe 450 755 1.025 1.350 Heerde 350 400 200 475 Lochem 600 875 600 1.300 Voorst 775 975 800 975 Zutphen 700 1.325 1.750 2.700 TOTAAL 6.925 10.630 9.825 15.650 *Maatwerkafspraken 2020: +50 voor Brummen, +200 voor Heerde, +300 voor Lochem en +150 voor Voorst **Afspraak Deventer is met de provincie Overijssel
Bron: (Cleantech regio - woonagenda 2018-2023, 2018), addendum 2020
3
https://www.cleantechregio.nl/
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 26
Voor de komende jaren heeft Companen het potentiële aanbod en de potentiële vraag op gemeenteniveau met elkaar vergeleken door verhuistrends uit het verleden door te trekken naar de toekomst en daarbij veranderingen in huishoudenssamenstelling volgens de provinciale prognose mee te wegen. Zij zijn er daarbij vanuit gegaan dat de vraag van 75-plussers de komende jaren groter wordt, en tegelijkertijd ook een grotere groep zelfstandig blijft wonen (vaak in de huidige woning). Op basis van de verhuisbewegingen over de laatste jaren wordt inzichtelijk hoe verschillende huishoudenstypen in de laatste jaren verhuisden. Met die gegevens is een verwachting geformuleerd (extrapolatie) naar de komende jaren.
Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019)
De dynamiek op de woningmarkt komt grotendeels van jonge kleine huishoudens. Voor de periode tot 2028 komen ruim 1.825 verhuizingen van jongeren tot 30 jaar (waaronder starters). Dat is meer dan een derde deel van het aantal verhuizingen in die periode. Deze huishoudens zoeken in hun eerste fase een plek op de woningmarkt, en maken dan wooncarrière. Ouderen vanaf 65 jaar verhuizen zeer weinig. Van alle verhuizingen betreft dan circa 75% van de verhuizingen een één- of tweepersoonshuishouden, 25% komt van gezinnen met kinderen. Prognose vraag en aanbod tot 2028 Het potentiële aanbod op de woningmarkt ontstaat doordat huishoudens verhuizen of uitstromen (door overlijden of een verhuizing naar een zorginstelling). Zij laten in beide gevallen een woning achter; het potentiële aanbod. Wanner dit aanbod wordt vergeleken met de (veranderende) woningvraag, blijkt waar in de komende jaren de mismatch tussen vraag en aanbod het meest waarschijnlijk is.
Bron: actualisatie woningbehoefte augustus 2020 Companen
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 27
De behoefte richt zich in grote mate op eengezins huurwoningen en levensloopgeschikte woningen. Hier is ook het aanbod bij doorstroming relatief groot, waardoor vraag en aanbod redelijk met elkaar in evenwicht zijn. Het tekort aan huurwoningen wordt geraamd op circa 450 woningen (waarvan 100 tot 200 sociale huurwoningen). De resterende 250 tot 350 woningen zouden dan in de middenhuur (€ 800,- tot € 950,-) moeten zijn, komend van de groep huishoudens met een inkomen tot circa € 60.000,- (belastbaar per jaar, te veel voor een sociale huurwoning, vaak ook te weinig voor het krijgen van een hypotheek). Omdat middenhuur een lastige opgave is voor een plattelandsgemeente is dit segment uitwisselbaar met goedkope koop en beperkte middendure koop.
5.2.3. Integraal beleidskader Sociaal Domein (3 decentralisaties) De gemeente Brummen heeft in december 2013 het integraal beleidskader sociaal domein vastgesteld. In dit beleidskader staan de visie en uitgangspunten van de gemeentelijke taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en arbeidsparticipatie. (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013) Het beleidskader beschrijft zes kaderstellende uitgangspunten. Bij elk uitgangspunt staat de onderliggende visie en uitvoeringsprioriteit : 1. Eigen verantwoordelijkheid met een sociaal vangnet Bij zorg en ondersteuning stelt Brummen de eigen verantwoordelijkheid centraal. Dat houdt in dat de inwoner zelf verantwoordelijkheid draagt voor zijn of haar eigen leven. Op basis hiervan moet de inwoner in staat zijn om aan de samenleving te kunnen deelnemen of in de eigen levensbehoefte te kunnen voorzien. Niet voor iedereen is dit mogelijk. Inwoners hebben soms tijdelijke of structurele zorg en ondersteuning nodig. In deze situatie biedt de gemeente Brummen passende ondersteuning. Niemand in Brummen wordt aan het lot overgelaten. Voor het bepalen welke zorg en ondersteuning passend is, hanteert de gemeente het zogenaamde model leefringen.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
Het model van de leefringen werkt van binnenuit naar buiten. Om als inwoner deel te kunnen nemen aan de samenleving (arbeids- of maatschappelijke participatie) of in de eigen levensbehoefte te kunnen voorzien kijken we eerste naar de binnenste leefring ‘wat kan de inwoner zelf realiseren’. Bij het bepalen hiervan biedt een professional (gezins- of cliëntregisseur) ondersteuning. Biedt dit geen oplossing dan wordt tussen inwoners (eventueel betrokken familie, vrienden en mantelzorgers) en professional nagegaan welke zorg en ondersteuning vanuit het eigen netwerk mogelijk is (leefring 2). Is dat niet mogelijk dan wordt nagegaan of algemene voorzieningen een oplossing bieden (leefring 3). Als laatste mogelijkheid kunnen individuele voorzieningen worden ingezet (leefring 4). We bieden passende ondersteuning. Dit houdt in dat in situaties waarin dat nodig is ook direct individuele voorzieningen kunnen worden ingezet zonder dat eerst alle ringen worden doorlopen.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 28
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
2. De vraag van de inwoners staat centraal Bij zorg en ondersteuning gaat de gemeente Brummen uit van de vraag van de inwoner. We sluiten aan bij de vragen die de inwoners zelf hebben en de eigen visie over hoe men weer kan deelnemen aan de samenleving of in de eigen levensbehoefte kan voorzien. Niet iedereen is zelfstandig in staat om te bepalen hoe je dat doet In deze situaties bieden professionals ondersteuning om samen met de inwoner te bepalen wat nodig is. Deze visie betekent dat niet de regelgeving, de financieringssystematiek of het aanbod centraal staat maar de vraag van de inwoner. Uiteraard zijn kaders nodig. Die zullen we ook als gemeente vanuit onze regiefunctie opstellen. We bieden hierbij meer dan in het verleden ruimte aan inwoners en professionals. In lijn met de Toekomstvisie 2030. Een enorme uitdaging maar wel één waar we voor staan en die onze koers bepaalt.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
3. Investeren in probleemoplossend vermogen van de samenleving Om zorg en ondersteuning effectiever en efficiënter te kunnen uitvoeren investeert Brummen in het probleemoplossend vermogen van de samenleving. Uitgangspunten als “meer eigen verantwoordelijkheid” en “de vraag centraal” realiseren we alleen als een sterke sociale infrastructuur hebben. Dit vraagt aandacht voor aangrenzend beleid en voldoende financiële middelen om hieraan invulling te geven. Inzet op de leefringen 1, 2 en 3 kunnen er toe bijdragen dat duurdere individuele voorzieningen (leefring 4) minder vaak en kortdurend(er) worden ingezet.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
4. Organiseren op de Brummense schaal De toegang tot zorg en ondersteuning is dicht bij onze inwoners. Dat betekent dat de cliëntregisseurs voor de meeste vormen van zorg en ondersteuning bij mensen thuis komen. Dit ook om zo samen met de inwoner tot een betere inschatting van passende zorg te komen en aan te sluiten bij de kracht van inwoners. Fysieke informatie- en adviespunten zijn in ieder geval gericht op de kern Eerbeek en omgeving en de kern Brummen en omgeving. Daarnaast zetten we in op gebiedsgerichte teams. Backoffice-functies organiseren we daar waar de meeste efficiencyvoordelen zijn te behalen.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 29
Zorg en ondersteuning organiseren en regisseren we zoveel mogelijk als gemeente Brummen zelf. Hiermee borgen we dat zorg en ondersteuning beter passen bij de lokale situatie en dat de lokale volksvertegenwoordiging de keuzes bepaalt. Uiteraard zijn we hierbij afhankelijk van de vrijheid die landelijke regelgeving biedt. Niet alle vormen van zorg kunnen we zelf organiseren.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
5. De gemeente voert regie en stuurt op resultaat De voorbereiding en de uitvoering van de nieuwe taken vormen een grote uitdaging. Het biedt veel kansen voor zorg en ondersteuning die beter aansluit bij de behoeften van onze inwoners. Dit vraagt een gemeente die regisseert. Hiermee stellen we de belangen van inwoners centraal en bewaken we de financiële haalbaarheid. Op de lange termijn hebben ook de inwoners belang bij een financieel gezonde gemeente. De regierol van de gemeente houdt in dat we meer dan in het verleden gaan sturen op resultaat. Dit betekent dat we doelstellingen formuleren, de kaders uitzetten, maar de inhoudelijke uitwerking zoveel mogelijk overlaten aan inwoners en organisaties. Op detailniveau treden we als gemeente niet voortschrijdend op. De administratieve belasting beperken we zoveel mogelijk, maar het is wel van belang dat er verantwoording over de behaalde resultaten wordt afgelegd.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
6. Ruimte voor innovatie en een nieuw samenspel Door als gemeente meer te sturen op resultaten en minder op inhoud stimuleren we innovatieve oplossingen. Innovatieve oplossingen die moeten ontstaan in een samenspel tussen inwoners, organisaties en gemeente. Met de eerdere elementen uit de visie is al aangegeven dat we niet meer denken vanuit het aanbod maar de vraag centraal stellen. We bieden ruimte aan ondernemerschap en staan open voor nieuwe aanbieders.
Bron: (Gemeente Brummen - Integraal beleidskader SD, 12.2013)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 30
5.3. Opmars naar wonen met zorg In de afgelopen jaren is er binnen het sociaal domein en in de zorgstructuur veel veranderd. Een van de belangrijkste doelen van de nieuwe wetgeving is ‘langer zelfstandig thuis (blijven) wonen’. De transformatie kenmerkt zich door ‘het organiseren van zorg dichtbij’ en de uitstroom uit zorginstellingen. Mensen krijgen zorg en ondersteuning zoveel mogelijk in hun eigen woning. Als neveneffect gaan meer zorggebruikers zelfstandig huren of kopen. Verder is de financieringsstructuur voor de zorg veranderd, waarbij de zorg gescheiden van het wonen wordt gefinancierd. In de volgende paragrafen beschrijven we achtereenvolgend de zorgopgave en de woonopgave per doelgroep . Eerst schetsen we hieronder kort de grote opgave per doelgroep. Wonen voor ouderen Ouderen zijn in omvang de belangrijkste en groeiende groep die afhankelijk is van zorg. In 2020 telde de gemeente Brummen circa 3.000 zelfstandig wonende 65-plushuishoudens. In 2025 zijn dat er zo’n 3.300, in 2030 zo’n 3.600 en in 2040 ongeveer 3.900. Dat is een forse toename. Soort Regulier wonen zonder zorg Regulier wonen met zorg Woonzorg dementie Geclusterd wonen met langdurige zorg Geclusterd wonen met zorg Geclusterd wonen zonder zorg
2020 2524 577 94 83 141 14
2025 2699 623 106 94 211 51
2030 2964 667 122 107 293 97
2040 3115 772 157 139 397 127
Toename 591 195 63 56 256 113
Bron: Provinciale prognose 2019, bewerking Companen.
Bron: (Gemeente Brummen - Woonagenda , 09.2019)
Mogelijkheid zelfstandig wonen Voor de grote, groeiende groep 65-plushuishoudens die zelfstandig wonen is de toegankelijkheid van de woning van belang. Ouderen willen niet altijd verhuizen naar een andere (toegankelijke) woning. Van de 65plussers verhuist slechts een heel klein deel. Dit relatief kleine deel wordt door de vergrijzing wel steeds groter. Het aanbod voor hen is beperkt. Daardoor ontstaat per saldo een behoorlijke vraag naar levensloopgeschikte (of geschikt te maken) woningen, huur en koop waaronder appartementen. Binnen de gemeente Brummen zijn er weinig levensloopgeschikte woningen te huur of te koop. En hoewel ouderen dus veelal oud willen worden in hun eigen woning, is voor die inwoner toch weinig passend aanbod. Daarbij is het van belang te benoemen dat binnen de sociale huursector zo’n 25% van de woningvoorraad is
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 31
gelabeld als 55+, maar op basis van ‘oude wensen’. De woonwens van de oudere van nu is gewijzigd ten opzichte van vroeger. Men stelt tegenwoordig andere eisen aan een ouderenwoning. Wonen voor mensen met psychische kwetsbaarheid In de gemeente Brummen zijn er voor de GGZ-doelgroep verschillende vormen van beschermd wonen. Vanuit de landelijke tendens naar ambulante zorg voorzien we uitstroom uit deze beschermde woonvormen naar zelfstandig wonen, ondersteund vanuit de Wmo. Het rijk zet in op transformatie: niet langer staat wonen met zorg in een instelling (intramuraal) centraal, maar er vindt een verschuiving plaats naar een beschermd thuis. Dus zelfstandig wonen of tussenvormen meer in de wijk. De gemeente Brummen telt nu al een aanbod van beschermd wonen (circa 85 plaatsen voor wonen met zorg in een instelling), met grotendeels een bovenlokale functie. Voor uitstroom uit beschermd wonen zijn jaarlijks woningen nodig. Voor de transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis werken we regionaal samen en is in 2015 een transformatie-agenda opgesteld. In 2020 en 2021 wordt in de regio gewerkt aan de evaluatie en doorontwikkeling van deze transformatieagenda. Dat levert in het voorjaar van 2021 twee documenten op: 1.
Ontwerp Beschermd Thuis 2030 Oost Veluwe De gemeenten in de regio Oost Veluwe (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Voorst) willen gevarieerd en compleet zorglandschap van (1) GGZ in de wijk aanbieden. Dat betekent ook dat zowel cliënt als omgeving centraal staan in (2) integrale hersteltrajecten. En dat (3) continuïteit in aanbod van Beschermd Wonen vraagt om doorontwikkeling op deze punten. Deze drie thema’s zijn de pijlers van het nieuw ontwerp Beschermd Thuis 2030. Die pijlers krijgen ontwikkelpunten mee en moeten voldoen aan randvoorwaarden. Het ontwerp Beschermd Thuis 2030 geeft als richtinggevend document voor de komende jaren ook aanbevelingen mee over het invoeren van het ontwerp. Bron: (Regio Oost-Veluwe - Ontwerp Beschermd Thuis, 12.2020) 2. Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022 t/m 2030 Het Regionaal Kaderdocument kent een brede scope en slaat een brug tussen verschillende beleidslijnen zoals de sluitende aanpak voor mensen met verward gedrag, de ondersteuning van inwoners met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (EPA), Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang. Deze beleidslijnen hebben één gemene deler: ze zijn opgesteld om ervoor te zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zelfstandig kunnen wonen met een sterk ondersteuningsnetwerk om zich heen. Het gaat veelal om dezelfde kwetsbare inwoners.
De gemeenten in de regio Oost-Veluwe hebben daarom besloten om de verschillende beleidslijnen samen te voegen in een gezamenlijke aanpak. Dit wordt gedaan onder de noemer Beschermd Thuis. Bron (Regio Oost-Veluwe - Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis , 12.2020) Wonen voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking Binnen de gemeente Brummen zijn veel verschillende woonvormen voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, ook met bovenlokale functie. De behoefte aan specifieke geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking zal de komende jaren iets afnemen, van 170 woningen naar 135 woningen. Mogelijke verklaring hiervoor is dat met de dalende bevolking ook het aantal mensen met een verstandelijke beperking afneemt. Bovendien woont ook een deel van de Licht verstandelijk beperkten meer in een zelfstandige situatie. Bron (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019) In de gemeente Brummen staan meerdere accommodaties voor mensen met een verstandelijke en/ of lichamelijke beperking en voor begeleid/ beschermd wonen. Veluwonen beheert en verhuurt diverse accommodaties. Match opgaven en (potentieel) geschikt woningaanbod Op basis van een aantal kenmerken is de woningvoorraad van de gemeente Brummen getoetst op de geschiktheid van de woningen.
Hier worden drie soorten van geschiktheid onderscheiden: Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning, is een appartementen/(galerij)flats (met lift) of is een (semi)bungalows, woonboerderij.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 32
Potentieel geschikte woning Woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn (eenvoudig aanpasbaar). De woning is bij koop groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965, bij huur is de woning groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980 óf een geschakelde woning. Niet-geschikte woning De overige woningen. Geschikte woningen voor zorgdoelgroepen Op basis van de genoemde criteria is 25% van de woningvoorraad in de gemeente Brummen geschikt voor mensen met een lichte fysieke beperking. Dit zijn in totaal ongeveer 2.300 woningen. Daarnaast is 28% (ongeveer 2.600 woningen) van de woningvoorraad met een (kleine) woningaanpassing geschikt te maken. Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019) Ligging geschikte woningen De afbeeldingen op de volgende pagina’s laten zien waar de woningen staan die (potentieel) geschikt zijn, en waar 65-plussers momenteel wonen. Op verschillende kaarten zien we dat in sommige buurten relatief veel 65plussers wonen maar er toch weinig ‘geschikte’ woningen zijn. In Brummen-Centrum wonen veel 65-plussers en zijn veel geschikte woningen. In Rhienderense Enk in Brummen zien we wel veel 65plussers maar weinig geschikte woningen. Wel is er een behoorlijk aantal woningen geschikt te maken. Dit pleit voor focus op deze wijk bij het geschikt maken van woningen.
Geschiktheid kern Brummen. Bron: (Companen Woningmarktonderzoek , 06.2019)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 33
In Wilhelminapark en Het Hungeling in Eerbeek zijn relatief veel 65-plussers en ook veel geschikte woningen. In Eerbeek-Centrum wonen ook veel 65plussers. Maar hier zijn veel woningen die als niet-geschikt zijn aan te merken. Ook dit gebied zou prioriteit mogen hebben bij het geschikt maken van woningen.
Geschiktheid kern Eerbeek. Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019)
In Empe/Tonde, Hall en Leuvenheim is het aantal 65-plussers gemiddeld. Vooral in Hall en Leuvenheim zijn er relatief weinig geschikte woningen.
Geschiktheid overige kernen. Bron: (Companen - Woningmarktonderzoek , 06.2019) bewerking gemeente Brummen
5.4. Ontwikkeling zorgvraag kwetsbare doelgroepen: Bij de beschrijving van de zorgvraag voor de drie zorgdoelgroepen wordt gebruik gemaakt van beschikbare rapporten die door partners zijn uitgebracht, te weten:
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 34
-
Regioanalyse Apeldoorn/ Zutphen ‘Verpleging & Verzorging’ (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020); GGZ regiobeeld regio Oost Veluwe/ Midden IJssel (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020); Regionale woonopgave Beschermd Wonen (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020) Regioanalyse Apeldoorn/ Zutphen ‘gehandicaptenzorg’ (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020).
5.4.1. Ouderenzorg: V&V (PG en SOM) Voor de vraagontwikkeling van de ouderenzorg is gebruik gemaakt van de ‘regioanalyse Apeldoorn/ Zutphen Verpleging & Verzorging’ van het Zorgkantoor van Zilveren Kruis (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020). Het Zilveren Kruis maakt regioanalyses voor 11 regio’s waar zij verantwoordelijk voor is. In die 11 regio’s vertegenwoordigen zij daarmee 318.342 inwoners (1,8% van NL). Het aandeel Zilveren Kruis verzekerden binnen de regio Apeldoor/ Zutphen is 40%. Het zorgkantoor geeft in haar regioanalyse Apeldoorn/ Zutphen ‘Verpleging & Verzorging’ richting aan haar ondersteuning door de ambitie als volgt te omschrijven: ‘Samen werken we aan een regionaal zorgaanbod dat past bij de zorgvraag van de klanten, nu én in de toekomst’. Dit wil het Zilveren Kruis bereiken door een regionaal zorgaanbod te ontwikkelen dat past bij de zorgvraag van huidige en toekomstige klanten, waarbij ze inzetten op: Meer zelfstandig wonen met Wlz: Realiseren van 59 tot 389 nieuwe plekken voor zorg in eigen omgeving om de komende vijf jaar het groeiend tekort aan woonplekken in een instelling te compenseren. Optimale inzet van beschikbare middelen voor de klant: Samen nadenken over de inzet van beschikbare middelen en het oplossen van het groeiend arbeidstekort.
Tijdig passende zorg: Realiseren van nieuwe woonplekken in een instelling voor 0 tot 122 klanten om de komende vijf jaar aan de groeiende zorgvraag te voldoen en wachttijden te beperken. Goede coördinatie binnen het zorglandschap: Stimuleren van initiatieven waarbij aanbieders samenwerken om soepele doorstroom naar en binnen de Wlz mogelijk te maken. Huidige situatie in V&V zorg Het aandeel ouderen dat Wlz zorg gebruikt is in de afgelopen drie jaar met ongeveer 3% gestegen. Deze stijging is vergelijkbaar met het gemiddelde van Zilveren Kruis.
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
De gemeente Brummen heeft daarentegen wel signifcant minder klanten die Wlz zorg ontvangen in vergelijking met het gemiddelde van de regio en van Zilveren Kruis.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 35
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Wanneer we kijken naar de verdeling van de zorg in zorgzwaartepaketten (ZZP) dan zien we dat verhoudingsgewijs 4VV en 5VV zijn gestegen en 6VV en 7VV zijn afgenomen.
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Toekomstige situatie in V&V zorg Tot 2040 wordt een grote groei verwacht in het aantal cliënten dat verpleging en verzorging af gaat nemen. Van ongeveer 3.800 cliënten in 2019 tot ruim 6.500 cliënten in 2040. Dat is een stijging van de zorgvraag met 80%. In de gemeente Brummen is de groei nog sterker.
Bron (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Groei zet naar verwachting door Om de zorgvraag in de toekomst te kunnen voorspellen hanteer het Zilveren Kruis scenario’s. Op basis van de historische ontwikkelingen wordt veronderstelt dat scenario 3, waarbij de groei van de afgelopen vijf jaar, ook de komende jaren op dezelfde wijze zal doorzetten.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 36
Zelfstandig wonen Scenario 3 laat zien dat (in de regio) bij een vergelijkbare groei als de afgelopen jaren (8%) er een toename is van 389 cliënten met Wlz zorg in de eigen woonomgeving.
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Wanneer we inzoomen op het aandeel van Wlz klanten dat zelfstandig woont, dan zien we dat dit aandeel in de gemeente Brummen significant hoger is dan de andere gemeenten in de regio, maar ook dan het gemiddelde van Zilveren Kruis. Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Beschikbare middelen Met gelijkblijvend budget per klant en de voorspelde ontwikkeling van de zorgvraag staat de financiering van de V&V zorg in 2040 onder druk.
Bon: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Ook staat de beschikbaarheid van voldoende personeel onder druk. Bij de verwachte toename van het aantal klanten, maar een verwachte stagnatie van het aantal beschikbare werknemers neemt het beschikbare aantal werknemers per klant af met 40%.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 37
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Uit de analyse van een vragenlijst onder samenwerkingspartners van het Zilveren Kruis blijkt gericht dat zorgaanbieders en huisartsen een toenemende krapte ervaren onder Specialisten Ouderen geneeskunde (SOG’s) en casemanagers dementie. (Zilveren Kruis en Regio MIJOV, 2020) Wachtlijsten In de regio is sprake van wachtlijsten. Om deze reden is er in de regio ook een wachtlijst versneller aangesteld. Deze zogenaamde versneller moet met partners de wachtlijsten terugdringen. Onlangs heeft het college besloten een regionaal convenant te ondertekenen voor het terugdringen van de wachttijden. Belangrijk bij de analyse van de wachtlijsten is het feit dat er verschil is tussen ‘reguliere’ wachttijden en wachtlijsten. Reguliere wachttijden vallen onder de zogenaamde ‘Treeknorm’. Deze norm beschrijft de maximaal aanvaardbare 4 wachttijden binnen de zorg .
Bron: (Zilveren Kruis - regioanalyse V&V, 06.2020)
Als je niet binnen de gestelde tijd kan worden geholpen dat spreek je van een wachtlijst. Zilveren Kruis maakt bij de cijfers over de actief wachtenden gebruik van klanten die buiten de Treeknorm vielen. In de regio Apeldoorn/ Zutphen is deze iets hoger dan gemiddeld (13% in plaats van 12%). In 2019 wachtte gemiddeld 1.4% van de klanten op zorg. Over het algemeen is dit gelijk gebleven. Het aandeel niet actief wachtenden is daarentegen met 2% gestegen (van 8% naar 10%). Dementie Binnen de ouderenzorg nemen inwoners met dementie een bijzondere plaats in omdat er een exponentiele groei wordt verwacht van het aantal Nederlanders dat het hiermee te maken krijgt. Alzheimer Nederland maakt jaarlijks een berekening van het aantal mensen met dementie in Nederland, de provincies en de gemeenten. Ook voor de gemeente Brummen zijn deze beschikbaar (Alzheimer Nederland - Mensen met dementie per gemeente). 4
https://www.zilverenkruis.nl/consumenten/veelgestelde-vragen/tijdigheid-en-bereikbaarheid-van-zorg
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 38
Bijgaande cijfers geven een indicatie van hoe het aantal mensen met dementie zich ontwikkelt. Op basis van voorspellingen van de toekomstige bevolkingsopbouw, is ook een prognose gemaakt van het aantal mensen met dementie in de toekomst. Daarbij moet worden aangegeven dat niet al deze mensen ook ondersteuning uit de Wlz nodig hebben. Deze berekening wordt gemaakt bij de zorgvraagontwikkeling van de ouderenzorg in paragraaf 5.5.1.
Bron: (Alzheimer Nederland - Mensen met dementie per gemeente)
De berekeningen wordt gemaakt door ABF Research in opdracht van Alzheimer Nederland en zijn gemaakt in 2019. De cijfers worden ieder jaar bijgesteld. Naast de berekening voor dementie heeft ABF ook een berekening gemaakt voor de ontwikkeling van personen met psychogeriatrische zorg (PG) en chronisch lichamelijke ziektes (SOM) in de gemeente Brummen. Ook hier zijn belangrijke/veelzeggende stijgingen zichtbaar. Het aantal mensen met PG-zorg stijgt van ca. 145 in 2020, naar ca. 160 in 2025 (+15), naar ca. 200 in 2030 (+35) en ca. 240 in 2040 (+55). Het aantal mensen met SOM-zorg stijgt van ca. 55 in 2020, naar ca. 65 in 2025 (+10), naar ca. 80 in 2030 (+25) en ca. 100 in 2040 (+45). Bron: ABF Research in opdracht van Alzheimer Nederland)
Zorg van huisartsen In een brief aan het college van Burgemeester en wethouders van 17 juli 2020 hebben de gezamenlijke huisartsen uit Eerbeek en Brummen hun zorgen kenbaar gemaakt over de specifieke zorg die moet worden verleend aan ouderen met dementie. Ingegeven door de - door de Landelijke vereniging van huisartsen (LVH) opgestelde leidraad ‘medische zorg voor ouderen in (kleinschalige) woonzorginstellingen’ stellen zij dat ‘de medische zorg die voor mensen met dementie nodig is, in de basis niet meer des huisarts is en daarom niet onder het basisaanbod van de huisarts valt’ (Huisartsen Brummen en Eerbeek - Verkoop pand aan Dagelijks Leven, 2020). Ook signaleren zij tekorten onder de specialist ouderengeneeskunde, waar verpleeghuis patiënten met een Wlz indicatie van oudsher onder vallen én voorzien zij dat onder de huidige tijden van schaarste dat het niet eenvoudig zal zijn om voldoende gekwalificeerd verpleegkundig personeel te werven.
5.4.2. GGZ-zorg: MO/ BW/ EPA Bij de beschrijving van de GGZ-zorg wordt gebruik gemaakt van onderstaande drie rapporten: De GGZ in 2025 (Zorgverzekeraars Nederland - de GGZ 2025, 2020) GGZ regiobeeld regio Oost Veluwe/ Midden IJssel (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020) Regionale woonopgave Beschermd Wonen (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020) De GGZ in 2025 ‘De ggz in ons land staat onder grote druk. De vraag naar ggz is groot, wordt soms complexer en groeit sneller dan de sector aan kan. Het aanbod is enerzijds versnipperd, anderzijds te veel regionaal verankerd. Ook zijn de kwaliteit en effectiviteit van behandelingen moeilijk vast te stellen. Evenals andere sectoren kampt ook de ggz met forse personele problemen: krapte op de arbeidsmarkt, een hoog verloop en een hoog verzuim. En hoewel de uitgaven aan ggz in ons land blijven stijgen, kampen
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 39
veel grote ggz-instellingen met flinke financiële problemen. De al jaren bestaande wachtlijsten in de ggz lijken onoplosbaar. En vooral mensen met een complexe zorgvraag krijgen niet tijdig de zorg die ze nodig hebben. (Zorgverzekeraars Nederland - de GGZ 2025, 2020) Doorontwikkeling GGZ Zorgverzekeraars, verenigt in Zorgverzekeraars Nederland (ZN) kwamen in het najaar van 2019 tot de conclusie dat het van belang is om een gezamenlijke stip op de horizon te zetten voor de (door)ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Het uitgangspunt van de doorontwikkeling is dat de samenleving als geheel moet investeren in het vergroten van het oplossend- en weerbaarheidsvermogen van de samenleving. Sleutel voor succes is het verleggen van het paradigma: van behandelen en genezen naar werken aan maatschappelijk herstel voor mensen met psychische kwetsbaarheden. Zorgverzekeraars sluiten hiermee aan bij een groeiende trend in de ggz-sector, namelijk de overtuiging van zowel patiënten als behandelaren dat een grote groep mensen met psychische kwetsbaarheid gebaat is bij een bredere focus op herstel. De visie op GGZ benoemt in negen diverse resultaatgebieden 20 concrete resultaten. Deze zijn onderverdeeld in sub-resultaten. Voor deze rapportage benoemen wij de relevante resultaatgebieden en (sub)resultaten voor het GGZ landschap (voor zowel de Wmo- als de Wlz-zorg).
Zorgaanbod ZN constateert een trend in onderbehandeling van zware klachten en overbehandeling van lichte klachten. Meer duidelijkheid in wie wat doet, maakt dat patiënten juist worden doorverwezen. Naar hun huisarts of andere behandelaar of passende zelfhulp. Maar ook moet een goede bepaling van urgentie (triage) hieraan bijdragen. Alleen wanneer het echt noodzakelijk is, worden patiënten doorverwezen naar een specialistische behandelaar. Minder medicaliseren en minder escaleren is het credo. Digitaal, of ‘blended’ behandelen (een combinatie van online en face tot face contact) is in de ogen van zorgverzekeraars dé manier om patiënten efficiënt en flexibel te bereiken en verstandig om te gaan met schaarse capaciteit. Samenwerking Zorgverzekeraars willen sturen op een betere samenwerking tussen en afstemming met de huisartsenzorg en het gemeentelijk sociaal domein. Zeker bij complexe patiënten is een goede overdracht naar de huisarts en afstemming met het sociaal domein noodzakelijk. In het geval van een crisis moeten mensen weer snel in de GGZ terecht kunnen. Daarnaast draagt betere samenwerking eraan bij dat psychische problemen in samenhang wordt aangepakt. Preventie van psychische ongezondheid zou een prominente plek moeten krijgen.
Zorgvraag Zorgverzekeraars willen dat sociale of lichte psychische problemen zo min mogelijk worden gemedicaliseerd en zoveel mogelijk worden opgelost in de directe omgeving van mensen. Uitgangspunt hierbij is dat huisartsen en gemeenten deze zorg afvangen zodat de ggz veelal niet nodig is. Daarbij willen zij de curatieve ggz - curatief is op herstel gerichte zorg - op een stevige basis van Wmo-bekostigde ggz voor mensen met lichte problemen staat. Voor mensen met complexe psychische en sociale problemen is er toegang tot passende zorg. Kwaliteit Zorgverzekeraars willen een omslag in het denken over kwaliteit, van denken in ‘producten’ naar denken in ‘praktijken’. Bewezen praktijken nemen het over van DSM-diagnoses en diagnose behandel combinatie (DBC) Uitgangspunt voor goede zorg is de behoefte van de persoon. Tevens moet uitkomstinformatie gaan leiden tot verbeterde zorg. Bestuur Er is nog te weinig gedegen samenwerking op bestuurlijk niveau door een gebrek aan constructieve afstemming. Er wordt dan ook ingezet op verbetering van de samenwerking met aanbieders. Personeel Ook de ggz kampt met flinke personeelsproblemen. Door hoog verloop, hoog verzuim en groeiend gebrek aan
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 40
gekwalificeerd personeel. Ingezet wordt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van het werk en de sector en op het moderniseren van de opleidingen. Ook worden er kansen gezien om meer te doen met minder mensen, door inzet van digitale technologie. Maatschappij Zorgverzekeraars pleiten voor een andere benadering van psychische problemen. Het is geen individueel probleem: zelf veroorzaakt, zelf oplossen. Er kunnen ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen (socialeen/ of economische factoren). Er moet niet alleen aandacht worden gegeven aan individuele mentale gezondheid, maar ook aan de mentale weerbaarheid van de samenleving als geheel. Hier wordt gezamenlijke inzet op gepleegd vanuit andere domeinen. Bekostiging De bekostiging van de ggz is ingewikkeld en biedt weinig ruimte voor samenwerking. Een nieuw bekostigingssysteem moet hier verandering in aanbrengen. Zorgverzekeraars willen hiervoor zorgen door minder te contracteren op basis van producten (dbc’s) en meer op bewezen praktijken. Daarbij wordt afstemming en samenwerking (ook over de domeinen heen) betaald. Omdat hier ook een rol is weggelegd voor het sociaal domein pleiten zorgverzekeraars daarom voor grotere budgetten in de Wmo bij psychische klachten.
Regelgeving Om afbakening en reikwijdte van de Zvw en de Wmo duidelijker af te bakenen pleiten de zorgverzekeraars ervoor om de acceptatie- en zorgplicht van de gemeente wettelijk te regelen. Hierdoor moet duidelijker dan nu worden dat Zvw gaat over behandeling (van psychische klachten) en de Wmo over begeleiding (in het dagelijks leven), waarbij de Wmo een onderliggende voorziening is op de Zvw. Het zorgaanbod in de GGZ in 2025 Zorgverzekeraars streven naar een toegankelijke, doelmatige en gezamenlijke geestelijke gezondheidszorg. Volgens de zorgverzekeraars zou de ggz in 2025 moeten staan op een gedegen onderliggende basis, waarbij de overheid vanuit de publieke gezondheid de voorwaarden schept voor een goede (mentale) gezondheid. Mensen met sociale of lichte psychische problemen vinden ondersteuning bij elkaar. Bron: (Zorgverzekeraars Nederland - de GGZ 2025, 2020)
Wie het niet zelf redt krijgt hulp van de gemeente (via de Wmo) en/of huisarts of de ggz (uit de Zvw). Als het echt nodig is kunnen mensen na verwijzing door huisarts of gemeente terecht in de op herstel gerichte ggz (Jeugdwet/ Zvw/ Wlz). Voor mensen die zich van de rechter moeten laten behandelen is er de forensische ggz. Forensische ggz behandelt mensen die in aanraking zijn geweest met justitie of dat dreigen te komen. Huidige situatie in GGZ-zorg De GGZ regioanalyse van Expertbureau JBlorenz en Zilveren Kruis geeft een scherp beeld van de opgaven op het gebied van GGZ zorg in de regio en de gemeente Brummen (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020). Naast het zorggebruik maakt het ook gebruik van de kenmerken van de regio. In het regiobeeld wordt dus het zorggebruik geduid in de context van de populatiekenmerken, risicofactoren en beschermende factoren op gemeente- en regioniveau. Daarmee wordt de focus van alleen zorgvraag verbreed naar alle relevante leefdomeinen als wonen, werken, inkomen, meedoen en samenleven. In deze rapportage zoomen we zo veel mogelijk in op de informatie die relevant is voor de gemeente Brummen en onderscheiden we een aantal thema’s: GGZ in de wijk, crisis en EPA, GGZ en wonen, thema 18-/ 18+ en beschermd wonen.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 41
Zorgindex JbLorenz geeft de zwaarte van de zorg aan door middel van de Zorg-Index. De Zorg-index is een index cijfer dat berekend is op basis van de gemaakte kosten per declaratiebron en de zorgzorgintensiteit aangeeft. De Zorgindex is berekend op basis van de volgende bronnen: Gemeente: Jeugdwet en Wmo; Zorgverzekeraar (Zilveren Kruis): Zvw (zorgverzekeringswet) Zorgkantoor (Zilveren Kruis): Wlz (wet langdurige zorg) Een verhoogde zorgintensiteit betekent meer, zwaardere en/of duurdere zorg
Bron: (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020) e
Van alle 8 gemeenten in de regio staat Brummen op de 3 plaats, waarschijnlijk veroorzaakt door de aanwezigheid van veel (GGZ/ V&V en VG) zorgvoorzieningen. Opvallend is het feit dat bij uitsplitsing van de zorgindex per financier de gemeente Brummen vooral gemeentelijk heel hoog scoort. Risicofactoren kwetsbare mensen In het GGZ regiobeeld zijn risicofactoren onderzocht die een indicatie geven over het zorggebruik in de gemeenten. Uit een analyse van de sociaal economische kenmerken blijkt dat in de gemeente Brummen relatief veel kwetsbare inwoners wonen. Dit is terug te zien aan het relatief grote aantal inwoners dat: Leeft in kans armoede (105 per 1.000 inw.); Een langdurige afstand tot de arbeidsmarkt heeft (107 per 1.000 inw.); Gebruik maakt van 3 of meer voorzieningen* (55 per 1.000 inw.); Gebruikt maakt van één of twee voorzieningen* (83 per 1.000 inw.); Een lichter vorm van psychische kwetsbaarheid of Common Mental Disorder (CMD) heeft; Of een Ernstig Psychiatrische Aandoening (EPA) heeft. *uit de Wmo, jeugdwet en Participatiewet
Thema GGZ in de wijk Op de zorgindex ‘GGZ in de wijk’ scoort de gemeente Brummen hoog. Uitsplitsing per financier laat ook hier zien dat de gemeentelijke financiering groot is (ruim 40% = 167 inwoners). Wmo begeleiding individueel is veruit de meest ingezette (duurste) ondersteuning en oorzaak van de hoge zorgindex. De overige 60% van de zorgindex wordt vooral veroorzaakt door de inzet van specialistische GGZ ambulant (vergoed uit de Wlz), onderverdeeld in 131 personen CMD, 29 EPA, verslaving 7 en crisis 5 (totaal 161 personen). Het totaal aantal inwoners dat binnen GGZ in de wijk gebruik maakt van één of twee maatwerkvoorzieningen (195 per 1.000 inw.) of van 3 of meer maatwerkvoorzieningen (55 per 1.000 inw.) is op beide onderdelen ook relatief hoog. Ten aanzien van aanbod en gebruik van POH GGZ is Brummen uitschieter. Er is veel aanbod (702 per 1.000 inw.), maar er wordt slechts nauwelijks gebruik gemaakt van POH consulten (25 per 1.000 inw.).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 42
Thema crisis en EPA De Zorgindex voor het thema Crisis en Epa ligt in de gemeente Brummen rond het gemiddelde van het regionale beeld. Van het totaal aantal cliënten in de gemeente Brummen met ambulante GGZ (199) en klinische GGZ (20) is het grootste deel daarvan common mental disorder (CMD). CMD ambulant 159 en CMD klinisch 10. Cliënten met ondersteuning bij EPA zijn de tweede grote post.
Bron: (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020)
Thema GGZ en wonen De zorgindex thema ‘GGZ en wonen’ is voor de gemeente Brummen hoog en dit wordt specifiek veroorzaakt door de hoge gemeentelijke financiering op beschermd wonen. Na Apeldoorn (centrumgemeente) heeft Brummen de hoogste zorgindex op dit deel.
Bron: (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020)
Thema 18-/18+ Binnen de zorgindex thema ‘18-/ 18+’ gaat het om de overgang van jeugd naar volwassenen. De zorgindex is in de gemeente Brummen gemiddeld, maar opvallend is wel dat het deel van de gemeentelijke financiering erg hoog is. Ruim 75% groter dan het aandeel Zilveren Kruis (Wlz). Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat het grootste deel van de jeugdhulp cliënten in de gemeente Brummen wordt doorverwezen door de huisartsen (45% en het hoogste cijfer in de regio).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 43
Bron: (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020)
Kosten GGZ Op de kaart van de gemeente Brummen is te zien wat de kosten per wijk van de gemeente Brummen zijn.
Bron: (JbLorenz - GGZ regiobeeld, 2020)
Thema Beschermd wonen Companen heeft onderzoek gedaan naar de huidige samenstelling van de cliëntpopulatie BW in de regio Oost Veluwe en heeft de woonbehoefte van cliënten in beeld gebracht (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020). Voor de regio als geheel, maar ook voor alle afzonderlijke gemeenten. Huidige situatie in Beschermd wonen In de regio Oost Veluwe hadden op 1 juli 2020 810 mensen een indicatie van Beschermd Wonen (zowel PGB als ZIN). Dit aantal bedden in de regio ligt flink hoger dan het landelijk gemiddelde. Landelijke cijfers wijzen uit dat er in de regio Oost-Veluwe gemeente Apeldoorn ca. 3,4 mensen per 1.000 inwoners een beroep doen op BW in een halfjaar. OostVeluwe scoort hiermee flink bovengemiddeld ten opzichte van het landelijke beeld (2,1 per 1.000 inwoners). De meeste indicaties BW worden uitgegeven in Apeldoorn (70%), maar Brummen (10%) neemt ook een aanzienlijk deel voor haar rekening.
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 44
Uitstroom naar Wlz en zelfstandige woonruimte Cliënten met een indicatie kunnen onder vier woonzorgproducten vallen. Van zwaar naar licht: 1. Duurzaam: voor cliënten met een stabiele zorgvraag en weinig perspectief op uitstroom naar zelfstandige woonruimte; 2. Intensief: voor cliënten met een instabiele zorgvraag waarbij naar herstel wordt toegewerkt. 3. Perspectief: voor cliënten met een stabiele zorgvraag die toewerken richting (meer) zelfstandigheid en uitstroom 4. Individueel perspectief: is voor cliënten die al vergevorderd zijn in hun zelfstandigheid.
naar
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
De samenstelling van de cliënten in de verschillende categorieën bestaat voornamelijk uit jongeren tussen 1827 jr. Een op de vier indicaties valt in deze leeftijdscategorie. Verder valt op dat cliënten in de categorie ‘duurzaam’ veelal ouderen BW-cliënten zijn (35-64 en 65+ jr.).
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Uitstroom In lijn met de openstelling van de Wlz voor GGZ en de inzet op extramuralisering en ambulantisering is het aannemelijk dat de groep cliënten met het product ‘duurzaam’ en een deel van de cliënten met product ‘intensief’ over zullen gaan naar de Wlz. Van de cliënten met de producten ‘individueel perspectief’ is de verwachting dat zij op kort(er)e termijn uit kunnen stromen naar zelfstandige woonruimte (hiervoor zal ambulante ondersteuning in de wijk moeten worden georganiseerd onder de noemer ‘GGZ in de wijk’). De groep cliënten met ‘perspectief’ zullen naar verwachting voorlopig nog gebruik blijven maken van BW. Voor de gemeente Brummen is de verdeling naar woonzorgproduct en verwachte uitstroom te berekenen op basis van onderstaand overzicht. Bron: gemeente Apeldoorn
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 45
Instroom Uitsplitsing naar woonzorgproduct en leeftijd op de nieuw afgegeven beschikkingen in 2019 laat zien dat instromende cliënten vooral jongeren zijn (18-27 jr.) en dat zij voornamelijk instromen in de categorie ‘intensief’.
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Toekomstige situatie in Beschermd Wonen Voor de toekomstige berekening voor Beschermd wonen wordt uitgegaan van een beweging naar een landelijk gemiddelde behoefte, een prevalentie (aantal gevallen per 1.000 inwoners) van 2,1 BW-cliënten per 1.000 inwoners. We gaan er daarbij vanuit dat (op termijn) de regio niet langer zal voorzien in een bovenregionale vraag voor beschermd wonen, maar alleen zal voorzien in de behoefte van cliënten uit de eigen regio. Dat wil niet per definitie zeggen dat er geen cliënten van buiten de regio zullen worden opgevangen, maar dit zal alleen gebeuren bij beschikbaarheid van voldoende bedden en als de andere gemeenten hiervoor de financiering dragen. Voor Nederland wordt verwacht dat 35% van de cliënten naar de Wlz worden overgeheveld. Daarmee zou het prevalentiecijfer voor Nederland uitkomen op 1,3 per 1.000 inwoners. Omdat de overheveling van cliënten naar de Wlz in onze regio hoger is dan landelijk - de verwachting is tussen de 41% en 50% - , maar ook de huidige prevalentie hoger is, komt het prevalentiecijfer in de regio Oost Veluwe op 1 januari 2021 uit op 1,8 per 1.000 inwoners (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020). De vraagontwikkeling voor de regio ziet er als volgt uit:
Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)
Het is belangrijk om te vermelden dat het aantal bedden in de gemeente naar verwachting niet zal verminderen, omdat met de overheveling van de Wmo cliënten naar de Wlz niet de bedden, maar de financiering wijzigt. Veel van de cliënten zullen blijven wonen waar zij wonen, omdat de aanbieder waar zij wonen, zorg vanuit de Wmo als uit de Wlz kan leveren. 5.4.3. Gehandicaptenzorg: LG/ VG/ LVB In vergelijking met de andere sectoren V&V en GGZ kent de langdurige zorg voor mensen met een beperking cliënten met sterk variërende beperkingen. De zorg voor mensen met een beperking bestaat uit meerdere onderdelen. Verstandelijke (VG), Lichamelijke (LG) en Zintuigelijke (ZG) beperking. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) geeft in een factsheet over feiten en cijfers weer in de gehandicaptenzorg op basis van gegevens uit 2019 (Factsheet GZ VGN).
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 46
Verstandelijke beperking - VG 142.000 mensen hebben een verstandelijke beperking (IQ tot 70). Bijna al deze mensen krijgen enige vorm van langdurige hulp: thuis, op school, dagbesteding of intramurale zorg Van hen hebben 74.000 mensen een lichtverstandelijke beperking – LVB – (IQ tussen 70 en 50); 68.000 mensen hebben een ernstig verstandelijke beperking (IQ onder de 50). Daarnaast zijn er ongeveer 2,2 miljoen mensen zwakbegaafd (IQ tussen de 70 en 85), waaronder 1,4 miljoen mensen met een ondersteuningsvraag leven. Lichamelijke beperking – LG In Nederland zijn ongeveer 1,4 miljoen mensen met een motorische beperking. Iemand met een motorische beperking heeft problemen met bewegen. Dit komt door problemen met spieren, gewrichten en/of skelet. Zintuigelijke beperking – ZG (auditief en visueel) Mensen met een zintuiglijke beperking zijn slechthorend tot doof (een auditieve beperking) en/of slechtziend tot blind (een visuele beperking). In Nederland leven naar schatting 11.400 doven en slechthorenden. Meer dan 250.000 Nederlanders hebben een visuele beperking in beide ogen. Specifieke doelgroepen Ernstig meervoudige beperking – EMB Mensen met EMB hebben te maken met een complexe combinatie van verstandelijke, zintuiglijke en lichamelijke beperkingen. Er zijn ongeveer 10.000 Nederlanders die een EMB hebben. Ongeveer 9.000 mensen ontvangen zorg met verblijf.
Niet aangeboren hersenletsel – NAH Deze groep is ook behoorlijk groot. Jaarlijks lopen 140.000 mensen hersenletsel op. Hiervan houden 40.000 mensen forse blijvende beperkingen over. Bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval, vergiftiging of hersenziekte. 650.000 Nederlanders ervaren beperkingen als gevolg van NAH. Van deze groep ontvangen jaarlijks ongeveer 100.000 mensen zorg van een instelling voor gehandicaptenzorg. Voor dit rapport richten we ons op VG en de beweging die we ook bij V&V en GGZ BW monitoren. Namelijk enerzijds de beweging van de wonen met zorg in een instelling en anderzijds de toename van het lang zelfstandig thuis wonen. Monitor gehandicaptenzorg 2020 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in het kader van het programmaplan ‘Volwaardig Leven’ (ministerie van VWS) de monitor ‘zicht op gehandicaptenzorg’ ontwikkeld (Nederlandse zorgautoriteit - monitor GZ 2020). Dit is op basis van de gegevens uit 2018 en een analyse van het zorggebruik over de jaren 2015-2018. In de monitor is vooral gekeken naar de cliënten binnen de langdurige zorg (Wlz). Stabiel beeld, langzame veranderingen in zorggebruik Over het algemeen is het aantal verblijfsdagen van de grootste groepen cliënten bij een zorgaanbieder met een zorgzwaartepakket (zzp) gestabiliseerd.
Maar tegelijkertijd worden er ook een aantal veranderingen in het zorggebruik gesignaleerd: 5 Duidelijke toename van meerzorg ; Afname van de lagere en toename van de hogere zorgzwaartepakketten; Zorggebruik van PGB neemt toe; Toename van thuiswonende cliënten met VPT; Meer regie vanuit de cliënt. Ook zijn er veranderingen in het profiel van de zorggebruikers. Minder jongere cliënten maken gebruik van zorg in natura (ZIN) en in het bijzonder de thuiswonende (MPT) cliënten. Deze veranderingen zijn niet heel groot, maar lijken erop te wijzen dat de cliëntgroep met zorg in natura aan het veranderen is. Het wordt meer een plek voor de oudere cliëntgroep met een zwaardere gedragsproblematiek.
5
https://www.zilverenkruis.nl/zorgkantoor/zorgaanbieders/uw-zorgverlening/meerzorg-aanvragen
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 47
Zorgen over meerzorg Met meerzorg leveren aanbieders extra zorg leveren aan cliënten voor wie het integrale zorgpakket niet genoeg is. In de afgelopen jaren doet men steeds meer beroep op meerzorg. Dat is vooral bij cliënten met een zwaardere gedragsproblematiek (vg7). Zorggebruik van PGB neemt toe De afgelopen jaren zijn persoonsgebonden budgetten (PGB’s) in populariteit erg toegenomen, vooral onder jongeren. Uit ander onderzoek blijkt dat men deze keuze vaak maakt omdat men dan zelf een zorgverlener kan kiezen. En vanwege de behoefte aan structuur van een vaste verzorger. Daarnaast ziet de NZa dat jongere verblijfscliënten minder vaak kiezen voor zorg in natura en vaker voor een PGB. Het lijkt erop dat kinderen en jongeren langer (zelfstandig) thuis of in een alternatieve woonvorm wonen. Toename van thuiswonende cliënten met VPT Van 2015 tot en met 2018 is het aantal cliënten met een VPT gegroeid. Deze toename komt terug in bijna alle deelsectoren binnen de gehandicaptenzorg, maar vooral bij cliënten met een verstandelijke handicap. De groei is te zien bij alle zorgprofielen, met uitzondering van de lagere zorgprofielen vanwege de afbouw. Men maakt vooral gebruik van VPT-prestaties met dagbesteding. Ondanks de toename blijft dit een relatief kleine cliëntgroep. Maar het aandeel van de cliënten die wonen bij een zorgaanbieder loopt hierdoor wel terug.
Door de groei in VPT en PGB in de afgelopen jaren dragen steeds meer cliënten zelf hun eigen woonlasten. Meer regie vanuit de cliënt Een van de grondbeginselen van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met beperking is zelf te kunnen kiezen waar en met wie je woont. De toename in VPT en PGB de afgelopen jaren laat dit ook steeds meer zien: meer regie vanuit de cliënt. Conclusie De NZa concludeert dat het belangrijk is dat de gehandicaptenzorg zich (meer) voorbereidt op deze veranderingen. Bijvoorbeeld door na te denken over de financiering van sectoroverstijgende initiatieven, zoals hybride woonvormen voor oudere cliënten met een beperking. En door te onderzoeken hoe de keuzevrijheid binnen ZIN verder kan worden gefaciliteerd met pakketten zoals volledig pakket thuis (VPT) of modulair pakket thuis (MPT). Vraagontwikkeling gehandicaptenzorg Voor de vraagontwikkeling van de gehandicaptenzorg maakt dit rapport gebruik van de ‘regioanalyse Apeldoorn/Zutphen Gehandicaptenzorg’ van het Zorgkantoor van Zilveren Kruis (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020). Het Zilveren Kruis maakt regioanalyses voor 11 regio’s waar zij verantwoordelijk voor is. In die 11 regio’s vertegenwoordigen zij daarmee 318.342 inwoners (1,8% van NL). Het aandeel Zilveren Kruis verzekerden binnen de regio Apeldoorn/Zutphen is 40%.
Huidige situatie in gehandicaptenzorg In de regioanalyse valt op dat het aandeel klanten die GZ gebruiken in Apeldoorn/Zutphen in drie jaar tijd meer is gestegen dan in alle regio’s van Zilveren Kruis. In de gemeente Brummen is het aandeel klanten 1,09% hoger vergeleken met het gemiddelde van de Zilveren Kruis regio’s.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 48
Opvallend is ook dat de klanten in de regio Apeldoorn/Zutphen ouder zijn dan de klanten in alle Zilveren Kruis regio’s, specifiek in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder (19% versus 13% landelijk). Trends in VG indicaties Naast een toename van het totaal aantal uitgegeven VG-indicaties is verhoudingsgewijs het aantal zorgzwaartepakketten (ZZP) 4VG toegenomen en ZZP 3VG afgenomen. Specifiek is het aantal indicaties &VG significant hoger dan bij Zilveren Kruis totaal (26% in de regio versus 14% totaal Zilveren Kruis).
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Trends in LVG indicaties Binnen LVG indicaties is een toename zichtbaar bij 5LVG en een afname bij 3LVG. Het percentage indicaties van beiden is ook aanzienlijk hoger dan bij het totaal percentage van Zilveren Kruis.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Het absolute aantal indicaties is bij LVG licht gedaald.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 49
Trends in LG indicaties Het totaal aantal LG indicaties is toegenomen. Hetzelfde geldt voor het aantal indicaties 3-4LG. Maar er is een daling van het percentage indicaties 6LG.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
In de hele regio is slechts één aanbieder van zintuigelijke zorg (ZG-zorg). Daarbinnen is een sterke stijging zichtbaar van het aantal indicaties zintuiglijk gehandicapt en auditief en communicatief (ZGaud) en een afname van het aantal indicaties zintuiglijk gehandicapt, visueel (ZGvis). Toekomstige situatie in gehandicaptenzorg Net als bij Verpleging en verzorging hanteert Zilveren Kruis scenario’s om de zorgvraag in de toekomst te voorspellen. Ook hier is, op basis van de historische ontwikkelingen, scenario 3 aannemelijk. Waarbij de groei van de afgelopen vijf jaar ook de komende jaren op dezelfde wijze zal doorzetten. Uitgangspunt is het doorzetten van de groei van zorg in de eigen woonomgeving. Voor de regio betekent dit een groei van 189 klanten met ambulante zorg.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Als de groei van klanten kan worden opgevangen in de eigen omgeving dan zijn er over vijf jaar 25 minder intramurale plekken nodig.
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 50
Weinig zorg in eigenwoonomgeving Alle gemeenten in de regio hebben een lager percentage zorg in eigen omgeving dan gemiddeld bij Zilveren Kruis. De gemeente Brummen zelfs nog minder dan het gemiddelde in de regio.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020), bewerking gemeente Brummen
Beschikbare middelen Met gelijkblijvend budget per klant en de voorspelde ontwikkeling van de zorgvraag staat ook de financiering van de gehandicaptenzorg in 2040 onder druk.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
Het gebruik van meerzorg is met 100% gestegen in de afgelopen vier jaar.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 51
Ook gaat de beschikbaarheid van het aantal werknemers in de GZ knellen met de stijging van de zorgvraag.
Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)
5.5. Ontwikkeling woonvraag kwetsbare doelgroepen In de publicatie ‘krasse knarren kunnen kraken’ heeft het planbureau voor de leefomgeving (PBL) onderzoek gedaan naar de samenhang tussen de beleidsdoelen van langer zelfstandig wonen en de ambities rond de verduurzaming van de woningvoorraad. En de gevolgen daarvan op de bestedingsruimte van ouderen. Bron: (Planbureau voor de Leefomgeving - Krasse knarren kunnen kraken, 08.2018) En hoewel toegespitst op ouderen is het ook toe te passen op de brede doelgroepen binnen dit onderzoek (V&V/ GGZ/ gehandicaptenzorg). Want langer thuis wonen en eerder thuis herstellen, is voor alle doelgroepen een overstijgend thema. Beperken verzorging in institutionele setting De hervorming van de langdurige zorg (Wlz) in 2015 en de decentralisatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zetten een langlopende trend voort die de verzorging van ouderen in een institutionele setting beperkt. Deze hervorming probeert de stijgende kosten van de zorg te beperken. Bovendien komt het tegemoet aan de wens van ouderen om langer zelfstandig te blijven wonen. Maar langer zelfstandig wonen is niet vanzelfsprekend. Ouderdom komt immers met gebreken. Afstanden die vroeger een fluitje van een cent waren, worden langzaam maar zeker onoverbrugbaar. Trappen en drempels kunnen serieuze obstakels vormen.
Antwoorden op of oplossingen voor dit soort uitdagingen zijn soms eenvoudig te vinden, maar soms ook niet. Woningaanpassingen In en rond de woning, het meest directe thuis, valt vaak van alles te organiseren om de woning geschikt te maken voor de uitdagingen rondom het ouder. Denk aan drempels verwijderen, trapliften installeren en badkamers veiliger maken. Voor veel van dit soort oplossingen maken marktpartijen al volop reclame: er is niet alleen vraag, maar ook aanbod. Hierdoor kunnen we concluderen dat heel veel ouderen prima in hun eigen woning kunnen blijven wonen: zeer veel woningen zijn geschikt voor ouderen, of geschikt te maken. Dit is in veel gevallen mogelijk voor maximaal € 10.000,Aanwezigheid van voorzieningen Ouderen willen vaak niet alleen vanwege hun woning thuis blijven wonen. Vaak heeft dat ook te maken met de fijne buurt waar ze al (tientallen) jaren wonen. En hoewel een woning relatief gemakkelijk aangepast kan worden aan de uitdagingen waar ouderen mee te maken krijgen, geldt dat in veel mindere mate voor de woonomgeving. De supermarkt ligt nu eenmaal waar die ligt. En ook andere cruciale voorzieningen, zoals de arts of de apotheek, zijn (of blijven) niet vanzelfsprekend bereikbaar voor ouderen. Wanneer kwetsbaarheid toeneemt en de voorzieningen lastiger bereikbaar worden, heeft dit effect op de geschiktheid van de woonomgeving.