CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(066) Was-wordt tabel financiële verordening artikel 212 Gemeentewet

Besluitvormende raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Rechtmatigheidsverantwoording college:Vaststelling verordeningen artikel 212, 213 en 213a Gemeentewet4.286 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel Financiële verordening (artikel 212) Gw Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020

Artikel 1 Definities Artikel 2 Vaststelling programmaindeling en paragrafen

1. 2.

3.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

1.

2.

3.

4.

Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming

1.

2.

De raad stelt met de begroting de programma-indeling vast. De raad stelt de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, van het BBV. De raad kan extra paragrafen naast de verplichte paragrafen uit het BBV in de begroting en jaarstukken vaststellen.

Bij de begroting en jaarstukken wordt onder elk programma het overzicht van lasten en baten en mutaties in de reserves weergegeven. In de financiële begroting en jaarrekening wordt een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en overhead opgenomen. Onder elk programma worden incidentele lasten en baten afzonderlijk gespecificeerd vanaf een bedrag van € 25.000. In de begroting staan de nieuwe investeringen, voor de jaren voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting, opgenomen. Per investering staat het benodigde investeringskrediet, de afschrijvingstermijn en de kapitaallasten vermeld. In de jaarstukken staan van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten. Jaarlijks ontvangt de raad een perspectiefnota met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. In de begroting worden de financiele uitgangspunten voor indexering van personele uitgaven, te

1 Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 De lijst met definities is uitgebreid met nieuwe begrippen. 1. De raad kan indien gewenst bij aanvang van de raadsperiode de programma-indeling aanpassen. 2. De raad stelt bij de perspectiefnota op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. een nadere onderverdeling van de programma’s en b. de beleidsindicatoren per programma. 3. De raad stelt bij de perspectiefnota vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 1. In de begroting wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie het investeringsplan voor de komende vier jaar opgenomen. 2. In de jaarstukken wordt van de lopende investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd en toegelicht.

1.

2.

Jaarlijks ontvangt de raad vóór 1 juni een perspectiefnota met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. In de perspectiefnota worden de financiële uitgangspunten voor indexering van inkomsten en uitga-

Onderdeel

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 verstrekken subsidies, uitbestedingsbudgetten en belastinginkomsten bepaald. Daarnaast wordt in de uitgangspunten voor de begroting de hoogte van de post onvoorzien bepaald. 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting: 1. de lasten en de baten per programma. 2. de voorgestelde nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen in het begrotingsjaar met uitzondering van die investeringen waarvan de raad aangeeft dat hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie wil ontvangen. 2. Bij de behandeling van een bestuursrapportage in de raad kan het college voorstellen doen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten. 3. Het college is gemachtigd om tot een bedrag van telkens € 25.000 uitgaven te doen, die gedekt worden uit een bestemmingsreserve. De uitgaven moeten passen in het kader van de doelstelling van deze reserve. Het college legt over deze uitgaven achteraf in een bestuursrapportage of jaarstukken verantwoording af. 4. Structurele budgetten die via de begroting beschikbaar gesteld worden, mogen alleen in het desbetreffende jaar worden besteed, tenzij het college anders voorstelt. 5.

Incidentele budgetten die in een bepaald jaar niet besteed worden, vallen in beginsel vrij ten gunste van de algemene middelen tenzij het college voorstelt om het budget beschikbaar te houden. Het incidentele budget valt bij niet of onvolledige besteding in elk geval na 2 jaar vrij ten gunste van de algemene middelen voor zover er geen aantoonbare verplichtingen tegenover staan. Bij vaststelling van de jaarstukken wordt het budget formeel overgeheveld naar het volgende jaar door een begrotingswijziging van de resultaatbestemming. 6. Voorstellen tot het doorschuiven 2

Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 ven en de post onvoorzien bepaald.

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd met het vaststellen van het investeringsplan. 3. Voor een investering die niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 4. In het voorstel genoemd in lid 3 worden de financiële consequenties van het voorstel voor de relevante financiële kengetallen zoals de structurele exploitatieruimte, weerstandsratio, netto-schuldquote en solvabiliteitsratio in beeld gebracht.

Onderdeel

Artikel 6. Bestuursrapportages

Artikel 7. Jaarstukken

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 van investeringen (na een periode van 3 jaar), worden gedaan vóór 31 maart van het daaropvolgende begrotingsjaar. 1. De raad wordt twee keer per jaar geïnformeerd via een bestuursrapportage over de realisatie van de uitvoering van de begroting van het lopende jaar. 2. De inrichting van de bestuursrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3. De bestuursrapportages gaan in op de beleidsmatige en financiële afwijkingen van de lasten en baten, mutaties in de reserves en de investeringskredieten. 4. In de bestuursrapportages worden afwijkingen groter dan € 25.000 op de ramingen van de lasten en baten van de begroting en investeringskredieten toegelicht.

1. In de jaarstukken wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven. 2. In de jaarstukken worden de verschillen vanaf € 25.000 tussen de begroting en realisatie toegelicht. 3. De jaarlijkse herziening van de grondexploitaties (MPG) verwerken we in de jaarrekening.

3 Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023

1. Het college informeert de raad via twee bestuursrapportages over de realisatie van de begroting. De eerste bestuursrapportage wordt samen met de perspectiefnota en de tweede bestuursrapportage samen met de begroting aangeboden aan de raad. 2. Bij de behandeling van de bestuursrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 3. De bestuursrapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar programmaonderdelen; b. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; c. het resultaat, volgend uit de onderdelen a en b; d. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten en; e. overige significante ontwikkelingen. 4. In de bestuursrapportages worden afwijkingen op de ramingen van de baten en lasten en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programmaonderdeel en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht. 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2.

Voorstellen voor het overhevelen van investeringskredieten die langer dan 3 jaar doorlopen worden uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het boekjaar via een apart voorstel ter autorisatie voorgelegd aan de raad. 3. Uiterlijk 31 maart van het jaar vol-

Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020

Artikel 8. Informatieplicht

1. Als tussen de peildatum van de bestuursrapportage en de behandeling in de raad zich een financiele mee- of tegenvaller voordoet die groter is dan € 100.000, dan informeert het college de raad hierover voordat behandeling van de bestuursrapportage plaatsvindt. 2. Uiterlijk 31 maart van het jaar volgend op het begrotingsjaar informeert het college de raad over het verwachte rekeningresultaat.

Paragraaf 3 Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen

Was artikel 10: 1. De raad stelt de nota investeringsen afschrijvingsbeleid vast. 2. Regels met betrekking tot waardering en afschrijving van activa zijn vastgelegd in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid. Bij raadsbesluit kan worden afgeweken van de afschrijvingsmethode, afschrijvingsduur en hanteren van restwaarde die zijn opgenomen in deze nota.

Was artikel 11: 1. Op basis van een periodieke individuele beoordeling van de inbaarheid van de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. 2. Het college is bevoegd om vorderingen oninbaar te verklaren. 3. Via de bestuursrapportages en jaarstukken besluit de raad over de hoogte van de voorziening. 4

Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 gend op het boekjaar informeert het college de raad over het verwachte rekeningresultaat. 1. Het college informeert de raad als zij verwacht: 2. dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten met meer dan € 250.000 dreigen te overschrijden; 3. de investeringsuitgaven het geautoriseerde investeringskrediet met meer dan € 250.000 dreigen te overschrijden; 4. de baten van een programma de geautoriseerde baten met meer dan € 250.000 dreigen te onderschrijden. 5. De financiële verwerking vindt plaats in de bestuursrapportage (zie artikel 6) of in de Jaarstukken als de afwijkingen genoemd in lid 1 na vaststelling van de 2e bestuursrapportage zijn opgetreden. Artikel 10 t/m 13 zijn de nieuwe artikelen in verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. 1. De regels met betrekking tot waardering en afschrijving van vaste activa zijn vastgelegd in de nota investerings- en afschrijvingsbeleid. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. 2. Bij raadsbesluit kan worden afgeweken van regels rondom de afschrijvingsmethode, afschrijvingsduur en het hanteren van restwaarde in deze nota. 3.

Het college biedt de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als onderdeel van de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode. 1. Op basis van een periodieke individuele beoordeling van de inbaarheid van de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. 2. Het college is bevoegd om vorderingen oninbaar te verklaren.

Onderdeel

Artikel 16. Reserves en voorzieningen

Artikel 17. Kostprijsberekening

Artikel 18. Prijzen economische activiteiten

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 Was artikel 12: 1. De raad stelt de nota reserves en voorzieningen vast. 2. In de begroting en de jaarstukken staat het overzicht van de reserves en voorzieningen. Was artikel 13: 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de kosten worden eveneens betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. De overheadkosten worden aan de kostprijs toegerekend door middel van een opslagpercentage op de directe loonkosten. Het opslagpercentage wordt berekend door het totaal van de geraamde kosten op het overzicht overhead in de begroting te delen door 1% van het totaal van de directe loonkosten in de begroting. 4.

Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald door de totale rentekosten te delen door de boekwaarde van de totale activa aan het begin van het boekjaar. Was artikel 14 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in 5

Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 De regels met betrekking tot reserves en voorziening zijn opgenomen in de nota reserves en voorzieningen. Deze nota wordt door de raad vastgesteld.

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de overige relevante kosten betrokken. 3. De overheadkosten worden aan de kostprijs toegerekend door middel van een opslagpercentage op de directe loonkosten. Het opslagpercentage wordt berekend door het totaal van de geraamde kosten op het overzicht overhead in de begroting te delen door 1% van het totaal van de directe loonkosten in de begroting.

1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in

Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a.

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale 6

Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.

Onderdeel

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Artikel 20. Financieringsfunctie

Artikel 21. Lokale heffingen

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. Was artikel 15: 1. Jaarlijks stelt de raad de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen, rechten en leges vast. Was artikel 16: 1. De raad stelt het treasurystatuut vast. Dit statuut bevat uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten op het gebied van treasury. 2. Het beleid dat volgt uit het treasurystatuut wordt jaarlijks toegelicht in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken. Niet opgenomen

Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Was artikel 18: 1. De raad stelt de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing vast. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, de aanwezige financiële risico's en de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota wordt ook de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. 2. Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor zover aanleiding bestaat kan het college, gegeven de uitgangspunten van de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing, aan de Raad nadere voorstellen doen in de aanpassing van de weerstandscapaciteit.

Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen

Niet opgenomen

7 Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, grafrechten en leges. De regels met betrekking tot de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het treasurystatuut bevat uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten op het gebied van treasury. De raad stelt het treasurystatuut vast.

Bij begroting en jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV op. 1. De raad stelt de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing vast. In deze nota wordt ingegaan op de kaders en doelstellingen van het risicomanagement, de risicomanagementmethode en de bepaling van het weerstandsvermogen. In de nota wordt ook de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. 2. Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken een actueel beeld van de financiële risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor zover aanleiding bestaat kan het college, gegeven de uitgangspunten van de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing, aan de raad nadere voorstellen doen voor de aanpassing van de gewenste weerstandscapaciteit. 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een groenstructuurplan en een wegenplan

Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020

Artikel 24. Financiering

Niet opgenomen

Artikel 25. Bedrijfsvoering

Niet opgenomen

8 Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 aan. Deze geven het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen en de wegen. De raad stelt het onderhoudsplan vast. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast. Het beleid dat volgt uit het treasurystatuut wordt jaarlijks toegelicht in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken. Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; c.

een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; d. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; e. geconstateerde fraude door ei-

Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020

Artikel 26 Verbonden partijen

Niet opgenomen

Artikel 27. Grondbeleid

Was artikel 17: 1. De raad stelt de nota Grondbeleid vast. In de nota wordt aandacht besteed aan de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente. 2. De raad stelt jaarlijks een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) vast. De MPG biedt inzicht in de actuele stand van de grondexploitaties en welke invloed dit heeft op de financiële huishouding van de gemeente.

Artikel 29. Financiele organisatie

Was artikel 20: Het college draagt zorgt voor: 1. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de processen; 2. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; 3. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; 4. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; 5. de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; 6. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden en pro9

Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 gen medewerkers, als dit voorkomt. Bij begroting en jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV op. 1. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan. 2. De raad stelt jaarlijks een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) vast. De MPG biedt inzicht in de actuele stand van de grondexploitaties en de invloed hiervan op de financiële positie van de gemeente. De financiële effecten worden verwerkt in de jaarstukken. 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde. Het college draagt in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de processen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d.

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de processen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

Onderdeel

Oud: Financiële verordening per 1-1-2021 vastgesteld in december 2020 ducten; 7. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; 8. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en 9. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 30. Interne controle

Was artikel 21: 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

10 Z080738 / D405833

Nieuw: Financiële verordening per 1-1-2023 vast te stellen in juni 2023 g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan en i. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij uitvoering van werkzaamheden door derden worden met deze partij afspraken gemaakt over de uitvoering van de interne controle en de rapportage daarover. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12777277/3