CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(066) Brief cvdK aan min Faber nav Verdeelbesluit GLD 23 jan 25

Forum Samenleving 6 februari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Voortgang ontwikkeling asiellocatie (informerend)2.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissaris van de Koning

Datum

23 januari 2025 Zaaknummer

2024-007104 Onderwerp

Verdeelbesluit Gelderland 2024

De minister van Asiel en Migratie, M.H.M. Faber - van de Klashorst Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Inlichtingen bij

Eric Derksen 06-52 80 10 20 post@gelderland.nl Blad

1 van 4

Geachte minister Faber, Op 20 december jl. heeft u de colleges van B&W in Gelderland en mij het Verdeelbesluit Gelderland 2024 (nr. 6015728) gestuurd. Dit besluit is op 16 januari jl. aan provinciale regietafel Gelderland (PRT) besproken en door uw ministerie toegelicht. In deze brief informeer ik u over de opmerkingen en bezwaren die na bestudering en bespreking van uw verdeelbesluit aan de PRT en subregionale tafels naar voren zijn gebracht. Samengevat zien deze opmerkingen en bezwaren op de volgende vijf punten: 1.

2. 3. 4. 5.

De afwijkende optelling van aangedragen asielopvangplaatsen en nog aan te dragen opvangplaatsen (restopgave) in het verdeelbesluit ten opzichte van de aantallen die in mijn verslag en daarbij ingediende plannen zijn opgenomen. De toevoeging van opvangplaatsen voortkomend uit kansrijke initiatieven. De berekening en verdeling van de restopgave. De wettelijke termijn van beschikbaarstelling van opvangplaatsen. De invloed van gemaakte uitruilafspraken op de vastgestelde verdeling.

Door uw ministerie is in de PRT aangekondigd dat naar aanleiding van geconstateerde onregelmatigheden in uw besluit, vragen en onduidelijkheden die uw besluit oproepen als ook bezwaren die tegen dit besluit zijn ingediend, per provincie een hoorzitting wordt georganiseerd. Ik verzoek u mijn reactie bij deze hoorzitting dan wel heroverweging of aanpassing van uw besluit te betrekken. 1. Afwijkende optelling opvangplaatsen Op 31 oktober jl. heb ik op grond van artikel 4 lid 2 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) verslag aan u gedaan van het overleg over de verdeling van opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 van deze wet voor de daaropvolgende twee jaren. In mijn verslag heb ik aangegeven hoe de colleges van B&W, gedeputeerde staten en het COA samen tot invulling zijn gekomen van de opgave om in Gelderland vóór 1 juli 2025 het gevraagde aantal van 11.704 asielopvangplaatsen, waarvan 992 opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv), beschikbaar te stellen en hoe deze opvangplaatsen zijn verdeeld over de Gelderse gemeenten. Bij mijn verslag heb ik het Plan Asielopvang PRT Gelderland gevoegd als ook de zeven onderliggende subregionale plannen. Hieruit blijkt dat de gemeenten in Gelderland vóór 1 juli 2025 samen kunnen voorzien in 10.474 asielopvangplaatsen, waarvan 974 opvangplaatsen voor amv.

Ten opzichte van de opgave die in de Capaciteitsraming van 31 januari 2024 aan Gelderland is toebedeeld, resteert daarmee nog een restopgave van 1.248 asielopvangplaatsen, waarvan 18 opvangplaatsen voor amv.

Datum

23 januari 2025 Zaaknummer

2024-007104 Blad

2 van 4

In uw verdeelbesluit stelt u de verdeling van de beschikbaar te stellen asielopvangplaatsen over de gemeenten vast, waarbij het totaal aantal beschikbaar te stellen opvangplaatsen optelt tot een totaal van 11.772, waarvan 1.060 opvangplaatsen voor amv. Dit verschil laat zich verklaren door de 86 opvangplaatsen voor amv die u heeft toegevoegd, voortkomend uit door u als kansrijk beschouwde initiatieven. In de toelichting op uw besluit komt u vervolgens - in afwijking van mijn verslag en de daarbij gevoegde plannen én in afwijking van de door u vastgestelde verdeling - tot een totaal van 11.248 asielopvangplaatsen, waarvan 1.146 opvangplaatsen voor amv. Daarbij stelt u dat, om te komen tot een sluitende verdeling van de provinciale opvangopgave, nog een restopgave van 610 reguliere opvangplaatsen moet worden ingevuld. Deze optelling is voor mij, ook na overleg met uw ministerie, onnavolgbaar, mijns inziens niet correct, en schetst een diffuus beeld naar gemeenten en inwoners in Gelderland van de daadwerkelijk te realiseren asielopvangopgave in onze provincie. 2. Kansrijke initiatieven In het verdeelbesluit zijn door u, bovenop aan het aantal asielopvangplaatsen dat door de gemeenten in Gelderland is aangedragen, asielopvangplaatsen toegevoegd voortkomend uit door u als kansrijk beschouwde initiatieven.

U geeft aan hierbij rekening te hebben gehouden met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Ook omstandigheden die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente heeft u meegewogen. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid te beoordelen, geeft u aan gebruik te hebben gemaakt van de al bekende informatie hierover en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA, de IND en de DTenV. Ik stel vast dat voorafgaand aan het nemen van uw besluit geen overleg of afstemming heeft plaatsgevonden met mij als voorzitter van de PRT Gelderland over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de door u toegevoegde opvangplaatsen en de omstandigheden die u daarbij heeft meegewogen. Zo is door uw ministerie geen navraag gedaan naar de door uw ministerie geconstateerde discrepantie tussen het provinciaal plan en het onderliggende subregionale plan Achterhoek ten aanzien van de termijn van beschikbaarstelling van de aangedragen asielopvangplaatsen in de gemeenten Aalten en Montferland. Deze zijn zonder meer toegevoegd terwijl deze volgens opgave van beide gemeenten én van het COA niet voor het tweede respectievelijk derde kwartaal van 2026 beschikbaar komen. Daarnaast geldt dat de lokale besluitvorming in deze gemeenten nog niet is afgerond.

Het gevolg van deze eenzijdige beoordeling is dat meerdere gemeenten in Gelderland zich nu geconfronteerd zien met het uitvoeren van een wettelijke taak binnen de gestelde wettelijke termijn die noch door hen, noch door het COA als haalbaar en uitvoerbaar wordt ingeschat. Uw besluit plaatst deze gemeenten en het COA dan ook voor een onmogelijke opgave en op voorhand al onuitvoerbare taak, ook al impliceert de toelichting op uw besluit1 dat deze gemeenten meer tijd krijgen (vóór 1 februari 2026) voor beschikbaarstelling dan de wettelijke termijn van zes maanden na bekendmaking van uw besluit. Dit laatste creëert op zichzelf een ongelijkheid tussen gemeenten in de termijn waarbinnen zij hun wettelijke taak dienen te realiseren. 3. Restopgave Het toevoegen van opvangplaatsen voortkomend uit als kansrijk beschouwde initiatieven in de verdeling van het aantal asielopvangplaatsen heeft tot gevolg dat de ‘restopgave’ voor Gelderland in uw besluit significant kleiner is geworden. De verdeling van deze kleinere restopgave over de 16 gemeenten in Gelderland leidt tot een wettelijke taak voor enkele gemeenten, waaronder Doesburg (14) en Scherpenzeel (17), om een zeer klein aantal opvangplaatsen beschikbaar te stellen. 1

Verdeelbesluit Gelderland 2024, pg. 6 van 9, tweede element onder Stap 2

Datum

23 januari 2025 Zaaknummer

2024-007104 Blad

3 van 4

Hoewel de door u genomen verdeelbesluiten zien op een sluitende verdeling van asielopvangplaatsen per provincie, en daarmee tot doel hebben om tot een evenwichtige landelijke verdeling van asielopvangplaatsen te komen, leidt uw besluit niet tot een meer evenwichtige verdeling van de opvangplekken tussen gemeenten binnen de provincie. Het toevoegen van kansrijke initiatieven in de verdeling van het aantal asielopvangplaatsen vergroot de onevenwichtigheid in de verdeling van de beschikbaar te stellen asielopvangplaatsen binnen Gelderland. Sommige gemeenten hebben een wettelijke taak om meer dan 200%, 300% of zelfs 400% van hun indicatieve opgave te realiseren terwijl andere gemeenten slechts 29% dienen te realiseren! Naast het vergroten van de onevenwichtigheid tussen gemeenten doet deze verdeling ook geen recht aan het uitgangspunt van onderlinge solidariteit tussen gemeenten dat onder de Spreidingswet ligt waarbij elke gemeente een fair share neemt van de opgave. Daarnaast creëert het toevoegen van opvangplaatsen uit als kansrijk beschouwde initiatieven, samen met het verlengen van de termijn voor beschikbaarstelling van deze opvangplaatsen van 1 juli 2025 tot 1 februari 2026, een ongelijkheid in de wettelijke taak tussen gemeenten met kansrijke geachte plannen en gemeenten die nog geen plannen hebben.

Indien de opvangplaatsen uit deze kansrijk geachte plannen niet zouden zijn toegevoegd aan het totaal aantal aangedragen opvangplaatsen, zou de hogere restopgave gelijkmatig over meer gemeenten zijn verdeeld en daarmee in beginsel bijdragen tot een meer evenwichtige verdeling van beschikbaar te stellen asielopvangplaatsen tussen gemeenten. 4. Wettelijke termijn Spreidingswet Het Verdeelbesluit ziet op een verdeling van asielopvangplaatsen over de in het besluit aangewezen gemeenten tussen 1 juli 2025 en 1 februari 2026 en niet voor de duur van de twee kalenderjaren volgend op de datum van het besluit, zoals bepaald in artikel 5, lid 1 van de Spreidingswet. In de verdeling zoals die voor Gelderland is bepaald worden daarmee vergevorderde plannen van de gemeente Brummen en het COA om na 1 februari 2026 doch voor 1 januari 2027 te voorzien in structurele asielopvangplaatsen (5 jaar of langer) buiten beschouwing gelaten, terwijl andere, minder vergevorderde plannen van de gemeenten Aalten en Montferland en het COA, die door u als kansrijke initiatieven zijn beschouwd en die eveneens na 1 februari 2026 doch voor 1 januari 2027 beogen te voorzien in structurele opvangplaatsen, wél in de verdeling zijn opgenomen.

Onduidelijk is waarom u in het Verdeelbesluit een andere, kortere termijn hanteert voor de verdeling van asielopvang-plaatsen dan in de wet is bepaald; dit ook gegeven het doel van de Spreidingswet om te komen tot een “duurzaam en stabiel opvanglandschap” 2. 5. Uitruilafspraken In mijn verslag heb ik u geïnformeerd over de uitruil- en/of vereveningsafspraken die gemeenten in Gelderland hebben gemaakt. De gemaakte afspraken zijn in of als bijlage bij de subregionale plannen opgenomen, die integraal onderdeel vormen van mijn verslaglegging. Uit de verdeling van de provinciale opgave in uw besluit, noch uit uw toelichting daarop blijkt hoe deze afspraken zijn meegenomen en gewogen. Als gevolg hiervan wordt niet duidelijk en transparant hoe de verdeling van de asielopgave over de Gelderse gemeenten hierdoor beïnvloed is. Ten slotte Ter afsluiting van mijn brief vraag ik naast de bovengenoemde punten nog uw aandacht voor het volgende.

2 MvT Spreidingswet, pag. 1 en 2.

Datum

23 januari 2025 Zaaknummer

2024-007104 Blad

4 van 4

Het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026 dat ik eind oktober vorig jaar samen met mijn verslag bij u heb ingediend, inclusief de zeven subregionale plannen die door de betrokken colleges van B&W zijn vastgesteld, is het resultaat van een zorgvuldig doorlopen proces van gedeelde ambitie, gezamenlijke inzet, nauwe samenwerking en overleg tussen partijen en onderlinge solidariteit tussen de gemeenten in Gelderland. In uw aanbiedingsbrief bij het Verdeelbesluit Gelderland 2024 spreekt u hiervoor uw erkentelijkheid en waardering uit. Ik zie dit als een ondersteuning voor de weg die de betrokken partijen in Gelderland aan de PRT met elkaar zijn ingeslagen om gezamenlijk te komen tot een duurzaam en stabiel opvanglandschap zoals met de invoering van de Spreidingswet is beoogd. In uw brief geeft u aan dat in enkele provincies (waaronder in het bijzonder in Gelderland) relatief veel kleine restopgaves per gemeente zijn opgenomen in het verdeelbesluit. U doet daarbij de oproep om de verdeling en de ontwikkeling van de (rest)opgave in de PRT te bespreken en zoveel mogelijk indachtig de indicatieve verdeling van de provinciale opgave te realiseren.

Met inachtneming van de in deze brief genoemde opmerkingen en bezwaren ten aanzien van uw verdeelbesluit bericht ik u dat, in lijn met uw redenering en de doelstelling van de Spreidingswet, aan de PRT Gelderland is afgesproken om vast te houden aan de indicatieve verdeling van asielopvangplaatsen, zoals is vastgesteld in de Capaciteitsraming 2024 en uitgewerkt in het provinciale plan en de onderliggende subregionale plannen. Deze verdeling, die uitgaat van inwoneraantal en sociaaleconomische status (SES WOA-score) zorgt ervoor dat iedere gemeente een fair share neemt in de (rest)opgave en geeft een stabiel en acceptabel uitgangspunt voor onderling te maken afspraken. Onze opgave blijft om het eerder door de Gelderse gemeenten aangedragen aantal asielopvangplaatsen tijdig beschikbaar te stellen, inclusief het invullen van de restopgave van 1.248 asielopvangplaatsen. Gelet op onder meer de ruimtelijke procedures, die daarvoor in een groot aantal gevallen nog moeten worden doorlopen, en de ‘stikstofuitspraak’ van de Raad van State van 18 december jl., die de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van zowel concrete plannen als kansrijke initiatieven onder druk zet, is er alle reden om vast te houden aan de indicatieve verdeling uit de capaciteitsraming.

Naast de ondersteuning die u in uw brief bij het Verdeelbesluit aanbiedt, vraag ik u dan ook om de afgesproken lijn van de PRT Gelderland actief te ondersteunen en vanuit uw rol als bewindspersoon gemeenten die nog achterblijven, in het algemeen en waar nodig in het bijzonder, op te roepen én aan te sporen om hun wettelijke taak zoveel mogelijk in lijn met de indicatieve opgave uit te voeren. Hoogachtend, Mede namens de voorzitters van de zeven subregionale tafels,

Henri Lenferink Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland Voorzitter PRT Gelderland c.c. Colleges van B&W gemeenten in Gelderland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15097460/2