CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(065) Leeswijzer Wijzigingen 2024

Besluitvormende raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2019 (hamerstuk)11.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nieuwe tekst Artikel 5:26 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding op een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig ten hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit is toegelaten bij of krachtens de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten

omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Bestaande tekst Artikel 5:27 Beperking verkeer in natuurgebieden Vervallen

leefomgeving en binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten, of als sprake is van een situatie waarin wordt voor zien door de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Nieuwe tekst Artikel 5:27 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegd minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschriftmoeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijke gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aan zien van motorijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn

aangewezen als toestel: c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen zoor zover die activiteit daarbij is toegestaan. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Bestaande tekst Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, zoals barbecueën binnen de bebouwde kom en in het niet-openbare buitengebied van de gemeente, voor zover het geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. d. het verbranden van schoon snoeihout in de maanden oktober tot en maart in het buitengebied van de gemeente. Voor het stoken van een paasvuur is altijd een ontheffing nodig. Zelfs als Pasen binnen deze periode valt. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Als er sprake is van een situatie, zoals omschreven in lid 2, onder d.

dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: - Er mag alleen snoeihout afkomstig van landschapsonderhoud en erfbeplanting worden verbrand; - Er mag geen snoeihout, dat is ontstaan binnen de bebouwde kom, naar het buitengebied worden overgebracht om daar te verbranden; - De totale hoeveelheid te verbranden snoeihout mag maximaal 50 m3 zijn. Dit mag geen bedrijfsmatig kap- en snoeihout betreffen. Het mee verbranden van andere (afval)stoffen is nadrukkelijk niet toegestaan; - Vanaf de brandplaats moet de afstand tot woningen van derden en bos- en heidegebieden minimaal 100 meter bedragen. De afstand tot brandbare objecten (gebouwen) en wegen moet

Nieuwe tekst Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, zoals barbecueën binnen de bebouwde kom en in het niet-openbare buitengebied van de gemeente, voor zover het geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. d. het verbranden van schoon snoeihout in de maanden oktober tot en maart in het buitengebied van de gemeente. Voor het stoken van een paasvuur is altijd een ontheffing nodig. Zelfs als Pasen binnen deze periode valt. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Als er sprake is van een situatie, zoals omschreven in lid 2, onder d.

dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: - Er mag alleen snoeihout afkomstig van landschapsonderhoud en erfbeplanting worden verbrand; - Er mag geen snoeihout, dat is ontstaan binnen de bebouwde kom, naar het buitengebied worden overgebracht om daar te verbranden; - De totale hoeveelheid te verbranden snoeihout mag maximaal 50 m3 zijn. Dit mag geen bedrijfsmatig kap- en snoeihout betreffen. Het mee verbranden van andere (afval)stoffen is nadrukkelijk niet toegestaan; - Vanaf de brandplaats moet de afstand tot woningen van derden en bos- en

-

-

-

-

-

-

− − − −

−

− − − − −

minimaal 50 meter bedragen; De brandplaats mag een maximale oppervlakte hebben van 20 m2; Er mag geen verbranding binnen het terrein van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer plaatsvinden; Er moet worden zorggedragen dat er geen verontreiniging van de bodem dan wel oppervlaktewater optreedt. Artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) en artikel 6.2 van de Waterwet mogen niet worden overtreden. Voor het maken van vuur mag daarom geen gebruik worden gemaakt van vloeibare brandstoffen; Vanaf de brandplaats moet een afstand van minimaal 5 meter tot een watergang worden aangehouden; Het verbranden van snoeihout moet geschieden op een voorziening, zoals bijvoorbeeld beton, stenen, tegels of metaal; De verbrandingsresten moeten binnen 72 uur na de verbranding op een verantwoorde wijze worden verwijderd en afgevoerd; De weersomstandigheden moeten voldoen aan de volgende twee eisen: a. Het moet droog weer zijn, dus bij regen of mist mag er geen verbranding plaatsvinden; b. De windkracht mag maximaal 5 Beaufort zijn (max. 10,7 m/s). Er mag allen gestookt worden als op de site van Natuurbrandrisico.nl fase 1 wordt gegeven; Er mag geen gevaar of overlast voor de omgeving optreden.

Dit geldt zowel voor buurtbewoners als het verkeer; Er moet onafgebroken toezicht zijn op het vuur door een meerderjarige; Er moet worden zorggedragen voor een goed brandend vuur, zodat zo min mogelijke rookontwikkeling plaatsvindt. Verder moet zodanig worden gestookt, dat er geen vliegvuur of hinder ten gevolge van rook kan ontstaan. Bij hinder aan derden moet het stoken direct worden beëindigd; Er moeten voldoende blusmiddelen aanwezig zijn om, indien nodig, het vuur te temperen of te doven. Dit kan bijvoorbeeld met (een combinatie van) de volgende blusmiddelen: een schop en voldoende zand; een tuinslang of emmers water; een brandblusser. Verbranding mag slechts plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang; Er mag geen verbranding plaatsvinden op

-

-

-

-

-

-

− − − −

−

− − −

heidegebieden minimaal 100 meter bedragen. De afstand tot brandbare objecten (gebouwen) en wegen moet minimaal 50 meter bedragen; De brandplaats mag een maximale oppervlakte hebben van 20 m2; Er mag geen verbranding binnen het terrein van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer plaatsvinden; Er moet worden zorggedragen dat er geen verontreiniging van de bodem dan wel oppervlaktewater optreedt. Artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) en artikel 6.2 van de Waterwet mogen niet worden overtreden. Voor het maken van vuur mag daarom geen gebruik worden gemaakt van vloeibare brandstoffen; Vanaf de brandplaats moet een afstand van minimaal 5 meter tot een watergang worden aangehouden; Het verbranden van snoeihout moet geschieden op een voorziening, zoals bijvoorbeeld beton, stenen, tegels of metaal; De verbrandingsresten moeten binnen 72 uur na de verbranding op een verantwoorde wijze worden verwijderd en afgevoerd; De weersomstandigheden moeten voldoen aan de volgende twee eisen: a. Het moet droog weer zijn, dus bij regen of mist mag er geen verbranding plaatsvinden; b. De windkracht mag maximaal 5 Beaufort zijn (max. 10,7 m/s). Er mag allen gestookt worden als op de site van Natuurbrandrisico.nl fase 1 wordt gegeven; Er mag geen gevaar of overlast voor de omgeving optreden.

Dit geldt zowel voor buurtbewoners als het verkeer; Er moet onafgebroken toezicht zijn op het vuur door een meerderjarige; Er moet worden zorggedragen voor een goed brandend vuur, zodat zo min mogelijke rookontwikkeling plaatsvindt. Verder moet zodanig worden gestookt, dat er geen vliegvuur of hinder ten gevolge van rook kan ontstaan. Bij hinder aan derden moet het stoken direct worden beëindigd; Er moeten voldoende blusmiddelen aanwezig zijn om, indien nodig, het vuur te temperen of te doven. Dit kan bijvoorbeeld met (een combinatie van) de volgende blusmiddelen: een schop en voldoende zand; een tuinslang of emmers water; een brandblusser.

−

zon- en feestdagen, met uitzondering van paas- en kampvuren; − Aanwijzingen van het bevoegd gezag (zoals politie, brandweer of gemeente) worden in verband met openbare orde en/of veiligheid direct gevolgd. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.

Verbranding mag slechts plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang; − Er mag geen verbranding plaatsvinden op zon- en feestdagen, met uitzondering van paas- en kampvuren; − Aanwijzingen van het bevoegd gezag (zoals politie, brandweer of gemeente) worden in verband met openbare orde en/of veiligheid direct gevolgd. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of bij of krachtens de Omgevingswet. de provinciale omgevingsverordening.

Bestaande tekst Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2018, bij raadsbesluit met kenmerk D289135.

Nieuwe tekst Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2018, bij raadsbesluit met kenmerk D289135.

Laatstelijk gewijzigd in de openbare raadsvergadering van 18 november 2021, bij raadsbesluit met kenmerk D343123.

Laatstelijk gewijzigd in de openbare raadsvergadering van 26 januari 2023, bij raadsbesluit met kenmerk D401034

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13742754/2