065 - Advies MAR op Concept Ontwerp Beschermd Thuis 2030 Oost Veluwe
Tekst van het document
D349544
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen
Brummen, 22 oktober 2020 Betreft: Adviesaanvraag d.d. 9 oktober 2020 inzake het Regionaal Ontwerp Beschermd Thuis 2030 Oost Veluwe Geacht College, De adviesaanvraag betreft een Ontwerpplan voor een Regionale aanpak van het programma voor Beschermd Wonen Thuis. De zes gemeenten in de regio Oost Veluwe hebben een convenant gesloten met de afspraak om bij de financiële doordecentralisatie van Beschermd Wonen naar alle gemeenten, vanaf 1-1-2022, één regionaal budget te hanteren voor regionale cliënten en regionale voorzieningen. Vanaf 2021 zijn er namelijk twee bewegingen die een grote verandering betekenen voor het zorglandschap van Beschermd Thuis: (1) de overgang van Wmo naar Wlz en (2) de landelijke herverdeling budget Beschermd Wonen. Ad 1. Vanwege veranderde wetgeving gaat meer dan 40% van de cliënten Beschermd Wonen per 1-1-2021 over van de WMO naar de Wlz (Wet Langdurige Zorg). Aanname is dat ook minimaal 40% van het huidige regionale budget maatwerkvoorzieningen voor beschermd wonen wordt overgeheveld vanaf 2021. Ad 2. Landelijk is besloten om een objectief verdeelmodel voor Beschermd Wonen in te voeren en om tegelijkertijd het budget te herverdelen naar alle gemeenten. De definitieve bedragen zijn volgens recente landelijke ontwikkelingen pas bekend eind 2020 in de decembercirculaire van het gemeentefonds.
De start van de herverdeling is gepland vanaf 1-1-2022 en duurt maximaal 10 jaar. Het is duidelijk dat deze plannen grote veranderingen met zich meebrengen voor het zorglandschap voor beschermd wonen lokaal en in de regio. Daarbij komt dat de financiële gevolgen nog niet goed bekend zijn, maar in ieder geval zullen leiden tot krappere financiële kaders vanaf 2022. De MAR adviseert positief over het voorstel van de regiogemeenten om deze ontwikkelingen gezamenlijk tegemoet te treden met een daarop gericht Ontwerpplan. Tevens ondersteunen wij graag het voornemen om vanaf 1-1-2022, één regionaal budget te hanteren voor regionale cliënten en regionale voorzieningen en om te gaan werken met een kleinere groep aanbieders. 1
Voor Brummen moet voorop blijven staan dat het zorglandschap dichtbij, gevarieerd en compleet is. Mensen met een ondersteunings- of hulpvraag moeten er terecht kunnen voor begeleiding en behandeling op wijk- of gemeenteniveau met continuïteit in het aanbod Beschermd Wonen Thuis. Dit geldt met name ook voor de groep jongeren rond 18 jaar en ouder. Betaalbare en passende huisvesting is nodig voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. Voor een goede uitwerking en implementatie van het Ontwerpplan meent de MAR ook dat namens de gemeenten een gekwalificeerde projectleider dient te worden aangesteld. In het ontwerpplan wordt voorzien in een aanpak in de wijk waardoor nieuwe bewoners in het kader van Beschermd Thuis zich welkom kunnen voelen. Dat is goed gezien vanuit de positie van de cliënten van Beschermd Thuis. De MAR adviseert om daarnaast bij de uitwerking van het plan ook, gezien vanuit de positie van de bewoners van de wijk, aan te geven op welke wijze wordt gewaarborgd dat de leefomgeving voor bewoners van de wijk niet negatief (in de zin van onrust en gevoel van onveiligheid) wordt beïnvloed door de komst van de nieuwe bewoners. Vanuit dit in beginsel positieve advies voor het Ontwerpplan heeft de MAR wel een aantal vragen waarop wij graag uw antwoord vernemen. 1.
Hoe wordt de bestuurlijke sturing en monitoring van het uitgewerkte plan door de regiogemeenten ingericht? 2. Door wie en hoe wordt bepaald welke zorgaanbieders worden gecontracteerd en welk zorgvolume zij krijgen toebedeeld? 3. Zijn voor het selecteren van zorgaanbieders actuele en betrouwbare gegevens beschikbaar over de kwaliteit (proces– en outcome-indicatoren) van de te contracteren zorgaanbieders? 4. Vanwege de visie om zoveel mogelijk thuis wonen te bevorderen, bestaat gevaar van toename van eenzaamheid als de contacten van de cliënt zich beperken tot professionele hulpverleners. Op welke wijze wordt daar in het plan rekening mee gehouden en beleid voor ontwikkeld? 5. Welke lokale aanbieders in Brummen komen mogelijk voor contractering in aanmerking? 6. Wat is/doet de EPA taskforce? 7. Kunt u ons informeren over de resultaten van het regionaal woononderzoek (Companen, 2020), de monitoring van de overgang van WMO naar Wlz en het regiobeeld GGZ dat ontwikkeld wordt met zorgverzekeraar Zilveren Kruis?
2
8. Op welke wijze zullen bewoners in de wijk worden berokken bij het project teneinde de doelstelling “Welkom in de wijk” te realiseren? 9. Wat is de verwachting over de instroom van cliënten van buiten de zes deelnemende gemeenten? Worden daar grenzen aan gesteld? M.a.w. krijgen cliënten uit de eigen gemeenten voorrang. De MAR verwacht met dit advies aan uw vraag te hebben voldaan en ziet uw reactie met belangstelling tegemoet. Daarnaast verwachten wij te zijner tijd graag uw adviesaanvraag voor het uitgewerkte kaderdocument. Namens de MAR, met vriendelijke groet, B.R. van Beusekom, voorzitter
3