(064) Toelichting bij Wijzigingsverordening van de Algemeen Plaatselijke Verordening Gemeente Brummen - D446137
Tekst van het document
Toelichting bij Wijzigingsverordening van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Brummen 2019 (D446137)
Aanpassing artikel 1:1 Definitie (betreft artikel in Hoofdstuk Algemene bepalingen). In dit artikel wordt de definitie van gebouwen aangepast. Het betreft de verwijzing naar de juiste bijlage van de Omgevingswet. Overgenomen uit model APV. Aanpassing artikel 2:10 Voorwerpen op, boven of aan een openbare plaats. Het vijfde lid moet worden aangepast omdat de verwijzing na de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer correct. Er moet worden verwezen naar artikel 4.4 van de Omgevingswet. Bij het maken van een nieuw e-formulier kwamen we erachter dat het zesde lid van dit artikel niet in overeenstemming is met de praktijk. In het zesde lid, onder c, staat dat een spandoek 10 dagen mag hangen mits er 10 werkdagen voorafgaande aan het ophangen een melding is gedaan en er geen tegenbericht is uitgegaan dat de melding niet akkoord is. In de praktijk worden spandoeken aangemerkt als overige voorwerpen en mogen zij 30 dagen blijven hangen mits er aan de voorwaarden van melden is voldaan. Door het weghalen van het woord spandoeken bij het zesde lid onder c is de tekst aangepast aan de praktijk. Aanpassing artikel 2:25a Uitzondering vergunningplicht voor eendaagse evenementen. In dit artikel worden ‘kleine evenementen’, als zij aan genoemde voorwaarden voldoen, vrijgesteld van de vergunningplicht.
In het tot nu toe geldende artikel moet een klein evenement op zondag voor 13:00 uur een evenementenvergunning en een ontheffing van de Zondagswet aanvragen. In de regel gaat het om koffieconcerten bij de muziektenten en zijn de kosten onevenredig hoog. Door de aanpassing die nu is gedaan hoeft een klein evenement alleen een ontheffing van de Zondagswet aan te vragen. Opname artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats. Het verbod heeft als doel om hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en tegen te gaan. Slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de openbare ruimte. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen draagt daaraan bij. Het college heeft de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar het artikel altijd van toepassing is tussen zonsondergang en zonsopkomst. Daarnaast zijn er een aantal situatie genoemd waarin het verbod geldt. Het college heeft ook de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van het verbod. Bijvoorbeeld zodat aanbieders van een in de gemeente in te houden evenement in een aangewezen gebied in een voertuig kunnen overnachten. Het verbod is afgebakend ten opzichte van situaties waarvoor een speciale regeling is getroffen in het derde lid van dit artikel.
Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel (evenredig) acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. In dat soort gevallen kan de handhaving leiden naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang. Uit modelverordening overgenomen. Aanpassing Artikel 2:58 Verontreiniging door honden. In dit artikel is geregeld waar een hond zich niet van uitwerpselen mag ontdoen dan wel waar de uitwerpselen direct dienen te worden opgeruimd. In het eerste lid onder 1 wordt gesproken over een gedeelte van de weg dat bestemd of mede bestemd is voor voetgangers. Dit zou inhouden dat de hond zich niet het trottoir van zijn uitwerpselen mag ontdoen maar wel op de rijbaan. Dit is niet de bedoeling daarom het eerste lid onder 1 aangepast voor situaties
binnen de bebouwde kom. Zijn de leden 2 tot en met 3 vernummerd naar de leden 3 tot en met 4 en is er een nieuw lid 2 toegevoegd. Het nieuwe lid 2 gaat om situaties buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom mag een hond zich ook niet van uitwerpselen ontdoen van in de berm of aan de zijkant van de weg. Binnen de bebouwde kom moeten de uitwerpselen ook in de bermen en de zijkanten worden opgeruimd. Buiten de bebouwde kom mag een hond zich alleen op de wegen en paden niet ontdoen van uitwerpselen en moet het worden opgeruimd. Buiten de bouwde kom hoeven de uitwerpselen in de bermen en zijkant ook niet te worden opgeruimd. Aanpassing Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen. De tekst van het vierde lid, ‘Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerst of tweede lid opgelegde verbod’, is opgenomen om te komen tot een feitcode. Een feitcode is een code die de politie en BOA nodig heeft om een bon te kunnen schrijven. Overgenomen uit model APV. Aanpassing Artikel 4:12 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden. In het tweede lid onder 2 zijn de aandachtspuntjes gewijzigd in aandachtsstreepjes dit om eenheid in het artikel te krijgen. Daarnaast is in het tweede lid onder b de Ginkgo toegevoegd. De Ginkgo valt onder de naaldbomen en zou derhalve zonder vergunning gekapt mogen worden.
Dit is echter niet wenselijk omdat het één van de oudste en beeldbepaalde boomsoorten is. Door de Ginkgo op te nemen in het tweede lid onder b wordt het kappen vergunningsplichtig. Aanpassing Artikel 5:14a Ventverbod. Al werkend kwamen we er achter dat de huidige tekst van het tweede lid haaks staat op hetgeen we in het eerste lid willen regelen. Het eerste lid staat namelijk dat het verboden is te venten als de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. In het tweede lid staat dat dat het college ontheffing van het verbod kan verlenen. Dit laatste willen we niet. Daarnaast zijn er momenten waarop we venten willen verbieden ook als zij geen gevaar zijn voor de in het eerste lid genoemde situaties. Deze situaties, zoals zon- en feestdagen, op maandag tot en met zaterdag 20:00 en 9:00 uur, zijn in het tweede lid opgenomen. Van deze verboden moet ontheffing wel mogelijk zijn. Het huidige tweede lid is vernummerd naar het vierde lid en zodanig aangepast dat het alleen van toepassing is op het nieuwe tweede lid.