CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(064) Bijlagen bij toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 18 april 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation”19.114 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

429635

Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Schoonmansmolenweg 5a En 5b Eerbeek Transformatorstation Vastgesteld

DNS Planvorming BV Amsterdam, 22 januari 2024 NL.IMRO.0213.BPEECE470000-va01

Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

2

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Vooronderzoek bodem

4

Bijlage 2

Watertoets

28

Bijlage 3

Quickscan Flora en fauna

37

Bijlage 4

Stikstofdepositie onderzoek

80

Bijlage 5

Passende beoordeling

98

Bijlage 6

Plan m.e.r. beoordeling

148

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

3

Bijlagen bij de toelichting

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

4

Bijlage 1 Vooronderzoek bodem

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

Rapport Projectnummer: 51009612 Referentienummer: OS Eerbeek Vooronderzoek Datum: 13-02-2023

Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit Uitbreiding OS Eerbeek

Definitief

Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Denys van den Berg Adviseur Bodem en Ondergrond M +31 6 1078 3102

Verantwoording Titel

Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit

Subtitel

Uitbreiding OS Eerbeek

Projectnummer

51009612

Referentienummer

OS Eerbeek Vooronderzoek

Revisie

D0

Datum

13-02-2023

Auteur(s)

Denys van den Berg

E-mailadres

Denys.vandenberg@sweco.nl

Gecontroleerd door

René Oerlemans

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Wout Nijhoving

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

2 (12)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 4

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 4

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 4

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 5

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

2.2

Informatiebronnen.................................................................................................... 5

2.3

Onderzoekslocatie ................................................................................................... 5

2.4

Terreinsituatie .......................................................................................................... 6

2.5

Asbestverdenking .................................................................................................... 8

2.6

Locatiebezoek.......................................................................................................... 8

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................ 8

2.8

Bekende bodemkwaliteitgegevens .......................................................................... 8

2.9

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................... 9

2.10

PFAS ....................................................................................................................... 9

3

Conclusies en aanbevelingen ............................................................................ 10

3.1

Samenvatting ......................................................................................................... 10

3.2

Aanbevelingen ....................................................................................................... 10

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie

Bijlage 3

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 4

Kwaliteitsborging

3 (12)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Qirion B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit uitgevoerd ter plaatse van het onderstation Eerbeek aan de Schoonmansmolenweg nr.5, 5a/5b te Eerbeek. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnorm: • NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het vooronderzoek is de eerste fase van bodemonderzoek. Uit het vooronderzoek volgt of sprake is van een verdachte locatie of niet. In combinatie met de aanleiding tot het onderzoek, bepaalt dit of een verkennend bodemonderzoek nodig is, de tweede fase. In het voorliggende rapport beschrijven wij of hiervoor een aanleiding aanwezig is. Mogelijk volgt uit het verkennend bodemonderzoek de noodzaak tot een derde fase, een nader onderzoek. Dit is afhankelijk van de mate van verontreiniging welke bij het verkennend bodemonderzoek is aangetoond. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het vooronderzoek is de geplande uitbreiding van het bestaande onderstation. Doel van het vooronderzoek is het nagaan of in of in de nabijheid van de onderzoekslocatie bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor verontreinigende stoffen in de bodem zijn terecht gekomen.

Op basis van deze informatie moet blijken of verkennend bodemonderzoek nodig is en zo ja, welke onderzoeksstrategie bij het eigenlijke bodemonderzoek gehanteerd moet worden. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De wijze van uitvoering van het vooronderzoek en de resultaten (hoofdstuk 2); • De conclusies, beschrijving van deellocaties, bepaling hypotheses en de aanbevelingen (hoofdstuk 3). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

4 (12)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij A "opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek" uit de NEN 5725. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Informatiebronnen De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn eveneens in dit hoofdstuk weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Tabel 2.1:

Overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek

Bron

Korte toelichting

Internet www.bodemloket.nl

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

www.ahn.nl

Ligging t.o.v. NAP

www.dinoloket.nl

Ondergrondgegevens

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.bagviewer.kadaster.nl

Gegevens over bebouwing (bouwjaar)

PFAS viewer Sweco

Indicatie verdachtheid voor PFAS op basis van openbare gegevens

Gemeente / Regionale Uitvoeringsdienst Bodemarchief

Rapporten eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Bodemkwaliteitskaart

Te verwachten bodemkwaliteit

Provincie Bodemarchief

Rapporten eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Wateratlas

Drinkwatergegevens

2.3 Onderzoekslocatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. In tabel 2.2 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2:

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie

Eerbeek, Schoonmansmolenweg nrs. 5, 5a/5b

Kadastrale gegevens locatie

Gemeente Hall, sectie C, perceelnrs. 2864, 3726 en 3540

Coördinaten

X: 201416 ; Y: 456638

Hoogteligging (m t.o.v. NAP)

21,5

Oppervlakte locatie (in m²)

5.150

waarvan bebouwd (in m²)

1.400

Huidig gebruik

Onderstation

Verhardingen

Grind, baksteenpuin, onverhard

Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1.

5 (12)

Figuur 2.1 Overzicht onderzoekslocatie

2.4 Terreinsituatie De locatie is op dit moment in gebruik als onderstation voor het electriciteitsnetwerk. zie figuur 2.1 De locatie en omgeving is tot circa 1990 niet in gebruik of bebouwd geweest. Tussen 1990 en 2000 is een deel van de huidige bebouwing gebouwd en het huidige gebruik begonnen. Tussen 2000 en 2010 is er ten noorden meer bebouwing bijgekomen, maar verdere wijzigingen zijn niet aangegeven op historisch kaartmateriaal. De exacte toekomstige situatie is niet bekend. Verwacht wordt dat het gebruik in de nabije toekomst niet ingrijpend zal veranderen. Dit gebruik wordt alleen uitgebreid door middel van de geplande activiteiten.

6 (12)

1940

1990

2000

2010

Figuur 2.2 Historische kaarten

7 (12)

2.5 Asbestverdenking De onderzoekslocatie is op basis van de bekende gegevens verdacht op de aanwezigheid van asbest. De bebouwing binnen en in de omgeving van de locatie is afkomstig uit 19902000 (1990 en 1996 volgens Bagviewer). In deze periode werd asbest nog in geringe mate toegepast in bebouwing. Tijdens een voorgaand onderzoek (Sweco, NL22-648800269-31745, 14 september 2022) is op de locatie om deze reden asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte bijmengingen (puin of plaatmateriaal) waargenomen en is analytisch geen asbest aangetoond. 2.6 Locatiebezoek Er is voor dit vooronderzoek geen locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het voorgaande onderzoek (Sweco, NL22-648800269-31745, 14 september 2022) zijn er bij de uitvoering van het veldwerk geen bijzonderheden waargenomen. Een locatiebezoek is om deze reden niet nodig geacht. 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel. De gegevens uit deze tabel zijn ontleend aan www.dinoloket.nl. De maaiveldhoogte binnen de onderzoekslocatie komt globaal overeen met NAP +21,5 m. Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m -mv)

Samenstelling

Geohydrologische eenheid

Formatie

0,0-10+

Zand

Watervoerend pakket

Boxtel

Op basis van (de provinciale wateratlas/TNO/DGV gegevens) wordt geconcludeerd dat vermoedelijk sprake is van een infiltratiesituatie. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt in noordwestelijke richting. De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket op de locatie bedraagt circa 14,0 m +NAP of 7,5 m -mv. De grondwaterstand en stromingsrichting van het freatische grondwater is niet exact aan te geven en kan plaatselijk afwijken door de aanwezigheid van (gedempte) sloten, rioleringen en dergelijke in de directe omgeving. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een waterwingebied of boringsvrije zone (bron: provincie Gelderland). 2.8 Bekende bodemkwaliteitgegevens Ten tijde van schrijven is er nog geen reactie vanuit de omgevingsdienst op het verzoek om beschikbare bodeminformatie aan te leveren. Bij Sweco is wel bekend dat op de locatie bodemonderzoek is uitgevoerd. Deze rapportage is nog niet verwerkt in bodeminformatiesystemen, maar is wel beschikbaar gesteld door de betreffende opdrachtgever: - Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodem onderzoek Trace Obton Green IPP Eerbeek, Sweco, referentienr. NL22-648800269-31745, 14 september 2022;

8 (12)

De huidige onderzoekslocatie is in het onderzoek uit september 2022 onderzocht als onderdeel van een tracé. Binnen dit tracé was dit locatie 01. Benoemd is dat de locatie verdacht is op asbest op basis van het bouwjaar van de bebouwing en verdacht is vanwege de ligging nabij een tankstation. Tijdens de uitvoering zijn geen asbestverdachte materialen of bijmengingen waargenomen, alleen grind of baksteen. Analytisch is er ook geen asbest aangetoond. Verder is er een gehalte aan kwik gelijk aan de achtergrondwaarde aangetoond, maar geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden. 2.9 Bodemkwaliteitskaart In de bodemkwaliteitskaart van behorende bij de Nota Bodembeheer voor de gemeenten Epe, Apeldoorn, Voorst, Brummen, Zutphen en Lochem, (MWH, projectnr. B08B0337, 20 januari 2011) ligt de onderzoekslocatie binnen de zone met de verwachting Achtergrondwaarde. Dit komt overeen met de historische kaarten (figuur 2.2) tot in elk geval 1990. Het gebruik is daarna veranderd naar het huidige gebruik, wat echter niet tot een verslechtering van de bodemkwaliteit zou mogen hebben geleid. 2.10 PFAS De locatie is nooit onderzocht op PFAS. Bij het verrichte vooronderzoek is er geen puntbron voor PFAS gevonden. Er worden daarom hooguit verhoogde gehalten verwacht in de bovengrond als gevolg van atmosferische depositie.

Verwacht wordt dat de PFAS-gehalten daarom voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in het Handelingskader PFAS van december 2021.

9 (12)

3

Conclusies en aanbevelingen

3.1 Samenvatting Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit. De locatie is op dit moment in gebruik als onderstation en gepland is om dit gebruik uit te breiden. Voor circa 1990 was het gebruik natuur, daarna is het huidige gebruik als industrieterrein begonnen. De bebouwing binnen en nabij de locatie is afkomstig uit het einde van de asbestverdachte periode 1945-1995 en de locatie is op basis daarvan asbestverdacht. Eerder in 2022 is er binnen de locatie al een verkennend bodem en asbestonderzoek uitgevoerd, onder andere op basis van het bouwjaar van de bebouwing. Tijdens dit onderzoek is er geen asbest waargenomen of aangetoond en zijn er ook geen andere gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Deze resultaten komen overeen met de verwachting op basis van de bodemkwaliteitskaart voor de locatie en omgeving. Bij het historisch onderzoek zijn ten aanzien van PFAS geen potentiele risico-activiteiten geconstateerd. Verwacht wordt dat de PFAS-gehalten voldoen aan de achtergrondwaarden zoals vastgesteld in het Handelingskader PFAS. 3.2 Aanbevelingen Op basis van de bekende gegevens is de bodemkwaliteit voor de locatie voldoende in beeld. Bodemonderzoek is op basis hiervan niet nodig voor de geplande werkzaamheden.

Indien grond vrijkomt kan de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden als bewijsmiddel mits de grond binnen het beheergebied wordt toegepast. Bij toepassing buiten het beheergebied zal een partijkeuring alsnog noodzakelijk zijn. Indien alsnog bodemonderzoek uitgevoerd gaat worden kan worden volstaan met een onderzoeksopzet voor een Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL uit de NEN-5740). Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van het vooronderzoek aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van de beschreven bodemkwaliteit. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde vooronderzoek nemen.

10 (12)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Legenda

Ligging locatie

Contouren

OS Eerbeek

Locatiecontour

Opdrachtgever: Qirion B.V. Projectnummer: 51009612 Status: Definitief Datum: 13-02-2023 Schaal: 1:10.000 Formaat: A4 Getekend: DDMvdB - Gecontroleerd: RO 0

100

200

300

400

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

500

600 meter

´

P:\5310\51009612_Bodemonderzoek_RS_Olde_Kaste_Hengelo_(GLD)\03 Bodemonderzoek OS Eerbeek\GIS\Denys_Pro_Master\Denys_Pro_Master.aprx 7-10-2022 11:12

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage 2

Situatie

Legenda

Ligging locatie

Contouren

OS Eerbeek

Locatiecontour

Opdrachtgever: Qirion B.V. Projectnummer: 51009612 Status: Definitief Datum: 13-02-2023 Schaal: 1:687 Formaat: A4 Getekend: DDMvdB - Gecontroleerd: RO 0

6,5

13

19,5

26

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

32,5

39 meter

´

P:\5310\51009612_Bodemonderzoek_RS_Olde_Kaste_Hengelo_(GLD)\03 Bodemonderzoek OS Eerbeek\GIS\Denys_Pro_Master\Denys_Pro_Master.aprx 7-10-2022 11:12

Esri Nederland, Community Map Contributors

Bijlage 3

Toetsingskader bodemkwaliteit

Algemene toelichting toetsingskader en toetsingsnormen De Wet bodembescherming (Wbb) geeft regels voor de bescherming en sanering van de bodem. In de Wbb is aangegeven wanneer sprake is van bodemverontreiniging en wanneer deze zodanig is dat sanering met spoed nodig is. Tevens is in de Wbb aangegeven waar de saneringsdoelstelling aan moet voldoen. De concrete uitwerking hiervan is vastgelegd in circulaires, besluiten en regelingen op grond van de Wbb. De toetsingskaders en normen voor landbodemkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (Staatsblad 2007, nr. 469, met wijzigingen), de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 2007, nr. 247 met wijzigingen), de Circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant 2013 nr. 16675) en het Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019).

Chemische parameters Mate van verontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met chemische parameters worden de volgende toetsingswaarden onderscheiden: · Streefwaarde grondwater: De Streefwaarde grondwater geeft aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. · Achtergrondwaarde voor grond: De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik. · Interventiewaarde bodemsanering voor grond en grondwater: De interventiewaarde geeft het milieukwaliteitsniveau aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. De Interventiewaarden voor landbodems zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. De Interventiewaarden voor landbodems zijn daarom gekoppeld aan de potentiële risico's van een bodemverontreiniging op een bepaalde locatie. Of sprake is van actuele risico’s is afhankelijk van de specifieke locatie (inrichting van de locatie en soort gebruik).

Deze risico’s kunnen worden bepaald met behulp van de Risicotoolbox (Sanscrit). Meestal gebeurt een dergelijke risicobepaling pas in het stadium van een nader bodemonderzoek omdat dan voldoende gegevens voorhanden zijn. Voor PFAS zijn nog geen interventiewaarde en streef- of achtergrondwaarden vastgesteld. Bodemtypecorrectie Achtergrondwaarden en interventiewaarden met betrekking tot grond zijn getalswaarden die zijn afgeleid voor de zogenaamde standaardbodem. De standaardbodem is gedefinieerd als bodem die 25% lutum en 10% organische stof bevat. Toetsing van de gehalten aan geanalyseerde stoffen vindt plaats na omrekening van de gemeten gehalten naar gehalten in standaardbodem. Deze omrekening vindt plaats op basis van het lutum- en organische stofgehalte dat het betreffende bodemmonster is bepaald. De Interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de Interventiewaarden voor grond, maar zijn onafhankelijk van het bodemtype. Zorgplicht Los van het toetsingskader bodemkwaliteit is in 1987, bij de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming, het zorgplichtartikel van kracht geworden. Iedereen die vanaf 1987 handelingen verricht die de bodem (verder) verontreinigen, is verplicht direct saneringsmaatregelen te treffen, zodat de oude situatie wordt hersteld.

Hergebruik grond voor chemische parameters Voor het toetsen van de hergebruiksmogelijkheden van grond, zijn in het Besluit bodemkwaliteit de volgende toetsingswaarden opgenomen: · Achtergrondwaarde: grond die voldoet aan de achtergrondwaarde is geschikt voor elke functie. Deze grond is altijd vrij toepasbaar. · Wonen: grond die voldoet aan de maximale waarde wonen is geschikt voor de functie wonen. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Wonen’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart · Industrie: grond die voldoet aan de maximale waarde industrie is geschikt voor de functie industrie. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Industrie’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart. Deze grond kan niet worden toegepast in gebieden met de toepassingskwaliteit Wonen of Natuur/landbouw (Achtergrondwaarde). · Niet toepasbaar: grond waarin de gehalten de maximale waarde industrie overschrijden maar de interventiewaarde niet. Deze grond kan niet worden toegepast zonder maatregelen te treffen om besmetting van de omgeving te voorkomen (IBC-maatregelen). · Nooit toepasbaar: grond waarin de gehalten de interventiewaarde overschrijden. Deze grond kan niet worden toegepast maar moet worden gereinigd of gestort.

In het Tijdelijke Handelingskader PFAS zijn de volgende toetsingswaarden opgenomen: · Schoon: grond waarin geen PFAS is aangetroffen is geschikt voor elke functie, waaronder toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden. · Landbouw/natuur: grond die voldoet aan de achtergrondwaarden (landelijke normen: PFOS 0,9, PFOA 0,8 en overige PFAS incl. GENX 0,8 µg/kg ds) is vrij toepasbaar, maar niet in grondwaterbeschermingsgebieden. · Wonen/Industrie: grond die voldoet aan de maximale waarde wonen/industrie (PFOS 3, PFOA 7, PFAS incl. GenX 3 µg/kg ds) kan worden toegepast op locaties die in de bodemkwaliteitskaart zijn benoemd als ontvangende klasse Wonen en ontvangende klasse Industrie. · Nooit toepasbaar grond die niet voldoet aan de maximale waarde wonen/industrie kan niet worden toegepast maar moet gereinigd of gestort.

Opgemerkt wordt dat de interventiewaarden niet voor alle stoffen gelijk is aan de maximale waarde industrie. Voor een aantal stoffen is deze waarde lager dan de maximale waarde industrie. Het gevolg is dat licht verontreinigde grond in enkele gevallen als niet toepasbaar wordt beoordeeld. Dit is met name het geval bij minerale olie. De toepassingsmogelijkheden zijn dus als volgt: bodemfunctie In grondwaterbeschermingsgebieden

Natuur/landbouw Boven

Onder

Wonen Boven

grondwater

Onder

Industrie Boven

onder

GBT boven

onder

grondwater

grondwater

grondwater

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Niet toepasbaar

Nee

Nee

Nee

nee

Ja

Nooit toepasbaar

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Kwaliteit Grond

Ja

Wonen Industrie

Kwaliteit grond obv PFAS

Achtergrondwaarde

Schoon

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Landbouw/natuur

Nee

Ja

Ja

ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Wonen/industrie

Nee

Nee

Nee

ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Nooit toepasbaar

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Daarnaast mag de grond: · Ten hoogste 20% m/m steenachtig materiaal of hout bevatten · Sporadisch ander bodemvreemd materiaal bevatten, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond wordt verwijderd vóór de toepassing. Met ander bodemvreemd materiaal wordt met name plastics en piepschuim bedoeld. Dergelijke materialen mogen slechts sporadisch aanwezig zijn. Daarbij moet baggerspecie zorgvuldig worden ontgraven of bewerkt, zodat er zo min mogelijk bodemvreemd materiaal in de baggerspecie terecht komt. Voor zover in de baggerspecie bodemvreemd materiaal aanwezig is, moet dat vóór het toepassen daaruit worden verwijderd, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd.

Werken in en met verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken met verontreinigde bodem. De systematiek om de veiligheidsklasse voor verontreinigde bodem vast te stellen is in het volgende schema weergegeven.

Voor de beoordeling van niet-vluchtige stoffen is de norm ‘’SRC’’ (Serious Risk Concentration) vastgesteld, zijnde niveau waarboven ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen kunnen optreden, inclusief een bepaalde veiligheidsmarge. De arbeidshygiëne maatregelen behorende bij de veiligheidsklassen zijn weergegeven in navolgende tabel.

Mogelijke beheersmaatregelen

Oranje Niet-

Vluchtig

vluchtig

Rood Niet-

Vluchtig

vluchtig

Zwart Niet-

vluchtig

vluchtig

Organisatie V&G-plan

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Logboek

Afwijking

Afwijking

Ja

Ja

Ja

Ja

rapport

rapport

MVK

MVK

HVK

HVK

HVK

HVK

Aansturing

MVK

MVK

MVK

HVK

HVK

HVK

Toezicht

DLP

DLP

DLP

R-DLP

R-DLP

R-DLP

Uitvoering

Basiskennis

Basiskennis

OPM

OPM

OPM

OPM

Deskundigheid

DLP

DLP

MVK

HVK

HVK

HVK

Startwerkinstructie

MVK

MVK

MVK

HVK

HVK

HVK

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen

Voorlichting en onderricht

Geschiktheidsverklaring Metingen Bodemvocht

Optie

Lucht

Optie Optie

Ja

Ja

Materieel Sanitare voorzieningen

Was/toilet

Was/toilet

Ja

Ja

Ja

Ja

Laarzenspoelbak

Optie

Optie

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Drietraps sanitaire unit Vonkenvrij systeem Filters materieel aanwezig Filters materieel te gebruiken

Ja Optie Optie

Optie Optie

Stof- en

Stof- en

koolfilter

koolfilter

Situatie-

Situatie-

afhankelijk

afhankelijk

Ja Ja

Ja

Ja

ja

Sproei-installatie

Optie

Optie

Ja

Ja

Ja

Ja

Wasplaats materieel

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Afscherming werkgebied

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Te bepalen

Te bepalen

Te

Te

door HVK

door HVK

bepalen

bepalen

door HVK

door HVK

Signalering Persoonlijke beschermingsmiddelen Filters persoon

Handschoenen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Overall

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Veiligheidsschoenen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

MVK: middel veiligheidskundige

V&G-plan: veiligheids- en gezondheidsplan

HVK: hogere veiligheidskundige

R-DLP:register Deskundig Leidinggevende Projecten

DLP: Deskundig Leidinggevende Projecten

OPM: Operationeel medewerker

Asbest Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: · omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond. Voor het asbest op het maaiveld wordt hiervoor een fictieve bodemlaag van 0,02 m dikte gebruikt; · sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond; · berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. Mate van bodemverontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met asbest, gelden de volgende normen: · Interventiewaarde bodemsanering voor grond: Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is bij vaststelling gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Bij overschrijding van de interventiewaarde is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. · Helft van de Interventiewaarde (=Tussenwaarde): Deze waarde geeft, na uitvoering van een verkennend bodemonderzoek asbest, de noodzaak tot nader onderzoek aan.

Het betreft een rekenkundig gemiddelde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak van een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem. · Grenswaarde hechtgebonden asbest: In hechtgebonden asbest zitten de vezels stevig in het dragermateriaal verankerd; er komen daardoor nauwelijks vezels vrij. De grenswaarde voor hechtgebonden asbest is 1000 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten hechtgebonden asbest in de grond lager dan deze grenswaarde, wordt, zo blijkt uit praktijkmetingen, geen asbest in de lucht aangetroffen boven de bepalingsgrens. · Grenswaarde niet-hechtgebonden asbest: De grenswaarde voor niet-hechtgebonden asbest is 100 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten lager dan 100 mg/kg ds zal het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zijn dan 5-10%. Bij overschrijding van deze waarde dient het gehalte aan respirabele vezels bepaald te worden. · Grenswaarde respirabele vezels: Respirabele vezels hebben een diameter < 3 µm en een lengte < 200 µm. Deze vezels kunnen in de longen terecht komen. De grenswaarde is gesteld op 10 mg/kg d.s. gewogen Zorgplicht Niet historische gevallen van bodemverontreiniging (zogenaamde nieuwe gevallen die zijn ontstaan na 1993) moeten op basis van de zorgplicht gesaneerd worden.

Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging moeten (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is volledig verwijderd te worden. Locatiespecifieke risicobeoordeling De locatiespecifieke beoordeling van de risico’s van een asbestverontreiniging worden als volgt beoordeeld:

Hergebruik van asbesthoudende grond en baggerspecie Voor toepassingen van grond en baggerspecie op de land- en de waterbodem is de maximale waarde voor asbest in het Besluit bodemkwaliteit vastgelegd op 100 mg/kg d.s. (gewogen), mits het asbest niet opzettelijk aan de partij grond of baggerspecie is toegevoegd.

Werken in en met asbest verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken met verontreinigde bodem. De beoordeling van met asbestverontreinigde grond is in het volgende schema weergegeven.

Als zich in de bodem lagen bevinden met bodemvreemde materialen oftewel secundaire bouwstoffen, zijn de concentraties niet eenduidig te bepalen. De samenstelling van de secundaire bouwstof kan aanzienlijk verschillen van de grond. De volgende situaties kunnen spelen: · Niet -verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: geen veiligheidsklasse van toepassing; · Verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: veiligheidsklasse bepalen; · Bodem met (secundaire) bouwstoffen van onbekende datum of vóór 2005: o Analyseren combinatie grond en bouwstof: toetsen tegen de SRC-waarde grond; o Analyseren grond en bouwstof separaat: toetsen grond tegen de SRC-waarde grond en toetsen bouwstof als secundaire bouwstof. Zwaarste klasse telt. De arbeidshygiëne maatregelen voor de klasse Zwart niet vluchtig en de beheersmaatregelen zijn weergegeven in navolgende tabel.

Mogelijke beheersmaatregelen

Zwart niet-vluchtig

‘’voorkomen stofvorming en verslepen bouwstoffen’’

V&G-plan

Ja

Project RI&E / TRA

Logboek

Ja

Afwijking rapport

HVK

veiligheidskundige

Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen Aansturing

HVK

nvt

Toezicht

R-DLP

Nvt

Uitvoering

OPM

Nvt

Deskundigheid

HVK

Basiskennis

Startwerkinstructie

HVK

Ja

Geschiktheidsverklaring

Ja

Nvt

Voorlichting en onderricht

Metingen Bodemvocht

Ja

Lucht

Ja Nvt

Materieel Sanitare voorzieningen

Ja

Was/toilet

Laarzenspoelbak

Ja

Optioneel

Drietraps sanitaire unit

Ja

Nvt

Filters materieel aanwezig

Ja

Optioneel

Filters materieel te gebruiken

Ja

Optioneel

Sproei-installatie

Ja

Optioneel, bij vocht <10%

Voorziening reinigen materieel

Ja

Ja

Afscherming werkgebied

Ja

Ja

Signalering

Ja

Ja

Filters persoon

Te bepalen door HVK

Optioneel te bepalen door veiligheidskundige

Handschoenen

Ja

Ja

Overall

Ja

Ja

Veiligheidsschoenen

Ja

Ja

PBM

Invasieve exoten Een invasieve exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt en voor de natuur schadelijk is. Op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren geldt een Europees verbod. In de Europese verordening 'Invasieve Uitheemse soorten' (1143/2014) is vastgelegd voor welke invasieve exoten een importhandels- en bezitsverbod geldt. Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’. Op de Unielijst staat, in relatie tot grond en toepassing van grond, onder andere de Reuzenberenklauw. De Japanse Duizendknoop staat niet op de Unielijst maar wordt over het algemeen wel beschouwd als een invasieve exoot. Voorbeelden van maatregelen ter voorkoming van verspreiding zijn: · Japanse Duizendknoop: o controleer en reinig kleding en machines na werkzaamheden; o voorkom transport van grond met daarin delen van wortelstokken of stengels o grond met delen van wortelstokken of stengels eerst industrieel composteren vóór toepassing o afvoer van besmette grond moet zorgvuldig gebeuren en langs vooraf vastgestelde routes · Reuzeberenklauw o Reinig machines en kleding na werkzaamheden o Voorkom transport van grond met daarin zaden van de berenklauw.

Zaden houden tot 7 jaar hun kiemkracht, bij de toepassing van grond dient hier rekening mee te worden gehouden.

Bijlage 4

Kwaliteitsborging

Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.

Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. VKB Sweco Nederland B.V. is actief lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Deze vereniging van milieuadvies- en veldwerkbureaus werkt aan de kwaliteitsborging van bodemonderzoek en bodemadvies door o.a. het stellen van eisen inzake opleiding en ervaring, toepassing van normen en voorschriften en certificatie. De advies- en veldwerkzaamheden van Sweco worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van deze vereniging. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren ven veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering).

ARBO en VGM Sweco Nederland B.V. voldoet aan de specifieke veiligheidseisen die voor ARBO, veiligheid, gezondheid en milieu gelden. Risico’s worden op bedrijfs-, vakgebied- en projectniveau geïdentificeerd en geëvalueerd. Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen wordt gemonitord.

Besluit Bodemkwaliteit (BBK) Het Besluit bodemkwaliteit (onderdeel KWALIBO) richt zich op kwaliteit én integriteit van de bodemintermediair. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen, protocollen en andere documenten. Met een certificaat moeten bodemintermediairs (aannemers, inspectie-instellingen, milieukundige begeleiders e.d.) aantonen dat hun bedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet. Het bevoegd gezag mag alleen gegevens accepteren van een erkende intermediair. Bovendien moeten de personen en instellingen die bepaalde cruciale functies in het bodembeheer vervullen (milieukundige begeleiding, monsterneming bij partijkeuringen, veldwerk, certificatie en inspectie), onafhankelijk zijn

van hun opdrachtgever (eigenaar / initiatiefnemer). Functiescheiding en het (laten) uitvoeren van de aangewezen werkzaamheden door erkende bodemintermediairs gelden vanaf de datum dat erkenning verplicht is. Kwaliteitskader veldwerk Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens door de SIKB vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt vermeld welke werkzaamheden zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen: · (water)bodem- of asbestonderzoek onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ versie 6.0, en de bijbehorende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. · partijkeuringen onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 1000 monsterneming voor partijkeuringen’, versie 9.0 en de bijbehorende protocollen 1001, 1002, 1003 en 1004. · mechanische boringen worden uitgevoerd onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2100 Mechanisch boren’, versie 4.0 en het bijbehorende protocol 2101. · milieukundige begeleiding onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 6000 Milieukundige begeleiding van (water) bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg’, versie 5.0 en de bijhorende protocollen 6001, 6002 en 6003. De in werking zijnde versies van de beoordelingsrichtlijnen en de daaronder vallende protocollen worden gehanteerd door de uitvoerende partij.

Het certificaatnummer van de uitvoerende partij wordt opgenomen in de rapportage. Het moment van certificaatvernieuwing is te controleren op www.bodemplus.nl. Tevens wordt in de rapportage opgenomen op welke punten eventueel is afgeweken van de protocollen en wat de mogelijke consequenties zijn van de afwijkingen. Sweco Nederland B.V. voert werkzaamheden uit waarvoor zij is gecertificeerd (BRL SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018), dan wel worden de werkzaamheden binnen de van toepassing zijnde beoordelingsrichtlijnen en bijbehorende protocollen uitbesteed aan partijen welke hiervoor door het ministerie van I&W zijn erkend. Kwaliteitskader Laboratoriumonderzoek De laboratoria die Sweco inschakelt voor het uitvoeren van milieukundig laboratoriumonderzoek, voldoen aan de accreditatiecriteria van de Raad voor Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025. Onafhankelijkheid Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van een partijkeuring, bodem-, asbest- en/of waterbodemonderzoek. Het onderzoek wordt derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Klachtenafhandeling Wanneer er een meningsverschil ontstaat over de uitvoering van de werkzaamheden binnen bovengenoemd kwaliteitskader, is het mogelijk een klacht in te dienen bij Sweco.

In nadere afstemming wordt dan getracht een oplossing te bieden. Indien dit geen uitkomst biedt is het mogelijk zich in tweede instantie te wenden tot de betreffende certificatie-instelling.

28

Bijlage 2 Watertoets

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 26-09-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

korte procedure

2.

Advies Algemeen

3.

Advies grondwaterfluctuatiezone

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

26-09-2022, 20:12

P agina 1 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Wordt er in de huidige s ituatie wateroverlas t ervaren binnen het plangebied? nee

3.

Gaat u verhard oppervlak toevoegen? ja

4.

Voegt u 1500m2 of meer verhard oppervlak toe? nee

5.

Raakt het plangebied een A of B watergang? nee

6.

Raakt het plangebied een riooltrans portleiding? nee

7.

Raakt het plangebied een waterbergings gebied? nee

8.

Raakt het plangebied een waterkering? nee

9.

Raakt het plangebied een grondwaterbes chermings gebied? nee

10.

Raakt het plangebied de grondwaterfluctuatiezone? ja

11.

Raakt het plangebied "natuurwateren" (voorheen wateren met HEN- of SED-functie)? nee

26-09-2022, 20:12

P agina 2 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

Raakt het plangebied een KRW-waterlichaam? nee

26-09-2022, 20:12

P agina 3 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? Uw plan heeft een beperkte invloed op het waters ys teem en/of de afvalwaterketen. In de bijgevoegde deeladviezen lees t u op welke manier u rekening kunt houden met de belangen van het waters chap. Wij vragen u de res ultaten op te nemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er vragen zijn, dan kunt u contact opnemen met één van onze planadvis eurs via watertoets @vallei-veluwe.nl. U kunt ook met ons algemene nummer bellen (055-5272911) en vragen naar de planadvis eur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een watervergunning. Onze conclus ie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfas e. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waters chap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de webs ite van het waters chap (https ://www.vallei-veluwe.nl/toptaken/vergunning-aanvragen/). Op www.omgevings loket.nl kunt u een watervergunning aanvragen. Dien deze aanvraag in door op de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" te drukken.

Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. Het waters chap ontvangt dan een afs chift van deze aanvraag.

Waar moet ik op letten? "U dient deze aanvraag in te dienen door op de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" te drukken. Als u dit niet doet, wordt de aanvraag niet doorgezet naar het waters chap en zijn wij nog niet op de hoogte van uw plan. Met deze watertoets is uw plan naas t het beleid van het waters chap gelegd. Hieruit is de conclus ie naar voren gekomen dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuis houding en/of de afvalwaterketen. Deze beoordeling heeft plaats gevonden vanuit het beleid van het waters chap. Voor het waters chap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompens atieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. Een groot aantal gemeenten s telt ook eis en bij de reas liatie van nieuw verhard oppervlak of bij herontwikkeling van bes taand verhard gebied. Het kan dan ook zijn dat de gemeente wel/ook eis en aan uw plan s telt. Het is van belang om dit na te vragen bij de betreffende gemeente. "

Achtergrondinformatie 26-09-2022, 20:12

P agina 4 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies Algemeen Waterinclus ieve bebouwde omgeving Stedelijke in- en uitbreiding, ten behoeve van de groeiende bevolking, moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheids opgaven. Dit biedt enorme kans en om de s tad aantrekkelijker te maken. Idealiter wordt overal waar wordt gebouwd, rekening gehouden met het as pect water(waterinclus ief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd: de s tad als s pons . Groenblauwe dooradering in de openbare ruimte en op de daken houdt de s tad bovendien leefbaar bij toenemende hittes tres s en heftige regenval. Dit vraagt om zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en de garantie op voldoende ruimte bij binnens tedelijke verdichting.

Wat moet ik doen? Maak afwegingen over eventuele nieuwe, s tedelijke uitbreidingen vanuit de ondergrond, met het oog op de waterhuis houding en altijd klimaatadaptief. Voor meer informatie verwijzen we u naar onze Blauwe Omgevings vis ie voor het jaar 2050 (https ://bovi2050.nl/verhaal/waterinclus ieve-bebouwde-omgeving/). Z o zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterbergingcapaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaats en gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op s traat en in verlaagde groens troken. Z ie voor uitleg en ins piratie hierover: http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl, https ://www.deltaprogramma.nl/themas /ruimtelijke-adaptatie, https ://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas / en https ://www.urbangreenbluegrids .com/. Algemene aandachts punten Vas thouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vas tgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiverings ins tallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlas t in benedens trooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waters chap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlas t te voorkomen advis eert het waters chap om boven de gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat as pecten zoals ontwaterings diepte en infiltratie van hemelwater, bes chouwd worden ten opzichte van de GHG. Het s tructureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplos s ing en moet worden voorkomen. Het waters chap advis eert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heers ende grondwaters tanden en GHG. Eventuele grondwateroverlas t is in eers te ins tantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - s cheiden - s choon maken Om verontreiniging van bodem, gronden/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afs tromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eis en / randvoorwaarden te s tellen aan bijvoorbeeld de toegepas te (bouw)materialen. Wij vragen de 26-09-2022, 20:12

P agina 5 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.

Waar moet ik op letten? Het waters chap vraagt u om in uw plan met de volgende drie aandachts punten rekening te houden. 1.

Vas thouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vas tgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiverings ins tallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlas t in benedens trooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waters chap.

2.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlas t te voorkomen advis eert het waters chap om boven de gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat as pecten zoals ontwaterings diepte en infiltratie van hemelwater, bes chouwd worden ten opzichte van de GHG. Het s tructureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplos s ing en moet worden voorkomen. Het waters chap advis eert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heers ende grondwaters tanden en GHG. Eventuele grondwateroverlas t is in eers te ins tantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

3.

Schoon houden - s cheiden - s choon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afs tromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eis en / randvoorwaarden te s tellen aan bijvoorbeeld de toegepas te (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.

Achtergrondinformatie Bij grondwaterneutraal bouwen is het belangrijk om te kijken of de (geplande) ontwikkeling pas t bij de grondwaters tanden in het plangebied. Voor wonen, bedrijven en infras tructuur moet de grond niet te nat zijn en dus de grondwaters tand voldoende diep. Er zal geen grondwateroverlas t zijn als wordt voldaan aan de bij een bepaalde functie behorende ontwaterings diepte. Z o is de gangbare norm voor de ontwaterings diepte voor woningen (met kruipruimte) en s ecundaire wegen 70 cm beneden maaiveld. Wanneer grondwaters tanden s tructureel hoger liggen dan deze 70 cm dan kan wateroverlas t onts taan en kunnen de gebruiks functies worden aangetas t. Om voldoende ontwaterings diepte te bereiken, en toch aan te s luiten bij bes taande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op s electief ophogen in combinatie met bijvoorbeeld bouwen zonder kruipruimtes te gebruiken. Waters chap heeft beleid rond drainage vas t gelegd in de Keur, en dan s pecifiek in algemene regel 3.2.54 Brengen van water in oppervlaktewaterlichaam A, B, en C. (https ://www.vallei-veluwe.nl/wat-doet-waters chap/voldoende-water/regels -rondom26-09-2022, 20:12

P agina 6 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets water/)

26-09-2022, 20:12

P agina 7 van 8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies grondwaterfluctuatiezone Het plangebied raakt een grondwaterfluctuatiezone.

Wat moet ik doen? U dient in uw plan rekening te houden met de verwachtte s tijging van de grondwaters tanden in de grondwaterfluctuatiezone. Hierover dient u afs temming te zoeken met de provincie om te bepalen wat dit voor uw concrete plan betekent.

Waar moet ik op letten? Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemas s ief, waar de grondwaters tanden naar verwachting op termijn zullen s tijgen. Afhankelijk van de verwachtte s tijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekoms tig grondwateroverlas t te voorkomen.

Achtergrondinformatie De grondwaterfluctuatiezone is vas tgelegd in de Omgevings vis ie van Provincie Gelderland. Meer informatie over de grondwaterfluctuatiezone kunt u vinden op de webs ite van de Provincie Gelderland.

26-09-2022, 20:12

P agina 8 van 8

https://dewatertoets.nl

37

Bijlage 3 Quickscan Flora en fauna

"Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation" (vastgesteld)

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

G&G-advies QS2022-204

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

F. Lang

2022

Opdrachtgever DNS Planvorming B.V.

G&G-advies QS2022-204

Datum Versie

19 september 2022 V1

Gecontroleerd door: W. Peters De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden ...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

8

2.1

Soorten .................................................................................................................... 8

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 9

Beschermde soorten Wnb

10

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 12 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 12 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 12 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 12 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 12 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 14 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 15 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 15

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 17

Effectbeoordeling en maatregelen

18

4.1

Vogels..................................................................................................................... 18

4.2

Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 19

4.3

Vleermuizen ........................................................................................................... 19

4.4

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 19

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

20

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 20

5.2

Gelders natuurnetwerk (GNN) .............................................................................. 21

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 22

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 22

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 22

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-204

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

4 5.6

6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................23

Conclusies

24

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................24

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................25

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................25

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................26

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

27

8

Bijlagen

29

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-204

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen het transformatorstation Eerbeek aan de Schoonmansmolenweg 5 uit te breiden. Eerbeek ligt in de gemeente Brummen in de provincie Gelderland. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van DNS Planvorming heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Bestaand transformatorstation

Locatie van de uitbreiding

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-204

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van Eerbeek. De directe omgeving kan voornamelijk als industrieel worden beschreven. Ten westen van het plangebied bevindt zich een begraafplaats. Verder ten zuiden bevindt zich de villawijk Wilhelminapark. Verder zuidwesten gelegen is het Nationaal Park Veluwezoom en in het westen Nationaal Park De Hoge Veluwe. Onder andere deze parken vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe.

1.4

Werkzaamheden Het transformatorstation Eerbeek wordt uitgebreid. Er is extra tansformatorvermogen nodig. Op het bestaande station worden op enkele plekken ondergrondse kabels verlegd. De hoogspanningsverbinding die langs de weg loopt, wordt verlengd over het terrein naar de gronden van de uitbereiding. Op de gronden van de uitbreiding komt een transformatorruimte met een 150/10kV 66 MVA transformator. Ook komt er een nieuw gebouw met daarin een middenspanningsinstallatie. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt en gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, verandering van microklimaat of licht, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-204

Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek

1.5

7

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13967281/2