064 Analyse Brummen in beeld versie 31.03.2021
Tekst van het document
Analyse Brummen in beeld Kenmerk: D353246 De gemeente Brummen kent een gevarieerde bevolkingssamenstelling. Dit is te zien in de demografische kenmerken, maar ook in de sociaal economische kenmerken. Ook zien we sterke verschillen in de deelgebieden kern Brummen, kern Eerbeek en het buitengebied.
1.1. Gemeentelijke kenmerken Op het gebied van inkomensverdeling, het gemiddelde inkomen per inkomensontvanger en de gemiddelde woningvoorraad scoren de kernen Brummen en Eerbeek veelal net onder of rond het gemiddelde van de gemeente, het buitengebied scoort veelal hoog of hoger. Bevolkingsprognose De gemeente Brummen is op het moment van schrijven 4% sterker vergrijst dan gemiddeld in Nederland. De komende jaren zet deze vergrijzing sterk door. Per saldo blijft het inwonersaantal ongeveer gelijk (net onder de 21.000 inwoners), maar laat de bevolkingsprognose wel een sterke verschuiving zien.
Figuur: bevolkingsprognose gemeente Brummen (bron: gebiedsmonitor Fame 2021)
In de leeftijdscategorieën 0-19 jaar en 20-64 jaar is sprake van een afname. Voor de leeftijdscategorie 75+ wordt een forse stijging verwacht. Huishoudenssamenstelling Op basis van de bevolkingsprognose zien we dat de huishoudenssamenstelling tot 2030 ook sterk zal veranderen. Het aantal 1 tot 2 persoons huishoudens tot 64 jaar zal met bijna 300 huishoudens afnemen, terwijl juist bij de 65+ huishoudens een flinke stijging wordt verwacht van bijna 950 huishoudens. Met een groei van bijna 100 gezinshuishoudens wordt in totaal een toename verwacht van 750 huishoudens tot 2030.
1.2. Een analyse van de zorgdoelgroepen Voor de woonzorgvisie is een analyse van de woonzorgopgave gemaakt voor drie zorgdoelgroepen: ouderenzorg, GGZ-zorg en gehandicaptenzorg. Binnen de ouderenzorg zien we drie deelgebieden: beschermd wonen voor men-
sen met dementie, beschermd wonen voor mensen met een somatische zorgvraag (bij beide gaat het om wonen in een instelling met Wlz zorg) en toegankelijk wonen (al dan niet geclusterd wonen voor mensen met en zonder zorgvraag). Per zorgdoelgroep wordt een afzonderlijke analyse gegeven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande prognoses van Companen uit de Woonagenda 2019-2023. Deze worden vergeleken met de prognoses van Alzheimer Nederland en Bureau Fame. Ook worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven. Na iedere toelichting wordt afgesloten met de opgave per zorgdoelgroep.
1.2.1. Ouderenzorg Het Zilveren Kruis verwacht op basis van de demografische ontwikkeling dat het aantal klanten met verpleging en verzorging (V&V) fors gaat toenemen. Daarbij valt op dat er in de gemeente Brummen nu al meer 75+ers wonen dan gemiddeld in Nederland, maar dat zij significant minder verpleging en verzorging afnemen (8,2%) in vergelijking met de regio (12,6%) en de Zorgkantoren van Zilveren Kruis (11,6%). Hieronder duiden we de uitkomsten.
Beschermd wonen voor mensen met dementie Companen heeft in de woonagenda een prognose gemaakt voor het aantal plekken beschermd wonen voor mensen met dementie de komende jaren. Companen voorziet de behoefte op 94 plekken in 2020, 106 in 2025 en 122 in 2030. Companen gaat bij haar prognose uit van het aantal verzilverde indicaties van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). In 2020 zijn 94 indicaties verzilverd, maar het CIZ heeft 124 indicaties afgegeven. Er zijn op dit moment in de gemeente Brummen 82 beschermd woonplekken bij zorgaanbieders. Dit betekent dat 12 indicaties verzilverd zijn door mensen die zelfstandig wonen. De lage verzilveringsgraad en de verzilvering van zorg in de eigen omgeving duiden op een tekort van het aantal beschikbare plekken beschermd wonen voor mensen met dementie. Dit wordt bevestigd door wachtlijsten van enkele zorgaanbieders. Omdat deze cijfers afwijken ten opzichte van de cijfers van Companen worden deze vergeleken met de prognoses van Alzheimer Nederland en bureau Fame. Prognose Alzheimer Nederland In opdracht van Alzheimer Nederland berekent ABF research jaarlijks de cijfers voor dementie per gemeente. Volgens die gegevens loopt het aantal mensen met dementie in de gemeente Brummen op van 440 mensen in 2020, naar 510 mensen in 2025 en 600 mensen in 2030.
Omdat niet alle mensen met dementie in aanmerking komen voor een indicatie beschermd wonen (wonen in een instelling) heeft ABF ook een berekening gemaakt voor die 1 ontwikkeling (psychogeriatrische zorg ). Zij zien de zorgvraag oplopen van 124 in 2020, naar 144 in 2025 en ca. 170 in 2030. Prognose bureau Fame Bureau Fame berekent hun prognose op basis van het aantal 75+ers met een indicatie VV5 (Beschermd wonen met intensieve dementiezorg), VV7 (Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding) en VV4 (Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging). Van de groep mensen met een VV4 indicatie berekenen zijn 30%, omdat wordt verwacht dat voor deze groep het scheiden van wonen en zorg in de nabije toekomst door zal zetten. Bureau Fame verwacht dat de zorgvraag voor mensen met dementie nog hoger uit zal pakken - van 149 in 2020, naar 179 in 2025 tot circa 200 in 2030.
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers dementie 1
Psychogeriatrische zorg is gericht op het verzorgen van ouderen die lijden aan dementie en Alzheimer D353246 - Analyse Brummen in beeld - 2
Nader onderzoek Uit nadere gesprekken met het zorgkantoor, diverse zorgaanbieders, thuiszorgorganisaties en het netwerk dementie/ geriatrie blijkt dat het uitgangpunt van een prognose altijd minimaal het aantal afgegeven indicaties moet zijn. Mensen kiezen soms bewust voor zorg in de eigen omgeving, maar gezien het feit dat zorg aan dementerende ouderen zwaar, complex en gespecialiseerde zorg vraagt wordt verwacht dat deze groep niet heel groot is. Daarbij is er een sterke voorkeur om deze zorg in geclusterde woonvormen te bieden, maar daarvan zijn er in de gemeente Brummen slechts enkele te vinden. Het totaal aantal mensen dat bewust en vrijwillig kiest voor zorg in de eigen omgeving voor mensen met dementie wordt ingeschat op slechts enkele gevallen. Het staat vast dat het absolute aandeel ouderen en daarmee het aantal ouderen met dementie sterk zal groeien. Hoe sterk is alleen afhankelijk van meerdere factoren. Medicijnen die invloed hebben op het verloop van dementie kunnen mogelijk zorgen voor een afname van de groei. Daarentegen kan een gemiddelde hogere levensverwachting (de belangrijkste risicofactor voor mensen met dementie) en medicatie die dementie vertraagd (waardoor mensen langer leven met dementie) weer leiden tot een toename van de groei. Ook in de beschikbaarheid, inzet en draagkracht van het aantal mantelzorgers kan van invloed zijn.
Op basis van de analyse wordt ervoor gekozen om de prognose van het aantal plekken voor mensen met dementie vast te stellen op het prevalentiecijfer 5,4. Dit ligt net boven het prevalentiecijfer van Alzheimer Nederland (5,1) en onder het prevalentiecijfer van Bureau Fame (6,1). Het nieuwe prevalentiecijfer is gebaseerd op het aantal afgegeven indicaties (inclusief het aantal indicaties dat is verzilverd met zorg in de eigen omgeving). Het houdt ook rekening met een mogelijke beperkte groei. Het totaal aantal beschermd woonplekken voor mensen met dementie de komende jaren wordt daarmee bepaald op 132 in 2020, 159 in 2025 en 177 in 2030.
Figuur: prognose beschermd wonen dementie gemeente Brummen
Opgave beschermd wonen dementie Het verschil tussen de prognose (132) en het huidige aantal beschikbare plekken (82) is de theoretisch behoefte op dit moment. Er zullen op korte termijn 50 extra plekken gerealiseerd moeten worden om met terugwerkende kracht de 132 plekken te kunnen aanbieden. Uit de markt zijn enkele planinitiatieven bekend die bij elkaar leiden tot de realisatie van 41 extra plekken. Met terugwerkende kracht zijn er 9 extra plekken nodig. Wanneer we het huidige aanbod en de planinitiatieven in een overzicht plaatsen zien we de opgave voor de komende jaren tot 2030.
Figuur: opgave beschermd wonen dementie gemeente Brummen
Beschermd wonen voor mensen met somatische zorgvraag In de woonagenda heeft Companen ook een prognose gemaakt voor het aantal plekken voor mensen met een somatische zorgvraag. Companen omschrijft dit als geclusterd wonen met langdurige zorg. Zij voorzien behoefte in 83 plekken in 2020, 94 in 2025 en 107 plekken in 2030. Bij deze prognose is Companen uitgegaan van het aantal afgegeven indicaties. In 2020 heeft het CIZ 82 indicaties afgegeven. Van deze indicaties zijn er 67 verzilverd. Er zijn op dit moment 62 beschermd woonplekken voor mensen met een somatische zorgvraag. 5 indicaties zijn dus verzilverd door middel van zorg in de eigen omgeving.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 3
Bij langdurige zorg voor mensen met een somatische zorgvraag duid de verzilveringsgraad en de verzilverde indicaties in de eigen omgeving op een tekort van het aantal beschikbare plekken. Ook hier wordt gesteld dat de prognose van Companen te laag is. We vergelijken daarom ook hier de prognose van Companen vergeleken met de prognoses van Alzheimer Nederland en bureau Fame. Prognose Alzheimer Nederland ABF research heeft ook een berekening gemaakt voor de ontwikkeling van het aantal inwoners in de gemeente Brummen met chronische lichamelijke ziektes (somatiek). ABF prognosticeert dat het aantal mensen met een somatische zorgvraag stijgt van 55 in 2020, naar 65 in 2025 en 80 in 2030. De prognose van Alzheimer Nederland is lager dan die van Companen. Prognose bureau Fame Bureau Fame berekent hun prognose op basis van het aantal 75+ers met een indicatie VV6 (Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging), VV8 (Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, nadruk op verzorging en verpleging) en 70% van het aantal VV4 indicaties (Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging). Verwacht kan worden dat voor de mensen met een VV4 indicatie de zorgvraag in de toekomst blijft bestaan. Bureau Fame verwacht dat de zorgvraag voor mensen met een somatische zorgvraag uitkomt op 90 plekken in 2020, 109 in 2025 en circa 122 in 2030.
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers somatiek
Nader onderzoek Over deze uitkomsten is ook gesproken met het zorgkantoor, diverse zorgaanbieders, thuiszorgorganisaties en het netwerk dementie/ geriatrie en ook hier wordt vastgesteld dat het uitgangpunt van een prognose altijd minimaal het aantal afgegeven indicaties moet zijn. De prognoses van Alzheimer Nederland zijn dus te laag. Anders dan bij de zorg aan dementerende ouderen wordt gesteld dat de zorg aan ouderen met een somatische zorgvraag ‘eenvoudiger’ in de eigen omgeving te organiseren is. De zorg is minder complex, doordat het vooral lichamelijk georiënteerde zorg is waar de wijkverpleging een grotere rol in kan spelen. Daarbij kunnen aanpassingen in de eigen woonomgeving eenvoudiger leiden tot een passende woonomgeving voor de zorg in de eigen omgeving. De verwachting is dan ook dat meer mensen in de toekomst vrijwillig voor zorg in de eigen omgeving kunnen en zullen kiezen. De vraagontwikkeling van mensen met een somatische zorgvraag zal de komende jaren sterk groeien door de groei van het absolute aandeel ouderen. Ook hier is de groei echter afhankelijk van meerdere factoren. De ontwikkeling en inzet (digitale) technologie kunnen mogelijk zorgen voor afname van de groei en kunnen bijdragen aan het vergroten van de draagkracht van mantelzorgers. Mogelijk kunnen meer zorgarrangementen worden ingezet in de thuissituatie.
Daarentegen kan de hogere gemiddelde levensverwachting van mensen met een zware zorgvraag, de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en daardoor de afname van het aantal beschikbare mantelzorgers en toe leiden dat er juist een verdere toename zal zijn. Partners signaleren daarbij, mede op basis van de onlangs vastgesteld regionale visie op ouderenzorg in regio Apeldoorn/Zutphen, een toenemend aantal initiatieven ontstaan om mensen langer thuis laten wonen. Ondersteund door digitale technologie worden hier goede ontwikkelingen voorzien dat het aantal ouderen dat zelfstandig kan blijven wonen daadwerkelijk gaat toenemen. Op basis van deze analyse wordt ervoor gekozen om het prevalentiecijfer van Companen (3,4) te volgen. Het totaal aantal beschermd woonplekken voor mensen met een somatische zorgvraag de komende jaren wordt daarmee bepaald op: D353246 - Analyse Brummen in beeld - 4
Figuur: prognose beschermd wonen somatiek gemeente Brummen
Opgave beschermd wonen somatiek Vastgesteld wordt dat de prognose van Companen te laag is dat er op korte termijn 21 extra plekken gerealiseerd moeten worden om met terugwerkende kracht de 83 plekken te kunnen aanbieden. Uit de markt zijn enkele planinitiatieven bekend die bij elkaar leiden tot de realisatie van 11 extra plekken. Wanneer we het huidige aanbod en de planinitiatieven in een overzicht plaatsen zien we de opgave voor de komende jaren tot 2030.
Figuur: opgave beschermd wonen somatiek gemeente Brummen
Toegankelijk wonen De laatste categorie binnen de ouderenzorg is toegankelijk wonen met en zonder zorg (al dan niet geclusterd). Dit betreft woonplekken waar mensen door inzet van een zorg en ondersteuning zelfstandig kunnen blijven wonen. Zorg en ondersteuning is hierbij niet standaard aanwezig, maar op afroep of afspraak aanwezig. Geclusterd wonen voorziet in het grote tekort aan voorzieningen tussen zelfstandig wonen en wonen in een instelling en kan ervoor zorgen dat mensen langer thuis kunnen wonen en de uiteindelijke woonvraag in een instelling langer wordt uitgesteld. Het wordt door bijna alle partijen onderstreept dat ingezet wordt op realisatie van meer geclusterde woonvoorzieningen. Het is wel van belang onderscheid te maken in twee soorten geclusterd wonen. Ten eerste geclusterd wonen voor mensen met een zware zorgvraag. Deze liggen bij voorkeur in een service/aanleungebied van een zorgaanbieder en mensen kunnen hierdoor zelfstandig blijven wonen, maar toch gebruik maken van de aanwezigheid van zorg (op afroep). De tweede soort kan buiten een servicegebied/aanleungebied liggen. Zorg en ondersteuning is (op afspraak) aanwezig. Door clustering van de woningen is het mogelijk om de zorg en ondersteuning efficiënt in te richten wat, zeker met oog op de krapte op de arbeidsmarkt grote voordelen heeft.
Deze woonvormen zijn ook zeer geschikt voor alleenstaande ouderen met eenzaamheidsgevoelens. Companen heeft haar prognose gemaakt op basis van de vraag van ouderen naar wonen met zorg en voor een klein deel van mensen die uit voorzorg of vanwege behoefte aan comfort of sociale contacten hiervoor kiezen. Het is onduidelijk of- en welk aantal afgegeven of verzilverde indicaties zij hiervoor hebben gebruikt. Wel is uit het prevalentiecijfer van Companen op te maken dat het aantal ouderen dat behoefte heeft aan geclusterd wonen meegroeit met de toename van het aantal ouderen in de gemeente Brummen. Companen prognosticeert de behoefte aan geclusterd wonen in 2020 op 155, op 262 in 2025 en op 390 in 2030. Prognose Alzheimer Nederland Alzheimer Nederland/ABF research heeft geen data beschikbaar over toegankelijk en/of geclusterd wonen. Prognose bureau Fame Bureau Fame heeft haar prognose berekend op basis van het aantal 75+ers die gebruik maken van wijkverpleging (uit de Zvw), het aantal 75+ers die gebruik maken van ondersteuning thuis (uit de Wmo) en een percentage van het aantal alleenstaande 75+ers. Bureau Fame stelt dat alleenstaande ouderen eerder behoefte hebben aan geclusterd wonen dan ouderen met een partner, bijvoorbeeld door eenzaamheidsgevoelens.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 5
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers toegankelijk wonen
Nader onderzoek Ook over deze uitkomsten is gesproken. Met het zorgkantoor, diverse zorgaanbieders, thuiszorgorganisaties, het netwerk dementie/ geriatrie, ouderenbond PCOB en woningcorporatie Veluwonen. Alle partijen pleiten voor voldoende en passende woningen en woonvormen voor ouderen tussen het zelfstandig wonen en het verpleeghuis in. Een tussenwoonvorm is voor mensen die nog niet naar het verpleeghuis hoeven, maar wel behoefte hebben aan extra ondersteuning ten opzichte van thuis. Het biedt ook veel voordelen. Een tussenwoonvorm voorkomt crisisopnames en verkleint de stap tot het verpleeghuis. Ook zorgt het ervoor dat een opname in het verpleeghuis uitgesteld kan worden, omdat de oudere langer zelfstandig kan blijven als de woonvorm aansluit bij de behoefte. Een bijkomend voordeel van voldoende (tussen)woonvormen voor ouderen, is dat er een snellere doorstroom is op de huizenmarkt. Zo profiteren jong én oud. De verhuizing naar een tussenwoonvorm hoeft overigens niet definitief of volledig te zijn. Het kan ook gaan om een flexibele (tussen)woonvorm waar iemand alleen doordeweeks overnacht. Het belangrijkste is om aan te sluiten bij de behoeften van de ouderen en eventueel diens mantelzorger(s).
De vraagontwikkeling van mensen met een toegankelijke woning/ woonvorm zal naar verwachting de komende jaren sterk groeien, maar ook hier zijn factoren aanwezig die kunnen zorgen voor afname of toename van de vraag. De zorg- en ondersteuningsvraag kan afnemen door de doorontwikkeling van (betere) gezondheidszorg en betere levensgewoonten. Ook wordt de inzet van (digitale) technologie gezien als krachtige factor voor de sociale integratie van ouderen en biedt het mogelijkheden voor de gezondheidszorg. Daarentegen kan de toename van het aantal ouderen dat zelfstandig woont leiden tot toename van eenzaamheidsgevoelens, zeker met de verwachte afname van het aantal beschikbare mantelzorgers en sterke toename van het aantal ouderen dat alleen zal komen te staan. Ook hangt een hogere levensverwachting van ouderen samen met co-morbiditeit (het hebben van meerdere gezondheidsklachten). Uit het onlangs uitgevoerde woonbehoefte onderzoek onder ons burgerpanel blijkt dat ruim 50% van de inwoners uit de gemeente Brummen een voorkeur heeft om thuis blijven wonen. Eén op de vijf (20%) heeft voorkeur voor geclusterd wonen.
Deze uitkomsten dienen volgens partners genuanceerd te worden omdat onder deze uitkomsten diverse (persoonlijke en/ of financiële) redenen liggen waarom ouderen (noodgedwongen) kiezen voor zelfstandig blijven wonen in de huidige woning: men wil niet verhuizen uit het huis waar ze al zo lang wonen; men wil de eigen sociale context niet achterlaten; men wacht met verhuizen tot het echt niet anders kan; passende woonruimte wordt door veranderde woonvoorkeur en behoeften niet gevonden in het huidige aanbod; men is bang (fors) meer te moeten betalen voor nieuwe woonruimte dan voor de woning waar ze (na al die jaren) zo weinig woonlasten hebben. Op basis van de analyse wordt ervoor gekozen om de prognose van het aantal plekken voor mensen met een toegankelijke woonvraag bij te stellen en het prevalentiecijfer vast te stellen op 10. Dit ligt boven het prevalentiecijfer van Companen, maar onder het prevalentiecijfer van Bureau Fame (15). Het nieuwe prevalentiecijfer is gebaseerd op de sterke verwachting en wens van de partners dat inwoners geclusterd willen wonen. Het gaat echter ook uit van de krachtige Brummense samenleving (waarin men omkijkt en zorgt voor elkaar) én de mogelijkheden die technologie nog met zich mee kan brengen. Het totaal aantal woonplekken voor mensen met een toegankelijke woning/ woonvorm de komende jaren wordt bepaald op:
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 6
Figuur: prognose toegankelijk wonen gemeente Brummen
Opgave toegankelijk wonen Ten opzicht van de prognose van Companen in de Woonagenda (155) en het huidige aanbod (107) zijn er op korte termijn 136 extra plekken nodig om met terugwerkende kracht de 243 benodigd aantal plekken te kunnen aanbieden. Uit de markt zijn enkele nieuwe woonzorginitiatieven kenbaar gemaakt, maar nog niet concreet genoeg om op te nemen in dit overzicht. De gemeente Brummen en Veluwonen hebben geen concrete plannen. Wanneer we het huidige aanbod en de planinitiatieven in een overzicht plaatsen zien we de opgave voor de komende jaren tot 2030.
Figuur: opgave toegankelijk wonen gemeente Brummen
1.2.2. GGZ-zorg Regio Oost Veluwe (met als centrumgemeente Apeldoorn) voorziet in een bovenregionale behoefte voor beschermd woonplekken in de Wmo. Ook de gemeente Brummen heeft een aanzienlijk hoger aantal plekken. Het prevalentiecijfer voor beschermd wonen (Wmo) was op 31 december 2020 3,4 terwijl dit cijfer landelijk 2,3 was. Na de openstelling van de Wlz voor GGZ-cliënten per 1 januari 2021 daalde het prevalentiecijfer naar 1,8. Landelijk ligt het prevalentiecijfer per 1 januari 2021 op 1,3. De beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis (van wonen in een instelling naar zelfstandig wonen), de invoering van het nieuwe landelijke verdeelmodel voor beschermd wonen (Wmo) en de herverdeling van de budgetten van de centrumgemeenten naar alle gemeenten (per 1 januari 2023) moet leiden tot een verdere verlaging van het prevalentiecijfer en is noodzakelijk om binnen de nieuwe budgetten te blijven. Indien het aantal cliënten met een indicatie beschermd wonen niet naar beneden wordt gebracht conform het landelijk gemiddelde prevalentiecijfer dan leidt dit onherroepelijk tot financiële tekorten voor de regio en de gemeente Brummen. Voor GGZ-zorg is dan ook duidelijk dat er geen sprake zal zijn van een opbouwopgave, maar van een afbouw opgave.
Hierbij moet worden opgemerkt dat de afbouw van het aantal beschermd woonplekken in instellingen zal leiden tot een toenemende vraag naar zelfstandige woonruimte. Speciaal voor deze cliënten is er in Brummen de Opstapregeling. Verwacht wordt dat de vraag naar Opstapwoningen opgevangen kan worden met reguliere woonvoorraad van Veluwonen. Prognose Companen Companen heeft in het regionaal onderzoek naar de woningopgave beschermd wonen een prognose gemaakt voor de regio en alle gemeenten afzonderlijk. Op 31 december 2020 waren er in de gemeente Brummen 85 cliënten met een indicatie beschermd wonen (Wmo), verdeelt over vier aanbieders. Op 1 januari 2021 waren dit er 45 door de openstelling van de Wlz voor GGZ. Het aantal aanbieders is gelijk gebleven. In 2025 verwacht Companen dat er afgebouwd kan worden tot 37 plekken en in 2030 tot 30 plekken.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 7
Figuur: prognose beschermd wonen (Wmo) gemeente Brummen
Nader onderzoek Wat de exacte afbouwopgave wordt is afhankelijk van het exacte aantal cliënten dat uiteindelijk naar de Wlz overgaat, maar dit is pas in de loop van 2021 duidelijk omdat het CIZ met grote achterstanden kampt in het verwerken van de aanvragen. Wel is duidelijk dat in totaal ongeveer 50% van de cliënten van de Wmo naar de Wlz over zal gaan. In februari 2020 zijn de voorlopige uitkomsten van het nieuwe landelijke verdeelmodel gepresenteerd. Een eerste doorrekening van de uitkomsten laat zien dat de afbouw van het historisch budget en de opbouw van het objectieve budget t/m 2025 budgetneutraal lijken te verlopen en pas vanaf 2026 een kantelpunt ontstaat. In de komende jaren zal de gemeente Brummen toe moeten werken naar voldoende passende betaalbare woonruimte en een goede lokale ondersteuningsstructuur om cliënten duurzaam uit te laten stromen en nieuwe instroom te beperken/voorkomen. Naast de opgaven heeft de gemeente Brummen in de prestatieafspraken met Veluwonen ook de reguliere uitstroom voor Beschermd Wonen gekwantificeerd. Het betreft vijf Opstapwoningen per jaar. Omdat het cliënten beschermd wonen (Wmo) voor de gemeente Brummen met ongeveer 50% afneemt en daardoor het doorstoomkarakter voor beschermd wonen in de Wmo wordt versterkt wordt het aantal Opstapwoningen per jaar bijgesteld naar drie (3).
Opgave beschermd wonen (Wmo) De opgave voor beschermd wonen (Wmo) de komende jaren is exclusief de reguliere uitstroom naar 3 Opstapwoningen per jaar.
Figuur: opgave beschermd wonen (Wmo) gemeente Brummen
Bij de uitkomst staat min, omdat het aantal beschermd woonplekken in een instelling omlaag moet worden gebracht. Tegelijkertijd betekent het een opgave om te komen tot meer woonruimte. Het is nog onduidelijk of al deze cliënten ook daadwerkelijk uitstromen in de gemeente Brummen of dat zij mogelijk terug zullen verhuizen naar de gemeente van herkomst. Desalniettemin is het goed deze op te nemen in de opgave, omdat lokale begeleiding goedkoper is en beter voor cliënten én de inzet van de gemeente Brummen zal zijn zoveel mogelijk cliënten te laten uitstromen.
1.2.3. Gehandicaptenzorg Landelijk lopen de prevalentiecijfers voor mensen met een verstandelijke beperking sterk uit elkaar. Dit heeft te maken met de vele verschillende vormen van een verstandelijke beperking en de diverse berekeningen die daarbij worden gebruikt. Daarbij zijn er factoren die er toe leiden dat het aantal klanten in de gehandicaptenzorg kan toenemen, bijvoorbeeld de verwachte stijging van de levensverwachting van mensen met een verstandelijke beperking. Het is hierdoor erg lastig om op basis van de demografische ontwikkeling van de gemeente Brummen te bepalen hoeveel mensen de komende jaren te maken krijgt met langdurige zorg voor hun verstandelijke beperking.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 8
Wel is duidelijk dat het aandeel GZ-klanten (gehandicaptenzorg) in de gemeente Brummen (1,09%) hoger is dan het gemiddelde van de regio Apeldoorn/Zutphen en aanzienlijk hoger is dan het gemiddelde het alle inwoners bij de zorgkantoren van Zilveren Kruis (0,72%). Dit duid erop dat door historische ontwikkeling (o.a. de gunstige ligging, en rustige/prikkelvrij omgeving) de regio en gemeente Brummen voorziet in een bovenregionale behoefte. Het betekent mogelijk ook dat gemiddeld zwaardere zorg aan cliënten wordt gegeven die minder eenvoudig in de thuissituatie te organiseren is. Wat verder opvalt is dat de klanten in de regio beduidend vaker ouder zijn (19% is ouder dan 65 jaar) in vergelijking met het gemiddelde van de klanten van het Zilveren Kruis (13%). Verder voorziet Zilveren Kruis een toename van 5% van het aantal mensen dat zorg in de eigen omgeving zal ontvangen. Indien deze stijging daadwerkelijk kan worden opgevangen in de eigen omgeving dan zullen hierdoor op termijn iets minder woonplekken in instellingen nodig zijn.
Woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking In de woonagenda heeft Companen een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de langdurige zorg voor mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente Brummen. Companen voorziet een lichte afname van de behoefte aan woonplekken, van 170 in 2020 naar 145 in 2030. Zij verklaren dit door een lichte afname van de totale populatie en doordat meer dat zorg (met name voor mensen met een licht verstandelijke beperking) in de eigen omgeving zal worden ontvangen. Bovendien ziet Zilveren Kruis dat er in de gemeente Brummen nog relatief weinig zorg in de eigen omgeving wordt geboden. 31% in de gemeente Brummen tegenover 34% in de regio en zelfs 45% ten opzichte van het gemiddelde van het Zilveren Kruis. Dit heeft vooral te maken met de zwaarte van de zorg. Die is minder goed in de eigen omgeving te organiseren. De cijfers van Companen verschillen met de cijfers van Zilveren Kruis en ook uit eigen onderzoek blijkt dat er meer beschermd woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente Brummen zijn. Prognose Zilveren Kruis Op basis van de ontwikkeling van de afgelopen jaren verwacht het Zilveren Kruis dat er de komende jaren een lichte daling zal zijn van het aantal cliënten in de gehandicaptenzorg. Van 205 in 2020 naar 182 in 2040.
Figuur: verschil in cijfer verstandelijke beperking gemeente Brummen
Nader onderzoek De gemeente Brummen heeft zelf onderzoek gedaan onder haar aanbieders en deze uitkomsten zijn zo goed als gelijk aan de uitkomsten van Zilveren Kruis. In totaal zijn er, verdeeld over drie aanbieders 177 cliënten. Aan 24 mensen wordt zorg in de eigen omgeving geboden (middels een modulair pakket thuis of volledig pakket thuis) en waarschijnlijk wordt de laatste vier indicaties verzilverd op basis van Persoons Gebonden Budget (PGB). Op basis van gegevens van de aanbieders zelf blijkt dat zij de komende jaren geen toename verwachten van het aantal cliënten. Op basis van de analyse wordt de prognose van het Zilveren Kruis (die wordt bevestigd door eigen onderzoek) gevolgd.
Figuur: prognose verstandelijke beperking gemeente Brummen
Opgave woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking Om de opgave voor de gehandicaptenzorg vast te stellen maken we het aantal cliënten met een woonvraag in een instelling en zorg in de eigen omgeving inzichtelijk. Vanuit het gegeven dat het aantal cliënten licht zal afnemen en het aantal cliënten dat zorg in de eigen omgeving iets zal toenemen (5% per vijf jaar) en daardoor op termijn iets minder woonplekken in een instelling nodig zijn stellen we de opgave voor de komende jaren als volgt vast.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 9
Figuur: opgave verstandelijke beperking gemeente Brummen
Bij de opgaven staat min, omdat het aantal woonplekken in een instelling zal afnemen. Echter, locaties worden ontwikkeld op basis van bezetting. Daarbij wordt door Philadelphia aangegeven dat bij zorg in de eigen omgeving eerder moet worden gedacht aan het uitstellen van een woonvraag van iemand die nog zelfstandig woont dan aan het afschalen van zorg in een instelling naar de eigen omgeving. Het is daarom niet de verwachting dat het aantal plekken erg zal dalen of dat een deel van de cliënten zal uitstromen naar zelfstandige woonruimte. Als dit al mogelijk zou zijn dan zal dit in een servicegebied van een huidige locatie zijn. Er wordt dan ook geen aanspraak verwacht op extra woonruimte.
1.2.4. Conclusie analyse zorgdoelgroepen De opgave binnen de zorgdoelgroepen verschillen sterk. Daarbij zien we bij de opgaven ouderen ook sterk verschillende opgaven.
Figuur: totaal overzicht woonopgaven gemeente Brummen
2
Woonopgave in instellingen Naast de uitvoering van de reeds bekende planinitiatieven kunnen er op korte termijn 9 extra beschermd woonplekken voor mensen met dementie worden gerealiseerd en 10 extra beschermd woonplekken voor mensen met een somatische zorgvraag. Vervolgens is er tot 2025 en tot 2030 groeipotentieel. Advies: Deze opgave liggen voornamelijk bij zorgaanbieders. Bij de herontwikkeling van bestaande aanbieders wordt per ontwikkeling en per gebied door gemeente en initiatiefnemers gekeken hoe in deze opgave kan worden voorzien. Bij nieuwe initiatieven wordt gekeken of deze voldoen aan de opgaven en of het initiatief passend is bij de vraag. De gemeente zal hier actief op sturen. Woonopgave toegankelijk wonen De opgave voor toegankelijk wonen en geclusterde woonvormen is het grootst. Hier is behoefte aan een flinke inhaalslag, maar ook voor de jaren daarna wordt een aanzienlijke opgave verwacht . Advies: op basis van de uitkomsten van het woononderzoek onder ons burgerpanel blijkt een gedifferentieerde behoefte te bestaan, te verdelen in een opgave binnen de sociale huursector en een opgave voor marktpartijen (gemeente Brummen). Geadviseerd wordt om de vraag binnen de sociale huursector (flexibele bouw van appartementen en geclusterde wooneenheden 55+) op te nemen in de prestatieafspraken met Veluwonen.
De vraag naar eengezins koopwoningen tot €251.000,- en appartementen en geclusterde woonvormen vanaf € 251.000,2
Bij alle opgave geldt dat wanneer voorzien is in aanbod, het groeipotentieel daalt en evenredig kleiner wordt
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 10
kan bij de markt worden neergelegd en is een opgave voor de gemeente Brummen. Huurders kunnen daarbij bij Veluwonen aangeven wanneer zij een wens hebben de toegankelijkheid van hun woning te verbeteren (levensloop geschikter te maken). Veluwonen bekijkt dan met de inwoner wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Indien mogelijk verzorgt Veluwonen dan de aanpassing. Geadviseerd wordt deze mogelijkheid actief te communiceren zodat het aantal toegankelijke woningen snel kan toenemen. Tot slot wordt geadviseerd zoveel mogelijk in te zetten op de ontwikkeling van geclusterde woonvormen (hofjes, complexen, woonvormen, etc.) en deze woningen gericht toe te wijzen. Hierdoor kunnen woonvragen worden uitgesteld, kan langer zelfstandig wonen worden bevorderd, kan eenzaamheid beter worden bestreden en kan zorg efficiënter worden ingericht. Aanvullend kan het gericht toewijzen van woonruimte aan mensen met een zware zorgvraag in het aanleungebied en mensen zonder of met een lichte zorgvraag buiten een aanleungebied eraan bijdragen dat deze woningen efficiënt worden ingezet. Woonopgave beschermd thuis (Wmo) Voor beschermd wonen (Wmo) voor mensen met psychische kwetsbaarheid wordt een afname van het aantal plekken in instellingen voorzien, wat gepaard gaat met een uitstroom in de reguliere woningmarkt. Daarbij is er sprake van reguliere uitstroom.
Advies: Gezien het geringe aantal woningen dat nodig is voor de extra uitstroom geeft Veluwonen aan dit binnen de huidige woonvoorraad op te kunnen vangen. Geadviseerd wordt dit op te nemen in de prestatieafspraken. Woonopgave voor mensen met een verstandelijke beperking Bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking wordt verwacht dat er een lichte afname zal zijn van het aantal woonplekken in een instelling, maar dat dit nauwelijks gevolgen zal hebben voor de bezetting van de diverse locaties vanwege de bovenregionale functie. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit niet leiden tot een extra woonvraag in de gemeente Brummen. Advies: Verleen de komende jaren geen medewerking aan nieuwe initiatieven in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking.
1.2.5. Algehele afsluitende conclusie De woonopgave voor de gemeente Brummen is groot. Voornamelijk bij het toegankelijk maken van de huidige woonvoorraad en het realiseren van geclusterde (tussen)woonvormen. Op basis van de analyse wordt echter een realistische opgave geschetst en worden voorstellen gedaan om het aantal benodigde woningen te kunnen realiseren en de kwaliteit, beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorg te waarborgen. Het streven hierbij is om in te zetten op een flexibele woningvoorraad die inzetbaar is voor meerdere woondoelgroepen en die makkelijk aanpasbaar is zodat het woningenaanbod ook na de piek van de vergrijzing nog passend is. Zorg en ondersteuning voor onze inwoners speelt daarbij voldoende in op de veranderende woonzorgvraag. Bij de adviezen is gezocht naar een balans tussen een verdeling van de (financiële) lasten, de wens voor vrijheid van marktpartijen en de benodigde regierol van de gemeente Brummen. Tussentijdse monitoring moet ervoor zorgen dat vraag en aanbod in balans blijven. Bij de berekening van de opgaven is uitgegaan van de natuurlijke bevolkingsontwikkeling van de gemeente Brummen en is geen rekening gehouden met extra instroom van inwoners van buiten de gemeente Brummen. Dit heeft te maken met de vrijheid van vestiging.
Mensen mogen zelf bepalen waar ze willen wonen en gemeenten kunnen dit (tenzij op zware gronden / of inzetten van verordeningen waarbij schaarste is aangetoond) niet weigeren. De gemeente kan haar gemeentegrenzen niet sluiten voor instroom maar kan instroom wel sturen door in de woonzorgvisie de instrumenten de voorgestelde ‘aantallen’ en ‘kwaliteit’ van zorg en nieuwe initiatieven te omschrijven en af te bakenen.
D353246 - Analyse Brummen in beeld - 11