063 Verslag duidingsessie partners woonzorgvisie 17.03.2021 (definitief) 2
Tekst van het document
Duidingsbijeenkomst Wonen met Zorg | Gemeente Brummen Kenmerk: D353201 Datum: Verslag:
Dinsdag 16 maart 2021 om 15.00 uur Marco van Driel
Aanwezig:
Zorgkantoor Apeldoorn, Veluwonen, Stichting Welzijn Brummen, Huisartsen Brummen/Eerbeek, Riwis Zorg en Welzijn, Stichting Philadelphia zorg, Wildbaan Leuvenheim, Verian, Buurtzorg Brummen, RiJoCOBA, Zorggroep Apeldoorn e.o., Zorggroep Achterhoek, portefeuillehouders Sjerps en Timmer, beleidsambtenaren Marco van Driel (maatschappelijke ondersteuning) en Miriam Peters (wonen), Marlies Leupen (onafhankelijk gespreksleider) Dagelijks Leven (duiding gepland op 26/3) PCOB afdeling Eerbeek (duiding gepland op 18/3), werkgroep dementie/geriatrie Brummen (duiding gepland op 18/3), Maatschappelijke adviesraad Brummen (duiding gepland op 25/3),
Afwezig: Later duiden:
Programma 1. Welkom en korte inleiding Marlies Leupen heet iedereen welkom bij deze duidingssessie. We bespreken vandaag het rapport Wonen met Zorg en duiden de huidige en toekomstige woon- en zorgvraag en de ontwikkelingen op het gebied van welzijn van de drie zorgdoelgroepen (ouderenzorg, GGZ-zorg en gehandicaptenzorg).
2. Presentatie rapport en onderzoek woonbehoefte en leefbaarheid Marco van Driel geeft een korte presentatie van het rapport waarbij op hoofdlijnen de belangrijkste uitkomsten van het rapport worden besproken. Ook presenteert hij de resultaten van het onderzoek naar de woonbehoefte en leefbaarheid van het burgerpanel Brummen Spreekt. De gehele presentatie wordt als bijlage bij dit verslag gevoegd. Ten aanzien van enkele sheets is nadere duiding gewenst. - Sheet 3: demografie Er bestaan aanzienlijke verschillen tussen de demografische kenmerken van de onderzochte gebieden: kern Brummen, kern Eerbeek en het buitengebied. Kern Brummen ‘scoort’ veelal het laagst (net onder het gemiddelde), kern Eerbeek net onder of rond het gemiddelde en het buitengebied veelal hoger. Partners verwachten niet dat dit rechtstreeks gevolgen zal hebben voor de opgaven. - Sheet 6: ouderenzorg Brummen is een sterk vergrijsde gemeente, maar toch zien we dat het aandeel VV klanten in de gemeente Brummen aanzienlijk lager is (8,2%) dan het gemiddelde van de regio (12,6%) en het Zilveren Kruis (11,6%). Een aantal partners geeft aan dat zij dit verschijnsel herkennen. Dat zorgbehoevenden langer thuis zitten, omdat er onvoldoende aanbod is. Dit is terug te zien in diverse wachtlijsten. Partners verwachten dat Brummen achterloopt in dit aanbod. De gemeente zal dit nader onderzoeken.
- Sheet 7: woonvraag ouderenzorg We zien verschillen in de cijfermatige uitkomsten van de opgaven. Deze verschillen ontstaan doordat de geraadpleegde bronnen gebruik maken van verschillende rekenmethoden. Companen gaat bij zijn prognose uit het aantal verzilverde indicaties en rekent die, op basis van de bevolkingsprognose, door naar de toekomst. Hierdoor ontstaat een laag prevalentiecijfer. Alzheimer Nederland rekent, op basis van de bevolkingsprognose, met vaste percentages. Bureau Fame rekent met meer variabelen en levert daardoor een hoger prevalentiecijfer op dan Companen en Alzheimer Nederland. Navraag leert ons dat de cijfers van Companen aan de onderkant van de verwachtingen zitten en de berekening van bureau Fame aan de bovenkant van de verwachting. Inzicht in de wachtlijsten en nader onderzoek naar de lage verzilveringsgraad in de gemeente Brummen moet leiden tot een keuze welke van de drie cijfers kan worden aangehouden voor een realistische prognose. - Sheet 8: woonvraag GGZ-zorg We zien kleine verschillen in de afbouw van het aantal plekken voor beschermd wonen Wmo. Dit heeft te maken met het feit dat niet duidelijk is hoeveel cliënten er in 2021 van de Wmo over zullen gaan naar de Wlz. Duidelijkheid hierover wordt pas op 1 juli 2021 verwacht.
Wel weten we inmiddels uit de publicatie van het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen dat de regio en de gemeente Brummen niet
meer financiële middelen zullen ontvangen voor de aangegeven 355 plekken in de regio en 30 plekken in de gemeente Brummen. - Sheet 10: woonvraag gehandicaptenzorg Er zitten verschillen tussen de cijfers van Companen en Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft een hoger cijfer, omdat zij ook de cliënten met zorg in de thuissituatie meenemen. Companen doet dit niet en geeft daardoor een te laag cijfer weer. Desondanks voorzien beide een afname van het aantal intramurale plekken, veroorzaakt door de toename van het aantal GZ-cliënten dat ondersteuning in de thuissituatie zal ontvangen. Na de presentatie wordt kort gesproken over het rapport en de cijfermatige verschillen.
Ten aanzien van de presentatie volgt één verdiepende vraag: is duidelijk wat de reden is om niet te verhuizen? De uitkomsten hiervan zijn als volgt: geen passend aanbod (50%), de kwaliteit van het aanbod is te laag (23%), er zijn geen zaken die me ervan weerhouden (19%), ik wacht tot ik echt niet meer anders kan (12%), ik zie op tegen verhuizen (10%), ik ben (nog) niet bezig met de levensloopgeschiktheid van mijn huis (9%), de huurkosten van de woning die ik zoek zijn te hoog (8%), ik kan geen hypotheek (meer) krijgen (7%), ik wil niet weg uit mijn sociale omgeving (5%), ik heb geen hulp bij het verhuizen (4%), ik wil mijn vermogen niet gebruiken voor een huurwoning (3%), ik kan de restschuld bij verkoop van mijn huidige woning niet betalen (1%), anders (11%), weet ik niet/geen antwoord (2%). Conclusie rapport en presentatie Ten aanzien van het rapport en de presentatie zijn er geen bijzonderheden en op- of aanmerkingen. Het rapport is een sterk document dat een mooie basis is voor de woonzorgvisie. De demografische verschillen tussen de kernen Brummen, Eerbeek en het buitengebied leiden naar verwachting niet tot bijzonderheden voor de opgaven. Deze worden dan ook ‘voor kennisgeving aangenomen’. Ten aanzien van de ouderenzorg geven partners aan dat Brummen waarschijnlijk achterloopt in het verzilveren van zorgaanvragen voor beschermd wonen dementie en beschermd wonen somatiek.
Zij zien dat in de praktijk bij mensen die thuis blijven terwijl ze zorg in een instelling nodig hebben, maar daar niet terecht kunnen omdat er geen plekken beschikbaar zijn. Wachtlijsten bij partners lijken dit te bevestigen. Er wordt afgesproken dat nader onderzocht wordt waarom de indicaties niet verzilverd zijn, om zo te kunnen bepalen of Brummen momenteel inderdaad te weinig aanbod heeft. De gemeente Brummen zal hiertoe initiatief nemen. Over de cijfers van Wonen met een Plus wordt verder niet gesproken. Dit laat zich lastiger vastleggen op aantallen, omdat dit cijfer eigenlijk een indicatie is van het aantal oudere inwoners die naar verwachting zorg in de eigen omgeving nodig heeft om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Dit is van vele factoren afhankelijk en daarom moeilijk te voorspellen, maar het wil ook niet zeggen dat voor al deze mensen in een nieuwe voorzieningen gerealiseerd moet worden. Het gaat bij Wonen met een Plus nadrukkelijk niet om wonen met zorg in een instelling. Voor de opgaven rond GGZ-zorg is geconstateerd dat het prevalentiecijfer sterk boven het landelijk gemiddelde ligt en dat deze door tal van rijksmaatregelen omlaag gebracht zal worden. Daarbij werkt de gemeente Brummen samen met vijf andere gemeenten in de regio (Apeldoorn, Epe, Voorst, Heerde en Hattem).
Samen met de regio loopt de gemeente Brummen parallel een regionaal proces, waarbij de huidige richting van beschermd wonen is om te komen tot afbouw van het aantal intramurale plekken. Voor de gehandicaptenzorg is ook sprake van een hoger aantal plekken intramurale zorg voor mensen met een verstandelijke beperking in vergelijking tot het gemiddelde. De cijfers van Zilveren Kruis komen overeen met het aantal intramurale plekken in de gemeente Brummen. Ook het aantal mensen dat in de thuissituatie zorg ontvangt (Zilveren Kruis) komt overeen met de gegevens van de gemeente Brummen. De zelfstandige plekken zijn door Companen niet meegenomen en daardoor kunnen we stellen dat de cijfers van Zilveren Kruis en de gemeente betrouwbaarder zijn. Alle partijen voorzien een afname van het aantal plekken.
D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 2
Vervolg Met enkele partners zullen de wachtlijsten en verzilveringsgraad nader worden onderzocht. Het verslag van deze duidingssessie zal aan de gemeenteraad van Brummen worden gestuurd voor de raadsbijeenkomst van 15 april a.s.
3. Formuleren van de juiste ambitie, prioriteiten actiepunten en voorwaarden Het tweede deel van de bijeenkomst gaat over de te formuleren ambitie, prioriteiten, actiepunten en voorwaarden voor de woonzorgvisie. Hiervoor is een opzet gemaakt aan de hand van een redenering. Redenering In aanmerking nemende dat: - de bevolkingsprognose de komende jaren sterk gaat veranderen: afname van het aantal inwoners tot 65 jaar en significante toename van het aantal ouderen (75+); - de huishoudenssamenstelling hierdoor zal wijzigen: afname van het aantal gezinnen met thuiswonende kinderen en aanzienlijke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens van 75+ers; - er sterke demografische verschillen zijn tussen kern Brummen, kern Eerbeek en het buitengebied; En in de Gemeente Brummen: - iedereen binnen twee jaar een passende huur- of koopwoning moet vinden; - het mogelijk moet zijn om per levensfase een passende woning te huren of te kopen; - inwoners oud moeten kunnen worden in hun eigen wijk of kern; - er voldoende betaalbare en passende woningen beschikbaar moeten zijn; - er voldoende woonmogelijkheden voor mensen met een zorgbehoefte moeten zijn; - iedereen die dat nodig heeft 24-uur per dag zorg en ondersteuning moet kunnen krijgen; - cliënten die uitstromen vanuit Beschermd Wonen een ‘zachte landing’ moeten krijgen;
En in algemene zin: - door veranderende wet- en regelgeving inwoners langer zelfstandig moeten blijven wonen; - mensen langer zelfstandig willen blijven wonen; - mensen meer keuze in hun zorg- en woonsituatie willen hebben; - daardoor steeds meer en steeds complexer wordende zorg en ondersteuning bij inwoners aan huis zal (moeten) worden gegeven; En dit de feiten zijn: ZORGVRAAG: - er is een toename van thuiswonende cliënten met VPT; - er is een toename van het zorggebruik met PGB; - er is een toename van het aantal mensen dat zelfstandig woont met wlz-zorg; - er is een toename van de hogere zorgzwaartepakketten; - er is een toename van meerzorg in de gehandicaptenzorg; - er is een toename van het aantal mantelzorgvragers de komende jaren; - de specifieke zorgvraag van dementerende ouderen kan de basishuisartsenzorg overstijgen.
ZORGAANBOD: - de ouderenzorg, GGZ-zorg en gehandicaptenzorg kampen (op termijn) met personeelsproblemen: hoog verloop, hoog verzuim en groeiend gebrek aan gekwalificeerd personeel; - informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg) houdt de zorg betaalbaar; - het aantal mantelzorggevers wordt de komende jaren ouder en zal afnemen; WONEN: - ouderen hebben een zeer lage verhuisbereidheid en zijn slechts in beperkte mate bereid om geld te investeren om hun woning passend te maken; - er zijn weinig levensloopgeschikte (of gemakkelijk levensloop geschikt te maken) woningen te huur of te koop zijn; - het ontbreekt aan voldoende, aantrekkelijke en betaalbare tussenwoonvormen (groot gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis); GEMEENTELIJKE ONDERSTEUNING / INDICERING: D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 3
-
gemeentelijke ondersteuning is pas beschikbaar als een inwoner op eigen kracht en/of via diens sociale netwerk niet zelfredzaam is of niet kan participeren; de gemeente Brummen indiceert ruimhartig; de gemeente werkt aan besparingen in het sociaal domein om de kosten beheersbaar te houden.
FINANCIËN: - de betaalbaarheid van de ouderenzorg komt sterk onder druk te staan; - zonder afbouw van het aantal Bescherm Wonen plekken (Wmo) zal, in de regio en in de gemeente Brummen, de bovenregionale functie leiden tot een financieringstekort; - de betaalbaarheid van de gehandicaptenzorg onder druk komt te staan; Dan lijkt in de gemeente Brummen de aanwezigheid en bereikbaarheid van voldoende woningen-, zorg- en welzijnsvoorzieningen in de toekomst niet gegarandeerd. Zelfs als je bedenkt dat: - de komende jaren sprake is van voortzetting van de groei van het aantal mensen dat kan worden opgevangen in de eigen omgeving en er hierdoor in de regio minder intramurale plekken nodig zijn; - de behoefte aan specifieke geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking de komende jaren iets zal afnemen; - veel zorgorganisaties in de gemeente Brummen aangeven geen problemen te verwachten om voldoende personeel te vinden voor de groeiende vraag naar wonen met zorg; - preventie een steeds prominentere rol krijgt bij het voorkomen van (dure) zorg; - digitale technologie nog veel kan betekenen in de ondersteuning aan zorgdoelgroepen; - het sociaal domein- en woonbeleid passend lijkt voor de toekomstige ontwikkelingen.
Ambitie Vanuit deze redenering wordt de aanwezige partners gevraagd: wat moet de ambitie in de woonzorgvisie zijn en welke afspraken moeten er gemaakt worden? Per onderdeel worden ze toegelicht en uitgewerkt. We voeren het gesprek op basis van de vooraf geformuleerde ambitie: “Te allen tijde passende zorg kunnen bieden aan alle inwoners van Gemeente Brummen, welk niveau van zorg ze ook nodig hebben (van laag tot hoog complex) en waar ze zich op dat moment ook bevinden (intramuraal, tussenvoorziening, ambulant)”. Input partners Partners vinden de geformuleerde ambitie over het algemeen mooi, maar erg groot (hoewel er met een beetje ambitie niets mis is). De ambitie is te alles omvattend en daardoor is deze moeilijk om te zetten naar concrete stappen. De ambitie is ook vrij technisch en neigt naar de huidige structuur, terwijl die juist los gelaten zou mogen worden en meer in moet gaan op de kwaliteit van leven en welbevinden van de inwoners. Daarbij zou het niet moeten gaan om zo lang mogelijk thuis wonen, maar om zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Als dat niet meer mogelijk is kan clusteren, zeker gezien de druk op de arbeidsmarkt, een passende oplossing bieden. Zorg en ondersteuning kan dan efficiënter worden ingericht. De ambitie is ook sterk (op het huidige) aanbod gericht.
Er wordt verzocht oude termen als ‘extramuraal’, ‘tussenvoorziening’ en ‘ambulant’ niet meer te gebruiken en de ambitie meer te richten op de vraag van de inwoners. Het gaat over de wijze waarop onze inwoners de toegankelijkheid tot en kwaliteit van zorg zien en die te koppelen aan het kostenaspect. Communicatie (vanuit gemeente en woningcorporatie) kan er voor zorgen dat mensen - die beginnend zorgbehoevend zijn - zich gaan verdiepen in de mogelijkheden van zorg. Door vroegtijdige bewustwording en aanmoediging volgen dan de operationalisatie- en systeemvraagstukken vanzelf. Het zorgkantoor adviseert om bij het formuleren van de ambitie een keuze te maken voor een van de volgende drie onderdelen: toegankelijkheid, kwaliteit of betaalbaarheid. De balans tussen deze drie is wat vaak wordt gedefinieerd als doelmatigheid. Het zorgkantoor richt zich op toegankelijkheid: iedereen die behoefte heeft aan zorg kan dat ook op een fatsoenlijk manier ontvangen. Keuzevrijheid voor de cliënt staat hierbij voorop, maar is niet onbeperkt. Want, als de toegankelijkheid in het gedrang komt, kan dit betekenen dat er andere keuzes gemaakt moeten worden.
D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 4
Prioriteiten Na de ambitie wordt gesproken over de prioriteiten voor de komende jaren. Op basis van het rapport zijn voor deze bijeenkomst onderstaande prioriteiten verzameld: - Zorglocaties behouden en laten meegroeien met autonome (organische) groei. - Woningbouwinitiatieven (geclusterde tussenvormen) faciliteren die voorzien in ouderen of gespikkelde huisvesting (liefst flexibel: later mogelijk voor 1à 2-persoons huishoudens). - Woningaanpassingen stimuleren zodat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen. - De zorgverantwoordelijkheid per doelgroep vastleggen (huisarts, VG-arts, verpleeghuisartsen, SOG). - Een ‘24-uurs zorgplan’ ontwikkelen (t.b.v. beschikbaarheid, bereikbaarheid, inzet en overdracht van reguliere-, ANW- en hoog complexe zorg). - Voldoende welzijnsondersteuning organiseren -> passend binnen de financiële kaders. - Wensen en behoeften inventariseren van cliënten, cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen. - Bewustwording creëren door actieve communicatie te starten over eigen verantwoordelijkheid bij wonen met zorg en vooroordelen over mensen met een beperking en psychische kwetsbaarheid. - Een lokaal woonzorg-netwerk ontwikkelen. Marlies vraagt de partners of dit de juiste prioriteiten zijn. Er wordt over de prioriteiten gesproken en er worden aanvullingen gedaan.
Input partners Meerdere partners onderstrepen het belang van het voorveld, de voorliggende voorzieningen in het voorveld en de kracht van preventie. Specifiek wordt ook mantelzorgondersteuning gezien als belangrijk onderdeel van de benodigde voorzieningen. Daarbij geven huisartsen aan dat er niet altijd gedacht hoeft te worden in dokters of professionele zorg. Oplossingen zijn ook mogelijk in het voorveld. Wanneer we daarbij ook meer denken vanuit de wensen en behoeften van onze inwoners zorgen we ook voor optimale aansluiting en creëren we een bepaalde mate van keuzevrijheid die kan rekenen op draagvlak van onze inwoners. Geadviseerd wordt hierbij meer gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid. Inwoners moeten (vanuit een tweede natuur) meer aan de voorkant worden betrokken. Voortijdig vragen waar inwoners behoefte aan hebben en niet achteraf toetsen. Stichting Welzijn Brummen heeft hier een grote rol in, maar door de samenwerking tussen SWB en de partners te versterken, kunnen de kracht en mogelijkheden van het voorveld nog beter worden benut. Bij preventie wordt ook benoemd dat het van belang is mensen vroegtijdig na te laten denken over later, wanneer inwoners te maken krijgen met wonen en beperking. Nu nog gebeurt dat vaak te laat en bereiden mensen zich onvoldoende voor op de consequenties van het ouder worden. Daar is winst te behalen.
Partners denken dat de bewustwording kan worden vergroot door die consequenties bespreekbaar te maken. Desondanks geven partners wel aan dat er een mogelijkheid moet blijven om in het geval van een acute crisis iets te kunnen regelen. Voor deze crisisplekken moet voldoende aanbod zijn en de verantwoordelijkheid hiervoor wordt gezien als een gezamenlijke. Een andere belangrijke gezamenlijke verantwoordelijkheid is het organiseren van 24-uurs zorg. Hoewel partners en huisartsen hier afspraken over hebben gemaakt, geven huisartsen aan dat dit in de praktijk niet altijd goed tot uitvoering komt. Met enige regelmaat blijkt de huisarts de laatste strohalm/schakel in de zorgketen. De huisartsen voelen zich daardoor soms ‘het afvoerputje van de zorg’. Partners spreken zich hierover uit en geven aan betere afspraken hierover te willen maken. Het Zilveren Kruis adviseert om de wensen en behoeften van de klant verder te onderzoeken. Te beginnen bij de wensen van de Wmo klanten. Wmo klanten worden uiteindelijk immers ook vaak Wlz klanten. Ook adviseert het Zilveren Kruis nader te onderzoeken hoe het netwerk kan worden versterkt en welke woonvormen bij onze inwoners de voorkeur hebben. Innovatie wordt aanvullend benoemd als belangrijke aanvulling op de prioriteiten. Innovatie en nieuwe initiatieven kunnen helpen het langer zelfstandig wonen vorm te geven.
Daarbij kan innovatie, bijvoorbeeld in de vorm van digitale technologie, ondersteunen bij het oplopende personeelstekort. Er is hierin beweging bij thuiszorgorganisaties. Denk aan Technoteams die kunnen helpen huisartsen te ontlasten.
D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 5
De ontwikkeling van het lokale woonzorgnetwerk wordt gezien als belangrijkste prioriteit. Netwerk- en ketenvorming is een belangrijke voorwaarde en alleen door intensief en innovatief met elkaar samen te werken kunnen de opgaven het hoofd worden geboden. Wel moet worden onderzocht hoe het nieuwe woonzorgnetwerk zich verhoudt tot het reeds bestaande gezondheidsnetwerk. Actiepunten Om te voorkomen dat de woonzorgvisie alleen een visie schetst en het een papieren tijger wordt, is het van belang ook actiepunten op te nemen. Hierdoor wordt uitvoering gegeven aan verbeteringen en blijft het niet enkel bij het constateren van de opgaven. Ook hiervoor zijn al enkele actiepunten uitgewerkt. Marlies presenteert ze kort en vraagt de partners of dit de juist actiepunten zijn: - Gemeenschappelijk verpleegkundig team voor 24-uurs zorg formeren (huisartsen, zorgorganisaties en thuiszorgorganisaties); - Algemene (collectieve) voorliggende voorzieningen ontwikkelen zodat laagdrempelig, kwalitatief goed aanbod ontstaat; - Afstemmen, afspreken en vastleggen welke ondersteuner voor welke ondersteuning verantwoordelijk is (huisarts, SOG, AVG-arts, verpleegkundig arts, zorgaanbieder, wijkverpleegkundige (mantelzorger); - Samenwerking VVT-partijen versterken en uitbreiden. Input partners De genoemde actiepunten gaan allemaal over het maken van afspraken.
Over hoe we medische zorg en verpleegkundige handelen willen borgen en hoe we de verantwoordelijkheid willen organiseren. Er wordt geadviseerd niet te denken in systeemoplossingen of teams, maar in te zetten op het optimaliseren van de samenwerking zodat kan worden voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen. Juist in het proces gaan zaken vaak mis. Het gaat erom dat we de juiste (algemene en specialistische) expertise op het juiste moment inzetten. Dat hebben we met elkaar te organiseren. Hoewel de zorg nu redelijk goed is georganiseerd, begrijpen partners de actiepunten en de zorgen die worden geuit. Met name huisartsen ervaren verschil in de samenwerking tussen huisarts en thuiszorg. De samenwerking is niet slecht, maar het kan nog wel beter. Nu is veel nog versnipperd georganiseerd en ligt verdere versnippering op de loer. Denk aan de inzet van de SOG, verpleegkundig personeel en huisartsen. Inzet van deze disciplines gebeurt veelal ad-hoc en ongestructureerd. Over en weer wordt verwacht dat de overdracht wel is geregeld, maar dit is vaak niet goed afgestemd. Het zou goed zijn als alles zo wordt georganiseerd dat acute situaties in een fluïde systeem worden opgepakt en opgelost.
Het Zilveren Kruis geeft aan dat zij in de regio Apeldoorn/Zutphen met het project ‘versterken SOG’, kansen zien om de krapte op de arbeidsmarkt met betrekking tot de SOG op te lossen door anders te werken. Dit project is medegefinancierd door het ministerie van VWS en zou ook hier mogelijk ondersteunend kunnen zijn. In plaats van meerdere organisaties met meerdere SOG’s kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan één SOG die alle woonvormen bedient en liefst ook mee kan denken met thuiswonende cliënten. Dan is de inzet goed georganiseerd en is duidelijk waarop terug gevallen kan worden. Het betekent mogelijk wel dat grote spelers op de markt niet langer de inzet van SOG’s organisatie-breed moeten organiseren, maar gemeentegrens gebonden. Partners zouden hier gezamenlijk een visie op kunnen vormen: hoe kunnen/gaan we dit organiseren. Mogelijk kan het borgen van de inzet van een SOG vooraf ook een kaderstellende voorwaarde zijn voor een nieuw initiatief wanneer zij willen toetreden. Om de haalbaarheid te onderzoeken is het nodig om in beeld te krijgen wie welke disciplines in huis heeft. De werkgeversvereniging heeft een actueel overzicht van beschikbare SOG’s en verpleegkundig personeel. Waar de actiepunten niet in voorzien is in hoe we tegemoet gaan komen aan de behoefte aan voldoende goede en betaalbare woningen (geclusterd wonen in zeer betaalbare woningen).
Ook zijn er geen acties verbonden aan de welzijnsvraag, terwijl eenzaamheid op de loer ligt.
Voorwaarden We ronden deze duidingssessie inhoudelijk af door met elkaar de voorwaarden te bespreken om met de uitvoeringsagenda van start te kunnen gaan. Marlies vraagt of dit de benodigde voorwaarden zijn: D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 6
-
De gemeente heeft een duidelijke missie en visie op wonen en zorg en het sociaal domein, en kennis van en betrokkenheid bij het lokale zorglandschap; De gemeente houdt de regie- en aanjagersrol t.b.v. een actief woonzorg netwerk; Bij wonen met zorg staan het cliëntperspectief, cliëntbehoefte en diens sociale netwerk centraal; Nieuwe initiatieven stellen een 24-uurszorgplan op; We onderzoeken en benutten de mogelijkheden van digitale technologie; Gemeente betrekt in Q3 en Q4 2021 cliënten bij het opstellen van de uitvoeringsagenda.
Input partners Vanuit de eerder besproken onderdelen is duidelijk geworden dat het van groot belang is de samenwerking te versterken door een (fluïde) netwerk te vormen én door afspraken te maken over de beschikbaarheid en bereikbaarheid van 24-uurs zorg. Met het netwerk kan de 24-uurs zorg worden afgestemd en vastgelegd. hoe is de avond/nacht/weekend (ANW) zorg geregeld, welke huisarts komt bij de aanbieder en hoe wordt de zorg geregeld rondom patiënten die nog niet zijn doorgekomen? Maar ook heeft het netwerk een belangrijke rol in het gezamenlijk beter maken van zorg en ondersteuning. Door bestaande en nieuwe partners samen te laten werken op basis van wederkerigheid wordt de kwaliteit van de zorg hoger. Verder wordt hiermee voorkomen dat nieuwe toetreders zich, naast de inspectie, ook nog moeten verantwoorden tegenover de bestaande partners. Het gaat niet om verantwoording, maar om afstemming en goede samenwerking. Het ligt voor de hand om toetreding tot het woonzorgnetwerk en het opstellen van een 24uurszorgplan (verplichtend) te koppelen aan nieuwe woonzorgpartners. Hoewel deze voorwaarden dan voornamelijk voor nieuwe toetreders gelden, worden de afspraken met bestaande partners vanuit deze zelfde voorwaarden aangescherpt.
Van nieuwe toetreders wordt tevens verwacht dat zij actief kennismaken met de partners in het netwerk en de wens hebben de overige partners echt te leren kennen. Want: wanneer in een exploitatiemodel van een nieuw initiatief anders partners nodig zijn dan is het zaak hier vroegtijdig met de betreffende partner over in gesprek te gaan, al voor de aanvraag bij de gemeente wordt ingediend. De gemeente kan dan bij aanmelding kwalitatief controleren op het 24-uurs zorgplan en controleren of het netwerk op de hoogte is en eventueel geraadpleegd is voor de aanvraag is gedaan. Aanmelden bij loket gemeente? Dit geldt dan voor partners die serieus tot de markt willen toetreden en niet voor ‘eendagsvliegen’.
Afronding Marlies rondt de bijeenkomst af en benoemt daarbij dat het vandaag voor het grootste deel is gegaan over de opgave rondom de ouderenzorg. De overige twee onderdelen, GGZ-zorg en gehandicaptenzorg, zijn nauwelijks besproken. De opgaven voor deze doelgroepen zijn ook beduidend anders en er is bij deze onderdelen sprake van regionale samenwerking waardoor het minder eenvoudig is hier lokale afspraken over te maken. Marco geeft aan dat in ieder geval met de lokale aanbieders van GGZ-zorg nog een afspraak zal worden gemaakt over de opgaven. Naast het overleg in deze bijeenkomst zal het rapport ook worden besproken met ouderenbond PCOB, de Maatschappelijke Adviesraad Brummen en de werkgroep dementie/geriatrie Brummen. Vervolg Van deze bijeenkomst wordt verslag gemaakt en dit zal de partners worden toegestuurd. Dit verslag zal vervolgens worden aangeboden aan de gemeenteraad voor de raadsbijeenkomst van 15 april 2021. Aanvullend zal worden gesproken met diverse partners om de uitkomsten verder te duiden. Er zal worden gesproken met: ouderenbond PCOB afdeling Eerbeek (18 maart), werkgroep dementie/geriatrie (18 maart), de maatschappelijke adviesraad Brummen (23 maart), Buurtzorg Brummen (24 maart), Dagelijks Leven 26 maart), Veluwonen (29 maart) Riwis Zorg en Welzijn (30 maart) en Zorgkantoor Apeldoorn (1 april).
Van 29 april t/m 13 mei zal de concept woonzorgvisie ter inspraak worden gelegd voor onze partners, inwoners en de maatschappelijke adviesraad. Na verwerking van de input wordt op 20 mei de woonzorgvisie definitief gemaakt. Geplande besluitvorming is 24 juni 2021.
D353201 - Verslag duidingssessie rapport wonen met zorg - 7