(063) Planregels met toelichting
Tekst van het document
425149
Regels behoorden bij het bestemmingsplan Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bedrijf Groen Waarde - Archeologie hoog Waarde - Archeologie zeer hoog
8 8 9 12 13 16
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Overige regels
19 19 20 21 22
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
24 24 25
Bijlage bij de regels
26
Bijlage 1
27
Erfinrichtingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan "Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen", met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700067-va01 van de gemeente Brummen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0213.BPBG700067-va01 met bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3
aan-huis-gebonden bedrijf
het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.4
aan-huis-gebonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet zijnde een seksinrichting, een escortbedrijf of detailhandel, uitgeoefend in een gebouw en als functie ondergeschikt aan de woonfunctie van het hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
aardwetenschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen, zoals steilranden en bodemtypen; 1.8
agrarisch bedrijf
een bedrijf met agrarische doeleinden; 1.9
agrarische doeleinden
doeleinden die gericht zijn op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het houden van die-ren (grond-gebonden en niet-grondgebonden bedrijven) en/of het telen van gewassen, met uitzondering van glastuinbouw, tenzij anders is bepaald in deze regels; 1.10
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.11
archeologisch deskundige
de regio-archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.12
archeologisch onderzoek
het verrichten van werkzaamheden met als doel het verzamelen van kennis en wetenschap van bekende of verwachte overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 1.13
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende bekende of te verwachten waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten 1.14
bestaand
bij bouwwerken: bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig waren of krachtens een verleende bouwvergunning en/of omgevingsvergunning worden of mogen worden gebouwd; bij gebruik: bestaand gebruik dat bestond op het tijdstip ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 1.15 bestemmingsvlak een op de plankaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende gebouwen en/of andere bouwwerken zijn toegelaten; 1.18
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk, landschapselement of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk, landschapselement of dat gebied heeft gemaakt; 1.20
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21
dienstwoning
een (gedeelte van een) gebouw, noodzakelijk voor de huis-vesting van één afzonderlijk huishouden, belast met het beheer van en/of toezicht op het krachtens deze regels toegelaten (agrarisch) bedrijf of instelling; 1.22
diepploegen
het omzetten van de grond, gemeten vanaf peil met een diepte van minimaal 0,80 m, ten behoeve van het agrarisch gebruik; 1.23
ecologische waarden
de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de aanwezigheid en samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000; 1.24
extensief recreatief medegebruik
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, paardrijden, (water)fietsen en kanoën;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 1.25
gebouw
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26
hobbymatige basis houden van dieren
het uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding houden van dieren waarbij de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 12 SO; 1.27
huishouden
zelfstandige bewoning door een gezin of een andere, minder traditionele woonvorm, waarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning, van continuïteit in de samenstelling van de groep en van een zekere mate van onderlinge verbondenheid; 1.28
kernkwaliteiten
de belangrijkste landschappelijke en ecologische kenmerken van de onderscheiden delen van het beschermde gebied. Het behoud van de identiteit van de onderscheiden delen is alleen mogelijk als deze kernkwaliteiten niet worden aangetast; 1.29
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van levende en niet-levende natuur; 1.30
natuur
alle levende organismen, hun habitats, de ecosystemen waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000; 1.31
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de aanwezigheid en de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000; 1.32
NGE
Nederlandse Grootte Eenheid is een norm die wordt gebruikt voor de bepaling van de bedrijfsomvang van agrarische bedrijven; 1.33
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak; 1.34
peil
de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.35
permanente bewoning
gebruik van (een deel van) een gebouw als hoofdwoonverblijf; 1.36
seksinrichting
een voor publiek toegankelijk, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotische-pornografische aard plaatsvindt. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 1.37
waterkwaliteit
de chemische kwaliteit zowel als de ecologische kwaliteit van de oppervlaktewateren en van het grondwater; 1.38
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van dakkapellen en wolfseinden; 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde: a. Voor gebouwen: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of het overkapte gedeelte, neerwaarts geprojecteerd tot op het peil. b. Voor bouwwerken zonder wanden of met één wand (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde: De overdekte en/of bebouwde grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak en/of bouwwerk). 2.5 ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, luifels, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, gevel- of kroonlijsten, overstekende daken, goten, erkers, serres, balkons, trappen, bordessen, funderingen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan één meter bedraagt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, alsmede het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke, aardwetenschappelijke en ecologische waarden; 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op gronden met deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van deze bestemming toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
De hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 1,25 m.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een mengvoeder- en veevoederdistributiebedrijf; b. detailhandel voor zover gelieerd aan de functie onder a; c. een dierenartspraktijk; d. een dienstwoning. met daaraan ondergeschikt: e. het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf; f. het op hobbymatige basis houden van dieren; g. bij het bedrijf behorende erven, voor onder andere parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1
Gebouwen
Voor gebouwen geldt het volgende: a. gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen mag maximaal 2.137,2 m² bedragen, met dien verstande dat: 1. hiervan maximaal een oppervlakte van 1.275 m² mag worden gebruikt ten behoeve van de in 4.1 onder b genoemde functie; 2. hiervan maximaal een oppervlakte van 40 m² mag worden gebruikt ten behoeve van de in 4.1 onder c genoemde functie; c. per bestemmingsvlak is één dienstwoning toegestaan; d. voor de dienstwoning geldt dat de bestaande oppervlakte met maximaal 25% mag worden vergroot tot een maximum van 150 m²; e. indien de bestaande oppervlakte van de dienstwoning meer dan 150 m² bedraagt, geldt deze oppervlakte als maximum bij herbouw. (Ingeval de bestaande oppervlakte minder bedraagt dan 150 m² geldt de regeling zoals vermeld in sub d); f. de herbouw van de dienstwoning is mogelijk waarbij de nieuwe bebouwingscontour op enig punt is geprojecteerd op maximaal 3 m van de bestaande bebouwingscontour; g. voor de dienstwoning en de bedrijfsgebouwen dienen de volgende maximale goot- en bouwhoogtematen in acht te worden genomen: Bouwwerk
Maximale goothoogte / bouwhoogte (in meters)
dienstwoning
3/9
bedrijfsgebouwen
6 / 10
h. ingeval de bestaande bouw- en goothoogte van gebouwen hoger, gelden de bestaande bouw- en goothoogte als maximum.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 4.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt het volgende: Bouwwerken geen gebouw zijnde
Maximale bouwhoogte (in meters)
Zwembaden
0,6
Overkappingen
3
Verlichtings- en vlaggenmasten
8
Erfafscheidingen
1
a. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 2 m bedragen; b. de oppervlakte van het zwembad mag maximaal 75 m² bedragen. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting - Landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het bouwen en gebruiken/het in gebruik laten nemen van bouwwerken welke kunnen worden gebouwd en gebruikt overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden bebouwd en gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan, volledig uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede erfinrichting. 4.3.2 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf uitgesloten - dierenartspraktijk', gebruiken en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken conform de in 4.1 onder c genoemde functie. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.1 onder a indien in plaats van de inrichtingsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 1, andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. de inrichtingsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 1 opgenomen inrichtingsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk kwaliteitsniveau binnen het plangebied waarvoor de in Bijlage 1 genoemde inrichtingsmaatregelen zijn bepaald; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Bedrijf' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het wonen vindt uitsluitend plaats in de bestaande dienstwoning; b. bij wijziging wordt de bestemming 'Bedrijf' van de verbeelding verwijderd en omgezet in de bestemming 'Wonen'; c. uitsluitend de al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte ervan, dat direct is gelegen bij de woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van deze woning, maken deel uit van het nieuwe bestemmingsvlak ten behoeve van de functie 'Wonen';
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld d. er wordt volledig rekening gehouden met de bestaande rechten van in de directe omgeving gelegen bedrijven en woningen en de bedrijven worden niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden geschaad.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opgaande beplanting ten behoeve van behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden in de vorm van houtwallen; b. groenvoorzieningen; c. grondwallen; met daaraan ondergeschikt: d. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen e. nutsvoorzieningen; en de daarbij behorende: f. bermen en beplanting; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. paden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 1,25 meter bedragen; b. overkappingen zijn niet toegestaan. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie hoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Voorrangsbepaling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie hoog' voor de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 6.2.1 De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. 6.2.2 Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 6.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of zullen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 6.2.3 In de situatie als bedoeld in artikel 6.2.2, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.2.4 Het bepaalde in 6.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 250 m 2; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 6.2.5 Indien het bepaalde in artikel 6.2.3, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 6.2.6 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 6.2.2, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 6.2.3, is het bepaalde in artikel 6.2.4, aanhef en de onderdelen b en c, niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Het bepaalde in de artikelen 6.2.2, 6.2.3 en 6.2.5 is van overeenkomstige toepassing. 6.2.7 a. Het bepaalde in 6.2.1 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kunnen burgemeester en wethouders voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 6.2.3.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 6.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo, van bevoegd gezag (aanlegactiviteit) de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 cm; b. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; c. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. verlagen of verhogen van het waterpeil; e. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen. 6.3.2 Het in lid 6.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 6.2 van toepassing is; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m 2; c. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; e.
worden uitgevoerd in het kader van het normale agrarische gebruik; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning, of g. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 6.3.3 De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld. 6.3.4 Bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 6.3.3 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verbonden voorschriften.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 6.3.5 In de situatie als bedoeld in artikel 6.3.4, onderdeel b, kan bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3.6 Indien het bepaalde in artikel 6.3.5, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 6.3.7 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 6.3.1, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 6.3.5, is het bepaalde in artikel 6.3.2, aanhef en onderdeel b, niet van toepassing. Bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld.
Het bepaalde in de artikelen 6.3.4, 6.3.5 en 6.3.6 is van overeenkomstige toepassing. 6.3.8 a. Het bepaalde in 6.3.3 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kunnen burgemeester en wethouders voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 6.3.5. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid 6.4.1 Bevoegd gezag is bevoegd de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in instandhouding en bescherming van archeologische waarden voorziet. 6.4.2 Bij een besluit als bedoeld in artikel 6.4.1 geeft bevoegd gezag de grenzen aan waarvoor de gehele of gedeeltelijke verwijdering geldt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie zeer hoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie zeer hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Voorrangsbepaling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie zeer hoog' voor de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 7.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. 7.2.2 Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 7.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of zullen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. 7.2.3 In de situatie als bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.2.4 Het bepaalde in 7.2.1 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 100 m2; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of d. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 7.2.5 Indien het bepaalde in artikel 7.2.3, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 7.2.6 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 7.2.2, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 7.2.3, is het bepaalde in artikel 7.2.4, aanhef en de onderdelen b en c, niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Het bepaalde in de artikelen 7.2.2, 7.2.3 en 7.2.5 is van overeenkomstige toepassing. 7.2.7 a. Het bepaalde in 7.2.1 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kunnen burgemeester en wethouders voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 7.2.3.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 7.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo, van bevoegd gezag (aanlegactiviteit) de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 cm; b. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; c. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. verlagen of verhogen van het waterpeil; e. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen. 7.3.2 Het in lid 7.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 7.2 van toepassing is; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m 2; c. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; e.
worden uitgevoerd in het kader van het normale agrarische gebruik; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning, of g. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 7.3.3 De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld. 7.3.4 Bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 7.3.3 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verbonden voorschriften.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 7.3.5 In de situatie als bedoeld in artikel 7.3.4, onderdeel b, kan bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3.6 Indien het bepaalde in artikel 7.3.5, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 7.3.7 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 7.3.1, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 7.3.5, is het bepaalde in artikel 7.3.2, aanhef en onderdeel b, niet van toepassing. Bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld.
Het bepaalde in de artikelen 7.3.4, 7.3.5 en 7.3.6 is van overeenkomstige toepassing. 7.3.8 a. Het bepaalde in 7.3.3 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kunnen burgemeester en wethouders voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 7.3.5. 7.4 Wijzigingsbevoegdheid 7.4.1 Bevoegd gezag is bevoegd de voor 'Waarde - Archeologie zeer hoog' aangewezen gronden geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in instandhouding en bescherming van archeologische waarden voorziet. 7.4.2 Bij een besluit als bedoeld in artikel 7.4.1 geeft bevoegd gezag de grenzen aan waarvoor de gehele of gedeeltelijke verwijdering geldt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Algemene regel
Onverminderd het in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mogen geen bouwwerken worden gebouwd in de navolgende beschermingszones: a. ten aanzien van gronden bestemd als 'Verkeer' in het bestemmingsplan "Buitengebied 2008" gelden de volgende zones: 1. 25 meter aan weerszijden van de as van gebiedstoegangsweg (Bestemming 'Verkeer' met lettertekenaanduiding G zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2008"); 2. 10 meter aan weerszijden van de as van een verharde weg (Bestemming 'Verkeer' met lettertekenaanduiding V zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2008"). 9.2 Uitzondering De in 9.1 genoemde afstand is niet van toepassing op bestaande gebouwen die daarvan afwijken, mits bij herbouw of uitbreiding van het betreffende gebouw de bestaande afstand tot de as van de weg gelijk blijft, waarbij voor de onderscheiden wegen een uiterst minimum geldt van: a. 15 meter aan weerszijden van de as van gebiedstoegangsweg (Bestemming 'Verkeer' met lettertekenaanduiding G zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2008"); b. 10 meter aan weerszijden van de as van een verharde weg (Bestemming 'Verkeer' met lettertekenaanduiding V zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2008"). 9.3 Afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in: a.
lid 9.1, sub a, indien gebleken is dat het oprichten van bouwwerken uit stedebouwkundig oogpunt wenselijk en aanvaardbaar is en er geen gevaar voor de verkeersveiligheid ontstaat;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het in gebruik geven, nemen en hebben van bedrijfsgebouwen, met uitzondering van dienstwoningen, voor permanente bewoning; b. het gebruik van gebouwen voor de exploitatie van een seksinrichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 11 11.1
Overige regels
Werken en werkzaamheden
a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in de verschillende bestemmingen, in de aangeduide landschapskwaliteiten en zones, de in de onderstaande tabel aangekruiste werken en werkzaamheden uit te voeren. De werken en werkzaamheden zijn onder de tabel beschreven; b. Het verbod geldt niet in de gevallen die in lid 11.2 zijn vermeld; c. De vergunning wordt verleend met inachtneming van het bepaalde in lid 11.3. Andere werken en werkzaamheden
1
2
3
4
Voor de landschapskwaliteiten en de beschermingszones zoals aangegeven op plankaart 1.
gebiedsaanduiding: overige zone - bodemreliëf
X
X
X
X
Beschrijving werken en werkzaamheden 1) Ophoging, egalisering van gronden en afgraven van de bodem; 2) Aanleggen en verharden van wegen, het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3) Aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; 4) Aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. 11.2
Uitzonderingen vergunningsplicht
Het in lid 11.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer, (agrarisch) gebruik en onderhoud binnen en buiten het (agrarisch) bouwperceel; b. werken en werkzaamheden in het kader van natuur- en bosbeheer; c. werken en/of werkzaamheden welke zijn aangevangen dan wel in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; d. het aanleggen van erfverhardingen voor ontsluitende wegen en paden naar agrarische bouwpercelen, woonpercelen, recreatieterreinen en bedrijfsterreinen van niet-agrarische bedrijven of ter ontsluiting van agrarische gronden, met een maximale breedte van 3 m; e. andere werken die in overeenstemming zijn met het landschapsbeleidsplan (2008) en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000; 11.3 Afwegingscriteria De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden aantoont op basis van een onderzoek door een terzake deskundige partij waarbij tevens de mogelijke significante (nadelige) gevolgen voor de cultuurhistorische en/of archeologische aardwetenschappelijke, landschappelijke, ecologische waarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten in beeld zijn gebracht; b.
de werken en/of werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; c. geen significante aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van de gronden; d. geen significante aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en kwantiteit; e. geen significante aantasting plaatsvindt van de natuur-, landschappelijke -, ecologische -, cultuurhistorische en/of archeologische waarden van de gronden. f. de kernkwaliteiten van het landschap in Agrarisch gebied - Waardevol landschap worden behouden en versterkt; g. daarmee de ecologische kernkwaliteiten en omgevingscondities van de EHS niet significant worden aangetast;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld h. op grond van objectieve gegevens wordt uitgesloten dat de uitvoering van het plan significante gevolgen heeft de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. De omgevingsvergunning wordt ook verleend indien op basis van een passende beoordeling zekerheid is verkregen dat het initiatief geen schadelijke gevolgen heeft voor instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning of bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 12.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 12.1.1, met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Artikel 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Verbod Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitzondering Artikel 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen' van de gemeente Brummen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
25
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Bijlage bij de regels
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
26
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
27
bestand
2135-eip-1.vwx herbert
door
datum
3. Bestaande rode beuk
15 april 2022
2. Bestaande beukenhaag
a3
schaal versie
1.0
Landschapsmaatregelen Windheuvelstraat 11 Brummen
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 1000
formaat
5. Bestaande leilinden
1 (3)
4. Bestaande walnoot
6. Bestaande houtsingel 7. Bestaande dennen/coniferen rooien en vervange door: 6
Quercus robur - Zomereik 10% Alnus glutinosa - Zwarte els 15% Prunus spinosa - Sleedoorn 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 10% Sambucus nigra - Vlier 10% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 10% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 25%
1
1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 eindbeeld is een gesloten houtsingel van min. 5 (m) breed
7
3
4
5 2
laat je erf groeien!
18
2135
project
1. Te slopen hooischuur
tekeningno
landschapsmaatregelen
Legenda