(063) Overzicht wijzigingen Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente
Tekst van het document
480580
Overzicht wijzigingen VR raads- en commissieleden Bestaand
Nieuw
Opmerkingen
Gelet op de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
Ten opzichte van 2019 is het Rechtspositiebesluit Politieke Ambtsdragers met een aantal artikelen uitgebreid. De noodzaak tot lokale verordening op een aantal onderwerpen is daarmee vervallen. De artikelen in gemeentewet en Rechtspositiebesluit zijn nu concreet in deze verordening benoemd.
Artikel 1 begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: het Koninklijk Besluit van 15 oktober 2018, Staatsblad, jaargang 2018, 386; b. Regeling decentrale politieke ambtsdragers: de ministeriële regeling van 16 november 2018, nr. 2018-0000893805, Staatscourant 23 november 2018; c. Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Staatsblad 144; d. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Staatscourant 56; e. Reisbesluit buitenland: het Koninklijk Besluit van 29 juli 1994, Staatsblad 218; f. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, Staatscourant 181; g. Raadslid: lid van de gemeenteraad; h. Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; i. Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in
-
Begripsbepalingen zijn ingekort
artikel 102 van de Gemeentewet; j. Commissie: commissie, bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet. k. Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet ingesteld door de raad, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden
-
Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 248 per maand.
Artikel 3. Toelages raadslid onderzoekscommissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente de maximale toelage toegekend per maand. De toelage bedraagt per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van
Het rechtspositiebesluit biedt in de artikelen 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.4a de mogelijkheid om toelages bij verordening vast te stellen. Artikel 3.1.3 Het bedrag uit 2019 van €248 per maand was gebaseerd op de maximale vergoeding per maand (per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding: 3 maanden x €990,55 (maandelijkse vergoeding peiljaar 2019), gedeeld door 12). Het bedrag zou in 2026 neerkomen op: 3 maanden x €1305,79 (maandelijkse vergoeding peiljaar 2026) /12 = €326,45. Bij het noemen van een vast bedrag, wijzigt deze niet mee bij een verhoging van de maandelijkse vergoeding.
het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als
Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen naar het buitenland 1. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke reis- verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen naar het buitenland ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. De hoogte van de te vergoeden verblijfskosten zijn maximaal de bedragen, zoals genoemd in de Reisregeling binnenland en Reisregeling buitenland. 2. Raadsleden leggen het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe voor aan het presidium. Het raadslid geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Artikel 3.1.4 Een bijzondere commissie dient per verordening te worden ingesteld. In de verordening kan in dat geval ook de actuele vergoeding (conform het betreffende peiljaar) zoals benoemd in artikel 3.1.4 worden meegenomen. Artikel 3.1.4a Dit artikel bepaalt de toelage van de vaste voorzitter, gebaseerd op het bedrag van artikel 3.1.4 Artikel 4: Dit artikel vervalt gedeeltelijk De reis- en verblijfkostenvergoeding voor raadsen commissieleden is geregeld in Artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit Politieke Ambtsdragers en Artikel 3.1 van de Regeling Rechtspositie. Lid 5 wordt lid 1 specifiek gericht op reizen naar het buitenland. Lid 2 komt overeen met de gedragscode voor raads- en steunfractieleden.
bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. De hoogte van de te vergoeden verblijfskosten zijn maximaal de bedragen, zoals genoemd in de Reisregeling binnenland en Reisregeling buitenland. Artikel 5. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden [gereserveerd]
Vervallen
Artikel 6. Loopbaanoriëntatie raadsleden [gereserveerd]
Vervallen
Dit artikel vervalt In Artikel 3.1.9 van de Regeling rechtspositie Politieke Ambtsdragers is geregeld dat het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, per jaar ten laste van de gemeente een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand ontvangt, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. N.v.t. Loopbaanoriëntatie voor raadsleden geldt voor gemeenteklasse 7,8 en 9.
Artikel 7. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. Het presidium beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid. 4. De aanvrager doet na afloop van de activiteit kort verslag aan het presidium.
Artikel 8. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak [gereserveerd]
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijskwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. Het presidium beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid. 4. De aanvrager doet na afloop van de activiteit kort verslag aan het presidium. Vervallen
Artikel 5 Ivm vervallen bovenstaande artikelen wordt dit artikel 5. Lid 2 is aangevuld met de zinsnede dat uit de meegestuurde kostenspecificatie blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.
Dit artikel vervalt, omdat deze mogelijkheid is geregeld in artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit Politieke Ambtsdragers Dit artikel is gelinkt aan artikel 3 Toelages raadslid onderzoekscommissie Het rechtspositiebesluit biedt in artikel 3.4.2 de mogelijkheid om een hogere vergoeding (dan benoemd in artikel 3.4.1) toe te kennen op grond van bijzondere beroepsmatige deskundigheid of
wanneer de vergoeding niet in verhouding staat tot zwaarte en duur van te verrichten arbeid. Een bijzondere commissie dient per verordening te worden ingesteld. In de verordening kan in dat geval ook de actuele vergoeding (conform het betreffende peiljaar) zoals benoemd in artikel 3.1.4 worden meegenomen evenals de mogelijkheid tot het toekennen van een hogere vergoeding aan commissieleden (niet raadsleden) Artikel 9. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid lid ontvangt aan het begin van het raadslidmaatschap voor de uitoefening van het ambt een tablet-pc en/of daarmee gelijk te stellen informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen. 2. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 3. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 6. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid lid ontvangt aan het begin van het raadslidmaatschap voor de uitoefening van het ambt een Ipad en/of daarmee gelijk te stellen informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen. 2. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 3. Een raads- of commissielid levert (binnen twee weken) na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 4. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen, mits de voorziening volledig geschoond kan worden en de gemeente bereid is het ICT middel af te stoten, is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voor-
Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 6 Lid 1 Standaard wordt aan een raadslid een Ipad ter beschikking gesteld. Lid 3 Een termijn van twee weken is toegevoegd ivm het belang van het opnieuw kunnen inzetten van het device voor de organisatie Lid 4 De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de Gemeente. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO))en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik. Als hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit over-
zieningen in het economisch verkeer.
Artikel 10. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Idem.
nemen is dus geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICTmiddel af te stoten. Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICTmiddel een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer. Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 7
Artikel 11. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van raads- en commissieleden, maandelijks plaats.
Idem
Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 8
Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten 1.Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden uiterlijk binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
Artikel 12. Betaling en declaratie van onkosten 1.Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden uiterlijk binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen twee maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 9
Artikel 13. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raadsen commissieleden 2014 wordt ingetrokken
Artikel 13. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raadsen commissieleden 2019 wordt ingetrokken
Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 10
Artikel 14. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019
Artikel 14. Inwerkingtreding Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 11 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026
Lid 4 is toegevoegd. De verplichting van de gemeente tot betaling is gelijkgesteld aan de verplichting van het raads- of commissielid tot indiening.
Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, gemeente Brummen 2019.
Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, gemeente Brummen 2026.
Ivm vervallen artikelen wordt dit artikel 12