(062) Regio Arrangement 2023 - vastgesteld december 2023
Tekst van het document
Voorwoord Voor u ligt het regioarrangement versie 2023. Het resultaat van het traject van gemeenten, waterschappen en provincies om met elkaar te spreken over de maatschappelijke vraagstukken in de schaarse ruimte. Partijen hebben elkaar opgezocht in de regio maar ook in ieder huis van de gemeente, het waterschap en de provincie is dit gesprek gevoerd. Daarbij is telkens de vraag gesteld welke uitdagingen komen er op ons af en hoe gaan we om met de schaarse ruimte? Wat is de optelsom van alle bestaande beleid en waar zien we de opgaven samen komen? En waar moeten we samen aan de slag? Dat heeft geresulteerd in dit regioarrangement voor de regio Stedendriehoek. “Dit regioarrangement is de basis voor de ruimtelijke uitdagingen waar we dag in dag uit, nu en straks mee te maken hebben. Ik ben blij dat we met elkaar goed in dialoog zijn over de belangrijkste opgaven voor de Stedendriehoek. Dit document is bestuurlijk vastgesteld door alle gezamenlijke overheden in de regio. Ook provincie Overijssel heeft in dit proces meegedacht. Dit is echt samenwerking ‘volgens de bedoeling’ van de Omgevingswet en daar ben ik trots op en bouwen we graag verder uit.” Ans Mol, gedeputeerde Provincie Gelderland “Ik ben trots op het proces waarin we intensief hebben gewerkt met acht gemeentes, drie waterschappen en twee provincies om gezamenlijk dit regioarrangement te maken.
Een agenda voor de toekomst van onze regio. Een regio in balans, met steden en dorpen in prachtige kenmerkende streken, nu en in de toekomst. Een regio, waar we de uitdagingen en opgaven die op ons af komen gezamenlijk uit werken en vorm gaan geven. Er is veel gebeurd de laatste maanden, en er ligt een stevige agenda. Ik heb er veel vertrouwen in dat we met deze agenda en onze regionale samenwerking een nog krachtiger regio gaan worden”. Tom Horn, portefeuillehouder gebiedsontwikkeling Stedendriehoek “De opgaven waar de regio voor gesteld staat zijn groot en de ruimte is schaars. Door samen als partners binnen de regio op te trekken met water en bodem als een van de leidende principes en het als gezamenlijke opgaven te zien zal dit leiden tot de beste oplossingen voor een regio in balans. Een mooi voorbeeld is de gedeelde waarde die we delen in de grondwatervoorraad onder de Veluwe die verschillende functies dient zoals voeding voor de natuur, de landbouw en drinkwater. Hier komt de landbouw, natuur en de mens samen en voelen we ons allemaal verantwoordelijk voor het beschermen van deze waarde.” Carlo van Dijk, heemraad Waterschap Vallei en Veluwe
2
Samenvatting ‘De Stedendriehoek is een regio in balans en dat willen we behouden in alle opgaven en oplossingen nu en in de toekomst’
Dit regioarrangement, versie 2023, is het gezamenlijk ruimtelijk perspectief van betrokken overheden op de opgaven voor de komende 20 tot 30 jaar voor de Regio Stedendriehoek. De Regio Stedendriehoek, met daarin de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, die op weg is naar een half miljoen inwoners, 250 duizend werkenden en 50.000 ondernemingen. De regio ligt zowel in Gelderland als in Overijssel en verbindt het Veluwemassief, de IJsselvallei en de Achterhoek.
Het regioarrangement is een gezamenlijk product van provincie Gelderland, de 8 gemeenten en de waterschappen Vallei en Veluwe, Rijn & IJssel en Drents Overijsselse Delta. Provincie Overijssel heeft in het proces om te komen tot dit regioarrangement meegedacht en met ons afgestemd. Het uitgangspunt is dat er geen nieuw beleid wordt vastgesteld en wordt geactualiseerd als daar aanleiding toe is.
We maken dit regioarrangement omdat de leefomgeving onder druk staat. Grote ruimtelijke opgaven zoals het woningentekort, stikstofdepositie, het teruglopen van de kwaliteit van de natuur, extremere weersomstandigheden en behoefte aan duurzame energie vragen om keuzes. We zien dat de oplossingen voor de opgaven een claim op de schaarse ruimte legt. Niet alles kan. Om ons houvast te geven bij de keuzes die we in toekomst willen maken, hebben we 4 leidende principes opgesteld die bij ons passen. •
Brede welvaart
•
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik
•
Identiteit als basis
•
Het natuurlijk systeem als basis
De 5 agenderende opgaven die wij gezamenlijk voor ons zien voor het jaar 2050 zijn: 1. Verstedelijking in balans, bestaande uit de integrale ontwikkeling van het bundelingsgebied in de driehoek Apeldoorn Deventer Zutphen met Voorst in het midden en de verdichtingsopgaven van de bestaande steden; 2. Ontwikkeling corridors A1/A50, waarbij stedelijke groei en de ontwikkeling van mobiliteit en bereikbaarheid samen op gaan; 3. Bevaarbaarheid IJssel, bevaarbaar houden van de IJssel als groot economisch belang voor de regio. In combinatie met zorgen voor hoogwaterveiligheid, landschap en aanpak van de droogte (programma Integraal Riviermanagement, hierna IRM); 4. Vitaal landelijk gebied, met de transitieopgaven landbouw, water en bodem, natuur en klimaat, en vitale kernen, dorpen en buitengebied; 5. Veluwe, als groot natuurgebied en waterreservoir, met opgaven voor landschap, natuur en water & bodem, en vrijetijdseconomie.
3
Regioarrangement Stedendriehoek Regio Stedendriehoek staat voor de uitdaging om nu en in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare regio te zijn voor alle bewoners en ondernemingen in de steden en dorpen. We staan voor een forse gezamenlijke ruimtelijke opgave.
De leefomgeving staat hier onder druk. Het woningentekort, de stikstofdepositie, de behoefte aan duurzame energie, het teruglopen van de kwaliteit van natuur en extremere weersomstandigheden vragen om keuzes. Deze ruimtelijke opgaven hebben een groot effect op de inrichting van de ruimte, het beslag daarop en ze zijn grensoverschrijdend.
Voor u ligt de versie 2023 die met name gericht is op de agenderende opgaven, omdat we daar straks met elkaar keuzes in hebben te maken in de verschillende gebieden. Dit is het startdocument om in de Regio Stedendriehoek vanaf 2024 intensiever met elkaar te gaan samenwerken op deze onderwerpen.
Het uitgangspunt van dit regioarrangement is dat geen nieuw beleid wordt vastgesteld. Daar waar eventueel bijstelling van bestaand beleid nodig is, is het regioarrangement agenderend voor bestuurlijk en politieke besluitvorming bij de betreffende overheden. Het Ruimtelijk voorstel van provincie Gelderland is opgebouwd uit de regioarrangementen van de zeven Gelderse regio’s, waarvan dit er één is. De provincie Overijssel haalt haar input vanuit de regio’s in het proces van het opstellen van haar Omgevingsvisie. De inhoud van dit regioarrangement is input voor provincie Overijssel.
Het regioarrangement bevat het bestaand beleid tot 2030 en geeft inzicht in de agenderende opgaven tot 2050. Dit gezamenlijk product kent een cyclisch proces met daarbinnen afspraken over de agenderende opgaven en die werken we uit in gebiedsprogramma’s bestaande uit gebiedsprocessen en gebiedsontwikkelingen, waar nodig inclusief visievorming (gebiedsgerichte aanpak). We actualiseren dit document als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld als we opgaven moeten bijstellen, of wanneer programma’s als het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) en Gelderse Energie-Infrastructuur (GEIS) concreter worden. We voorzien dit in 2025.
In oktober 2023 heeft het Rijk de Contourennotitie voor de nieuwe Nota Ruimte gepubliceerd. In de Contourennotitie komt de regio naar voren als een regio met kansen voor een brede schaalsprong waarin economische ontwikkeling gecombineerd wordt met grootschalige woningbouw en gebiedsontwikkeling en daarbij behorende voorzieningen, versterking van het mobiliteitsnetwerk en groen in en om de stedelijke omgeving. Eenvoudig gezegd ziet het Rijk de regio als een kansrijke regio waarin een verdere verstedelijking in balans met de waardevolle leefomgeving plaats kan vinden. Dit is een belangrijke context voor het regioarrangement. Deze ontwikkeling van ‘meer stad, meer landschap’ is een integraal onderdeel van dit regioarrangement. Hiervoor is nader onderzoek nodig dat we graag in samenwerking met het Rijk oppakken.
4
De Regio Stedendriehoek De Stedendriehoek is een regio in balans. Die balans vind je terug op het gebied van leefbaarheid en vestigingsklimaat. Je kunt hier gezond leven en de natuur is nooit ver weg waar je ook bent in de regio. Tegelijk is er ruimte voor bedrijvigheid en beschikbaarheid van medewerkers, woonruimte en bereikbaarheid. Die balans is er ook op het gebied van stad en platteland. De Stedendriehoek beschikt over een prettige woon-, werk- en leefomgeving die in balans is met een hoge landschappelijke kwaliteit.
De regio kent een aantal voor het Rijk grote nationale opgaven. Hieronder valt de opgave van de verstedelijking, de ontwikkeling van de corridors A1/A50, de toekomst van het landelijk gebied, inclusief de toekomst van de Veluwe (als natuurgebied, maar ook in relatie tot drinkwaterwinning, en klimaatverandering en droogte problematiek) en de toekomst van de IJssel (als transportrivier en belangrijke aanvoerroute van zoet water). Opgaven waar nationaal veel druk op zit en waarvoor het beleid nog in ontwikkeling is en we soms afhankelijk zijn van de buurlanden en Europa. Deze nationale opgaven hebben een groot effect op de toekomst van de regio en dus de identiteit van de regio.
De Regio Stedendriehoek is kortom een krachtige regio met complexe opgaven. Kansrijk voor verstedelijking maar gelegen in een kwetsbaar natuurlandschap. Het is van groot belang om in alle ontwikkelingen de identiteit van de regio, zoals onder andere verwoord in de Atlas van de Regio uit 2021, mee te nemen naar de toekomst. De opgave is daarbij ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat het natuurlijk systeem uitgangspunt is.
Kenschets Regio Stedendriehoek Op weg naar 500.000 inwoners, 250.000 banen en 50.000 ondernemers is de Regio Stedendriehoek een belangrijk Daily Urban System (regionaal woon- en werkgebied), centraal gelegen in Nederland.
Het gebied beslaat een flink stuk van Gelderland en een deel van Overijssel. We spreken over een ‘sleutelregio’, een regio op een scharnierpunt tussen Randstad en Twente/Duitsland met een groot achterland. Mensen en goederen zijn hier in beweging over de oost-west en noord-zuid corridors: de rijkswegen A1 en A50, het water van de IJssel en het Twentekanaal, het intercityspoor van Den Haag naar Enschede en van Amsterdam naar Berlijn en van Groningen naar Eindhoven.
Al die beweging door en rondom de driehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen in een landelijke omgeving geeft de regio een dynamiek die we omschrijven als ‘drukte en verademing’. Je kunt hier kiezen: druk stadsleven op het ritme van de klok en al zijn cultuur en vertier óf de sfeer van dorp en landelijke streek en het weldadige gevoel van schone lucht en natuur. Mensen willen graag wonen, werken en hun ondernemingen vestigen in de regio Stedendriehoek. Het inwoneraantal groeit.
5
De Regio Stedendriehoek is onderdeel van vier regionale ecosystemen: het Veluwemassief, het IJssellandschap, de Achterhoek en Salland. Met ieder eigen kwaliteiten, opgaven en een unieke ondergrond. Natuur, landschap, landbouw, water en bodem spelen gezamenlijk hierin een belangrijke rol.
De verstedelijkingsopgave is aanzienlijk: tot en met 2030 24.000 woningen extra erbij met de ambitie dit op te laten lopen tot 40.000 extra woningen in 2040, vele tientallen hectares aan bedrijventerreinen, verbeteren (internationale) bereikbaarheid, mobiliteitstransitie. Tegelijk zijn de opgaven voor, landelijk gebied, natuurherstel, klimaatbestendigheid en energietransitie fors.
Het begrip Brede Welvaart is het kompas voor de verdere ontwikkeling van de regio. Vanuit dit perspectief, de ligging in de Stedenring Nederland en de centrale rol in (nationale) doelstellingen en opgaven is een belangrijke vraag: hoe houden we balans in de regio?
Kaartbeeld Stedelijk Netwerk Nederland (NOVI)
6
Groei in balans De kracht van de Stedendriehoek zit in de afwisseling van dorpen, steden en landschappen. De natuur en cultuur hebben een grote aantrekkingskracht op toeristen en recreanten. Ook inwoners ontsnappen in hun eigen omgeving even aan het dagelijks leven. Het is de nadrukkelijke wens om deze aantrekkingskracht te behouden. In dat kader heeft de regio onder andere afspraken gemaakt tot 2030 in het kader van wonen (via de woondeal) en werken (zoals vastgelegd in de Regionaal Programma Werklocaties hierna RPW). Ook het RPW onderbouwd dat er nu al een tekort aan tiental hectares aan uitgeefbare werklocaties zijn. Leefbaarheid en vestigingsklimaat gaan hand in hand met natuur en landbouw. Dit betekent een grote claim op de ruimte. En daarbij geldt: niet alles kan. De huidige woondeal zet in op een ontwikkeling met 24.000 nieuwe woningen in de Stedendriehoek. De nieuwe bevolkingsprognoses laten zien dat in de regio ook na 2030 nieuwe woningen nodig zijn om te voldoen aan de huisvestingsvraag. Bij de actualisatie van de bestaande woondeals komt hier aandacht voor. De woonopgave, gecombineerd met de economische en landschappelijke opgaves, zijn kansrijk om van de Stedendriehoek een nog aantrekkelijkere en sterkere regio te maken.
De regio is en blijft een uitgebalanceerde woon-, werk- en leefomgeving. Om problemen in de verre toekomst te voorkomen, moeten we nu rekening houden met de verschillende scenario’s voor klimaatverandering en het herstellen van het natuurlijke systeem. Ook voor de plannen tot 2030 is het belangrijk hiermee rekening te houden. Daarom gaan we toekomstbestendig ontwikkelen in balans met het natuurlijke water en bodemsysteem. Een andere belangrijke uitdaging is energiezekerheid voor de regio in de toekomst.
De Regio Stedendriehoek formuleert 5 agenderende opgaven die in het volgende hoofdstuk worden toegelicht: 1. Verstedelijking in balans, bestaande uit de integrale ontwikkeling van het bundelingsgebied in de driehoek Apeldoorn Deventer Zutphen met Voorst in het midden, en de verdichtingsopgaven van de bestaande steden; 2. Ontwikkeling corridors A1/A50, waarbij stedelijke groei en de ontwikkeling van mobiliteit en bereikbaarheid samen op gaan; 3. Bevaarbaarheid IJssel, bevaarbaar houden van de IJssel als groot economisch belang voor de regio. In combinatie met zorgen voor hoogwaterveiligheid, landschap en aanpak van de droogte; 4. Vitaal landelijk gebied, met de transitieopgaven landbouw, water en bodem, natuur en klimaat, en vitale kernen, dorpen en buitengebied; 5. Veluwe, als groot natuurgebied en waterreservoir, met opgaven voor landschap, natuur en water & bodem, en vrijetijdseconomie.
7
De opgaven zijn weergeven op volgende kaart.
Klik op het plaatje om hem beter te bekijken
8
Agenderende opgaven Opgave 1: Verstedelijking in balans 1.1 Integrale ontwikkeling van het bundelingsgebied Een gebalanceerde stedelijke groei in het bundelingsgebied*, de driehoek Apeldoorn, Deventer en Zutphen met Voorst in het midden. In balans met de omliggende natuur van de Veluwe, de IJsselvallei met overstromingsrisico’s, vernatting vanuit robuust watersysteem en ruimte voor duurzame landbouw. Onderdeel hiervan is het onderzoeken en uitwerken van een mogelijke stedelijke schaalsprong, voor toekomstig wonen en werken, passend bij de identiteit van de steden en de kernen.
Belangrijke voorwaarden zijn goede bereikbaarheid en capaciteit van het energienet. En versterking van het groene middengebied; meer groen door groei in relatie tot een toekomstperspectief voor de landbouw. Daarbij nemen we ook de ontwikkelpotentie van gemeenten Brummen, Epe, Heerde en Lochem in beschouwing.
* Het middengebied zoals eerder benoemd in de Nota Ruimte 2004. Het gebied tussen de drie steden waarin stedelijke ontwikkeling, zowel groen als rood wordt gebundeld.
1.2 Verdichtingsopgave van de bestaande steden Onderdeel van de op te stellen verstedelijkingsstrategie is het onderzoek naar verdere binnenstedelijke verdichting van de drie steden Apeldoorn Deventer en Zutphen. Inbreiden gaat voor uitbreiden. Het substantieel toevoegen van woningen in de bestaande steden vraagt aanvullende maatregelen voor bereikbaarheid en mobiliteit, voorzieningen, leefbaarheid, werkgelegenheid, klimaatadaptatie en beschikbaarheid van duurzame energie. Deze ruimtelijke en programmatische opgave hangt nauw samen met de totale verstedelijkingsstrategie van de regio.
De laatste bevolkingsprognoses laten zien dat de woningbehoefte in de regio na 2030 groter is dan eerder verkend. De werkgelegenheid groeit mee, door meer aanbod van werknemers in de regio. Dat betekent slimme oplossingen in gemixte woon-werkmilieus, maar ook zorgvuldig omgaan met bestaande bedrijventerreinen , en inzetten op intensiveren van ruimtegebruik. De ladder van duurzame verstedelijking staat voorop, ook voor de kernen en dorpen.
9
Opgave 2: Ontwikkeling corridors A1/A50 De multimodale corridors verbinden de regio met Nederland en Europa (North Sea Baltic A1 en A50). De opgave is deze te blijven benutten als kans voor de regionale economie van de toekomst. Dit vraagt om een goede doorstroming en aansluitingen op het regionaal wegennet. Het is van groot belang het ov-netwerk aan te passen aan de stedelijke groei en de totale regio.
Voldoende ruimte bieden voor personenvervoer op het spoor (ook in relatie tot de verdere verstedelijking) door het goederenvervoer naar het noorden dat nu over bestaand spoor gaat (met schade aan gezondheid en woningen en belemmering woningbouw nabij stationsomgevingen) op een andere manier op te lossen. Een robuuste oplossing is nodig. De Rijksverkenning Goederencorridor Noordoost-Europa loopt. Er bestaan nu al grote knelpunten op het gebied van bereikbaarheid over de rijkswegen. Dit vraagt een mobiliteitsshift naar openbaar vervoer en een goede afstemming met de regionale en lokale verbindingen.
De A1 corridor is direct gerelateerd aan de regionale economie. De bereikbaarheid is essentieel voor bijna alle bedrijven (en essentieel voor de maakindustrie en werkgelegenheid). Ook bestaat regionaal een zoekopgave voor nieuwe bedrijventerreinen, gericht op het versterken van de regionale economie.
Opgave 3: Bevaarbaarheid IJssel Bevaarbaar houden van de IJssel als groot economisch belang voor de regio. In combinatie met zorgen voor het landschap, hoogwaterveiligheid en aanpak van droogte. Keuzes op korte termijn zijn noodzakelijk in verband met langjarige investeringen in havens, ook langs het Twentekanaal. Kansen blijven benutten voor duurzaam transport over water en de havens benutten voor duurzame, circulaire regionale economie. De IJssel is een belangrijke transportrivier in Nederland en voor de havens die eraan liggen. Dit zijn in de regio de havens van Deventer, Zutphen en Lochem. Er bestaan (mede in Europees TEN-T verband) belangrijke opgaven voor modal shift (meer vervoer over water, verduurzamen transport Klimaatverandering heeft effect op de functies van de IJssel. In droge perioden in de zomer wordt de waterstand van de IJssel (en daarmee het Twentekanaal) steeds lager. De steeds vaker voorkomende lage waterstanden in de IJssel hebben daarbij ook een extra verdrogend effect op de omgeving. Hierdoor vallen beken en sloten in het achterliggende gebied droog en is de economische betekenis voor goederenvervoer en de landbouw op de lange termijn niet gegarandeerd. Terwijl goederenvervoer over water juist groeit en ook gewenst is (modal shift). In natte perioden lijkt de capaciteit voor waterafvoer op dit moment toereikend.
Er bestaat op langere termijn een opgave vanuit hoogwater. Deze opgaven zijn fors zoals het vergroten van de sluis in Deventer, vervanging bruggen in Zutphen en aanpassing havens. Tegelijk bestaan er ook opgaven voor hoogwaterbescherming, Natura 2000 (Natuur Netwerk Nederland) en drinkwater. Deze ontwikkeling vergt keuzes op structuurniveau (afwatering via rivieren, veiligheidsdoelstellingen bij hoogwater, transport over water). Het perspectief van het Rijk is nodig voor een gezamenlijke toekomstvisie (in relatie met IRM) en toekomst vaste investeringen.
10
Opgave 4: Vitaal landelijk gebied In het landelijk gebied ligt de uitdaging economisch en sociaal-maatschappelijk perspectief te ontwikkelen samen met belangrijke transities gericht op natuur, klimaat en bodemverbetering. De opgaven in het landelijk gebied zijn groot. Fundamentele keuzes zijn nodig om een bestendig ruimtelijk kader te hebben voor de toekomstige ontwikkelingen. Dat gaat om de duurzame landbouw- en economische functies in het buitengebied, versterken van landschappelijke identiteit, herstel van natuur en biodiversiteit, systeemherstel van water en bodem en ruimte bieden voor hernieuwbare energiesystemen.
Het programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland is in ontwikkeling en wordt in 2024 verwacht. Met een integrale aanpak kunnen we daarmee stappen gaan zetten. Vanuit de vier thema’s: landschap, klimaat, natuur en water werken we aan integrale oplossingen en economisch perspectief. Goede voorbeelden zijn: het Masterplan IJsselvallei en de Aanpak Droogte Achterhoek Liemers goede voorbeelden van gebiedsgerichte programma’s die werken aan integrale oplossingen. We zetten in op de versterking van de groen/blauwe dooradering door een gebiedsgerichte aanpak waarbij verdienmodellen voor agrariërs gericht op landschapsversterking, waterberging, herstel beekdalen en CO2 vastlegging het uitgangspunt zijn. Daarnaast werken we aan naar meer natuurinclusieve landbouwsystemen, een duurzaam voedselsysteem en stimuleren we neventakken zoals de teelt van biobased materialen, eiwittransitie maar ook zorg en toerisme. Daarnaast willen we een vitaal toekomstig buitengebied, met goede leefbaarheid in de kernen en dorpen.
Opgave 5: De Veluwe Op de Veluwe ligt de uitdaging om de kwaliteit van de natuur en de vrijetijdseconomie te versterken en het met elkaar in balans te brengen. De recreatie en de stikstofuitstoot vragen veel van de kwetsbare natuur. De benodigde stikstofreductie heeft grote gevolgen voor de aanwezige agrarische sector. De Veluwe heeft een groot grondwaterreservoir (ten behoeve van landbouw, natuur en drinkwater) maar heeft als gevolg van klimaatverandering en wateronttrekking te maken met verdroging. Het gaat om natuurherstel, systeem herstel van de bodem en zonering van recreatie in het licht van een veranderend klimaat.
De Veluwe is van nationaal belang, voor natuur (Natura2000 status) en recreatie (tweede bestemming binnen Nederland). De Veluwe heeft haar grenzen bereikt wat betreft de druk van de recreatie op deze natuurwaarden. Met een integrale aanpak voor betere spreiding van recreatie, verbeteren van natuurwaarden en biodiversiteit willen we het tij keren. Het gebiedsproces in de Veluwse enclave (GEUS) is een goed voorbeeld voor een gezamenlijke aanpak. De landbouwtransitie en een sociaaleconomisch perspectief spelen sterk in deze opgave. De toekomstbestendige drinkwatervoorziening vraagt om een meer circulaire watersysteem, waarbij zoveel mogelijk wordt ingezet op vasthouden en infiltratie van schoon hemel- en oppervlaktewater.
11
Samenhang opgaven Rijk Betrokkenheid van het Rijk is evident vanwege de nationale opgaven die spelen op het gebied van de gehele ruimtelijke ordening (Nota Ruimte). We zien alle nationale programma’s terugkomen in de regionale opgaven. Dit geldt voor verstedelijking, corridors en netwerken, alsook in het landelijke gebied. Meer specifiek denken we aan de volgende verbindingen per opgave.
12
Leidende principes De afwegingen met elkaar Waar vele opgaven in samenhang spelen, met verschillende belangen, rollen en verantwoordelijkheden van de overheidslagen, is samenwerken noodzakelijk. Het regioarrangement is gericht op het verbinden van gebiedsgerichte opgaven door de lagen heen. Door dit in beeld te brengen, kunnen we de rol en verantwoordelijkheden die de verschillende overheden en andere partners hebben verder inzichtelijk maken. Dit helpt bij het doorhakken van knopen, bijvoorbeeld als er tegengestelde belangen zijn.
De toekomst is onzeker. We kennen de uitdagingen van nu, maar hoe ontwikkelen die zich straks? Welke komen erbij en hoe gaan we daarmee om? Vanuit de balans, kracht en identiteit van de regio kijken we ook naar de toekomst. Om ons houvast te geven bij de keuzes die we in toekomst willen maken, hebben we leidende principes opgesteld die bij ons passen. Zo houden we grip op ontwikkelingen en kunnen we uitdagingen samen oppakken om de regio - nu en straks - in balans te houden voor de inwoners en ondernemingen
Leidende principes In de bouwstenennotitie van de Regio Stedendriehoek is verkend hoe de leidende principes (vanuit de NOVI, het ‘provinciaal startpakket fysieke leefomgeving’ en de 3 leidende principes van provincie Gelderland zich vertalen naar deze regio. We hebben gezamenlijk een viertal leidende principes benoemd, dit zijn: •
Brede welvaart
•
Identiteit als basis
•
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik
•
Het natuurlijk systeem als basis
13
Brede welvaart als overkoepelend perspectief Het is fijn leven in de Stedendriehoek. Mensen wonen en werken er graag. De natuur, ruimtelijke kwaliteit en de nabijheid van voorzieningen zorgen ervoor dat het vestigingsklimaat (in brede zin) bijzonder goed is. De Stedendriehoek scoort het hoogste van alle regio’s op het aandeel mensen dat tevreden is met het leven en met vrije tijd. De regio kenmerkt zich door een sterke sociale structuur (naoberschap) met veel actieve en betrokken inwoners. Voorstaande aspecten zijn indicatoren van Brede Welvaart; de kwaliteit van leven. Brede welvaart houdt naast economische groei ook rekening met welzijn, duurzaamheid en inclusiviteit. •
Nabijheid van voorzieningen
•
Werk sluit aan bij de arbeidsmarkt
•
Kwaliteit van leefomgeving is investeren in brede welvaart
Identiteit als basis Een goede ruimtelijke ordening kan alleen met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; we hechten veel waarde aan het landschap, het erfgoed en een gezonde en veilige leefomgeving. Aantrekkelijke dorpen en steden in een mooi landschap zijn belangrijk voor de identiteit en het vestigingsklimaat. •
Toekomstbestendig ontwerpen
•
Bij ontwikkeling versterken we de identiteiten
•
De landschappelijke kwaliteiten als basis voor ontwerp
•
Bouwen aan veerkracht en een sterk sociaal fundament
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik De hiervoor genoemde kwaliteiten staan onder druk, gelet op de vele opgaven die op ons afkomen. Bij de vraag hoe en waar de opgaven een plek krijgen in de regio is daarom het vertrekpunt voor de ruimtelijke opgaven: zuinig en efficiënt omgaan met de beperkte ruimte. Om de leefbaarheid te behouden en te versterken is nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en groen cruciaal. Meervoudig ruimtegebruik gaat voor enkelvoudig ruimtegebruik waarbij we slim met de ruimte omgaan en de kwaliteit van de leefomgeving behouden en ontwikkelen. •
Meervoudig ruimtegebruik gaat boven enkelvoudige ruimtegebruik
•
Ontwikkeling is gericht op het versnellen van transities: energie, mobiliteit, landbouw
•
We volgen de ladder van duurzame verstedelijking bij de groeiopgaven, dat geldt ook voor de economische nieuwe werklocaties.
14
Het natuurlijk systeem als basis We willen als regio toekomstbestendige keuzes maken en hanteren daarmee het belang van het bodem- en watersysteem als leidend principe bij ruimtelijke ontwikkeling. Uitgangspunt is het natuurlijk water- en bodemsysteem, waarop de occupatie van functies zodanig plaatsvindt dat deze systemen waar nodig kunnen herstellen dan wel duurzaam blijven functioneren, ook voor toekomstige generaties. •
Ontwikkelingen zijn altijd klimaatadaptief en in lijn met het natuurlijk systeem.
•
Waardevolle bodem wordt gekoesterd
•
Gebiedsgericht ontwerpen en bouwen vanuit opgaven
15
Hoe werken we samen in deze regio Met dit regioarrangement werken we samen aan een langjarige gebiedsprogrammering. We pakken de 5 hoofdopgaven op en voeren uit via een integrale en gebiedsgerichte aanpak.
Samenwerking in stappen Het regioarrangement is een gezamenlijk product van alle betrokkenen. Provincie Gelderland heeft weliswaar de regie genomen maar de ontwikkeling en vaststelling ervan vindt plaats binnen de huidige kaders van provincie, waterschappen en gemeenten. En de uit het regioarrangement voortvloeiende opgaven in deelgebieden worden met de betrokken partijen inclusief (maatschappelijke) organisaties in het gebied uitgewerkt.
In dit regioarrangement maken we afspraken over het agenderen van opgaven. Het regioarrangement is gebaseerd op bestaand beleid. Bij de uitwerking van dit regioarrangement kunnen nieuwe beleidskeuzes worden voorgelegd bij de verschillende overheden.
We voorzien een langjarige samenwerking. Er wordt geen blauwdruk van de regio vastgesteld. Er is sprake van een iteratief en cyclisch proces en voor concrete uitwerkingsvraagstukken zoals gebiedsprogramma ’s, gebiedsprocessen en gebiedsontwikkelingen is meer tijd en nadere besluitvorming nodig.
Als er hernieuwde inzichten of actualiteiten zijn, wordt het regioarrangement geactualiseerd. Het is een adaptieve agenda omdat ook in de jaren die voor ons liggen nieuwe vraagstukken en inzichten zich gaan voordoen.
Wij vinden een zorgvuldig en gedragen proces belangrijk. De gemeenteraden zijn op hoofdlijnen geïnformeerd over het proces en de belangrijkste opgaven. Ieder college heeft de inhoud op hoofdlijnen besproken. In het regionale P-beraad Gebiedsontwikkeling en het Dagelijks Bestuur is dit regelmatig aan de orde geweest om de verdere besluitvorming vorm te geven. Ook aan de integrale bestuurlijke tafel van alle overheidspartijen vindt afstemming op inhoud en proces plaats.
Alle colleges worden gevraagd in te stemmen met de agenderende opgaven die uitgewerkt gaan worden in gebiedsprogramma’s bestaande uit gebiedsprocessen en gebiedsontwikkelingen, waar nodig inclusief visievorming.
Samenwerking in de totstandkoming en de bestuurlijke vastlegging ervan is essentieel om tot een gedragen regioarrangement te komen. Dat geldt ook voor de uitwerking en de uitvoering van de opgaven.
16
Regionale investeringsagenda (RIA) Ambities kosten geld en vragen om uitvoeringskracht. In de gebiedsprogramma’s op basis van dit regioarrangement brengen we de inzet, middelen, kennis, capaciteit en gezamenlijke uitvoering bijeen. Om het totaaloverzicht van benodigde middelen in beeld te krijgen, stellen we ondersteunend daaraan een Regionale investeringsagenda (RIA) op van fondsen en middelen van het Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen die gebiedsgericht en langjarig nodig zijn voor de uitvoering. Medio 2024 stellen we een eerste regionale investeringsagenda op vanuit de geconstateerde hoofdopgaven.
Samenwerking en overleg met betrokkenen in gebied De beslis- en uitvoeringskracht van het regioarrangement en de doorwerking ervan in de gebiedsgerichte aanpak komt primair van en uit de regio zelf. Provincie Gelderland ziet daarbij voor zichzelf de regierol als uitgangspunt. Deze rollen werken we verder uit als dit van belang is om de gezamenlijke ambities te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als er sprake is van conflicterende belangen tussen partners.
We sluiten dit regioarrangement af met het beeld dat gedurende de totstandkoming van voorliggend regioarrangement steeds duidelijker is geworden. De regio kent grote verschillen en nuances in haar gebieden en partners. Tegelijkertijd is er vertrouwen en ambitie om samen te werken aan de regio. Dat wat goed is voor de regio, is ook goed voor de gemeenten, provincie(s) en de waterschappen. Laten we dit gezamenlijk voortzetten in dit gebied en blijven werken aan de regio in balans
17
BIJLAGE: samenvatting Knelpunten en Kansennotitie Vanuit het Startpakket van het Rijk zijn perspectieven meegegeven om verder uit te werken per provincie en per regio: •
Perspectief landbouw en natuur
•
Perspectief voor ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie
•
Perspectief voor leefbare steden en regio’s
Deze perspectieven komen overeen met de programma’s uit de Uitvoeringsagenda 2023-2030 Regio Stedendriehoek. Vanuit deze perspectieven en vanuit de programma’s is voor de zomer van 2023 een gezamenlijke kansen en knelpuntennotitie opgesteld. Op basis van de kansen en knelpuntennotitie zijn we gezamenlijk tot de agenderende opgaven gekomen. Per programma worden hieronder de kansen en dilemma’s besproken.
1 . Vitaal Landelijk Gebied De regio kent in de Achterhoek, Salland, Veluwe en IJsselvallei veel landbouwgronden, met intensieve en minder intensieve agrarische functies. Klimaatverandering en aandacht voor duurzame, veilige voedselproductie zijn zowel bedreiging als kans. Een sterke duurzame agrarische sector met aandacht voor een robuust water en bodem systeem is daarbij van cruciaal belang.
18
In de regio bevinden zich veel (potentiële) piekbelasters. De Veluwe is, met de Natura 2000 status en belangrijke landschapswaarde, van nationaal belang. Hiermee is het één van de grootste recreatietrekkers van Nederland. De Veluwe heeft haar grenzen bereikt wat betreft de druk van de recreatie op deze natuurwaarden. De recreatie vraagt veel van de kwetsbare natuur. Een strategie op het beter verspreiden van recreatiedruk om dit te verleggen naar andere gebieden lijkt aantrekkelijk maar zorgt ook weer voor nieuwe opgaven. Soortgelijke keuzes liggen ook in het Salland (in relatie tot de sponsstrategie Zwolle) en in Lochem als onderdeel van de droogte in de achterhoek. In al deze gebieden spelen vraagstukken met betrekking tot transformatie van de landbouw, de kwaliteit van natuur en biodiversiteit , systeemherstel van de bodem en de druk vanuit recreatie en verstedelijking.
Kansen De landbouwtransitie met stikstofreductie en natuurherstel is kansrijk om meerdere doelen ineens te realiseren. Dit gebeurt zowel op de Veluwe en Veluweflank, maar ook in Salland en de Achterhoek. In het gebiedsproces GEUS werken partijen aan een masterplan. Via het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG Overijssel) starten in Salland gebiedsprocessen vanuit de samenleving om een bijdrage te leveren aan de doelen vanuit water, klimaat en natuur. Ook de aanpak droogte Achterhoek is een inspirerend voorbeeld. We bouwen verder aan het aantrekkelijke landschap, gevoed door de bodem en het natuurlijk systeem. Dit biedt ook perspectief voor (natuur inclusieve) landbouw en nieuwe verdienmodellen voor de agrarische ondernemers. Het watersysteem vraagt om aanpassing aan de veranderende omstandigheden. Het transformeren van het van een systeem gericht op afvoeren naar het vasthouden van water is een voorwaarde om ook in de toekomst functies mogelijk te houden. Het vasthouden van kwelwater dat vanuit het Veluwe massief richting de IJssel stroomt, is nodig om ook in de toekomst natuur bestand te maken tegen periodes van droogte en landbouw mogelijk te maken. Daarbij is aandacht voor de lange termijn drinkwatervoorraad in de vorm van strategisch drinkwaterbeheer van de verschillende drinkwaterlocaties in en om de regio.
Dilemma’s Klimaatverandering geeft zowel periodes van droogte als vernatting. Dit vraagt om systeemoplossingen. Invulling geven aan deze opgave is een randvoorwaarde voor: •
Behoud en versterking van de natuurwaarden door watersysteemherstel;
•
Verbetering van de watervoerendheid van beken ten behoeve van ecologie en water kwaliteitsdoelen;
•
Behoud en versterking van landschapswaarden en de biodiversiteit;
•
Behoud van perspectief voor de landbouw;
•
Ruimte bieden voor groeiende vraag naar drinkwater.
De transitie van het landelijk gebied waar het versterken van de natuurwaarden centraal staat, mag niet ten koste gaan van het sociaaleconomisch perspectief voor het platteland. De instrumenten die het Rijk nu inzet geven nog veel onzekerheid in welk tempo de transitie daadwerkelijk vorm krijgt.
19
De grootschalige opwek van energie vraagt veel ruimte en concurreert met de (landbouw) ruimte. We willen inzetten op windenergie, maar komen natuurrichtlijnen tegen. Het opwekken van energie waar de energie ook nodig is, leidt tot een voorkeur dicht bij stedelijke zones. Daar is de ruimte schaars, vanwege de druk op verdere verstedelijking.
In een vitaal landelijk gebied is binnen de principes ook ruimte voor andere functies als wonen en werken.
De combinatie van deze opgaven is een complex sturingsvraagstuk. Hierbij speelt ook de fasering van beleidskeuzes. Van beleidskeuzes tussen de verschillende beleidsthema’s, maar ook tussen de verschillende overheidsorganisaties.
2. Regionale Economie van de Toekomst De centrale ligging van de regio op het kruispunt van twee vervoersassen en verschillende vervoersmodaliteiten, maakt dat het economisch uitgangspunt uitstekend is. Dat vertaalt zich in ruim 250.000 banen, 50.000 ondernemers in een regio met 500.000 inwoners. De A1 is bovendien een belangrijke verbinding van de Randstad naar Duitsland (en verder Europa in). In noord-zuid richting zijn zowel de A50 (via Apeldoorn) als de IJssel (via Zutphen) economische corridors.
20
Daarnaast versterkt het spoor het Daily Urban System: de treinverbindingen tussen Apeldoorn- Deventer ligt op de belangrijke oost-westcorridor. Beide steden zijn daarnaast rechtstreeks verbonden met Zutphen dat via het spoor verbonden is met Lochem en Winterswijk. Ook de treinverbinding noord-zuid tussen Zwolle en Arnhem, via Zutphen en Deventer vormt een belangrijke schakel. Het Twentekanaal is economisch van belang voor de verbinding tussen Twente en de IJssel en de watergebonden bedrijvigheid aan het Twentekanaal bij Lochem. Het Twentekanaal is tevens een belangrijke aanvoerbron van water voor de landbouwgebieden en het stedelijke gebied, zowel binnen de regio Stedendriehoek als daarbuiten (Twente).
De economie kenmerkt zich door de aanwezigheid van het brede MKB en de aanwezigheid van veel nationaal en internationaal toonaangevende productiebedrijven en agrarisch gerelateerde bedrijven. De vraag naar ruimte voor bedrijvigheid is groot. Hoewel onderzoeken nog gaande zijn, lijkt er ruimtebehoefte voor 135 tot 250 ha aan extra werklocaties, campusontwikkeling en watergebonden kavels (kavels die direct aan de kade liggen). Hiervan is 60 – 80 hectare vraag door grootschalige vestigers. De economische inzet is die (nieuwe) bedrijven te binden aan de regio die passen in het economische profiel. Een onderdeel van de economie is de sterke recreatieve economie in de regio.
21
Het energienetwerk is voorwaardelijk voor de duurzame transitie. De regionale energie strategie (RES) gaat over meer dan alleen opwek (RES-bod van 1,07 TWh realiseren voor 2030) en besparing van energie. Het gaat ook om het gezamenlijk toewerken naar het energiesysteem van de toekomst. We werken aan twee parallelle sporen. Binnen de RES gaat het dan onder meer om oplossingen voor 2030, om het bod en andere ambities mogelijk te maken. De andere opgave is om te zorgen dat keuzes over wat, waar, en wanneer na 2030 niet worden begrensd door netcongestie. Dat vraagt om duidelijke en integrale keuzes voor 2030, maar ook om het realiseren van slimme decentrale oplossingen voor uitwisseling en opslag. Voor de periode na 2030 zal er meer opwek nodig zijn, gelijk oplopend met de groei van banen en inwoners.
Kansen De regio heeft sterke behoefte aan nieuwe bedrijvenlocaties, nu bestaande locaties nagenoeg vol zijn. Het is ook kijken wat er aan inbreiding mogelijk is. Studies laten bovendien zien dat binnenstedelijke transformatie van werken naar wonen die druk op korte termijn sterk vergroot. De A1 vormt de belangrijkste corridor voor nieuwe economische locaties, waarbij een relatie met de ruimtelijke kwaliteit (identiteit) gelegd moet worden .
We zijn goed als regio in het toepassen van innovatie, juist door de kracht van de maakindustrie, innovatie in circulariteit en de aanwezigheid van kennisindustrie. Kansrijk is het uitbouwen van innovatieve ecosystemen die aansluiten op de aanwezige MKB bedrijven. Innovatief ondernemerschap is welkom en kansrijk juist om de transities te versnellen in de regio. Dit sluit goed aan bij het profiel wat we al hebben. De werkgelegenheid zit deels op de bedrijventerreinen en ontwikkelt zich ook sterk rondom stationslocaties en gemengd centrum-stedelijke gebieden. En natuurlijk binnen het vitaal landelijk gebied met een aanzienlijke plattelandseconomie en een sterke vrije tijdseconomie waar we ook groei van het inwoneraantal verwachten. De bestaande bedrijvenlocaties zijn kansrijk voor een meervoudige aanpak: onderzoek naar klimaatadaptatie, verduurzaming en ruimtelijke verdichting kan binnen de bestaande bebouwde kom meer ruimte bieden voor compacte ontwikkeling. Grootschalige energieopwekking landschappelijke verdeling is juist kansrijk dicht bij de gebruikers, dus nabij de steden en bedrijventerreinen. Dit vraagt om slimme gezamenlijke “batterijen” voor eigen opslag en afname. In aansluiting op bestaande initiatieven (Lochem Deventer Zutphen) die er al zijn, kan een schaalvergroting plaats vinden met de levering en opwekking van waterstof (backbone gasleiding Groningen).
Dilemma’s De ruimte is schaars. Dit vraagt dat we scherper bepalen welke economische koers we als regio in gaan zetten en welke werkgelegenheid we willen faciliteren. Logistiek is belangrijk, voor elk type bedrijf. Maar leent het landschap zich voor solitaire XXL logistieke bedrijven, wat is de betekenis daarvan voor de regionale economie? Zeker als de ‘reguliere’ vraag en vervangingsvraag al groot is. Deze vervangingsvraag komt deels vanwege transformatie van bedrijventerreinen naar wonen.
Voor de bestaande bedrijventerreinen bestaat een opgave voor het toekomstbestendig maken. Niet alleen in type bedrijvigheid maar ook in een brede verduurzamingsopgave.
22
Door klimaatverandering staat de toekomst van de IJssel onder druk. Dit heeft impact op de bevaarbaarheid van de IJssel en op het watersysteem van het achterliggende gebied. En op het gebruik van de gronden in de omgeving van de IJssel. Door toenemende droogte in de zomer wordt de waterstand van de IJssel (en daarmee het Twentekanaal) steeds lager. Hierdoor vallen beken en sloten in het achterliggende gebied droog en is de economische betekenis voor goederenvervoer en de landbouw op de lange termijn niet vanzelfsprekend. Terwijl goederenvervoer over water juist groeit en ook gewenst is (modal shift). Binnen het programma Integraal Riviermanagement (IRM) werken het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten de komende decennia aan een toekomstbestendig Maas- en Rijnsysteem. IRM werkt aan hoogwaterveiligheid, natuur en waterkwaliteit, zoetwaterbeschikbaarheid, bevaarbaarheid en een (economisch) aantrekkelijke leefomgeving. Dit wordt afgestemd met andere ruimtegebruikers, zoals voor woningbouw en energieopwekking.
Het IRM werkt toe naar het Programma onder de Omgevingswet waarin o.a. een integrale visie op een toekomstig rivierengebied in 2050, met doorkijk naar 2100 wordt beschreven, richtinggevende keuzes en een indicatie hoeveel ruimte er nodig is voor een toekomstbestendig rivierengebied. -
Bevaarbaarheid: bereikbaarheid van de havens
-
Waterveiligheid: veilig kunnen wonen
-
Beschikbaarheid: droogteproblematiek (landbouw)
-
Ruimteclaim: beperkingen voor uitleggebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen
3. Slimme Groene Verstedelijking Tot 2030 zijn we volop op stoom om de woondeal en economische agenda te realiseren. We hebben daarbij in beeld waar en hoe we de verstedelijking met circa 24.000 nieuwe woningen in gaan passen. Na 2030 is veel nog onzeker. We zullen vanuit een gezamenlijk kader goede keuzes moeten maken voor een verdere verstedelijking van de regio. Centraal thema is een leefbare en aantrekkelijke regio met balans tussen natuur, landschap en stedelijke functies.
23
Kansen De regio is als belangrijke stedelijke regio in Oost Nederland (en tweede stedelijke regio voor Gelderland) van groot belang voor het ontwikkelen van nieuwe en betaalbare woonmilieus, waar in Nederland grote behoefte aan is. Het bundelingsgebied, gevat door de gemeenten Apeldoorn, Deventer, Voorst en Zutphen, is hierbij in beeld vanwege de goede (OV) verbindingen (bereikbaarheid) en aanwezige voorzieningen (nabijheid). Het ligt voor de hand deze verstedelijking verder te onderzoeken. Aandacht voor het bodem en watersysteem is in dit gebied van groot belang.
Verdere groei versterkt het huidige voorzieningenniveau, zowel in steden als kernen. Het geeft kansen voor regionale differentiatie en complementariteit, bijvoorbeeld op gebied van cultuur. Er zijn meer mogelijkheden om de groeiende behoefte aan wonen en zorg beter te spreiden tussen steden en kernen. De leefbaarheid van het platteland kan daarmee versterkt worden. Meer ontwikkeling betekent ook medefinanciering van groene en blauwe investeringen in een klimaatbestendige woonomgeving. We versterken daarmee ook het groenblauwe casco in de regio. Verdere groei zal ook plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. Dit kan de drager zijn voor transformatie van een verouderde woningvoorraad naar nieuwe woonbuurten en woontypologieën in een inclusieve woonomgeving. Duurzaamheid, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit ontwikkelen mee. Dilemma’s Er zal onderzocht moeten worden welke mate van verdichting of uitbreiding passend is, zonder de specifieke kwaliteiten te verliezen, en zo een regio in balans te blijven. De toename van verstedelijking kan leiden tot verdringing van andere functies, ontwerpend onderzoek kan hiervoor gebied specifieke oplossingen aandragen. Wat vraagt dit bijvoorbeeld van andere functies (transformeren van economische gebieden, klimaatbestendig ontwikkelen, ruimte voor duurzame energieopwekking, mobiliteit en bereikbaarheid).
Daarnaast kunnen we niet zomaar overal nieuwe uitbreidingsgebieden realiseren vanuit het sturend. De hoger gelegen gronden hebben of een natuurbestemming of liggen in de omgeving van natuur en de laaggelegen gronden zijn minder klimaatbestendig. Overstijgend thema voor de regio is de balans tussen stedelijkheid en landelijkheid in de regio vast te houden, zonder in te versterking van identiteit en kwaliteit.
24
25