(061) Raadsvoorstel Grondstrategie 2020-2030 en verder
Tekst van het document
RaadsVoorstel Ons kenmerk
:
Programma(s)
:
Onderwerp
:
Z078146/D400990 Fysieke leefomgeving Grondstrategie 2020-2030 en verder
AAN DE GEMEENTERAAD
Brummen, 14 februari 2023
Wij stellen voor te besluiten om:
1. Kennis te nemen van het collegebesluit D392893; 2. Op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet de opgelegde verplichting tot geheimhouding te bekrachtigen; 3. Op grond van artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen ten aanzien van het besprokene over de bijlage D393883/GEHEIM;
Inleiding Het gemeentelijke woningbouwprogramma voorzag in de realisatie van 900 woningen in de periode 2020-2030, maar op basis van de actuele regionale afspraken is die ambitie bijgesteld naar ca. 1.250 woningen in dezelfde planperiode. Een forse opgave, maar in de afgelopen jaren zijn al goede stappen gezet in de realisatie van woningen: Lombok, vrijkomende schoollocaties in zowel Brummen als Eerbeek en Elzenbos. Het aantal van 1.250 betreft de planperiode tot 2030, maar ook voor de periode na 2030 wordt een substantiële woningbouwopgave voorzien (concrete aantallen voor die planperiode zijn nog niet bekend). Routekaart Woningbouw De Routekaart Woningbouw wordt op korte termijn afgerond en daarin worden voorstellen gedaan voor het versnellen van het realisatieproces, het actief inzetten van sturingsinstrumenten en het herzien van het toetsingskader. Naast deze actiepunten is ook geconstateerd dat de actuele plancapaciteit onvoldoende is voor het daadwerkelijk kunnen realiseren van 1.250 woningen in de planperiode 2020-2030 (zie ook argument 1.1). Anticiperend op het afronden van de Routekaart Woningbouw wordt met dit voorstel al een stap gezet in het prioriteren van en waar nodig het verwerven van toekomstige woningbouwlocaties. Beoogd effect Voldoende plancapaciteit voor het realiseren van het gemeentelijke woningbouwprogramma. Argumenten 1.1.
Uitvoering in lijn met Woonagenda en structuurvisie Ligt op Groen / Omgevingsvisie 1.0 Met de eerdere vaststelling van de gemeentelijke Woonagenda en de structuurvisie Ligt op Groen / Omgevingsvisie 1.0 zijn door de gemeenteraad al kaders vastgesteld voor de woningbouwambities en ruimtelijke ontwikkelrichtingen. Onder verwijzing naar die ambities en ontwikkelrichtingen, de bijlage D393883/GEHEIM en de argumenten 1.1, 1.2 en 1.3 uit het collegebesluit D392893 wordt hieraan door het college van B&W uitvoering gegeven door kansrijke ontwikkellocaties aan te wijzen en (ter voorkoming van ongewenste marktwerking) direct ook de juridische waarborgen te organiseren. Deze voorbereidende handelingen zijn weliswaar een bevoegdheid van het college van B&W, maar de finale besluitvorming voor diverse procedures is voorbehouden aan de gemeenteraad. In situaties waar uiteindelijk tot feitelijke verwerving van gronden wordt overgegaan wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen aan het college van B&W mee te geven voor dergelijke privaatrechtelijke handelingen definitief zijn, vanuit ruimtelijk perspectief is de gemeenteraad het bevoegde gezag voor het vaststellen van nieuwe structuurvisies en/of bestemmingsplannen en het ope-
Adviseur: M. Romeijn
Blz. 1 van 3
nen van een grondexploitatie is tevens een bevoegdheid van de gemeenteraad. Met het nu voorliggende voorstel wordt een 1e stap gezet om tot een gebiedsontwikkeling te komen. Het juridisch waarborgen van de gemeentelijke positie (op de grondmarkt) is een zeer belangrijke stap om uiteindelijk voldoende plancapaciteit te hebben voor het kunnen realiseren van het gemeentelijke woningbouwprogramma. 2.1 / 3.1 Naleving Gemeentewet Door voor te stellen om geheimhouding op te leggen handelen we volgens de daarvoor opgenomen regeling in de Gemeentewet. 2.2 / 3.2 Financiële en economische belangen waarborgen Het opleggen van geheimhouding is noodzakelijk om de financiële en economische belangen van de gemeente (en mogelijk andere partijen) te waarborgen ex artikel 10, lid 2 sub b van de Wet openbaarheid van bestuur. 2.3 / 3.3 Voorkomen van onevenredige bevoordeling / benadeling Het opleggen van geheimhouding is ook noodzakelijk om te voorkomen dat er onevenredige bevoordeling / benadeling van de gemeente (en mogelijk andere partijen) en/of derden ontstaat. Kanttekeningen 1.
Minimale inzet op kleinschalige woningbouwplannen (minder dan 5 woningen) Bij argument 1.3 is al aangegeven dat de beschikbare gemeentelijke instrumenten en middelen (personele capaciteit èn financiën) effectief ingezet moet worden en de focus wordt gelegd op kansrijke ontwikkellocaties die daadwerkelijk kwantitatief èn kwalitatief bijdragen aan het woningbouwprogramma. Veel kleinschalige woningbouwplannen zijn gericht op het benutten van particulier eigendom door het realiseren van een enkele bouwkavel (kavelsplitsing of bebouwen van een tuin/weilandje). Juist dit soort plannen vergen verhoudingsgewijs een forse inzet en de bijdrage aan het algemeen belang is minimaal (marginale bijdrage aan het woningbouwprogramma), maar het leidt vaak ook tot het volbouwen van een groene ruimte Met het uitspreken van de prioriteit aan kansrijke ontwikkellocaties wordt (in lijn met argument 1.3) vanaf heden uitsluitend nog medewerking verleend aan kleinschalige woningbouwontwikkelingen (<5 woningen), mits deze voorzien in het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (bijv. een bedrijfsverplaatsing uit woonomgeving, functiewijziging van een leegstaand pand of ruimtelijk aanvaardbare woningsplitsing).
Om kleinschalige particuliere plannen niet volstrekt te maken kan in de toekomst overwogen worden om periodiek (bijvoorbeeld vanaf 2026 middels een 3-jaarlijkse cyclus) een veegplan op te stellen om tot een bundeling van deze plannen te komen. Voorwaarde is wel dat op dat moment de beschikbare middelen (personele capaciteit en financiën) wel die mogelijkheid weer bieden èn een voorwaarde blijft dat de unieke groene identiteit van dorpskern behouden blijft. 2. Geheimhouding Er kunnen negatieve financiele gevolgen zijn als er geen geheimhouding wordt opgelegd, de geheimhouding vervolgens niet wordt bekrachtigd en als er geen geheimhouding wordt opgelegd ten aanzien van het besprokene over de geheime stukken. 3. Actiever grondbeleid Een actiever grondbeleid betekent dat de gemeente risicovoller opereert. Als de gemeente zelf gronden aankoopt en ontwikkelt zijn de risico's groter dan in een situatie dat een projectontwikkelaar alles ontwikkelt. Bij een tegenvallende (woning)markt kan de gemeente tegen exploitatieverliezen aanlopen die volgens de BBV direct ten laste van het resultaat cq. algemene reserve moeten worden genomen. 4. Gemeentelijke investeringen Als de gemeente gronden zelf bouw- en woonrijp gaat maken vergt dat aanzienlijke investeringen waarbij de kosten voor de baten uit gaan.
De gemeente moet daarvoor investeringen voor korte of langere tijd financieren via de kapitaalmarkt. Dit kan ertoe leiden dat de schuldquote toeneemt. Burgerparticipatie De basis voor dit voorstel is het geven van uitvoering aan reeds besloten kaders: het gemeentelijke
/
Blz. 2 van 3
woningbouwprogramma en het kiezen van een (grond)strategie om tot realisatie van dat woningbouwprogramma te komen. Dit betekent dat er in dit stadium geen sprake is van burgerparticipatie. In de fase dat ontwikkellocaties daadwerkelijk tot ontwikkeling komen is inwonerparticipatie zeker waardevol om binnen de vastgestelde uitgangspunten voor nieuwbouw tot een invulling te komen die het beste aansluit op de ruimtelijke omgeving en de wensen en ideeën van de inwoners. Advies adviesorganen Niet van toepassing Communicatie Om ongewenste marktspeculatie te voorkomen blijft de bijlage geheim. Over de algemene strekking van dit besluit wordt wel gecommuniceerd en ingeval er instrumenten worden ingezet die formele bekendmakingen vereisen, volgt dat via de reguliere kanalen en na de afzonderlijke besluitvorming. Volgens planning vindt B&W-besluitvorming op basis van dit voorstel plaats op 14 februari 2023. In dezelfde week (gelijktijdig met de diverse bekendmakingen) wordt de gemeenteraad geïnformeerd. Financiële toelichting Algemeen Dit vooorstel heeft op dit moment geen directe financiële consequenties. Bij toekomstige investeringen in gronden wordt naast een haalbaarheidsanalyse (ruimtelijk, juridisch en financieel) ook inzicht gegeven in het effect op de financiële kengetallen (schuldquote, etc.).
Ook volgt op dat moment zo nodig besluitvorming over het openen van een nieuwe grondexploitatie (besluitvorming via gemeenteraad). In lijn met artikel 34 onderdeel b BBV worden voorbereidingskosten geactiveerd als immateriele vaste activa en uiteindelijk toegerekend aan de grondexploitatie. Juridische grondslag - Nota Grondbeleid - Artikel 25, leden 1, 2 en 3 van de Gemeentewet - Artikel 55 Gemeentewet - Artikel 5 Wet open overheid Inkoop en aanbesteding Niet van toepassing Uitvoering Binnen de kaders van dit voorstel en de vervolgstappen (in lijn met bijlage D393883/GEHEIM) Stukken behorende bij besluitvorming: 1. 2.
Collegebesluit D392893 (inclusief bijlage D393883/GEHEIM) Concept raadsbesluit D400992
Burgemeester en wethouders van Brummen,
H.A.J. van de Vliert secretaris (wnd)
/
A.J. van Hedel burgemeester
Blz. 3 van 3