055 - Toelichting ontwerp BP Wethouder Giermanstraat
Tekst van het document
De speerpunten voor de planperiode 2016 - 2020 zijn: Bovengronds aanpakken wateroverlast: de gemeente gaat na het afronden van de afkoppelmaatregelen in Eerbeek, niet langer inzetten op het ondergronds oplossen van wateroverlast. Hierbij worden alleen maatregelen getroffen op die locaties waar ook daadwerkelijk overlast wordt geconstateerd of waar bovengrondse maatregelen eenvoudig en goedkoop zijn mee te nemen bij overige herinrichtingsmaatregelen. Alleen als bovengrondse maatregelen echt niet mogelijk blijken, worden ondergrondse maatregelen getroffen. Actief benaderen en informeren burgers: De gemeente gaat burgers actiever en frequenter informeren over de geplande projecten en onderzoeken uit het vGRP. Hierbij is tevens aandacht voor burgerparticipatie. Daarnaast gaat de gemeente burgers actief benaderen en informeren over de klimaatontwikkelingen en de gevolgen hiervan voor de burger onder andere door het verruimen van de acceptatieniveau met betrekking tot hinder (water op straat). Foutieve aansluitingen in het algemeen en foutieve aansluitingen (inclusief spoelwater ontijzering) in het buitengebied in het bijzonder: foutieve aansluitingen hebben een negatief effect op het functioneren van het rioleringssysteem. Met name in het buitengebied leiden de aansluitingen van het spoelwater van de ontijzeringsinstallaties tot problemen.
De gemeente gaat deze foutieve aansluitingen de komende planperiode aanpakken.
27
Watertoets Om de waterhuishoudkundige gevolgen van het bouwplan in beeld te brengen is ge4 bruik gemaakt van de digitale watertoets . Uit de digitale watertoets volgt dat het plangebied geen waterbelangen raakt. Tevens zal slechts sprake zijn van een (beperkte) toename van verharding in het plangebied. Er wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd in en rondom de woningen en per woning worden vuil- en hemelwater samengevoegd en er wordt er één aansluiting gerealiseerd op het openbaar riool. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.9
Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing Voor het aspect natuur zijn de onderwerpen gebiedsbescherming, soortenbescherming en beschermde houtopstanden van belang. Voor dit plan worden deze achtereenvolgens behandeld. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Rijntakken ligt in de buurt van het plangebied. Op grotere afstand ligt Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. 5 Daarom zijn stikstofberekeningen in AERIUS uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden.
Negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie door de ontwikkeling zijn daarmee uitgesloten. Aanvullend onderzoek naar de gevolgen van stikstofdepositie, in de vorm van een passende beoordeling, is niet noodzakelijk. Ook een vergunning Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
4
Waterschap Vallei en Veluwe (2020). Digitale watertoets. Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure). Dossiercode: 20200623-10-23633. 23 juni 2020.
5
SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie. Wethouder Giermanstraat, Brummen. Projectnummer: 190323. 8 januari 2020. 28
Verder maakt het plangebied geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Soortenbescherming Ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied is ecologisch onderzoek uitgevoerd waaruit volgt dat de soorten gewone dwergvleermuis en huismus in het plangebied aanwezig zijn. In het kader van artikel 3.1 lid 2 en 4 en artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wnb is een ontheffingsaanvraag ingediend, voor het opzettelijk verstoren, vernielen en beschadigen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de huismus en de 6 gewone dwergvleermuis. Hierna wordt ingegaan op de beslissing van de provincie . Gewone dwergvleermuis Op lokaal niveau maken de vleermuizen deel uit van een grotere populatie, met een groter netwerk. De aangetroffen dieren in het plangebied maken deel uit van een metapopulatie die de hele bebouwde kom van Brummen omvat. De dieren foerageren ook in het nabijgelegen park en maken gebruik van meerdere verblijfplaatsen. De populatiegrootte is niet bekend. In Brummen komen vergelijkbare aantallen gewone dwergvleermuis voor als in vergelijkbare bebouwing elders.
Doordat de functionaliteit op orde blijft door voldoende tijdig aangebrachte alternatieve verblijfplaatsen en doordat er verder geen veranderingen in het leefgebied worden aangebracht, zijn er geen negatieve effecten op de staat van instandhouding. De Gewone dwergvleermuis blijft aanwezig in Brummen. Huismus Ook de Huismus maakt deel uit van een grotere populatie die heel Brummen omvat. Doordat er voldoende tijdelijke en permanente verblijfplaatsen worden aangebracht, blijft de functionaliteit van de verblijfplaatsen op orde. Omdat de rest van het leefgebied hetzelfde blijft, is er geen negatief effect op de staat van instandhouding van de Huismus te verwachten. Door het goed uitvoeren van het plan met geschikte voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis en de huismus kan het plan een positieve bijdrage leveren aan de staat van instandhouding voor de gehele populatie in Brummen en omgeving. De ontheffing is verleend en als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Beschermde houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Wel worden er als gevolg van de beoogde ontwikkeling een zestal bomen gekapt, waarvoor in de toekomstige situatie nieuwe bomen ter compensatie worden aangeplant.
6
Provincie Gelderland (2018). Besluit Wet Natuurbescherming van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Zaaknummer: 2017-015494. 27 juni 2018. 29
Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect natuur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.10
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing 7 Door RAAP is een verkennend archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: De ondergrond, en met name de archeologisch relevante niveaus, in het plangebied is grotendeels intact. Lokale verstoringen worden verwacht ter plaatse van de aanwezige kelders en poerenfundering van de woningen evenals smalle stroken in de tuinen waar kabels/leidingen liggen. Ook zijn er enkele archeologische indicatoren in de boringen aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een vindplaats. Op basis van onderhavig bureau- en veldonderzoek kan derhalve de middelmatige tot hoge verwachting voor het westelijk deel van het plangebied worden gehandhaafd.
Gezien de bodemopbouw van het oostelijk deel van het plangebied overeenkomt met die van het westelijk deel van het plangebied, kan de lage verwachting van het oostelijk deel van het plangebied worden bijgesteld naar middelmatig tot hoog. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende (en aansluitend waarderende) fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken en de huidige omstandigheden (bebouwing) en aanwezigheid van afdekkende laag (plaggendek en bouwvoor) zal een karterend booronderzoek geen eenduidige aanvullende informatie opleveren. Zodoende wordt geadviseerd met behulp van proefsleuven de archeologische verwachting van het plangebied te toetsen. Wel vormt de aanwezigheid van de bebouwing een belemmering bij de uitvoering van een dergelijk onderzoek. De uitvoering er van kan op twee momenten plaatsvinden: de aanleg van proefsleuven in de aanwezige tuinen (direct) voorafgaand aan de sloop van de bebouwing, of sloop van de bestaande bebouwing tot aan maaiveld, waarna een proefsleuvenonderzoek kan plaatsvinden in de tuinen ter plaatse van de gesloopte huizen. Het voordeel van de tweede optie is dat inzicht wordt verkregen in de mate van verstoring ter plaatse van de bebouwing. Afhankelijk van de resultaten van het 7
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. (2020). Plangebied Wethouder Giermanstraat te Brummen, gemeente Brummen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Rapportnummer: 4162. 8 april 2020. 30
proefsleuvenonderzoek kunnen aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van de sloop van de funderingen van de woningen (bijvoorbeeld het slopen onder archeologische begeleiding). Conclusie De hiervoor genoemde conclusies zijn vervat in een selectiebesluit de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek en eventuele archeologische begeleiding van ondergrondse sloopwerkzaamheden en eventuele andere grondroeringen is vastgelegd. Met het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen (hoge en middelhoge verwachtingswaarde) in voorliggend bestemmingsplan worden eventuele archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd. Met deze dubbelbestemmingen wordt immers gewaarborgd dat in het kader van de omgevingsvergunningprocedure voor de beoogde ontwikkeling dat in voldoende mate archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd en eventuele waarden worden veiliggesteld. Zo staat het aspect archeologie de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg.
4.11
Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing In of rondom het plangebied zijn geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten aanwezig. Het dichtstbijzijnde monument betreft Huize Brunheim aan de Marten Putstraat 16, op circa 180 meter. Dit monument behorende bij de aldaar gesitueerde kerk is omgeven door groen en is zo aan het beeld onttrokken. Het monument staat daarmee niet in directe verbinding met de omgeving en onderhavig plan doet daarmee geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van desbetreffend monument. De beoogde ontwikkeling is daarmee geen bedreiging voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.12
Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gege8 nereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen 8
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. 31
tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling voegt per saldo geen nieuwe woningen toe aan het huidige programma. Daarmee wordt geen extra verkeer gegenereerd en kan ervan worden uitgegaan dat het te verwachten verkeer in het huidige verkeersbeeld past. Parkeren Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen heeft de gemeente Brummen het Paraplubestemmingsplan Parkeren. Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen dient gekeken te worden naar het functietype en waar de functie zal worden gerealiseerd. Voorliggende woningbouw is aan te wijzen als categorie ‘Wonen - Huurhuis, sociale huur’. Tevens geldt ter plaatse de gebiedsaanduiding ‘overige zone - parkeernormen rest bebouwde kom’. Hieruit volgt een parkeerbehoefte van 1,6 per woning. In totaal komt de parkeerbehoefte daarmee op 40 parkeerplaatsen (1,6 x 25). In de beoogde inrichting wordt als volgt voldaan aan deze behoefte: Parkeerbalans Op eigen terrein In parkeerkoffers In de straat (langsparkeren) Totaal
Aantal 16 24 3 43
Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.13
Kabels en leidingen Toetsing Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die mogelijk een beperking kunnen vormen bij de herontwikkeling van het plangebied. Uiteraard is een melding bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (een zogenaamde KLIC-melding) noodzakelijk in geval van bodemingrepen. Op voorhand is al duidelijk dat voor de beoogde herontwikkeling de huisaansluitingen voor het adres Gasfabriekstraat 42 worden verlegd door de initiatiefnemer. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
32
5
Wijze van bestemmen
5.1
Algemeen
5.1.1
Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.
5.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in het bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
33
2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3
Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen ontheffingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel een aanlegvergunningstelsel en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels.
In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. In dit plan is een anti-dubbeltelregel opgenomen. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
5.2.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het be-
34
stemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.2
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waterlopen en waterpartijen. Wat betreft gebouwen zijn enkel aan- en/of uitbouwen en voor- en zijgevels toegestaan, waarbij aanvullende bouwregels gelden. Tevens bedraagt de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 1 meter. Verkeer - Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, paden, voet- en rijwielpaden, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, kunstwerken, terrassen, evenementen, straatmeubilair, ondergrondse afvalcontainers, waterlopen, waterpartijen en bijbehorende voorzieningen. De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 5 meter. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen en het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep, met daarbij behorende tuinen, erven, parkeervoorzieningen, waterlopen, waterpartijen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bijbehorende voorzieningen.
Hoofdgebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden opgericht, waarbij een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter geldt. De hoofdgebouwen dienen te worden georiënteerd op de op de verbeelding aangegeven gevellijn, dan wel maximaal 1,5 erachter. Verder gelden aanvullende bouw- en gebruiksregels voor aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken. Waarde - Archeologie hoog De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Op basis van deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien ingrepen worden verricht met een op2 pervlakte van meer dan 250 m of een dieper bereik dan 30 cm onder maaiveld. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken. Waarde - Archeologie middelmatig De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Op basis van deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien ingrepen worden verricht met een op-
35
2
pervlakte van meer dan 1.000 m of een dieper bereik dan 30 cm onder maaiveld. Hiervan kan onder voorwaarden worden afgeweken. 5.2.3
Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Parkeren In de overige regels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijking van het bestemmingsplan slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform het Paraplubestemmingsplan Parkeren van de gemeente Brummen. Hier kan onder voorwaarden van worden afgeweken.
36
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de resultaten van het overleg worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
6.2.2
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
37
PROJECT 31364 VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK WETHOUDER GIERMANSTRAAT 9-57 TE BRUMMEN
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 31364
Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Wethouder Giermanstraat 9-57 te Brummen
Projectleider
Dhr. drs. S. Buurmans
Adviseur
Dhr. ing. L.A.J.M. Alferink
Datum rapport
2 december 2019
Opdrachtgever
Projectburo B.V. Zutphensestraat 128 6971 EN Brummen
Contactpersoon
Dhr. M. van Tend
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 31364
SAMENVATTING Soort:
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest
Aanleiding:
Voorgenomen herinrichting
Doel:
Vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming
Opzet:
NEN 5740 (ONV-NL) en NEN 5707 (ONV). Opdrachtgever heeft aangegeven dat grondwateronderzoek niet hoeft plaats te vinden. Bij eventuele graafwerkzaamheden zal het grondwater niet beïnvloed worden.
Locatie:
Wethouder Giermanstraat 9-57 te Brummen
Kadastraal:
Gemeente Brummen, sectie G, nummer 3785 (volledig)
Oppervlakte:
5.395 m²
Terreingebruik:
Wonen
Terreingebruik in omgeving:
Wonen/infrastructuur
Hypothese:
Onverdachte niet-lijnvormige locatie (NEN 5740), kleinschalig onverdachte locatie (NEN 5707)
Aantal boringen en peilbuizen:
Boringen
Asbestinspectiegaten
waarvan peilbuizen:
16
16
-
Bodemopbouw:
De bodem bestaat wisselend uit zand en klei. Er is geen duidelijke gelaagdheid aan te geven. Bij verschillende boringen is sprake van zand op klei, terwijl dat bij andere boringen andersom is. In de ondergrond worden veen- en leemlaagjes aangetroffen.
Grondwaterstand:
3,2 á 3,5 m-mv (gepeild in bestaande peilbuizen)
Zintuiglijke waarnemingen:
Lichte bijmenging aan beton en baksteen in de bovengrond van iedere boring, lichte bijmenging aan houtskool/kolen in de bovengrond van met name het oostelijke terreindeel.
Resultaten grond:
Alleen lichte verhogingen in de bovengrond. In de ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. In de geroerde bovengrond met bijmenging en de onderliggende zandlaag zijn PFAS aangetoond in een gehalte tussen 0,1 µg/kg.ds. en 3,0 µg/kg.ds.
Resultaten asbest:
In de puinhoudende bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond
Conclusies:
Hypothese is niet bevestigd De aangetoonde lichte verhogingen vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek Er zijn ons inziens geen belemmeringen voor de voorgenomen werkzaamheden
Project 31364
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
1 1 1 2 3 3
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten
4 4 5
4
CHEMISCHE ANALYSES
5
5
ASBESTANALYSES
6
6
PFAS-ONDERZOEK
7
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
8
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 31364
INLEIDING EN DOEL Door Projectburo B.V. is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek op de locatie Wethouder Giermanstraat 9-57 te Brummen (perceel 3785 (volledig) in sectie G van de kadastrale gemeente Brummen). De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen werkzaamheden op de locatie. De bestaande bebouwing, die dateert van direct na de Tweede Wereldoorlog, wordt gesloopt ten behoeven van nieuwbouw. Het doel van het chemisch onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707+C1 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Brummen, sectie G, nummer 3785 (volledig). De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 207.980 en 455.900. Het perceel heeft een oppervlakte van 5.395 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gehele perceel. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Op het terrein zijn zes woonblokken met rijtjeswoningen aanwezig, variërend van drie tot zes woningen per blok. Het onbebouwde deel van de locatie is deels verhard (paden naar de voordeur, terrassen en een fietspad tussen de Wethouder Giermanstraat en de Gasfabriekstraat ter hoogte van de huisnummers 19 en 21). Het onverharde deel van de locatie is in gebruik als tuin. Achter Wethouder Giermanstraat 15 is een schuurtje aanwezig met asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot. Het terrein onder het dak is volledig verhard. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2
2.3
Project 31364
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - Provinciale bodemwebsite - Provincie Gelderland (bodemrapporten inzake de voormalige gasfabriek en informatie omtrent de voormalige wasserij) - Kadaster - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk op 8 oktober 2019) Brummen is een plaats die al zeer lang bewoond wordt. Op de meest oude beschikbare topografische kaart (1820) worden al de plaatsnaam en een kerk vermeld. De huidige locatie is naoorlogs bebouwd (bouwjaar 1946 en 1947 volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster). Daarvoor is de locatie in agrarisch gebruik geweest. Voor zover bekend heeft de locatie sinds ingebruikname voor woningbouw alleen nog die functie gehad. Voor zover nu bekend zijn op de locatie geen bronnen voor bodemverontreiniging aanwezig (geweest) zoals gedempte sloten, ondergrondse en/of bovengrondse brandstoftanks, puin, slakken, sintels en het veelvuldig toepassen van bestrijdingsmiddelen. Direct ten noorden van de onderzoekslocatie heeft wel bedrijvigheid plaatsgevonden. Het betreffen een natwasserij op Gasfabriekstraat 16 en een gasfabriek op Gasfabriekstraat 24-28. Natwasserij, Gasfabriekstraat 16 Van 1929 tot een onbekend jaartal is hier Stoomwasserij De Regelmaat (J.
Nachtegaal) gevestigd geweest. De locatie komt voor in het Historisch Bodembestand (Hbb). In het Historisch Bodembestand (Hbb) is vermeld welke bedrijfsmatige activiteiten in het verleden op een locatie hebben plaatsgevonden. Deze gegevens zijn in 2005 verzameld uit het register van de Kamer van Koophandel en/of het vergunningenbestand van de gemeente. Als een locatie in dit bestand voorkomt, dan betekent dit dat de bodem misschien verontreinigd is door bedrijfsactiviteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden. Maar of dat ook echt gebeurd is, is niet bekend en is afhankelijk van of het bedrijf langdurig actief is geweest en of er met chemicaliën is gewerkt. Er is echter geen specifieke informatie van de locatie bekend. Gasfabriek, Gasfabriekstraat 24-28 De gasfabriek is in 1897 opgericht. Tot 1927 werd uitsluitend watergas geproduceerd. Vanaf dat moment, tot 1958 werd kolengas geproduceerd. Vanaf 1958 wordt Brummen van aardgas voorzien. De opstallen bevonden zich aan de noordzijde en bestonden aanvankelijk uit het bedrijfsgebouw met daarin onder andere de stokerij en de zuivering. Daarnaast waren een kolenloods en magazijn aanwezig. IJzeraarde uit de zuiverkisten werd achter de kolenloods opgeslagen. Later is achter de kolenloods een kantoor gebouwd. Na ingebruikname van het aardgasnet fungeerde de locatie als gasontvangst- en reductiestation.
Vanaf medio jaren ’80 tot enkele jaren geleden hebben er onderzoeken en saneringen plaatsgevonden op het voormalige gasfabrieksterrein. Via de provincie Gelderland zijn hiervan in totaal 70 documenten ontvangen. Bij de grondsanering is vrijwel alle cyanideverontreiniging verwijderd. Alleen aan de zijde van de Gasfabriekstraat en op het perceel van Gasfabriekstraat 28 is nog lichte restverontreiniging in de grond aanwezig. In het grondwater is eveneens een
3
Project 31364
restverontreiniging achtergebleven. Het gaat om de parameter cyanide. Deze is ook aanwezig onder de huidige onderzoekslocatie, zie de figuur hieronder. Het is overwegend een lichte verontreiniging. Deze restverontreiniging is vastgelegd in het laatste monitoringsrapport (resultaten monitoring locatie Gasfabriekstraat te Brummen, door IDDS, 17 mei 2011, kenmerk 1103C944/DBE/MO2). Deze is als stabiel beoordeeld door de provincie Gelderland in haar schrijven van 8 juli 2011 (besluit instemming evaluatieverslag, zaaknummer besluit 2011-009008). In de figuur hieronder, uit het monitoringsrapport, is de restverontreiniging in het grondwater weergegeven.
Bodemkwaliteitskaart De locatie bevindt zich binnen een zone van de bodemkwaliteitskaart waarvan zowel de boven- als ondergrond in klasse AW valt. In de Nota Bodembeheer van de regio Stedendriehoek is opgenomen dat grond vanuit gemeentelijke wegen en uit bermen van asfaltwegen uitsluitend mag worden toegepast onder andere gemeentelijke wegen en in bermen van andere asfaltwegen in de regio Stedendriehoek. Grond uit asfaltwegen naar andere toepassingen moet altijd worden gekeurd (partijkeuring AP04). De kwaliteit van de vrijkomende grond uit asfaltwegen voldoet indicatief aan de klasse industrie. Voor de grond dieper dan twee meter die vrijkomt bij werkzaamheden, wordt voor de kwaliteit uitgegaan van de laag boven deze 2 meter. 2.4
Toekomstige situatie De functie en het gebruik blijven ongewijzigd. De bestaande bebouwing zal worden vervangen door nieuwbouw. De exacte inrichting van de toekomstige situatie is nog niet bekend.
2.5
Hypothese en onderzoeksopzet Chemisch bodemonderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek wordt geen verontreiniging verwacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. Aan de noordzijde grenst de locatie aan de locatie van een voormalige wasserij. Het is niet bekend of uit de voormalige bedrijfsvoering een bodemverontreiniging heeft kunnen ontstaan.
4
Project 31364
Via het grondwater zou deze de huidige onderzoekslocatie kunnen bereiken. Grondwateronderzoek maakt echter geen deel uit van de scope van dit onderzoek. Eveneens aan de noordzijde is sprake van een voormalige gasfabriek. De verontreiniging die hierdoor is ontstaan is vrijwel volledig gesaneerd. Aan de noordzijde (op enkele tientallen meters afstand van de huidige locatie) is in de grond een lichte restverontreiniging achtergebleven. Hiervan wordt geen invloed op de bodemkwaliteit van de huidige locatie verwacht. In het grondwater, ook onder de huidige locatie (zie de figuur hierboven) is een lichte restverontreiniging met cyanide aanwezig. Dit betreft een stabiele eindsituatie. Er hoeft in dit grondonderzoek geen rekening te worden gehouden met potentiële bronnen voor bodemverontreiniging buiten de locatie. Asbestonderzoek Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen concrete verdenking op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht voor asbest. Ter bevestiging van deze hypothese wordt een onderzoek verricht de conform de onderzoeksstrategie voor een kleinschalig onverdachte locatie van de NEN 5707. Wel wordt rekening gehouden met het asbestverdachte dak op Wethouder Giermanstraat 15 door ter plaatse van de tegelverharding onder de dakgoot een asbestgat te graven.
Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering Het verrichten van de boringen heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2019 onder leiding van dhr. W.P. Bree. In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie zestien boringen verricht (nrs. 01 t/m 16). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Omdat bij de geplande werkzaamheden niet bemalen hoeft te worden, is op verzoek van de opdrachtgever geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 01, 04, 08 en 13 zijn doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m-mv. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn zestien inspectiegaten gegraven (nrs. 01 t/m 16), gecombineerd met de boringen. De uitkomende bodem is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten voor het asbestonderzoek zijn 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. Tevens zijn vier boringen verricht tot 2,0 m-mv (ter plaatse van 01, 04, 08 en 13). De monsterneming is handmatig uitgevoerd met behulp van een schep.
Project 31364
5
De ligging van de boringen en de inspectiegaten is weergegeven in bijlage I. 3.2
Resultaten Bodemopbouw De bodem bestaat wisselend uit zand en klei. Er is geen duidelijke gelaagdheid aan te geven. Bij verschillende boringen is sprake van zand op klei, terwijl dat bij andere boringen andersom is. In de ondergrond worden veen- en leemlaagjes aangetroffen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond van iedere boring zijn zwakke bijmenging aangetroffen aan beton en baksteen. Ook is er zwakke bijmenging aan houtskool/kolen aangetroffen in de bovengrond. Hiervan is met name op het oostelijke terreindeel sprake. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen.
4
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in de bijlage. De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. De analyses op PFAS worden besproken in hoofdstuk 6. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond, NEN-parameters, verkennend onderzoek Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyse-parameters
Overschrijding >AW
>T
>I
m1
01 (0,34 - 0,80) 02 (0,15 - 0,54) 03 (0,15 - 0,58) 04 (0,25 - 0,70) 05 (0,15 - 0,58) 06 (0,30 - 0,54)
Beton+ baksteen+ Beton+ baksteen+ Beton+ baksteen+ houtskool+ Beton+ baksteen+ Beton+ baksteen+ Beton+ baksteen+
NEN-g
PCB, Zn, Hg, PAK
Pb
-
Industrie @
m2
12 (0,07 - 0,15) 13 (0,15 - 0,54) 15 (0,15 - 0,54) 16 (0,12 - 0,58)
Kolen+ Kolen+ baksteen+ beton+ Kolen+ baksteen+ beton+ Kolen+ baksteen+ beton+
NEN-g
Hg, Pb
-
-
Wonen
m3
01 (0,80 - 1,20) 04 (1,40 - 1,90) 08 (0,70 - 1,00) 13 (0,80 - 1,30)
-
NEN-g
-
-
-
AW
m4
01 (1,20 - 1,60) 04 (0,70 - 1,20) 08 (1,00 - 1,50) 13 (0,54 - 0,80)
-
NEN-g
-
-
-
AW
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) @ : mengmonster is uitgesplitst, zie tabel 4.2
Indicatieve toetsing BBK
Project 31364
6
Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In de beide mengmonsters van de bovengrond met bijmenging is sprake van lichte verhogingen aan diverse parameters. In de bovengrond van het westelijke terreindeel (m1) is tevens sprake van een matige verhoging aan lood. In de zintuiglijk schone ondergrond (m3 en m4) zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters aangetoond. Naar aanleiding van het matig verhoogde loodgehalte in m1 zijn de individuele monsters waaruit het mengmonster was samengesteld separaat op lood geanalyseerd. In tabel 4.2 zijn de resultaten samengevat. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond, uitsplitsing m1 op lood Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyse-parameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing BBK
m1a
01 (0,34 - 0,80)
Beton+ baksteen+
Pb
Pb
-
-
Wonen
m1b
02 (0,15 - 0,54)
Beton+ baksteen+
Pb
Pb
-
-
Wonen
m1c
03 (0,15 - 0,58)
Beton+ baksteen+ houtskool+
Pb
Pb
-
-
Wonen
m1d
04 (0,25 - 0,70)
Beton+ baksteen+
Pb
Pb
-
-
Wonen
m1e
05 (0,15 - 0,58)
Beton+ baksteen+
Pb
Pb
-
-
Wonen
m1f
06 (0,30 - 0,54)
Beton+ baksteen+
Pb
Pb
-
-
Wonen
In alle individuele monsters waaruit mengmonster m1 was samengesteld, is lood licht verhoogd aangetoond.
5
ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is eveneens geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: asb1: gat 01 t/m 08 asb2: gat 09 t/m 16
westelijke terreindeel, bovengrond met bijmenging oostelijke terreindeel, bovengrond met bijmenging
De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1.
Project 31364
7
Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Ref
Inspectiegat (monster m-mv)
Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde serpentijn
amfibool
01 (0,34 - 0,54)
-
-
02 (0,15 - 0,54)
-
-
03 (0,15 - 0,58)
-
-
04 (0,15 - 0,58)
-
-
05 (0,15 - 0,58)
-
-
06 (0,30 - 0,54)
-
-
07 (0,10 - 0,54)
-
-
08 (0,15 - 0,54)
-
-
09 (0,20 - 0,55)
-
-
10 (0,00 - 0,50)
-
-
11 (0,44 - 0,54)
-
-
12 (0,15 - 0,54)
-
-
13 (0,15 - 0,54)
-
-
14 (0,00 - 0,50)
-
-
15 (0,15 - 0,54)
-
-
16 (0,12 - 0,58)
-
-
asb1
asb2
Ref blanco (h) / (nh) # * **
Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde
Totaalgehalte, gewogen#
serpentijn
amfibool
(afgerond)
0
0
0
0
0
0
referentie op analysecertificaat niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg ds)
Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zowel visueel als analytisch is in de opgegraven en opgeboorde grond geen asbest aangetoond.
6
PFAS-ONDERZOEK Toetsingskader Mede op basis van het Tijdelijk handelingskader en de Aanvulling tijdelijk handelingskader PFAS is de grond aanvullend onderzocht op PFAS-verbindingen. Op basis van het THK vindt er geen bodemcorrectie plaats bij een gehalte organisch stof tot 10%. Bij lokale beleidsnormen kan ook bij een lager gehalte organisch stof een bodemtypecorrectie zijn voorgeschreven.
Project 31364
8
De analyseresultaten moeten worden getoetst aan de eisen uit de beleidsnormen van de gemeente/regio waar de grond wordt toegepast. Als er geen lokaal beleid ten aanzien van PFAS-houdende grond is opgesteld, zijn de normen uit het (A)THK van toepassing. Lokale beleidsnormen gaan dus vóór de normen uit het (A)THK. In het (A)THK zijn onder andere onderstaande eisen voor hergebruik opgenomen. Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar het (A)THK. Tabel 6.1: Verkorte versie van toepassingsnormen PFAS op landbodem uit het THK (in µg/kg ds) Gehalten (µg/kg ds)
Toepassingsmogelijkheden op landbodem
PFAS <0,8
PFOA <0,8
PFOS <0,9
Vrij toepasbaar, m.u.v. Grondwaterbeschermingsgebieden
0,8 < PFAS < 3
0,8 < PFOA < 7
0,9 < PFOS < 3
Wonen en Industrie Landbouw en Natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde
PFAS > 3
PFOA > 7
PFOS > 3
Reinigen of storten
Toetsing aan (A)THK In verband met de mogelijke afvoer van grond zijn de mengmonsters m1 t/m m4 alle geanalyseerd op PFAS (zie paragraaf 4.1 voor de samenstelling van deze mengmonsters). Aangezien het gehalte organisch stof kleiner is dan 10%, vindt er geen bodemtypecorrectie plaats. In m4 zijn geen verhogingen gemeten ten opzichte van de bepalingsgrens, waardoor er geen belemmering geldt voor hergebruik elders (ten aanzien van PFAS). In m1 en m3 zijn PFAS-gehalten gemeten groter dan de bepalingsgrens, maar kleiner dan de eis voor vrij toepasbare grond, m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden. In m2 voldoen de PFAS-gehalten aan de eis voor klasse Wonen en Industrie (of als Landbouw en Natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde). NB: Opgemerkt wordt dat voor een definitief oordeel omtrent hergebruik een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit nodig is waarbij onder andere op PFAS wordt onderzocht, tenzij met verkennend onderzoek voor alle PFAS-verbindingen <bepalingsgrens is gemeten.
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Wethouder Giermanstraat 9-57 te Brummen (perceel 3785 (volledig) in sectie G van de kadastrale gemeente Brummen) is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht, is niet bevestigd. Er zijn in de bovengrond met bijmenging lichte verhogingen aangetoond aan enkele metalen, PCB en PAK. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek.
9
Project 31364
Tijdens het veldwerk is bij het peilen van enkele bestaande peilbuizen een grondwaterstand van circa 3 m-mv aangetroffen. Op verzoek van de opdrachtgever is in afwijking op de NEN 5740, omdat bij de werkzaamheden geen bemaling zal worden uitgevoerd, geen grondwateronderzoek uitgevoerd. PFAS In de bovengrond met bijmenging van het oostelijke terreindeel (m2) is voor PFOS een gehalte gemeten dat voldoet aan de eis voor klasse Wonen en Industrie. In de bovengrond met bijmenging van het westelijke terreindeel (m1) en in het zand uit de ondergrond (m3) zijn PFAS-gehalten gemeten groter dan de bepalingsgrens, maar kleiner dan de eis voor vrij toepasbare grond, m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden. In de overige ondergrond (m4) zijn geen verhogingen gemeten ten opzichte van de bepalingsgrens, waardoor er ten aanzien van PFAS geen belemmering geldt voor hergebruik elders. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de bovengrond niet verdacht is op het voorkomen van asbest, is bevestigd. In de bovengrond is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Op het maaiveld zijn eveneens geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek.
Algemeen De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen belemmeringen voor de voorgenomen werkzaamheden. Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een keuring nodig (doorgaans incl. PFAS) conform het Besluit Bodemkwaliteit. De gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, waardoor in sommige gevallen hergebruik mogelijk is zonder aanvullend onderzoek.
BIJLAGE I
33G
28
19
A
24
17
15
24
T
SP
at tra
11
Ga
eks bri a f s
SP
t
T
Overzichtskaart
22
N
13
Baro
t
26
21
raa amast
aa lstr
23
N
Sytz n van
re Me
25
T SP
20
N
42
T SP
18
A 16 16 11
14
03
13A
14 08
13
10
37 04
41
39
15
aat
manstr er Gier ethoud
33
07
16
12
35 04A
57
51
49
47
45
43
53
55
W
29
44
31 09
BOORPUNTENKAART
25
10
- boorpunt met peilbuis voorgaand onderzoek - boorpunt - boorpunt met peilbuis - asbestgat (0,3x0,3x0,5 meter) - onderzoekslocatie - perceelsgrens
23
8
19 0
7
in 26
4
7 01
24
3
22
20
20 m
Schaal: 1:500
Formaat: A3
12
nikplein n Mun
28
Maarte
M 5
ar Ma
ten
ud tho We
9
5
30
15
Projectburo B.V.
ik unn
11
32
6
t raa nst a m ier er G
13
10
Opdrachtgever:
ple
15
5
Project: Wethouder Giermanstraat 9-57 te Brummen Project nummer: 31364
Datum : 14-10-2019
Getekend: LAL/MM
Bestandsnaam: 31364)tek.dwg
13
05
- vml. gasfabriek - vml. wasserij
14
02
11
21
17
46
9
Legenda
27
06
Kamerik (gem. Woerden)
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
BIJLAGE II
Boring:
01
Boring:
0 4
0
tegel
0 4
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 27L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
1
1
34
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig siltig, sporen beton, sporen baksteen, bruingrijs, 18L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
6 50 2
02
15
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, 10L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
54
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig siltig, sporen baksteen, sporen beton, sporen grind, donkergrijs, 39L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
0
klinker
2 3 50
tegel
80
Zand, matig fijn, matig siltig, bruin 100
3 120
Leem, matig zandig, zwak roesthoudend, licht beigegrijs 4 150 160
Leem, sterk zandig, sporen roest, licht grijsbeige 5 200
200
Boring:
03
Boring:
0
0
klinker
04
0
8 15
8
Klei, sterk zandig, matig siltig, sporen houtskool, sporen baksteen, sporen beton, donker beigegrijs, 39L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
2 3 50
15
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 7L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
2
25
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, sporen baksteen, sporen beton, grijsbeige, 9L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
7 3
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 7L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
58 70
Klei, sterk zandig, matig siltig, zwak betonhoudend, sporen baksteen, donkergrijs, 23L geïnspecteerd geen AVM 1% grof Klei, sterk zandig, matig siltig, zwak roesthoudend, bruinbeige
4
100
5 140
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige
150 6
200
200
Boring:
05
Boring:
0
0
klinker
2 3 50 58
1
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, 7L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Klei, sterk zandig, matig humeus, matig siltig, sporen baksteen, sporen beton, donkergrijs, 39L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
0 4
0
8 15
06
15
2 30
3 4 50
Projectnaam: Wethouder. Giermanstraat 9-57 (oneven) Brummen
54
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 10L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, bruinbeige, 14L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Klei, sterk zandig, matig humeus, matig siltig, sporen beton, sporen baksteen, donkergrijs, 22L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
Project: 31364 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
07
Boring:
0 4 10
0
2 3 50
54
tegel
0 4
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, sporen roest, lichtgrijs, 6L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, sterk siltig, sporen baksteen, sporen beton, donker bruingrijs, 40L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
08
1
15
tegel Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 10L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, sterk siltig, sporen baksteen, sporen beton, grijsbruin, 39L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
9 2 50 70
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs 4 100
100
Klei, sterk zandig, zwak roesthoudend, bruinbeige 5
150 160
Leem, matig zandig, matig roesthoudend, bruingrijs
7 180
Klei, matig zandig, sterk siltig, neutraalgrijs
8 200
200
Boring:
09
Boring:
0 5
0 1
20
2 3 50
55
Boring:
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 14L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, sterk siltig, sporen beton, zwak baksteenhoudend, grijsbruin, 32L geïnspecteerd geen AVM 1% grof
1 2
1 24
2 44 54
tegel
0 4 7
2
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtgrijs, 18L geïnspecteerd geen AVM 1% grof Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen beton, sporen baksteen, grijsbruin, 9L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
12
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 18L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
gras Zand, matig fijn, matig humeus, sterk siltig, sporen beton, sporen baksteen, sporen grind, grijsbruin, 45L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
50
50
Boring:
0 4
3 4
0
0
11
0
50
tegel
10
15
Projectnaam: Wethouder. Giermanstraat 9-57 (oneven) Brummen
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 3L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig siltig, sterk grindig, sporen kolen, donker bruingrijs, 8L geïnspecteerd geen AVM 1% grof
3 4 50
tegel
54
Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, zwak baksteenhoudend, sporen beton, zwak grindhoudend, grijsbruin, 35L geïnspecteerd geen AVM 1% grof
Project: 31364 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
13
Boring:
0 4
0 1
15
2 8 50
54
tegel
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, sporen roest, grijsbeige, 10L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen kolen, sporen baksteen, sporen beton, donker bruingrijs, 35L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
14
1 2
tuin Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen baksteen, sporen beton, sporen grind, zwak wortelhoudend, grijsbruin, 45L geïnspecteerd geen AVM 0% grof
50
50
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, grijsbeige
3 80
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs 100
4
130
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, bruinbeige
5
150
160
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, grijsbeige
6 180
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige
7 200
200
Boring:
15
Boring:
0 4
0 1
15
2 3 50
54
tegel
16
0
0
8 12
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, 11L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen beton, sporen kolen, sporen baksteen, sporen roest, grijsbruin, 35L geïnspecteerd geen AVM 1% grof
2 3 50 58
Projectnaam: Wethouder. Giermanstraat 9-57 (oneven) Brummen
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbeige, 4L geïnspecteerd geen AVM 0% grof Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen baksteen, sporen kolen, sporen beton, sporen wortels, grijsbruin, 42L geïnspecteerd geen AVM 1% grof
Project: 31364 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
BIJLAGE III
Project
31364-Wethouder. Giermanstraat 9-57 (oneven) Brumm
Certificaten
951645
Toetsing
T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Toetsversie
BoToVa 3.0.0
Toetsdatum: 31 oktober 2019 08:25
Monsterreferentie
6111899
Monsteromschrijving
m1 01 (34-80) 02 (15-54) 03 (15-58) 04 (25-70) 05 (15-58) 06 (30-54) Eenheid
Analyse
Gestand.Res.
Analyseres.
Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.7
10
Lutum
% (m/m ds)
4.1
25
%
84.7
84.7
@
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
61
190
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.26
0.43
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
4.1
12
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
13
25
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.22
0.31
WO
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
300
450
IND
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
9
22
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
67
140
WO
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
mg/kg ds
2
2.0
WO
1.5
6.8
40
mg/kg ds
0.006
0.032
WO
0.02
0.04
0.5
AW
WO
IND
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 6111899:
Klasse industrie
Monsterreferentie
6111900
Monsteromschrijving
m2 12 (7-15) 13 (15-54) 15 (15-54) 16 (12-58)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Toetsoordeel
Gestand.Res.
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.8
10
Lutum
% (m/m ds)
8.0
25
%
86.1
86.1
@
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
64
140
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.26
0.41
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
6.9
15
-
15
35
190 190
koper (Cu)
mg/kg ds
14
24
-
40
54
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.23
0.30
WO
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
54
76
WO
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
13
25
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
61
110
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
mg/kg ds
0.5
0.50
-
1.5
6.8
40
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 6111900:
Klasse wonen
Pagina 1 van 2
Monsterreferentie
6111901
Monsteromschrijving
m3 01 (80-120) 04 (140-190) 08 (70-100) 13 (80-130)
Analyse
Eenheid
Gestand.Res.
Analyseres.
Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
0.8
10
Lutum
% (m/m ds)
1.5
25
%
90.3
90.3
@
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
33
130
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
6.8
14
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
10
29
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
22
52
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500