CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(054) Bestemmingsplan toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Stuijvenburchstraat – De Wasacker (HAMERSTUK)20.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28 alinea's met “plus”: 57 69 90 100 109 111 133 135 137 140 141 145 179 193 194 206 230 232 233 236 237 253 281 300 349 358 381 430

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

22

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp trekken. Daarmee leveren deze een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van het dorp. Ook passen de voornemens goed bij het gemeentelijk streven naar een compact kernwinkelgebied met het Stuijvenburchplein als middelpunt. De formule en het doelgerichte karakter van zowel de Plus als de Action sluit daarop aan. Daardoor zal van schadelijke verdringingseffecten geen sprake zijn en dreigen er geen essentieel geachte voorzieningen verloren te gaan. De ruimtelijke omgeving van de locatie in Eerbeek leent zich ook voor deze ontwikkeling. Het voornemen zorgt voor het versterken van de economische vitaliteit van het gebied. Geconcludeerd wordt dat de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ zich niet verzet tegen de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. 4.4.2

Visie Centrum Eerbeek & Eerbeekse Beek ‘bruisend vooruit & historisch verbonden’ (ontwerp)

4.4.2.1 Algemeen Sinds eind 2018 werkt de gemeente Brummen aan een visie voor het centrum van Eerbeek en de Eerbeekse beek. Samen met inwoners, ondernemers en andere partners. Het ontwerp van de visie is op mei 2021 gepubliceerd. De opgave van de visie betreft het werken aan de vitaliteit van het centrum van Eerbeek. Het bestemmingsplan Eerbeek is voor het centrumgebied onherroepelijk geworden en biedt ruimte voor ontwikkeling. Marktpartijen maken hier gebruik van en de eerste plannen worden uitgevoerd. Dat is goed voor het centrum. Tegelijkertijd vraagt het bestemmingsplan op onderdelen om een uitwerking. Met inrichtingsvoorstellen voor braakliggende terreinen en de openbare ruimte. En een antwoord op actuele ontwikkelingen. Zoals de veranderingen in de Retail en de groeiende behoefte aan woningen in en om het centrum. 4.4.2.2 Compact en gezellig Het wensbeeld in de Ruimtelijke economische visie (Bureau Seinpost, 2016) is een compact kernwinkelgebied aan de Stuijvenburchstraat met een divers winkelaanbod, horeca en een goede verblijfskwaliteit. Opgespannen tussen twee zogeheten halters (de Jumbo en Plus supermarkten) met de grotere parkeervoorzieningen. Dit wensbeeld blijft onverkort van kracht. Eerbeek-centrum is te kwalificeren als een typisch dorpscentrum met 3 supermarkten als trekkers; het is vooral een functioneel centrum, met een matige verblijfskwaliteit.

Van belang is om de ruimtelijke, beeld- en verblijfskwaliteit te optimaliseren, bijvoorbeeld door middel van verbetering van de kwaliteit van de gevelaanzichten. Tevens wordt aangeraden om de intensivering van de detailhandelstructuur door te zetten zodat een doorlopend, tweezijdig bewinkeld gebied ontstaat. Ten slotte wordt gestreefd naar versteking met detailhandel en horeca. 4.4.2.3 Goed bereikbaar en veilig In de bestaande situatie is er voldoende parkeergelegenheid in het centrumgebied. De bereikbaarheid van winkels is goed te noemen, omdat er op loopafstand altijd wel een parkeerplek is te vinden. Wel staat dit vooral op het Stuijvenburchplein op gespannen voet met de verblijfskwaliteit. Wanneer het kernwinkelgebied compacter moet worden en de wens bestaat om bepaalde functies een andere plek in het centrum te geven is de vraag wat dat betekent voor de parkeerdruk, op de oude plek en op de nieuwe plek. Uitgangspunten voor het verbeteren van de verkeerssituatie in het centrum van Eerbeek zijn de uitbreiding van het centrum parkeren in beide halters bij de supermarkten (Jumbo en Plus). Tevens dient de toegankelijkheid en veiligheid voor fietsers, voetgangers, mindervaliden en slechtzienden in het centrumgebied verbeterd te worden. Ten slotte is het creëren van stallingsmogelijkheden voor fietsen van belang.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

23

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp 4.4.2.4 Beleefbaar groen en water Eerbeek kent een heel aantal prachtig waardevolle oude bomen. Echter, door slijtage en nieuwbouw valt de groenstructuur uit elkaar. Dit is zichtbaar in het straatbeeld door lanen die niet meer intact zijn en verschillende soorten bomen en leeftijden naast elkaar. Het streven is om de groenstructuur Stuijvenburchstraat-Loenenseweg te verstevigen waar mogelijk. Het versterken van de huidige laanbeplanting is niet mogelijk vanwege de aanwezige parkeervoorzieningen en ondergrondse infra. Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt goed gekeken naar het toekomstig gebruik van de ruimte. Op locaties waar veel personen passeren of verblijven kunnen meer bloeiende beplantingen aangebracht worden. 4.4.2.5 Toetsing van het initiatief aan de ‘Visie Centrum Eerbeek & Eerbeekse beek’ Voorliggend initiatief betreft de uitbreiding van de bestaande Plus-supermarkt en uitbreiding van het beoogde pand voor de Action in het centrum van Eerbeek. De bestaande Plus-supermarkt functioneert als belangrijke voorziening voor het centrum van Eerbeek. Door middel van de voorgenomen ontwikkeling wordt de Plus supermarkt vernieuwd en uitgebreid en wordt de Action op deze locatie toegevoegd. Deze ontwikkeling draagt bij aan het behoud en de versterking van goede voorzieningen in de dorpskern Eerbeek.

Hiermee wordt ingezet op het vitaal houden van deze dorpskern. De bestaande ruimtelijke structuur van het plangebied ter plaatse wordt gehandhaafd en waar mogelijk versterkt. Er worden enkele wijzigingen beoogd op het parkeerterrein met betrekking tot het toevoegen van parkeerplaatsen en het wijzigen van de indeling van het parkeerterrein. Hiermee ontstaat een groter parkeerterrein en een veiligere verkeerssituatie voor het laden en lossen van vrachtverkeer. Bovenstaande toegepast op het voornemen waar dit bestemmingsplan op ziet, kan geconcludeerd kan worden dat beoogde uitbreidingen van de panden van Plus en Action zullen bijdragen aan een betere consumentenverzorging (en dus behoud / versterking vitaliteit) in Eerbeek, omdat de versterking van het (supermarkt)aanbod een impuls vormt voor de reeds in dit gebied gevestigde winkels en andere publieksgerichte voorzieningen. Rondom de planlocatie is al volop detailhandel aanwezig. De gemeente Brummen juicht deze ontwikkeling toe. Winkelketens Action en Plus zien potentie in het dorp Eerbeek. Daarom hebben zij plannen om hun huidige onderneming te vernieuwen en uit te breiden. De Action zal hierbij verhuizen naar het pand zoals uiteengezet in dit bestemmingsplan, een verhuizing van het Oranje Nassauplein naar De Wasacker. Daarmee leveren deze een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van het dorp.

Ook passen de voornemens goed bij het gemeentelijk streven naar een compact kernwinkelgebied met het Stuijvenburchplein als middelpunt. Het zullen in de toekomstige situatie moderne panden betreffen, met ruime parkeermogelijkheden en een goede bereikbaarheid. Dit zal bijdragen aan een betere consumentenverzorging omdat er wordt ingespeeld op actuele trends in vraag en aanbod op het gebied van aankopen (o.a. gemak, comfort, keuzemogelijkheden voor de consument). Geconcludeerd wordt dat het initiatief aansluit op de beleidsambities zoals verwoord in de ‘Visie Centrum Eerbeek & Eerbeekse beek’. 4.4.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Brummen

Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

24

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectenrapportage. Opgemerkt wordt dat in voorliggend geval uitsluitend de inpandige dierenartsenpraktijk de toe te voegen functie is. Voor het overige worden bestaande reeds vergunde activiteiten in het bestemmingsplan opgenomen. De reeds vergunde activiteiten worden in de volgende paragrafen buiten beschouwing gelaten.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Beoordeling

In voorliggend geval zijn de aspecten rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai niet van belang aangezien er geen nieuw geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Wat betreft de invloed van de uitbreiding van de supermarkt Plus en uitbreiding van het pand van de Action op omliggende woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). Opgemerkt wordt dat het noordwestelijke deel van het plangebied deels is voorzien van de aanduiding ‘geluidszone – te verwijderen’ en ‘geluidzone – industrie’. Hier geldt dat in afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse voorkomende bestemmingen geluidgevoelige objecten binnen de 'geluidzone - industrie' uitsluitend zijn toegestaan, indien wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder.

Voor gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - te verwijderen' gelden de voor die gronden geldende bestemmingen en planregels uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2008", met uitzondering van de bepalingen in artikel 23.1 onder e (Algemene regel) van de bij dat plan behorende planregels, het bestemmingsplan "Kom Eerbeek", met uitzondering van de bepalingen in artikel 24.2.1 (Industrielawaai) van de bij dat plan behorende planregels en het bestemmingsplan Wilhelminapark - Palisiumpark', met uitzondering van de bepalingen in artikel 17 (Algemene aanduidingsregels) van de bij dat plan behorende planregels. Opgemerkt wordt dat er geen nieuw geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, en dat derhalve nadere toetsing niet noodzakelijk is. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

25

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval is een bodemonderzoek uitgevoerd door Terra AgriBusiness, welke is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. 5.2.2 Situatie plangebied Op de locatie gelegen aan de Stuijvenburchstraat 107a te Eerbeek, kadastraal bekend gemeente Hall, Sectie: E, nummer(s): 6782 is op 21 januari en 23 september 2021 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat in het bovengrondmengmonster (BM1) en in het ondergrondmengmonster (OM1) geen verhogingen zijn aangetroffen. In de tweede fase van het onderzoek zijn de boringen opnieuw geplaatst en zijn de mengmonsters geanalyseerd op arseen. Omdat de laag 1,00-1,50 m-mv sterk roesthoudend en matig ijzerhoudend blijkt is deze separaat onderzocht. In de mengmonsters is geen arseen aangetroffen. Omdat er binnen een boordiepte van 5 m -mv geen grondwater is aangetroffen, is de plaatsing van de peilbuis met daarbij behorende grondwateranalyse achterwege gebleven. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht.

De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik 5.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit in het plangebied vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: 

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

26

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp  

woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2 Situatie plangebied Er zijn bepaalde gevallen waarbij een project als 'niet in betekende mate' bijdragend aan de luchtkwaliteit wordt beschouwd. Dit betreffen bijvoorbeeld woonwijken waar minder dan 1.500 woningen worden gerealiseerd of een kantoorpand met een maximaal bvo van 100.000 m². Voor dergelijke projecten hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd en kan worden aangenomen dat deze projecten daarom in niet betekende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Voorliggende ontwikkeling voorziet slechts in de uitbreiding van 128 m² bvo voor de Plus en voor het pand van de Action in een uitbreiding van 333 m² bvo.

De uitbreidingen zijn vele malen kleiner qua omvang dan een woonwijk met 1.500 woningen of een kantoorpand van 100.000 m² bvo. Een supermarkt en een wijkcentrum vallen niet onder de genoemde regeling. Er is slechts sprake van een beperkte toename aan verkeersbewegingen, gezien de beperkte uitbreiding aan m² (zie ook paragraaf verkeer & parkeren). Hierna is een worst-case berekening uitgevoerd, op basis van de te verwachte toename aan verkeersbewegingen gebaseerd op de toename aan m² en de bijhorende verkeersgeneratie. Het resultaat hiervan is dat er geen nader onderzoek nodig is. Een verdere toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit hoeft daarom niet plaats te vinden.

Doordat er geen significante verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is nader onderzoek naar dit aspect niet noodzakelijk en staat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

27

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.

Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

28

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Beleidsvisie gemeente Brummen Met deze Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Brummen. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. Deze visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico's anderzijds. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Brummen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht. De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie 5.4.2

Situatie in het plangebied

De uitbreiding van de Plus en de beoogde vestiging van de Action is relevant in het kader van externe veiligheid, aangezien het een (beperkt) kwetsbaar object betreft conform artikel 1, lid 1 sub b en i van het Besluit externe veiligheid inrichtingen). Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode contour) en omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart Gelderland (Bron: risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat zich ten (zuid)westen van het plangebied een buisleiding (N-559-05) bevindt. Te westen bevindt zich aan de Loenenseweg 13 een vestiging van de Hubo, te weten een bouwmarkt welke eveneens de mogelijkheid voor de opslag en verkoop van vuurwerk heeft. Eveneens ligt op circa 365 meter afstand het Gasdrukregelstation N-098 van de Nederlandse Gasunie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

29

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Buisleiding N-559-05 Op 365 meter (gemeten tussen de westelijke plangrens en de gasleiding) ten westen van het plangebied bevindt zich een gasleiding. Het betreft een aardgasleiding (N-559-05) met een diameter van 4 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Bij een dergelijke gasleiding ligt de 1% letaliteitsgrens op 100 meter aan weerszijde van de gasleiding. Het plangebied bevindt zich op voldoende afstand van de gasleiding en het Gasdrukregelstation N-098. Het benoemde Gasregelstation is voorzien van een zeer beperkt plaatsgebonden risico en heeft een invloedsgebied van slechts 30 meter. Gezien de afstand van de planlocatie tot dit station en leiding kan gesteld worden dat deze ontwikkelingen op deze objecten geen invloed heeft. Daarnaast is een voorliggend geval sprake van een uitbreiding van de bestaande functies ter plaatse van beperkte omvang en de ontwikkeling brengt naar verwachting niet direct een grote verhoging van de personendichtheid met zich mee. Dit brengt met zich mee dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico. Een berekening en nadere verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. Loenenseweg 13 Aan de Loenenseweg 13 ligt een vuurwerkverkooppunt/-opslag (in het pand van de Hubo). Men mag hier maximaal 10 ton consumentenvuurwerk opslaan.

De maximale veiligheidsafstand voor de opslag van minder dan 10 ton consumentenvuurwerk bedraagt 8 meter. Binnen deze veiligheidsafstand zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen. Om te voorkomen dat er zich (beperkt) kwetsbare vestigen binnen de veiligheidsafstand is een aanduiding 'veiligheidszone - vuurwerk' binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan opgenomen ter grootte van 8 meter rondom het opslagpunt. De realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen deze aanduiding. Het plangebied bevindt zich op voldoende afstand van deze locatie. Een berekening en nadere verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. VNOG Op het ontwerp-bestemmingsplan heeft de Veiligheidsregio (VNOG) in het kader van vooroverleg een advies gegeven. Dit advies is hierna opgenomen. De Veiligheidsregio kan instemmen met voorliggend plan. Advies over fysieke veiligheid In de wet- en regelgeving over externe veiligheid wordt een risicobenadering gehanteerd. Burgers zullen daarom op de hoogte moeten zijn van eventuele nadelige effecten van nabij gelegen risicobronnen, zodat zij handelingsperspectief hebben in geval van een calamiteit met bijvoorbeeld een hogedrukaardgasleiding of als gevolg van een brand in de omgeving. Energietransitie Er zijn Europese ‘klimaatafspraken’ gemaakt om onder andere de uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Hierdoor nemen de innovatieve technologische ontwikkelingen van alternatieve brandstoffen en energie een vlucht. Dergelijke ontwikkelingen zijn noodzakelijk, maar zijn niet zonder risico’s. Zo vindt er bijvoorbeeld opslag van (zonne-) energie in zogenaamde ‘buurtbatterijen’ plaats, maar blijkt uit incidenten dat branden in dergelijke installaties een specifieke aanvalsstrategie vergen van hulpverleningsdiensten. Klimaatadaptatie Door klimaatveranderingen zullen extreme wateroverlast en extreme warmte vaker voorkomen. Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving van inwoners, waardoor ook rekening moet worden gehouden bij het ontwerp van de bebouwde omgeving. Het ‘vergroenen’ van de bebouwde omgeving – bijv. het bekleden van daken en gevels met beplanting – kan nieuwe (brand)risico’s introduceren. Bestrijdbaarheid – bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid Uit de VNOG-Geoviewer blijkt dat in de nabijheid van het plangebied voldoende primair bluswater beschikbaar is. Het plangebied is via de openbare weg voldoende bereikbaar voor hulpverleningsdiensten. Voor wat betreft de bereikbaarheid in het plangebied zelf geeft de VNOG het advies: •

Creëer voor ambulances een goede bereikbaarheid door voldoende toe- en uitgangswegen te realiseren. Voor ambulances is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk bij de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

30

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

•

•

gebouwen te kunnen komen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te kunnen rijden zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings-)voertuigen. Ambulances dienen dichtbij gebouwen geparkeerd te kunnen worden. Obstakels op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat ambulances snel en goed bij de gebouwen kunnen komen. Het beperken van trappen, paaltjes, drempels, grote bloembakken, e.d. draagt bij aan een goede bereikbaarheid van gebouwen voor ambulances en brancards. Zorg voor een eenduidige, duidelijke bewegwijzering, waarbij borden en nummers zodanig zijn geplaatst, dat bij een calamiteit in/bij gebouwen duidelijk is waar de hulpverleners naar toe moeten.

Op basis van het ontwerp lijkt de bereikbaarheid voor ambulances voldoende geborgd. Zelfredzaamheid Het plangebied valt binnen het bereik van de bestaande WAS-palen. Het ministerie gaat op termijn deze wijze van alarmering in Nederland uitfaseren. De zelfredzaamheid van de burgers binnen uw gemeente kan vergroot worden door het gebruik van NL-alert. Hierop wordt door de overheid de komende jaren verder geïnvesteerd. Burgers zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken. Andere maatregelen die getroffen kunnen worden om de zelfredzaamheid te vergroten zijn (op advies van de VNOG): •

•

•

•

•

5.4.3

Tref voorzieningen waarmee de (mechanische) ventilatie – evt. op afstand – afgeschakeld kan worden, als sprake is van een incident waarbij een toxische gaswolk ontstaat of een brand waarbij sprake is van grote rookvorming in de omgeving van het plangebied. Zorg voor een opgeleide en getrainde BHV-organisatie van de betreffende winkels. Een BHVorganisatie kan er toe bijdragen dat het handelingsperspectief van de aanwezige personen wordt vergroot in geval van een incident in het betreffende object of bij een incident in de omgeving van het object. Attendeer initiatiefnemers op deelname aan ‘Stan the CPR network’ (voorheen Hartveilig Wonen). Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan ‘Stan the CPR network’ kan levens redden. Plaats een AED op een strategische locatie. In geval van een circulatiestilstand wordt – door z.s.m. te defibrilleren – de overlevingskans van de betreffende persoon vergroot. Als deze AED aan een buitenmuur wordt bevestigd en beschikbaar wordt gesteld voor algemeen gebruik, kan deze AED ook gebruikt worden bij nood in de omgeving van het plangebied. Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Dit is een pakketje met extra hulpmiddelen om bloedingen te stoppen.

Omstanders en niet-medische hulpverleners kunnen de overlevingskansen van slachtoffers met ernstig bloedverlies aanzienlijk verhogen als deze direct adequaat worden gestelpt. Alledaagse verwondingen waarbij levensbedreigend bloedverlies optreedt, kunnen bijvoorbeeld een val door een glazen deur of (ernstige) open botbreuken zijn. Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

31

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zoals gesteld in de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. Hierbij wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij twee gebiedstypen te onderscheiden zijn, namelijk: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied is gelegen in een gebied dat wordt gekenmerkt door diverse centrumfuncties. Door deze functiemenging is het plangebied aan te merken als omgevingstype ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden voor zowel een rustige woonwijk als het gemengd gebied weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Voor gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), kunnen de gebieden worden aangemerkt als ‘functiemengingsgebied’. Bij ‘functiemengingsgebieden’ moet gedacht worden aan: 1. 2. 3. 4.

stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.

Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De ‘Staat van Bedrijven (SvB) - functiemenging’ bevat geen richtafstanden, maar categorieën A, B en C, die aangeven onder welke omstandigheden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

32

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp activiteiten inpasbaar zijn. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijke relevante milieucategorieën: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze inpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. 5.5.3

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Een supermarkt (en indirect hiermee gelijk te stellen een Action) wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ specifiek genoemd onder ‘Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren – supermarkten, warenhuizen’. Een dergelijke inrichting valt onder categorie 1 en heeft, indien wordt uitgegaan van gemengd gebied, een grootste richtafstand van 10 meter voor de aspecten geluid en gevaar. In voorliggend geval is echter sprake van een gemengd gebied en wordt de richtafstand voor het aspect geluid verkleind naar 0 meter. De richtafstand ten aanzien van gevaar mag niet worden teruggebracht. De afstand tussen de uitbreidingen van de panden binnen het plangebied en de dichtstbijzijnde woningen bedraagt meer dan 10 meter. Gesteld wordt dan ook dat er geen sprake is van aantasting van het woon- en leefklimaat.

Het aspect geluid verdient in het kader van voorliggende ontwikkeling extra aandacht, dit vanwege de verkeersaantrekkende werking van de panden, het verkeer en het laden en lossen van vrachtwagens. Geluid Door Kragten is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van het akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen die in de nabijheid zijn gelegen van de herontwikkeling van de Stuijvenburchstraat te Eerbeek, deze is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie reeds een supermarkt (Plus) en diverse winkels aanwezig. Hierbij is aan de zuidzijde reeds een parkeerplaats aanwezig voor de huidige detailhandel en algemeen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

33

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp gebruik. Men is voornemens om de bestaande supermarkt uit te breiden en het pand te verbouwen voor een vestiging van de Action. Tevens zal de parkeerplaats worden uitgebreid in zuidelijke richting. Het doel van voorliggend akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de inrichtingen naar de directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichtingen berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie, aangevuld met technische gegevens van de inrichtingen en (akoestische) ervaringscijfers,opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. Goede ruimtelijke ordening Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt, ter plaatse van de westgevel van de woningen aan de Wasacker 3-13, ten hoogste 51 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt de richtwaarde van 55 dB(A) uit stap 3 van de VNG-publicatie gerespecteerd. Het bevoegd gezag dient te motiveren dat de geluidniveaus zijn toegestaan. Het bevoegd gezag dient te motiveren dat de geluidniveaus zijn toegestaan. Argumenten hiervoor zijn: De overschrijding vindt alleen in de dagperiode plaats tijdens de openingsuren van de supermarkt en winkel(s). Hiermee vindt geen slaapverstoring plaats. -

Bron- en/of overdrachtsmaatregelen zijn beschouwd in paragraaf 5.2.

-

Om te voldoen aan een binnenniveau van 35 dB(A) in de dagperiode ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau dient de gevelwering van de bestaande woningen minimaal 16 dB te bedragen. Gezien de staat van de woningen is het aannemelijk dat deze geluidwering van 16 dB wordt behaald.

Ter plaatse van de andere woningen wordt de richtwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” gerespecteerd. Ter plaatse van de bestaande woningen bedraagt het maximale geluidniveau (LAmax) ten hoogste 76 dB(A) in de dagperiode en 71 dB(A) in de avondperiode. De richtwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie wordt niet gerespecteerd. In de dagperiode zijn pieken ten gevolge van het laden en lossen (rijdende vrachtwagen) of personenauto’s maatgevend. In de avondperiode zijn pieken ten gevolge van de personenauto’s maatgevend. Voor de woningen aan de Coldenhovenseweg en Stuijvenburchstraat gelegen aan de westelijke in-/uitrit treden in de huidige situatie reeds deze piekgeluiden op. De nieuwe situatie heeft hierop geen relevant negatief effect. Voor de woningen aan de De Wasacker 3-13 en Stuijvenburchstraat 77-79 geldt dat de optredende maximale geluidniveaus door de personenauto’s en (rijdende) vrachtwagens ook in de huidige situatie optreden, hier is ook geen sprake van een relevant negatief effect op de geluidbelasting. De optredende piekgeluiden vanwege het laden/lossen zijn in de huidige situatie nog niet aanwezig. Het maatgevende piekgeluid bij het laden en lossen is het rijden van de vrachtwagen. Aangezien reeds in de huidige situatie ook pieken van rijdende vrachtwagens optreden is ook hier geen sprake van een relevant negatief effect.

Bij beoordeling aan stap 3 uit de VNGpublicatie worden maximale geluidniveaus vanwege rijdende voertuigen buiten beschouwing gelaten. Indien de voertuigen buiten beschouwing gelaten wordt, wordt voldaan aan de richtwaarde uit stap 3 van de VNGpublicatie. Het bevoegd gezag dient te motiveren dat de geluidniveaus zijn toegestaan. Argumenten hiervoor zijn: -

De optredende maximale geluidniveaus treden in de bestaande situatie reeds op. Derhalve is geen sprake van een verslechtering van het akoestische woon- en leefklimaat. De parkeervoorzieningen zijn zowel voor de Plus supermarkt, Action en de andere reeds bestaande functie (o.a. detailhandel) binnen het bestemmingsplan. Deze parkeervoorziening is reeds door de gemeente akkoord bevonden.

-

De overschrijding vindt alleen in de dag- en avondperiode plaats tijdens de openingsuren van de supermarkt en winkel(s). Hiermee vindt geen slaapverstoring plaats.

-

Om te voldoen aan een binnenniveau van 55 dB(A) in de dagperiode en 50 dB(A) in de avondperiode ten aanzien van het maximaal geluidniveau dient de gevelwering van de bestaande woningen minimaal 21 dB te bedragen. Gezien de staat van de woningen is het aannemelijk dat deze geluidwering van 21 dB wordt behaald.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

34

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

Activiteitenbesluit milieubeheer Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de bestaande woningen ten hoogste 51 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet gerespecteerd. Het bevoegd gezag kan middels maatwerkvoorschriften hogere waarden vaststellen. Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt in de dag- en avondperiode 71 dB(A). Hiermee wordt de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet gerespecteerd. Het bevoegd gezag kan middels maatwerkvoorschriften hogere waarden vaststellen. Hierbij wordt opgemerkt dat ter plaatse van de woning in de nabijheid van het bestaande parkeerterrein reeds dergelijke maximale geluidniveaus optreden. Cumulatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is op verzoek van het bevoegd gezag de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van de directe en indirecte hinder inzichtelijk gemaakt. Er is geen (wettelijk) toetsingskader waarbij voor de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting kan worden aangesloten. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt in de dagperiode 52 dB(A), in de avondperiode 42 dB(A) en in denachtperiode 38 dB(A) (52 dB(A) etmaalwaarde). 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving.

In voorliggend geval worden geen nieuwe milieugevoelige functies opgericht. Omliggende bedrijvigheid vormt dan ook geen belemmering. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2

Situatie plangebied

Opgemerkt wordt dat het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - geurzone 2’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

35

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp geurhinderveroorzakende inrichtingen. Er mogen geen nieuwe geurgevoelige objecten van categorie A worden opgericht. De definitie van geurgevoelige objecten van categorie A is opgenomen in het thans vigerende bestemmingsplan “Eerbeek”, specifiek in artikel/begrip 1.63. Hierin wordt een geurgevoelig object van categorie A gekwalificeerd als: “een woning, school, ziekenhuis of een vergelijkbaar geurgevoelig object, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, niet zijnde bedrijven, kantoren of vergelijkbare objecten”. Voorliggend bestemmingsplan heeft specifiek betrekking op de uitbreiding van de Plus-supermarkt en het verbouwen van het naastgelegen pand tot een Action, gelegen aan de Stuijvenburchstraat 107a in Eerbeek in de gemeente Brummen. Het betreft in voorliggend plan een nieuwvestiging c.q. verplaatsing van de Action. Er worden wel (nieuwe) objecten toegevoegd, echter zijn deze -gelet op het beoogd gebruik- niet onder de beperking van de betreffende zonering te scharen. In het plangebied worden echter geen nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt.

Het voornemen levert dan ook geen extra belemmeringen op voor de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt op circa 1,3 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘De Veluwe’. In voorliggend geval is er een stikstofberekening uitgevoerd, deze is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Uit de AERIUS-berekening wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000 gebied ‘ De Veluwe’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.1.2 Gelders Natuurnetwerk Het Gelders Natuurnetwerk (GNN), is als onderdeel van het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

36

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het GNN. De gronden welke zijn aangemerkt als GNN liggen op circa 375 meter afstand vanaf het plangebied. Er is geen sprake van negatieve effecten ten aanzien van geluidverstoring, verlichting of stikstofdepositie. Het GNN/GO wordt omgeven door stedelijk gebied van Eerbeek waar al sprake is van verlichting. Daarnaast zijn de gebieden GNN/GO binnen Eerbeek niet aan te merken als gevoelig voor stikstofdepositie. Het gaat om droge bossen met een productiefunctie. Een toename van stikstofdepositie zal de verdere ontwikkeling van de kernkwaliteiten niet belemmeren. De kernkwaliteiten zijn vooral gericht op de functie als ecologische verbindingszone met een focus op goede migratiemogelijkheden. Verder is het GNN/GO niet grondwaterafhankelijk, waardoor aantasting als gevolg van verdroging niet aan de orde. Gelet op vorenstaande en vanwege de lokale invloedsfeer wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op gronden die behoren tot het GNN. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.7.2.2 Situatie plangebied Ter plaatse van het plangebied is door de Natuurbank Overijssel een quickscan flora en fauna uitgevoerd, welke is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. Het plangebied is op 12 januari 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute van vleermuizen.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten vleermuizen een vaste verblijfplaats in de spouwmuur van de bebouwing in het plangebied. Beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën bezetten geen vaste rustof voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

De luchtspouw van de bebouwing lijkt potentieel geschikt als verblijfplaats van vleermuizen, maar op basis van het uitgevoerde onderzoek, kan de aanwezigheid van een verblijfplaats niet uitgesloten worden. Om de functie en betekenis van de bebouwing voor vleermuizen vast te stellen, is een nader onderzoek uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten van dit nader onderzoek, dient al dan niet een ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

37

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Als gevolg van de voorgenomen plannen kunnen beschermde dieren gedood worden en vaste rust- en voortplantingsplaatsen verstoord, beschadigd en vernield worden. Voor het verstoren, beschadigen of vernielen van een vaste rust- of voorplantingsplaats van vleermuizen en het verstoren, beschadigen of vernielen van een bezet nest van vogels, geldt geen vrijstelling. Het vellen van de bomen dient daarom afgestemd te worden op de voortplantingsperiode van vogels, of uit een broedvogelscan moet blijken dat er geen vogels in de bomen in het plangebied nestelen op het moment van vellen. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen, is aanvullend onderzoek, conform het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting. Samenvatting en conclusies In de zomer en najaar van 2021 is de functie van bebouwing binnen het plangebied te Eerbeek onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het vleermuisprotocol 2021 en is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in het onderzoekgebied. Ook heeft het onderzoeksgebied geen andere functie als functioneel leefgebied van vleermuizen.

Het verbouwen/slopen van de bebouwing leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden. 5.7.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling leidt (mits aanvullend vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd) niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied Het plangebied is getoetst aan de ‘Beleidskaart bij gemeentelijk archeologiebeleid Brummen’. Hieruit blijkt dat het plangebied ligt in een zone met een hoge en een zeer hoge archeologische (verwachtings)waarde. Laagland Archeologie heeft in januari 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Stuijvenburchstraat te Eerbeek, opgenomen in bijlage 7. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van archeologische vindplaatsen in de omgeving, de (vermoedelijke) ligging op een daluitspoelingswaaier en de aanwezigheid van een vermoedelijk deels intact plaggendek worden resten vanaf BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

38

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd verwacht. Voor deze perioden geldt een middelhoge archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met het vroeg-Neolithicum. Het plangebied ligt binnen ca. 100 m afstand van de Eerbeeksche Beek. Landschappelijk gezien lag het plangebied daarmee in een gradiëntzone die vaak favoriet waren als tijdelijke vestigingsplek (kampementen) voor jagersverzamelaars. Omdat het plangebied lange tijd in gebruik is geweest als bouwland en later deels bebouwd werd, is de archeologische verwachting middelhoog voor de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum tot VroegNeolithicum. Een hoge archeologische verwachting is geldig voor de perioden vanaf het midden- Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Vanaf het midden-Neolithicum tot Nieuwe tijd kunnen goed bewaarde nederzettingen en grafvelden worden aangetroffen, omdat deze waarschijnlijk onder een goed beschermend plaggendek liggen. Het plangebied grenst aan AMK-terrein 12829 (Terrein met daarin een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen). De oostelijke helft van het plangebied bevindt zich volgens de gemeentelijke verwachtingskaart in een zone met een vastgestelde (zeer) hoge archeologische waarde. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen.

Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat in het plangebied archeologische sporen aanwezig zijn. In alle verkende boringen is een onverstoorde ondergrond met een plaggendek en/of resten van een Bs-horizont aanwezig (zie Bijlage 11 van het onderzoek). Op het noordelijk deel van het terrein ligt het archeologisch niveau op ca. 17,2 m +NAP, terwijl het archeologisch niveau van het zuidelijk deel waarschijnlijk een helling vormde en de hoogte van het archeologisch niveau varieert van 17,45 tot 17,80 m +NAP . Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 20 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen op het noordelijk deel beperkt blijven tot 17,40 m +NAP (110 à 150 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) en 18,00 m +NAP (80 à 130 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) op het zuidelijk deel van het terrein (zie advieskaart in Bijlage 12).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12650987/2