CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(054) Bestemmingsplan toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Stuijvenburchstraat – De Wasacker (HAMERSTUK)20.718 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

387486

Stuijvenburchstraat - De Wasacker

Inhoudsopgave

Toelichting

3

2

Toelichting

3

Bestemmingsplan

Stuijvenburchstraat – De Wasacker

December 2022

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker”

Bestemmingsplan:

Stuijvenburchstraat – De Wasacker

IDN:

NL.IMRO.0213.BPEECE420000-on01

Status:

Ontwerp

Datum:

December 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

1

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

2

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 2.1

HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ................................................................................................................. 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 21 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID .................................................................................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 GEUR ...................................................................................................................................................... 35 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 36 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 38 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 40

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 42 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 42 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 45 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 45 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 45 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 46

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 48 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 49 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 49 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 49 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 49

BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN ..................................................................... 50 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

IMPRESSIE-PLAN BEOOGDE ONTWIKKELINGEN .......................................................................................... 50 BODEMONDERZOEK TERRA .................................................................................................................. 51 BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

3

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

INDUSTRIELAWAAI ONDERZOEK KRAGTEN .............................................................................................. 52 AERIUS-STIKSTOF-ONDERZOEK BJZ ....................................................................................................... 53 ECOLOGISCH ONDERZOEK QUICKSCAN FLORA EN FAUNA NATUURBANK ......................................................... 54 NADER ONDERZOEK BESCHERMDE DIERSOORTEN ...................................................................................... 55 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK LAAGLAND ............................................................................................... 56 WATERTOETS/REACTIE WATERSCHAP .................................................................................................... 57

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

4

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft specifiek betrekking op de uitbreiding van de Plus-supermarkt en het verbouwen van het naastgelegen pand tot een Action, gelegen aan de Stuijvenburchstraat 107a in Eerbeek in de gemeente Brummen. Het betreft in voorliggend plan een nieuwvestiging c.q. verplaatsing van de Action. Het voornemen is om het pand van zowel de Plus als de beoogde Action uit te breiden, waarbij het pand van de Plus een uitbreiding krijgt van 128 m² bvo en het pand bedoeld voor de Action een uitbreiding van 333 m² bvo. Beide panden zullen slechts uitbreiden op de begane grond. De bestaande berging tussen de Plus en de beoogde Action zal ook worden uitgebreid van 63 m² naar 203 m². Deze extra oppervlakte dient tevens ter vervanging van de huidige bergingen gesitueerd aan de achterzijde van dit pand. Hiermee zullen beide panden van de Plus en de Action weer voldoen aan alle maatstaven van de huidige winkelformules en voldoen aan de hedendaagse wensen en eisen van de consumenten. Tegelijkertijd met deze ontwikkelingen vindt er een uitbreiding van de parkeergelegenheid ten zuiden en ten zuidoosten van het plangebied plaats. Het voornemen is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan “Eerbeek”. Ter plaatse van de beoogde ontwikkelingen ontbreken de juiste gebruiks- en bouwregels om de uitbreidingen en ontwikkelingen te kunnen realiseren.

Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In deze herziening is het totale plangebied aan de Wasacker meegenomen, om zo een helder en duidelijk planologische regime te hebben voor alle functies, ook de bestaande. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich in de gemeente Brummen in de kern van Eerbeek. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Eerbeek en van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied ten opzichte van Eerbeek en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

5

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Action-Plus Eerbeek” bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0213.BPEECE420000-on01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het geldende bestemmingsplan “Eerbeek” van de gemeente Brummen. Dit bestemmingsplan is opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad bij besluit van 3 september 2020. Dit omdat het oorspronkelijke bestemmingsplan, zoals vastgesteld in 2018, slechts gedeeltelijk onherroepelijk in werking was getreden, dit vanwege een uitspraak van de Raad van State in 2019. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. In de verbeelding is met de rode contour de begrenzing van het plangebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “Eerbeek” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Op bovengenoemde bestemmingsplan is, zoals aangegeven, een gerechtelijke uitspraak van de Raad van State uit 2019 van toepassing. In de uitspraak van de Raad van State ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft artikel 31, lid 31.1, van de planregels - voor zover dat artikel betrekking heeft op het perceel [locatie 3] -, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is vastgesteld. Het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

6

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp beroep van de appellant voor zover gericht tegen het bestemmingsplan, is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Om onomkeerbare gevolgen te voorkomen ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat voor het gehele perceel [locatie 3] artikel 31, lid 31.1, van de planregels blijft gelden en eveneens de bestemmingen en planregels uit het bestemmingsplan "Partiële hervaststelling bestemmingsplan Wilhelminapark - Palisiumpark" van 27 juni 2013, met uitzondering van de daarin toegekende gebiedsaanduiding "geluidzone - industrie". De uitspraak van de Afdeling ziet niet op onderhavige planlocatie. Daarom behoeft bovenstaande uitspraak geen nadere uitwerking. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen ‘Centrum – 1’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ en ‘Cultuur en ontspanning’. Daarnaast zijn de gronden in het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie hoog’ en ‘Waarde – Archeologie zeer hoog’. De gronden zijn daarnaast voorzien van diverse gebiedsaanduidingen, zoals ondermeer de ‘geluidzone – industrie’, ‘millieuzone-geurzone 2’, ‘geluidszone – te verwijderen’. Verder zijn er enkele functieaanduidingen opgenomen, zoals ‘horeca’, ‘specifieke vorm van centrum-winkelvoorzieningen’ en ‘supermarkt’. Tenslotte zijn er bouwvlakken en maatvoeringsvereisten opgenomen inzake bouw- en goothoogtes. Tevens is binnen de ‘Bedrijventerrein’-bestemming de aanduiding 'vernietiging plandeel' opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'vernietiging plandeel' heeft de Raad van State bij einduitspraak, het vaststellingsbesluit, betrekking hebbende op de aangeduide bestemmingen en aanduidingen, vernietigd. Daarom wordt niet verder op deze bestemming ingegaan, op deze bestemming worden in de toekomstige situatie parkeervoorzieningen beoogd. ‘Centrum – 1’ De voor 'Centrum - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, detailhandel, dienstverlening, horeca, winkelvoorzieningen, parkeervoorzieningen en wegen, groenvoorzieningen.

Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. 'Verkeer - Verblijfsgebied' De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor met name wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen en voet- en fietspaden. 'Cultuur en ontspanning' De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke en culturele voorzieningen, dagrecreatieve voorzieningen, horeca, binnen de categorieën 1 en 2, detailhandel en wonen. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd en dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegeven. ‘Waarde – Archeologie (zeer) hoog’ De voor 'Waarde - Archeologie (zeer) hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. ‘Gebiedsaanduidingen’ De gebiedsaanduidingen zijn opgenomen ter bescherming van eventuele in het plangebied voorkomende natuurlijke, landschappelijke danwel archeologische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

7

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp 1.4.3

Strijdigheid

De beoogde uitbreiding van de panden van zowel de Plus als de beoogde Action en het uitbreiden van de parkeergelegenheid zijn in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat ondermeer buiten het bouwvak wordt gebouwd en ook binnen de verkeersbestemming. Het realiseren van de gewenste ontwikkelingen is hiermee in strijd met de ter plaatse geldende verkeer-, bedrijfs-, centrum- en cultuurbestemming. Het is daarom noodzakelijk dat het bestemmingsplan wordt herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio Stedendriehoek en de gemeente Brummen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

8

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied en de omgeving

Het plangebied is gelegen tussen de Stuijvenburchstraat, Coldenhovenseweg en De Wasacker in het centrumgebied van Eerbeek in gemeente Brummen. In het centrumgebied van Eerbeek zijn van oudsher verschillende (centrum)functies gevestigd. Naast woningen zijn hier detailhandel, dienstverlening en maatschappelijke functies aanwezig. De functionele structuur rond het plangebied is dan ook divers en gemengd te noemen. Binnen het plangebied zijn de Plus-supermarkt, een postkantoor, een cafetaria, een bloemist, enkele detailhandelaren en grotendeels openbaar gebied (groen, braakliggend groen (zandgronden), parkeervoorzieningen en infrastructuur) aanwezig. Tevens zijn er op de verdiepingen woningen gesitueerd. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de rechtlijnige infrastructuur van de kern van Eerbeek. Hier bevinden zich geclusterd de centrumvoorzieningen, afwisselend met (op de verdiepingen) woningen en infrastructurele voorzieningen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Stuijvenburchstraat. Ten oosten van het plangebied bevinden zich gedeeltelijk woningen en grotendeels agrarische cultuurgronden en ook grasland/braakliggend zandterrein. Ten zuiden van het plangebied zijn centrumvoorzieningen gesitueerd, even als ten westen van het plangebied waar ook de Coldenhovenseweg is gelegen. Afbeelding 2.1 geeft een beeld van de huidige situatie in het plangebied.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie in het plangebied (Bron: Google Maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

9

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Bij het doen van boodschappen hebben consumenten in toenemende mate behoefte aan gemak en efficiëntie. Om hierop in te spelen en te voldoen aan de maatstaven van de huidige winkelformules is de initiatiefnemer Plus voornemens om de Plus-supermarkt uit te breiden en is de initiatiefnemer Action voornemens het pand gelegen naast de Plus (ten noordoosten van de Plus) tot een Action te verbouwen. Deze panden zijn qua adressering gelegen aan de Stuijvenburchstraat 107a, maar vinden kun ingangen in de toekomstige situatie aan de Wasacker in Eerbeek in de gemeente Brummen. Het voornemen is om het pand van zowel de Plus als de beoogde Action uit te breiden, waarbij het pand van de Plus een uitbreiding krijgt van 128 m² bvo en het pand bedoeld voor de Action een uitbreiding van 333 m² bvo. Hiermee zullen beide panden van de Plus en de Action weer voldoen aan alle maatstaven van de huidige winkelformules en voldoen aan de hedendaagse wensen en eisen van de consumenten. Beide panden zullen slechts uitbreiden op de begane grond. De bestaande berging tussen de Plus en de beoogde Action zal ook worden uitgebreid van 63 m² naar 203 m². Deze extra oppervlakte dient tevens ter vervanging van de huidige bergingen gesitueerd aan de achterzijde van dit pand.

Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omliggende omgeving en aansluit op bestaande bebouwingsstructuren. Door oog te hebben voor deze aspecten wordt gekozen voor een stedenbouwkundige opzet die ruimtelijke kwaliteit met zich meebrengt. De nieuwe panden zullen qua schaal en verschijningsvorm aansluiten bij het bebouwingsbeeld van de omgeving, voor een nadere uiteenzetting van de toekomstige situatie wordt verwezen naar het in bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen visualisatieplan. In afbeelding 3.1 zijn plattegronden van de begane grond en verdieping weergegeven. Afbeelding 3.2 en 3.3 omvat een gevelbeeld gezien vanaf de Wasacker. De openbare ruimte wordt in dit plan eveneens gewijzigd in die zin dat er extra parkeerplaatsen worden aangelegd, eveneens ten oosten van het plangebied op de gronden welke thans braakliggend zijn/voorzien zijn van gras/zand. Vanuit planologisch oogpunt krijgen deze parkeervoorzieningen een verkeersbestemming. Met de realisatie van de extra parkeerplaatsen middels voorliggend initiatief wordt het terrein aan De Wasacker heringericht met parkeerplaatsen en groenvoorzieningen. Hiermee wordt een representatieve openbare ruimte op de locatie gerealiseerd, waarmee de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse sterk verbetert.

De voorgenomen ontwikkelingen zullen uit één bouwlaag bestaan (Action) en gedeeltelijk uit twee bouwlagen (Plus) en plat worden afgedekt. In de uitbreiding wordt onder meer verkoopruimte, magazijnen, koelcellen en een vriescel gerealiseerd. Het laden en lossen blijft plaats vinden overeenkomstig de bestaande situatie op het terrein. Op het dak van de panden kunnen in de toekomst zonnepanelen worden geplaatst. Tevens kan een gedeelte van het dakoppervlakte worden ingericht als groen dak, waarmee wordt bijgedragen aan biodiversiteit, verkoeling en de strijd tegen wateroverlast.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

10

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

Afbeelding 3.1 Impressie plattegronden mogelijke situatie begane grond (Bron: Initiatiefnemer)

Afbeelding 3.2 Impressie gevelbeelden toekomstige situatie (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

11

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

Afbeelding 3.3 Impressie gevelbeelden toekomstige situatie (Bron: Initiatiefnemer)

Afbeelding 3.4 Parkeersituatie huidige v.s. toekomstige situatie (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

12

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1 Algemeen Algemeen parkeerbeleid Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad.

Gemeentelijk parkeerbeleid De gemeente Brummen maakt voor de parkeerrichtlijnen gebruik van de kencijfers van het CROW, welke zij heeft vastgelegd in het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. Het parapluplan is vastgesteld op 18 oktober 2018 en nadien in werking getreden en onherroepelijk geworden op 8 december 2018. Het genoemde paraplubestemmingsplan betreft het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Parkeren" met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBREEPPARK10000-VA01 van de gemeente Brummen. De parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein wordt gerealiseerd. Hiermee wordt er voor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het belangrijk dat het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit toepassing van de desbetreffende parkeernorm gerealiseerd wordt en dat dat gebeurd op het eigen terrein. Maar het komt regelmatig voor dat een kleiner aantal parkeerplaatsen volstaat en / of dat (een deel) van de al aanwezige parkeerplaatsen in het openbaar gebied gebruikt kan worden.

Ook kan het zijn dat het initiatief een herontwikkeling betreft van een bestaande functie waarbij de parkeerbehoefte van de huidige en de nieuwe functie verdisconteerd kunnen worden. Soms kunnen parkeerplaatsen ook door meerdere functies gebruikt worden waarbij aspecten zoals de afstand tot de functie en aanwezigheidspercentages dan een rol spelen. In een parkeerbalans worden dergelijke vraagstukken uitgewerkt. In die situaties waarin een kleiner aantal parkeerplaatsen kan volstaan en / of dat (een deel) niet op het eigen terrein gerealiseerd wordt kan afgeweken worden van deze normstelling en / of de locatie-eis. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een goede parkeerbalans in het gebied waarin het project gelegen is. In dit plan is daarom een regeling opgenomen die de mogelijkheid biedt om gemotiveerd af te kunnen wijken van de gestelde parkeernorm. Toegespitst op het plangebied Specifiek voor de gemeente worden uitsluitend de zones ‘Centrum’ en ‘Rest bebouwde kom’ gehanteerd. De gemeente Brummen heeft een omgevingsadressendichtheid van circa 660 (bron: CBS, 2006) en wordt op basis hiervan ingedeeld in de categorie ‘weinig stedelijk’. Voor ontwikkelingen voor bedrijven, winkels, kantoren, voorzieningen en overige functies hanteert de gemeente de gemiddelde CROW-norm aan voor het gebied weinig stedelijk. Bij iedere functie wordt een maximum en minimum genoemd.

Dit is de bandbreedte. Bij gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen (zoals in dit bestemmingsplan aan de orde) kan de gemeente afwijken van deze eis. Onder gecombineerd gebruik wordt hier verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

13

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Voor de voorgenomen uitbreiding van de Plus-supermarkt en de realisatie c.q. de verplaatsing van de Action in Eerbeek is voor de Plus, door de aanwezige eigen bakkerij afdeling, de functie ‘fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau)’ van toepassing1. De gemeentelijke parkeernorm (en het CROW parkeerkencijfer) voor deze functie betreft in het centrumgebied gemiddeld 3,85 parkeerplaats per 100 m². Voor de functie van de Action kan in de CROW het beste bij de functie ‘buurtsupermarkt’ worden aangesloten, dit vanwege de diverse artikelen die de Action aanbiedt, zowel food- als nonfoodartikelen in een laag en middellaag prijsniveau. De gemeentelijke parkeernorm voor de Action is daarom in het centrumgebied gemiddeld 2,3 parkeerplaats per 100 m². 3.3.2

Situatie plangebied

3.3.2.1 Uitgangspunten In dit geval is voor wat betreft de gemeente Brummen uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’, wat betreft de stedelijke zone is uitgegaan van de omgevingscategorie ‘centrumgebied’. Qua functie kan de Plus-supermarkt worden ondergebracht in de categorie ‘fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau’ en de Action in de functie ‘buurtsupermarkt’. De overige functies binnen het plangebied zijn bestaand en behoeven daarmee geen nadere toetsing. Uitgaande van bovenstaande uitgangspunten geldt de volgende norm: -

Parkeernorm: gemiddeld 2,3 respectievelijk 3,85 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Verkeersgeneratie: gemiddeld 58,5 respectievelijk 73,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. De gemeente hanteert de gemiddelde CROW-norm voor ‘weinig stedelijk’.

3.3.2.2 Parkeren Voorliggende ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van 128 m² bvo voor de Plus en voor het pand van de Action in een uitbreiding van 333 m² bvo. Het totale bvo voor de Plus bedraagt hiermee 1233 + 128 = 1358 m² bvo. Het totale bvo voor de Action bedraagt hiermee 649 + 333 = 982 m² bvo. •

•

•

Uitgaande van de uitgangspunten zoals genoemd in 2.3.2.1 is er in de nieuwe situatie voor de Plus een gemiddelde parkeernorm van (1358 m² bvo : 100 m² = 13,58 * 3,85 = 52) 52 parkeerplaatsen afgerond. Uitgaande van de uitgangspunten zoals genoemd in 2.3.2.1 is er in de nieuwe situatie voor de Action een gemiddelde parkeernorm van (982 m² bvo : 100 m² = 9,82 * 2,3 = 22,58) 23 parkeerplaatsen afgerond. Daarnaast is er sprake van een parkeerbehoefte van de bestaande functies zoals momenteel gevestigd in het plangebied.

In totaal dienen er voor de Plus en de Action dus in totaal 52 + 23 = 75 parkeerplaatsen in de toekomstige situatie beschikbaar te zijn. Eveneens zijn er parkeerplaatsen benodigd voor de overige bestaande detailhandel/voorzieningen in het plangebied, deze parkeerplaatsen worden eveneens gevonden op het parkeerterrein zoals weergegeven in afbeelding 3.4. Op dit parkeerterrein is sprake (van de mogelijkheid tot) dubbelgebruik. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het belangrijk dat het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit toepassing van de bovenstaande parkeernormen gerealiseerd wordt en beschikbaar is voor bezoekers van de functies binnen het plangebied. De parkeerplaatsen die benodigd zijn, worden toegevoegd aan het reeds bestaande parkeerterrein in het openbaar gebied. Tevens betreft voorliggend plan een gedeeltelijke herontwikkeling/uitbreiding van bestaande functies, waarbij de parkeerbehoefte van de huidige en de nieuwe functie verdisconteerd kan worden indien nodig. Opgemerkt wordt dat de parkeerplaatsen (in zowel de bestaande situatie als in de toekomst) ook door meerdere functies zoals gelegen in het plangebied aan de Wasacker gebruikt worden, het betreft namelijk een openbaar toegankelijk parkeerterrein. Er is eveneens

1 Bron: RVS 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:430, onder 18.1

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

14

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp geen sprake van een bekende of problematische parkeersituatie binnen het plangebied in de bestaande situatie, deze wordt eveneens in de toekomst ook niet verwacht. In voorliggend plan wordt de aanwezige parkeerplaats in zuidelijke richting uitgebreid en wordt er een in/uitrit aan de zuidzijde van het parkeerterrein gerealiseerd voor langzaamverkeer (geen motorvoertuigen), dit wordt vastgelegd op de plankaart. Door de herinrichting zal het aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied (voor alle functies) toenemen met circa 64 parkeerplaatsen, van circa 120 parkeerplaatsen op het parkeerterrein naar circa 185 parkeerplaatsen, zie ook afbeelding 3.4. De voorliggende ontwikkeling voorziet hierdoor voor zowel de bestaande functies als voor de uitbreiding van de Plus en de beoogde Action in ruimschoots voldoende parkeergelegenheid. De parkeerplaatsen worden zo aangelegd dat deze ook optimaal gebruikt kunnen worden. Er worden wat betreft het aspect ‘parkeren’ geen belemmeringen voorzien. 3.3.2.3 Verkeersgeneratie Planologisch gezien mag er van worden uitgegaan dat de huidige infrastructuur berekend is op aanwezige supermarkten, detailhandel en overige voorzieningen.

De huidige infrastructuur is ingericht om de verkeersbewegingen van de uitwegen aan zowel de Stuijvenburchstraat, Coldenhovenseweg en De Wasacker in het centrumgebied van Eerbeek correct af te handelen. Door deze uitbreidingen zal het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal gering toenemen. Deze toename zal worden verdeeld over de verschillende omliggende uitwegen, waardoor het aantal verkeersbewegingen dusdanig klein is en derhalve geen knelpunten worden verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. 3.3.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

15

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

16

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Met het voornemen wordt een extra woning toegevoegd in een bestaand stedelijk gebied. Hierdoor wordt er zorgvuldig met de ruimte omgegaan. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied".

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

17

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Nieuwe stedelijke ontwikkeling Supermarkt Plus en Action In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 december 2014 (nr. 201402314/1/R1) is sprake van een uitbreiding van een supermarkt met 400 m² ter plaatse van gronden waarop dat ingevolge het vorige planologische regime niet was toegestaan. De ABRvS is hier van oordeel dat, gelet op de kleinschalige bebouwing die het plan mogelijk maakt, de raad (van de betreffende gemeente) er in dit geval terecht vanuit is gegaan dat het plan niet voorziet in detailhandel of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Het voornemen is om het pand van zowel de Plus als de beoogde Action uit te breiden, waarbij het pand van de Plus een uitbreiding krijgt van 128 m² bvo en het pand van de Action een uitbreiding van 333 m² bvo. In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van meer dan 461 m² bvo van bestaande panden, waarbij de bebouwing ten behoeve van de supermarkt Plus en Action wordt vergroot. Aangezien de uitbreiding slechts beperkt groter is dan 400 m² wordt gesteld dat met de uitbreidingen geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking.

De behoefte aan deze uitbreiding bestaat namelijk uit de wens om weer te voldoen aan alle maatstaven van de huidige winkelformules en de hedendaagse wensen en eisen van de consumenten. Het toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom op dit onderdeel achterwege worden gelaten.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen Omgevingsvisie Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland is aangegeven dat de provincie streeft naar het stimuleren van economische ontwikkelingen en dynamiek. Om zorg te dragen voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, worden in de Omgevingsvisie verschillende handvaten geboden. Er wordt ingezet op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met een impuls voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De Omgevingsvisie biedt daarnaast een basis voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in plannen en zorgvuldige locatie-afwegingen. Deze bouwen voort op de kwaliteit en de kracht van het bestaande, zonder het uitgaan van het bestaande tot dogma te verheffen. De rol van de provincie is onder andere het concentreren van stedelijke functies met een boven regionale functie op goed bereikbare locaties en multimodale knooppunten. Ook wil de provincie de sterke sectoren in de Gelderse economie (maakindustrie, vrijetijdseconomie en logistiek) faciliteren en ondersteunen. Om de vitaliteit van de kleinere kernen en dorpen te behouden en versterken, is de ambitie om te zorgen voor een optimale kwaliteit en bereikbaarheid van de voorzieningen. Behoud van alle voorzieningen is geen doel op zich.

De provincie ziet voor zichzelf onder meer een rol bij het ondersteunen van de transformatie van winkelgebieden in dorpen en kernen en het ondersteunen bij de aanpak van leegstand. 4.2.1.2 Detailhandel Specifiek voor de detailhandel wordt aangegeven dat de provincie streeft naar een evenwichtige en toekomstbestendige detailhandel die bijdraagt aan vitale, aantrekkelijke steden en dorpen. De bestaande detailhandelsstructuur staat centraal. De provincie zet daarbij in op transformatie en vernieuwing van bestaande winkelgebieden. De provincie staat zeer terughoudend tegenover het toevoegen van nieuwe winkelruimte en het toevoegen van nieuwe locaties voor perifere en grootschalige detailhandel. Voor wat betreft grootschalige en perifere

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

18

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp detailhandel zal de provincie vooral (boven)regionale afstemming faciliteren, (desgevraagd)regisseren en normeren. Wanneer de provincie een regierol vervult, staat de volgende aanpak centraal: -

-

Er komt een rem op uitbreiding van perifere locaties voor grootschalige detailhandel (= detailhandel van 1.500 m² bvo of meer). Op perifere locaties mag alleen (lokale) detailhandel voor volumineuze goederen of winkels met veiligheidsrisico’s. Ook internet afhaalpunten zijn toegestaan op bedrijventerreinen; de uitstalling of verkoop van goederen is daarbij niet toegestaan. In de provincie kiezen voor enkele grote locaties voor perifere detailhandel (retailparken);de locaties moeten regionaal afgestemd worden.

4.2.1.2 Gelderse ladder voor duurzaam gebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren (verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1.4 in combinatie met Bijlage 1). Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

4.2.1.3 Toetsing Bovenstaande toegepast op het voornemen waar dit bestemmingsplan op ziet, kan geconcludeerd kan worden dat beoogde uitbreidingen van de panden van Plus en Action zullen bijdragen aan een betere consumentenverzorging (en dus behoud / versterking vitaliteit) in Eerbeek, omdat de versterking van het (supermarkt)aanbod een impuls vormt voor de reeds in dit gebied gevestigde winkels en andere publieksgerichte voorzieningen. Rondom de planlocatie is al volop detailhandel aanwezig. De gemeente Brummen juicht deze ontwikkeling toe. Winkelketens Action en Plus zien potentie in het dorp Eerbeek. Daarom hebben zij plannen om hun huidige onderneming te vernieuwen en uit te breiden. De Action zal hierbij verhuizen naar het pand zoals uiteengezet in dit bestemmingsplan, een verhuizing van het Oranje Nassauplein naar De Wasacker. Het college van Burgemeester en wethouders van Brummen staat zeer positief tegenover deze ontwikkelingen en ziet de plannen als een belangrijke impuls voor Eerbeek om zo meer winkelend publiek in het centrumgebied te trekken. Daarmee leveren deze een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van het dorp. Ook passen de voornemens goed bij het gemeentelijk streven naar een compact kernwinkelgebied met het Stuijvenburchplein als middelpunt.

Aan de daadwerkelijke uitvoering stelt het college enkele voorwaarden, deze worden nader vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze voorwaarden zien op ondermeer de aspecten verkeer & parkeren, groen en stedenbouwkundig-ontwerp van de panden. Het zullen in de toekomstige situatie moderne panden betreffen, met ruime parkeermogelijkheden en een goede bereikbaarheid. Dit zal bijdragen aan een betere consumentenverzorging omdat er wordt ingespeeld op actuele trends in vraag en aanbod op het gebied van aankopen (o.a. gemak, comfort, keuzemogelijkheden voor de consument). De ontwikkeling leidt niet tot een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur ter plaatse aangezien zowel Plus als Action reeds gevestigd zijn in Eerbeek. Verwacht wordt dat de bestaande supermarkten en omliggende detailhandelaren slechts deels of nihil mogelijke omzeteffecten zullen merken. Tevens wordt verwacht dat er voldoende draagvlak voor de ontwikkelingen blijft voor inwoners in Eerbeek. Ook worden ter plaatse geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten verwacht. De ontwikkeling sluit aan bij de Ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Het is van belang om aan te stippen dat het plangebied een beleidsmatige eenvoudige locatie is. Het is een passend in het geheel rondom het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

19

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp plangebied. In het geheel is het een logische voorziening. De detailhandel bestemming staat ten dienste van Eerbeek en is tevens een noodzakelijke voorziening. Gelet op vorenstaande is het initiatief in overeenstemming met de provinciale uitgangspunten zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland (december 2018)

De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 4.2.2.1 Detailhandel Gelderland Artikel 2.13 (algemene instructieregel detailhandel op een perifere locatie) 1. Een bestemmingsplan maakt detailhandel op een perifere locatie alleen mogelijk als dit past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie detailhandel op een perifere locatie toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en c.

Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3. Als in overeenstemming met artikel 2.6, eerste lid, is aangegeven dat geen regionale afspraken over detailhandel op een perifere locatie nodig zijn, kan in een bestemmingsplan een detailhandelsvoorziening met een bovenlokale functie en een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 vierkante meter alleen mogelijk worden gemaakt na regionale afstemming over deze ontwikkeling. 4. Bij het maken van regionale afspraken omtrent detailhandel op een perifere locatie houden de gemeentebesturen rekening met artikel 2.14. Artikel 2.14 (instructieregel voor specifieke detailhandel op een perifere locatie) 1.

2.

Een bestemmingsplan maakt de vestiging van een detailhandelsvoorziening op een perifere locatie alleen mogelijk als deze voorziening vanwege specifieke ruimtelijke eisen - of veiligheidseisen binnenstedelijk moeilijk inpasbaar is. Een bestemmingsplan maakt de vestiging van een supermarkt alleen mogelijk binnen of aansluitend aan een winkelcentrum, tenzij vanwege bijzondere omstandigheden vestiging op zo’n locatie niet mogelijk is.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.13 en 2.14 Algemeen uitgangspunt is om de bestaande ruimtelijke structuur van het plangebied ter plaatse te handhaven en waar mogelijk te versterken. In de verkeers-, groen- en waterstructuur worden enkele wijzigingen beoogd met dit voornemen welke een positief gevolg hebben voor de hoeveelheid aan beschikbare parkeervoorzieningen ter plaatse. Ook ten aanzien van functionele structuur is uitgangspunt om deze te handhaven en waar mogelijk te versterken. Het huidige planologische kader wordt grotendeels gecontinueerd. De ontwikkeling leidt niet tot een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur. Het beleid van de gemeente is dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geconcentreerd in de binnenstad. In en rondom het plangebied in Eerbeek zijn diverse winkels gevestigd. Er zijn sinds langere tijd al diverse initiatieven voor het plangebied. De gemeente Brummen juicht deze ontwikkelingen ook toe. Het college van Burgemeester en wethouders van Brummen staat zeer positief tegenover deze ontwikkelingen en ziet de plannen als een belangrijke impuls voor Eerbeek om zo meer winkelend publiek in het centrumgebied te trekken. Daarmee leveren deze een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van het dorp. Ook passen de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

20

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp voornemens goed bij het gemeentelijk streven naar een compact kernwinkelgebied met het Stuijvenburchplein als middelpunt. De formule en het doelgerichte karakter van zowel de Plus als de Action sluit daarop aan. Daardoor zal van schadelijke verdringingseffecten geen sprake zijn en dreigen er geen essentieel geachte voorzieningen verloren te gaan. De ruimtelijke omgeving van de locatie in Eerbeek leent zich ook voor deze ontwikkeling. Het is een gebied dat bestemd is voor grootschalige voorzieningen dat het gebouw van winkels met aan- en afvoerbewegingen gemakkelijk kan opnemen. Er is op deze wijze sprake van goede ruimtelijke ordening van een voorziening op de juiste plek. De Omgevingsverordening Gelderland bevat geen bepalingen die de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in de weg staan. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening Gelderland de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030

4.3.1.1 Algemeen De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) geeft de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De Regionale Structuurvisie De Voorlanden van de regio Stedendriehoek (vastgesteld 2009) maakt samen met Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (voor het bundelingsgebied) het ruimtelijk beleid voor de regio ‘compleet’. Beide documenten vormen samen de visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van dit gebied. De doelstelling voor de RSV is door de regio uitgewerkt in vijf strategische keuzen: • • • • •

Duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; Natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; Regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; Stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; Toevoegen van centrum stedelijke en landelijke woonmilieus.

4.3.1.2 Kernkwaliteiten Aantrekkelijke voorzieningen dragen in belangrijke mate bij aan de sociale kwaliteit van de Stedendriehoek. Daarbij gaat het om voorzieningen op vele terreinen: onderwijs, werk en inkomen, zorg, welzijn, kunst, cultuur, sport en recreatie. Steeds meer wordt ingezet op de bouw van multifunctionele gebouwen, waarbij voorzieningen van verschillende sectoren binnen een gebouw gehuisvest worden. Dergelijke multifunctionele gebouwen bieden bij uitstek de kans om de dienstverlening vanuit verschillende sectoren aan de burger goed op elkaar af te stemmen. Want niet alle voorzieningen kunnen of hoeven ook op lokaal niveau aangeboden te worden. Regionale samenwerking biedt het noodzakelijke draagvlak voor bovenlokale voorzieningen, zoals sportvoorzieningen, zorgvoorzieningen voor dak- en thuislozen, verslavingszorg en de jeugdzorg. Voor de economische kwaliteit van de regio is het van belang de onderwijsinfrastructuur van de regio te versterken. Het behouden en versterken van het aanbod van hoger beroepsonderwijs (hbo) in de Stedendriehoek is daarbij een speerpunt, waarmee tevens wordt beoogd het aantal studenten in de regio fors te verhogen. Voorts zal de aansluiting van middelbaar beroepsonderwijs (mbo) naar het hbo verbeterd moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

21

Bestemmingsplan “Stuijvenburchstraat – De Wasacker” Ontwerp Samenwerking met het bedrijfsleven moet ertoe leiden dat het onderwijsaanbod ook beter aansluit bij de regionale behoefte aan arbeidskrachten. 4.3.3

Toetsing aan regionaal beleid

De voorgenomen ontwikkeling levert in het kader van het regionaal beleid geen belemmeringen op. Het voornemen draagt bij aan een duurzaam toekomstperspectief voor het bestaande plangebied en de omgeving hiervan. Vorenstaande zorgt voor een economische impuls (of het behoud hiervan) in het centrum gebied van Eerbeek in de gemeente Brummen.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1

Toekomstvisie Brummen 2030

4.4.1.1 Algemeen De toekomstvisie maakt heldere keuzes voor de toekomst van Brummen en geeft daarmee een duidelijke koers aan richting 2030. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. Het is een inspiratiekader, dat laat zien wat en wie Brummen wil zijn in 2030. Het is geen opsomming van beleidskeuzes voor de komende vijftien jaar. De richting is duidelijk. Hoe daar wordt komen wordt de komende jaren ingekleurd door de gemeentelijke politiek, de gemeentelijke organisatie en de inwoners en ondernemers van Brummen. 4.4.1.2 Bedrijvigheid Ruimte voor creativiteit, innovatie en ondernemen, mits dit past in de groene omgeving. Dat is het uitgangspunt waar de gemeente Brummen voor kiest in de toekomstvisie. En daarbij heeft zij specifiek aandacht voor startende ondernemers en ZZP-ers. Flexibiliteit en veerkracht zijn belangrijke kenmerken voor de lokale economie. Men wil onderzoeken of er mogelijkheden zijn om meer en beter multifunctioneel te bouwen en in te richten. Ondernemers willen graag de ruimte om te kunnen innoveren en ondernemen. Meer vrijheid en minder regels. En graag wat sneller. Op dit moment worden creatieve ideeën te vaak in de kiem gesmoord door regels van de overheid en trage procedures. Ook is er behoefte aan een visie op de lange termijn en een duidelijke positionering van Brummen.

De ondernemers vinden de toekomstvisie dan ook belangrijk. Net als een uitspraak over de toekomstige zelfstandigheid van de gemeente of een fusie met buurgemeenten. De samenwerking tussen ondernemers kan beter. De gemeente zou hierbij een faciliterende rol kunnen spelen. De komende maanden gaan we onderzoeken hoe we op een duurzame manier ruimte kunnen creëren voor ondernemers. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ Algemeen uitgangspunt is om de bestaande ruimtelijke structuur van het plangebied ter plaatse te handhaven en waar mogelijk te versterken. In de verkeers-, groen- en waterstructuur worden enkele wijzigingen beoogd met dit voornemen welke een positief gevolg hebben voor de hoeveelheid aan beschikbare parkeervoorzieningen ter plaatse. Ook ten aanzien van functionele structuur is uitgangspunt om deze te handhaven en waar mogelijk te versterken. Het huidige planologische kader wordt grotendeels gecontinueerd. De ontwikkeling leidt niet tot een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur. Het beleid van de gemeente is dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geconcentreerd in de binnenstad. In en rondom het plangebied in Eerbeek zijn diverse winkels gevestigd. Er zijn sinds langere tijd al diverse initiatieven voor het plangebied. De gemeente Brummen juicht deze ontwikkelingen ook toe.

Het college van Burgemeester en wethouders van Brummen staat zeer positief tegenover deze ontwikkelingen en ziet de plannen als een belangrijke impuls voor Eerbeek om zo meer winkelend publiek in het centrumgebied te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12650987/2