CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(053) Plantoelichting

Besluitvormende raadsvergadering 18 april 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Elzenbosweg 19, Brummen14.152 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afbeelding 15: Uitsnede Legger Watersysteem Waterschap Vallei en Veluwe (bron: Waterschap Vallei en Veluwe).

De Keur en Legger Uit de Legger Watersystemen van Waterschap Vallei en Veluwe is af te leiden dat binnen of direct aan het plangebied geen waterstaatswerken aanwezig zijn. Ook is het plangebied geen onderdeel van een waterbergingsgebied of andersoortig waterbeschermingsgebied. Watertoets In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een digitale watertoets doorlopen. De resultaten van deze watertoets zijn te vinden in Bijlage 5 Watertoets Elzenbosweg 19 Brummen. Uit de watertoets zijn geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling naar

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 33

voren gekomen. Onder meer neemt de oppervlakte aan verharding aanzienlijk af door de sloop van landschapsontsierende schuren, is het plangebied niet gelegen binnen een beschermingszone of waterbergingsgebied en wordt er geen water uit de grond onttrokken. Gemeentelijk rioleringsplan Alle gemeentes in Nederland zijn verplicht een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. De gemeente Brummen heeft het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 vastgesteld. Dit plan is verlengd en momenteel nog rechtskrachtig. In het GRP 2016-2020 beschrijft de gemeente hoe zij invulling geeft aan het beheer en onderhoud van het afval-, hemel- en grondwater. De gemeente heeft de verplichting om een voorziening aan te bieden voor de afvoer van afvalwater. In het GRP van Brummen zijn doelen opgesteld voor de planperiode. Deze luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Zorgen voor inzameling stedelijk afvalwater; Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren); Zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater; Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert; Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering.

De bovengenoemde doelen uit het GRP 2016-2020 zijn verder uitgewerkt naar functionele eisen, maatstaven en meetmethoden in bijlage 3 van dat plan. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan ligt in lijn met de gestelde regels en ambities door waterschap Vallei & Veluwe en gemeente Brummen ten aanzien van het aspect water. Bij de uitvoering van voorliggend plan wordt gehandeld naar het advies van Waterschap Vallei en Veluwe, zoals beschreven is in de watertoets. De woningen krijgen een scheiding tussen afvalwater en hemelwater. Afvalwater wordt afgevoerd via de rioleringen van de gemeente Brummen. Hemelwater wordt op het eigen perceel opgevangen en verwerkt (infiltratie of opvang). Er is geen sprake van afwenteling op andere percelen, zoals het retentiegebied ten noorden van het plangebied. In het inpassingsplan is hier rekening mee gehouden door de inpassing van een wadi. De realisatie van het plan leidt verder tot een afname aan verhard oppervlak. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en de bestaande verharding verwijderd. Het bebouwd oppervlak van het perceel neemt af. In plaats daarvan worden een nieuwe woning (met inpandig bijgebouw) en een uitpandig bijgebouw gerealiseerd.

In het kader van infiltratie is de verharing op het nieuwe erf beperkt en bestaat voor ongeveer de helft uit halfverharding, zoals vastgelegd in het Bijlage 1 Inrichtingsplan Elzenbosweg 19

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 34

Hoofdstuk 5 Milieutoets 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieu-aspecten. Een aantal van deze milieu-aspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: bodem; geluid; luchtkwaliteit; externe veiligheid; bedrijven en milieuzonering; vormvrije m.e.r.-beoordeling; stikstofdepositie; verkeer en parkeren.

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gewenste ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om te toetsen of het toekomstige gebruik passend is bij de bodemkwaliteit is door Kruse een verkennend en nader (asbest) bodemonderzoek uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 6 Bodemonderzoek bij deze toelichting. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. De voormalige dieseltank (deellocatie D) heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Aan de oostzijde van de schuur is een puinweg aanwezig. In de puinlaag en de strook puinhoudende grond langs het pad is visueel asbest aangetroffen. Op het zuidoostelijke deel van het terrein zijn op het maaiveld asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat de puinweg sterk asbesthoudend is.

De strook puinhoudende grond langs het pad is asbesthoudend, maar de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de interventiewaarde. De bovengrond op het oostelijke deel van het terrein is niet asbesthoudend. De omvang van de puinweg wordt geschat op circa 300 m2 x 0.5 meter = 150 m3. Sanering van de puinweg is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen herontwikkeling. Daarnaast is sanering van de puinweg ook noodzakelijk in het kader van het Besluit Asbestwegen omdat het niet is toegestaan om een asbesthoudende weg in bezit/gebruik te hebben. Aan de oostzijde van de puinweg is een strook puinhoudende grond met asbest aanwezig. De strook heeft een breedte van circa 2.5 meter. Uit de asbestanalyses (sleuven S1 en S4) blijkt dat de grond niet sterk verontreinigd is met asbest. De omvang van de strook langs de puinweg wordt geschat op circa 150 m2 x 0.4 meter = 60 m3 grond. Het verontreinigde puin mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 35

bevoegd gezag. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Op het maaiveld zijn, met name ter plekke van de puinweg, stukjes asbesthoudend materiaal aangetroffen. Op het maaiveld aangetroffen asbest is verwijderd en afgevoerd, maar er kan nog asbest op het maaiveld aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om alert te zijn op asbestverdachte materialen op het maaiveld. Eventueel asbest op het maaiveld dient afgevoerd te worden naar een erkend verwerker. Voorkomen dient te worden dat het materiaal in de bodem terecht komt, omdat dit een bodemverontreiniging kan veroorzaken. Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na sanering van de sterk asbesthoudende puinweg, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw aangezien de overige vastgestelde lichte verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt na sanering geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

5.3 Geluid Wet geluidshinder Bij het aspect geluid is de Wet geluidshinder (Wgh) van toepassing. Deze wet heeft als doel het terugdringen van hinder als gevolg van geluid. De wet stelt bepaalde eisen aan de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Op basis van deze wet dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid door de akoestische situatie te beoordelen. De geluidsbronnen die de Wet geluidhinder behandelt zijn industrielawaai, verkeerslawaai en railverkeerslawaai. De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed.

Afbeelding 16: Impressie rekenmodel akoestisch onderzoek (bron: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Elzenbosweg 19 Brummen).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied binnen de onderzoekszone van de N348 en aan de Elzenbosweg. Door Alcedo is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ten gevolge van deze wegen. Dit

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 36

onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Elzenbosweg 19, Brummen bij deze toelichting. Uit de rekenresultaten blijkt dat vanwege het wegverkeerslawaai van de Elzenbosweg en de N348 aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB conform de Wet geluidhinder wordt voldaan. Het wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Het rekenmodel is weergegeven in afbeelding 16. Railverkeerslawaai en industrielawaai is bij deze locatie niet van toepassing, omdat er geen spoorwegen en industrie in de nabije omgeving gelegen zijn. Het dichtstbijzijnde bedrijventerrein ligt op meer dan 300 meter van het plangebied af. Op een afstand van meer dan 600 meter ligt de spoorverbinding tussen Arnhem en Zutphen. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van deze geluidsbronnen. Dit is tevens te zien op afbeelding 17.

Afbeelding 17: Uitsnede kaart 'Geluid in Nederland (Lcum)', met plangebied binnen blauwe cirkel (bron: Atlasleefomgeving).

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 37

In voorliggend plan worden voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt, een historische boerderij gerestaureerd, één nieuwe woning gebouwd, een bijgebouw gebouwd en het erf heringericht met beplanting e.d. Deze herontwikkeling is niet van een vergelijkbare omvang als de realisatie van 1.500 woningen. De bouwfase betreft een tijdelijke duur. Het aantal benodigde verkeersbeweging in deze fase is niet van een significant niveau. In de gebruiksfase neemt het aantal verkeersbewegingen in minimale mate toe, namelijk voor één huishouden. Deze ingrepen en verkeersbewegingen is niet beduidend hoog dat deze een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit. Er is daarom sprake van een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Gezien het vorenstaande, vormt het aspect luchtkwaliteit in voorliggend plan geen belemmering.

5.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijke plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het planvoornemen kan risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk maken en of bestaande risicobronnen kunnen`invloed hebben op het plan. Deze risico's moeten worden beschouwd om te onderzoeken of het planvoornemen voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Het landelijke beleidskader valt uiteen in verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende type risicobronnen. Risicobronnen in het kader van Externe veiligheid zijn inrichtingen (bedrijven met gevaarlijke stoffen), infrastructuur zoals auto-, spoor- of vaarwegen, en buisleidingen voor het transport van aardgas. Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.

In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen waar bedrijven aan moeten voldoen. Daarnaast staan hierin de te houden veiligheidsafstanden tussen bedrijven en externe objecten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bedrijven met een opslag van meer dan 2.500 kg (of liter) gevaarlijke stoffen in één opslagvoorziening. In de Circulaire is aangegeven hoe de aan te houden veiligheidsafstanden tussen opgeslagen ontplofbare stoffen en kwetsbare objecten moet worden bepaald. Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 38

Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de oriëntatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid. Plaatsgebonden risico Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.

Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. In het plaatsgebonden risico zijn in het kort twee verschillende kansen verwerkt. De kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof, plaatsvindt en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of ramp. Bij een PR van 10-6 is de kans dat een persoon op die afstand van het ongeval daadwerk lijk overlijdt nog redelijk groot. Wegens dit soort relatief grote overlijdenskansen mogen er binnen de contour van 10-6 in principe geen kwetsbare objecten staan. Groepsrisico Groepsrisico heeft betrekking op de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers op eenzelfde moment. In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt de definitie van groepsrisico alsvolgt: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Ten aanzien van groepsrisico gelden geen wettelijke normen. Wel is er een verantwoordingsplicht.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De risicokaart (Atlasleefomgeving) is geraadpleegd om uitspraken te kunnen doen over de externe veiligheid. Een uitsnede hiervan is weergegeven op afbeelding 18. Daarnaast is door de omgevingsdienst advies gegeven m.b.t. het aspect externe veiligheid. Tabel 1 geeft de risicobronnen en bijbehorende risicowaarden weer.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 39

Afbeelding 18: Uitsnede risicokaart Nederland (bron: Atlasleefomgeving).

Risicorelevante inrichtingen Uit de risicokaart is af te leiden dat in de omgeving van het plangebied een aantal inrichtingen met gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, zoals een vuurwerkopslag en overige inrichting. Gezien de afstanden van deze inrichtingen ten opzichte van het plangebied is er geen sprake van gevaar met het oog op het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Gesteld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen externe veiligheidrisicos vormt. Ook richting de omgeving zijn er vanuit deze ontwikkeling geen externe veiligheidsrisico's te verwachten. Buisleidingen Ten oosten van het plangebied is een buisleiding van de Gasunie aanwezig. Leidingen die externe veiligheidsrisico’s veroorzaken zijn hogedruk aardgastransportleidingen. Deze leiding wordt als rode stippellijn getoond in afbeelding 18. De leiding kent de benaming N-559-21 en is van het type 'Aardgasleiding NEN 3650-leiding'. De buis heeft een uitwendige diameter van 108 mm, een wanddikte van 4 mm en maximale werkdruk van 4000 kPa. De risicokaart toont alle aardgasleidingen vanaf een diameter van 50 mm en een druk van 16 bar, alle buisleidingen voor brandbare vloeistoffen vanaf een diameter van 100 mm en alle overige buisleidingen waarvan geldt dat er een overschrijding van de wettlijke norm is op 5 meter afstand van de buis. Deze wettelijke norm is het plaatsgebonden risico 10-6 .

Risicobron Provinciale weg N348 (IJsselgouw) Spoorlijn Dieren–Zutphen (62S.2)

Pr-conto PAG ur 0 30 m

Invloedsgebied

0m

30 m

355 m

Bebouwingsvrije zone n.v.t.

Afstand tot plangebied ± 415 m

4000 m

n.v.t.

± 650 m

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 40

Hogedruk aardgasleiding N-559-21

Op de leiding

n.v.t.

50 m (1% 5m letaliteitsafstand)

± 185 m

30 m (100 % letaliteitsafstand) Tabel 1: Mobiele risicobronnen in de omgeving van het plangebied (bron: gemeente Brummen).

Ten aanzien van de buisleiding ten oosten van het plangebied geldt de wettelijke norm van 5 meter afstand van het centrum van de buis als bebouwingsvrije zone. Het invloedsgebied van deze leiding betreft 50 meter (1% letaliteitsafstand) en 30 meter (100% letaliteitsafstand). De afstand tussen het plangebied en de buisleiding betreft meer dan 110 meter. De buisleiding vormt hiermee geen belemmering of gevaar voor de voorgenomen ontwikkeling. Ter vergelijking: voor de ontwikkeling van de woonwijk ten zuidoosten van de Elzenbosweg 19 is het bestemmingsplan 'Elzenbos, Nieuwe Erven' vastgesteld. In verband met de ligging naast deze buisleiding is voor dit bestemmingsplan door Rho adviseurs een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. Uit de berekening is gebleken dat de PR 10-6 -risiconontour niet buiten de leiding is gelegen. De PR 10-6 -risiconontour vormt geen belemmering voor de realisatie van de woonwijk. Het erf aan de Elzenbosweg 19 is op een grotere afstand dan deze woonwijk van de buisleiding af gelegen. De buisleiding vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan. Met betrekking tot het groepsrisico kan geconcludeerd worden dat de personendichtheid op de locatie aan de Elzenbosweg 19 zeer laag is. De bouw van een nieuwe woning leidt hooguit tot een niet significante toename van het groepsrisico op deze locatie.

De ontwikkeling beperkt zich tevens enkel tot het woonerf op een afstand van meer dan 110 meter van deze buisleiding. De woningen kunnen snel en eenvoudig geëvacueerd worden. De twee woningen zijn voorzien van een eigen oprit, welke direct aansluit op de Elzenbosweg en ontsluiting van de woonwijk Elzenbos. Ook is rondom de woningen een ruime tuin gelegen, waardoor hier genoeg vrije bewegingsruimte aanwezig is. Uit het oogpunt van ruimtelijke ordening bestaan er dan ook geen belemmeringen met betrekking tot het groepsrisico. Transportroutes van gevaarlijke stoffen Op meer dan 600 meter van het plangebied ligt de spoorverbinding Route 62, Ressen Noord – Zutphen. Over dit spoortraject worden gevaarlijke stoffen vervoerd, maar het kent geen PAG-indicatie. In de bijlagen van Regeling basisnet zijn dan ook geen afstanden opgenomen ten aanzien van het plaatsgeboden risico. Gezien de afstand tussen het plangebied en deze spoorverbinding gelden geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling. De N348 ligt op meer dan 360 meter van het plangebied. Deze provinciale weg is op de risicokaart niet aangemerkt als een Basisnet-wegtraject. Ook is de weg niet opgenomen in de bijlagen van Regeling basisnet. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling zijn dan ook geen belemmeringen te verwachten. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 41

5.6 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Bij de toetsing aan de richtafstanden gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. De functie 'wonen' is niet milieubelastend voor de omgeving. Rustige woonwijk of gemengd gebied In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft (onder andere) te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting (/-hinder). De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De omgeving van het plangebied kenmerkt zich grotendeels door woningbouw. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van een rustige woonwijk. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal (agrarische) bedrijven aanwezig. Op 230 meter ten oosten van het plangebied, aan de Elzenbosweg 16, ligt een paardenhouderij. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is de grootste richtafstand voor paardenfokkerijen 50 meter, voor het aspect geur. Op 230 meter ten noordwesten van het plangebied staat een kwekerij. Omdat het onduidelijk is om wat voor kwekerij het hier gaat is het bedrijfstype kwekerij met de grootste milieucategorie aangehouden, een champignonkwekerij met mestfermentatie. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is de grootste richtafstand voor dit type bedrijf 100 meter, voor

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 42

het aspect geur. Gezien de afstand tussen het plangebied en deze bedrijven levert voorliggend plan geen belemmering op voor de bedrijfsvoering van deze bedrijven. Conclusie Op basis van vorenstaande wordt gesteld dat aan de Elzenbosweg 19 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering.

5.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze geeft aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Als voorliggend plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 43

geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook, wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit wordt vergeleken met de omvang van ontwikkeling (toevoegen van één nieuwe woning), wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau. De activiteit is vele malen kleiner dan 100 hectare, 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 . Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de aan bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten in Hoofdstuk 5 Milieutoets en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Conclusie Op basis van de beschikbare informatie kan de conclusie worden getrokken dat voorliggend plan geen nadelige milieueffecten met zich meebrengt en daarmee niet m.e.r.- (beoordelings-) plichtig is.

5.8 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de verkeerssituatie en parkeerbehoefte die ontstaan door de nieuwe ontwikkeling. Gemeente Brummen heeft het parkeerbeleid vastgelegd in de 'Parkeernota 2007' en het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren'. In bijlage A van de Parkeernota is een parkeernormering opgenomen die ter toetsing wordt gebruikt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In 2018 is een nieuwe versie van deze bijlage A vastgesteld. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'overige zone - parkeernormen rest bebouwde kom'. In artikel 2 van dit bestemmingsplan wordt middels de wijze van meten een parkeernorm berekend. Uitgaande van een lange oprit zonder garage of carport moet worden uitgegaan van een theoretisch aantal van 2 en een berekeningsaantal van 1 parkeerplaats. In voorliggend plan zijn beide woningen voorzien van een ruime eigen oprit met ruimte voor in ieder geval 2 auto's. De woningen worden apart van elkaar ontsloten. De oprit van de historische boerderij sluit aan op de Elzenbosweg en de oprit van de nieuwe woning sluit aan op de ontsluitingswegen in de woonwijk Elzenbos. De nieuwe situatie levert geen gevaar op voor de verkeerssituatie rondom het erf.

Met voorliggend plan wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid omtrent verkeer en parkeren. Conclusie Gelet op het vorenstaande levert de gewenste ontwikkeling geen belemmeringen op voor het aspect 'verkeer en parkeren'.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 44

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. In paragraaf 1.3 van deze toelichting is reeds aangegeven dat het voorgenomen plan niet past binnen de geldende bestemmingen. Daarom is voor de locatie een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Wanneer dit bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, zal het als zelfstandig plan vigeren. Er zijn vier typen regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel. Deze regels sluiten waar mogelijk en relevant aan op het bestemmingsplan 'Elzenbos, Nieuwe Erven' van de gemeente Brummen.

6.2 Inleidende regels In Artikel 1 Begrippen is omschreven wat met de gebruikte begrippen wordt bedoeld. Het gaat om begrippen die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifieke juridische betekenis hebben. Bij toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In Artikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe de maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten dienen te worden.

6.3 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. De regels van de bestemmingen zijn hoofdzakelijk overgenomen uit bestemmingsplan 'Elzenbos'. Binnen voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Tuin De gronden binnen deze bestemming zijn aangewezen voor groenvoorzieningen en opritten. De bouwmogelijkheden zijn beperkt, ook de vergunningsvrije bouwmogelijkheden uit de Bor, om de afstand tussen gebouwen en de weg zoveel mogelijk te waarborgen. Daarnaast wordt op deze manier de kwaliteit zoals beoogd in Bijlage 1 Inrichtingsschets gewaarborgd. Wonen. De voor 'wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woon-activiteiten. Ook zijn enkele nevenactiviteiten toegestaan.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 45

6.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit zijn regels die niet specifiek aan een bestemming zijn gekoppeld, maar die altijd voor elke locatie gelden. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich voornamelijk voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven. Hierin is opgenomen dat de bestaande afmetingen en afstanden die afwijken van de afmetingen en afstanden in het bestemmingsplan en die rechtmatig tot stand zijn gekomen als minimum of maximum afmetingen en afstanden zijn toegestaan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene ontheffingsregels beschreven. Hierin is opgenomen dat burgemeester en wethouders een afwijking op bepaalde planregels het bestemmingsplan onder bepaalde voorwaarden toe mogen staan. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene procedureregels In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven.

Deze regels maken het mogelijk om ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan te wijzigen.

6.5 Overgangs- en slotregels Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen en gebruik is opgenomen in Artikel 10 Overgangsrecht. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Artikel 11 Slotregel is het laatste artikel. Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 46

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1

Overleg

Het Rijk Geoordeeld is dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Gelderland Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van wettelijk vooroverleg toegezonden aan de provincie Gelderland. Waterschap Vallei & Veluwe Het plan is ook afgestemd met het waterschap Vechtstromen. De resultaten van deze afstemming zijn weergegeven in paragraaf Bijlage 5 Watertoets Elzenbosweg 19 Brummen. Veiligheidsdienst Regio Noord- en Oost-Gelderland Het plan wordt ter toetsing op veiligheid voorgelegd aan de Veiligheidsdienst Regio Noord- en Oost-Gelderland. Omgevingsdienst Veluwe IJssel Tevens wordt het plan ter toetsing op milieu- en omgevingsaspecten voorgelegd aan de Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

7.2.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn heeft eenieder de kans om hun zienswijze tegen het plan kenbaar te maken. Indien er zienswijzen worden ingediend tegen de voorgenomen ontwikkeling worden deze in deze paragraaf verwerkt.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 47

7.3 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is.

Buitengebied, Elzenbosweg 19 Brummen | Eelerwoude | 48

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13966931/2