(051) Jaarstukken 2025 gemeente Brummen
Tekst van het document
alle
3.235 10
323
325
2
2. Onzekerheid rijksbeleid zorgt voor:
alle
425 50
213
-
-213
7
a. Onzekerheid en fluctuatie inkomsten (bijv. algemene uitkering, SPUKS, Asiel & migratie). b. Structurele taken uitvoeren met incidentele middelen c. efficiencyverlies/meer overhead als gevolg van dubbel werk, uitzoekwerk
61
8
Grondexploitaties
Niet realiseren geraamde opbrengstwaarde
2
1.555 20
311
-
-311
9
Inkoop en aanbestedingen
Niet of verkeerde procedure volgen met risico op claim en/of onrechtmatige inkoop.
4
600 40
240
180
-60
10 Personeel
Aantrekken en behouden gekwalificeerd personeel
4
250 70
175
175
-
11 Personeel
Efficiencyverlies door verandering werk in aanwezige en benodigde vaardigheden. Accelaratie door opkomst AI.
4
310 30
93
93
-
12 Bestuur
Kunnen voldoen aan wachtgeldverplichtingen
1
150 70
105
54
-51
13 Asiel & Migratie
Bestuursovereenkomst met COA komt niet tot stand, waardoor gemaakte voorbereidingskosten niet worden gedekt
2
450 20
90
-
-90
14 Ruimtelijke ontwikkeling
Omgevingsplan is niet op tijd gereed. Daardoor kans op niet mogen heffen leges.
2
671
5
34
-
-34
15 Minimabeleid
Door inzet op terugdringen niet-gebruik overschrijden we begroot budget. Is open einde regeling.
3
75 20
15
-
-15
16 Participatiewet
Tekort op het I-deel / Buig budget
3
- 10
-
-
-
17 Beheer sportaccommodaties
Financiële situatie Sportkompas
3
-
-
140
140
4.312
3.570
741
Totaal risicoinventarisatie
17.730
0
Ten aanzien van de in 2025 geïdentificeerde risico's 1. en 2. Informatievoorziening- en beveiliging: We hebben hier twee typen risico’s in onderscheiden; extern en intern. Bij externe risico’s gaat het om inbreuk van buitenaf. Interne risico’s zijn direct te relateren aan ons eigen handelen. Extern omvat het risico op het niet meer toegankelijk zijn van informatie of systemen door invloed van buitenaf, bijvoorbeeld brand- of waterschade. Of een hack, zoals bij gemeente Hof van Twente, Openbaar Ministerie (recent), Universiteit van Maastricht, etc. Intern gaat het om risico’s die raken aan informatiebeveiliging en privacybescherming. Dit raakt o.a. onrechtmatig inzicht in gegevens, mutatie van gegevens, datalek en eventuele hieruit volgend risico op boete van de autoriteit persoonsgegevens. Dit risico is een samenvatting van vier verschillende vormen van risico’s. De verbintenis tussen deze risico’s is menselijk handelen, bewust of onbewust. In 2025 hebben zich op beide vlakken geen risico's voorgedaan. Wel zijn voorbereidingen getroffen om het risicobewustzijn ten aanzien van informatieveiligheid (incl. AI-geletterdheid) per 2026 te vergroten. Dit middels online training van medewerkers (Sir Askalot). 3. en 4. Calamiteiten: We hebben hier twee typen risico's benoemd; Het eerste risico omvat het optreden van calamiteit.
Voorbeelden zijn een pandemie, treinongeluk of extreme weersomstandigheden. Het gaat dan om risico met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, onze dienstverlening en/of leefomgeving. En evt. herstelkosten als gevolg van deze calamiteit. Het tweede omvat de aansprakelijkheidsstelling als gevolg van een calamiteit. Dit kan bijv. een risico zijn als gevolg van extreme weersomstandigheden, waarbij bomen omwaaien, gevaarzetting op wegen als gevolg van wateroverlast, etc. Aansprakelijkheid kan ook van toepassing zijn wanneer inwoner of derde als gevolg van werkzaamheden gemeente of onvoldoende onderhoud gewond zou raken. In 2025 hebben zich op dit vlak geen risico's voorgedaan.
62
5. Jeugd en Wmo: De regelingen rond Jeugd en Wmo zijn open einde regelingen. Ten aanzien van Jeugd hebben we afgelopen jaren meermaals onze begroting moeten aanpassen op toegenomen kosten jeugdhulpverlening. Enerzijds als gevolg van prijsindexatie, anderzijds volumegroei. De laatste aanpassingen waren nodig in de begroting 2025 en actualisatie van de begroting 2026 op prijsindexatie en volumegroei. We lijken grip te hebben gekregen op de prognoses. Ondertussen werken we aan invoering van de hervormingsagenda, ontwikkelen we het voorveld voor lichte ondersteuning en kijken we steeds scherper naar welke inzet van zorg effectief en passend is. Bij de Wmo gaat het om het risico dat we méér hulpmiddelen en voorzieningen verstrekken. Hierin heeft zich afgelopen jaar geen onvoorziene ontwikkeling voorgedaan. 6. Algemeen: Dit risicogebied raakt alle programma’s. Het gaat om de onbekende onzekerheden; een gebeurtenis of omstandigheid waarvan we niet weten dát die bestaat, en waarvan we dus ook niet weten dat we er geen kennis over hebben. Het verschilt van een calamiteit in de zin dat het risico wél bekend is en waarvoor vaak scenario’s bestaan. In 2025 heeft dit risico zich niet voorgedaan. 7. Algemeen: Aanvullend hebben we het risico van onzekerheid van rijksbeleid opgenomen.
Op verschillende vlakken hebben we afgelopen jaren gemerkt dat beleid en regelgeving wordt aangekondigd en er last minute wijzigingen plaatsvinden met grote impact op voorspelbaarheid en continuïteit van de beleidsvoorbereiding en uitvoering. Dit risico heeft zich voorgedaan in de voorbereiding van de Perspectiefnota 2026-2029. Op het laatste moment werd de uitkomst van de circulaire duidelijk. Voor komende jaren blijft dit een risico, mede als gevolg van onzekerheid over aanvullende bijdragen van het Rijk in de Algemene Uitkering, Jeugdzorg of andere domeinen waarvoor we als gemeente aan de lat staan, maar in de uitvoering ervan zelf keuzes moeten maken in hoe te financieren. 8. Grondexploitaties: In 2025 hebben we het risico op tegenvallende resultaten van een grondexploitatie niet opgenomen. Aanleiding was dat we voor de actieve grondexploitaties voldoende ruimte in de reserve hadden opgenomen om onvoorziene kosten te dekken. Voor het bouwgrondcomplex Kerstenterrein zijn op korte termijn geen concrete plannen voor een commerciële zonde. Dit bekent een verlies voor het complex van € 1.120.000. Bij de interimcontrole 2025 door de accountant bleek dat we dit verlies nu dit bekend is, ook gelijk moeten nemen. We voegen dit bedrag daarom toe aan de verliesvoorziening voor grondexploitaties. We dekken dit uit de bestemmingsreserve Grondexploitaties.
In de begroting 2026 is het risico t.a.v. de grondexploitaties weer opgenomen. Dit is ingegeven vanuit de nieuwe risico-inventarisatie in de MPG 2025. 9. Inkoop en aanbestedingen: Op basis van de interne controles lijkt het erop dat we in 2025 een flinke stap gemaakt hebben in het rechtmatig inkopen en aanbesteden. Het risico op onjuiste procedures of onrechtmatige inkopen blijft onverminderd bestaan als gevolg van situaties die zich in 2025 hebben voorgedaan. Zie hiervoor ook de toelichting t.a.v. de rechtmatigheid in de paragraaf bedrijfsvoering. Het lukt ons vaak die situaties achteraf alsnog rechtmatig te maken (met een position paper). Maar achteraf repareren is meer werk en leidt tot het risico dat we juridische procedures moeten doorlopen. Door training van medewerkers op het proces van inkoop werken we aan bewustzijn en verantwoordelijkheid.
63
10. en 11. Personeel: We merken de krapte op de arbeidsmarkt met name in bepaalde, specialistische functies. Een functie als CISO, businesscontroller, of vakspecialist toezicht bouwen zijn lastig vervulbaar met vaste formatie. We lossen dit op met inhuur of slimme samenwerking met een andere gemeente. Het leidt op onderdelen wel tot frictie; tijdelijk geen bezetting of capaciteit om voortgang op een dossier of beleidsterrein te maken. Ook zien we AI als kans en risico. De ontwikkeling van AI neemt een snelle vlucht en kan ons ondersteunen in ons werk. Analyses, datagedreven werken, rapportages, veel is al mogelijk. We ondersteunen onze medewerkers hierin door ze te trainen in AI-geletterdheid. 12. Bestuur: Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening. In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht. Een risico dat we op dit punt níet voorzien hebben, maar wel opgetreden is, is dat wij € 1,2 mln.
moeten bijstorten in de voorziening. Aanleiding is de overgang van de pensioenen van oudbestuurders van gemeenten naar het ABP per 1 januari 2028. Landelijk is een berekening gemaakt wat dit voor gemeenten betekent. Voor Brummen bleek dat wij onvoldoende middelen in de voorziening t.o.v. wat nodig is in overdracht naar het ABP. Dat verschil moeten we bijstorten (D73794). 13. Asiel & Migratie: Hierin hebben we als risico benoemd dat er geen bestuursovereenkomst met het COA zou komen, waardoor gemaakte kosten niet vergoed zouden worden. De bestuurlijke besluitvorming hierover is nog niet afgerond. Het risico blijft daarmee aanwezig. 14. Ruimtelijke ontwikkeling: Het risico dat we hier zien is dat we aan nieuwe omgevingsplannen werken. Maar als die niet op tijd klaar zijn, kan de toezichthouder ons verplichten ingediende aanvragen te behandelen zonder leges te mogen innen. Dat risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan. 15. Minimabeleid: We zetten in op terugdringen niet-gebruik. Doordat het minimabeleid een open einde regeling is, bestaat de kans dat we ons budget overschrijden. Ervaring was dat budget afgelopen jaren niet volledig benut is. Daarmee vermoeden we voldoende budget beschikbaar te hebben. Met het nieuwe minimabeleid dat in 2025 is vastgesteld, stimuleren we het risico. Het heeft zich echter niet voorgedaan. 16.
Participatiewet: Ook hier is het risico dat de participatiewet een open einde regeling is. We zetten in op begeleiding naar werk, maar mogelijk valt dit tegen door onvoldoende aansluiting met arbeidsmarkt. In 2025 heeft het risico zich voorgedaan. Het tekort op G2 bedraagt € 394.000 in 2025. Hiervoor is een onttrekking uit de behoedzaamheidsreserve geraamd. Landelijk is er een vangnetregeling, mocht een gemeente een onvoorzien tekort hebben. Hieraan zijn voorwaarden verbonden, waaronder een eigenrisicodrempel. Wij voldoen niet aan de criteria voor deze vangnetregeling.
64
Aanvullend hebben we in 2025 een tegenvaller moeten verwerken als gevolg van het niet goed verwerken van de beschikking van het Rijk. Waar we een verhoging van de baten wel inboekten, hadden we voorzichtigheidshalve dat ook moeten doen voor de lasten (raadsinformatiebrief D473794). Dat is niet gebeurd. Dit is echter een andere situatie dan het risico dat in deze risicoinventarisatie opgenomen is. 17. Beheer sportaccommodaties: De financiële situatie van Stichting Sportkompas beschouwden we als precair met het risico op een niet sluitende begroting. In 2025 hebben we dit op orde gebracht. Ook zijn de overeenkomsten geactualiseerd. Mits goed geborgd, zouden we hiermee het risico fors hebben gereduceerd. We zullen dit risico opnieuw waarderen bij de actualisatie van de risico's in de begroting 2027. 18. Fluctuaties algemene uitkering en incidentele overschrijdingen als gevolg van scherper ramen: Met ingang van begrotingsjaar 2024 ramen we scherper. Het risico dat hierdoor ontstaat is dat we sneller te maken krijgen met incidentele overschrijdingen van budgetten. Om dit risico op te vangen hebben we de behoedzaamheidsreserve met de begroting van 2024 ook verhoogd naar € 3,0 mln. Met deze behoedzaamheidsreserve vangen we ook fluctuaties in de algemene uitkering op. De behoedzaamheidsreserve is volledig onderdeel van de algemene reserve.
Om die reden noemen we dit risico en deze maatregel hier.
De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit in 2025 en de risico-inschatting in deze begroting bedraagt de weerstandsratio 2,8. Weerstandsratio Onderdeel
(bedragen * € 1.000) Jaarstukken 2024
Programmabegroting 2025
Jaarstukken 2025
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
13.203
12.672
11.880
Totaal geïnventariseerde risico's
3.570
3.570
4.312
3,7
3,5
2,8
Weerstandsratio
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn 65
opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028 met daarbij de vergelijkende cijfers vanuit de begroting 2025 en jaarstukken 2024. Financiële kengetallen
Jaarstukken 2024
Begroting 2025
Jaarstukken 2025
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
46,9
75,9
44,5
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
52,6
81,9
50,0
2 – Solvabiliteitsratio
26,0
23,4
25,9
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie
6,5
10,1
6,0
4 – Structurele exploitatieruimte
0,0
2,3
-0,7
106,9
106,9
106,9
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden; • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol.
3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol.
66
4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol. 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 105%: meest risicovol, • tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.
Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Brummen voldoende is. Zo verbetert de netto schuldquote door een forse afname van de vaste schuld en is de solvabiliteitsratio licht toegenomen. De boekwaardes van de grondexploitaties blijven de komende redelijk gelijk, waardoor ook de risico's redelijk gelijk blijven. De structurele exploitatieruimte is licht negatief. Deze wordt in 2025 grotendeels veroorzaakt door de grote afboekingen wegens het afsluiten van een bouwgrondcomplex en de bijstelling voor de voorziening negatieve bouwgrondcomplexen, de forse dotatie aan de voorziening voor oud-bestuurders (overgang naar het ABP) en de tegenvaller bij de participatie-uitkeringen. Tot slot laat de belastingcapaciteit zien dat de lokale lasten ten opzichte van de gemiddelde Nederlandse woonlasten hoger uitkomen.
67
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van beheer- en uitvoeringsplannen. De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud. In de beheerplannen hebben we de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.
In 2017 hebben we een Integrale visie Beheer Openbare Ruimte opgesteld. In deze visie staan de kaders waarbinnen het beheer van de openbare ruimte plaatsvindt. Hierin staat de ambitie om de buitenruimte beter toekomstbestendig en duurzaam te maken.
Wegen In 2025 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd. Op basis van de resultaten van de weginspectie en het beheerplan Wegen 2020-2024 is een onderhoudsplanning voor 2025 en 2026 opgesteld. Het beheerplan Wegen had in 2024 geactualiseerd moeten worden. Maar vanwege de grote invloed die het uitvoeringsprogramma bij de mobiliteitsvisie hierop heeft is deze uitgesteld. In 2025 is er een start gemaakt met het actualiseren van het beheerplan Wegen. Deze zal medio 2026 ter goedkeuring aan de raad worden aangeboden. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,5 mln/jr). Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. Op basis van de resultaten van het in 2024 opgestelde Mobiliteitsplan worden de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd.
In 2025 is gewerkt aan de voorbereiding van renovatie van de Veldkantweg, Zutphensestraat en Loenenseweg. De eerste twee wegen worden in 2026 in uitvoering genomen.
68
Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed. Kosten groot onderhoud
( x 1.000)
raming na wijziging
980
werkelijke kosten
957
restant
23
Stand voorziening groot onderhoud
( x € 1.000)
per 1-1
700
Toevoeging vanuit exploitatie
868
Onttrekking werkelijk
957
per 31-12
611
Exploitatie
begr na wijz
Reguliere exploitatie en onderhoud
werkelijk 1.154
1.198
Kapitaallasten
110
109
Dotatie voorziening
868
868
Bruggen Geen werkzaamheden uitgevoerd in 2025. In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.
Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) wordt uitgevoerd op beeldniveau B. Dat is het basisniveau. In de dorpscentra hanteren we beeldniveau A. Daarnaast zijn er 3 vrijwilligersgroepen actief in Brummen, Eerbeek dorp en buitengebied Eerbeek met het verwijderen van zwerfvuil. Ook zijn er vrijwilligers die individueel zwerfafval ruimen. Door de inzet van de vele vrijwilligers wordt er ook op veel plekken buiten de dorpscentra A-niveau gemeten. Het vegen van wegen is op bestekbasis tot en met 2026 uitbesteed. Er is een mogelijkheid om dit te verlengen. Het bestekmatig vegen van wegen gebeurt alleen binnen de bebouwde kom. Het vegen van wegen wordt in de dorpscentra op A-niveau uitgevoerd. De rest van de bebouwde kom wordt op B-niveau uitgevoerd. Door het hanteren van een hoger beeldniveau is de uitstraling van de openbare ruimte beter. Het scheelt ook in de groei van onkruid op de verhardingen. In de herfstperiode zetten we een veegwagen in voor het verwijderen van blad. Het ruimen van het blad vindt dan gecoördineerd per wijk plaats. Op de eerste werkdag na 1 januari wordt de veegwagen ingezet om het achtergelaten vuurwerk op te vegen.
69
Huishoudelijk afval 2025 was het laatste jaar van het lopende grondstoffenplan. Het beoogde doel van 80 kg restafval per inwoner per eind 2025 hebben we helaas niet kunnen halen. In 2025 werd 114,5 kg restafval per inwoner opgehaald en de resultaten zijn daarmee terug op het niveau van 2021 toen het beleidsplan van kracht werd. Extra financiële prikkels en extra voorzieningen hebben niet geleid tot verbetering van de afvalscheiding. In het nieuwe grondstoffenbeleid zullen meer ingrijpende maatregelen genomen moeten worden om de inzamelresultaten te verbeteren. We hebben wel een toename gezien van het gebruik van het recycleplein in Zutphen. Daarnaast is in december het mobiele recycleplein geïntroduceerd om mensen het scheiden makkelijker te maken.
Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. Het regulier onderhoud van de verlichting (o.a. vervangen kapotte armaturen) is uitbesteed. Er is per 2024 een nieuw onderhoudsbestek in combinatie met een vervangingsbestek om verdere verduurzaming vorm te geven. Eind 2025 is gestart met het vervangen van de laatste nog aanwezige conventionele verlichting door LED-verlichting. Deze vervangingsactie loopt door in 2026. Exploitatie
begr na wijz
werkelijk
Reguliere exploitatie en onderhoud
250
249
Kapitaallasten
75
75
Riolering In 2025 is het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW), de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP) opgesteld. Het SSW beschrijft de deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren van deze deelsystemen. De renovatie van zes rioolgemalen is afgerond. De rioolvervanging en afkoppeling van hemelwater op de Coldenhovenseweg tussen de Volmolenweg en de spoorlijn is gestart en wordt begin 2026 afgerond. In 2025 is gestart met de voorbereiding van de volgende projecten: • • •
Saneren overstort Empe Rioolvervanging en afkoppeling Zutphensestraat (onderdeel van de herinrichting van de Zutphensestraat) Renovatie zeven rioolgemalen
Kosten rioolrenovaties
( x 1.000)
Begroting na wijziging
700
Werkelijke uitgaven
351
Restant
349
Nog af te ronden projecten: Coldenhovenseweg, Loubergweg, Veldkantweg en renovatie rioolstrengen in de kernen Eerbeek en Brummen.
70
Kosten rioolrenovaties
( x 1.000)
Stand voorziening groot onderhoud
( x 1.000)
per 1-1
1.912
Toevoeging vanuit exploitatie
500
Onttrekking werkelijk
351
per 31-12
2.061
Exploitatie
begr na wijz
Reguliere exploitatie en onderhoud
werkelijk
1.171
1.164
Kapitaallasten
455
455
Dotatie voorziening
500
500
Bermen en sloten In 2025 zijn in overleg met het landschapsnetwerk extra bermen aangewezen die met ingang van 2025 ecologisch gemaaid worden. De uitbreiding van de hoeveelheid ecologisch te beheren bermen maakte onderdeel uit van een plan om de hoeveelheid te ecologisch te beheren bermen vanaf 2023 jaarlijks met 20% te laten toenemen. In 2025 is 60% van de gemeentelijke bermen ecologisch beheerd. Door bezuiniging op het onderhoudsbudget per 2026 moet bezien worden of deze 60% in 2026 ook nog gehaald kan worden. Het vrijgekomen maaisel is verwerkt op agrarische gronden in de gemeente Brummen. Een mooie manier van circulair werken met beperkte verwerkingskosten. Ook in 2025 zijn ongewenste invasieve exoten, zoals Japanse duizendknoop en de Reuzenberenklauw, in bermen en sloten actief bestreden. De invasieve soorten worden aangepakt om schade aan eigendommen van derden, verdringing van bijzondere flora en verdere verspreiding tegen te gaan. Gezien de reeds grote verspreiding van de soorten blijft het bij het beheersen van de overlast en bestrijding op de meest kwetsbare plekken. We zien dat bermgreppels en andere door de gemeente te onderhouden watergangen in de loop der tijd steeds verder verontdiepen. Bij hevige regenval kunnen duikers daardoor verstopt raken. In 2025 hebben we weer een beperkt aantal watergangen kunnen schonen en duikers gangbaar kunnen maken.
Het opstellen van een beheer- en onderhoudsplan voor de watergangen, dat voor 2025 voorzien was, heeft door gebrek aan personele capaciteit nog geen doorgang gevonden en schuift door naar 2026. Exploitatie
begr na wijz
Reguliere exploitatie en onderhoud
werkelijk 300
71
307
Openbaar groen Het onderhoudsniveau in het openbaar groen is op basisniveau (B-niveau CROW). Delen van de openbare ruimte worden op A-niveau onderhouden. Dit betreft de toegangswegen en centragebieden. De kwaliteit van het onderhoud staat onder druk door capaciteit en kwaliteit bij aannemers maar ook bij de eigen dienst. Aannemers hebben problemen om personeel aan te nemen maar ook om deze vast te houden. De continuïteit staat ook bij hen onder druk. Met het reconstrueren en inrichten van oude versleten vakken moet de intensiviteit van het onderhoud naar beneden gaan. Vanuit het Programma Groen wordt geanticipeerd op de klimaatontwikkelingen en benodigde verbetering van de biodiversiteit. Met de aan- en herplant van bomen en (her)inrichting van beplantingsvakken wordt hiermee een deel opgepakt. In 2025 zijn meerdere groenvakken in Eerbeek heringericht. Bij de herinrichting wordt gekeken naar de integrale samenwerking met andere beheervelden en uitgangspunten zoals afkoppelen water en waterberging. Dit alles wordt gedaan in samenspraak met de belanghebbende inwoner van de gemeente Brummen. Ook bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken naar biodiversiteit, klimaatdoelen en beheerbaarheid voor nu en voor in de toekomst. Exploitatie
begr na wijz
werkelijk
Reguliere exploitatie en onderhoud
460
365
Wegwerken achterstanden/projecten
2.530
2.207
Begraafplaatsen De groenvoorzieningen op de begraafplaatsen hebben in naloop van de droogte nog moeite met herstel. Oude beplantingen verkeren in slechte staat. De versleten beplanting wordt over meerdere jaren verspreid vervangen. Het op de begraafplaats Brummen aanwezige graf- en rijksmonument van Bogaardt verkeert in een verwaarloosde staat. Betrokken inwoners van Brummen is het gelukt om met een Stichting voldoende middelen op te halen om eind 2025 opdracht te geven om het monument te restaureren. B-niveau (CROW kwaliteitscatalogus) is het onderhoudsniveau waarop het onderhoud gepleegd wordt. Er wordt voornamelijk met elektrisch gereedschap gewerkt om de rust op de begraafplaatsen te behouden. De begraafplaatsen zijn eilanden van rust in de dorpen daardoor zijn het verblijfplaatsen voor plant en dier. Om deze rustplaatsen te ondersteunen wordt er bij nieuwe aanplant gekozen voor beplanting die de biodiversiteit verhoogt en genoeg schuilgelegenheid geeft. Exploitatie
begr na wijz
Reguliere exploitatie en onderhoud Kapitaallasten
72
werkelijk 192
183
4
4
Boombeheer Gemeentelijke bomen worden volgens de wettelijke normen, eens per 3 jaar, geïnspecteerd. Uit de inspectie van dit jaar volgden weer de nodige onderhouds- en snoeiwerkzaamheden. Voor deze werkzaamheden is in 2025 een aanbesteding voor een Raamcontract Boomonderhoud Brummen op de markt gezet. Hiermee worden de huidige snoeiachterstanden binnen afzienbare tijd weer ingehaald. In 2025 zijn de bomen in en rond de kern Brummen gesnoeid. Voor het verwijderen van een deel van de dode en slechte bomen in houtopstanden worden vrijwilligers van de groep Holthakkers ingezet. De eikenprocessierups is als een overlast gevende plaagsoort nog steeds in de inlandse eiken aanwezig. Ondanks dat we dit jaar niet preventief bestreden hebben in verband mogelijke schade aan aanwezige vlindersoorten was de plaagdruk afgelopen jaar, net als elders in de regio, zeer laag. Er zijn slechts enkele nesten curatief verwijderd. De oorzaak van de lage plaagdruk is niet bekend. De weersomstandigheden en de aanwezigheid van natuurlijke vijanden zijn factoren die invloed gehad kunnen hebben. De landelijke prognose is dat de plaagdruk in 2026 Noord- Nederland aanzienlijk zal zijn en voor Gelderland vergelijkbaar aan 2026 is.
Bosbeheer Het huidig beheer is vooral gericht op het voorkomen van overlast en schade aan derden. Dit beheer is vastgelegd in het Programma Groen. In dit plan staat omschreven hoe we nu en in de toekomst omgaan met de bospercelen. Het plan geeft meer ruimte aan ecologie en het omvormen van de bospercelen naar meer inheems loofhout. Dit als risico verlagende maatregel bij bosbranden. In het Wilhelminapark wordt het bosbeheer uitgevoerd in samenwerking met de aldaar actieve bosgroep.
Speeltoestellen De speeltoestellen in de gemeente zijn in 2025 weer conform de wettelijke vereisten geïnspecteerd en onderhouden. Aan de G.K. van Hogendorpstraat is in samenspraak met de omwonden het speelterrein heringericht en voorzien van nieuwe speeltoestellen. Ook aan de buurtweg in Oeken zijn in samenspraak met de buurt enkele speeltoestellen vervangen. De speeltuin in de Pinksterbloem heeft een opfrisbeurt met wat schilderwerk gehad. Exploitatie
begr na wijz
Reguliere exploitatie en onderhoud
werkelijk 107
102
Sportvelden De gemeente beheert natuurgrasvelden, rubber en zand ingestrooide kunstgrasvelden en hybridevelden. De velden worden onderhouden op het niveau waarbij deze voldoen aan de door de sportbonden gestelde eisen om het te bespelen en te gebruiken. Verenigingen zijn zeer betrokken bij het onderhoud en voeren ook kleine werkzaamheden uit zoals het belijnen van de velden. Bij groot onderhoud is er contact met de betreffende vereniging.
73
Sinds de inzet van robotmaaiers (voorjaar 2025) op de velden van SV Brummen en SHE in Hall velden geven de velden een constant gemaaid beeld. Door intensief aangepaste beheer wordt geprobeerd de Grote Weegbree in de velden van de voetbalverenigingen te onderdrukken. Deze methodes vragen veel inzet en continuïteit. Vooral omdat er een voorraad aan zaden in de bodem aanwezig is. Bij de bestrijding van de weegbree worden door de gemeente een gewasbeschermingsmiddelen ingezet. Op sportvelden lopen veel 'kwetsbare groepen' (zoals kinderen en ouderen) rond en sport is een belangrijk onderdeel van de volksgezondheid. Dit maakt het voorkomen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen extra belangrijk. De lichtmasten worden met enige regelmaat door een externe partij gekeurd op veiligheid en windbelasting. In 2025 is bij Eerbeekse Boys het laatste "conventioneel" verlichte veld omgebouwd naar een LED verlicht veld. Exploitatie
begr na wijz
werkelijk
Reguliere exploitatie en onderhoud
235
241
Kapitaallasten
95
95
Gemeentelijke gebouwen Voor periodiek- en groot onderhoud is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed. Uit de voorziening moet het onderhoud worden bekostigd van alle gebouwen die bij de gemeente in eigendom zijn. Deze bedragen zijn exclusief te nemen verduurzamingsmaatregelen. De financiële overzichten staan in het hoofdstuk Financiële positie. Het reguliere onderhoud van schoolgebouwen wordt gedaan door de schoolbesturen. Alleen nieuwbouw, uitbreiding en zeer groot onderhoud valt nog onder de gemeente. Aanvragen daarvoor lopen via de huisvestingsverordening voor het onderwijs. Budget wat hiervoor nodig is wordt jaarlijks aangevraagd en via de investeringslijst in de begroting inzichtelijk gemaakt. Kosten groot onderhoud
( x 1.000)
Begroot na wijziging
521
Werkelijke kosten
369
Restant
152
Het restant wordt veroorzaakt door de volgende posten: Gemeentehuis, uitstel groot onderhoud
44
Rhienderoord, ontvangen bosa en afrekening 2023
33
Kollergang, uitstel groot onderhoud
38
Overig
37
Stand voorziening groot onderhoud
( x 1.000)
per 1-1
199
Toevoeging vanuit exploitatie
528
Onttrekking werkelijk
369
per 31-12
359
Exploitatie
begr na wijz
werkelijk
Reguliere exploitatie en onderhoud
768
688
Kapitaallasten
563
541
Dotatie voorziening
528
528
74
Actualiteit van beheers- en beleidsplannen De beleids- en beheerplannen plannen voor de openbare ruimte hebben over het algemeen een looptijd van 4 of 10 jaar. In 2025 is de actualisering van het beleid voor wegen, openbare verlichting en grondstoffeninzameling opgepakt evenals nieuw beleid voor biodiversiteit. Begin 2026 liggen deze beheer- en beleidsplannen voor ter besluitvorming. In 2026 is actualisatie van het beleid op de gladheidsbestrijding voorzien.
75
D. Financiering Algemeen In de paragraaf Financiering geven we informatie over de manier waarop de gemeente geld aantrekt. We beschrijven hoe we de financieringsfunctie uitvoeren voor de jaren 2025 – 2028. De wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) en de wet Hof zijn de kaders waarbinnen de uitvoering van de financieringsfunctie plaatsvindt. Daarnaast heeft de raad kaders vastgesteld in de financiële verordening en in het treasurystatuut. Het gemeentelijke financieringsbeleid is opgesteld om te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en op lange termijn. De belangrijkste doelstelling is het beheersen van de risico’s die hieraan verbonden zijn en de rentekosten te beperken.
Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt het monetaire beleid. De ECB ziet de zorg voor stabiele prijzen als de allerbeste bijdrage die de centrale banken kunnen leveren aan de welvaart van mensen in Europa. Daarbij hoort een inflatie van 2% in het hele eurogebied, op de middellange termijn. Dat maakt de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar. De huidige inflatie ligt thans nog steeds boven de 2%. Prijsstabiliteit draagt bij aan de toename van economische welvaart en de potentiële groei van de economie. De door de ECB gehanteerde herfinancieringsrente is van invloed op de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt (lange termijn leningen). De Euribortarieven worden gehanteerd om de geldmarkten (korte termijn leningen) te bepalen.
Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. De financieringsbehoefte is afhankelijk van de geplande uitgaven, inkomsten en investeringen. Hieronder volgt een overzicht van de schuldpositie met lang lopende leningen. Het gemiddelde rente tarief ligt rond 1,5%. Jaarlijks lossen we lange-termijn leningen af. De totale aflossing mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting van dat jaar. Zowel de renterisiconorm als de kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Stand per 31-12-2024
Opgenomen
Aflossing
Stand per 31-12-2025
Betaalde rente
Langlopende leningen
39.451
4.000
9.158
34.293
Kortlopende leningen
5.000
2.000
7.000
-
484 31
Totaal
44.451
6.000
16.158
34.293
515
Kasgeldlimiet Het maximale op te nemen kasgeld is gebonden aan een limiet (8,5% van het begrotingstotaal). De uitnutting ervan wordt berekend aan de hand van het saldo van de vlottende middelen en vlottende schulden. 76
Q1 2025
Q2 2025
Q3 2025
Q4 2025
2025
Grondslag: Oorspronkelijke omvang begroting
€ 69.386
€ 69.386
€ 69.386
€ 69.386
€ 69.386
Kasgeldlimiet (8,5% van grondslag)
€ 5.898
€ 5.898
€ 5.898
€ 5.898
€ 5.898
Korte schuld (laatste dag maand 1)
-€ 5.001
-€ 5.005
-€ 5.001
-€ 5.001
-€ 5.002
Korte schuld (laatste dag maand 2)
-€ 6.530
-€ 5.007
-€ 5.001
-€ 5.001
-€ 5.384
Korte schuld (laatste dag maand 3)
-€ 5.001
-€ 5.001
-€ 5.002
-€ 1.263
-€ 4.067
Gemiddelde korte schuld
-€ 5.510
-€ 5.004
-€ 5.001
-€ 3.755
-€ 4.818
Korte middelen (laatste dag maand 1)
€ 4.024
€ 4.305
€ 7.669
€ 4.884
€ 5.220
Korte middelen (laatste dag maand 2)
€ 20
€ 4.830
€ 7.857
€ 4.833
€ 4.385
Korte middelen (laatste dag maand 3)
€ 533
€ 9.411
€ 4.965
€ 27
€ 3.734
Gemiddelde korte middelen
€ 1.526
€ 6.182
€ 6.830
€ 3.248
€ 4.446
Netto korte schuld (som gemiddelden)
-€ 3.985
€ 1.178
€ 1.829
-€ 507
-€ 371
% van de begroting Ruimte / overschrijding
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.913
€ 7.076
€ 7.727
€ 5.391
€ 5.527
Verstrekte leningen Omschrijving Partij
Hoofdsom per 31-12-2024
Verstrekt
Afgelost
Hoofdsom per 31-12-2025
Rente
Stichting Welzijn Brummen
245
-
19
226
3
Alliander
847
-
-
847
85
IJsselwind
58
-
-
58
1
E.B.E.M.
10
-
-
10
-
1.160
-
19
1.141
89
Rentebaten totaal
Rente Een groot deel van onze (externe) rentelasten ligt vast omdat in het verleden geldleningen zijn opgenomen waarbij de op dat moment geldende marktrente voor langere tijd contractueel is vastgelegd. Rentetoerekening De toerekening van rente aan producten berekenen we op basis van de zogenoemde “renteomslag”. Dit houdt in dat de totale rentelast moet worden verrekend op basis van de boekwaarde van de relevante investeringen aan de hand van een “gemiddeld” rentepercentage. Het percentage voor de omslagrente wordt afgerond binnen een marge van 0,5%. De ruimte van 0,5% is bedoeld voor feitelijke afronding naar een dichtstbijzijnde handige rekenrente en dient ter stabiliteit bij kleine afwijkingen in navolgende jaren. Door deze afronding wijkt de rente die we aan taakvelden toerekenen enigszins af van de daadwerkelijke rentekosten. Het verschil wordt als renteresultaat verantwoord op het taakveld treasury en is zichtbaar als resultaat in het renteschema. Verloop stand renterisiconorm 2025 (bedragen x € 1.000) 1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
9.158
-
3
Renterisico (1 + 2)
9.158
4
Renterisiconorm (4a x 4b / 100)
13.877
4a
Begrotingstotaal jaar 2025
69.386
4b
Bij Ministeriële Regeling vastgesteld %
20%
77
Verloop stand renterisiconorm 2025 (bedragen x € 1.000) 5
Ruimte onder (+) c.q. overschrijding (-)
4.719
Bouwgrondexploitatie Vanaf 2025 dient de rente-omslag ook gebruikt te worden voor de rente die toe te rekenen is aan de grondexploitatie. Het te hanteren percentage volgt uit het renteschema.
Renteschema Schema renteomslag berekening
Begroot 2025
Werkelijk 2025
a.
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
€ 570.564
€ 540.001 +
b.
Af: De externe rentebaten over de lange en korte financiering
-€ 159.484
-€ 218.627 -
Saldo rentelasten en rentebaten
€ 411.080
€ 321.374 +
€0
€0 -
-€ 2.564
-€ 2.564 -
€0
€0 +
€ 408.516
€ 318.810 +
c1. Af :De rente die direct aan de grondexploitatie wordt doorgerekend c2
Af: De rente van projectfinanciering die direct aan het betreffende taakveld / product wordt toegerekend (lening SWB)
c3
Bij: De rentebaten van doorverstrekte leningen, als daarvoor een specifieke lening is aangetrokken en als deze bate rechtstreeks aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
d1
Bij: Rente over het eigen vermogen
€0
€0 +
d2
Bij: Rente over voorzieningen
€0
€0 +
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag)
€ 408.516
€ 318.810 +
e.
Af: De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag)
-€ 378.990
-€ 370.791 -
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€ 29.526
-€ 51.981
Rente-omslag per jaar
0,49%
0,43%
Te hanteren rente-omslag mag afgerond op 0,5% cf. BBV
0,50%
0,50%
Vennootschapsbelasting Gemeenten kunnen te maken hebben met de vennootschapsbelasting. Op basis van de huidige inzichten is de gemeente Brummen is niet vennootschapsbelastingplichtig.
78
E. Bedrijfsvoering Algemeen Het realiseren van doelstellingen is mede afhankelijk van een goede sturing en van een goede interne bedrijfsvoering. In deze paragraaf gaan we in op actuele ontwikkelingen op het terrein van de bedrijfsvoering.
Planning en Control Als vertegenwoordiger van de inwoners van onze gemeente heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende rol. Middels de begroting stelt de raad vast voor welke doelen de gemeente nastreeft, de maatregelen die daarvoor worden genomen en de middelen (personeel en geld) die hiervoor beschikbaar zijn. Via de twee bestuursrapportages kan hierop gecontroleerd en bijgestuurd worden. Vervolgens wordt middels de jaarstukken verantwoording afgelegd door het college over het gevoerde beleid. Bij het vaststellen van de Perspectiefnota 2025-2028 heeft uw raad gekozen voor scenario 1: scherp op de wind varen. Wanneer er onverwachte tegenvallers waren tijdens het jaar, kunnen deze gedekt worden uit de behoedzaamheidsreserve. Dit jaar is deze reserve ingezet om de effecten van het kostprijsonderzoek jeugd op te vangen. Daarnaast is dit jaar de online begrotingsapp gelanceerd. Deze app biedt een gemakkelijke en toegankelijke manier om de stukken te vinden, te doorzoeken en te lezen.
Rechtmatigheidsverantwoording Rechtmatigheid Bij de verantwoording over de jaarstukken spelen twee begrippen een rol: rechtmatigheid en getrouwheid. Rechtmatigheid houdt in dat de (financiële) handelingen van de gemeente in het boekjaar in overeenstemming met wet- en regelgeving zijn uitgevoerd. Getrouwheid houdt in dat de jaarstukken een juist en volledig beeld geven van het boekjaar. Voorheen toetste de accountant de jaarstukken op beide onderdelen en waren deze onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Met ingang van boekjaar 2023 legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over rechtmatigheid. De accountant geeft nog steeds een oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken. Daarmee toetst de accountant ook de juistheid en volledigheid van de rechtmatigheidsverantwoording. De verandering heeft tot doel om het gesprek over rechtmatigheid te laten plaatsvinden tussen gemeenteraad en college. De rechtmatigheidsverantwoording over 2025 is opgenomen als onderdeel van de Jaarrekening, toelichting op de baten en lasten. In deze paragraaf bedrijfsvoering benoemen we relevante zaken die samenhangen met de rechtmatigheidsverantwoording, maar die - conform eigen regelgeving of BBV - thuishoren in de toelichting van de paragraaf bedrijfsvoering.
79
Kaders Uw raad stelt jaarlijks het normenkader (D468946) vast waarbinnen het college verantwoording aflegt over rechtmatig handelen. Dit heeft uw raad op 20 november 2025 gedaan. In de financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) van de gemeente Brummen zijn de kaders van het budgetrecht van uw raad en daarmee ook kaders van rechtmatigheid beschreven. Ten slotte omvat de controleverordening (artikel 213 Gemeentewet) van gemeente Brummen de kaders van de accountantscontrole. Naleving M&O-beleid In 2023 hebben we een nieuwe Nota misbruik en oneigenlijk gebruik vastgesteld. We hebben afgesproken over naleving van het M&O-beleid in deze paragraaf te rapporteren. Misbruik is het opzettelijk verkeerd gebruiken van middelen, regels of macht voor persoonlijk voordeel of om anderen schade te doen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het onterecht gebruiken van gemeentegeld of informatie. Oneigenlijk gebruik is het gebruiken van middelen, regels of voorzieningen op een manier waarvoor ze niet bedoeld zijn. Dit gebeurt soms zonder kwade bedoeling, maar het past niet binnen de regels of het beoogde doel. Het toetsingskader van het M&O beleid kent zijn uitwerking in specifieke regelingen, verordeningen en processen. We hebben risicogebieden geïdentificeerd waarbij we op basis van classificatie (licht, middel, zwaar) beheersmaatregelen definiëren en classificeren.
Waar mogelijk toetsen we de opzet, bestaan en werking van het beleid via (verbijzonderde) interne controle. Ten aanzien van 2025 kunnen we hierover het volgende melden: •
•
Uit de interne controles op de verschillende processen is níet gebleken dat zich situaties hebben voorgedaan waarin eenduidig sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik. We zien dat in de dossiervorming ten aanzien van het vaststellen van identiteit in de processen Jeugd en Wmo we achteraf níet kunnen controleren of controle van identiteit feitelijk heeft plaatsgevonden. In het proces is dit wel opgenomen als essentiële stap, maar bewijs dat dit is gebeurd, is in dossier niet altijd terug te vinden. De gemeente Apeldoorn voert op onderdelen werkzaamheden voor de gemeente Brummen uit. Uit de verantwoording hierover blijkt dat in 2025 er voor een bedrag van € 65.310 teruggevorderd is aan bijzondere bijstand.
M&O-beleid vraagt om continu scherp zijn met elkaar. Hebben we de processen goed ingericht? Waar lopen we risico’s? Waar nemen we – omwille van dienstverlening en voorkomen bureaucratie – expliciet een risico? Jaarlijks actualiseren we de processen op dergelijke risico’s. Tegelijkertijd vraagt dit ook om een actieve frauderisicoanalyse. We hadden gepland deze in 2025 uit te voeren. Dat is helaas niet gelukt. Uitvoering staat nu gepland voor laatste kwartaal 2026. Toelichting fouten boven rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Ten aanzien van de rechtmatigheid hebben we afgesproken dat we een rapporteringstolerantie hanteren van 0,1% (zijnde €81.600) van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Afwijkingen lichten we toe in deze paragraaf en de rechtmatigheidsverantwoording.
80
Inkoop Het gaat om 5 afwijkingen (totaal € 261.543) rond inkoop waarbij we afwijken van de Europese aanbestedingsregels. De onrechtmatigheid als gevolg van inkopen niet Europees aanbesteed kent een omvang van in totaal € 0,26 mln. Deze is ontstaan als gevolg van inkopen bij drie leveranciers. Bij één leverancier hebben we zo de aanbestedingsgrens overschreden. Dit voor een waarde van € 128.535. Met de ze leverancier is inmiddels een raamovereenkomst gesloten waardoor de afname van diensten sindsdien rechtmatig verloopt. Bij een andere leverancier hebben we verschillende diensten afgenomen, waarbij één opdracht de opdrachtwaarde overschreed en bij inzet voor ander werk dit gebeurt is zonder overeenkomst. Tezamen voor een waarde van € 124.357. Bij de inzet van een derde leverancier hebben we in 2024 geen aanbestedingsprocedure gevolgd. Hierdoor is het deel van de opdracht dat in 2025 nog verricht is, onrechtmatig. Dit voor een waarde van € 8.652. Daarbij zijn er in 27 situaties afwijkingen geconstateerd van de Gids Proportionaliteit. In ons inkoopbeleid hebben we afgesproken deze als leidraad te hanteren. Vergeleken met 2024 (25 situaties) is hier in aantal een minimale stijging in te noteren. Hierin speelt mee dat we bij de beoordeling rekening moeten houden met de historie van vier voorgaande jaren. Een afwijking van de Gids telt daardoor relatief lang mee.
Ook kan een verkeerd aanbestede crediteur meerdere afwijkingen van de Gids proportionaliteit hebben. Dit als gevolg van de keuze om een crediteur op te splitsen. Bij de beoordeling moeten we wel rekening houden met deze historie. Ook zien we dat er regelmatig bij dezelfde partijen wordt ingekocht door diverse afdelingen van de gemeente. Dit kan ontstaan wanneer er met spoed iets ingekocht wordt zónder de inkoopadviseur te raadplegen. In vijf gevallen is een “position paper” opgesteld. Dit zijn gevallen die niet evident rechtmatig zijn en dus ook afwijken van de gids proportionaliteit. De opdrachten zijn in eerste instantie als onrechtmatig beoordeeld vanuit de interne controle. Op basis van aanvullende toelichtingen en onderbouwingen zijn de opdrachten daarna toch als rechtmatig beoordeeld. Als we kijken naar de waarde van de onrechtmatigheid met betrekking tot Europese aanbestedingen, zien we sterke verbetering en meer grip op inkoop dan in 2024. In 2024 kenden we nog een onrechtmatigheid van afgerond €1,2 mln. Met over 2025 een onrechtmatigheid van € 0,26mln is dat een daling van 78%. We hebben dit bereikt door de ontwikkeling van inkoop gedurende het jaar actief te monitoren. De rapportages zijn op managementniveau besproken en budgethouders zijn geïnformeerd en actief aangesproken. Ook heeft het team inkoop de zichtbaarheid vergroot.
Met ontwikkeling van een training inkoop in 2025 en aangeboden begin 2026, is het bewustzijn vergroot. Een grote slag is ook gemaakt met het proces rond inhuur. Door het inzetten van Flextender als dynamisch aankoopsysteem (DAS) hebben we op het gebied van inhuur geen onrechtmatigheid (meer). Tegelijkertijd blijft het rechtmatig inkopen een aandachtspunt. Daarop zullen we ook in 2026 blijven investeren. Dit doen we o.a. door opnieuw aanbieden van de training inkoop, periodiek monitoren van de inkoop en aanspreken van budgethouders. Juíst bij spoed, loont het om vóóraf de inkoopadviseur te betrekken. Investeringskredieten Er is sprake van een minimale overschrijding van in 2025 afgesloten kredieten van € 9.669. Dit is minimaal ten opzichte van de waarde van de (geraamde) kredieten.
81
Bevindingen en verloop kwaliteit- en interne controle Uit de interne controles maken we op dat we steeds beter "in control" komen op onze processen. Aandachtspunten blijven dat we op onderdelen nog verbeterslagen moeten doorvoeren in actueel houden van relevante documenten, volledigheid van dossiers en bewaken termijnen. In het borgen van de opvolging van de benodigde verbeteringen hebben we afgelopen een slag gemaakt door in rapportages en gesprekken expliciet maken wie wat wanneer gaat doen. Tegelijkertijd zien we dat níet alles tegelijk kan en lukt; er is veel te doen waarbij voor veel collega's focus ligt op dienstverlening aan inwoners en inhoudelijke dossiers. Soms komt het bijhouden van een dossier, doorvoeren van een verbetering of nakomen van een termijn daardoor onbedoeld in de knel. Afgelopen jaar constateerden we bijvoorbeeld: •
• •
•
Het is én blijft het een uitdaging dossiers op orde te hebben ten behoeve van naslagwerk. Bijvoorbeeld in processen van Jeugd en Wmo. We zetten in op maximale dienstverlening aan zij die het nodig hebben. Met de implementatie van Zorgned (ter vervanging van drie andere systemen) verwachten we dat het bijhouden van de administratie en volledigheid van dossier eenvoudiger is en beter wordt bijgehouden. We zien dat we soms een (wettelijke) termijn missen. Bijvoorbeeld door het niet tijdig vaststellen van subsidies of opstellen van persoonlijke inburgergingsplannen (binnen 10 weken). In 2025 is het mandaatbesluit geactualiseerd. Deze was aan actualisatie onderhevig. Veel afwijkingen van het mandaatbesluit op niveau van functionaris zijn daarmee verholpen. Desondanks hebben we in een aantal situaties en processen vastgesteld dat beschikkingen of besluiten niet door de juiste functionaris zijn ondertekend. Afgelopen half jaar is wel nadrukkelijker onze kwetsbaarheid in kennis – en daarmee juiste toepassing – van allerhande BTW en andere fiscaal-gevoelige regelingen zoals de WKR naar voren gekomen. We hebben hier aan de achterkant eenmaal per twee jaar wel een (externe) analyse op, maar we willen hierop naar de voorkant bewegen. Het “hoe” hiervan vraagt nog om uitwerking.
Interim-controle accountant 2025 en opvolging De bevindingen van de interim-controle door de accountant sluiten aan op bovenstaande hoofdlijnen. De accountant ziet investeringen in de interne controle en toename van grip op processen. Tegelijkertijd merkt de accountant o.a. op dat ze kwetsbaarheden ziet in de continuïteit van werkzaamheden in geval van vacatures en ziekte in relatie tot het grote aantal éénpitters. Ten aanzien van de jaarrekening wijst de accountant met name op het belang van een controle op de prestatielevering van kleine aanbieders van jeugd en wmo. Mede in relatie tot de kleinere marge in de fouten en onzekerheden (2% i.p.v. 3%). Een meer uitgebreide toelichting heeft uw raad ontvangen (middels raadsbrief D474574). Van de 31 aanbevelingen van de accountant uit de interim-controle hebben we inmiddels 17 afgerond en 14 zijn (nog) onderhanden. Alle punten zijn daarmee belegd en onder de aandacht. Procesverbetering Ten aanzien van procesverbetering hebben we in 2025 het inkoopproces doorgelicht. Aanleiding is dat we in periode 2022 t/m 2024 een stevige toename zagen in niet (juist) doorlopen inkoopprocedures. Inmiddels hebben we hier meer grip op. Tegelijkertijd blijft aandacht nodig voor het prestatieverklaren en het (in één keer goed) coderen van een factuur. Dit hangt o.a. samen met een goede training van budgethouders.
Deze interne training is in een nieuw jasje gestoken en start in het tweede kwartaal van 2026.
82
Afgelopen jaar hebben we ook het proces voor aanvragen van subsidies voor Welzijn, Zorg, Sport en Cultuur gedigitaliseerd. Dit betekent dat aanvragers hun documenten niet meer op papier hoeven aan te leveren of per mail, maar dat dit via het digitale portaal van de gemeente Brummen kan. De aanvraag wordt zo een workflow en direct opgenomen in ons zaaksysteem. Naast gebruikersgemak voor de aanvrager, ondersteunt deze manier van werken ons administratieve proces. Volledigheid van het dossier, bewaken van voortgang en toepassen van controle door vier-ogen-principe is zo (beter) geborgd. Ook in 2026 blijven we inzetten op procesverbetering. Dan ligt de nadruk op verbeteren van dienstverlening middels aanbieden van e-formulieren (diverse processen) en e-diensten (burgerzaken)
Personeel en Organisatie Personeel en Organisatie De gemeentelijke organisatie werkt vanuit de kernwaarden dichtbij, aandacht, samen en bewust. We hebben te maken met een arbeidsmarkt waar schaarste heerst. Daarom is het noodzakelijk om te werken aan het versterken van onze positie op de arbeidsmarkt. Wat maakt Brummen als werkgever aantrekkelijk en uniek? Focus en oplossingsrichtingen In 2025 lag de focus op het in balans brengen en prioriteren van onze ambities, met bijzondere aandacht voor het borgen van voldoende personeel met de juiste kwalificaties. We hebben stevig ingezet op arbeidsmarktcommunicatie en het stimuleren van interne doorstroom. Dit heeft geleid tot het succesvol invullen van 94% van de openstaande vacatures. Vacatures stonden gemiddeld 33 dagen open en trokken gemiddeld 11 sollicitanten. Voor specialistische functies binnen Control, Informatiebeveiliging & Privacy en Omgevingsrecht blijft de arbeidsmarkt echter krap. Vanwege het belang van tijdige invulling in relatie tot wet- en regelgeving is inhuur op deze posities noodzakelijk. Naast het versterken van onze arbeidsmarktbenadering hebben we ingezet op duurzame inzetbaarheid. Bij langdurig zieke medewerkers is gerichter gekeken naar mogelijkheden voor interne herplaatsing, wat heeft geleid tot meerdere succesvolle trajecten.
Het ziekteverzuim is gedaald met 1,79 procentpunt naar 5,74%, wat onder het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten ligt (voorlopige CBS-cijfers 2025: 6,4%). De daling van het verzuim is mede het resultaat van het toepassen van ons inzetbaarheidsbeleid, het aanscherpen van het verzuimprotocol, het scholen van coördinatoren en managers in hun rol bij de begeleiding van medewerkers en de inzet van een Praktijkondersteuner Bedrijfsarts. Formatiebegroting In maandelijkse driehoeksoverleggen tussen HR, financiën en management worden de formatie, de loonsom en inhuurkosten gemonitord. De basis hiervoor is gelegd in 2024 en is in 2025 bestendigd als sturingsmiddel voor de formatie.
83
Loonsomontwikkeling In 2025 is voor het eerste gewerkt met een concerncorrectie op de personeelslasten. Daarmee is alvast rekening gehouden met onderbesteding vanwege lagere inschaling of tijdelijke vacatureruimte. In totaal was ruim € 17 miljoen geraamd aan loonkosten. Hierop is circa € 15 miljoen aan loonkosten geboekt. Daarnaast is voor € 1,1 miljoen aan inhuur ingezet om vacatureruimte te overbruggen. Per saldo blijft er op de vaste formatieplaatsen dus € 0,9 miljoen over. Jaarlijks wordt ook een budget geraamd van € 375.000 voor vervangende inhuur bij ziekte en zwangerschap. In deze jaarstukken zien we dat de bestedingen de budgetten met circa € 400.000 overschrijden. De voornaamste oorzaak hiervan was langdurige ziekte bij het team KCC/Burgerzaken waarbij functies onbezet laten (wettelijk) geen optie is. Daarentegen is er een voordeel op de centrale raming voor WW, WAZO en ziektewet. Hierop worden onder andere de vergoedingen vanuit het UWV ontvangen. Dit maakt dat hier een voordeel van € 145.000 is behaald. Per saldo wordt dus € 255.000 overschreden op de ziektevervangingsbudgetten. In de Tweede Bestuursrapportage prognotiseerden we nog een verwachte onderuitputting van € 400.000. Met de kennis van nu blijkt dat een voorzichtige inschatting te zijn geweest. Daarnaast wordt een deel van de loonsom door de buitendienst gebruikt om werkzaamheden uit te besteden.
Onder de regel Dekking buiten de loonsom worden budgetten verstaan die niet onderdeel zijn van de loonsom, maar die wel dienen ter dekking van (tijdelijke) formatie. Voorbeelden zijn een Rijksbijdrage voor de invoering van de WOO die is gebruikt om een WOO-coördinator aan te stellen of regionale bijdragen voor de inzet van onze capaciteit. Tot slot is er een kleine € 2 miljoen besteed aan inhuur op projecten. Deze inhuur wordt los gezien van het resultaat van de loonkosten en inhuur; omdat restanten doorgaans worden verrekend met projecten of subsidies. Resultaat loonkosten en kosten van inhuur bedragen x € 1.000 Omschrijving
Begroot nw
Loonkosten Inhuur i.v.m. vacatureruimte
Werkelijk
Restant
17.005
15.003
2.001
0
1.102
-1.102
Inhuur i.v.m. ziekte en zwangerschap
375
775
-400
Centrale raming overwerk, beloningsdifferentiatie en WKR
97
0
97
Centrale raming WW/WAZO/ZW (saldo)
100
-45
145
Voorzieningen RVU, WW en Spaarverlof
250
560
-310
Verwachte onderuitputting personeelslasten
-400
0
-400
Capaciteit buitendienst ingezet t.b.v. derden
-217
0
-217
Dekking buiten de loonsom
446
-260
705
Totaal
17.655
17.136
519
Inhuur i.v.m. projecten en tijdelijke werkzaamheden
2.782
1.968
814
84
Personeelslasten en overige kerncijfers over de organisatie. bedragen x € 1.000 Omschrijving
Werkelijk 2024
Raming 2025
Werkelijk 2025
Resultaat 2025
207
251
241
10
13.565
16.753
14.763
1.991
13.773
17.005
15.003
2.001
Griffie Ambtelijke organisatie Totaal Aantal personeelsleden
192
Aantal fte.
171,1
Ziekteverzuimpercentage, totaal (excl zwangerschap)
7,53%
204 194,5
178,5 5,74%
Integriteitsbeleid De gemeente beschikt over een gedragscode integriteit. Deze gedragscode is opgenomen in het Personeelshandboek. De gedragscode is de basis en geldt als minimumkader en is aanvullend op bestaande wet- en regelgeving. In de gedragscode zijn onder andere regels opgenomen over het aannemen van geschenken, melden van nevenwerkzaamheden, gedrag in de privésfeer, et cetera. Nieuwe medewerkers en externe inhuur zijn verplicht een Verklaring Omtrent Gedrag te overleggen. Na indiensttreding wordt de ambtseed of -belofte afgenomen en uitleg gegeven over de gedragscode en het integriteitsbeleid, onderbouwd met casuïstiek. Ingehuurde personeelsleden tekenen een integriteitsverklaring. In 2025 is gewerkt aan een update van het integriteitsbeleid, deze wordt in 2026 uitgerold. Het beleid van de ambtelijke organisatie en de politieke ambtsdragers sluit daarin beter op elkaar aan. Door middel van routekaarten is inzichtelijk gemaakt waar je als medewerker en als Politieke Ambtsdrager terecht kunt voor het melden van integriteitsschendingen en (vermoeden) misstanden. Dit wanneer een kwestie niet onderling oplosbaar is of dusdanig ernstig dat van de medewerker of Politieke Ambtsdragers niet verwacht kan worden het interne gesprek hierover aan te gaan.