CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(051) Jaarstukken 2025 gemeente Brummen

Besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Jaarstukken 202531.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De aanschaf van kluizen voor het brandveilig opbergen en opladen van lithium-ion accu’s van handgereedschappen en het voorzien van auto's van een nieuw volg en traceer systeem volgde uit opvolging van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Circulariteit en afval Vanaf 2025 is een wijziging doorgevoerd in de facturering door Circulus. De ontvangen heffingen bij de milieustraten worden niet meer gesaldeerd, maar apart gefactureerd en als baten verantwoord. Door deze wijziging is er een nadeel ontstaan aan lasten van € 57.000, maar dit nadeel wordt ruimschoots gecompenseerd aan baten. In het kader van 100% kostendekkendheid worden alle lasten en baten betrokken in de berekening richting de voorziening afvalstoffenheffing. Uit de berekening komt naar voren dat we over 2025, dankzij meevallende opbrengsten het positieve resultaat van € 301.000 kunnen toevoegen aan de voorziening afvalstoffenheffing.

31

Toelichting financiële afwijkingen – Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 358.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Gemeentelijk vastgoed en gronden De opbrengst verkoop gronden valt tegen in 2025. Hier is een nadeel van € 46.000 ten opzichte van de raming. Ruimtelijke ordening In 2025 is € 160.000 aan Ligt op Groen gelden ontvangen van een aantal grote nieuwbouwprojecten. Dit is € 25.000 hoger dan geraamd bij de 2e bestuursrapportage. De bijdrages worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve Ligt op Groen (zie ook onderdeel stortingen). Openbare ruimte De opbrengst rioolheffing valt € 102.000 hoger uit dan geraamd. De werkelijke baten worden betrokken in de berekening in het kader van 100% kostendekkendheid (zie ook onderdeel lasten). De opbrengst van de nutsbedrijven voor de degeneratiekosten en leges laten een voordeel zien van € 59.000. Verder hebben we op basis van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik een vergoeding van ruim € 100.000 ontvangen over de jaren 2023 en 2024. Deze extra bijdrage wordt betrokken in de berekening in het kader van 100% kostendekkendheid afvalstoffen- en rioolheffing. Voor werknemers die in dienst zijn op basis van de participatiewet is een loonkostensubsidie ontvangen van ruim € 52.000. Deze wordt betrokken bij de loonkostenanalyse in paragraaf bedrijfsvoering.

Voor het project Groene opgave landschap zijn minder kosten gemaakt ter grootte van € 252.000, dus ook minder subsidie hier aan toe te rekenen. Het project wordt volledig gesubsidieerd (zie ook onderdeel lasten). De inkomsten vanuit begraven waren in 2025 € 50.000 hoger dan geraamd. Er zijn in totaal 55 begravingen, 12 asbus-bijzettingen en 4 as verstrooiingen geweest. Ook hebben rechthebbenden aflopende grafrechten met 10 jaar verlengd. Dat zijn iets meer handelingen en daarmee inkomsten dan de afgelopen jaren gemiddeld hebben plaats gevonden. Circulariteit en afval Vanuit het afvalfonds is ruim € 218.000 meer ontvangen dan geraamd. Dit komt grotendeels uit nabetalingen uit oude jaren ter grootte van € 177.000. Aan afvalstoffenheffing is € 335.000 meer ontvangen dan geraamd. Dit wordt voor € 225.000 veroorzaakt door geinde heffingen bij de milieustraten. Alle ontvangen bedragen worden betrokken in de berekening in het kader van 100% kostendekkendheid. Uit deze berekening komt naar voren dat er over 2025 geen onttrekking uit de voorziening hoeft plaats te vinden zoals was begroot voor een bedrag van € 336.000.

Toelichting financiële afwijkingen - Stortingen De stortingen binnen deze basistaak zijn € 25.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaak toe.

32

Bestemmingsreserve Ligt op Groen Vanuit een aantal grote nieuwbouwprojecten wordt de werkelijke opbrengst van € 160.000 gestort in deze reserve (zie ook onderdeel baten). Dit is € 25.000 hoger dan geraamd bij de 2e bestuursrapportage 2025.

Toelichting financiële afwijkingen - Onttrekkingen De onttrekkingen binnen deze basistaak zijn € 19.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Bestemmingsreserve Opvang bijzondere doelgroepen Per saldo onttrekken we afgerond € 16.000 meer uit deze reserve dan geraamd in verband met kosten van de Flexwoningen. Bestemmingsreserve Toerisme en Recreatie Op het gebied van toerisme en recreatie zijn er afgerond € 3.000 meer kosten gemaakt dan geraamd. Dit betekent dat de bestemmingsreserve meer wordt aangesproken.

33

Beleidsindicatoren BBV nr.

Benaming

Toelichting

Jaar Waarde Brummen

Lokaal Banen in recreatie en toerisme %

14

16

33

34

35

36

37

38

39

Functiemenging

Vestigingen (van bedrijven)

%

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar

Omvang huishoudelijk restafval Kg/inwoner

Hernieuwbare elektriciteit

Gemiddelde WOZ Waarde

Nieuw gebouwde woningen

Demografische druk

Gemeentelijke woonlasten eenper-soonshuishouden

Gemeentelijke woonlasten meerper-soonshuishouden

Waarde Nederland

Bron

2021

7,1%

5,8% LISA/CBS

2022

7,7%

6,4%

2023

7,8%

6,7%

2024

8,0%

6,6%

2021

46,2

53,4 LISA

2022

46,2

53,9

2023

46,5

54,3

2024

46,7

54,5

2021

146,8

165,5 LISA

2022

153,4

174,4

2023

159,9

183,1

2024

171,8

191,4

2021

103

164 CBS

2022

99

153

2023

98

148

2024

104

2019

3,4%

16,8% Klimaatmonitor RWS

2020

5,6%

22,1%

2021

11,9%

24,9%

2022

21,8%

32,5%

2022

€ 310

€ 317 CBS

2023

€ 370

€ 368

2024

€ 381

€ 378

2025

€ 391

€ 398

2021

14,2

2022

14,9

8,9 Basisregistratie adressen 9,3 en gebouwen

2023

15,3

9,1

2024

6,8

8,4

Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 2022 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 2023 65 jaar. 2024

81,3%

70,3% CBS

82,3%

70,3%

82,4%

70,4%

2025

83,5%

70,7%

2022

€ 829

€ 823 COELO

2023

€ 978

€ 860

2024

€ 1.019

€ 928

2025

€ 1.009

€ 957

2022

€ 1.056

€ 905 COELO

2023

€ 1.149

€ 942

2024

€ 1.221

€ 1.014

2025

€ 1.159

€ 1.050

%

x € 1.000

Aantal per 1.000 woningen

In Euro’s

In Euro’s

34

148

Programma 3 Sociale leefomgeving Introductie Dit programma gaat over het volgende focusgebied: •

Sociaal domein

Dit programma gaat over de volgende basistaak: •

Vitale Samenleving

Wat heeft het gekost? Bedragen x €1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025 Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Afwijking 2025

Lasten Incidenteel

-1.485

-1.330

-2.520

-1.744

775

Structureel

-35.054

-33.524

-37.433

-36.951

482

Totaal Lasten

-36.540

-34.854

-39.953

-38.695

1.257

Incidenteel

1.842

1.127

1.654

2.006

353

Structureel

7.414

6.991

7.804

8.088

283

Totaal Baten

9.256

8.119

9.458

10.094

636

-27.283

-26.735

-30.495

-28.601

1.893

Mutaties reserves

-857

-550

-1.238

-1.238

0

Totaal Stortingen

-857

-550

-1.238

-1.238

0

Mutaties reserves

68

773

880

660

-220

Totaal Onttrekkingen

68

773

880

660

-220

Bestemmingen per saldo

-789

223

-358

-578

-220

Saldo incl. bestemmingen

-28.073

-26.513

-30.853

-29.179

1.674

Baten

Saldo excl. bestemmingen Stortingen

Onttrekkingen

35

Focusgebied Sociaal domein Portefeuillehouders H. de Vroome Y. Cegerek Wat wilden we bereiken? 1. Ingaande medio 2026 is (lichte) ambulante jeugdhulp en opvoed- en opgroeiondersteuning beschikbaar als (groepsgerichte) vrij toegankelijke voorziening

Wat wilden we doen? 1. Op basis van een in 2024 ontwikkeld plan van aanpak werken we aan de implementatie zodat medio 2026 de ondersteuning als (groepsgerichte) vrij toegankelijke voorziening voor inwoners laagdrempelig en dichtbij beschikbaar is.

Stand van zaken De kadernota visie op sociale basis is in 2025 vastgesteld. Ook is het contourenplan voor de inrichting van lichte ambulante hulp en het voorveld binnen de jeugdhulp vastgesteld. Hierover is een principebesluit genomen door het college (D464858). Daarnaast is gezamenlijk gekozen voor inzet van lokale stakeholders, aangevuld met regionale expertise, om deze beweging verder vorm te geven. In 2026 ligt de focus op verdere doorontwikkeling, bestuurlijke besluitvorming en implementatie. Dit moet leiden tot een pilot waarin vrij toegankelijke voorzieningen laagdrempelig en dichtbij voor inwoners beschikbaar worden gesteld. De opbrengsten van deze pilot worden benut voor de verdere inrichting van het Licht Lokale Team, dat in 2027 live zal gaan. Wat wilden we bereiken? 2. Er is in 2025 een robuuste regionale samenwerkingsvorm (gemeenschappelijke regeling) voor de inkoop van jeugdhulp in het kader van de jeugdwet gerealiseerd

Wat wilden we doen? 2. In 2025 gaan we over tot de vorming en inrichting van een gemeenschappelijke regeling die op 1 januari 2026 in werking treedt.

Stand van zaken In 2025 is gekozen voor een Bedrijfsvoering organisatie (BVO), als vorm voor de GR. Vervolgens is een Ontwerpregeling opgesteld. Verdere inrichting vindt plaats in 2026. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is per 1 januari 2026 ingegaan, waarna de gemeenten een jaar hebben om de Gemeenschappelijke Regeling (GR) in te richten. De GR treedt, naar verwachting, op 1 januari 2027 in werking.

36

Wat wilden we bereiken? 3. We werken toe naar het gaan voldoen aan de kenmerken sociaal wijkteam overeenkomstig het convenant ‘stevige lokale teams’ zoals beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd

Wat wilden we doen? 3. We ontwikkelen een plan van aanpak om stapsgewijs te gaan voldoen aan alle kenmerken sociaal wijkteam zoals die zijn bepaald in het convenant ‘stevige lokale teams’

Stand van zaken In 2025 is een adviesnota opgeleverd met voorstellen om te voldoen aan alle kenmerken uit het convenant Stevige lokale teams. Deze kenmerken zijn verankerd in het contourenplan voor de inrichting van lichte ambulante hulp en het voorveld binnen de jeugdhulp, evenals in de ontwikkeling van het Licht Lokale Team, dat in 2027 live zal gaan. Daarnaast sluiten we aan bij het toekomstscenario Kind en Jeugd van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, met als doel het lokale team zo robuust mogelijk in te richten, met specifieke aandacht voor veiligheid en het tijdig signaleren en handelen bij complexe en onveilige situaties. Wat wilden we bereiken? 4. Armoede wordt integraal en in gezamenlijkheid door onder andere maatschappelijke partners, kerken, inwonersinitiatieven, lokale ondernemers en de gemeente bestreden

Wat wilden we doen? 4. We starten in 2025 met de implementatie van het integraal armoedebeleid. Samen met vele maatschappelijke partners, kerken, inwonersinitiatieven en lokale ondernemers werken we aan de uitvoering

Stand van zaken In 2025 is gestart met de implementatie van het integraal armoedebeleid. Verschillende nieuwe minimaregelingen zijn geïntroduceerd. Zoals het Babystartpakket, de collectieve zorgverzekering en aansluiting bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur. De introductie van de fietsregeling heeft vertraging opgelopen en volgt in 2026. Om inwoners goed te informeren over de beschikbare ondersteuning is een communicatieplan opgesteld en uitgevoerd. Onderdeel hiervan zijn brede campagnes onder de naam Brummen Steuntje. Daarnaast is de aanvraagprocedure vereenvoudigd. De uitvoeringsagenda armoede is nog niet gereed en heeft vertraging opgelopen. De verdere uitwerking hiervan loopt, in afstemming met maatschappelijk partners, door in 2026, zodat de agenda goed aansluit op de praktijk,

37

Wat wilden we bereiken? 5. Binnen de uitvoering van de Participatiewet staat de mens centraal, werken we vanuit vertrouwen en vanuit de bedoeling

Wat wilden we doen? 5. We herijken bestaande uitvoeringsregels op basis van de wijzigingen die het Rijk met het wetsvoorstel “Participatiewet in Balans” wenst door te voeren en investeren in scholing van de uitvoering Participatiewet

Stand van zaken De herijking van de bestaande uitvoeringsregels is nog niet afgerond. De Tweede Kamer heeft de Participatiewet in Balans aanzienlijk later dan voorzien vastgesteld, waardoor de beoogde herijking vertraging heeft opgelopen. Daarnaast zijn de modelstukken van de VNG pas in december 2025 beschikbaar gekomen, wat het tempo van zowel de regionale als de lokale uitwerking heeft beïnvloed. Zowel regionaal als lokaal wordt momenteel gewerkt aan de herijking van de uitvoeringsregels. De scholing ten behoeve van de uitvoering van de Participatiewet staat gepland voor het tweede kwartaal van 2026. Wat wilden we bereiken? 6. Nieuwkomers zijn welkom, spreken de Nederlandse taal, zijn ingeburgerd, doen mee, zijn zelfredzaam en werken naar vermogen

Wat wilden we doen? 6. We ontwikkelen een plan van aanpak om nieuwkomers te gaan laten inburgeren in de gemeente Brummen, zich tot zelfredzame inwoners te ontwikkelen en naar vermogen te gaan werken waardoor men in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Stand van zaken Het plan van aanpak is in ontwikkeling en wordt in 2026 afgerond. Het plan van aanpak beschrijft de wijze waarop de gemeente Brummen uitvoering geeft aan de Wet Inburgering. Samen met onze partners blijven we ons inzetten om nieuwkomers optimaal te ondersteunen op het gebied van taal en maatschappelijke integratie. Ons doel is hen zo snel mogelijk volwaardig deel te laten uitmaken van de samenleving. We hanteren daarbij de kernprincipes van de Wet Inburgering: nieuwkomers snel laten participeren in de samenleving, bij voorkeur via betaalde arbeid.

38

Wat wilden we bereiken? 7. De transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ komt tot stand door zowel regionaal als lokaal een passend ondersteuningsaanbod beschikbaar te hebben waardoor de doelgroep vaker thuis of in de eigen woonplaats kan blijven wonen

Wat wilden we doen? 7. We geven invulling aan de nieuwe regionale raamovereenkomst inkoop met 10 aanbieders waarmee we als gemeenten een strategisch partnerschap aangaan. Lokaal geven we uitvoering aan het Jaarwerkplan Beschermd Thuis 2025

Stand van zaken Per 1 januari 2025 is met het nieuwe inkoopcontract en de samenwerking met tien strategische zorgaanbieders een belangrijke stap gezet in de verdere transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis. Er zijn maatwerkvoorzieningen Beschermd Thuis ontwikkeld; de zogeheten integrale hersteltrajecten die herstel in de eigen omgeving (thuis)bieden. In Brummen zijn sinds 2025 twee locaties omgevormd naar tussenwoonvormen waar integrale hersteltrajecten worden aangeboden. Voor de lokale ondersteuningsstructuur zijn reeds ontwikkelde initiatieven verder doorontwikkeld zoals Welzijn op Recept. Ook zijn de Dorpskamers binnen Stichting Welzijn Brummen gestart. Begin december 2025 is het lokaal uitvoeringsplan Beschermd Thuis 2026-2027 vastgesteld door het college. Dit uitvoeringsplan richt zich vooral op het continueren, evalueren en verder invullen van de bestaande lokale zorg en ondersteuningsstructuur. Het, door de zorgverzekeraar goedgekeurde, regionale transformatieplan Mentale Gezondheid in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is hierin verwerkt omdat dit plan enkele verplichtingen met zich meebrengt. De raad is hierin geïnformeerd middels een presentatie in het najaar en een informatiebrief in december. Wat wilden we bereiken? 8.

Het Geheugensteunpunt in de gemeente Brummen biedt voor inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorgers een breed laagdrempelig en vrij toegankelijk ondersteuningsaanbod dat is afgestemd op de vraag en behoefte

Wat wilden we doen? 8. Op basis van de visie op de sociale basis zal een integraal uitvoeringsplan worden ontwikkeld. Hierin wordt het geheugensteunpunt meegenomen zodat zij inwoners met (beginnende) dementie en mantelzorgers goed kunnen blijven ondersteunen.

Stand van zaken Bij het opstellen van de begroting 2025 was voorzien dat de kadernota eind 2024 gereed zou zijn. Om deze reden was een uitvoeringsplan opgenomen voor 2025. De kadernota sociaal domein met een visie op de sociale basis is echter in oktober 2025 door de raad vastgesteld. Het uitvoeringsplan staat om deze reden voor 2026 in de planning. In dit uitvoeringsplan wordt het geheugensteunpunt meegenomen.

39

Het financieel verloop van het focusgebied sociaal domein Bedragen x €1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025

Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Afwijking 2025

Focusgebied sociaal domein Lasten

-29.149

-27.565

-31.575

-30.518

1.056

Baten

7.385

6.705

7.555

8.133

577

Stortingen

-582

0

-688

-688

0

Onttrekkingen

0

753

833

655

-178

Totaal Focusgebied sociaal domein

-22.346

-20.107

-23.875

-22.419

1.456

Saldo incl. bestemmingen

-22.346

-20.107

-23.875

-22.419

1.456

Toelichting financiële afwijkingen – Lasten De lasten binnen dit focusgebied zijn € 1.056.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Aan kosten van ambtelijke capaciteit is € 8.000 minder uitgegeven dan geraamd en ziet € 210.000 meer baten, cumulatief een voordeel van € 218.000. Dit wordt onder andere veroorzaakt door openstaande vacatures. Daar waar noodzakelijk, is capaciteit ingehuurd. Zie paragraaf E Bedrijfsvoering. Jeugdzorg Op de zorg in natura (ZIN) producten zien we een positief saldo van € 663.000 ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2025. De kosten van de Jeugdzorg ZIN zijn tot en met juli fors gestegen ten opzichte van 2024. Daarop zijn de verwachte uitgaven en vraag naar jeugdzorg voor de rest van het jaar geprognosticeerd. De volgende producten laten een daling zien ten opzichte van de prognose van halverwege 2025, Jeugdzorg maatwerk GGZ € 39.000, Jeugdhulp maatwerk vervoerskosten € 43.000, Jeugdhulp begeleiding € 264.000, Jeugdhulp PGB € 43.000, Jeugdhulp behandeling € 195.000, Jeugdhulp gesloten plaatsing € 60.000 en Jeugdhulp gezinsgericht € 69.000 en nog enkele kleine afwijkingen die gezamenlijk een negatief saldo van € 3.000 laten zien. In 2025 is er een start gemaakt samen met de Galan groep om de beweging van enkel geïndiceerde zorg naar een vrij toegankelijk voorveld te maken.

De opstartkosten voor dit traject zijn voldaan vanuit het budget Jeugdzorg uitvoering bestuursakkoord Rijk VNG, op deze post is € 74.000 overgebleven wat voorgesteld wordt om terug te laten vloeien naar de reserve Hervormingsagenda Jeugd om de doelen in de komende jaren te bereiken. Dit is onder andere voor de benodigde uitgaven voor het opstarten van het Licht Lokale Team en het verder inrichten van het voorveld, wat het geambieerde hoofdveld voor Jeugdzorg vragen is. Op deze manier kunnen vanuit deze structurele post en de reserve een deel van de benodigde vervolgkosten worden voldaan.

40

De doorbraakmethode is in beperkte mate ingezet, waardoor dit een voordeel van € 95.000 laat zien, de minder uitgegeven kosten zijn niet onttrokken aan de reserve. De kosten van de doorbraakmethode worden incidenteel (2025, 2026 en 2027) vanuit de reserve voldaan. Wanneer de kosten lager zijn, vindt er een lagere onttrekking plaats zodat de middelen beschikbaar blijven om de beoogde doelen te bereiken. De geraamde kosten voor jeugdhulp op scholen is conform begroting uitgegeven en hiervoor wordt er € 40.000 aan de reserve onttrokken. Bij de Innovatie en Transformatie agenda van de Jeugdzorg wat en samenwerking met de Zorgregio wordt uitgevoerd zien we een overschrijding van € 33.000. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Op de WMO maatwerkvoorzieningen zien we een positief saldo van € 145.000. Dit is onder te verdelen in lagere kosten bij de PGB hulpmiddelen € 18.000, Zorg in Natura geleverde hulpmiddelen € 117.000, maatwerk rolstoelen € 58.000 en de woonvoorzieningen laten een nadeel zien van € 49.000. De nieuwe contractvorm van de hulpmiddelen zorgt ervoor dat het grillige verloop van de kosten gedeeltelijk verdwijnt. Voorheen werden hulpmiddelen gekocht en in één keer betaald, vanaf medio 2025 is dit gewijzigd naar een huurovereenkomst waarbij de hulpmiddelen voor een looptijd van 7 jaar in maandelijkse termijnen worden voldaan.

De aanschafprijs met een opslag wordt hierdoor over een looptijd van 7 jaar verdeeld, ook is het mogelijk voor een inwoner om het hulpmiddel te wisselen wanneer dit nodig is, zonder extra hoge kosten voor een direct nieuwe aanschaf. Bij woonvoorzieningen is deze contractvorm niet mogelijk en door één benodigde woningaanpassing voor één inwoner is er een overschrijding zichtbaar. Voor begeleiding zien we een totale overschrijding van € 40.000, waarbij individuele begeleiding € 52.000 laat zien en de groepsbegeleiding een positief resultaat van € 12.000. Vervoer door PlusOV laat een positief resultaat van € 118.000 zien. Er is voor € 25.000 minder vraagafhankelijk vervoer gefactureerd en bij dagbesteding is een daling zichtbaar van € 93.000. Bij huishoudelijk hulp zien we een positief resultaat van € 84.000 onderverdeeld in zorg in natura € 80.000 en via een PGB € 4.000. Voor beschermd wonen, zien we een positief resultaat van € 398.000 ten opzichte van de begroting, het overgebleven saldo wordt meegenomen in het bestemmingsresultaat om te doteren aan de reserve Beschermd Wonen om in de toekomst voldoende middelen beschikbaar te hebben voor deze doelgroep.

41

Werk en Inkomen Bij WerkFit zien we een totaal positief resultaat van € 211.000. Dit heeft diverse oorzaken onder andere de pensionering en het overlijden van in totaal vier WSW medewerkers, de toekenning van transitievergoedingen en wazo uitkering vanuit het UWV. De totale loonkosten WSW laat van het totale voordeel Werkfit het grootste voordeel zien te weten € 182.000. De verworven ESF Subsidie in 2024 is in 2025 beperkt gebruikt, en nog nodig in 2026 voor een bedrag van € 92.000. BUIG De participatiewet uitvoeringskosten van Apeldoorn laten een voordeel zien van € 129.000. De bijstandsuitkeringen en inkomensvoorzieningen laten een negatief resultaat zien van € 1.087.000. Dit wordt veroorzaakt door een onjuiste begrotingsverwerking van de extra ontvangen middelen voor de Bijstandsuitkeringen, waarbij alleen de inkomsten zijn verhoogd en niet de kosten ook in gelijke mate zijn aangepast. Dit heeft een negatief effect van € 637.000, daarnaast is er op dit taakveld van deze specifieke uitkering al jarenlang gerekend met een positief resultaat van ca. € 400.000 waarbij de baten hoger zijn begroot dan de kosten. De werkelijkheid is inmiddels dat de kosten van de uitkeringen de inkomsten overstijgen en er een tekort ontstaan is. De bijzondere bijstand laat eveneens een negatief resultaat van € 47.000 zien. Minimabeleid Bij het minimabeleid zien we een positief saldo van € 100.000.

In september is gestart met het jeugdfonds sport en cultuur, waardoor de aanvragen pas later in het jaar op gang zijn gekomen. Specifieke uitkeringen: H21 clientondersteuning A38 Inburgeringsvoorziening (€ 33.000) A39 Onderwijsroute G2 Participatiewet rijksvergoeding (BUIG middelen)

Toelichting financiële afwijkingen – Baten De baten binnen dit focusgebied zijn € 577.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Voor ambtelijke capaciteit zijn er € 210.000 meer inkomsten ontvangen dan vooraf begroot. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) De ontvangen bijdrage vanuit de gemeente Apeldoorn ontvangen vanuit het overschot regionaal budget maatschappelijke opvang & beschermd wonen is hoger geweest in 2025 dan was voorzien. Hierdoor laat het budget incidenteel beschermd thuis een positief resultaat van € 242.000 zien. Werk en Inkomen Bij Werkfit pakken de subsidie op loonkosten en opbrengst detachering per saldo € 27.000 hoger uit dan geraamd. De ontvangen ESF gelden van afgerond € 47.000 worden in 2026 besteed. Specifieke uitkeringen: H21 clientondersteuning A38 Inburgeringsvoorziening (€ 33.000) A39 Onderwijsroute G2 Participatiewet rijksvergoeding (BUIG middelen) 42

Toelichting financiële afwijkingen - Onttrekkingen De onttrekkingen binnen dit focusgebied zijn € 178.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Bestemmingsreserve Hervormingsagenda Jeugdzorg Een onttrekking van € 112.000 ten opzichte van begroot € 220.000. Dit komt met name door de lagere kosten voor de doorbraakmethode a € 95.000 en € 13.000 minder voor inhuur van de projectleider voor het Galan groep traject. Bestemmingsreserve Opvang bijzondere doelgroepen Tijdelijke capaciteit voor inburgering onttrekking aan reserve Bijzondere Doelgroepen € 172.000 conform begroting. Begrote tijdelijke verhoogde kosten voor de Bijstandsuitkeringen in verband met opvang van meer statushouders € 371.000. Dit is € 70.000 lager dan begroot en gedaan op basis van de werkelijke afwijking tussen de rijksbijdrage en de gemaakte kosten.

43

Basistaken Vitale Samenleving Portefeuillehouders Y. Cegerek H. de Vroome Wat wilden we bereiken? 1. In de gemeente Brummen streven we samen met de schoolbesturen naar inclusiever onderwijs

Wat wilden we doen? 1. We gaan met het onderwijs en de samenwerkingsverbanden in gesprek over de beweging naar inclusiever onderwijs

Stand van zaken In december is er een "op overeenstemming gericht overleg" (OOGO) georganiseerd met verschillende schoolbesturen. Hier is besproken dat de beoogde overgang van passend onderwijs naar inclusief onderwijs in 2025 niet heeft kunnen plaatsvinden omdat de inhoudelijke invulling om te komen tot inclusief onderwijs, ter discussie staat. Voor Brummen specifiek geldt dat er vanuit schoolbesturen een gezamenlijk plan zou komen voor inclusief onderwijs, met name rondom onderwijshuisvesting. De schoolbesturen hebben aangegeven dat dit gezamenlijke plan wel is verkend, maar niet haalbaar lijkt. De gemeente is verzocht om het gereserveerde budget, voor aanpassingen aan schoolgebouwen voor inclusief onderwijs, per school te laten aanvragen. In 2026 worden nieuwe overleggen met besturen, en afzonderlijk schooldirecteuren ingepland om de mogelijkheden voor inclusiever onderwijs in Brummen nader te verkennen. Wat wilden we bereiken? 2. De doelen van de drie speerpunten in de visie sport en Bewegen en de uitvoeringsagenda worden fasegewijs in de komende 4 jaar gerealiseerd.

Wat wilden we doen? 2. We voeren de uitvoeringsagenda uit waarbij het belangrijk is om de samenwerking tussen SWB en Sportkompas te verbeteren en te versterken. En de zichtbaarheid van de gemeente te vergroten.

Stand van zaken Er zijn structurele overleggen tussen de gemeente, SWB en Sportkompas. Deze overleggen versterken de samenwerking. Het vergroten van de zichtbaarheid van de gemeente is een doorlopende activiteit waarvan het deelnemen aan de sportcafés, waar alle betrokken stakeholders elkaar ontmoeten, één van de onderdelen is.

44

Wat wilden we bereiken? 3. We realiseren de uitvoering van de uitgangspunten zoals die opgenomen zijn in de Cultuurvisie 2024 – 2034 “Cultuur verbindt ons allemaal”

Wat wilden we doen? 3. We voeren de vierjarige uitvoeringsagenda cultuur samen met de betrokken maatschappelijke partners in 2025 uit

Stand van zaken In 2025 is gewerkt aan het opstellen van het uitvoeringsplan cultuur 2026-2029: de kunst van meedoen met cultuur. Voor het opstellen van het uitvoeringsplan zijn vijf participatiebijeenkomsten georganiseerd met verschillende partijen en partners. In het uitvoeringsplan worden concrete acties benoemd waarmee de komende jaren wordt ingezet op het ondersteunen en koesteren van de vele waardevolle culturele voorzieningen die onze gemeente rijk is. Dit wordt gedaan in verbinding met onze culturele en sociaal maatschappelijke partners en de inwoners die van cultuur genieten in onze gemeente. Wat wilden we bereiken? 4. In de gemeente Brummen zijn we een inclusieve samenleving met elkaar.

Wat wilden we doen? 4. We ontwikkelen samen met ervaringsdeskundigen, inwoners, belangenbehartigers, maatschappelijke partners, maatschappelijk middenveld en de MAR een brede lokale Inclusie Agenda en geven samen met elkaar uitvoering aan de lokale Inclusie Agenda

Stand van zaken In 2025 is het kaderdocument 'Inclusie' vastgesteld, waarna gestart is met de werving van een inclusiepanel. Dit is nog niet afgerond. Het opstellen van de agenda volgt wanneer het panel is samengesteld.

Het financieel verloop van de basistaken vitale samenleving Bedragen x €1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025

Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Afwijking 2025

Basistaken Vitale Samenleving Lasten

-7.390

-7.289

-8.378

-8.177

201

Baten

1.871

1.414

1.903

1.961

59

Stortingen

-275

-550

-550

-550

0

68

20

47

5

-42

Totaal Basistaken Vitale Samenleving

-5.727

-6.405

-6.978

-6.761

218

Saldo incl. bestemmingen

-5.727

-6.405

-6.978

-6.761

218

Onttrekkingen

45

Toelichting financiële afwijkingen – Lasten De lasten binnen deze basistaak zijn €174.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Aan kosten ambtelijke capaciteit is € 35.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat niet iedere medewerker op de laatste trede van de loonschaal zit. Zie paragraaf E Bedrijfsvoering. Welzijn en cultuur Aan het Winterfonds zijn minder subsidies verstrekt dan was voorzien dit resulteert in een positieve afwijking van € 23.000. Subsidie wordt verlengd in 2026, waarmee het restant nog nodig is. Onderwijs Het leerlingenvervoer uitgevoerd door PlusOV laat een positief resultaat van € 90.000 zien. Het geïndiceerde leerlingenvervoer wat niet door PlusOV wordt uitgevoerd laat een nadeel van € 21.000 zien. De kinderopvang medische indicatie en peuter naar de voorschool laat een voordeel zien van € 26.000 en het aantal kwaliteitstoetsen binnen de kinderopvang is licht gestegen en laat een negatief resultaat van € 7.000 zien. Specifieke uitkeringen: Gala middelen H30 € 12.000 overgehouden t.o.v. de begroting dit wordt meegenomen naar 2026 IZA middelen H35B € 130.000 extra aan kosten, hier staan gelijke inkomsten tegenover zie baten GOA Voorschoolse educatie D8 € 90.000 overgehouden middelen dit meegenomen worden naar 2026

Toelichting financiële afwijkingen – Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 86.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Welzijn en cultuur De verhuur van de welzijnsaccommodaties, o.a. de multifunctionele accommodaties heeft € 18.000 meer opgeleverd. Specifieke uitkeringen: Gala middelen H30 € 15.000 minder ontvangen t.o.v. de begroting het restant van deze middelen wordt meegenomen naar 2026 via de beklemde middelen IZA middelen H35B € 133.000 extra aan inkomsten, hier staan gelijke kosten tegenover zie lasten GOA Voorschoolse educatie D8 € 53.000 minder ontvangen dit wordt meegenomen naar 2026 via de beklemde middelen.

Toelichting financiële afwijkingen - Onttrekkingen De onttrekkingen binnen deze basistaak zijn € 42.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe.

46

Bestemmingsreserve Onderwijs huisvesting De verbouwing, geplande aanpassing is nog niet opgeleverd, waardoor de kapitaallasten nog niet van toepassing zijn in 2025. Verschil van € 27.000. Bestemmingsreserve Cultuurvisie De begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve cultuurvisie heeft ten dele plaatsgevonden, omdat een deel van de activiteiten later zullen starten en incidenteel bekostigd zijn vanuit specifieke uitkeringen. Onttrekking op basis van realisatie is € 5.000 i.p.v. € 20.000 volgens de programmabegroting. Deze middelen blijven in de reserve waardoor dit langere tijd beschikbaar is voor het uitvoeren van de cultuurvisie.

Beleidsindicatoren BBV nr.

Benaming

Lokaal Gebruik Peuteropvang

17

18

19

20

21

22

23

24

Absoluut verzuim

Relatief verzuim

Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

Niet sporters

Banen

Jongeren met een delict voor de rechter

Kinderen in uitkeringsgezin

Netto arbeidsparticipatie

Toelichting

Jaar Waarde Brummen

%

2019

78%

2021

78%

2022

78%

2023

78%

2021

2,3

2022

9,4

2,7 DUO & 4,2 Ingrado

2023

4,3

6,3

2024

5,9

6,7

2021

16

2022

33

20 DUO & Ingrado 24

2023

20

27

2024

18

2021

1,6%

2022

1,4%

1,9% DUO & Ingrado 2,4%

2023

1,6%

2,3%

2024

2,4%

2,3%

2016

47,3%

2020

52,7%

48,7% GGD, CBS & 49,3% RIVM

2022

48,2%

46,4%

2024

42,0%

42,5%

Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 2021 jaar 2022

637,5

807,6 CBS & LISA

645,3

827,6

2023

659,2

839,9

2024

673,3

850,2

2020

1%

1% CBS

2021

1%

1%

2022

1%

1%

2023

1%

1%

2021

2%

6% CBS

2022

2%

6%

2023

3%

6%

Aantal per 1.000 leerlingen

Aantal per 1.000 leerlingen

% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

%

% 12 t/m 21 jarigen

Domein % kinderen tot 18 jaar

% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

47

Waarde Nederland

Bron CBS

28

2024

3%

6%

2021

70,3%

70,4% CBS

2022

72,2%

72,2%

2023

72,8%

73,1%

2024

72,6%

73,2%

BBV nr. 26

27

28

29

30

31

32

Benaming

Toelichting

Jaar Waarde Brummen

Werkloze jongeren

% 16 t/m 22 jarigen

2021

2%

2% CBS

2022

2%

1%

2023

2%

2%

2024

2%

2%

2022

143,6

297,9 CBS

2023

143,5

280,7

2024

159,7

280,4

2024

163,6

281,2

2021

118,4

197,7 CBS

2022

126,5

197,7

2023

118,1

191,5

2024

156,9

203,1

2021

13,9%

13,2% CBS

2022

14,0%

13,5%

2023

14,9%

13,9%

2024

15,5%

14,0%

2021

1,5%

1,2% CBS

2022

1,1%

1,2%

2023

1,2%

1,1%

2024

1,2%

1,0%

2021

n.b.

0,3% CBS

2022

n.b.

0,3%

2023

n.b.

0,3%

2024

n.b.

0,4%

2022

730

710 CBS

2023

720

700

2024

730

720

2025

650

660

Personen met een bijstandsuitkering

Lopende re-integratievoorzieningen

Jongeren met jeugdhulp

Jongeren met jeugdbescherming

Jongeren met jeugdreclassering

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO

Aantal per 10.000 inwoners

Aantal per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar

% van alle jongeren tot 18 jaar

% van alle jongeren tot 18 jaar

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

Aantal per 10.000 inwoners

48

Waarde Nederland

Bron

Programma 4 Financiën Introductie Dit programma gaat over de volgende basistaak: •

Bedrijfsvoering en financiën

Wat heeft het gekost? Bedragen x €1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025

Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Afwijking 2025

Lasten Incidenteel

-238

-470

-647

-503

144

Structureel

-9.663

-10.348

-10.813

-10.767

46

Totaal Lasten

-9.901

-10.818

-11.460

-11.270

190

Baten Incidenteel

0

0

0

72

72

Structureel

52.443

52.557

54.535

54.918

384

Totaal Baten

52.443

52.557

54.535

54.990

455

Saldo excl. bestemmingen

42.542

41.739

43.074

43.720

646

Mutaties reserves

-3.854

-332

-1.090

-1.069

21

Totaal Stortingen

-3.854

-332

-1.090

-1.069

21

Mutaties reserves

4.228

0

2.249

2.249

0

Totaal Onttrekkingen

4.228

0

2.249

2.249

0

Bestemmingen per saldo

374

-332

1.159

1.180

21

Saldo incl. bestemmingen

42.916

41.406

44.234

44.901

667

Stortingen

Onttrekkingen

49

Basistaken Bedrijfsvoering en financiën Portefeuillehouders J.N. Rozendaal S. van de Graaf Wat wilden we bereiken? 1. Het realiseren van de speerpunten uit de I-visie (toegankelijke en eigentijdse dienstverlening, datagedreven organisatie, voldoen aan informatiewetgeving, efficiënte organisatie).

Wat wilden we doen? 1a. We brengen de informatiehuishouding op orde door helderheid en structuur aan te brengen in informatiestromen, -processen en -systemen en we trainen medewerkers in goed informatiebeheer.

Stand van zaken In het 2025 is er verder gegaan met het op orde brengen van de informatiehuishouding . Dit mede door de introductie van changemanagement en het actualiseren van het applicatielandschap inclusief informatiestromen. We hebben aantoonbaar goede stappen gezet in het neerzetten van de basis. De belangrijkste activiteiten zijn in gang gezet en gedeeltelijk uitgevoerd, maar de doelstelling is nog niet volledig behaald. Met name op het gebied van structurele training en verdere bewustwording van medewerkers is nog aanvullende inzet nodig. De verdere uitwerking en borging hiervan vindt plaats in 2026. We verwachten daarmee de doelstelling in 2026 volledig te behalen. 1b. We zetten concrete stappen om de informatiebeveiliging en privacybeleid te professionaliseren, in lijn met BIO, NIS II en AVG.

Stand van zaken Dit is een doorlopend proces wat geen 'einde' kent. Momenteel lopen er meerdere trajecten welke bijdragen hier aan.

Het financieel verloop van de basistaken Bedrijfsvoering en financiën Bedragen x €1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025

Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Afwijking 2025

Lasten

-9.901

-10.818

-11.460

-11.270

190

Baten

52.443

52.557

54.535

54.990

455

Stortingen

-3.854

-332

-1.090

-1.069

21

Onttrekkingen

4.228

0

2.249

2.249

0

Totaal Basistaken bedrijfsvoering en financien

42.916

41.406

44.234

44.901

667

Saldo incl. bestemmingen

42.916

41.406

44.234

44.901

667

Basistaken bedrijfsvoering en financien

50

Toelichting financiële afwijkingen – Lasten De lasten binnen deze basistaak zijn € 190.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Aan kosten ambtelijke capaciteit is per saldo € 191.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door openstaande vacatures. Daarnaast zijn in programma 4 een aantal concernposten geraamd, zoals het budget voor ziektevervanging en de verwachte onderbesteding aan personeelslasten. De lasten die hier tegenover staan drukken op de verschillende programma's. Per saldo geeft dit een voordeel voor programma 4 van € 185.000. Overhead Op archiefzaken blijft € 73.000 over. Dit is voor € 54.000 een restant van het incidentele budget voor de uitvoering van de Woo. Inmiddels is een plan van aanpak gemaakt en zal uitvoering plaatsvinden in 2026. Er zal dan ook worden voorgesteld om dit budget over te hevelen. Daarnaast blijft € 19.000 aan incidenteel budget voor de digitalisering van bouwdossiers over. Dit project is nagenoeg afgerond. Bij juridische zaken was een extra budget van € 200.000 geraamd om te ondersteunen bij veelschrijvers. Hiervan blijft € 110.000 over. Dit zal worden overgeheveld naar 2026. De exploitatielasten van het gemeentehuis pakt € 70.000 lager uit dan geraamd.

Dit voordeel betreft het onderdeel energie en wordt vooral veroorzaakt door lagere kosten gas in 2025 van € 19.000 en een teruggave van € 33.000 van Liander over de afgelopen 7 jaren. Daarnaast blijft € 46.000 aan budget voor de inrichting van de raadszaal over. Het traject is stilgelegd door de raadswerkgroep. We stellen wel voor het resterende budget over te hevelen naar 2026. Op facilitaire zaken is een voordeel van € 71.000 op de drukwerkcontracten. Vanwege een goede aanbesteding zijn de kosten fors lager uitgevallen. Aan portokosten is € 35.000 meer uitgegeven dan geraamd. Er is flink meer post verstuurd vanwege het onderzoek naar de bestuurlijke toekomst, communicatie in het kader van het AZC, de verkiezingen en een aantal postrondes vanuit het sociaal domein. En er is een nadeel van € 23.000 op abonnementen en lidmaatschappen. Er zijn weinig tot geen nieuwe abonnementen afgesloten, de stijging is voornamelijk te wijten aan hoge indexaties. Op het gebied van ICT zijn er een aantal tegenvallers in 2025. Zo is er een overschrijding van het beveiligingsbudget van € 73.000. De kosten stijgen hier door de groei van data en het (incidentele) gebruik van een uitwijk-leverancier. Daarnaast is er € 40.000 extra besteed aan netwerkbeheer. Er moet onvoorzien een nieuwe externe netwerkbeheerder worden ingezet, vanwege het onverwachts wegvallen van de voormalige leverancier.

In 2025 is de implementatie van ZorgNed afgerond. Het budget wordt overschreden met € 132.000 vanwege een eindafrekening van de leverancier die niet goed was meegenomen in de raming. Op de incidentele budgetten voor uitvoering van de I-visie blijft € 157.000 over. Dit budget wordt gebruikt voor personele capaciteit, nieuwe werkplekken en beveiliging. Er zal worden voorgesteld om dit over te hevelen naar 2026. Op de budgetten van HRM is een overschrijding van € 27.000 op het opleidingsbudget. Voor het eerst sinds een aantal jaren is er meer dan geraamd uitgegeven aan vorming en opleiding. 51

De verwachte toevoeging aan de voorziening RVU, die was gemeld in de Tweede Bestuursrapportage 2025, valt € 50.000 lager uit. Daarentegen zijn er meer kosten voor uitkeringen in het kader van WW, de WAZO en de ziektewet. Hier staan deels ook baten tegenover. Ook moet er extra worden gedoteerd aan de voorziening WW. Dit is een toevoeging van € 299.000. Financiering en overige zaken De externe rentelast valt dit jaar € 31.000 lager uit dan geraamd. Ook is er een controle gedaan op de declaraties naar het BTW-compensatiefonds en de afdracht aan de fiscus voor de BTW. Per saldo moet er € 90.000 verrekend worden als gevolg van dit onderzoek. Er is een voordeel van € 20.000 op de post onvoorzien. Deze is dit jaar niet ingezet.

Toelichting financiële afwijkingen – Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 455.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Gemeentelijke belastingen De totale OZB belastingopbrengst pakt € 39.000 lager uit dan geraamd. Dit komt vooral vanuit de opbrengst voor niet-woningen. De toeristenbelasting laat een nadeel zien van € 84.000. Dit is voor de helft het gevolg van een lagere afrekening over 2024 en voor de helft een lagere verwachte opbrengst over 2025. 25% van de totale opbrengst wordt gestort in de reserve Toerisme en recreatie. Algemene uitkering gemeentefonds Ten opzichte van de slotwijziging in december laat de Algemene uitkering een voordeel zien van € 113.000. Dit is minder dan werd verwacht in de raadsinformatiebrief over de decembercirculaire 2025 (D475040). De reden hiervoor is dat één van de maatstaven met forse impact nog niet door het Rijk is bijgesteld naar de laatste stand. We verwachten dat dit in 2026 tot een extra nabetaling leidt. Financiering en overige zaken De externe rentebaten vallen dit jaar € 58.000 hoger uit. Er is dit jaar € 272.000 aan vergoedingen van het UWV ontvangen voor zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Dit wordt gebruikt om de kosten voor vervangende inhuur in dit kader te dekken. Ook is voor € 46.000 aan vergoedingen voor de WW ontvangen.

In 2025 is € 72.000 aan compensatie voor het moeten opzeggen van het contract met Gazprom ontvangen.

Toelichting financiële afwijkingen - Stortingen De stortingen binnen deze basistaak zijn € 21.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken toe. Bestemmingsreserve Toerisme en Recreatie Aan deze reserve wordt afgerond € 21.000 minder toegevoegd. Dit is 25% van de lagere opbrengst in 2025. Zie ook baten.

52

Beleidsindicatoren BBV nr. Benaming 1

2

3

4

5

Formatie

Bezetting

Apparaatskosten

Externe inhuur

Overhead

Toelichting

Jaar Waarde Brummen

Fte per 1.000 inwoners

2023

9,15 Eigen gegevens

2024

9,24

2025

8,99

2026

8,99

2023

7,66 Eigen gegevens

2024

8,19

2025

8,34

Fte per 1.000 inwoners

Kosten per inwoner

Kosten als % van totale begroting loonsom + totale kosten inhuur

% van de totale lasten

53

Bron

2026

8,12

2023

€ 856 Eigen gegevens

2024

€ 945

2025

€ 1.059

2026

€ 1.042

2023

15,5% Eigen gegevens

2024

15,7%

2025

20,7%

2026

7,4%

2023

12,8% Eigen gegevens

2024

11,8%

2025

12,3%

2026

13,9%

Paragrafen A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf worden de beleidslijnen beschreven die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Een belangrijke ontwikkeling is dat de gemeente Brummen sinds 2023 de heffing en inning van gemeentelijke belastingen en afvalstoffenheffing heeft uitbesteed aan Tribuut. Sinds 2025 doet Tribuut dit ook voor de rioolheffing. Voor de meeste inwoners heeft dat geen directe gevolgen. Het is en blijft de gemeenteraad die de diverse belastingverordeningen vaststelt. De inflatiecorrectie 2025 is gebaseerd op het indexeringscijfer voor de consumentenprijsindices (CPI) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit percentage kwam in 2025 uit op 2,8%.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaakbelastingen vallen twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen geldt, naast de eigenarenbelasting, ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2025 wordt rekening gehouden met de nieuwe waardepeildatum. De gemiddelde waardestijging over 2024 wordt in onze gemeente op 3,4% bij woningen geschat. Voor niet-woningen is de verwachting dat de waarde niet stijgt. Deze waardeontwikkeling zorgt niet voor extra inkomsten, omdat dit verrekend wordt in het tarief voor 2025. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met de jaarlijkse inflatiecorrectie, voor 2025 is dat 2,8%. Daarnaast is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten extra opbrengst van € 75.000. De totale OZB belastingopbrengst pakt € 39.000 lager uit dan geraamd. Dit komt vooral vanuit de opbrengst voor niet-woningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 7.031

54

7.199

Realisatie 2025 7.160

Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. Op basis van het Bestuursprogramma verhogen we het tarief jaarlijks met de inflatiecorrectie. in 2025 is dat 2,8%. Het tarief kwam hierdoor uit op € 2,57 per overnachting voor hotels en vakantieparken. Het tarief voor B&B's en pensions was op maximaal € 1,99 bepaald. Tot slot was het tarief voor eigen kampeermiddelen en groepsaccommodaties op € 1,54 gesteld. De totale opbrengst bestaat uit de definitieve afrekening van 2024 en de verwachte opbrengst van 2025. De definitieve afrekening over 2025 wordt pas in 2026 verzonden. De opbrengst laat een nadeel van € 84.000 zien. Dat is voor de helft te wijten aan een lagere opbrengst in 2024 en voor de andere helft van een bijgestelde verwachting van de opbrengsten over 2025. Van dit bedrag voegen we 25% toe aan de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 1.349

Realisatie 2025

1.330

1.246

Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening BI-Zone Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. De huidige verordening loopt t/m 2025. De opbrengst wordt besteed aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 575. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 48

Realisatie 2025 44

50

Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten van de afvalverwerking gedekt wordt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten worden verrekend met de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Het afval wordt ingezameld door Circulus. Het aantal ledigingen per huishouden wordt vervolgens aan Tribuut aangeleverd. Tribuut legt in 2025 een aanslag op voor de vaste bijdrage voor 2025 en een definitieve heffing op basis van het aantal ledigingen in 2024. Aan afvalstoffenheffing is € 335.000 meer ontvangen dan geraamd. Dit wordt voor € 225.000 veroorzaakt door geinde heffingen bij de milieustraten. Alle ontvangen bedragen worden betrokken in de berekening in het kader van 100% kostendekkendheid. Uit deze berekening komt naar voren dat er over 2025 geen onttrekking uit de voorziening hoeft plaats te vinden zoals was begroot voor 55

een bedrag van € 336.000. Als gevolg van de hogere inkomsten kunnen we nu € 301.000 toevoegen aan de voorziening afvalstoffenheffing. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 1.918

Realisatie 2025

1.920

2.255

Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten worden gedekt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. De voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren. Bij de berekening van de kosten is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het Programma Water en riolering inclusief de te nemen klimaatmaatregelen. Het tarief steeg met 3,5% in 2025. Vanaf 2025 wordt de rioolheffing door Tribuut geïnd. De raad heeft besloten tot een nieuwe tariefsopbouw. Het aandeel vastrecht werd hoger waardoor wij minder afhankelijk zijn van het waterverbruik voor bepaling van de inkomsten. Wel bleef het adagium 'de vervuiler betaalt' gehandhaafd. De opbrengst rioolheffing valt in 2025 € 102.000 hoger uit dan geraamd. De werkelijke baten worden betrokken in de berekening in het kader van 100% kostendekkendheid. Per saldo wordt er afgerond € 213.000 meer toegevoegd aan de voorziening rioolheffing. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 3.175

Realisatie 2025

3.443

3.545

Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, kwijtschelding, openbare reiniging, rente, btw en eventuele dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x € 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing

Afvalstoffenheffing Begroot nw

Kosten product

Rioolheffing

Werkelijk

Begroot nw

Werkelijk

1.827

1.867

2.128

-

301

43

256

1.827

2.168

2.171

2.375

Overhead op organisatiekosten

70

69

324

337

Kosten minimabeleid (taakveld 6.3)

65

5

75

-

Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)

127

99

191

149

386

386

Toevoeging aan voorziening Netto kosten taakveld (7.3/7.2)

2.119

Toe te rekenen kosten:

Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5) BTW

346

312

376

383

Totale kosten

2.436

2.654

3.523

3.630

Opbrengst heffing

1.920

2.255

3.443

3.545

180

398

80

85

Opbrengst product, excl. heffingen

56

Onttrekking aan voorziening Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2)

336

-

2.436

2.654

3.523

3.630

Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten

2.436

Dekkingspercentage

100%

2.654

3.523

100%

100%

3.630 100,0%

Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2025 een percentage van 2,8%. In de nieuwe legesverordening is rekening gehouden met de Omgevingswet. De tariefstijging bedraagt eveneens 2,8%, uitgezonderd de tarieven die het rijk vaststelt. Bedragen x €1.000 Opbrengst leges

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijz.

Realisatie 2025

Balieverkopen 608.0

380

348

Naturalisaties 608.1

23

18

20

Burgerlijke stand 608.3

93

64

102

Overige vergunningen 650.6

3

14

7

560

326

370

Bouwvergunningen en controle 612.0

392

Begraafrechten De graf- en begraafrechten zijn in 2020 verhoogd om de exploitatie van de begraafplaatsen naar verwachting per 2029 kostendekkend te krijgen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. In 2025 is dit met 2,8%. Bedragen x €1.000 Opbrengst Leges

Realisatie 2024

Baten

Begroting 2025 na wijz. 133

124

Realisatie 2025 173

Het kwijtscheldingsbeleid Tribuut voert sinds 2024 de heffing en inning van belastingen en leges voor ons uit. Ook voert Tribuut het kwijtscheldingsbeleid voor ons uit. Daardoor is het voor inwoners met een laag inkomen (100% bijstandsnorm) mogelijk om kwijtschelding bij Tribuut aan te vragen. Er wordt wel een vermogenstoets uitgevoerd. Ons beleid is in lijn met andere gemeenten binnen het werkgebied van Tribuut. Ons kwijtscheldingsbeleid is vastgesteld in de “Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024” (D4212137). Het kwijtscheldingsbeleid kent sinds 2024 zijn grondslag in de Invorderingsweg 1990. Tot 2024 verleenden wij kwijtschelding via het minimabeleid. Voor mensen die door deze overgang tussen de wal en het schip dreigen te raken, geldt een overgangsregeling. Deze loopt in 2026 af.

57

De lokale lastendruk In deze paragraaf beschrijven we de beleidslijnen die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Brummen heeft de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uitbesteed aan Tribuut. De gemeenteraad stelt die de diverse belastingverordeningen vast. Hoe verhoudt de lokale lastendruk zich ten opzichte van de omliggende gemeenten? Hiervoor vergelijken wij de cijfers van de Atlas van de Lokale Lasten 2024 van de COELO. De berekeningswijze van deze cijfers wijkt wel af van die van de gemeente zelf. Bron: Atlas van de Lokale Lasten 2024 - COELO Gemeente

Woonlasten eigenaar/bewoner

Woonlasten huurder

meerpersoonshuishouden

meerpersoonshuishouden

Apeldoorn

€ 979

€ 412

Bronckhorst

€ 1.027

€ 586

Brummen

€ 1.221

€ 616

Doesburg

€ 1.060

€ 614

Rheden

€ 953

€ 405

Voorst

€ 1.009

€ 446

Zutphen

€ 895

€ 313

Met het weergeven van de lokale lastendruk geven we aan welke belastingaanslag een gemiddeld huishouden in onze gemeente krijgt. Hierbij rekenen we een aantal algemene heffingen mee. Dit zijn de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het berekenen van een belastingaanslag is lastig omdat er geen gemiddeld huishouden bestaat. De gezinnen kunnen de hoogte van hun aanslag zelf mede bepalen door hun gedrag aan te passen. Het waterverbruik, de grootte van de container en het aantal keren dat deze geledigd wordt zijn hierbij bepalend. Om een berekening te maken moeten de volgende gegevens bekend zijn: a. Wat is de woz-waarde van de woning waarin het gezin woont; b. Is het gezin eigenaar van de woning; c. Welke containergrootte heeft het gezin voor het restafval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; d. Welke containergrootte heeft het gezin voor het gft-afval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; e. Wat is het waterverbruik van het gezin. Omdat we jaarlijks dezelfde uitgangspunten hanteren, kunnen we lokaal een vergelijking maken met voorgaande jaren. Onderdeel

2023

2024

2025

Rioolheffing (huish 4 pers, waterverbruik 150 m3)

€ 377

€ 471

€ 488

OZB-aanslag eigenaren gedeelte

€ 393

€ 410

€ 421

Afvalstoffenheffing (140 l container 8x groenafval/7x restafval)

€ 174

€ 182

€ 196

Totale aanslag

€ 944

€ 1.063

€ 1.104

Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar

4,3%

12,6%

3,9%

58

B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: • • • • •

het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is; de inventarisatie van de weerstandscapaciteit; de inventarisatie van de risico’s; de weerstandsratio de financiële kengetallen

Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. • • • • • • • •

Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen. We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie. We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn. We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen. Via de reguliere planning & control-cyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. 59

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Onderdeel

Omvang per 31-12-2025

Algemene reserve

10.083

Behoedzaamheidsreserve

1.748

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

11.831

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

Onderdeel

2025

Onbenutte belastingcapaciteit

29

Post onvoorzien

20

Totaal structurele weerstandscapaciteit

49

Toelichting onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten. Met actualisatie van de "Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing" (D464976) in najaar 2025, is dit onderdeel met ingang van 2026 géén onderdeel meer van de structurele weerstandscapaciteit. Aanleiding hiervoor is dat het feitelijk geen direct beschikbare, vrije inzetbare financiële buffer is. Het is een beleidsoptie die pas werkt als we besluiten de belastingen te verhogen. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

(bedragen * € 1.000)

Onderdeel

Jaarstukken 2024

Jaarstukken 2025

Incidentele weerstandscapaciteit

12.623

Structurele weerstandscapaciteit

580

49

13.203

11.880

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

11.831

Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hierin is ook bepaald dat de jaarlijkse risico-inventarisatie plaatsvindt bij de begroting. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie, omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting.

60

Ontwikkeling Bij het opstellen van de programmabegroting 2025, hebben we de risico-inventarisatie geactualiseerd, met een ingeschatte waarde van €3.570.000. Dit was een bijstelling (naar beneden) van de in de begroting 2024 berekende waarde van € 4.435.000. Bij het opstellen van de begroting 2026 (nov. 2025) is de waarde van de risico's opnieuw bekeken. Diverse risico's zijn in waarde (naar boven) bijgesteld. De totale waarde van de risico's voor de begroting 2026 is berekend op € 4.312.000. Dat de inschatting van de risico's in 2025 een lagere waarde kende, lag niet zozeer in een afname van risico's. Maar wél dat we van mening waren dat we met de bestaande (bestemmings)reserves en voorzieningen we voldoende middelen achter de hand zouden hebben om financiële risico's in risicovolle dossiers - zoals grondexploitaties, jeugdzorg, etc. - op te kunnen vangen. Waaronder ook de algemene reserve en de ingestelde behoedzaamheidsreserve om incidentele risico's die leiden tot kostenoverschrijdingen op te vangen. We lichten per onderdeel toe wat de ontwikkeling van het risico in 2025 is geweest ten opzichte van onze inschatting. Hieronder worden de risicogebieden met een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. (Bedragen * € 1.000) Nr. Risicogebied

1

Risico/onzekerheid

Programma Impact

RisicoVerschil Kans Risicoinschatting inschatting 2026 begroting 2026 begroting 2025 t.o.v. (*€ 1.000) (%) / jaarstukken / jaarstukken 2025 2025 2024

Informatiebeveiliging 1. Informatie en/of -systemen niet en privacybescherming toegankelijk als gevolg van brand- of waterschade, of hack

2

4

3.000 50

1.500

1.500

-

2. Onrechtmatige toegang of wijziging van gegevens en het optreden van datalekken door menselijk handelen, technische fouten of bedieningsfouten.

4

2.825 10

303

303

-

3

Calamiteiten

1. Grote calamiteit met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, dienstverlening en de leefomgeving. Denk aan pandemie, natuurbrand, treinongeluk, extreme weersomstandigheden.

1, 2

3.235 15

485

323

-162

4

Calamiteiten

2. Aansprakelijkheidsstelling bij letsel, materiële schade vervolgschade als gevolg van bijv. extremere weersomstandigheden

2

250 30

75

75

-

5

Jeugd en Wmo

Open einde regelingen

3

700 50

350

402

52

6

Algemeen

1. "Onbekende onzekerheden" zijn onzeker in hun verschijningsvorm en impact.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17032620/2