046 - Reactienota zienswijzen Weg door de Plas ong. geanonimiseerd
Tekst van het document
Zaaknummer Onderwerp
: : Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Weg door de Plas ong.”
Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan “Weg door de Plas ong”, met de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van 30 oktober 2020 voor de duur van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen, met de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Voor de volledigheid wordt hier vermeld, dat de volledige zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij het opstellen van de reactienota. Op de zienswijzen die betrekking hebben op het bestemmingsplan zal hieronder inhoudelijk worden ingegaan. De zienswijzen zijn in samengevatte vorm weergegeven.
Blz. 2
Behandeling zienswijzen Formele aspecten: Van de volgende indieners zijn met betrekking tot het bestemmingsplan zienswijzen ontvangen: Indiener 1:
Zaaknummer D345403 ontvangen op 6 december 2020
De door indiener ingediende zienswijze is binnen de gestelde termijn binnengekomen, zodat zij tijdig zijn ingediend. Overeenkomstig artikel 3.30, tweede lid jo. artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van het bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerp door een ieder naar voren kunnen worden gebracht. Een beoordeling van belanghebbendheid is om die reden niet aan de orde. Hierna wordt per indiener de zienswijze samengevat weergegeven en van een reactie voorzien.
Blz. 3
Inhoudelijke behandeling
Nr. 1 A.
Samenvatting zienswijze Indiener 1 – D345403 Tijdens de bestemmingsplan wijziging in 2018 is aangegeven maximaal 3 woningen op de percelen Weg door de plas 14, 16 en 20 toe te staan. Dit is voor ons doelbewust opgenomen en dit heeft onze voorkeur.
B.
Op Weg door de Plas 20 is een schoonheidssalon gevestigd, waardoor het aantal vervoersbewegingen richting het perceel erg is toegenomen.
C.
In het ontwerpbestemmingsplan wordt bedrijven aan huis ook mogelijk gemaakt. Dit kan een extra nadelig effect hebben op de omgeving en het aantal vervoersbewegingen.
Reactie Het gemeentelijke beleid laat alleen woningen toe in het buitengebied in het kader van rood-voor-rood. Dit beleid houdt in dat in ruil voor de sloop van agrarische opstallen een woning mag worden gebouwd. Het doel is om verrommeling van het buitengebied tegengegaan. Voorwaarde is wel dat er aan de voorwaarden in het rood-voorrood beleid wordt voldaan. Uit de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat daaraan wordt voldaan. Het toevoegen van de woning is dus in lijn met het gemeentelijk beleid Artikel 4.1 van het bestemmingsplan ‘Weg door de Plas’ maakt het mogelijk om een aan-huis-gebonden beroep en of bedrijf uit te oefenen, mits de oppervlakte maximaal 50m² van de bestaande woning wordt gebruikt. Daarnaast moet deze voldoen aan een categorie 1 of 2 uit de lijst van aan-huis-gebonden bedrijven. Een schoonheidssalon valt binnen categorie 1. De werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door de bewoner(s) van de woning Het aantal vervoersbewegingen is dus passend bij het normale gebruik van de woonbestemming. Beroepen en bedrijven gebondenaan-huis moeten benoemd zijn in het bestemmingsplan om specifiek aan te kunnen geven welke ruimte hierin wordt geboden. De gemeente Brummen heeft hierin één uniforme lijn die ook bij nieuwe bestemmingsplannen wordt doorgevoerd.
Wel is er een beperking van 50m² opgelegd om zo te zorgen dat de bedrijfsvoering ondergeschikt blijft aan de daad werkelijke bestemming ‘Wonen’. Daarnaast is ook enkel categorie 1 uit de lijst van bedrijven toegestaan. Dit is de meest lichte categorie. Ten
Aanpassing
Blz. 4
D.
In het gebied zijn naast kerkuilen ook steenuilen en vleermuizen aanwezig. De vogelsoorten staan op de rode lijst
E.
Het buurtje valt onder de ‘Groene Opgave’. Het toevoegen van een woning draagt niet bij aan het bevorderen van de landschappelijke kwaliteit.
opzichte van het huidige bestemmingsplan is op het perceel wel minder mogelijk. Gezien de voorwaarde dat de werkzaamheden alleen door de bewoner(s) zelf mogen worden uitgevoerd zal het aantal verkeersbewegingen niet enorm toenemen en nog steeds in overeenstemming zijn met de het normale aantal verkeersbewegingen behorend bij een woonbestemming met een beroep of bedrijf aan huis. Voor de beoogde ontwikkeling is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd. In deze quickscan is zowel de steenuil als de kerkuil meegenomen. Uit deze quickscan is gebleken dat door het ontbreken van afwisselende korte en verruigende vegetatie en het feit dat er geen nestplaatsen aanwezig zijn, de planlocatie ongeschikt is als nest en verblijfsplaats voor de steenuil. Wel is de open kapschuur als geschikte nest en verblijfplaats voor de kerkuil aangewezen. Hiervoor is een nader onderzoek uitgevoerd. Het aanvullende rapport heeft aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling is geen belemmering vormt voor de aanwezige flora en fauna. Het verzoek betreft een functieveranderingsprocedure. Bij deze procedure wordt de voormalig agrarische bebouwing gesloopt. Uitgangspunt hiervan is dat er een kwaliteitsverbetering in het landschap plaatsvindt. Een agrarische schuur die niet gebruikt wordt, zal in veel situaties leiden tot verval en verpaupering.
Met het gebruik van het functieveranderingsbeleid wordt leegstand van (voormalige) agrarische bebouwing tegengegaan. Voorwaarde vanuit het functieveranderingsbeleid is dat er een kwaliteitsbijdrage / impuls aan het buitengebied wordt gevraagd. In dit geval is er daarom bij de ontwikkeling ook een inrichtings- / beplantingsplan opgesteld. De groene opgave is een project waarbij de
Blz. 5
F.
6.2.1. toelichting – De onderbouwing omtrent het toevoegen van de woning is niet correct. Omwonenden zijn blij met de sloop van de schuur. Maar het toevoegen van een woning wordt niet als wenselijk gezien. Initiatiefnemers zijn langs geweest voor akkoord op dit initiatief, maar geen van allen heeft hiervoor getekend.
landschappelijke kwaliteiten en recreatieve aantrekkelijkheid van het buitengebied wordt versterkt. Dit wordt gedaan door erven en kavelgrenzen te verfraaien met streekeigen beplanting. Met deze gedachte is ook het inrichtings- en beplantingsplan opgesteld, zodat er een kwaliteitsverbetering plaatsvind op het perceel. Kortom de sloop van de agrarische opstallen en het inrichtingsplan bevorderen juist landschappelijke kwaliteit. Dank voor deze reactie, het bestemmingsplan zal op dit punt worden aangepast.
6.2.1 Omgevingsdialoog Voor het initiatief is een omgevingsdialoog gevoerd met belanghebbenden. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen besproken met de omwonenden. De reactie van de omwonenden zijn wisselend op het initiatief.
Blz. 6