04 - VNG - Lbr -21011 - Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021
Tekst van het document
Verder geldt dat decentralisaties de belangen van overheden raken. Dat kan belangenconflicten met zich meebrengen, zeker gezien de niet gelijkwaardige verhoudingen tussen het Rijk en de medeoverheden. Om dergelijke conflicten tijdig en zonder al te veel relationele en publicitaire schade op te lossen, dient een onafhankelijke interbestuurlijke geschillenbeslechting in het leven worden geroepen, die bindende uitspraken kan doen over de oplossing in een conflict en waarbij ook de koepels partij kunnen zijn. Gedurende het conflict bij de onafhankelijke interbestuurlijke geschillenbeslechting in behandeling is, kan er wel voorbereiding zijn voor de taakwijziging, maar geen daadwerkelijke taakoverdracht naar de decentrale overheid.
Versterk de uitvoeringskracht van decentrale overheden Een belangrijke reden waarom decentrale overheden niet optimaal uitvoering kunnen geven aan de aan hun toevertrouwde taken is dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
uitvoering van deze taken. In het verleden was het vrijwel vanzelfsprekend dat voorafgaand aan de overdracht van de middelen die door het Rijk aan een te decentraliseren taak werden besteed, een efficiencykorting werd toegepast. In het huidige tijdgewricht is ondertussen gebleken dat deze praktijk leidt tot het feitelijke bankroet van gemeenten. Dit gaat direct ten koste van de beoogde uitvoeringskracht. Daarom dient er nu ook nadrukkelijk aandacht te komen voor het versterken van de huidige financiële positie van decentrale overheden. Bovendien wordt in de 21ste eeuw informatie, en de deling daarvan tussen betrokken overheden, van steeds groter belang. Naast voldoende middelen moet er daarom ook getoetst worden of decentrale overheden over de voor de uitvoering van hun taak noodzakelijke informatie kunnen beschikken. Eveneens moet er aandacht voor zijn dat ze in staat worden gesteld om tijdig de daarvoor noodzakelijke systemen betrouwbaar in te richten. In de Wet op het decentraal bestuur en het daarbij behorende Beleidskader wordt vastgelegd dat voorafgaand aan de overdracht toetsing op de uitvoerbaarheid moet plaatsvinden, maar in de praktijk gebeurt dit zelden of nooit. Een belangrijk aandachtspunt in de uitvoerbaarheid betreft ook de kwestie of de betrokken overheden wel toegang hebben tot de voor de uitvoering relevante informatie.
Behalve het herbevestigen en versterken van deze afspraak uit de huidige wetgeving is er de mogelijkheid om vast te leggen dat na de invoering wordt onderzocht of er ingrepen nodig zijn, bijvoorbeeld wat de beschikbare financiële middelen betreft. In ieder geval dient de vanzelfsprekendheid van ‘efficiencykortingen’ te verdwijnen. Voortaan moet bij decentralisatie van taken de minister van BZK in overleg met de medeoverheden een reële vergoeding van de onkosten beschikbaar stellen voor de gemeenten of provincies. Door een aanpassing van de Financiële-verhoudingswet kan worden voorzien in een onafhankelijke beoordeling van de kosten die nodig zijn voor over te dragen taken. Tevens is het geboden om bij taakoverheveling een Transitiefonds in te stellen met het oog op frictiekosten. In dat verband kan ook de mogelijkheid aan de orde komen dat gemeenten of provincies via ‘eigen’ belastingen zelf in de kosten kunnen voorzien. De Afdeling Bestuursgeschillen van de Raad van State kan hierin een adviserende rol spelen. Voorts dienen vergoedingen in het kader van autonome taken of medebewindstaken met grote beleidsvrijheid zoveel als mogelijk via de algemene uitkering te worden vergoed. Dat impliceert dat het gebruik van specifieke decentralisatie-uitkeringen zoveel mogelijk moet worden vermeden. Het uitgangspunt moet hier zijn: vrij besteedbaar waar het kan, geoormerkt waar het moet.
Als laatste geldt dat bij verplicht regionaal bestuur de financiering van het Rijk naar de gemeenten gaat en van de gemeenten vervolgens naar de betreffende regio.
Versterk de dienstbaarheid aan de burgers De Wet op het decentraal bestuur heeft als oogmerk om de verhoudingen tussen bestuurslagen te versterken. Dat is geen doel op zich. Uiteindelijk wordt hiermee gestreefd naar een beter functionerende overheid, waarvan de dienstbaarheid door de overheid aan de inwoners profiteert. Juist nu is het belang daarvan gebleken, nu de overheid vanwege de COVID19-pandemie, diep ingrijpt in het leven van alle inwoners. In de Toeslagenaffaire is bovendien gebleken dat ook de overheid feilbaar kan zijn. Door de verhoudingen tussen overheden te verhelderen en de verantwoordelijkheden van elke bestuurslaag te versterken, neemt de mogelijkheid dat overheden elkaar op ieders verantwoordelijkheid aanspreken en waar nodig corrigeren eveneens toe.
Specificeer beleidscriteria voor de toedeling van taken en bevoegdheden aan decentrale overheden De praktijk van de toedeling van taken en bevoegdheden aan decentrale overheden kenmerkt zich door een sterk opportunistisch karakter. Initiatieven tot decentralisatie komen niet zelden voort uit de behoefte om op rijksniveau ervaren financiële of uitvoeringsproblemen op te lossen door deze taken simpelweg over te dragen aan andere overheden. Concrete afspraken daarover komen meestal tot stand tijdens de onderhandelingen bij kabinetsformaties. Dergelijke besprekingen worden veelal gedreven door een zekere mate van politiek opportunisme, zonder reële inbreng en betrokkenheid van de decentrale overheden. Uit de literatuur over decentralisaties zijn de nodige (zorgvuldigheids-)principes af te leiden, waar bij
10
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
overdracht van taken en bevoegdheden aan decentrale overheden recht aan moet worden gedaan. Verschillende van deze principes worden in de voorgestelde wet op het decentraal bestuur aangezet door een motiveringsplicht op te nemen waarom bij taaktoedeling voor het ene bestuurslichaam wordt gekozen en niet voor een ander. De minister van BZK wordt in dit verband de beoordelende en toetsende autoriteit. Voor taaktoedelingen aan bestuurslichamen die een algemene en rechtstreekse verkiezing kennen, wordt maatgevend dat er voldoende beleidsvrijheid wordt gerealiseerd. Als de rijksoverheid landelijke eisen wil stellen en de uitvoering (inclusief verschillen daarin) niet aan gemeenten of provincies wil overlaten, is het verstandig bij de overdracht van taken na te denken over deconcentratie als alternatief voor decentralisatie. Bovendien moet de invloed van decentrale overheden op regeerakkoorden worden verbeterd. In ieder geval kunnen gemeenten, provincies en waterschappen aan de vooravond van de kabinetsformatie in het openbaar zichtbaar maken wat ze nodig hebben om aanstaande decentralisaties te doen slagen, om zo te voorkomen dat in de formatie onrealistische afspraken worden gemaakt.
Door een door de regering vast te stellen Beleidskader decentraal bestuur − zoals voorzien in de Wet op het decentraal bestuur − kunnen de regie en de ordening van het decentraal bestuur aanzienlijk worden verbeterd. Het ontwerp voor dit Beleidskader wordt vervaardigd door de minister van BZK − in afstemming met de koepels − en het bevat criteria voor taaktoedeling, een typologie van de afzonderlijke decentrale bestuurslichamen en de koers waarin het decentraal bestuur zich zou moeten bewegen. Ter uitwerking van de normen uit de Wet op het decentraal bevat het Beleidskader tevens waarborgen voor een versterking van de decentrale autonomie, betere financiële arrangementen voor het medebewind en de daarbij horende beleidsvrijheid.
Laat de verantwoordelijkheid voor de gedecentraliseerde taken bij de direct betrokken overheden Bij de uitvoering van (al dan niet gedecentraliseerde) taken door provincies, gemeenten en waterschappen, komt het geregeld voor dat de centrale overheid, daartoe niet zelden opgeroepen door de Tweede Kamer, zich alsnog mengt in de uitvoering van het beleid. Onder meer vinden de regering of de Tweede Kamer het onwenselijk als er tussen gemeenten of regio’s verschillen ontstaan in de uitvoering. De inmenging krijgt gestalte in de vorm van het stellen van kwaliteitscriteria, de inzet van toezichtsinstrumenten of in afspraken binnen bestuursakkoorden. Dergelijke ontwikkelingen tasten de eigen verantwoordelijkheid van decentrale besturen en de nagestreefde lokale inbedding en lokale beleidskeuzen van deze taken aan. Een duidelijk uitgangspunt is en blijft daarom dat het Rijk zich niet bemoeit met de wijze van uitvoering van de gedecentraliseerde taken. Decentrale besturen zijn geen uitvoeringskantoren van het Rijk. Wel kan het Rijk informatie inwinnen over de wijze waarop decentrale besturen de taken uitvoeren en interbestuurlijk toezicht houden. Interbestuurlijk toezicht mag er echter niet toe leiden dat het Rijk via de achterdeur zich alsnog met de uitvoering gaat bemoeien.
De minister van BZK moet collega-ministers erop aanspreken als zij te veel op de stoel van het provincie- of gemeentebestuur gaan zitten of anderszins hun instrumenten ‘misbruiken’ om inbreuk te maken op de decentrale beleidsvrijheid. De minister van BZK kan de Afdeling Bestuursgeschillen om advies vragen in deze.
Versterk de positie van de decentrale volksvertegenwoordiging Een specificatie van de taaktoedeling aan decentrale overheden reikt verder dan louter het bepalen onder welke voorwaarden en uitgangspunten de overdracht aan een decentrale overheid plaatsvindt. In de huidige praktijk gebeurt dit momenteel vrijwel zonder inspraak en betrokkenheid van de decentrale volksvertegenwoordigingen; gemeenteraden, provinciale staten of het algemeen bestuur van waterschappen. Al met al is er (te) weinig aandacht voor de vraag of de algemene besturen van decentrale overheden bij taakoverdracht hun daarmee toenemende verantwoordelijkheden wel waar kunnen maken. Zowel de rijksoverheid, de betrokken koepelorganisaties en belangenorganisaties van diverse groepen decentrale bestuurders zijn momenteel actief met scholings- en ondersteuningsprogramma’s van volksvertegenwoordigers. Toch is onmiskenbaar dat deze volksvertegenwoordigers zich steeds zwaarder belast voelen. Zij worstelen met de sterk toegenomen maatschappelijke verantwoordelijkheid op diverse beleidsterreinen, de ervaren noodzaak om hun sturende en controlerende taken daarbij waar te maken en de beperkingen die deze vormen van lekenbestuur nu eenmaal met zich meebrengen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
Onder het versterken van het toezicht op de taaktoedeling valt daarom ook gedegen aandacht voor de effecten van de toenemende verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de positie en betrokkenheid van de volksvertegenwoordigers in kwestie. Er dient gerichte aandacht te zijn voor het toerusten van decentrale volksvertegenwoordigers om hun verantwoordelijkheden waar te maken.
Moderniseer de interbestuurlijke, regionale samenwerking Al decennialang spelen interbestuurlijke samenwerkingsverbanden een belangrijke rol in de uitvoering van overheidsbeleid. Aanvankelijk was het uitgangspunt dat betrekkelijk beleidsarme taken en voorzieningen in regionale samenwerking tot uitvoering konden worden gebracht. Min of meer werd daarbij voor lief genomen dat de uitvoering daarmee gedeeltelijk buiten de politieke democratie van provincie en gemeente werd geplaatst. In de huidige praktijk blijkt dat allerlei meer beleidsvolle taken eveneens in regionaal verband worden ingevuld, soms zelfs omdat dit door de rijksoverheid verplicht wordt gesteld. Bovendien geven verschillende vermeend ‘beleidsarme’ taken toch geregeld aanleiding tot veel politieke betrokkenheid, zoals tijdens de Coronacrisis blijkt met betrekking tot het functioneren van de veiligheidsregio’s. Een fundamentele bezinning op de aard en reikwijdte van het regionale bestuur is opportuun en urgent. De aansturing en het functioneren van regionale vormen van samenwerking worden keer op keer als belangrijke, en tegelijkertijd ingewikkelde uitdagingen ervaren door besturen van zowel gemeenten als provincies.
Lastige aspecten daarbij zijn de afwezigheid van een direct-democratisch legitimatie, moeizame vormen van sturing, controle en verantwoording, een aanzienlijke versnippering, zeer uiteenlopende procedures van totstandkoming, sterke financiële aansprakelijkheden − en daarmee risico’s − bij de samenwerkende overheden.
12
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl februari 2021
BUITENGEWONE ALV VNG 12 FEBRUARI 2021 “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (voorstel van het VNG bestuur aan de leden) Aanleiding Op 28 september 2020 heeft de VNG een akkoord gesloten met Belastingdienst/Toeslagen over de ondersteuning van de gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire op de vijf leefdomeinen 1. De VNG heeft de afgelopen periode meermaals Bestuurlijke Overleggen gevoerd met de staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane over de toeslagenaffaire. De VNG heeft de Tweede kamer per brief op de hoogte gesteld van haar standpunt over de brede schuldenaanpak in relatie tot de financiële compensatie aan de gedupeerde ouders. In het bericht op vng.nl van 18 januari jl. “Belastingdienst moet afzien van vorderingen getroffen ouders” 2 kondigt de VNG aan dat in de Buitengewone ALV van 12 februari a.s. een voorstel aan de leden wordt gedaan over het kwijtschelden van vorderingen van gemeenten op de gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire. De VNG heeft op 22 januari jl. nog een brief hierover aan het kabinet gestuurd 3. Standpunt VNG Het standpunt van de VNG luidt als volgt: - Dat de Belastingdienst moet afzien van zijn vorderingen is een principieel punt. Daarnaast is een bredere maatregel nodig waarbij álle (semi-)overheidsvorderingen op gedupeerde ouders worden weggestreept.
- Geef op de korte termijn de gedupeerde ouders duidelijkheid over wat er met hun schulden (welke dan ook) gebeurt. Er moet een duidelijke regeling komen voor de schulden bij publieke en private schuldeisers. Maar ook voor de vele informele schulden die gedupeerden hebben bij familie en vrienden. - Zorg ervoor dat de regeling ook recht doet aan gedupeerde ouders die hun schuld al hebben afbetaald. Zij hebben de afgelopen jaren alles in het werk gesteld om hun – onterechte – schuld aan de Belastingdienst/Toeslagen af te lossen. Ook deze ouders moeten een vorm van compensatie krijgen. - Zorg er ook voor dat de toegezegde € 30.000 compensatie daadwerkelijk bij alle gedupeerde ouders terechtkomt. - Werk de regeling van de Belastingdienst/Toeslagen gezamenlijk met de VNG/gemeenten uit. - De VNG zal gemeenten met klem oproepen de gemeentelijke vorderingen op gedupeerde ouders te laten vallen en gaat een voorstel van die strekking voorleggen aan de leden in de Buitengewone ALV van 12 februari a.s.
1 https://vng.nl/nieuws/belastingdienst-en-gemeenten-helpen-getroffen-toeslagouders 2 https://vng.nl/nieuws/belastingdienst-moet-afzien-van-vorderingen-getroffen-ouders 3 https://vng.nl/nieuws/vng-heeft-zorgen-over-herstelaanpak-kindertoeslagenaffaire
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vng.nl
Voorstel VNG bestuur Het VNG bestuur roept de leden op om: - Haar beslaglegging en dwanginvordering te stoppen op de gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire; - Haar gemeentelijke vorderingen op de gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire kwijt te schelden; - Dit te doen op het moment dat er duidelijkheid is over de strategie en het kader van álle schulden (welke dan ook) van de gedupeerde ouders4. Het VNG bestuur vraagt de leden ermee in te stemmen dat de VNG: - Met het Rijk afspraken maakt over de compensatie aan gemeenten en de uitvoeringsvraagstukken (juridisch, operationeel, ICT-technisch, gegevensuitwisseling) die aan de kwijtschelding van de gemeentelijke vorderingen ten grondslag liggen 5.
4 Daarmee voorkomen we dat niet de gedupeerde ouders, maar de private schuldeisers van de
kwijtschelding profiteren vanwege het wegvallen van de preferente positie van de gemeente. 5 Gemeenten hebben duidelijkheid nodig welke vorderingen het betreft (gemeentebelastingen, Participatiewet, kredieten) en wie de gedupeerde ouders zijn. Naast de financiële, juridische en operationele vraagstukken die hiermee samenhangen. Plus de benodigde gegevensuitwisseling om dit daadwerkelijk te kunnen realiseren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Home Brieven / Nazending Waar/ bent u naar op zoek?voor Buitengewone ALV 12 februari 2021
Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021 Brief Gerelateerde onderwerpen Over de VNG , ALV, Jaarcongres en Bestuurdersdag
vrijdag 5 februari 2021
Ledenbrief nummer Lbr. 21/011 Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.
Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden.
Volledige brief Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021
Bijlage(n) 1a Samenvatting en preadvies motie Deventer - regie op warmtetransitie feb 2021 1b Motie Deventer op warmtetransitie vng.nl maakt gebruikregie van cookies om de website gebruiksvriendelijker te maken lees onze privacyverklaring 2a Samenvatting en preadvies motie Krimpenerwaard ea vergroting gemeentefonds Sluiten
2b Motie Krimpenerwaard ea vergroting gemeentefonds 3a Samenvatting en preadvies motie Zoetermeer - gemeenten-in-nood-fonds 3b Motie Zoetermeer raden in verzet - gemeenten-in-nood-fonds 3c Bijlage bij motie Zoetermeer gemeenten-in-nood-fonds 4a Samenvatting en preadvies motie Assen ea - financiele randvoorwaarden klimaatakkoord 4b Motie gemeente Assen - financiele randvoorwaarden klimaatakkoord 5a Samenvatting en preadvies motie Lelystad - inhalen onderwijstijd preadvies 5b Motie Lelystad - verlengde onderwijstijd Bestuursvoorstel Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire Wet op het decentraal bestuur visual-wet-op-decentraal-bestuur-alv.pdf Krachtig groen herstel van Nederland
SITEMAP Onderwerpen Nieuws Agenda Producten A-Z index VNG Magazine Contact
INFORMATIE Werken bij Over ons Facebook LinkedIn Twitter Youtube
BEDRIJVEN VNG Realisatie VNG International VNG Naleving VNG Connect VNG Risicobeheer Privacyverklaring Proclaimer Toegankelijkheid VNG © 2021
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad
Datum
5 februari 2021 Kenmerk
COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoon
070 3738393 Bijlage(n)
8
Onderwerp
Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021
Samenvatting Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.
Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100085
PROD
Aan de leden
Datum
5 februari 2021 Kenmerk
COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoonnummer
070 3738393 Bijlage(n)
8
Onderwerp
Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021
Geacht college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.
Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden. In deze ledenbrief geven wij een korte toelichting op de verschillende nagekomen stukken. Deze stukken vindt u op: https://vng.nl/artikelen/agenda-en-stukken-alv-2021
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202100085
PROD
Ingediende moties en preadviezen VNG bestuur (ter besluitvorming) De volgende moties zijn ingediend en het VNG bestuur heeft hierbij een preadvies vastgesteld: 1. Motie “Regie op de Warmtetransitie” van de gemeente Deventer c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 2. Motie “Vergroting gemeentefonds” van de gemeente Krimpenerwaard c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 3. Motie “Gemeenten-in-nood-fonds” van de gemeente Zoetermeer (Raden in Verzet) Preadvies bestuur: ontraden. 4. Motie “Financiële randvoorwaarden Klimaatakkoord II” van de gemeente Assen Preadvies bestuur: overnemen. 5. Motie “Verlengde onderwijstijd voor jongeren” van de gemeente Lelystad Preadvies bestuur: overnemen. Bestuursvoorstel “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders toeslagenaffaire” (ter besluitvorming) De VNG heeft eerder aangekondigd om met een voorstel aan de leden te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen aan gedupeerden in de toeslagenaffaire. Hiervoor ontvangt u bijgaand een voorstel voor de wijze van kwijtschelding en financiële compensatie van gemeenten. Concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Waarom deze nieuwe wet? De overheden staan gezamenlijk voor grote maatschappelijke opgaven. In de praktijk kiezen ministeries in hun beleid richting de decentrale overheden vaak voor eigen arrangementen van taken, uitvoering en geld.
De overdracht van taken (bijvoorbeeld jeugdzorg) zonder de benodigde middelen heeft ervoor gezorgd dat bij veel gemeenten het water aan de lippen staat. Gemeentelijke voorzieningen verschralen en gemeenten kunnen hun inwoners niet goed meer bedienen. Om deze problemen aan te pakken en de autonomie van gemeenten te versterken werkt de VNG aan een wet om de interbestuurlijke verhoudingen beter in balans te brengen en te houden. Wat is er nodig? Om medebewindstaken in balans te laten zijn met de uitvoering en de beschikbare financiële middelen is een wettelijke rol voor de minister van BZK nodig: • De minister van BZK krijgt een Rijksbrede verantwoordelijkheid voor de inrichting van het openbaar bestuur; • De minister van BZK toetst nieuwe voorstellen van vakministers op evenwicht tussen taken, financiering en uitvoerbaarheid; • Bij verschil van inzicht komt er een vorm van onafhankelijk advies. Hoe nu verder? Met het wetsvoorstel willen we komen tot een sterkere autonomie voor decentrale overheden in combinatie met een betere financiële positie en een betere uitvoerbaarheid bij medebewindstaken. Op die manier kunnen decentrale overheden evenwichtige voorzieningen voor inwoners, bedrijven en instellingen creëren zonder dat opnieuw financiële tekorten gaan ontstaan. Inmiddels hebben
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/4
VNG-commissies en veel partijen buiten de VNG hun bijdrage aan dit wetsvoorstel geleverd. Dit laat zien dat veel anderen zich verantwoordelijk voelen voor een nog beter openbaar bestuur. Na de ALV van 12 februari blijft het wetsvoorstel richting de kabinetsformatie een dynamisch document. Het vraagstuk van de regionalisering wordt binnen de VNG nog verder uitgewerkt. Gezamenlijk pamflet Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) en VNG De drie koepels werken, net als in 2017, aan een gezamenlijke agenda richting de kabinetsformatie. Deze agenda bevat de thema’s waar gemeenten, provincies en waterschappen gezamenlijk voor aan de lat staan: wonen en leefomgeving, klimaat en energie, regionale economie (sterker de crisis uit) en digitalisering. Uiteraard moet daarbij aan de verschillende randvoorwaarden worden voldaan. Hierbij ontvangt u het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ waarin deze agenda kernachtig is verwoord. Tot slot Wij beseffen dat deze voorstellen u pas kort voor de Buitengewone ALV bereiken en zijn u bij voorbaat dankbaar voor uw inspanningen om de standpuntenbepaling in uw gemeente voor te bereiden. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Samenvatting en preadvies motie ‘regie op warmtetransitie’ Indienende gemeente(n): Deventer Ondersteunende gemeenten: Hengelo, Almere, Delft, Breda, Leeuwarden, Groningen en Eindhoven. Status motie: ondertekend Strekking van de motie: 1) Motie 2 van BALV 29/11/2019 wordt teruggetrokken 2) De motie ‘regie op warmtetransitie’ draagt het bestuur op om met het Rijk afspraken te maken om te komen tot een integrale energiewetgeving en de daarbij behorende financiering van dit integrale energiesysteem. Het doel daarvan is om een bijdrage te leveren aan de woonlastenneutraliteit. Daarbij gaat het ook om de regierol van gemeenten te borgen in de wijkaanpak. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Op de BALV van 29/11/2019 hebben de gemeenten ingestemd met het Klimaatakkoord. Op dat moment is een motie ingediend die betrekking had op de Warmtewet 2.0. Deze Warmtewet 2.0 (nu wetsvoorstel Wet Collectieve Warmtevoorzieningen) bevindt zich momenteel in een vergevorderd stadium van gereedheid. De motie die daar op betrekking had wordt nu teruggetrokken en vervangen door een motie die recht doet aan de huidige gesprekken met het ministerie van EZK en inzichten.
In de gesprekken met het Rijk benadrukt de VNG dat de energietransitie en de regievoering vanuit gemeenten gebaat zou zijn met een integraal vormgegeven energiesysteem met daaraan gekoppelde integrale wetgeving en financiering. Deze motie wordt gezien als ondersteunend aan dat traject.
Motie: Regie op de warmtetransitie De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 12 februari 2021, Constaterende •
• • •
• • •
dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen om het Klimaatakkoord uit te voeren, maar om dat ook te kunnen drie randvoorwaarden hebben gesteld: 1. haalbaar/betaalbaar voor de samenleving 2. beschikking over de juiste gemeentelijke bevoegdheden 3. vergoeding voor de uitvoeringslasten dat gemeenten voor eind 2021 Transitievisies Warmte vaststellen; dat op dit moment rond de marktordening Warmte nog veel onduidelijkheden bestaan: dat op lokaal niveau in de wijkaanpak de energietransitie niet het enige vraagstuk is en gemeenten behoefte hebben aan regelgeving van het Rijk die de samenhang van de diverse vraagstukken ondersteund; dat het draagvlak in de samenleving voor de energietransitie broos is en het Rijk en decentrale overheden gezamenlijk het belang van deze opgave actief moeten uitdragen; dat de Energiewet in consultatie wordt gebracht maar daarbij nog geen zicht is op een integrale Energiewet (warmte, (duurzame) gassen en elektra); dat bij een ongelijke ordening van vitale energie infrastructuren er een onevenredige kostenverdeling over onze inwoners plaatsvindt.
Overwegende • • • •
•
dat het bestuur van de VNG volgens het voorgelegde preadvies zorgen heeft of het Klimaatakkoord voldoet aan de eerder door u vastgestelde drie randvoorwaarden; dat er onzekerheid is of de opgetelde inspanningen van de verschillende ministeries optellen tot de doelen zoals afgesproken in het Klimaatakkoord; dat de in het KIimaatakkoord benoemde garantie van woonlastenneutraliteit veelomvattend is; dat warmtenetten een investering zijn in publieke infrastructuur voor decennia, dat het uitnodigend moeten zijn om aan te sluiten zodat de afbouw van aardgas kan versnellen, en dat dit voor elke gemeente ongeacht de omvang te realiseren moet zijn; dat de openstaande motie 2 van de BALV van 29 november 2019 (Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie) ingebed is in deze motie.
Draagt het bestuur op • •
•
in haar standpunten mee te nemen dat gemeenten met het Rijk de komende jaren willen toewerken naar wetgeving voor een integraal energiesysteem; hierover met het Rijk in gesprek te gaan (EZK, BZK en FIN gezamenlijk) om toe te werken naar een samenhangende aanpak van vraagstukken in de wijken, buurten en dorpen om hiermee de doelen van de warmtetransitie beter te borgen; Daartoe met het Rijk afspraken te maken over: o het komen tot een integrale energiewetgeving (warmte, (duurzame) gassen en elektriciteit) en met het nieuwe kabinet afspraken te maken over een spoedige realisatie daarvan; o de financiering van dit integrale energiesysteem waardoor ook een bijdrage kan worden geleverd aan invulling van het begrip woonlastenneutraliteit;
voldoende speelruimte voor gemeenten bij de realisatie van maatschappelijke opgaven in wijken, buurten en dorpen; o de regierol van gemeenten; waar, wanneer en in welke vorm de regierol van gemeenten terugkomt in de aanstaande wetgeving. Om voorts over de voortgang van de besprekingen over deze punten te rapporteren tijdens de algemene ledenvergadering van juni 2021. o
•
En gaat over tot de orde van de dag.
Namens de gemeente Deventer,
Wethouder C.J. Verhaar
De motie wordt ondersteund door: • • • • • • •
Hengelo Almere Delft Breda Leeuwarden Groningen Eindhoven
Samenvatting en preadvies motie Vergroting gemeentefonds Indienende gemeente(n): Gemeente Krimpenerwaard. Ondersteunende gemeenten: De gemeenten van de regio Midden-Holland (Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas) Status motie: definitief. Strekking van de motie: Oproep aan VNG bestuur om de positie in te nemen dat in ieder geval: 1. De opschalingskorting moet worden afgeschaft 2. Het abonnementstarief moet worden beëindigd of het nadeel gecompenseerd en 3. De gemeenten worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg zoals is aangetoond in het AEF-onderzoek. Preadvies VNG-bestuur: positief Toelichting bij preadvies: Het bestuur ziet de motie als een ondersteuning van de resolutie van de VNG inzet Kabinetsformatie. Daarin wordt de VNG inzet als volgt omschreven: “De structurele financiële tekorten die de afgelopen jaren zijn ontstaan in het sociaal domein moeten structureel worden opgelost door een verhoging van het Gemeentefonds. De opschalingskorting moet worden afgeschaft. De balans tussen taken en middelen van gemeenten moet worden hersteld.” Voor de volledigheid orde wijst het bestuur erop dat door de leden geen amendementen zijn ingediend op de tekst van de resolutie met de VNG inzet voor de kabinetsformatie.
Motie: Vergroting gemeentefonds De ALV van de VNG, in vergadering bijeen op 12 februari 2021
Constaterende, dat: Gemeenten conform de Gemeentewet, art 203, een -meerjarig- structureel en reëel begrotingsevenwicht horen te hebben; Dat de inkomsten van gemeenten gevormd worden door middelen uit het Gemeentefonds, door heffingen en door lokale belastingen; Gemeenten grote financiële tekorten hebben onder meer door tekorten op het sociale domein, de opschalingskorting, het abonnementstarief, de effecten van ‘samen de trap op en samen de trap af’; De voorgenomen herijking van het gemeentefonds weliswaar voor een aantal gemeenten de financiële problemen in ieder geval tijdelijk oplost, maar voor veel andere de financiële problemen alleen maar vergroot; Daardoor de voorzieningen voor burgers afgebroken worden;
Verzoekt het VNG bestuur de positie in te nemen dat: De positie in te nemen dat in ieder geval: 1. De opschalingskorting moet worden afgeschaft 2. Het abonnementstarief moet worden beëindigd of het nadeel gecompenseerd en 3. De gemeenten worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg zoals is aangetoond in het AEF-onderzoek.
De portefeuillehouders Financiën van de gemeenten van de regio Midden-Holland (BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas)
Namens deze
Ria Boere, Wethouder Financiën Gemeente Krimpenerwaard
Zaaknummer/ REFNUMBER Soort_document InhoudsomschrijvingOnderwerp
REFNUMBER
REFNUMBER
Samenvatting en preadvies motie “Gemeenten-in-nood-fonds” Indienende gemeente(n): Zoetermeer. Ondersteunende gemeenten: zie bijlage. Status motie: getekend. Strekking van de motie: Verzoekt het VNG bestuur om aan het kabinet over te brengen dat: 1. De gemeenten - in afwachting van de structurele verbeteringen in het gemeentefonds en naast de compensatie voor de coronaproblematiek - een extra bedrag in het gemeentefonds nodig hebben van minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022 2. De gemeenten, zolang er onvoldoende structurele financiële middelen zijn, geen nieuwe taken, ook niet de taken die nu al onderweg zijn richting de gemeenten, kunnen oppakken 3. Verder overleg met het Rijk – op alle niveaus - over nieuwe taken zal worden opgeschort, als bij de meicirculaire niet blijkt dat gemeenten voldoende middelen krijgen om de huidige taken uit te voeren, waardoor er tussen VNG en Rijk uitsluitend nog gesproken kan worden over de onderwerpen die van belang zijn voor de kabinetsformatie. Preadvies VNG-bestuur: ontraden Toelichting bij het preadvies De strekking van de motie is grotendeels in lijn met de resolutie VNG inzet voor de kabinetsformatie. Ook daarin staan het oplossen van structurele financiële tekorten en de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering van taken centraal.
Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan kunnen gemeenten niet alle overeengekomen ambities waarmaken. Bindende afspraken over de financiën zijn dan ook een harde voorwaarde om met een nieuw kabinet tot inhoudelijke afspraken te kunnen komen. De VNG heeft grote waardering voor de betrokkenheid en inzet van het comité Raadsleden in Verzet en van raadsleden in het hele land. Het bestuur zou de huidige motie graag overnemen, maar kan de motie in de huidige formulering op twee punten niet overnemen. Ten eerste vraagt de motie, in afwachting van een oplossing voor de structurele financiële tekorten, om compensatie voor de jaren 2021 en 2022. Daarbij worden concrete bedragen van “minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022”. Het bestuur beschouwt het noemen van harde bedragen in dit stadium als voorbarig. Voor de bepaling van concrete (minimale) bedragen zijn, naast de opschalingskorting, met name de gesprekken over de uitkomsten van de recent afgeronde en nu lopende artikel 2-onderzoeken door het Rijk (zoals met betrekking tot het Klimaatakkoord en de Omgevingswet, daarnaast het onderzoek jeugd) leidend. Die gesprekken gaan niet alleen over geld, maar ook over instrumenten en regelgeving om de kosten te beheersen. De VNG houdt de leden over deze onderzoeken op de hoogte.
Ten tweede acht het bestuur de oproep om het overleg met het Rijk over nieuwe taken op alle niveaus op te schorten als in de meicirculaire onvoldoende middelen worden vrijgemaakt, niet in het belang van gemeenten. De VNG is dan op belangrijke terreinen niet in staat om op te komen voor de belangen van gemeenten en om te komen tot concrete oplossingen voor urgente vraagstukken. Wat de beoordeling van de meicirculaire betreft merkt het bestuur op dat deze in de
regel eind mei of begin juni verschijnt. Dat stelt het bestuur in staat om de leden richting de ALV van 16 juni a.s. te informeren over de inhoud van de meicirculaire en de gevolgen ervan voor de gemeenten. De leden kunnen zich op dat moment zelf uitspreken over de mate waarin de meicirculaire tegemoet komt aan hun verwachtingen en de verdere inzet van de VNG richting Prinsjesdag en in de kabinetsformatie bepalen. Als de indieners bereid zijn om het VNG bestuur op deze twee punten tegemoet te komen, zal het bestuur de motie graag alsnog van harte overnemen.
De volgende gemeenten dienen de motie Gemeenten-in-nood-fonds mede in: Stadskanaal Beesel Barendrecht Haaksbergen Medemblik Blaricum Hillegom Bergen op Zoom Druten Harderwijk Olst-Wijhe Lisse Mook en Middelaar Opsterland De Fryske Marren Laren
(Deze lijst met mede-indieners wordt naar verwachting nog aangepast.)
Samenvatting en preadvies motie ‘financiële randvoorwaarden klimaatakkoord II’ Indienende gemeente(n): Assen Ondersteunende gemeenten: Groningen, Nijmegen, Sittard-Geleen, Almelo, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Breda, Deventer, Haarlemmermeer, Arnhem, Eindhoven, Gouda, Heerlen, Zwolle, Delft, Almere, Hengelo, Hoorn, Lelystad, Oss, Haarlem, Roosendaal, Schiedam, Tilburg, Almelo, Venlo, Maastricht, Zaanstad Status motie: definitief en ondertekend Strekking van de motie: Gelet op de inzet van gemeenten op het Klimaatakkoord en de bevindingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de decentrale uitvoeringslasten, wordt het bestuur opgedragen: o.b.v. het ROB-rapport met het rijk in gesprek te gaan over reële/volledige compensatie van de uitvoeringslasten; het onderwerp mee te nemen in de kabinetsonderhandelingen; de uitkomsten vast te leggen in een bestuurlijk akkoord; aandacht te behouden voor de kosten van andere partijen en de noodzaak van deugdelijke wet- en regelgeving. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Op de buitengewone ALV van 30 november 2018 hebben de leden drie randvoorwaarden gesteld om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Kort samengevat: 1. het Klimaatakkoord moet haalbaar/betaalbaar zijn voor de samenleving; 2. gemeenten moeten beschikken over de juiste bevoegdheden; 3.
gemeenten moeten een vergoeding krijgen voor de toename in uitvoeringslasten. Het bestuur heeft eerder toegezegd te werken aan de invulling van de randvoorwaarden. Het ROBrapport draagt hieraan bij, omdat het inzichtelijk maakt hoe hoog de gemeentelijke uitvoeringslasten precies zijn. Inzicht in de hoogte van de uitvoeringslasten is een eerste stap, maar daarmee zijn de middelen nog niet geregeld. De VNG zal dan ook in overleg gaan met het kabinet om ervoor te zorgen dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Bekostiging van andere partijen krijgen hierbij aandacht, in het bijzonder ondersteuning van de uitvoering via nationale programma’s voor in ieder geval Gebouwde Omgeving en de Regionale Energiestrategieën. In lijn met het eerdere besluit van de leden blijft bovendien gelden: „Als op termijn onvoldoende aan randvoorwaarden wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren”.
Aan: Van: Datum: Onderwerp:
Bestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Karin Dekker, wethouder Duurzaamheid gemeente Assen 1 februari 2021 Motie Buitengewone ALV 12 februari 2020
Motie: financiële randvoorwaarden klimaatakkoord II
De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 12 februari 2021, Constaterende dat:
gemeenten veel werk verrichten om Nederland duurzamer te maken. met het klimaatakkoord er een ambitieus plan ligt om Nederland verder te verduurzamen, waar wij positief tegenover staan. gemeenten daarin een belangrijke regierol zowel regionaal, lokaal, als op wijk- en dorpsniveau willen en kunnen spelen, maar dat dit extra uitvoeringskosten met zich meebrengt. de gemeentelijke financiële positie, zoals bekend, zorgelijk is en daarom deze regierol en daarmee de gehele energietransitie, in gevaar komt. in het Klimaatakkoord daarom de afspraak is gemaakt dat onder regie van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) een ‘artikel 2-onderzoek’ wordt uitgevoerd.
Overwegende dat:
de uitkomsten van dit onderzoek een goed onderbouwd en helder beeld geven van de uitvoeringskosten voor gemeenten van het klimaatakkoord, liggend tussen de vijfhonderd miljoen en één miljard euro per jaar. dat reële en volledige compensatie van die kosten nodig is om gemeenten hun regierol te kunnen laten vervullen en om ons gezamenlijke doel te bereiken: een duurzamer Nederland. maar: als er verder niemand op het toneel staat is het moeilijk om het klimaatakkoord te regisseren voor gemeenten. Als huishoudens, netwerkbedrijven, corporaties, bedrijven etc. niet een handelingsperspectief hebben voor de investeringen dan is regie niet aan de orde.
Draagt het VNG bestuur op:
op korte termijn met het Rijk in gesprek te gaan over de reële en volledige compensatie van de uitvoeringskosten waar gemeenten zich mee geconfronteerd zien; en daarbij het ‘artikel 2-onderzoek’ als feitelijke basis te gebruiken. erop in te zetten dat de uitkomsten hiervan in een bestuurlijk akkoord tussen Rijk en gemeenten worden vastgelegd.
er actief voor te lobbyen dat dit onderwerp wordt ingebracht in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. daarin ook nadrukkelijk aandacht te houden voor uitvoeringskosten voor andere partijen bij het Klimaatakkoord en deugdelijke wet en regelgeving die dat mogelijk maakt, zodat gemeenten daadwerkelijk hun regierol kunnen pakken in opgaven die op hen afkomen.
En gaat over tot de orde van de dag. Namens burgemeester en wethouders van gemeente Assen
Karin Dekker Wethouder Duurzaamheid Assen
De motie wordt ondersteund door:
Groningen Nijmegen Sittard-Geleen Almelo Alphen aan den Rijn Amersfoort Breda Deventer Haarlemmermeer Arnhem Eindhoven Gouda Heerlen Zwolle Delft Almere Hengelo Hoorn Lelystad
Oss Haarlem Roosendaal Schiedam Tilburg Almelo Venlo Maastricht Zaanstad Zoetermeer Helmond
Samenvatting en preadvies motie: Inhalen verloren onderwijstijd Indienende gemeente(n): Lelystad, Almere, Dronten, Groningen, Hilversum, Noordoostpolder, Urk. Ondersteunende gemeenten: Haarlem, Hengelo en Zaanstad. Status motie: getekend. Strekking van de motie: Draagt het VNG bestuur op: - Bij de voorbereiding op de kabinetsformatie financiële ruimte te claimen voor iedere jongere om de verloren onderwijstijd in de coronaperiode in te halen voor de periode september 2021september 2024 - De hierbij behorende additionele middelen ter beschikking te stellen aan de lokale overheden zodat de lokale overheden in staat worden gesteld regie te voeren en er boven de grenzen van de lokale schoolbesturen invulling kan worden gegeven aan de verlengde onderwijstijd. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting: Voor de korte en middellange en lange termijn lopen voeren wij overleggen met het ministerie van OCW. Dit moet leiden tot een “Nationaal plan onderwijs na Corona” met als doel dat alle achterstanden als gevolg van Corona uiterlijk in 2028 zijn ingelopen. Inzet van die gesprekken is dat de rol van gemeenten in dat Nationale plan wordt herkend en erkend. Onderdeel daarvan is dat gemeenten voldoende middelen krijgen om hun rol om de lokale samenwerking te versterken en verdiepen kunnen pakken.
Voor zover nog in de huidige Kabinetsperiode (financiële) beslissingen voor de langere termijn worden genomen zullen wij de motie uiteraard naar de geest interpreteren en hieraan nu al uitvoering geven. Voor de inbreng van de VNG voor de kabinetsformatie zijn de eerder vastgestelde vier sporen leidend. De inzet gericht op inhalen van onderwijsachterstanden kan worden ondergebracht in het derde spoor (“aanbod aan het nieuwe kabinet”), gecombineerd met een structureler aanbod betreffende de rol van gemeenten bij het bestrijden van de onderwijsachterstanden (ook die pre,en post corona).
1.2.2021 De buitengewone algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bijeen op 12 februari 2021. Constaterend dat Jongeren in hun ontwikkeling in de hele onderwijsketen hard getroffen worden door de coronamaatregelen in het onderwijs. Jongeren in 2020 en 2021 minder effectieve onderwijstijd genieten om hun talenten te ontplooien waardoor het risico voor onderprestatie of prestatiedruk ontstaat. Er grote inspanningen zijn geweest van de mensen in en rond het onderwijs om jongeren tijdens de coronapandemie via nieuwe oplossingen toch onderwijs te kunnen bieden. Er desondanks kinderen achterop zijn geraakt en deze achterstand niet meer zonder extra inspanningen bovenop het reguliere lesprogramma kunnen inhalen. Het kabinet € 244 miljoen heeft vrijgemaakt voor het organiseren van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s in de periode van de zomervakantie 2020 tot aan de zomervakantie 2021. Lokale overheden samen met de onderwijsbesturen die actief zijn in hun gemeente, in staat zijn om het totale overzicht te verkrijgen op de achterstanden in hun gemeente en additionele middelen vanuit dat totaaloverzicht gericht kunnen inzetten. Overwegend dat Jongeren de kans moeten krijgen om de verloren onderwijstijd in te halen. Jongeren deze achterstand niet binnen het reguliere lesprogramma kunnen inhalen.
Er ook de aankomende drie schooljaren extra geld nodig is voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om invulling te geven aan de verlengde onderwijstijd. Draagt het VNG bestuur op zich hard te maken om Bij de voorbereiding op de kabinetsformatie financiële ruimte te claimen voor iedere jongere om de verloren onderwijstijd in de coronaperiode in te halen voor de periode september 2021september 2024. De hierbij behorende additionele middelen ter beschikking te stellen aan de lokale overheden en onderwijsbesturen samen, zodat zij in goed onderling overleg, onder regie van de lokale overheden, in staat worden gesteld invulling te geven aan de verlengde onderwijstijd. En gaat over tot de orde van de dag Namens het college van de gemeente Lelystad
Henry Meijdam Burgemeester gemeente Lelystad
Madelon van Noort Wethouder Onderwijs gemeente Lelystad Wordt mede ingediend door de volgende gemeentes:
Roelie Bosch Wethouder Onderwijs gemeente Almere
Peter van Bergen Wethouder Onderwijs gemeente Dronten
Carine Bloemhoff Wethouder Onderwijs gemeente Groningen
Annette Wolthers Wethouder Onderwijs gemeente Hilversum
Hans Wijnants Wethouder Onderwijs gemeente Noordoostpolder
Nathanael Middelkoop Wethouder Onderwijs gemeente Urk
Wordt ondersteund door: Gemeente Haarlem Gemeente Hengelo Gemeente Zaanstad
Wet op het decentraal bestuur ter aanvulling, schrapping of wijziging van de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapswet.
(Dit is de publieksversie. De versie met uitgebreide artikelsgewijze toelichting is te vinden op https://vng.nl/ artikelen/spoor-2-wet-decentraal-bestuur) Wet van (…), houdende regels inzake toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen (Wet op het decentraal bestuur) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te komen tot algemene beginselen van toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen, mede ter uitvoering van de artikelen 124, 133 tot en met 135 van de Grondwet; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 0 In deze wet wordt verstaan onder: a Onze Minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b Decentrale bestuurslichamen: de gemeenten, de provincies, de waterschappen en de bij gemeenschappelijke regeling ingestelde openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen voor zover zij bij of krachtens de wet verplicht zijn ingesteld; en overige bestuurslichamen die zijn belast met decentrale taakstellingen en bevoegdheden.
Artikel 1 Lid 1: De regering voert een algemeen rijksbeleid met betrekking tot de decentrale bestuurslichamen. Dit beleid wordt vastgelegd in een Beleidskader decentraal bestuur. Onze Minister stelt − in afstemming met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren − een ontwerp daarvoor vast. Lid 2: Onze Minister is belast met de coördinatie van het rijksbeleid dat de decentrale bestuurslichamen raakt en met de zorg voor de toepassing en naleving van het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur Lid 3: Over maatregelen en voornemens die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen treden Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen en voornemens tot stand komen in een vroegtijdig stadium in overleg met Onze Minister. Lid 4: Onze Minister maakt bedenkingen kenbaar tegen een maatregel of een voornemen voor zover hem die maatregel of dat voornemen met het oog op het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur niet toelaatbaar voorkomt. Lid 5: Voorstellen voor maatregelen die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen vanwege Onze Ministers worden medeondertekend door Onze Minister.
Artikel 2 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, stelt de betrokken colleges of een instantie die voor deze representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, ontwerpen van ministeriële regeling, of ontwerpen van provinciale verordening waarbij: a van de gemeentebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, of
2
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de gemeentebesturen. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de gemeenten en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken colleges of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt. Lid 4: Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de algemene besturen van de waterschappen.
Artikel 3 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat stelt de betrokken gedeputeerde staten of een instantie die voor hen representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, of ontwerpen van ministeriële regeling waarbij: a. van de provinciebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de provinciale besturen, of c. de financiën van de provincies in betekenende mate zijn betrokken. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de provincies en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken gedeputeerde staten of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt.
Artikel 4 Lid 1: Onze Minister bevordert de decentralisatie naar provincies en gemeenten en de daarbij horende beleidsvrijheid. Lid 2: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken hebben Onze Ministers wie het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister op welke wijze aan deze beleidsvrijheid inhoud en vorm zal worden gegeven. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken en waarbij in een geringe beleidsvrijheid is voorzien, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht op welke gronden is gekozen voor taaktoedeling aan provincie of gemeente en niet aan andere decentrale bestuurslichamen of voor een vorm van deconcentratie. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.
Artikel 5 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister de in art. 124 lid 1 Grondwet gevestigde autonomie van provincie en gemeente. Onder autonomie wordt verstaan dat voor provincies en gemeenten de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen wordt overgelaten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3
Lid 2: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitoefening van de autonome taakstelling, zoals omschreven in lid 1, voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincie en gemeente. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot een beperking van de autonomie van provincies en gemeenten, zoals omschreven in lid 1, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.
Artikel 6 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitvoering van taken in medebewind voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincies, gemeenten, waterschappen en regionale bestuursvormen. Onder medebewind wordt verstaan dat regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden gevorderd bij of krachtens de wet. Lid 2: Bij toepassing van artikel 2, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister bedenkingen kenbaar maken indien de voorgeschreven toelichtingen van Onze Ministers strijdig zijn met het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 2 Financiële-verhoudingswet Lid 1: Indien beleidsvoornemens vanwege het Rijk of vanwege Europese regelgeving leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies, gemeenten of waterschappen, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies, gemeenten of waterschappen zijn. De financiële gevolgen worden onderbouwd door een onafhankelijke partij. Bij het betreffende onderzoek wordt de opzet van dit onderzoek afgestemd met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren. Na de effectuering van de beleidsvoornemens wordt getoetst of de financiële gevolgen bij aanvang voldoende in kaart zijn gebracht. Via een Transitiefonds kunnen bij taaktoedelingen financiële fricties worden voorkomen. Lid 2: Onverminderd het bepaalde in de artikelen 110, vijfde lid, 119, vierde lid en 120, tweede lid, worden de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste lid, voor zover zij ten laste van de betrokken gemeenten blijven, door het Rijk aan hen vergoed. Onze Ministers dragen via de fondsbegroting zorg voor het opvangen van de financiële gevolgen, tenzij kan worden aangetoond dat een andere bekostigingswijze beter past.
Bij een andere bekostigingswijze geeft men nauwkeurig onderbouwd aan waarom deze bekostigingswijze reëel is om de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Voor waterschappen wordt, indien hier aanleiding toe bestaat, op andere wijze in een vergoeding voorzien.
Artikel 7 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur doen het college onderscheidenlijk het waterschapsbestuur desgevraagd mededeling van hun standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat doet gedeputeerde staten desgevraagd mededeling van zijn standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.
4
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Artikel 8 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur bieden het college en het waterschapsbestuur desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat biedt gedeputeerde staten desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.
Artikel 9 Lid 1: Over al hetgeen de provincie betreft dienen gedeputeerde staten Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de commissaris van de Koning wordt verlangd. Lid 2: Over al hetgeen de gemeente betreft dient het college Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de burgemeester wordt verlangd. Lid 3: Over al hetgeen het waterschap betreft dient het dagelijks bestuur Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij zij dit uitdrukkelijk van het algemeen bestuur wordt verlangd. Het verzoek om bericht en raad door een van Onze Ministers geschiedt, evenals in dat geval het dienen van bericht en raad, door tussenkomst van gedeputeerde staten, tenzij het enkel het verschaffen van feitelijke informatie betreft.
Artikel 10 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur worden de gevallen geregeld waarin gedeputeerde staten verplicht zijn tot het verstrekken van systematische informatie aan Onze Minister wie het aangaat. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet of de algemene maatregel van bestuur. Lid 2: Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, na overleg met Onze Minister, kan worden bepaald dat in die maatregel te omschrijven gegevens ten behoeve van statistische doeleinden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt. Lid 3: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere algemene regels gesteld. Lid 4: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan, alsmede omtrent de verstrekking en inwinning van incidentele informatie, wordt, voor zover dat niet bij wet geschiedt, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoe de financiële gevolgen van de verplichting tot informatieverstrekking worden gecompenseerd. Lid 5: De voordrachten voor de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het derde en het vierde lid, worden gedaan door Onze Minister.