CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - VNG - Lbr -21011 - Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken22.083 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Archived: maandag 8 februari 2021 08:21:47 From: VNG Sent: vrijdag 5 februari 2021 16:10:01 To: Gemeente Brummen Subject: Lbr. 21/011 - Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021 Sensitivity: Normal

Lees online

| Gegevens wijzigen

Lbr. 21/011 - Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021 5 februari 2021

Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden. Volledige brief en bijlagen

Contact

Afmelden Gegevens wijzigen

Dit bericht is verzonden door de VNG. Lees onze proclaimer.

vng.nl

Home Brieven / Nazending Waar/ bent u naar op zoek?voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021 Brief Gerelateerde onderwerpen Over de VNG , ALV, Jaarcongres en Bestuurdersdag

vrijdag 5 februari 2021

Ledenbrief nummer Lbr. 21/011 Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden.

Volledige brief Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Bijlage(n) 1a Samenvatting en preadvies motie Deventer - regie op warmtetransitie feb 2021 1b Motie Deventer op warmtetransitie vng.nl maakt gebruikregie van cookies om de website gebruiksvriendelijker te maken lees onze privacyverklaring 2a Samenvatting en preadvies motie Krimpenerwaard ea vergroting gemeentefonds Sluiten

2b Motie Krimpenerwaard ea vergroting gemeentefonds 3a Samenvatting en preadvies motie Zoetermeer - gemeenten-in-nood-fonds 3b Motie Zoetermeer raden in verzet - gemeenten-in-nood-fonds 3c Bijlage bij motie Zoetermeer gemeenten-in-nood-fonds 4a Samenvatting en preadvies motie Assen ea - financiele randvoorwaarden klimaatakkoord 4b Motie gemeente Assen - financiele randvoorwaarden klimaatakkoord 5a Samenvatting en preadvies motie Lelystad - inhalen onderwijstijd preadvies 5b Motie Lelystad - verlengde onderwijstijd Bestuursvoorstel Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire Wet op het decentraal bestuur visual-wet-op-decentraal-bestuur-alv.pdf Krachtig groen herstel van Nederland

SITEMAP Onderwerpen Nieuws Agenda Producten A-Z index VNG Magazine Contact

INFORMATIE Werken bij Over ons Facebook LinkedIn Twitter Youtube

BEDRIJVEN VNG Realisatie VNG International VNG Naleving VNG Connect VNG Risicobeheer Privacyverklaring Proclaimer Toegankelijkheid VNG © 2021

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

5 februari 2021 Kenmerk

COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

8

Onderwerp

Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Samenvatting Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100085

PROD

Aan de leden

Datum

5 februari 2021 Kenmerk

COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

8

Onderwerp

Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Geacht college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden. In deze ledenbrief geven wij een korte toelichting op de verschillende nagekomen stukken. Deze stukken vindt u op: https://vng.nl/artikelen/agenda-en-stukken-alv-2021

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100085

PROD

Ingediende moties en preadviezen VNG bestuur (ter besluitvorming) De volgende moties zijn ingediend en het VNG bestuur heeft hierbij een preadvies vastgesteld: 1. Motie “Regie op de Warmtetransitie” van de gemeente Deventer c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 2. Motie “Vergroting gemeentefonds” van de gemeente Krimpenerwaard c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 3. Motie “Gemeenten-in-nood-fonds” van de gemeente Zoetermeer (Raden in Verzet) Preadvies bestuur: ontraden. 4. Motie “Financiële randvoorwaarden Klimaatakkoord II” van de gemeente Assen Preadvies bestuur: overnemen. 5. Motie “Verlengde onderwijstijd voor jongeren” van de gemeente Lelystad Preadvies bestuur: overnemen. Bestuursvoorstel “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders toeslagenaffaire” (ter besluitvorming) De VNG heeft eerder aangekondigd om met een voorstel aan de leden te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen aan gedupeerden in de toeslagenaffaire. Hiervoor ontvangt u bijgaand een voorstel voor de wijze van kwijtschelding en financiële compensatie van gemeenten. Concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Waarom deze nieuwe wet? De overheden staan gezamenlijk voor grote maatschappelijke opgaven. In de praktijk kiezen ministeries in hun beleid richting de decentrale overheden vaak voor eigen arrangementen van taken, uitvoering en geld.

De overdracht van taken (bijvoorbeeld jeugdzorg) zonder de benodigde middelen heeft ervoor gezorgd dat bij veel gemeenten het water aan de lippen staat. Gemeentelijke voorzieningen verschralen en gemeenten kunnen hun inwoners niet goed meer bedienen. Om deze problemen aan te pakken en de autonomie van gemeenten te versterken werkt de VNG aan een wet om de interbestuurlijke verhoudingen beter in balans te brengen en te houden. Wat is er nodig? Om medebewindstaken in balans te laten zijn met de uitvoering en de beschikbare financiële middelen is een wettelijke rol voor de minister van BZK nodig: • De minister van BZK krijgt een Rijksbrede verantwoordelijkheid voor de inrichting van het openbaar bestuur; • De minister van BZK toetst nieuwe voorstellen van vakministers op evenwicht tussen taken, financiering en uitvoerbaarheid; • Bij verschil van inzicht komt er een vorm van onafhankelijk advies. Hoe nu verder? Met het wetsvoorstel willen we komen tot een sterkere autonomie voor decentrale overheden in combinatie met een betere financiële positie en een betere uitvoerbaarheid bij medebewindstaken. Op die manier kunnen decentrale overheden evenwichtige voorzieningen voor inwoners, bedrijven en instellingen creëren zonder dat opnieuw financiële tekorten gaan ontstaan. Inmiddels hebben

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

VNG-commissies en veel partijen buiten de VNG hun bijdrage aan dit wetsvoorstel geleverd. Dit laat zien dat veel anderen zich verantwoordelijk voelen voor een nog beter openbaar bestuur. Na de ALV van 12 februari blijft het wetsvoorstel richting de kabinetsformatie een dynamisch document. Het vraagstuk van de regionalisering wordt binnen de VNG nog verder uitgewerkt. Gezamenlijk pamflet Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) en VNG De drie koepels werken, net als in 2017, aan een gezamenlijke agenda richting de kabinetsformatie. Deze agenda bevat de thema’s waar gemeenten, provincies en waterschappen gezamenlijk voor aan de lat staan: wonen en leefomgeving, klimaat en energie, regionale economie (sterker de crisis uit) en digitalisering. Uiteraard moet daarbij aan de verschillende randvoorwaarden worden voldaan. Hierbij ontvangt u het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ waarin deze agenda kernachtig is verwoord. Tot slot Wij beseffen dat deze voorstellen u pas kort voor de Buitengewone ALV bereiken en zijn u bij voorbaat dankbaar voor uw inspanningen om de standpuntenbepaling in uw gemeente voor te bereiden. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

Samenvatting en preadvies motie ‘regie op warmtetransitie’ Indienende gemeente(n): Deventer Ondersteunende gemeenten: Hengelo, Almere, Delft, Breda, Leeuwarden, Groningen en Eindhoven. Status motie: ondertekend Strekking van de motie: 1) Motie 2 van BALV 29/11/2019 wordt teruggetrokken 2) De motie ‘regie op warmtetransitie’ draagt het bestuur op om met het Rijk afspraken te maken om te komen tot een integrale energiewetgeving en de daarbij behorende financiering van dit integrale energiesysteem. Het doel daarvan is om een bijdrage te leveren aan de woonlastenneutraliteit. Daarbij gaat het ook om de regierol van gemeenten te borgen in de wijkaanpak. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Op de BALV van 29/11/2019 hebben de gemeenten ingestemd met het Klimaatakkoord. Op dat moment is een motie ingediend die betrekking had op de Warmtewet 2.0. Deze Warmtewet 2.0 (nu wetsvoorstel Wet Collectieve Warmtevoorzieningen) bevindt zich momenteel in een vergevorderd stadium van gereedheid. De motie die daar op betrekking had wordt nu teruggetrokken en vervangen door een motie die recht doet aan de huidige gesprekken met het ministerie van EZK en inzichten.

In de gesprekken met het Rijk benadrukt de VNG dat de energietransitie en de regievoering vanuit gemeenten gebaat zou zijn met een integraal vormgegeven energiesysteem met daaraan gekoppelde integrale wetgeving en financiering. Deze motie wordt gezien als ondersteunend aan dat traject.

Motie: Regie op de warmtetransitie De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 12 februari 2021, Constaterende •

• • •

• • •

dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen om het Klimaatakkoord uit te voeren, maar om dat ook te kunnen drie randvoorwaarden hebben gesteld: 1. haalbaar/betaalbaar voor de samenleving 2. beschikking over de juiste gemeentelijke bevoegdheden 3. vergoeding voor de uitvoeringslasten dat gemeenten voor eind 2021 Transitievisies Warmte vaststellen; dat op dit moment rond de marktordening Warmte nog veel onduidelijkheden bestaan: dat op lokaal niveau in de wijkaanpak de energietransitie niet het enige vraagstuk is en gemeenten behoefte hebben aan regelgeving van het Rijk die de samenhang van de diverse vraagstukken ondersteund; dat het draagvlak in de samenleving voor de energietransitie broos is en het Rijk en decentrale overheden gezamenlijk het belang van deze opgave actief moeten uitdragen; dat de Energiewet in consultatie wordt gebracht maar daarbij nog geen zicht is op een integrale Energiewet (warmte, (duurzame) gassen en elektra); dat bij een ongelijke ordening van vitale energie infrastructuren er een onevenredige kostenverdeling over onze inwoners plaatsvindt.

Overwegende • • • •

•

dat het bestuur van de VNG volgens het voorgelegde preadvies zorgen heeft of het Klimaatakkoord voldoet aan de eerder door u vastgestelde drie randvoorwaarden; dat er onzekerheid is of de opgetelde inspanningen van de verschillende ministeries optellen tot de doelen zoals afgesproken in het Klimaatakkoord; dat de in het KIimaatakkoord benoemde garantie van woonlastenneutraliteit veelomvattend is; dat warmtenetten een investering zijn in publieke infrastructuur voor decennia, dat het uitnodigend moeten zijn om aan te sluiten zodat de afbouw van aardgas kan versnellen, en dat dit voor elke gemeente ongeacht de omvang te realiseren moet zijn; dat de openstaande motie 2 van de BALV van 29 november 2019 (Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie) ingebed is in deze motie.

Draagt het bestuur op • •

•

in haar standpunten mee te nemen dat gemeenten met het Rijk de komende jaren willen toewerken naar wetgeving voor een integraal energiesysteem; hierover met het Rijk in gesprek te gaan (EZK, BZK en FIN gezamenlijk) om toe te werken naar een samenhangende aanpak van vraagstukken in de wijken, buurten en dorpen om hiermee de doelen van de warmtetransitie beter te borgen; Daartoe met het Rijk afspraken te maken over: o het komen tot een integrale energiewetgeving (warmte, (duurzame) gassen en elektriciteit) en met het nieuwe kabinet afspraken te maken over een spoedige realisatie daarvan; o de financiering van dit integrale energiesysteem waardoor ook een bijdrage kan worden geleverd aan invulling van het begrip woonlastenneutraliteit;

voldoende speelruimte voor gemeenten bij de realisatie van maatschappelijke opgaven in wijken, buurten en dorpen; o de regierol van gemeenten; waar, wanneer en in welke vorm de regierol van gemeenten terugkomt in de aanstaande wetgeving. Om voorts over de voortgang van de besprekingen over deze punten te rapporteren tijdens de algemene ledenvergadering van juni 2021. o

•

En gaat over tot de orde van de dag.

Namens de gemeente Deventer,

Wethouder C.J. Verhaar

De motie wordt ondersteund door: • • • • • • •

Hengelo Almere Delft Breda Leeuwarden Groningen Eindhoven

Samenvatting en preadvies motie Vergroting gemeentefonds Indienende gemeente(n): Gemeente Krimpenerwaard. Ondersteunende gemeenten: De gemeenten van de regio Midden-Holland (Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas) Status motie: definitief. Strekking van de motie: Oproep aan VNG bestuur om de positie in te nemen dat in ieder geval: 1. De opschalingskorting moet worden afgeschaft 2. Het abonnementstarief moet worden beëindigd of het nadeel gecompenseerd en 3. De gemeenten worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg zoals is aangetoond in het AEF-onderzoek. Preadvies VNG-bestuur: positief Toelichting bij preadvies: Het bestuur ziet de motie als een ondersteuning van de resolutie van de VNG inzet Kabinetsformatie. Daarin wordt de VNG inzet als volgt omschreven: “De structurele financiële tekorten die de afgelopen jaren zijn ontstaan in het sociaal domein moeten structureel worden opgelost door een verhoging van het Gemeentefonds. De opschalingskorting moet worden afgeschaft. De balans tussen taken en middelen van gemeenten moet worden hersteld.” Voor de volledigheid orde wijst het bestuur erop dat door de leden geen amendementen zijn ingediend op de tekst van de resolutie met de VNG inzet voor de kabinetsformatie.

Motie: Vergroting gemeentefonds De ALV van de VNG, in vergadering bijeen op 12 februari 2021

Constaterende, dat:  Gemeenten conform de Gemeentewet, art 203, een -meerjarig- structureel en reëel begrotingsevenwicht horen te hebben;  Dat de inkomsten van gemeenten gevormd worden door middelen uit het Gemeentefonds, door heffingen en door lokale belastingen;  Gemeenten grote financiële tekorten hebben onder meer door tekorten op het sociale domein, de opschalingskorting, het abonnementstarief, de effecten van ‘samen de trap op en samen de trap af’;  De voorgenomen herijking van het gemeentefonds weliswaar voor een aantal gemeenten de financiële problemen in ieder geval tijdelijk oplost, maar voor veel andere de financiële problemen alleen maar vergroot;  Daardoor de voorzieningen voor burgers afgebroken worden;

Verzoekt het VNG bestuur de positie in te nemen dat: De positie in te nemen dat in ieder geval: 1. De opschalingskorting moet worden afgeschaft 2. Het abonnementstarief moet worden beëindigd of het nadeel gecompenseerd en 3. De gemeenten worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg zoals is aangetoond in het AEF-onderzoek.

De portefeuillehouders Financiën van de gemeenten van de regio Midden-Holland (BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas)

Namens deze

Ria Boere, Wethouder Financiën Gemeente Krimpenerwaard

Zaaknummer/ REFNUMBER Soort_document InhoudsomschrijvingOnderwerp

REFNUMBER

REFNUMBER

Samenvatting en preadvies motie “Gemeenten-in-nood-fonds” Indienende gemeente(n): Zoetermeer. Ondersteunende gemeenten: zie bijlage. Status motie: getekend. Strekking van de motie: Verzoekt het VNG bestuur om aan het kabinet over te brengen dat: 1. De gemeenten - in afwachting van de structurele verbeteringen in het gemeentefonds en naast de compensatie voor de coronaproblematiek - een extra bedrag in het gemeentefonds nodig hebben van minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022 2. De gemeenten, zolang er onvoldoende structurele financiële middelen zijn, geen nieuwe taken, ook niet de taken die nu al onderweg zijn richting de gemeenten, kunnen oppakken 3. Verder overleg met het Rijk – op alle niveaus - over nieuwe taken zal worden opgeschort, als bij de meicirculaire niet blijkt dat gemeenten voldoende middelen krijgen om de huidige taken uit te voeren, waardoor er tussen VNG en Rijk uitsluitend nog gesproken kan worden over de onderwerpen die van belang zijn voor de kabinetsformatie. Preadvies VNG-bestuur: ontraden Toelichting bij het preadvies De strekking van de motie is grotendeels in lijn met de resolutie VNG inzet voor de kabinetsformatie. Ook daarin staan het oplossen van structurele financiële tekorten en de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering van taken centraal.

Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan kunnen gemeenten niet alle overeengekomen ambities waarmaken. Bindende afspraken over de financiën zijn dan ook een harde voorwaarde om met een nieuw kabinet tot inhoudelijke afspraken te kunnen komen. De VNG heeft grote waardering voor de betrokkenheid en inzet van het comité Raadsleden in Verzet en van raadsleden in het hele land. Het bestuur zou de huidige motie graag overnemen, maar kan de motie in de huidige formulering op twee punten niet overnemen. Ten eerste vraagt de motie, in afwachting van een oplossing voor de structurele financiële tekorten, om compensatie voor de jaren 2021 en 2022. Daarbij worden concrete bedragen van “minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022”. Het bestuur beschouwt het noemen van harde bedragen in dit stadium als voorbarig. Voor de bepaling van concrete (minimale) bedragen zijn, naast de opschalingskorting, met name de gesprekken over de uitkomsten van de recent afgeronde en nu lopende artikel 2-onderzoeken door het Rijk (zoals met betrekking tot het Klimaatakkoord en de Omgevingswet, daarnaast het onderzoek jeugd) leidend. Die gesprekken gaan niet alleen over geld, maar ook over instrumenten en regelgeving om de kosten te beheersen. De VNG houdt de leden over deze onderzoeken op de hoogte.

Ten tweede acht het bestuur de oproep om het overleg met het Rijk over nieuwe taken op alle niveaus op te schorten als in de meicirculaire onvoldoende middelen worden vrijgemaakt, niet in het belang van gemeenten. De VNG is dan op belangrijke terreinen niet in staat om op te komen voor de belangen van gemeenten en om te komen tot concrete oplossingen voor urgente vraagstukken. Wat de beoordeling van de meicirculaire betreft merkt het bestuur op dat deze in de

regel eind mei of begin juni verschijnt. Dat stelt het bestuur in staat om de leden richting de ALV van 16 juni a.s. te informeren over de inhoud van de meicirculaire en de gevolgen ervan voor de gemeenten. De leden kunnen zich op dat moment zelf uitspreken over de mate waarin de meicirculaire tegemoet komt aan hun verwachtingen en de verdere inzet van de VNG richting Prinsjesdag en in de kabinetsformatie bepalen. Als de indieners bereid zijn om het VNG bestuur op deze twee punten tegemoet te komen, zal het bestuur de motie graag alsnog van harte overnemen.

De volgende gemeenten dienen de motie Gemeenten-in-nood-fonds mede in: Stadskanaal Beesel Barendrecht Haaksbergen Medemblik Blaricum Hillegom Bergen op Zoom Druten Harderwijk Olst-Wijhe Lisse Mook en Middelaar Opsterland De Fryske Marren Laren

(Deze lijst met mede-indieners wordt naar verwachting nog aangepast.)

Samenvatting en preadvies motie ‘financiële randvoorwaarden klimaatakkoord II’ Indienende gemeente(n): Assen Ondersteunende gemeenten: Groningen, Nijmegen, Sittard-Geleen, Almelo, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Breda, Deventer, Haarlemmermeer, Arnhem, Eindhoven, Gouda, Heerlen, Zwolle, Delft, Almere, Hengelo, Hoorn, Lelystad, Oss, Haarlem, Roosendaal, Schiedam, Tilburg, Almelo, Venlo, Maastricht, Zaanstad Status motie: definitief en ondertekend Strekking van de motie: Gelet op de inzet van gemeenten op het Klimaatakkoord en de bevindingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de decentrale uitvoeringslasten, wordt het bestuur opgedragen: o.b.v. het ROB-rapport met het rijk in gesprek te gaan over reële/volledige compensatie van de uitvoeringslasten; het onderwerp mee te nemen in de kabinetsonderhandelingen; de uitkomsten vast te leggen in een bestuurlijk akkoord; aandacht te behouden voor de kosten van andere partijen en de noodzaak van deugdelijke wet- en regelgeving. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Op de buitengewone ALV van 30 november 2018 hebben de leden drie randvoorwaarden gesteld om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Kort samengevat: 1. het Klimaatakkoord moet haalbaar/betaalbaar zijn voor de samenleving; 2. gemeenten moeten beschikken over de juiste bevoegdheden; 3.

gemeenten moeten een vergoeding krijgen voor de toename in uitvoeringslasten. Het bestuur heeft eerder toegezegd te werken aan de invulling van de randvoorwaarden. Het ROBrapport draagt hieraan bij, omdat het inzichtelijk maakt hoe hoog de gemeentelijke uitvoeringslasten precies zijn. Inzicht in de hoogte van de uitvoeringslasten is een eerste stap, maar daarmee zijn de middelen nog niet geregeld. De VNG zal dan ook in overleg gaan met het kabinet om ervoor te zorgen dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Bekostiging van andere partijen krijgen hierbij aandacht, in het bijzonder ondersteuning van de uitvoering via nationale programma’s voor in ieder geval Gebouwde Omgeving en de Regionale Energiestrategieën. In lijn met het eerdere besluit van de leden blijft bovendien gelden: „Als op termijn onvoldoende aan randvoorwaarden wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren”.

Aan: Van: Datum: Onderwerp:

Bestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Karin Dekker, wethouder Duurzaamheid gemeente Assen 1 februari 2021 Motie Buitengewone ALV 12 februari 2020

Motie: financiële randvoorwaarden klimaatakkoord II

De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 12 februari 2021, Constaterende dat:   

 

gemeenten veel werk verrichten om Nederland duurzamer te maken. met het klimaatakkoord er een ambitieus plan ligt om Nederland verder te verduurzamen, waar wij positief tegenover staan. gemeenten daarin een belangrijke regierol zowel regionaal, lokaal, als op wijk- en dorpsniveau willen en kunnen spelen, maar dat dit extra uitvoeringskosten met zich meebrengt. de gemeentelijke financiële positie, zoals bekend, zorgelijk is en daarom deze regierol en daarmee de gehele energietransitie, in gevaar komt. in het Klimaatakkoord daarom de afspraak is gemaakt dat onder regie van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) een ‘artikel 2-onderzoek’ wordt uitgevoerd.

Overwegende dat: 

 

de uitkomsten van dit onderzoek een goed onderbouwd en helder beeld geven van de uitvoeringskosten voor gemeenten van het klimaatakkoord, liggend tussen de vijfhonderd miljoen en één miljard euro per jaar. dat reële en volledige compensatie van die kosten nodig is om gemeenten hun regierol te kunnen laten vervullen en om ons gezamenlijke doel te bereiken: een duurzamer Nederland. maar: als er verder niemand op het toneel staat is het moeilijk om het klimaatakkoord te regisseren voor gemeenten. Als huishoudens, netwerkbedrijven, corporaties, bedrijven etc. niet een handelingsperspectief hebben voor de investeringen dan is regie niet aan de orde.

Draagt het VNG bestuur op:   

op korte termijn met het Rijk in gesprek te gaan over de reële en volledige compensatie van de uitvoeringskosten waar gemeenten zich mee geconfronteerd zien; en daarbij het ‘artikel 2-onderzoek’ als feitelijke basis te gebruiken. erop in te zetten dat de uitkomsten hiervan in een bestuurlijk akkoord tussen Rijk en gemeenten worden vastgelegd.

 

er actief voor te lobbyen dat dit onderwerp wordt ingebracht in de onderhandelingen voor een nieuw kabinet. daarin ook nadrukkelijk aandacht te houden voor uitvoeringskosten voor andere partijen bij het Klimaatakkoord en deugdelijke wet en regelgeving die dat mogelijk maakt, zodat gemeenten daadwerkelijk hun regierol kunnen pakken in opgaven die op hen afkomen.

En gaat over tot de orde van de dag. Namens burgemeester en wethouders van gemeente Assen

Karin Dekker Wethouder Duurzaamheid Assen

De motie wordt ondersteund door:                   

Groningen Nijmegen Sittard-Geleen Almelo Alphen aan den Rijn Amersfoort Breda Deventer Haarlemmermeer Arnhem Eindhoven Gouda Heerlen Zwolle Delft Almere Hengelo Hoorn Lelystad

          

Oss Haarlem Roosendaal Schiedam Tilburg Almelo Venlo Maastricht Zaanstad Zoetermeer Helmond

Samenvatting en preadvies motie: Inhalen verloren onderwijstijd Indienende gemeente(n): Lelystad, Almere, Dronten, Groningen, Hilversum, Noordoostpolder, Urk. Ondersteunende gemeenten: Haarlem, Hengelo en Zaanstad. Status motie: getekend. Strekking van de motie: Draagt het VNG bestuur op: - Bij de voorbereiding op de kabinetsformatie financiële ruimte te claimen voor iedere jongere om de verloren onderwijstijd in de coronaperiode in te halen voor de periode september 2021september 2024 - De hierbij behorende additionele middelen ter beschikking te stellen aan de lokale overheden zodat de lokale overheden in staat worden gesteld regie te voeren en er boven de grenzen van de lokale schoolbesturen invulling kan worden gegeven aan de verlengde onderwijstijd. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting: Voor de korte en middellange en lange termijn lopen voeren wij overleggen met het ministerie van OCW. Dit moet leiden tot een “Nationaal plan onderwijs na Corona” met als doel dat alle achterstanden als gevolg van Corona uiterlijk in 2028 zijn ingelopen. Inzet van die gesprekken is dat de rol van gemeenten in dat Nationale plan wordt herkend en erkend. Onderdeel daarvan is dat gemeenten voldoende middelen krijgen om hun rol om de lokale samenwerking te versterken en verdiepen kunnen pakken.

Voor zover nog in de huidige Kabinetsperiode (financiële) beslissingen voor de langere termijn worden genomen zullen wij de motie uiteraard naar de geest interpreteren en hieraan nu al uitvoering geven. Voor de inbreng van de VNG voor de kabinetsformatie zijn de eerder vastgestelde vier sporen leidend. De inzet gericht op inhalen van onderwijsachterstanden kan worden ondergebracht in het derde spoor (“aanbod aan het nieuwe kabinet”), gecombineerd met een structureler aanbod betreffende de rol van gemeenten bij het bestrijden van de onderwijsachterstanden (ook die pre,en post corona).

1.2.2021 De buitengewone algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bijeen op 12 februari 2021. Constaterend dat  Jongeren in hun ontwikkeling in de hele onderwijsketen hard getroffen worden door de coronamaatregelen in het onderwijs.  Jongeren in 2020 en 2021 minder effectieve onderwijstijd genieten om hun talenten te ontplooien waardoor het risico voor onderprestatie of prestatiedruk ontstaat.  Er grote inspanningen zijn geweest van de mensen in en rond het onderwijs om jongeren tijdens de coronapandemie via nieuwe oplossingen toch onderwijs te kunnen bieden.  Er desondanks kinderen achterop zijn geraakt en deze achterstand niet meer zonder extra inspanningen bovenop het reguliere lesprogramma kunnen inhalen.  Het kabinet € 244 miljoen heeft vrijgemaakt voor het organiseren van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s in de periode van de zomervakantie 2020 tot aan de zomervakantie 2021.  Lokale overheden samen met de onderwijsbesturen die actief zijn in hun gemeente, in staat zijn om het totale overzicht te verkrijgen op de achterstanden in hun gemeente en additionele middelen vanuit dat totaaloverzicht gericht kunnen inzetten. Overwegend dat  Jongeren de kans moeten krijgen om de verloren onderwijstijd in te halen.  Jongeren deze achterstand niet binnen het reguliere lesprogramma kunnen inhalen.

 Er ook de aankomende drie schooljaren extra geld nodig is voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om invulling te geven aan de verlengde onderwijstijd. Draagt het VNG bestuur op zich hard te maken om  Bij de voorbereiding op de kabinetsformatie financiële ruimte te claimen voor iedere jongere om de verloren onderwijstijd in de coronaperiode in te halen voor de periode september 2021september 2024.  De hierbij behorende additionele middelen ter beschikking te stellen aan de lokale overheden en onderwijsbesturen samen, zodat zij in goed onderling overleg, onder regie van de lokale overheden, in staat worden gesteld invulling te geven aan de verlengde onderwijstijd. En gaat over tot de orde van de dag Namens het college van de gemeente Lelystad

Henry Meijdam Burgemeester gemeente Lelystad

Madelon van Noort Wethouder Onderwijs gemeente Lelystad Wordt mede ingediend door de volgende gemeentes:

Roelie Bosch Wethouder Onderwijs gemeente Almere

Peter van Bergen Wethouder Onderwijs gemeente Dronten

Carine Bloemhoff Wethouder Onderwijs gemeente Groningen

Annette Wolthers Wethouder Onderwijs gemeente Hilversum

Hans Wijnants Wethouder Onderwijs gemeente Noordoostpolder

Nathanael Middelkoop Wethouder Onderwijs gemeente Urk

Wordt ondersteund door: Gemeente Haarlem Gemeente Hengelo Gemeente Zaanstad

Wet op het decentraal bestuur ter aanvulling, schrapping of wijziging van de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapswet.

(Dit is de publieksversie. De versie met uitgebreide artikelsgewijze toelichting is te vinden op https://vng.nl/ artikelen/spoor-2-wet-decentraal-bestuur) Wet van (…), houdende regels inzake toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen (Wet op het decentraal bestuur) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te komen tot algemene beginselen van toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen, mede ter uitvoering van de artikelen 124, 133 tot en met 135 van de Grondwet; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 0 In deze wet wordt verstaan onder: a Onze Minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b Decentrale bestuurslichamen: de gemeenten, de provincies, de waterschappen en de bij gemeenschappelijke regeling ingestelde openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen voor zover zij bij of krachtens de wet verplicht zijn ingesteld; en overige bestuurslichamen die zijn belast met decentrale taakstellingen en bevoegdheden.

Artikel 1 Lid 1: De regering voert een algemeen rijksbeleid met betrekking tot de decentrale bestuurslichamen. Dit beleid wordt vastgelegd in een Beleidskader decentraal bestuur. Onze Minister stelt − in afstemming met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren − een ontwerp daarvoor vast. Lid 2: Onze Minister is belast met de coördinatie van het rijksbeleid dat de decentrale bestuurslichamen raakt en met de zorg voor de toepassing en naleving van het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur Lid 3: Over maatregelen en voornemens die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen treden Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen en voornemens tot stand komen in een vroegtijdig stadium in overleg met Onze Minister. Lid 4: Onze Minister maakt bedenkingen kenbaar tegen een maatregel of een voornemen voor zover hem die maatregel of dat voornemen met het oog op het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur niet toelaatbaar voorkomt. Lid 5: Voorstellen voor maatregelen die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen vanwege Onze Ministers worden medeondertekend door Onze Minister.

Artikel 2 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, stelt de betrokken colleges of een instantie die voor deze representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, ontwerpen van ministeriële regeling, of ontwerpen van provinciale verordening waarbij: a van de gemeentebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, of

2

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de gemeentebesturen. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de gemeenten en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken colleges of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt. Lid 4: Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de algemene besturen van de waterschappen.

Artikel 3 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat stelt de betrokken gedeputeerde staten of een instantie die voor hen representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, of ontwerpen van ministeriële regeling waarbij: a. van de provinciebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de provinciale besturen, of c. de financiën van de provincies in betekenende mate zijn betrokken. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de provincies en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken gedeputeerde staten of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt.

Artikel 4 Lid 1: Onze Minister bevordert de decentralisatie naar provincies en gemeenten en de daarbij horende beleidsvrijheid. Lid 2: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken hebben Onze Ministers wie het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister op welke wijze aan deze beleidsvrijheid inhoud en vorm zal worden gegeven. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken en waarbij in een geringe beleidsvrijheid is voorzien, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht op welke gronden is gekozen voor taaktoedeling aan provincie of gemeente en niet aan andere decentrale bestuurslichamen of voor een vorm van deconcentratie. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 5 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister de in art. 124 lid 1 Grondwet gevestigde autonomie van provincie en gemeente. Onder autonomie wordt verstaan dat voor provincies en gemeenten de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen wordt overgelaten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

Lid 2: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitoefening van de autonome taakstelling, zoals omschreven in lid 1, voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincie en gemeente. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot een beperking van de autonomie van provincies en gemeenten, zoals omschreven in lid 1, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 6 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitvoering van taken in medebewind voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincies, gemeenten, waterschappen en regionale bestuursvormen. Onder medebewind wordt verstaan dat regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden gevorderd bij of krachtens de wet. Lid 2: Bij toepassing van artikel 2, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister bedenkingen kenbaar maken indien de voorgeschreven toelichtingen van Onze Ministers strijdig zijn met het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 2 Financiële-verhoudingswet Lid 1: Indien beleidsvoornemens vanwege het Rijk of vanwege Europese regelgeving leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies, gemeenten of waterschappen, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies, gemeenten of waterschappen zijn. De financiële gevolgen worden onderbouwd door een onafhankelijke partij. Bij het betreffende onderzoek wordt de opzet van dit onderzoek afgestemd met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren. Na de effectuering van de beleidsvoornemens wordt getoetst of de financiële gevolgen bij aanvang voldoende in kaart zijn gebracht. Via een Transitiefonds kunnen bij taaktoedelingen financiële fricties worden voorkomen. Lid 2: Onverminderd het bepaalde in de artikelen 110, vijfde lid, 119, vierde lid en 120, tweede lid, worden de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste lid, voor zover zij ten laste van de betrokken gemeenten blijven, door het Rijk aan hen vergoed. Onze Ministers dragen via de fondsbegroting zorg voor het opvangen van de financiële gevolgen, tenzij kan worden aangetoond dat een andere bekostigingswijze beter past.

Bij een andere bekostigingswijze geeft men nauwkeurig onderbouwd aan waarom deze bekostigingswijze reëel is om de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Voor waterschappen wordt, indien hier aanleiding toe bestaat, op andere wijze in een vergoeding voorzien.

Artikel 7 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur doen het college onderscheidenlijk het waterschapsbestuur desgevraagd mededeling van hun standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat doet gedeputeerde staten desgevraagd mededeling van zijn standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

4

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Artikel 8 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur bieden het college en het waterschapsbestuur desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat biedt gedeputeerde staten desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

Artikel 9 Lid 1: Over al hetgeen de provincie betreft dienen gedeputeerde staten Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de commissaris van de Koning wordt verlangd. Lid 2: Over al hetgeen de gemeente betreft dient het college Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de burgemeester wordt verlangd. Lid 3: Over al hetgeen het waterschap betreft dient het dagelijks bestuur Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij zij dit uitdrukkelijk van het algemeen bestuur wordt verlangd. Het verzoek om bericht en raad door een van Onze Ministers geschiedt, evenals in dat geval het dienen van bericht en raad, door tussenkomst van gedeputeerde staten, tenzij het enkel het verschaffen van feitelijke informatie betreft.

Artikel 10 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur worden de gevallen geregeld waarin gedeputeerde staten verplicht zijn tot het verstrekken van systematische informatie aan Onze Minister wie het aangaat. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet of de algemene maatregel van bestuur. Lid 2: Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, na overleg met Onze Minister, kan worden bepaald dat in die maatregel te omschrijven gegevens ten behoeve van statistische doeleinden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt. Lid 3: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere algemene regels gesteld. Lid 4: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan, alsmede omtrent de verstrekking en inwinning van incidentele informatie, wordt, voor zover dat niet bij wet geschiedt, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoe de financiële gevolgen van de verplichting tot informatieverstrekking worden gecompenseerd. Lid 5: De voordrachten voor de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het derde en het vierde lid, worden gedaan door Onze Minister.

Artikel 11 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur worden de gevallen geregeld waarin het college verplicht is tot het verstrekken van systematische informatie aan Onze Ministers wie het aangaat. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet of de algemene maatregel van bestuur. Lid 2: Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, na overleg met Onze Minister, kan worden bepaald dat in die maatregel te omschrijven gegevens ten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

behoeve van statistische doeleinden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt. Lid 3: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere algemene regels gesteld. Lid 4: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan, alsmede omtrent de verstrekking en inwinning van incidentele informatie, wordt, voor zover dat niet bij wet geschiedt, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoe de financiële gevolgen van de verplichting tot informatieverstrekking worden gecompenseerd. Lid 5: De voordrachten voor de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het derde en het vierde lid, worden gedaan door Onze Minister.

Artikel 12 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of bij provinciale verordening worden de gevallen geregeld waarin het college verplicht is tot het verstrekken van systematische informatie aan het provinciaal bestuur. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling of bij besluit van gedeputeerde staten nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet, de algemene maatregel van bestuur of de provinciale verordening. Lid 2: In de regelingen, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, wordt tevens aangegeven hoe de financiële gevolgen van de informatieverstrekking voor de gemeente worden gecompenseerd. Lid 3: Het provinciebestuur doet mededeling aan Onze Minister van de inwinning van systematische informatie ingevolge een provinciale verordening. Lid 4: Het bepaalde in de artikelen 10 tot en met 12 is van overeenkomstige toepassing op de waterschapsbesturen.

Artikel 13 Lid 1: Een wet waarbij van provinciebesturen, gemeentebesturen en waterschapsbesturen regeling of bestuur wordt gevorderd of waarbij in betekenende mate wijziging wordt gebracht in hun taken en bevoegdheden, wijkt van het bepaalde in de Provinciewet, de Gemeentewet, de Waterschapswet en de Wet op het decentraal bestuur niet af dan wanneer dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Lid 2: Het voorstel voor een wet als bedoeld in het eerste lid bevat in de bijbehorende toelichting de gronden voor de voorgestelde afwijking. Lid 3: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 14 Lid 1: Een wet waarbij van provinciebesturen, gemeentebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd of waarbij in betekenende mate wijziging wordt gebracht in hun taken en bevoegdheden houdt rekening met het hoofdschap van de vertegenwoordigende organen in provincie en gemeente, zoals gevestigd in artikel 125 Grondwet. Lid 2: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur. Artikel 15 Lid 1: Bij of krachtens de wet kan onderscheid worden gemaakt tussen provincies onderscheidenlijk gemeenten.

6

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Lid 2: Dit onderscheid tussen provincies en gemeenten beperkt zich tot de taken en bevoegdheden die in medebewind worden opgedragen. Lid 3: Bij of krachtens de wet kunnen gemeentelijke taken aan provincies worden overgedragen. Lid 4: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot een onderscheid tussen provincies en gemeenten of waarbij gemeentelijke taken aan provincies worden overdragen, heeft Onze Minister die het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister. Lid 5: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 16 Lid 1: Vormen van regionaal bestuur die door Onze Minister die het aangaat verplicht aan provincies en gemeenten worden opgelegd, vereisen een specifieke wettelijke grondslag. Lid 2: Bij toepassing van deze verplichte vormen van regionaal bestuur wordt van rijkswege in de financiering voorzien en wordt een financiële aansprakelijkheid van de Staat aangehouden. Deze financiering gaat van het Rijk naar de gemeenten en van de gemeenten vervolgens naar de betreffende regio.

Artikel 17 Lid 1: Onze Minister bevordert de ordening van het regionaal bestuur. Lid 2: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot regiovorming en die provincies en gemeenten raken, heeft Onze Minister die het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister. Lid 3: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur. Lid 4: Ten behoeve van het regionaal bestuur wordt bij de wet voorzien in adequate verantwoordings- en controlefora via de gemeenteraden of anderszins. Bij territoriale samenval van regionaal en provinciaal bestuur kunnen provinciale staten worden ingeschakeld.

Artikel 18 Bij de toepassing van artikel 1, vierde lid; artikel 4, vierde lid; artikel 5, vierde lid; artikel 6, tweede lid; artikel 13, derde lid; artikel 14, derde lid; artikel 15, vijfde lid; artikel 17, derde lid kan Onze Minister − bij gebrek aan overeenstemming − advies vragen aan de Afdeling Bestuursgeschillen van de Raad van State.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

Algemene toelichting Aanleiding Van oudsher kent Nederland een inrichting van het openbaar bestuur waarbij de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en allerlei interbestuurlijke samenwerkingsverbanden intensief samenwerken. Dit wordt wel kortweg aangeduid als het Nederlandse organische bestuursstelsel. Als één of meer onderdelen van dit bestuur in zwaar weer verkeren, heeft het hele stelsel daar last van. Dat is momenteel het geval. Daarvan ondervinden niet alleen de betrokken overheden nadelen, ook de dienstverlening aan de inwoners raakt meer en meer belast. Sinds het einde van de 20ste eeuw worden soms grote taken en verantwoordelijkheden van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten, provincies en waterschappen. Door taken op een specifieker bestuursniveau te beleggen, zijn de betrokken overheden- zo is de verwachting − beter in staat tot efficiënt en effectief bestuur dat goed aansluit bij de behoeften van de betrokken inwoners. Echter, deze uitbreiding van de verantwoordelijkheden van decentrale besturen heeft niet altijd gestructureerd plaatsgevonden. Zo zijn verschillende decentralisaties ingegeven door de behoefte om ervaren uitvoeringsproblemen op rijksniveau te willen oplossen. Van een weloverwogen analyse hoe deze taken op een lager niveau beter tot hun recht zouden komen, was weinig sprake.

Bij sommige decentralisaties waren verschillende departementen betrokken, terwijl de mogelijke gevolgen van de taakuitbreidingen niet in samenhang zijn beschouwd. De volksvertegenwoordigingen van deze bestuurslagen hebben zelden tot nooit invloed kunnen uitoefenen op de voorwaarden waaronder taken zijn overgedragen. Wel dragen zij daar uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor, een verantwoordelijkheid die ze bij gebrek aan voldoende ondersteuning zeker niet altijd waar kunnen maken. De taakuitbreiding gaat bovendien lang niet altijd gepaard met het ter beschikking stellen van voldoende middelen. Hierdoor zien deze decentrale overheden zich vandaag aan de dag genoodzaakt om ofwel fors te bezuinigen en hun aanbod aan diensten ten behoeve van de burgers sterk te verschralen, dan wel de belastingen te verhogen, (hetgeen onwenselijk is gezien het hier geen eigen beleidskeuze van de gemeente betreft en er dus geen verband tussen bepalen en betalen is)”. Bezuinigingen belasten momenteel in sterke mate de uitvoeringskracht van het lokaal bestuur. Uiteindelijk ondervinden de inwoners daar eveneens de negatieve gevolgen van. Decentrale overheden staan voor grote maatschappelijke uitdagingen die om de nodige slagkracht vragen. Zij willen dicht bij hun burgers het goede goed doen.

Onsamenhangende en slecht uitvoerbare wet- en regelgeving, de uitholling van hun verantwoordelijkheden en de druk op de beschikbare middelen leiden ertoe dat zij daar momenteel onvoldoende toe in staat zijn. Om hun mogelijkheden te vergroten kiezen decentrale overheden geregeld, al dan niet al opgelegd door de wetgever, voor interbestuurlijke samenwerking. Hoewel dergelijke samenwerking meestal wel de uitvoeringskracht versterkt, kent samenwerking ook de nodige nadelen, zoals minder mogelijkheden voor maatwerk en een belasting van de democratische aansturing en verantwoording. Er is daarmee dringend behoefte aan een algehele versterking van het huidige bestuursstelsel. De door de VNG voorbereide wet op de decentrale overheden is hiervoor bedoeld. Deze wet kent verschillende bouwstenen, die elk voor zich bijdragen aan het verminderen van de genoemde knelpunten in het huidige openbaar bestuur. Uiteindelijk zullen de inwoners daarvan profiteren. De bouwstenen die het fundament van de voorgestelde wet vormen, worden hieronder geïntroduceerd.

Versterk het evenwicht tussen bestuurslagen De autonomie van gemeenten en provincies is vastgelegd in de Grondwet, respectievelijk in de Gemeentewet en de Provinciewet. Dat maakt Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Het is daarmee niet alleen aan de rijksoverheid om bepaalde taken op te pakken, provincies en gemeenten kunnen dat, op

8

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

eigen initiatief, evenzeer. De rijksoverheid beschikt over de mogelijkheid om bepaalde taken expliciet op te dragen aan andere overheden. Dit wordt aangeduid met het begrip medebewind. Naarmate de overheidsbemoeienis op allerlei maatschappelijke terreinen is toegenomen, heeft het onderscheid tussen autonomie en medebewind enigszins aan belang ingeboet, omdat ook via dit medebewind kan worden voorzien in vormen van beleidsvrijheid. Het is echter van cruciaal belang om het domein van de decentrale autonomie te blijven onderscheiden van de beleidsvrijheid in de sfeer van het medebewind. In de eerste plaats omdat provincies en gemeenten het initiatief kunnen nemen om nieuwe problemen op te pakken, maar in de tweede plaats vooral omdat deze decentrale overheden met vrije financiële middelen voorzieningen creëren (theaters, zwembaden bibliotheken etc.), maatschappelijke initiatieven en bedrijvigheid stimuleren, talrijke subsidies verstrekken en cofinanciering organiseren en de veiligheid en het welzijn van burgers waarborgen. In een politiek stelsel dat is gefundeerd op rechtstreekse verkiezingen zijn deze aspecten van autonomie van cruciaal belang. Zij vormen een kernbestanddeel van de provinciale en lokale democratie, althans zo zou het moeten zijn.

In de huidige bestuurspraktijk staat deze autonome taakuitoefening echter onder zware druk vanwege de aanzienlijke financiële tekorten die voortvloeien uit recente decentralisatie-operaties. Onder verwijzing naar de autonomie van gemeenten en provincies is de afgelopen decennia geregeld gesteld dat er sprake is van gelijkwaardigheid tussen de verschillende overheden, of zelfs dat de gemeenten gezien kunnen worden als ‘eerste overheid’. Van gelijkwaardigheid is in de praktijk echter geen sprake, niet in het minst omdat de bevoegdheid om wetten te maken uitsluitend bij de centrale overheid berust. Dat geldt evenzeer het primaat om tot overdracht van taken of bevoegdheden over te gaan. In plaats van het benadrukken van gelijkwaardigheid tussen bestuurslagen dient veeleer het evenwicht in de bestuurlijke verhoudingen te worden benadrukt. Daarmee wordt bedoeld dat elke bestuurslaag de ruimte moet krijgen om zijn eigen rol te vervullen. De verschillende bestuurslagen dienen elkaar hierin aan te vullen en te versterken. Bij de Minister van Binnenlandse Zaken berust als eerste de verantwoordelijkheid om dit evenwicht te bewaken en te bewaren. Binnen de Rijksoverheid impliceert dit dat deze minister ook aandacht heeft voor het optreden van diverse vakdepartementen, die geregeld op eigen initiatief voor allerlei taken specifieke afspraken maken met decentrale overheden.

In de huidige wetgeving is al voorzien dat de minister van BZK beschikt over de mogelijkheid tot interventie (‘bedenkingen uiten’) in de richting van andere ministeries ten aanzien van rijksbeleid dat decentrale overheden raakt, ‘ook als de materie inhoudelijk niet onder zijn verantwoordelijkheid valt’. In de praktijk heeft de minister daar in de afgelopen jaren geen gebruik van gemaakt. De voorgestelde Wet op het decentraal bestuur voorziet er vooraleerst in om de genoemde regieen toetsingsbevoegdheid, zoals genoemd in artikel 116 van de Gemeentewet, te versterken. De systeemverantwoordelijkheid van de minister van BZK voor het functioneren van het openbaar bestuur moet niet alleen worden versterkt binnen de Rijksoverheid. Tussen decentrale overheden onderling bestaan grote verschillen in omvang en bestuurskracht, die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van de gedecentraliseerde taken. Bij decentralisaties moet daar meer rekening worden gehouden. Omdat de gemeenten zelf niet geneigd zijn om aparte afspraken te maken voor verschillende categorieën gemeenten, moet de minister van BZK als stelselverantwoordelijke voor het openbaar bestuur de consequenties van voorgenomen decentralisaties voor bijvoorbeeld kleinere gemeenten nadrukkelijker onderzoeken en de plannen daarop aanpassen, bijvoorbeeld door taakdifferentiatie mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9972120/1