Raadsvoorstel afhandeling motie met voorstel vervolg minimaregeling 2023.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum
: 21 december 2022/26 januari 2023
Kenmerk
: Z130733/Raad-00807
Portefeuillehouder
: Evert Blaauw
Onderwerp
: afhandeling motie met voorstel vervolg minimaregeling 2023
Geachte leden van de gemeenteraad, In uw motie ‘aanvullend armoedebeleid’ draagt u het college op om voor eind december 2022 een 9-tal punten uit te voeren met als doel de groepen die in de knel komen door te hoge energiekosten te ondersteunen. 4 oktober jl. heeft het college besloten om in navolging op deze motie de inkomensgrens voor het minimabeleid tijdelijk (tot 31-12-22) van 110%/120% naar 130% van de bijstandsnorm te verhogen (BenW-07563). Daarnaast heeft het college destijds besloten de beleidsregels voor de energietoeslag te actualiseren en ook voor deze regeling de inkomensgrens te verhogen naar 130% van de bijstandsnorm. U heeft in de motie aangegeven nieuwe voorstellen in de raad van december te willen ontvangen om indien mogelijk delen van het beleid voort te zetten in 2023 tot de herijking van het minimabeleid en bestaanszekerheid-maatregelen. Gezien de aanlevertermijnen was het niet haalbaar dit voorstel, onderbouwd, aan u voor te leggen in de raad van december. Voorstel 1. De inkomensgrens op 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor het minimabeleid en de bijzondere bijstand te handhaven tot en met 31 december 2023 en deze met terugwerkende kracht in te laten gaan vanaf 1 januari 2023.
Inleiding Om eenduidigheid in het beleid te behouden tot aan de invoering van het nieuwe armoedebeleid en inwoners ook in 2023 te ondersteunen stelt het college voor aan de gemeenteraad om de inkomensgrens voor minimaregelingen in 2023 op 130% van de bijstandsnorm te houden. Afstemming Dit voorstel is afgestemd met wethouder Blaauw, cluster Zorgen en Leren, cluster participatie, cluster financiën, cluster Juridische Zaken en cluster Wonen en Werken. Beoogd effect Met voortzetting van de aangepaste inkomensgrens voor het minimabeleid willen we congruent beleid voeren tot aan de herijking van het minimabeleid in 2023 en ondersteuning van meer inwoners mogelijk maken. Argumenten 1.1 We hebben nog niet de verwachte stijging in aanvragen voor minimaregelingen gezien na de aanpassing van de inkomensgrens We interpreteren dit niet als een gebrek aan noodzaak voor deze regeling, maar als een gebrek aan bekendheid. Deze regeling is beschikbaar gekomen voor een nieuwe doelgroep. Bij andere minimaregelingen zoals het kindpakket en de regeling eigen bijdrage
zorgverzekering zien we ook dat sprake is van een aanlooptijd voordat er meer gebruik van wordt gemaakt. Onderhavige regeling is pas vanaf begin oktober vastgesteld en gecommuniceerd. Wij schatten in dat veel rechthebbende inwoners nog geen of onvoldoende tijd hebben gehad om daadwerkelijk tot het aanvragen over te gaan. De inflatie is nog steeds erg hoog, de energiekosten blijven nog stijgen, ook in 2023 wordt daarom verwacht dat huishoudens financieel in de knel komen als we hen niet bij staan met ondersteuning. 1.2 Door de verhoogde inkomensgrens voor minimaregelingen tot 31 december 2023 te hanteren bieden we duidelijkheid/congruentie in beleid in de periode tot aan de invoering van het nieuwe armoedebeleid. In 2023 wordt de herijking van het minimabeleid ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd met als doel dit per januari 2024 in te laten gaan. De kans is reëel dat naar aanleiding van deze herijking door het college wordt voorgesteld om de inkomensgrens bij te stellen. Om te voorkomen dat de inkomensgrenzen voor inwoners onduidelijk worden door deze vaak te wijzigen, willen we de inkomensgrens die in navolging op uw motie gecommuniceerd is handhaven tot eind 2023. Hiermee willen we onduidelijkheid voor inwoners zoveel mogelijk voorkomen.
Kanttekeningen 1.1 Door de inkomensgrens voor minimaregelingen ook 2023 op 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm te houden kan er sprake zijn van armoedeval voor bepaalde huishoudtypen Armoedeval is het verschijnsel dat mensen meer inkomen verwerven uit werk (hogere inkomsten), maar dan netto minder overhouden, omdat ze het recht op inkomen ondersteunende maatregelen verliezen. Dit kan inwoners demotiveren om (meer) te gaan werken. Belangrijk is dat bij elke inkomensgrens er voor bepaalde groepen huishoudens sprake is van een armoedeval. In 2023 zal een onderzoek van het Nibud verhelderen op welke huishoudtypen en inkomensgroepen we ons vooral moeten richten om armoedeval te voorkomen. Dit zal worden meegewogen in de herijking van het minimabeleid. Ondanks dat de groep waarbij armoedeval speelt momenteel niet goed in beeld is, is ondersteuning voor meer mensen met een lager inkomen noodzakelijk. Meer mensen met een gemiddeld lager inkomen kunnen door de inkomensgrens op 130% te behouden ondersteuning krijgen, waardoor in meer gevallen armoede kan worden voorkomen. 1.2 Door de inkomensgrens op 130% te houden, is het risico groter dat we inwoners ondersteunen die het minder/niet nodig hebben. De minimaregelingen kunnen worden toegewezen aan inwoners die een laag inkomen hebben. Niet alle inwoners met een laag inkomen hebben een hogere rekening voor energie.
Wel hebben zij allemaal te maken met de gevolgen van de inflatie. Landelijk onderzoek heeft aangetoond dat huishoudens met een inkomen tot net beneden modaal het kwetsbaarst zijn, maar ook huishoudens met een hoger inkomen kunnen in de problemen komen door de hogere lasten. Het verdient de voorkeur om een grotere groep huishoudens te ondersteunen, waarbij het risico is dat een aantal huishoudens deze ondersteuning (nog) niet nodig heeft. In plaats van een kleinere groep huishoudens te ondersteunen, waarbij het risico is dat een groot aantal huishoudens met een ondersteuningsbehoefte geen ondersteuning wordt geboden met alle gevolgen van dien. Kosten, baten en dekking In het collegevoorstel van 4 oktober met nummer BenW-07563 Is een inschatting gegeven van de verwachte meerkosten 2022 bij een scenario met kortdurig laag inkomen (€ 260.846) en bij een scenario met langdurig laag inkomen (€ 603.473). Op basis van de realisatie tot nu toe en de verwachte ontwikkelingen in 2023 is de inschatting dat de meerkosten voor 2023 in de buurt van het eerste scenario (€ 260.846) liggen.
Dit is wanneer we een gelijk bereik van de doelgroep hebben als bij de huidige doelgroep. Zoals in de afgelopen weken blijkt is het daadwerkelijk bereiken van de nieuwe doelgroep niet eenvoudig. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de meerkosten gedekt kunnen worden uit budgetten voor bijzondere bijstand, tegemoetkoming zorgkosten en armoedebeleid. Hiermee is (vooruitlopend op de raadsvergaring van 21 december 2022) rekening gehouden met de extra middelen voor armoedebeleid zoals opgenomen in het programmaplan 2023-2026. We monitoren de kostenontwikkeling in 2023 en rapporteren hierover in de tussenrapportage 2023. Uitvoering Na besluitvorming in de raad wordt de publieksversie van de infographic via verschillende communicatiekanalen verspreid. Het sociaal team kan aanvragen voor minimaregelingen in 2023 na goedkeuring van uw raad in behandeling nemen. Evaluatie De ontwikkeling van het aantal aanvragen voor energietoeslag, minimaregelingen en bijzondere bijstand blijven wij monitoren. Op het moment dat bijstelling noodzakelijk is, wordt dit aan het college voorgelegd. Daarnaast monitoren we via de tussenrapportages aan de raad en komen we eind 2023 met een nieuw armoedebeleid wat ook aan de raad zal worden voorgelegd waarin deze regeling zal worden meegewogen.
Hengelo (Gld), 13 december 2022 Burgemeester en wethouders van Bronckhorst, de secretaris, de burgemeester, B.J. Drewes M. Besselink Bijlagen geen