Lastenscenario's.pdf
Tekst van het document
Bijlage 4
Oplegnotitie Lastenscenario’s
Advies Hersteld doteren
Financieringswijze van investeringen Er zijn twee mogelijkheden voor het financieren van vervangingsinvesteringen: . Achteraf betalen – lenen/afschrijven Bij lenen en afschrijven wordt de vervanging van een riool achteraf betaald. De gemeente betaalt jaarlijks een klein deel van elk riool dat in het verleden is vervangen. Dit zijn de zogenaamde kapitaallasten, die bestaan uit de jaarlijkse afschrijvingskosten en rente. Vooraf sparen - doteren Bij dotaties wordt de vervanging van een riool in één jaar betaald. Om die betaling in één jaar te kunnen doen moet je als gemeente vooraf sparen. Argumenten om te kiezen voor doteren (sparen) voor vervangingsinvesteringen - Rioolheffing blijft op lange termijn het laagst - Meer beleidsvrijheid in de toekomst - Rioolheffing minder gevoelig voor rentestijging - De lasten worden minder afgewenteld op de toekomstige generaties.
Varianten Hieronder lichten wij drie varianten toe om de vervangingsinvesteringen in het WTPO 2023-2027 te financieren. Bij elke variant hebben we de gevolgen van een eventuele rentestijging weergegeven. De eerste grafiek bij elke variant is op basis van het huidige gemiddelde rentepercentage van 2%. De tweede grafiek gaat uit van een gemiddeld rentepercentage van 2,5% over de periode 2023-2027 en een stijging naar 3,5% over de periode 2028-2032 en tot slot een percentage van 5% over de jaren daarna. Deze opties hebben we ook verwerkt in de tabel bij de varianten.
Variant 1 Hersteld doteren (financieringswijze conform raadsbesluit januari 2018) Bij de vaststelling van het WTPO 2018-2022 is door de raad gekozen voor traag doteren om zo minder gevoelig te zijn voor renteschommelingen en een zo constant mogelijke rioolheffing. Voor de begrotingsbehandeling in 2021 heeft de raad besloten de dotatie te verlagen (vertraagd doteren) om de rioolheffing te kunnen verlagen. Dat gaf op zijn beurt weer ruimte om de ozb te verhogen zonder dat de lasten voor de burger al te veel zouden stijgen. De variant hersteld doteren sluit aan bij het besluit van de raad van januari 2018. Door hier voor te kiezen kunnen we in de periode 2023-2027 16,5% van de investeringen in een keer afboeken. In de periode 20232038 stijgt dit naar circa 35%.
Grafiek: Hersteld doteren met een rentepercentage van 2,0%
Grafiek: Hersteld doteren met een stijgend rentepercentage naar 5%
Variant 2 Vertraagd doteren (huidige financieringswijze) Bij de vaststelling van het WTPO 2018-2022 is door de raad gekozen voor traag doteren om zo minder gevoelig te zijn voor renteschommelingen en een zo constant mogelijke rioolheffing. Voor de begrotingsbehandeling in 2021 heeft de raad besloten de dotatie te verlagen (vertraagd doteren) om de rioolheffing te kunnen verlagen. Dat gaf op zijn beurt weer ruimte om de ozb te verhogen zonder dat de lasten voor de burger al te veel zouden stijgen. De variant vertraagd doteren gaat uit van een langzamere wijziging in de financieringswijze van achteraf betalen naar vooraf sparen. Door hier voor te kiezen kunnen we in de periode 2023-2027 circa 14% van de investeringen in een keer afboeken. In de periode 2023-2038 stijgt dit naar circa 29%.
Grafiek: Vertraagd doteren met een rentepercentage van 2,0%
Grafiek: Vertraagd doteren met een stijgend rentepercentage naar 5%
Variant 3: Egaliserend doteren. De variant egeliserend doteren gaat uit van doteren wanneer het kan. Het oude watertakenplan kende tot en met 2035 een gemiddelde stijging van de rioolheffing van 1,2%. Bij deze variant hanteren wij die gemiddelde stijging. Deze zogenaamde 1,2%-lijn (buiten de prijsindexering) houden wij als minimum aan. Zolang de benodigde rioolheffing in een bepaald jaar lager is dan de 1,2%-lijn wordt de rioolheffing gelijk aan de 1,2%-lijn. In die jaren ontstaat er ruimte om te doteren aan de voorziening vervangingsinvesteringen. Is de benodigde rioolheffing hoger dan de 1,2%-lijn dan is er geen ruimte om te doteren en is de rioolheffing gelijk aan de benodigde rioolheffing. Door hier voor te kiezen kunnen we in de periode 2023-2027 circa 8 % van de investeringen in een keer afboeken. In de periode 2023-2038 daalt dit naar circa 7,5%.
Grafiek: Egaliserend doteren met een rentepercentage van 2,0%
Grafiek: Egaliserend doteren met een stijgend rentepercentage naar 5,0%
Vergelijking varianten In grafiekvorm
Vergelijking varianten In tabelvorm
Vergelijking woonlasten met omliggende gemeenten In onderstaande grafiek en tabel staat een vergelijking van de woonlasten van de omliggende gemeenten weergegeven. Geconstateerd is dat gemeente Bronckhorst relatief hoge woonlasten berekent aan inwoners ten opzichte van de omliggende gemeenten. Wel zijn de woonlasten in gemeente Bronckhorst in 2023 circa € 35 per woning lager dan in 2022. Dit is met name een gevolg van de verlaging van de afvalstoffenheffing.
Gemeente Rheden Berkelland Oost Gelre Oude IJsselstreek Bronckhorst Lochem Montferland Doesburg Brummen
OZB € 369 € 518 € 453 € 372 € 470 € 275 € 135 € 535 € 309
Afval € 246 € 155 € 215 € 219 € 321 € 269 € 232 € 297 € 197
Riool € 197 € 340 € 189 € 231 € 265 € 333 € 336 € 313 € 323
Totaal € 812 € 1.013 € 857 € 822 € 1.056 € 877 € 703 € 1.145 € 829
We kunnen geen vergelijking maken voor de komende jaren, omdat deze nog niet bekend zijn en jaarlijks worden vastgesteld op basis van de ontwikkelingen van afgelopen jaar met een doorkijk naar de volgende jaren.