CConstaterende datBronckhorst
Koppel je AI →
Document · PDF

C02 College van B&W, actieve info Locatie munitiedepot in gebied tussen Hummelo en Toldijk

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente BronckhorstBij agendapunt: Ingekomen stukken7.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieve informatievoorziening REFNUMBER aan kopie aan portefeuillehouder datum collegevergadering

: : : :

de gemeenteraad

kenmerk onderwerp

: :

Z140189/INT24-60212 Locatie munitiedepot in gebied tussen Hummelo en Toldijk

E. Gosselink 12 november 2024

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 12 november heeft Defensie via een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt dat de locatie voor grootschalige munitieopslag aan de Zutphen-Emmerikseweg/Muizengatweg in Toldijk niet verder wordt onderzocht in hun zoektocht naar ruimte voor Defensie. Eerste uitkomsten Plan-MER Defensie kwam tot dit besluit naar aanleiding van de eerste, voorlopige uitkomsten van het Plan-MER onderzoek dat door Defensie gedaan is. In dit onderzoek wordt gekeken naar ruimtelijke aspecten die mede bepalen of een locatie geschikt is. In deze fase van het onderzoek is naar voren gekomen dat de zoeklocatie in Toldijk niet verder onderzocht wordt. Wat houdt niet verder te onderzoeken in? Het niet verder onderzoeken van een locatie houdt in dat de locatie in Toldijk in deze fase van het onderzoek naar de achtergrond verschuift. De nu beschikbare uitkomsten van het Plan-MER onderzoek laten zien dat de realisatie vanuit één of meerdere aspecten op de leefomgeving niet voor de hand ligt. Dit betekent dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief te worden opgenomen. Het is belangrijk om te melden dat de locatie niet definitief afvalt. Er is door Defensie wel aangegeven dat deze locaties niet langer in het onderzoek van de voorkeurslocatie voorkomen, maar uiteindelijke besluitvorming ligt bij het kabinet.

Een definitief besluit volgt naar verwachting in het voorjaar van 2025. Laagvlieggebieden In de kamerbrief wordt geen duidelijkheid gegeven over de zoeklocaties voor

laagvlieggebieden voor helikopters. De Achterhoek is aangewezen als een van deze zoeklocaties. Het is de verwachting dat eind dit jaar/begin volgend jaar meer duidelijkheid komt over de onderzoeken naar laagvlieggebieden. Hoe nu verder? Wij informeren de werkgroep Munitieopslag en de Dorpsbelangenorganisaties direct over de stand van zaken. Ook informeren we de inwoners uit de verschillende zoneringen via een brief, deze wordt woensdagmiddag via een fysieke ronde bezorgd. Naast dat we u als gemeenteraad informeren over deze ontwikkeling, informeren we ook de Achterhoek Raad via een informatieve memo. We vinden het belangrijk om vinger aan de pols te houden in dit traject voor zowel het onderwerp grootschalige munitieopslag als het onderwerp laagvlieggebieden. Daarom blijven we zowel bestuurlijk als ambtelijk aangesloten bij de Gelderse Kopgroep Defensie. Tijdens deze overleggen zitten we direct met de provincie Gelderland en Defensie om tafel. Daarbij volgen we het proces dat Defensie loopt op de voet. We zijn alert op belangrijke besluitvormende momenten, zoals het vaststellen van de voorkeurslocaties in het voorjaar van 2025. We houden daarbij nauw contact met de werkgroep Munitieopslag. Ook houden we u als gemeenteraad op de hoogte bij ontwikkelingen.

Zoekgebied grootschalige munitieopslag

De zoeklocatie voor grootschalige munitieopslag aan de ZutphenEmmerikseweg/Muizengatweg in Toldijk wordt niet verder onderzocht door Defensie. Dit staat in een brief die Defensie op 12 november stuurde aan de Tweede Kamer. De militaire organisatie nam dit besluit op basis van de eerste resultaten van de milieueffectrapportage (planMER), bestuurlijke overleggen in alle provincies en gesprekken met inwoners in heel het land. De omwonenden krijgen van de gemeente woensdag een brief in de bus en de gemeente informeert ook de betrokken dorpsbelangenorganisaties en de werkgroep munitieopslag. Wethouder Gosselink: “Ik ben blij met de keuze van Defensie om de locatie in Toldijk niet verder te onderzoeken. De impact van een munitiedepot in Toldijk en omgeving is te groot. Dat heeft onze krachtige samenleving duidelijk kunnen maken en dit hebben wij vanuit de gemeente ook volmondig ondersteund.” Kans op munitiedepot in Toldijk klein Defensie noemt de locatie in Toldijk ‘niet verder te onderzoeken’. Dit houdt in dat de locatie in deze fase van het onderzoek naar de achtergrond verschuift. De locatie valt niet definitief af. Mocht uit het vervolgonderzoek komen dat andere zoeklocaties afvallen, kan de zoeklocatie in Toldijk weer in beeld komen. Defensie noemt de kans hierop zeer klein.

Bronckhorst blijft, ondanks deze uitkomst, het proces rondom alle onderzoeken van Defensie volgen en blijft aangesloten bij de Gelderse Kopgroep Defensie. Laagvlieggebieden Defensie zoekt niet alleen naar ruimte voor grootschalige munitieopslag. De Achterhoek is als regio ook in beeld als zoekgebied als laagvlieggebied voor helikopters. Op dit moment kan Defensie nog geen duidelijkheid geven over de laagvlieggebieden. We hopen eind dit jaar meer informatie te krijgen.

Hengelo (Gld), 13 november 2024 Voor meer informatie over dit bericht kunt u contact opnemen met Josine Groen, cluster Communicatie, telefoon (06) 12 62 98 66.

PERSBERICHT

Locatie Toldijk niet verder onderzocht door Defensie voor munitieopslag

Achterhoek Raad Informatieve memo Ruimte voor Defensie – stand van zaken Aan Van Datum Agendapunt

: Achterhoek Raad : Achterhoek Board : 9 december 2024 : n.v.t.

Het ministerie van Defensie heeft in haar Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) aangekondigd op verschillende locaties in Nederland te zoeken naar ruimte voor Defensie. In de Regio Achterhoek zijn twee zoeklocaties aangewezen: -

Een zoeklocatie in de gemeente Bronckhorst voor grootschalige munitieopslag aan de Zutphen-Emmerikseweg/Muizengatweg in Toldijk. De Achterhoek is aangewezen als zoekgebied voor laagvliegen.

In deze informatieve memo nemen wij u mee in de laatste stand van zaken omtrent deze zoeklocaties in de Achterhoek en de rol die we vervullen in de Gelderse Kopgroep Defensie. Zoektocht naar meer ruimte voor Defensie Het ministerie van Defensie heeft in haar Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) aangekondigd op verschillende locaties in Nederland te zoeken naar ruimte voor grootschalige munitieopslag. In december 2023 werd in de Notitie reikwijdte en detailniveau aangegeven dat er een globaal zoekgebied was in Bronckhorst en op 31 mei 2024 bleek uit de Nota van Antwoord dat het gaat om het gebied rondom de Zutphen-Emmerikseweg/Muizengatweg in Toldijk. Ook werd de Achterhoek als zoekgebied voor laagvlieggebieden aangewezen. We begrijpen de noodzaak voor meer ruimte voor Defensie Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet vanzelfsprekend. De huidige geopolitieke ontwikkelingen en het verhoogde dreigingsniveau maken de zoektocht voor meer ruimte voor Defensie noodzakelijk en begrijpelijk. We begrijpen ook dat het in het kader van nationale veiligheid belangrijk is dat er een geschikte locatie gevonden wordt voor grootschalige munitieopslag en gebieden om te oefenen met laagvliegen.

Zoektocht heeft grote impact Tegelijkertijd zien we ook dat zowel de zoektocht naar een locatie voor grootschalige munitieopslag als een zoekgebied voor laagvlieggebieden, grote maatschappelijke impact hebben. Verschillende Achterhoekse gemeenten hebben zich via het indienen van zienswijzen uitgesproken tegen de komst van een laagvlieggebied in de Achterhoek. Het bestuur en de samenleving van Bronckhorst hebben zich dan ook stevig uitgesproken tegen de komst van elke vorm van munitieopslag in onze gemeente. Kamerbrief met voorlopige uitkomsten gedeeld Op 12 november heeft de Tweede Kamer een brief ontvangen met daarin voorlopige uitkomsten m.b.t. de zoeklocatie voor grootschalige munitieopslag en laagvlieggebieden. Defensie heeft aangegeven dat de zoeklocatie in Toldijk op dit moment niet verder onderzocht wordt.

Dit is naar aanleiding van de eerste, voorlopige uitkomsten van het Plan-MER onderzoek dat door Defensie gedaan is. In dit onderzoek wordt gekeken naar ruimtelijke en milieu aspecten die mede bepalen of een locatie geschikt is. In deze fase van het onderzoek is naar voren gekomen dat de zoeklocatie in Toldijk niet verder onderzocht wordt Wat houdt niet verder te onderzoeken in? Het niet verder onderzoeken van een locatie houdt in dat de locatie in Toldijk in deze fase van het onderzoek naar de achtergrond verschuift. De nu beschikbare uitkomsten van het Plan-MER onderzoek laten zien dat de realisatie vanuit één of meerdere aspecten op de leefomgeving niet voor de hand ligt. Dit betekent dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief te worden opgenomen. Het is belangrijk om te melden dat de locatie niet definitief afvalt. Er is door Defensie wel aangegeven dat deze locaties niet langer in het onderzoek van de voorkeurslocatie voorkomen, maar uiteindelijke besluitvorming ligt bij het kabinet. Een definitief besluit volgt naar verwachting in het voorjaar van 2025. Onduidelijkheid over laagvlieggebieden In de kamerbrief wordt geen duidelijkheid gegeven over de zoeklocaties voor laagvlieggebieden. De Achterhoek is aangewezen als een van deze zoeklocaties.

Het is de verwachting dat eind dit jaar/begin volgend jaar meer duidelijkheid komt over de onderzoeken naar laagvlieggebieden. We blijven bij Defensie aandacht vragen voor meer duidelijkheid over laagvlieggebieden. Samenwerking met de Provincie Gelderland De regio wordt door de gemeente Bronckhorst vertegenwoordigd door zowel bestuurlijk als ambtelijk onderdeel te zijn van de Gelderse Kopgroep Defensie en als Achterhoek Boardlid. Deze kopgroep is geïnitieerd door de Provincie Gelderland en bestaat uit een bestuurlijke en ambtelijke afvaardiging van gemeenten waarin zoeklocaties zijn benoemd. Samenwerking in de Regio Achterhoek Op ambtelijk niveau is er afstemming geweest over de laagvlieggebieden en zijn zienswijzen ingediend. Er is geregeld overleg in het Regionaal RO-overleg, er is ook afgesproken dat dit het platform is waar ontwikkelingen worden gedeeld. De gemeente Bronckhorst voert de regie, gezien de lijn die er al ligt naar Defensie en de Gelderse Kopgroep Defensie. Bestuurlijk worden ontwikkelingen gedeeld in de Achterhoek raad. Mocht de Achterhoek aangewezen worden als verder te onderzoeken zoeklocatie dan wordt er intensief samengewerkt om een mogelijke zienswijze in te dienen. Daarbij koppelen we ontwikkelingen actief terug in de Achterhoek Raad en daar waar nodig tussentijds op bestuurlijk niveau.

Mocht de Achterhoek aangewezen worden als niet verder te onderzoeken locatie, dan volgen we de ontwikkelingen intensief en koppelen we deze terug in de Achterhoek Raad.

> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl Onze referentie BS2024036142

Datum

Klik of tik om een datum in te voeren.

Betreft

Niet verder te onderzoeken locatie-alternatieven voor het NPRD

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter, Sinds een aantal jaar wordt weer geïnvesteerd in Defensie: meer mensen, meer materieel, meer training en meer activiteiten. Dit kabinet zet die lijn met kracht voort. De veiligheidssituatie in de wereld verslechtert helaas steeds meer. De krijgsmacht moet daarom worden versterkt, in het bijzonder op hoofdtaak 1(de verdediging van ons grondgebied en dat van onze bondgenoten) zodat Defensie in staat is om te verdedigen wat ons dierbaar is. Dit vraagt om extra ruimte, zowel fysieke, milieu- als geluidsruimte. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) is die extra ruimtevraag in beeld gebracht en zoeken we zorgvuldig naar goede locaties en ruimte voor defensieactiviteiten in samenhang met andere urgente ruimtevragen. Op 31 augustus jl. heb ik een Nota van Reactie (NvR) aan uw Kamer gestuurd (kamerstuk 36 124 nr. 47) waarin ik heb toegelicht dat bij veel betrokkenen een grote behoefte bestaat om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatie-alternatief niet verder wordt onderzocht, de zogenaamde eerste trechtering. Bezoekers van de informatiebijeenkomsten gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Daarnaast heb ik in het tweeminutendebat Ruimte voor Defensie van 10 september jl. met uw Kamer het gesprek gevoerd over het NPRD.

In dit debat heeft uw Kamer mij met een motie (kamerstuk 36 124, nr. 51) opgeroepen om de informatievoorziening rond de uitbreidingsplannen van Defensie te verbeteren, zonder vertraging in de uitvoering van het programma op te lopen. Ik onderschrijf beide oproepen tot snelle en heldere informatievoorziening en wil, in lijn met de motie, zo spoedig mogelijk duidelijkheid geven. Daarom communiceer ik in dit stadium van het proces de locatie-alternatieven die wij in deze fase van het NPRD niet verder zullen onderzoeken. In de afgelopen periode hebben we op vele manieren gesprekken gevoerd met bewoners, belanghebbenden en bestuurders door middel van onder andere informatiebijeenkomsten en bestuurlijk overleggen. Tijdens deze gesprekken is naar voren gekomen wat de impact is van het onderzoeken van bepaalde locatie-alternatieven op de omwonenden en wat de (on)mogelijkheden zijn voor bepaalde locatie-alternatieven, kansen voor ontwikkeling en mogelijkheden tot koppeling met plannen van mede-overheden.

Eerste trechtering van locatie-alternatieven In de NvR heb ik aangegeven dat een eerste moment om direct betrokkenen te informeren over de eerste trechtering na de eerste ronde van de bestuurlijke overleggen zou zijn. In deze overleggen heb ik toegelicht welke locatie-alternatieven voor welke ruimtelijke behoeften op basis van de nu beschikbare uitkomsten van het planMER niet verder worden onderzocht. In het planMER worden alle locatie-alternatieven van de verschillende ruimtelijke behoeften gelijkwaardig onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De uitkomsten laten zien dat realisatie op die locaties op basis van één of meerdere aspecten van de leefomgeving niet gemakkelijk uitvoerbaar is.

Pagina 1 van 10

Voor deze locaties geldt daarom dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen. In de bijlage treft uw Kamer per ruimtebehoefte van Defensie een toelichting op de uitkomsten van het onderzoek naar locatie-alternatieven met een bovenregionale afweging uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) die niet verder onderzocht zullen worden. Het gaat hierbij om de locatie-alternatieven waarvan nu planMER-resultaten beschikbaar zijn. Ook is een overzicht opgenomen van de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht. Voor de overige behoeftes met een bovenregionale afweging geldt dat óf alle locatie-alternatieven nog in onderzoek zijn, óf dat de planMER-resultaten nog niet beschikbaar zijn. Ik realiseer mij dat dit niet de zorgen wegneemt rond de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht. In deze fase van het NPRD is het nog niet mogelijk om locatie-alternatieven definitief te laten afvallen. Dit gebeurt als de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie in 2025 door het kabinet definitief wordt vastgesteld. De reden hiervoor is dat bij het verschijnen van het planMER voor iedereen inzichtelijk moet zijn hoe alle locatie-alternatieven die in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD; kamerstuk 36 124 nr. 41) en in de Nota van Antwoord (kamerstuk 36 124, nr.

44) zijn opgenomen, zijn beoordeeld. Het planMER moet dus aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle locatie-alternatieven.

Locatie-alternatieven in het mijnbouwschadegebied in Groningen Ik sta specifiek stil bij de locatie-alternatieven voor de behoefte Munitieopslag Snel-InzetbareCapaciteit in het mijnbouwschadegebied in Groningen (locatie-alternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem) omdat over deze locaties grote maatschappelijke onrust is ontstaan. Defensie heeft op 19 september jl. een speciale informatiebijeenkomst voor de omwonenden in dit gebied georganiseerd. De hier uitgesproken zorgen en de emoties van de omwonenden hebben mij nog sterker doen beseffen wat de bewoners van dit gebied vanwege de mijnbouwschade al hebben moeten meemaken en hoe ongelukkig de ligging van deze locaties is. Bewoners van woningen die recent zijn versterkt of waarvan de plannen voor versterking in een vergevorderd stadium zijn, zouden door de mogelijke vestiging van een munitieopslag hun woning opnieuw moeten verlaten. Ik vind dit, naast bestaande zorgen en emoties, onacceptabel en wil de zorgen van de getroffen bewoners zoveel mogelijk verlichten door duidelijkheid te geven dat de genoemde locaties in het mijnbouwschadegebied niet verder worden onderzocht. Dit is in lijn met de wens van uw Kamer, die mij via een motie (kamerstuk 33 529, nr. 1249) heeft verzocht tot een verbod te komen op het bouwen van munitiedepots in het mijnbouwschadegebied.

Naast signalen uit de omgeving en de motie van uw Kamer laten de uitkomsten van het planMER zien dat de locatie-alternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem om meerdere redenen niet geschikt zijn als locatie voor een dergelijke munitieopslag. Deze locaties worden dan ook niet verder onderzocht. De schrijnende situatie die ontstaat bij een eventuele vestiging van een munitieopslag op één van deze locaties maakt dat het kabinet toezegt deze locaties definitief niet in overweging te nemen bij het vaststellen van de ontwerp Beleidsvisie en de keuze van de voorlopige voorkeurslocaties begin volgend jaar.

Vervolgproces In de genoemde bestuurlijke overleggen heb ik de provincies en gemeenten geïnformeerd over de eerste uitkomsten van het planMER-onderzoek en wat dit betekent voor de in die provincie onderzochte locatie-alternatieven. In de komende dagen worden direct betrokkenen, zowel provincies als gemeenten en omwonenden, hierover persoonlijk door Defensie geïnformeerd. Op basis van het planMER zal het kabinet na verder bestuurlijk overleg met de provincies en gemeenten naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 de voorlopige voorkeurslocaties bekend maken. Deze worden als onderdeel van het ontwerp van de Nationale Beleidsvisie Ruimte Pagina 2 van 10

voor Defensie opnieuw ter inzage gelegd. Bewoners en andere stakeholders kunnen hier wederom zienswijzen op indienen die zullen worden meegenomen in de besluitvorming van definitieve locaties door het kabinet. Defensie heeft de afgelopen periode ook veel waardering gekregen voor de opzet van het NPRD en de openheid over het proces. Ik waardeer de brieven die ik heb ontvangen van provincies, gemeenten en burgers waarin dit ook is benoemd. Ook in de motie van uw Kamer staat dat Defensie een zorgvuldig en transparant proces doorloopt. Voor de volgende fase in de NPRD-aanpak, het toewerken naar de ontwerp-Beleidsvisie Ruimte voor Defensie en de zogenaamde voorkeurslocaties, is tijdige berichtgeving richting de direct betrokkenen, zowel provincies, gemeenten als omwonenden, nog belangrijker.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Gijs Tuinman

Pagina 3 van 10

Bijlage bij brief over niet en wel verder te onderzoeken locatie-alternatieven voor het NPRD Deze bijlage bevat een toelichting op de locatie-alternatieven met een bovenregionale afweging uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) die niet verder onderzocht zullen worden. Het gaat hierbij om de locatie-alternatieven waarvan nu planMER-resultaten beschikbaar zijn. Voor de overige behoeftes met een bovenregionale afweging zijn óf alle locatie-alternatieven nog in onderzoek, óf zijn de planMER-resultaten nog niet beschikbaar. Ook is een overzicht aan het eind van de bjlage opgenomen van de locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht.

Overzicht per behoefte Behoefte

Niet verder te onderzoeken locatie-alternatieven

I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden

Zeewolde-Gooiseweg Biddinghuizen-Noord Stroe (de uitbreidingsalternatievenalternatieven zoals genoemd in paragraaf 2.2. van de Nota van Antwoord Ermelo (de uitbreidingsalternatieven zoals genoemd in paragraaf 2.2. van de Nota van Antwoord) Landbouwtransitiegebieden

II: Extra locatie grootschalige munitieopslag

Zevenaar Toldijk Zoelen-Oost Zoelen-West Dronten Dalfsen

III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit (SIC)

Luddeweer Slochteren Exloo Zweeloo Tjuchem

IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein)

Swifterbant Nijverdal Loenen Wapenveld Uitbreiding Reek

Pagina 4 van 10

V: Oefendorp

Vughtse Heide Crayelheide Rucphense Heide Havelte-West Vlasakkers Doorn-Driebergen

VI: Amfibisch oefengebied

Petten Ouddorp Oostvoorne

IX: Onbemande maritieme helikopters

Rechtstreeks Langs Natura2000

X: Stationering en corridors onbemande cargodrones

Permanente stationering Twente Airport

Voor de behoeftes VII. Host Nation Support, XI. Laagvlieggebieden helikopters en XII. Helikopterlandingsplaatsen worden alle locatie-alternatieven in de huidige fase van het NPRD verder onderzocht. Voor behoeftes VIII. Uitbreiding jachtvliegtuigcapaciteit en XIII. Onverharde landingsbaan en de locatiespecifieke behoeftes zijn momenteel nog geen planMER-resultaten beschikbaar.

Nadere toelichting Behoefte I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden Voor de locatie-alternatieven voor deze behoefte zijn vooral de effecten op het gebied van natuur, water en bodem en landschap en natuur onderscheidend. Met name op basis van deze thema’s worden de volgende locaties niet verder onderzocht: Stroe en Ermelo:

Voor deze locatie-alternatieven is gekeken naar zowel uitbreiding op Stroe óf Ermelo als Stroe én Ermelo samen. Het gaat hierbij om de uitbreidingsalternatieven die opgenomen zijn in de Nota van Antwoord (NvA). Deze uitbreidingsalternatieven worden beperkt door de ligging in Natura 2000-gebied en zijn niet eenvoudig uitvoerbaar binnen het geldende juridisch kader en de vigerende natuur- en milieuwetgeving. Voor Stroe en Ermelo wordt wel de mogelijkheid van intensivering van activiteiten op bestaande defensielocaties verkend.

Gooiseweg:

De locatie Gooischeweg gaat ten koste van zeer waardevolle biologische akkerbouwgrond in een waardevol open landschap.

Biddinghuizen Noord:

Het alternatief Biddinghuizen Noord scoort in het planMER zeer negatief als het gaat om o.a. geohydrologisch effecten. Ook is gebruik van de locatie Biddinghuizen Noord gekoppeld aan gebruiksbeperkingen door o.a. interferentie met Lelystad Airport en is

Pagina 5 van 10

de locatie relatief ver weg gelegen van de regio met een groot arbeidspotentieel. Landbouwtransitiegebieden:

Bij de aantal onderzochte landbouwtransitiegebieden zijn in het planMER-onderzoek zeer negatieve resultaten naar voren gekomen. Deze gebieden ondervinden voornamelijk een zeer negatief effect als het gaat om het aantal geraakte bedrijven en woningen, maar ook als het gaat om impact op de landschappelijke waarde.

Behoefte II: Extra locatie grootschalige munitieopslag Voor deze behoefte komt in het planMER het aantal geraakte woningen als grootste onderscheidende effect naar voren. Voor de locatie-alternatieven die niet verder onderzocht zullen worden gelden de volgende effecten: Zevenaar:

Voor Zevenaar betreft het in het meest negatieve geval dat 33 woningen geraakt worden. Verder zijn er voor deze locatie zeer negatieve effecten op het gebied van waardevolle landbouwgrond en infrastructuur uit het planMER naar voren gekomen.

Toldijk:

Uit het planMER-onderzoek is gebleken dat er voor de locatie Toldijk in het meest negatieve geval 74 woningen geraakt worden.

Zoelen Oost en West: Voor deze locaties is naar voren gekomen dat er in het meest negatieve geval 21-25 woningen geraakt worden. Ook zijn de onderzochte effecten op deze locaties zeer negatief als het gaat om landschap, aardkundige aspecten en de infrastructuur. Dalfsen:

Voor Dalfsen kwamen in het planMER in het meest negatieve geval 32 geraakte woningen naar voren. Ook kwam tijdens het onderzoek naar voren dat er op de locatie sprake is van hoogspanningsleidingen. De aanwezigheid van deze hoogspanningsleidingen in de zogenaamde ‘A-zone’ rond de opslag, vormt een dermate groot risico voor de munitie die moet worden opgeslagen dat munitieopslag hier niet mogelijk is.

Dronten:

Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat er op de locatie in Dronten windturbines aanwezig zijn. Deze aanwezigheid is strijdig met de selectiecriteria voor locatie-alternatieven. Ook raakt de locatie Dronten aan de provinciale weg N307 en/of aan de Hanzelijn. Het in gebruik nemen van dit locatie-alternatief zou het verleggen van vitale infrastructuur tot gevolg hebben wat een onderscheidend groot negatief effect is.

Behoefte III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit Op basis van het planMER zijn de effecten op de volgende locatie-alternatieven dusdanig negatief dat niet verder onderzocht zullen worden. Ook is voor deze behoefte het aantal geraakte huizen als zwaarwegend onderscheidend effect meegenomen: Tjuchem:

Pagina 6 van 10

De resultaten uit het planMER voor locatie-alternatief Tjuchem zijn zeer negatief vanwege de omliggende woningen en infrastructuur.

Slochteren:

De resultaten voor Slochteren uit het planMER zijn zeer negatief, voornamelijk als het gaat om bodemdaling, het aantal woningen, het waardevolle landschap en vruchtbare landbouwgrond.

Luddeweer:

Voor de locatie Luddeweer gelden dezelfde uitkomsten als voor Slochteren.

Exloo:

Het planMER-onderzoek toont aan dat op deze locatie het aantal geraakte woningen en een aantasting van waardevol landschap een onderscheidende rol spelen.

Zweeloo:

Ook voor Zweeloo kwamen het aantal woningen en aantasting van waardevol landschap in het planMER naar voren. Ook is bij deze locatie sprake van hinder voor recreatiegebieden.

Behoefte IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven Voor deze behoefte geldt, net als voor behoeftes II en III, het aantal geraakte woningen als belangrijk onderscheidend aspect voor de locatie-alternatieven die niet verder onderzocht zullen worden. Daarnaast is ook de impact op landbouw als onderscheidend kenmerk uit het planMER gekomen. De volgende locatie-alternatieven zullen niet verder worden onderzocht: Reek:

Het planMER-onderzoek wijst uit dat uitbreiding van het bestaande defensieterrein in Reek tot gevolg heeft dat er veel hinder op de omgeving komt alsook dat er veel woningen geraakt zouden worden. Daarnaast is de impact op landbouw en natuur groot.

Swifterbant:

Tijdens het planMER-onderzoek is gebleken dat op de onderzochte locatiealternatief in Swifterbant een hoogspanningsleiding aanwezig is. Hierdoor is het uitvoeren van de behoefte op deze locatie niet mogelijk.

Nijverdal:

De locatie in Nijverdal ligt in Natura 2000-gebied en is niet eenvoudig uitvoerbaar binnen het geldende juridisch kader en de vigerende natuur- en milieuwetgeving. Daarnaast zijn er op deze locatie andere significant negatieve effecten zoals het aantal geraakte woningen en hinder op omgeving.

Wapenveld:

Voor het locatie-alternatief in Wapenveld gelden vergelijkbare uitkomsten als voor het alternatief in Nijverdal.

Loenen:

Ook voor het locatie-alternatief in Loenen gelden vergelijkbare uitkomsten. Het in gebruik nemen van de locatie Loenen is daarnaast onwenselijk door de directe nabijheid van het Ereveld Loenen.

Behoefte V: Oefendorp Voor de behoefte voor een oefendorp zijn de negatieve effecten uit het planMER naar voren komen verspreid over de hele linie van onderzochte thema’s. Voor deze behoefte worden de volgende locatie-alternatieven niet meegenomen in een vervolgonderzoek: Crayelheide, Vughtse Heide, Rucphense Heide, Havelte-West, Vlasakkers, Doorn-Driebergen: Deze locaties scoren zeer negatief in het planMER-onderzoek. Het gaat daarbij voornamelijk om effecten op natuur- en landschapswaarden en/of een gezonde en veilige leefomgeving. Pagina 7 van 10

Behoefte VI: Amfibisch oefengebied Voor amfibisch oefenen bestaat de behoefte om vanuit zee op strand te landen en, in het meest gunstige geval, door te stoten naar achterliggend gebied. Natuur is daarom een belangrijke factor waarop locatie-alternatieven die hier in het planMER zeer negatief op scoren uit te sluiten van vervolgonderzoek. Petten:

Uit het planMER is gebleken dat effecten op de natuur bij het locatiealternatief bij Petten zeer negatief zullen zijn. Deze locatie is gelegen in een zeer kwetsbaar en verstoringsgevoelig gebied. Het is daarom onwenselijk om deze locatie te voet of per machine te betreden. Defensie is momenteel nog in gesprek met de Gemeente Schagen en de Provincie Noord-Holland over een mogelijk locatie-alternatief voor deze behoefte elders in de gemeente Schagen. Er wordt hierbij gekeken naar een mogelijk locatie-alternatief in de buurt van Groote Keeten.

Ouddorp en Oostvoorne:

Ouddorp en Oostvoorne zijn beide locaties die in Natura 2000-gebied liggen en die intensief recreatief worden gebruikt. Ook liggen beide gebieden in verstoringsgevoelige gebieden en zijn er rijksmonumentale panden aanwezig. In het planMER scoren deze locaties dan ook zeer negatief.

Behoefte IX: Onbemande maritieme helikopters In het planMER zijn de resultaten op het gebied van natuur en het doorkruisen van bestaande zones in het luchtruim negatief voor de volgende alternatieve routes voor onbemande drones. Een belangrijk onderscheidend criterium is hierbij het verminderen van hinder voor zowel mens als natuur. Rechtstreeks:

Resultaten van het planMER tonen aan dat een rechtstreekse route bestaande zones en activiteiten in het luchtruim doorkruist. Dit is een negatief effect wat niet inpasbaar is.

Langs Natura2000:

Uit het planMER komt naar voren dat de route langs Natura 2000 negatief scoort op het thema Natuur. Vliegen over de lange (landinwaartse) route langs de kust is te dicht bij gevoelig duingebied gelegen. Hierbij zijn er ook negatieve effecten op de route van trekvogels en stikstofgevoelig duingebied.

In het vervolgproces wordt de route langs vaarroutes verder geoptimaliseerd waarbij wordt gekeken naar het meenemen van positieve elementen uit de alternatieve routes die niet verder worden onderzocht. Behoefte X: Stationering en corridors onbemande cargodrones Voor de behoefte van stationering en corridors onbemande cargodrones kwam uit het planMER naar voren dat langere vliegroutes aanzienlijk meer overlast op de leefomgeving en natuur tot effect heeft. Deze effecten zijn van dergelijk negatieve aard dat de volgende locatie-alternatief niet verder wordt onderzocht: Permanente Stationering Twente Airport:

Pagina 8 van 10

Uit het planMER komt voor Twente Airport naar voren dat permanente stationering leidt tot onnodige lange

vliegroutes met meer negatieve effecten. Permanente stationering van drones op Twente Airport wordt daarmee niet verder onderzocht. Echter wordt op aangeven van de lokale overheden de corridor van vliegveld Deelen naar Twente Airport wel verder onderzocht met het doel van incidenteel gebruik van cargodrones op Twente Airport.

Locatie-alternatieven die wel verder worden onderzocht Het volgende schema geeft een overzicht van locatie-alternatieven die voor de genoemde behoeftes met een bovenregionale afweging in de huidige fase wel worden onderzocht:

Behoefte

Verder te onderzoeken locatie-alternatieven

I: Concentreren en versterken ondersteunende eenheden

Zeewolde – Spiekweg Zeewolde – Oosterwold Intensivering van activiteiten op bestaande defensielocaties in Stroe en Ermelo

II: Extra locatie grootschalige munitieopslag

Staphorst Weerselo Biddinghuizen

III: Nieuwe munitieopslag snel-inzetbare-capaciteit

Kollumerwaard – West Lemmer Kollumerwaard - Oost

IV: Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven (springterrein)

Arnhem – Rozendaal Kollumerwaard Lelystad

V: Oefendorp

Nassau-Dietz Kazerne Weerterheide Marnewaard De Haar Leusderheide

VI: Amfibisch oefengebied

Marnehuizen Vliehors Maasvlakte Groote Keeten

Pagina 9 van 10

IX: Onbemande maritieme helikopters

Langs vaarroutes (onderzoek naar optimalisatie vliegroutes met evt. positieve elementen uit de niet verder te onderzoeken alternatieven)

X: Stationering en corridors onbemande cargodrones

Stationering Deelen Directe routes hebben de voorkeur, maar wel met optimalisatie

Voor behoeftes VII (Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support (HNS)), XI (Laagvlieggebieden helikopters) en XII (Helikopterlandingsplaatsen) geldt dat alle locatiealternatieven verder worden onderzocht.

Pagina 10 van 10

12 november 2024 Defensie verkleint het aantal militaire zoeklocaties Defensie verkleint het aantal onderzoekslocaties voor de noodzakelijke uitbreiding van militaire activiteiten in Nederland. Dat gebeurt binnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. De militaire organisatie nam dit besluit op basis van de eerste resultaten van de milieueffectrapportage (planMER), bestuurlijke overleggen in alle provincies en gesprekken met inwoners in heel het land. Een aantal locaties wordt dus niet langer onderzocht. Dit betekent dat de kans zeer klein is dat ze uiteindelijk worden opgenomen als voorkeurslocatie in de ontwerp Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie. Zo valt Loenen af als onderzoeksalternatief voor een nieuw springterrein. Dat geldt ook voor grootschalige munitieopslag in Zoelen-Oost en Zoelen-West. Groningen Het Groningse Slochteren, Luddeweer en Tjuchem zijn definitief geschrapt als locatie voor munitieopslag. Bewoners van dit mijnbouwschadegebied zouden bij de bouw van zo’n depot hun woning mogelijk weer moeten verlaten. Dit nadat die net zijn versterkt of plannen daarvoor in een vergevorderd stadium zijn. Defensie zag de ingediende motie van de Tweede Kamer als een bevestiging van de geluiden die al bekend waren. Overgebleven onderzoekslocaties Bovenstaande locaties zijn voorbeelden uit een lange lijst.

Bekijk op de kaart (bijlage) welke locaties Defensie wel of niet verder onderzoekt. Of bezoek de pagina Ruimte voor Defensie. Beslissing aan kabinet Naar verwachting verschijnt begin 2025 de ontwerp Nationale Beleidsvisie Ruimte voor Defensie. Daarmee neemt het kabinet een besluit over de voorkeursalternatieven en of Defensie op deze locaties mag uitbreiden. Met de beleidsvisie zijn ook alle resultaten van de milieueffectrapportage (planMER) beschikbaar. Om tot deze resultaten te komen, volgt Defensie een zorgvuldig en transparant proces, wat in het tijdspad terug te zien is. Zodra het ontwerp is gepubliceerd kan iedereen in Nederland nog een zienswijze indienen. Verdedigen grondgebied De krijgsmacht groeit. Dat is noodzakelijk om het eigen grondgebied en dat van de bondgenoten te kunnen verdedigen. Meer ruimte is nodig om te oefenen, voor opslag en om bondgenoten door Nederland te verplaatsen. Zorgen Hoewel er begrip is voor de behoefte om uit te breiden, zijn er lokaal zorgen bij bewoners. Defensie begrijpt dat. Daarom blijft de organisatie uitleggen dat groei ook gepaard gaat met overlast “Bij defensie willen we beschermen wat ons dierbaar is. Een van die dierbare zaken is onze leefomgeving. Daarom begrijp ik de zorg van omwonenden heel goed.

Tegelijkertijd: als wij onze vrijheid, veiligheid en welvaart willen doorgeven aan de volgende generatie, dan zal onze acceptatie en tolerantie voor hinder omhoog moeten”, aldus staatssecretaris Gijs Tuinman. Duidelijkheid Over de locaties die nog verder worden onderzocht, probeert Defensie zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Mensen worden onder meer geïnformeerd via de website defensie.nl/ruimtevoordefensie. Hier kunnen ze ook vragen stellen. Defensie zoekt

daarnaast de samenwerking met gemeenten en provincies. Die kunnen dan hun inwoners op de hoogte stellen.

NPRD OKTOBER-NOVEMBER 2024 Q&A ALGEMEEN Vanuit de kamerbrief [concept]: Q: Wat betekent het als een locatie niet verder wordt onderzocht? (a) Wat houdt dit in?  Voor deze locaties geldt dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief te worden opgenomen in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie. 

In het planMER (hierin worden de effecten van de uitbreidingsplannen van Defensie op milieu en omgeving weergegeven) worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De nu beschikbare uitkomsten van het planMER laten zien dat realisatie vanuit één of meerdere aspecten van de leefomgeving niet voor de hand ligt op sommige locaties. Dat geldt ook voor de locatie in uw gemeente/omgeving. Voor deze locatie geldt dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen.

(b) Welke vervolgstappen zijn nu nog voor mij/mijn regio van belang?  De locatie in uw gemeente/omgeving valt nog niet definitief af. Q: Wat betekent het als een locatie wel verder wordt onderzocht? (a) Wat houdt dit in?  Voor deze locaties geldt dat er verder, verdiepend onderzoek plaatsvindt of deze locaties als voorkeursalternatief opgenomen kunnen worden in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie. 

In het planMER (hierin worden de effecten van de uitbreidingsplannen van Defensie op milieu en omgeving weergegeven) worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. De nu beschikbare uitkomsten van het planMER laten zien dat realisatie op de locatie in uw omgeving nog steeds een optie is.

(b) Wat zijn nu de vervolgstappen? Voor de locatie in uw gemeente/in uw omgeving geldt dat hier nog verder, verdiepend onderzoek op plaatsvindt. Q: Wanneer is er meer duidelijkheid? Dat komt naar verwachting (voorjaar) 2025, Defensie presenteert alle voorkeursalternatieven aan het kabinet. Het kabinet beslist uiteindelijk welke uitbreidingen Defensie kan uitvoeren. Daarbij weegt het kabinet de ruimtebehoeften van Defensie af tegen die van andere departementen. Denk aan woningbouw, windmolenparken, land- en natuurgebieden.

Q: Eerder is (aan mij) gecommuniceerd dat er locaties zouden afvallen, op basis van kansrijk/niet kansrijk. Hoe verhoudt dit zich tot ‘niet verder onderzochte locatie’?  Met de omschrijving ‘kansrijk/niet kansrijk’ is bedoeld dat o.b.v. het planMER onderzoek realisatie op die locatie niet kansrijk wordt geacht. Daarom worden deze locaties ook niet verder onderzocht. De locaties die Defensie nu als niet kansrijk beoordeelt, worden niet verder onderzocht.  In deze fase van het NPRD is het nog niet mogelijk om alternatieve locaties definitief te laten afvallen. Dit kan pas als de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie definitief wordt vastgesteld door het kabinet in het voorjaar van 2025. De reden hiervoor is dat bij het verschijnen van het planMER voor iedereen inzichtelijk moet zijn hoe alle alternatieve locaties die in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Nota van Antwoord zijn opgenomen, zijn beoordeeld. Het planMER moet dus aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle alternatieve locaties.  De reden dat we nu deze lijst publiceren, is dat bij veel betrokkenen een grote behoefte bestaat om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatiealternatief niet verder wordt onderzocht (de zogenaamde eerste trechtering). Ook met de Tweede Kamer is afgesproken hier zo snel mogelijk over te communiceren.

Q: Op basis waarvan zijn er nu locaties aangegeven als ‘niet verder te onderzoeken’ locaties?  Dit is gebeurd op basis van alle nu beschikbare onderzoeksresultaten in het planMER. Hierin worden alle alternatieve locaties van de verschillende ruimtelijke behoeften onderzocht op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. Daaruit bleek dat de realisatie van de ruimtelijke behoeften vanuit één of meer aspecten van leefbaarheid (zoals geluid, natuur, woningen, etc) niet voor de hand ligt. Q: Hoe is de selectie gegaan?  Op basis van planMER resultaten uit de onderzoekscriteria zoals benoemd in het NRD (aangevuld met de uitbreiding van de onderzoeksthema’s zoals benoemd in de Nota van Antwoord en Nota van Reactie). De onderzoeksresultaten worden begin volgend jaar openbaar met de publicatie van het planMER en de ontwerp Nationale Beleidsvisie

Q: Waarom publiceert het Ministerie van Defensie welke locaties nu niet verder onderzocht worden, als dit nog geen definitief uitsluitsel geeft?  In de provinciale bijeenkomsten bleek bij veel bezoekers een grote behoefte te bestaan om zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen als een locatie-alternatief in het vervolgproces niet verder wordt onderzocht, de zogenaamde eerste trechtering. Zij gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Daarom maakt Defensie nu bekend welke locaties niet meer verder onderzocht worden. Defensie beseft overigens dat dit nog geen absolute duidelijkheid biedt. Voor deze locaties geldt wel dat de kans zeer klein is om als voorkeursalternatief in het ontwerp van de Beleidsvisie Ruimte voor Defensie te worden opgenomen. Q: U schrijft in de Kamerbrief dat u veel heeft geleerd van de (bestuurlijke) gesprekken en informatiebijeenkomsten; wat heeft u hier dan van geleerd?

In de eerste plaats bleek in deze gesprekken er een grote behoefte te bestaan om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen als een locatie-alternatief in het vervolgproces niet verder wordt onderzocht. Ten tweede willen bewoners en bestuurders hier graag rechtstreeks over worden geïnformeerd. Bezoekers van de informatiebijeenkomsten gaven aan dat juist de onzekerheid over hun situatie datgene is waar ze zich grote zorgen over maken. Op basis hiervan verrijkt en verscherpt Defensie zijn aanpak. Onder andere: om zo snel mogelijk onzekerheid weg te nemen delen we in deze fase wat er niet verder wordt onderzocht, informeren we betrokken ambtenaren bij gemeenten en provincies over het proces en de communicatie en sturen we kaveleigenaren brieven naar alle locaties waar het direct ruimtegebruik betreft.

Q: Kunnen locaties, die nu niet verder onderzocht worden, weer terug op de lijst komen?  Vanuit de onderzoeksresultaten blijkt dat ze in de ontwerp beleidsvisie (zeer waarschijnlijk) niet als voorkeursalternatief zullen worden aangeboden aan het kabinet. Dus locaties die niet langer in onderzoek zijn worden geen voorkeurslocatie, maar uiteindelijke besluitvorming is zeker nog aan het kabinet.

Specifieke situaties: Q: Waarom wordt er voor de munitieopslag locaties in Groningen een uitzondering gemaakt in het planologisch proces ten opzichte van andere opgaven en zoekgebieden? Kunnen andere locaties /ander opgaven die ook schrijnend lijken ook een beroep doen op deze uitzondering op het proces en vervroegd afvallen?  Voor deze drie locaties geldt dat bij een keuze voor een van deze locaties bewoners van woningen die recent zijn versterkt of waarvan de plannen voor versterking in een vergevorderd stadium zijn, hun woning opnieuw zouden moeten verlaten. Deze bewoners hebben vanwege de mijnbouwschade al heel veel moeten meemaken, over een heel lange periode. Daarom is er ook sprake van een ereschuld die het kabinet heeft om de gemaakte fouten door zestig jaar gaswinning richting de regio en haar bewoners recht te zetten. Daarmee is deze situatie ook onvergelijkbaar met de situatie op andere locaties. Q: Het Zwanenwater in Noord-Holland bij Petten is een locatie waarvan al gecommuniceerd is dat deze afvalt. Terwijl er gezocht wordt naar een andere locatie in die regio. Hoe verhoudt dit zich tot de categorisering “wordt niet verder onderzocht”?  Het planMER moet aansluiten bij de door het kabinet vastgestelde NRD voor alle alternatieve locaties.

Dat betekent in dit geval dat het alternatief Zwanenwater niet verder wordt onderzocht, maar dat het alternatief in de buurt (Groote Keeten) toegevoegd is aan het onderzoek als mogelijke locatie. Q: Hoe verhouden de ruimtebehoeften van Defensie zich ten opzichte van die van andere departementen  Defensie beseft terdege dat er vele andere ruimtelijke opgaven kunnen spelen, of het nu plannen van het Rijk, provincie of gemeenten zelf zijn. Daarom wordt er in het planMER ook onderzocht of de plannen van Defensie botsen met bijv. gemeentelijke of provinciale plannen voor woningbouw of ‘ wind of zon op land’. Daarnaast is

Defensie o.a. in het kader van de rijksbrede Nota Ruimte voortdurend met andere departementen in gesprek over de wederzijdse ruimtelijke plannen en voornemens. Het is uiteindelijk aan het kabinet om – waar dit nodig – keuzes te maken. Q: Hoe worden belanghebbenden bewoners/bedrijven in deze fase geïnformeerd door het Ministerie van Defensie?  Defensie informeert via alle relevante media en kanalen: Defensie website (pagina’s Ruimte voor Defensie), social media van Defensie, landelijke media, mailings aan betrokkenen, via contactpersonen (zoals communicatieadviseurs) bij provincies en gemeenten. Daarnaast ontvangen kaveleigenaren binnen de zoeklocaties van de bovenregionale behoeften een brief met een procesupdate (inclusief de kaveleigenaren in de A/B veiligheidszone waar van toepassing)

Locaties gezocht voor 13 activiteiten De veiligheidssituatie in de wereld verslechtert. Dat vergt een grotere, beter uitgeruste en goed geoefende krijgsmacht om onze veiligheid te waarborgen. De krijgsmacht moet meer dan ooit in staat zijn om ons grondgebied en dat van onze bondgenoten te verdedigen. In NAVO-verband wordt ook meer van de krijgsmacht gevraagd.

7

6 5 4 3 3 6

3

8

3 3

8 5

9

3 3

6 11

2 2

11

1

4 8 4 2 1 1 1

3

13

5

6

2 4 4

1

5 5 13 5

4 11

7 11

6

2 8 10 13

1

6

13

11

13 4 10

2 2

2 2

6 11

4 8

5 13 5 7

13 8 11

8

13

13 8

8 11

5

5

5

Meer activiteiten betekent dat er behoefte is aan meer ruimte: om te oefenen, voor infrastructuur, munitieopslag en het op orde brengen van of nieuwe vergunningen. Voor 13 activiteiten onderzoekt Defensie mogelijk geschikte bestaande en nieuwe locaties om te bepalen wat waar het beste kan. Wordt verder onderzocht

Wordt niet verder onderzocht November 2024

Uitleg ruimtebehoeften 1. Versterken en concentreren van ondersteunende eenheden Dit kan op drie manieren: 1. Versterken en concentreren van de geneeskundige en logistieke eenheden op een bestaande defensielocatie en de Information manoeuvre op een andere plek. 2. Al deze eenheden op één bestaande Defensielocatie (Ermelo of Stroe) concentreren en die locatie uitbreiden. 3. Alle eenheden op een nieuwe locatie concentreren. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden waarbij een mogelijke locatie valt in landbouwtransitiegebied 2. Extra locatie grootschalige munitieopslag Er is meer ruimte nodig om munitie op te slaan. Daar zijn zeven locaties voor geschikt, waaronder in landbouwtransitiegebied. De voorkeur gaat uit naar één grote locatie. Is dat niet mogelijk, dan zijn er twee kleinere locaties nodig. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden waarbij een mogelijke locatie valt in landbouwtransitiegebied. 3. Nieuwe munitieopslag SIC (Snel Inzetbare Capaciteit) Munitie in zeecontainers moet klaar staan om eenheden in Navoverband snel in te kunnen zetten. Voor de opslag van deze munitie zijn zes locaties geschikt. Ook hier geldt dat één grote locatie de voorkeur heeft, maar meerdere kleinere locaties zijn te overwegen.

Gilze-Rijen, Woensdrecht en/of De Peel. Ter vergelijking wordt uitbreiding van het aantal vluchten op de twee bestaande vliegbases ernaast gezet. En er wordt gekeken naar samenwerking met civiele luchthavens. 9. Onbemande maritieme helikopters Om met onbemande helikopters voor mijnenbestrijding en maritieme verkenning te vliegen, zijn er corridors nodig (veilige gangen in het luchtruim) vanaf marinevliegkamp De Kooy in Den Helder naar oefengebieden op de Noordzee. Deze corridors kunnen in een directe lijn lopen, langs vaarroutes of via een route waarbij kwetsbare gebieden worden ontzien. Directe routes en langs vaarroutes. 10. Stationering en corridors onbemande drones voor cargo De landmacht wil graag oefenen met cargodrones en wil corridors (veilige gangen in het luchtruim) van vliegbasis Deelen naar een aantal oefengebieden en naar marinevliegkamp De Kooy, Vliegbasis Twenthe en Marknesse. Deze corridors kunnen via de kortste route lopen of via een route waarbij kwetsbare gebieden zo veel mogelijk worden vermeden. Directe vliegroute van en naar oefengebieden.

4. Nieuw terrein voor oefenen en trainen met explosieven Het springterrein voor explosieven in Reek is te klein in omvang en capaciteit. Het is nodig dit terrein uit te breiden of er is een nieuw extra terrein nodig in de buurt van de genie-eenheden in de regio Arnhem-Apeldoorn-Zwolle of in de regio Marnehuizen waarbij een mogelijke locatie valt in landbouwtransitiegebied. 5. Oefenen in verstedelijkt gebied (oefendorp) Stedelijk gebied is steeds vaker de locatie van het gevecht. Het is dan ook nodig meer te oefenen in verstedelijkt gebied. Daarvoor zou een nieuwe oefenlocatie in Budel geschikt zijn. Op dit moment is Budel een opvanglocatie van het COA. Met opname van Budel in het planMER is er nog geen besluit genomen over het eventueel aanpassen van de huidige functie of het combineren van beide functies, al dan niet gefaseerd in de tijd. Een ander alternatief is een onbebouwd terrein aanwenden. 6. Amfibisch oefengebied Er is een grote behoefte om meer amfibisch te trainen. Dit zou kunnen op een nieuwe locatie. Daarvoor komen Petten, Marnehuizen, de Maasvlakte en Vliehors geschikt in aanmerking. Of de oefenplaatsen landingsvaartuigen in Vliehors (incl. schieten) worden uitgebreid. 7. Gegarandeerde havencapaciteit Host Nation Support In Navo-verband is afgesproken dat er voldoende havencapaciteit in Nederland moet zijn voor het doorvoeren van materieel, munitie en militairen.

Alternatieve locaties hiervoor zijn de Eemshaven, Rotterdam en/of Vlissingen. 8. Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Jachtvliegtuigen hebben nu en in de toekomst meer ruimte nodig. Onderzocht wordt een derde en eventueel een vierde luchthaven voor het uitbreiden van het aantal vluchten in Eindhoven,

11. Laagvlieggebieden helikopters Voor het oefenen met laagvliegen met helikopters is het van belang om de huidige laagvlieggebieden te behouden door een streng planologisch juridisch regime. Of er zijn meer laagvlieggebieden nodig met een licht planologisch regime. Strenger juridisch-planologisch regime voor ruimtelijke ontwikkelingen in huidige laagvlieggebieden. Nieuwe laagvlieggebieden aanwijzen. 12. Helikopterlandingsplaatsen Helikopterbemanningen willen kunnen oefenen met tactisch landen en opstijgen. De alternatieven hiervoor zijn: het flexibeler en intensiever gebruiken van de bestaande helikopterlandingsplaatsen of nieuwe locaties op bestaande oefenterreinen dicht bij de eenheden waarmee wordt geoefend. Intensiveren bestaande helikopterladingsplaatsen. 13. Korte/smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport Transportvliegtuigen moeten soms op onverharde grond landen en opstijgen, bijvoorbeeld bij evacuaties. Om dit te oefenen is er een dirtstrip nodig. Eventuele locaties zijn luchthaven Deelen, De Peel, Gilze-Rijen of een dirtstrip aanleggen op een bestaand oefenterrein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bronckhorst&id=312fa2ed-10fb-49df-a41d-4a37253b1a96