Bijlage 1 IHP gemeente Bronckhorst.pdf
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs 2021-2035 Gemeente Bronckhorst
Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum
de heer O. Horsman en mevrouw S. Huurnink, gemeente Bronckhorst Jan Roelofs, Valerie Boon en Marieke Stevering-Rutten U21508 14 september 2021
Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
Het IHP in relatie tot de gemeentelijke verordening Proces Leeswijzer
2
3
4 4 5
Managementsamenvatting
7
Inleiding Analyse Bevindingen en prioritering
7 7 8
Wettelijk kader
11
WPO Status van het IHP op landelijk niveau Regelgeving passend onderwijs Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Wmo, Jeugdwet en Participatiewet Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod Klimaatakkoord Lokale regelgeving Conclusie
4
Visie en ambitie
16
Samenwerking Demografie en spreiding De gebouwen
5
16 20 21
Beleidskader voor het IHP
25
Samenwerking De gebouwen Ambitie
6
11 12 12 12 13 13 13 13 14 14 15
25 25 25
Beschrijving dorpen en scholen
26
Schouwen schoolgebouwen Zelhem Hengelo Keijenborg Bekveld Wolfersveen Halle Steenderen Toldijk Wichmond Kranenburg Vorden Drempt Hummelo
27 29 31 32 33 34 35 36 36 37 38 39 40 41
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 2 van 79
7
8
Van visie naar huisvesting
42
Ambitieniveau Verduurzaming bestaand vastgoed
42 44
Van visie naar huisvesting per gebied
45
Zelhem Hengelo Keijenborg Bekveld Wolfersveen Halle Steenderen Toldijk Wichmond Kranenburg Vorden Drempt Hummelo
9
45 47 47 48 48 49 50 50 51 51 52 52 53
Meerjarenuitvoeringsplan (inclusief prioritering)
54
Uitvoeringsjaren 2021-2024 Uitvoeringsjaren vanaf 2025
54 54
10 Meerjareninvesteringsplan
55
De investeringsopgave Zelhem Dorpsschool Halle Verduurzamen bestaand vastgoed De financiële dekking
55 55 55 56 56
11 Conclusies, aanbevelingen en vervolg
57
Conclusies Aanbevelingen Vervolg
57 57 58
Bijlage 1 - wettelijk kader
60
Bijlage 2 - algemene situatiebeschrijving
65
Bijlage 3 - vergelijking ruimtebehoefte en capaciteit per school68 Bijlage 4 - resultaten schouw (per gebouw)
70
Bijlage 5 - concept rapportage Ruimte-OK
79
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 3 van 79
1
Inleiding
De gemeente Bronckhorst heeft samen met de schoolbesturen voor basisonderwijs een nieuw Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs (hierna: IHP) opgesteld voor de periode 2021-2035. In het proces is allereerst een inhoudelijke visie opgesteld. Daarnaast is ook de huidige situatie van de schoolgebouwen in beeld gebracht. Vervolgens is op basis van de visie onderzocht welke huisvestingsvraagstukken er zijn, en welke richting daaraan gegeven kan worden in dit IHP. Vervolgens is ook een financiële vertaling aan deze richting gegeven. Het resultaat is een gezamenlijk gedragen IHP waarin binnen de mogelijkheden van de gemeente en schoolbesturen invulling wordt gegeven aan de zorgplicht voor onderwijshuisvesting binnen een beleidsrijke context. Het verwezenlijken van ambities die verder gaan dan de strikte kaders van de wettelijke zorgplicht, is de gezamenlijke opgave van de gemeente en schoolbesturen. Het voortgezet onderwijs (VO) maakt geen deel uit van onderhavig IHP. Over de toekomstige huisvesting van het Kompaan College in Vorden is in 2020 een separaat raadsbesluit genomen. Het IHP in relatie tot de gemeentelijke verordening Het IHP bepaalt de planning en realisatie van onderwijshuisvestingsvraagstukken. Specifieke aanvullende huisvestingsaanvragen (bijvoorbeeld bij calamiteiten) dienen apart en conform de gemeentelijke verordening ingediend te worden.
Naast de eisen uit de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bronckhorst 20111, dienen de aanvragen in lijn te zijn met het op te stellen IHP. Onderwijshuisvesting heeft een wettelijke verankering in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC). Als wettelijk document is de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs opgesteld. Een IHP kent vooralsnog géén wettelijke basis en is daarmee een document dat op basis van consensus opgesteld dient te worden. De gemeente en schoolbesturen hebben met elkaar afgesproken dat de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs als vangnet op de achtergrond fungeert. Het IHP is de leidraad voor de wijze waarop wordt omgegaan met onderwijshuisvesting en wordt iedere vier jaar – en in het geval van relevante (wettelijke) ontwikkelingen – geactualiseerd. Proces In het voorjaar van 2020 zijn de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk gestart met het traject om te komen tot een nieuw IHP. Gezamenlijk is bepaald dat op een beleidsrijke wijze invulling gegeven wordt aan onderwijshuisvesting, en niet op basis van de (beleidsarme) wettelijke zorgplicht. Dit omdat partijen inhoud en huisvesting met elkaar willen verbinden en een beleidsarme benadering leidt tot verschraling.
De gekozen inzet past ook bij hoe de gemeente Bronckhorst in de afgelopen jaren invulling heeft gegeven aan het uitvoeren van de zorgplicht voor onderwijshuisvesting in het vorige IHP. De gemeente en schoolbesturen delen de ambitie om dit voort te zetten en daar beide naar vermogen op in te zetten.
1 https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Bronckhorst/60380/60380_1.html
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 4 van 79
In april 2020 is de uitgangspuntennotitie vastgesteld, na diverse bilaterale en gezamenlijke bijeenkomsten. Deze uitgangspuntennotitie vormt nu integraal onderdeel van dit IHP (hoofdstuk 2, 3 en 4). In overleg zijn negen schoolgebouwen geschouwd. Vervolgens is de huisvestingssituatie van alle gebouwen vergeleken met de visie en ambitie en zijn de huisvestingsvraagstukken in beeld gebracht. Middels enkele scenarioontwikkelsessies zijn uiteindelijk de voorkeusscenario’s bepaald die zijn opgenomen in het IHP. Leeswijzer Voor u ligt een lijvig rapport met bijlagen. Dit rapport weerspiegelt de uitkomsten van het IHP-proces dat in de periode februari 2020 t/m september 2021 tot stand is gekomen. De managementsamenvatting treft u aan in hoofdstuk 2. De overige hoofdstukken zijn onderverdeeld naar uitgangspunten en uitwerking. In de bijlagen zijn de meer gedetailleerde specificaties toegevoegd. 1.3.1 De uitgangspunten De hoofdstukken 3 t/m 5 beschrijven de uitgangspunten welke in de periode februari en maart 2020 zijn besproken en in april 2020 zijn vastgesteld. Deze hoofdstukken vormen de ruggengraat voor het verdere traject. Hoofdstuk 3 beschrijft het wettelijk kader voor zowel onderwijshuisvesting als zaken met betrekking tot aanpalende relevante wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 4 beschrijft de gezamenlijke visie en ambitie op thema’s zoals diverse vormen van samenwerking, demografische ontwikkelingen en evenwichtige en toekomstbestendige spreiding van voorzieningen over de verschillende dorpen en kernen. Ook is in dit hoofdstuk de gezamenlijke ambitie op gebouwniveau geformuleerd. In dit hoofdstuk komt zowel het verduurzamen van de bestaande gebouw-voorraad als de mogelijkheden met betrekking tot de financiering daarvan aan bod. Het bundelen van financieringsstromen voor exploitatie (schoolbesturen) en investering (gemeente), is in dit hoofdstuk beschreven als voorwaarde om de ambities waar te maken. Hoofdstuk 5 is het afsluitende hoofdstuk. De beleidskaders voor samenwerking, gebouwkwaliteit en financiering voor de realisatie zijn hierin beschreven. 1.3.2 De uitwerking In de hoofdstukken 6 t/m 8 is de nadere uitwerking van het IHP beschreven. Hoofdstuk 6 beschrijft de leerlingenontwikkeling van de verschillende dorpen en de status van de schoolgebouwen. Hoofdstuk 7 beschrijft de visie en ambitie. Dit betreft de nadere uitwerking van de eerder geformuleerde uitgangspunten en vormt de opmaat naar mogelijke huisvestingsmaatregelen per gebied. Hoofdstuk 8 vormt de basis voor het meerjarenuitvoeringsplan (hoofdstuk 9) en het meerjareninvesteringsplan (hoofdstuk 10).
In hoofdstuk 11 wordt dit IHP afgesloten met conclusies, aanbevelingen en een voorstel voor het vervolg. 1.3.3 Bijlagen In de bijlagen zijn relevante informatiebronnen toegevoegd, evenals achtergrondinformatie. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader nader toegelicht. In bijlage 2 is een gedetailleerde beschrijving van de leerlingenontwikkeling en de -prognoses in de gemeente Bronckhorst opgenomen. Ook is voor twee jaren een vergelijking gemaakt tussen het werkelijke leerlingenaantal en de -prognoses. Bijlage 3 geeft per kern de ruimtecapaciteit en de -behoefte (over meerdere jaren) weer. Deze bijlage geeft een gedetailleerd beeld van formele over- of ondercapaciteit.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 5 van 79
In bijlage 4 zijn de bevindingen van de opnames van negen schoolgebouwen weergegeven. Het betreft de nadere uitwerking van de in paragraaf 6.1 opgenomen tabel. Bijlage 5 geeft het resultaat van een verkennend (bureau)onderzoek weer dat door kenniscentrum Ruimte-OK is uitgevoerd. Het is een eerste indicatie van kansrijke investeringen om het bestaande vastgoed te verduurzamen.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 6 van 79
2
Managementsamenvatting Inleiding Het IHP is afgerond. Er ligt een stevige basis voor het vervolg. De kansrijke en toekomstbestendige projecten zijn beschreven. De gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk prioriteiten gesteld en er is – binnen de beperkingen van wettelijke en financiële kaders – investeringsbereidheid om de lijn van de afgelopen jaren voort te zetten en het kwaliteitsniveau van de onderwijshuisvesting verder te verbeteren. Daadwerkelijke besluitvorming daarover is op projectniveau voorbehouden aan de gemeenteraad en schoolbesturen. Het bundelen van geldstromen vanuit de exploitatie (onderhoud en energie) en vanuit investeringen voor vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie, is een voorwaarde om gezamenlijke ambities waar te maken. Daar zijn de gemeente en schoolbesturen het over eens. Een andere voorwaarde voor het waarmaken van ambities is zorgdragen voor een evenwichtige spreiding van onderwijsvoorzieningen over dorpen en kernen. Voor omvangrijke investeringen in levensduurverlengende renovaties of nieuwbouw moet er voldoende toekomstperspectief zijn voor een termijn van 25 jaar (renovatie) of 40 jaar (nieuwbouw). Het gebouwenbestand in de gemeente Bronckhorst is over het totaal genomen van een goed kwaliteitsniveau.
De laatste jaren is fors geïnvesteerd in onderwijshuisvesting, zowel in nieuwbouw door de gemeente als in onderhoud door de schoolbesturen. Van de achttien schoolgebouwen verkeren de meeste gebouwen in een goede staat. Het verdiepende onderzoek heeft zich met name gericht op negen schoolgebouwen die weliswaar goed onderhouden zijn door de schoolbesturen (beoordeeld in de schouw door PentaRho), maar die – met name vanwege de relatief hoge leeftijd – niet of in mindere mate voldoen aan toekomstige wettelijke eisen voor onderwijshuisvesting. Analyse Bij het zoeken naar prioriteiten voor toekomstbestendige investeringen zijn de negen schoolgebouwen in clusters bezien. Deze schoolgebouwen zijn door PentaRho geschouwd. Daarnaast zijn er vraagstukken bij de andere scholen. Cluster 1: Zelhem Dit cluster betreft oudere schoolgebouwen (CBS ‘t Loo, De Meene en Jan Ligthart) die op meerdere vlakken niet meer voldoen aan actuele eisen qua functionaliteit en duurzaamheid. De vraag dient zich aan wat de beste oplossingsrichting is: investeren per schoolgebouw in levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw, investeren in een gezamenlijke unilocatie of een tussenvorm.
Cluster 2: levensduurverlengende renovatie? Voor gebouwen van de SCCSSCHL 3.0 in Wolfersveen, CBS de Rank in Toldijk en de Dorpsschool Halle is geconstateerd dat deze gebouwen op een aantal fronten niet voldoen aan redelijke eisen. De vraag dient zich aan of investeringen strikt noodzakelijk zijn of dat uitstel van investeren – om welke reden ook – een optie is. Cluster 3: energie en binnenklimaat De schoolgebouwen De Leer in Hengelo, de Bernardusschool in Keijenborg en De Kraanvogel in Kranenburg voldoen redelijk aan actuele eisen voor onderwijshuisvesting. Deze drie schoolgebouwen hebben gemeen dat verbeteringen op het gebied van energiebesparing en binnenklimaat wenselijk zijn.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 7 van 79
Ook binnen dit cluster dient de vraag zich aan in hoeverre investeringen strikt noodzakelijk zijn en of deze investeringen zich financieel (energie) of maatschappelijk (gezondheid) terugverdienen. Verduurzamen: bestaande gebouwvoorraad Voor de totale gebouwvoorraad (alle achttien schoolgebouwen) zijn er mogelijk kansen om deze te optimaliseren door te investeren in het verduurzamen. Hiervoor is door Ruimte-OK een eerste quickscan uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn weergegeven in bijlage 5. Bevindingen en prioritering Per cluster is een discussie gevoerd over kansrijke en toekomstbestendige investeringen. Deze discussies hebben geleid tot de volgende bevindingen en prioriteiten. 2.3.1 Bevindingen Cluster 1: Zelhem De gebouwen in Zelhem zijn aan het eind van hun technische en economische levensduur. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde schouw, zijn er voor Zelhem drie hoofdscenario’s te benoemen: unilocatie voor twee scholen (Jan Ligthart en CBS ‘t Loo/De Meene) op nader te bepalen locatie (bijvoorbeeld locatie ’t Loo, De Meene of locatie sporthal); renovatie/nieuwbouw Jan Ligthart op huidige locatie en nieuwbouw CBS ’t Loo; De Meene op locatie De Meene; renovatie/nieuwbouw Jan Ligthart op huidige locatie en renovatie/nieuwbouw CBS ‘t Loo/De Meene op locatie CBS ‘t Loo.
Een volgende stap is dan ook het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden voor het realiseren van een unilocatie voor beide scholen. De andere twee scenario’s worden als alternatief ook onderzocht, maar hebben niet de voorkeur van de schoolbesturen. drie genoemde hoofdscenario’s Het haalbaarheidsonderzoek heeft als doel om te komen tot een goede afweging over een toekomstbestendige en duurzame oplossing voor de huisvesting van het basisonderwijs in Zelhem. Het huisvestingsvraagstuk in Zelhem wordt door alle betrokkenen onderschreven als eerste prioriteit. Cluster 2: levensduurverlengende renovatie in Wolfersveen, Toldijk of Halle? De schoolgebouwen in Wolfersveen, Toldijk en Halle vertonen allemaal – in meer of mindere mate – ouderdomsverschijnselen. Het primaire proces van onderwijs vindt dagelijks plaats. Er is geen directe noodzaak om te investeren, maar wel behoefte aan een duidelijke visie op de toekomst. Voor de scholen in Wolfersveen en Toldijk is er nog geen duidelijke visie op de lange termijn. Deze scholen hebben een constante leerlingpopulatie van respectievelijk 80 en 100 leerlingen en hebben zeker bestaansrecht. De visie op de ideale schoolgrootte voor de school van de toekomst, is nog niet afgerond. Dat maakt dat investeringen in levensduurverlengende renovatie thans geen prioriteit hebben. Voor de Dorpsschool Halle ligt dit anders.
De school heeft een omvang van ca. 120 leerlingen. In de omgeving zijn al meerdere scholen gesloten zoals de scholen in Halle-Heide en Halle-Nijman. De Dorpsschool Halle heeft hiermee een duidelijke functie voor een groter gebied. Investeren in het verbeteren van de kwaliteit in dit schoolgebouw is daarmee gerechtvaardigd. De mate waarin is een lange termijn visie- en financieringsvraagstuk. Dat vraagt om nader onderzoek als basis voor een (toekomstbestendig) investeringsbesluit voor de gemeente en het schoolbestuur over de omvang van de uit te
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 8 van 79
voeren werkzaamheden, al dan niet in relatie tot de planvorming van Stichting Sport en Ontmoeten en het leefbaarheidsvraagstuk van het dorp. Het schoolbestuur wil deze planvorming graag onderdeel laten zijn van het haalbaarheidsonderzoek. Voor de gemeente is vooralsnog het scenario om te investeren in het vervangen van de tijdelijke units het hoofdscenario. Cluster 3: investeren in energiebesparing en binnenklimaatverbetering? De problemen in de schoolgebouwen van De Leer, de Bernardusschool en De Kraanvogel zijn beperkt. De schoolgebouwen voldoen aan redelijke eisen qua beleving, functionaliteit en technische afwerking. Qua energiebesparing en binnenklimaatverbetering zijn in ieder geval op De Kraanvogel verbeteringen noodzakelijk. Voor de Bernardusschool is dakrenovatie een eerste prioriteit en bestaat de wens om dit te combineren met dakisolatie. Het schoolbestuur wenst een integrale afweging van de toekomst van het huidige schoolgebouw in het kader van het integrale plan zoals dat ontwikkeld is. De gemeente geeft op dit moment geen prioriteit aan de school in Keijenborg, maar is van mening dat aansluiten bij het plan van de dorpsraad middels fasering onderzocht moet worden. Bij de Kraanvogel zijn directe investeringswensen. Voor De Leer in Hengelo zijn geen directe investeringswensen, los van regulier onderhoud dan wel de duurzaamheidsopgave.
Een eventuele optimalisatie kan worden meegenomen als onderdeel van de gezamenlijke ambitie om de bestaande gebouwvoorraad te verduurzamen. Verduurzamen Het verduurzamen van de bestaande gebouwvoorraad is een actueel thema. Het klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende doelstellingen voor gemeenten en schoolbesturen doen zich niet alleen voor in de gemeente Bronckhorst. Het is een landelijk thema waarin Ruimte-OK een trekkersrol vervult. De resultaten van het onderzoek van Ruimte-OK zijn – met name vanwege COVID-19implicaties en de daaruit voortkomende druk op ieders agenda – nog beperkt. Ruimte-OK heeft landelijk een belangrijke rol vervuld bij de discussie over de ventilatieproblematiek in scholen. Dat heeft onder andere geleid tot de kamerbrief van minister Slob d.d. 1 oktober 2020. In deze brief wordt kenbaar gemaakt dat het kabinet in totaal € 360 miljoen beschikbaar stelt – waarvan € 320 miljoen extra – voor scholen en gemeenten om de ventilatie van schoolgebouwen te verbeteren. Dit heeft geleid tot de zogenaamde SUVIS-regeling. Gemeenten konden plannen indienen voor het verbeteren van het binnenklimaat van de scholen. De regeling gaat uit van een maximaal subsidiebedrag van 30%. De overige 70% moet middels cofinanciering door de gemeente/schoolbesturen bijgedragen worden. In de gemeente Bronckhorst zijn geen aanvragen ingediend.
Cofinanciering van de plannen bleek voor de gemeente en in sommige gevallen ook voor schoolbesturen een drempel om tot aanvragen dan wel uitvoering te komen. De SUVISregeling kent vanaf 1 oktober 2021 een tweede tranche. 2.3.2 Prioriteiten Het proces van totstandkoming van dit IHP heeft geleid tot twee potentiële grote projecten: het realiseren van toekomstbestendige en duurzame huisvesting voor het basisonderwijs in Zelhem; het zoveel als mogelijk oplossen van de in de Dorpsschool Halle gesignaleerde knelpunten. Voor het haalbaar maken van deze projecten, is maximale inspanning van zowel de gemeente als schoolbesturen nodig om met inzet naar vermogen en binnen de wettelijke
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 9 van 79
mogelijkheden, de visie en ambitie te realiseren. Daarnaast hebben de gemeente en schoolbesturen afgesproken om gezamenlijk invulling te geven aan het nakomen van de afspraken uit het Klimaatakkoord. De gescheiden geldstromen en krapte in de budgetten maken dit een uitdaging die na vaststelling van het IHP nader wordt uitgewerkt met ondersteuning van Ruimte-OK en inachtneming van de mogelijkheden van de door het kabinet vastgestelde investeringsimpuls van € 360 miljoen (minus de middelen die voor de eerste tranche van de SUVIS-regeling beschikbaar zijn gesteld).
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 10 van 79
3
Wettelijk kader
Dit hoofdstuk brengt de relevante wettelijke kaders in beeld, alvorens in de volgende hoofdstukken een verdieping te maken op de visie en ambitie van de gemeente Bronckhorst en de schoolbesturen, ten aanzien van de relevante thema’s. De wettelijke kaders vormen de basis voor de ambitie en ondersteunen deze ook op diverse fronten. Middels het IHP worden wetten, visie en ambitie vertaald naar de praktijk, waarbij de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk naar vermogen bijdragen. Een strategische visie op onderwijshuisvesting houdt rekening met de huidige en toekomstige wet- en regelgeving en wordt opgesteld binnen de gestelde beleidskaders. Wettelijke kaders en de gezamenlijke visie en ambitie bieden de basis voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Bronckhorst op de korte, middellange en lange termijn. Naast de kaders voor onderwijs, zijn ook de kaders voor kinderopvang en zorg en welzijn bepalend voor de inhoud van deze strategische visie.
Wet- en regelgeving dat medebepalend is voor deze strategische visie, zijn: Wet op het primair onderwijs (WPO); Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bronckhorst 2011; Wet passend onderwijs; Wet kinderopvang; Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Participatiewet; Jeugdwet; Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool; Wet meer ruimte voor nieuwe scholen; Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod; Klimaatakkoord. In de navolgende paragrafen wordt een beknopte strekking van de relevante kaders uiteengezet. In de gemeente Bronckhorst zijn geen voorzieningen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO aanwezig. Om die reden wordt de WEC in dit hoofdstuk niet behandeld. Omdat het VO ook geen onderdeel uitmaakt van onderhavig IHP, wordt ook de WVO in dit hoofdstuk niet behandeld. In bijlage 1 is per wet een meer uitgebreide toelichting gegeven. WPO In de WPO is de verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen ten aanzien van onderwijshuisvesting geregeld. Per 1 januari 2015 is de WPO gewijzigd. De wetswijzigingen houden in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen voor gemeenten vervalt. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
Naast de taakverantwoordelijkheid die schoolbesturen al hadden, hebben zij vanaf dat moment ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van onderhoud en aanpassingen van gebouwen en terreinen. De gemeente behoudt de wettelijke zorgplicht ten aanzien van het voorzien in voldoende onderwijscapaciteit (uitbreiding en nieuwbouw), eerste inrichting meubilair en onderwijsleerpakket, herstel constructiefouten en herstel en vervanging bij bijzondere omstandigheden. De uitvoering van de zorgplicht is geregeld in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. De financiering van onderwijs is complex. De gemeente ontvangt een niet geoormerkte vergoeding in het gemeentefonds voor het uitvoeren van de wettelijke zorgplicht. De scholen ontvangen middelen voor het exploiteren van de schoolgebouwen. Deze scheiding van geldstromen leidt tot een grijs gebied, waardoor de verantwoordelijkheden niet altijd duidelijk zijn (zie paragraaf 3.2 en 4.3.2)
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 11 van 79
Status van het IHP op landelijk niveau Op 9 mei 2018 hebben de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en sectorraden een rapport uitgebracht waarin een voorstel wordt gedaan voor drie wetswijzigingen, te weten: de jaarcyclus (verordening) maakt plaats voor een IHP met een looptijd van minimaal zestien jaar, waarvan de eerste vier jaar ook vastgelegd is in een meerjareninvesteringsplan; renovatie (levensduurverlengend) wordt een onderwijshuisvestingsvoorziening en is daarmee een taak van de gemeente; schoolbesturen voor PO en (V)SO mogen zelf investeren in het gebouw als dit leidt tot een financieel voordeel. De VNG, PO-Raad en VO-raad werken samen met minister Slob aan de aanbevelingen uit het onderzoek en verwerken deze in het wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit heeft minister Slob in juli 2020 aan de kamer laten weten. Door de demissionaire status van het kabinet (d.d. september 2021) staat deze toezegging onder druk. Regelgeving passend onderwijs Sinds 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs in werking. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het PO, VO, SO en mbo. In de praktijk gaat het vooral over alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, chronische ziekte, gedragsprobleem of leerstoornis. De gevolgen voor onderwijshuisvesting zijn merkbaar met betrekking tot zowel de omvang als kwaliteit. Meer leerlingen genieten binnen de ‘reguliere’ scholen onderwijs, waardoor minder leerlingen aan het (V)S(B)O deelnemen. Scholen dienen maximaal toegerust te zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’ (toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, time-out-ruimten/zorgruimten, etc.). Dit heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassing van de regelgeving en vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. In de kamerbrief ’evaluatie en verbeteraanpak passend onderwijs’ van d.d. 4 november 2020, is een aanpak gepresenteerd voor de uitvoering van passend onderwijs en een route naar inclusiever onderwijs. Daarin zijn 25 verbeterpunten gepresenteerd. De minister legt de focus bij wat beter moet in het onderwijs, zodat leraren, scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden weten wat ze te doen staat. In de brief wordt ook ingegaan op de noodzakelijke verbinding met gemeenten en jeugdhulp- en zorg-organisaties. Naar mening van de minister is er veel ruimte voor verbetering. De rol van de gemeente zal beter omschreven moeten worden.
De ministeries van VWS en OCW gaan komend jaar met alle betrokken partijen aan de slag om deze verbinding te verbeteren. Hiervoor is het programma ‘met andere ogen’ beschikbaar. Mogelijk leiden deze stappen ook tot een vraag naar gebouwelijke aanpassingen. Door de demissionaire status van het kabinet (d.d. september 2021) staat deze toezegging onder druk. Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie Per 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk van kracht. Deze wet zorgt ervoor dat peuterspeelzalen aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen als kinderopvang en dat peuterspeelzalen dezelfde juridische status krijgen als kinderopvang. Dit betekent dat ouders kinderopvangtoeslag kunnen ontvangen voor peuteropvang, mits zij hier recht op hebben. Gelijktijdig met deze wet is ook de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang geïmplementeerd. Deze wet zorgt ervoor dat de
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 12 van 79
kinder- en peuteropvang aan hogere kwaliteitseisen moeten voldoen dan voorheen verplicht was. Een deel van deze maatregelen is uitgesteld tot 1 januari 2023 (www.veranderingenkinderopvang.nl). Vanuit het Gemeentelijke Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) ontvangt de gemeente rijksmiddelen om onderwijsachterstanden bij kinderen vroegtijdig te signaleren en bestrijden. Op grond van artikel 165, 166 en 167 van de WPO is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden van een passend aanbod voor de voor- en vroegschoolse educatie (vve). De gemeente is verplicht tot het maken van afspraken met vveaanbieders en het PO over welke kinderen in aanmerking komen voor vve, hoe de toeleiding naar vve verloopt en hoe de doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie verloopt. De uitvoering hiervan gebeurt door de kinderopvangorganisaties en groep 1 en 2 van het PO. Op dit moment zijn er diverse ontwikkelingen rondom de kinderopvang. Er zijn plannen om kinderopvang voor een aantal dagdelen gratis toegankelijk te maken. Dit kan gevolgen hebben voor de huisvesting, zeker als de inhoudelijke en ruimtelijke koppeling met onderwijs gemaakt wordt. Wmo, Jeugdwet en Participatiewet De gemeenten hebben sinds 1 januari 2015 extra taken door drie grote decentralisaties.
Het gaat om de overheveling van taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool In juli 2017 is de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool aangenomen door de Eerste Kamer. Hiermee wordt de vorming van samenwerkingsscholen vereenvoudigd. Wet meer ruimte voor nieuwe scholen Het Wetsvoorstel meer ruimte voor nieuwe scholen is aangenomen in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Op 1 november 2020 is de wet in werking getreden. De PO-Raad geeft het volgende aan over deze nieuwe wet: Bij invoering van deze nieuwe wet wordt het mogelijk om een school te stichten op basis van belangstelling van ouders en leerlingen. Op dit moment kan een nieuwe school op basis van een pedagogisch-didactisch of onderwijskundig concept alleen nog begonnen worden in combinatie met een erkende geloofs- of levensovertuiging, een zogenaamde richting. Terwijl er wel behoefte is aan vernieuwing en uitbreiding van het onderwijsaanbod. Met de nieuwe wet ontstaat meer ruimte om op basis van een onderwijsconcept een school te beginnen. Een kwaliteitstoets, uitgevoerd door de Onderwijsinspectie, wordt onderdeel van de startprocedure. Na de kwaliteitstoets beslist de minister van Onderwijs over de bekostiging van de nieuwe school.
Indien aan alle kwaliteitscriteria wordt voldaan, staat de minister de stichting van een school toe. Als een nieuwe school na twee jaar wordt beoordeeld als kwalitatief slecht, kan deze gesloten worden. Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod Op 6 juni 2017 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel toekomstbestendig onderwijsaanbod aangenomen. De wet is op 1 januari 2018 in werking getreden. Deze wet maakt het eenvoudiger voor scholen om de richting om te zetten, uit te breiden met een richting of te verplaatsen. Door deze maatregelen worden schoolbesturen beter in staat gesteld om te anticiperen op eventuele leerlingendaling. De PO-Raad geeft aan dat het aangenomen wetsvoorstel de volgende zaken regelt:
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 13 van 79
-
het wordt voor besturen makkelijker om een school om te zetten van openbaar naar bijzonder onderwijs of andersom; het wordt makkelijker om een school van richting te laten veranderen of binnen de gemeentegrenzen te verplaatsen; de opheffingsnorm mag tussentijds gesplitst worden in stedelijk en niet-stedelijk gebied binnen een gemeente; de deadline voor vrijwillige sluiting van openbare scholen wordt flexibeler.
Klimaatakkoord In juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Voor de gebouwde omgeving (dus ook voor schoolgebouwen) geldt dat deze op basis van de afspraken in 2050 gasloos moeten zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Dit is een enorme opgave voor gemeenten en schoolbesturen. Voor nieuwe gebouwen kan hierop geanticipeerd worden, maar ook de bestaande gebouwen moeten verduurzaamd worden om aan deze afspraken te kunnen voldoen. In het Klimaatakkoord wordt ook verwezen naar het wetsvoorstel dat in voorbereiding is om het opstellen van een IHP verplicht te maken voor gemeenten. Samen met de verplichting voor schoolbesturen om een meerjarenonderhoudsplan op te stellen, biedt dit mogelijkheden om planmatig invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Lokale regelgeving De gemeente Bronckhorst heeft op basis van geldende landelijke wet- en regelgeving, ook lokaal beleid vastgelegd en/of is voornemens om dat te doen. Hieronder wordt hiervan een opsomming gegeven: beleidsregel gymlokalen: voor gymlokalen in eigendom van een PO-schoolbestuur, moet een beleidsregel opgesteld worden waarin de financiële verantwoordelijkheid voor het groot onderhoud geregeld wordt. Ook na 2015 is dat een verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor de gemeente Bronckhorst is dit van toepassing op de gymzaal in Kranenburg.
bewegingsonderwijs: op dit moment ontvangen de meeste schoolbesturen voor PO een financiële bijdrage waarmee ze uren gymonderwijs kunnen inkopen bij de (geprivatiseerde) gymlokalen, sportzalen en sporthallen. De gemeente Bronckhorst is voornemens om dit beleid te evalueren. beleid verhuur en medegebruik: als uitvloeisel van de bepalingen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, is de gemeente voornemens om in samenspraak met de schoolbesturen beleid op te stellen voor verhuur en medegebruik van schoolgebouwen. onderhoud speelterreinen bij scholen: in principe zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor onderhoud aan het buitenterrein van de school. Bij sommige scholen betaalt de gemeente een bijdrage in het onderhoud omdat het terrein van de school een functie heeft in de wijk, bij gebrek aan andere speelvoorzieningen. Dit beleid moet vastgelegd worden in de Verordening materiële en financiële gelijkstelling. CO2-beleid: de gemeente heeft de ambitie ‘energieneutraal in 2030’ vastgelegd in een CO2-beleidsplan. De gemeente heeft haar gemeentelijke footprint uitgerekend, een doelstelling (met reductiemaatregelen) geformuleerd en de prestatieladder in haar organisatie geborgd door middel van een managementplan. Onderwijshuisvesting is nog niet specifiek benoemd in dit beleidsplan.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 14 van 79
Conclusie Niet alleen het onderwijs, maar het gehele sociale domein is volop in ontwikkeling; nieuwe wetgeving en (uitvoerings)regels zijn in sommige gevallen nog maar recentelijk in werking getreden. Deze nieuwe regels vragen om een andere kijk op onderwijshuisvesting. Een gevolg hiervan kan een aanpassing van de onderwijshuisvesting, een wens tot het beter benutten van het aantal m² huisvesting en/of integrale samenwerking zijn. De beleidswijzigingen vragen om een integrale en strategische visie van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van samenwerken, samenwonen, exploitatie en beheer. Daarbij dient niet alleen naar traditionele samenwerkingspartners uit de eigen sector gekeken te worden, maar naar integrale samenwerking binnen het gehele domein van onderwijs, kinderopvang, sport en zorg en welzijn. Het afstemmen of aanscherpen van het lokale beleid ten opzichte van reeds veranderde wetgeving en te verwachten toekomstige wetswijzigingen, is hierbij een punt van aandacht.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 15 van 79
4
Visie en ambitie
Bij het bepalen van de visie en ambitie waarop dit IHP is gebaseerd, is er onderscheid gemaakt in twee hoofdthema’s: samenwerking; de gebouwen. Binnen het hoofdthema samenwerking zijn de volgende subthema’s benoemd: voorzieningen voor een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn; samenwerking met wijk- en zorgpartijen; passend onderwijs; demografie en spreiding. Binnen het hoofdthema de gebouwen zijn de volgende subthema’s benoemd: duurzaamheidsambitie; financieringsmogelijkheden (Total Cost of Ownership); ESCo’s. Per onderdeel wordt in dit hoofdstuk de ambitie en visie, ruimtelijke component en verantwoordelijkheid voor realisatie/financiering beschreven. Het wettelijk kader zoals geschetst in het vorige hoofdstuk, geeft hierbij handvatten. De visie en ambitie is een beleidsrijke vertaling van de uitvoering van het wettelijk kader zoals de gemeente en schoolbesturen dat samen voorstaan. Samenwerking 4.1.1 Voorzieningen voor doorgaande leer- en ontwikkelingslijn Ambitie en visie De gemeente vindt, in samenspraak met de onderwijs- en kinderopvangpartners, de verdere ontwikkeling en verdieping van samenwerking tussen kindvoorzieningen in de gemeente Bronckhorst van groot belang. Onderwijs en opvang werken op verschillende fronten al samen. De verwachting en wens is dat deze samenwerking intensiveert, al dan niet door eventuele wijzigingen in rijksbeleid.
Een versterkte koppeling tussen onderwijs en opvang betreft in eerste instantie een samenwerkingsvraagstuk. Anderzijds is het ook een ruimtelijk vraagstuk, echter hoeft dat niet per definitie zo te zijn. Voor kinderopvang zijn ook waardevolle combinaties of locaties denkbaar waarbij het onderwijs niet in ruimtelijke zin is toegevoegd. Voor het IHP is de ruimtelijke component van belang, alsmede de verantwoordelijkheid voor de realisatie/financiering van een voorziening voor kinderen onder één dak. Alle ontwikkelingsterreinen van kinderen komen binnen dit thema aan bod. Een brede voorziening biedt een gevarieerd totaalpakket op het gebied van educatie, opvang, ontwikkeling, zorg, welzijn en vrije tijd. Dit totaalpakket is niet verdeeld op basis van een institutionele en/of organisatorische verdeling. Het komt erop neer dat onderwijs, opvang, zorg en welzijn in zo’n voorziening gelijkwaardige partners zijn, die gezamenlijk een aanbod aan diensten bieden binnen een pedagogisch kader, en het liefst heel dicht bij elkaar (fysiek). Deze voorziening biedt alle kinderen een dagprogramma voor zo lang als zij willen deelnemen. Hierbij is sprake van minimale en maximale uren met een ruim openingsregime.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 16 van 79
Voor nu is aangegeven dat een brede voorziening onder één dak geen doel op zich is. Het is een middel dat – waar nodig en gewenst – tot mooie verbindingen kan leiden. Niet alle scholen zullen zich dus tot een brede kindvoorziening onder één dak ontwikkelen, alleen daar waar vraag en behoefte is. Samenwerking tussen diverse kindvoorzieningen is wel voor alle scholen in alle kernen een belangrijk streven. De gemeente en schoolbesturen hechten waarde aan de diversiteit van aanbod voor kinderen, in schoolgebouwen, in het groen of gekoppeld aan andere maatschappelijke voorzieningen. Ruimtelijke component Ten aanzien van de ruimtelijke component hebben de betrokken partners de ambitie om vanuit de behoefte van kinderen en ouders, in een kern, een integraal aanbod te doen, waarbij partijen intensief samenwerken en – waar mogelijk – ook samenwonen. In sommige situaties zijn niet alleen kindgerelateerde zorg- en welzijnsvoorzieningen aanwezig in een gebouw of in de directe nabijheid, maar ook wijkgerelateerde of maatschappelijk gerelateerde zorg- en welzijnsvoorzieningen. De gemeente en het schoolbestuur onderzoeken bij nieuwbouw en renovatie in het onderwijs de inrichting van een brede voorziening, passend bij de behoefte van kinderen en hun ouders in een kern.
Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De primaire verantwoordelijkheid voor de realisatie van samenwerking tussen kindvoorzieningen ligt bij de kernpartners zelf (schoolbestuur, kinderopvangorganisaties en overige maatschappelijke partners). De gemeente ziet voor zichzelf vooral een stimulerende en verbindende rol. Investeringen in aanvullende en/of commerciële functies zijn het onderwerp van gesprek, waarbij de betrokken schoolbesturen en aanbieders van peuter- en kinderopvang een nadrukkelijke rol spelen, onder andere om financieel bij te dragen in de totstandkoming van huisvesting. Deze partijen zijn als eerste aan zet. Echter, met name bij de bouw van een brede voorziening kan het lastig zijn om private partijen te vinden die hierin willen investeren, vanwege een zeer specifieke businesscase en ingewikkelde eigendoms- en beheervraagstukken. In dat geval kan de gemeente ervoor kiezen om met niet-onderwijshuisvestingsmiddelen te investeren in opvang of andere kindgerelateerde functies en daarbij kostendekkende huur vragen. Dit is in de gemeente Bronckhorst in elke situatie maatwerk, waarbij de gemeente in ieder geval voldoende contractuele zekerheden bij de desbetreffende instellingen dient te verwerven.
Hieronder beschrijven we de relatie van de gemeente ten opzichte van de verschillende partners: Relatie gemeente-onderwijs → zorgplicht onderwijshuisvesting Ten aanzien van de component onderwijs worden de gemeente en schoolbesturen bekostigd door de Rijksoverheid. De relatie tussen de gemeente en het onderwijs richt zich met name op het onderwijshuisvestingsbeleid. De gemeente heeft de wettelijke taak en verplichting om onderwijshuisvesting (vervangende nieuwbouw en uitbreiding) te faciliteren. Deze wettelijke verantwoordelijkheid is vastgelegd in de WPO (en WVO) en in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bronckhorst 2011.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 17 van 79
Bij onderwijshuisvestingsvraagstukken en de zoektocht naar passende huisvesting van scholen, zijn er een aantal principes. Allereerst wordt gezocht naar oplossingen binnen bestaande gebouwen en/of dezelfde kern. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, wordt gezocht naar (huisvestings)oplossingen op fietsveilige afstand. Voor zowel het onderwijs als de kinderopvang geldt dat leegstand zoveel mogelijk moet worden voorkomen en/of benut. Indien dit niet mogelijk is, wordt gekeken naar een (kosten)efficiënte oplossing in de vorm van nieuwbouw of uitbreiding. Relatie gemeente-kinderopvang De gemeente heeft geen wettelijke taak voor wat betreft de huisvesting van kinder- en peuteropvang, behalve het organiseren van plekken voor voorschoolse educatie. Vanuit de zorgplicht voor onderwijshuisvesting, kan de gemeente de ontwikkeling van brede voorzieningen echter wel bevorderen en stimuleren bij (toekomstige) vraagstukken en aanvragen omtrent dit beleidsonderwerp. De mogelijkheden om te sturen op kinderopvang zijn zeer beperkt, aangezien deze sector privaat is georganiseerd. Uiteraard heeft de gemeente hier wel de rol van toezichthouder (ondergebracht bij de GGD). De gemeente investeert in principe niet in ruimte voor kinderopvang. De verantwoordelijkheid voor de realisatie en exploitatie van kinderopvangruimten ligt bij de desbetreffende aanbieder.
Om de ontwikkeling van Integrale Kindcentra of andere samenwerkingsvormen tussen onderwijs en opvang te faciliteren, kan de gemeente in nieuwbouwsituaties wel optreden als verhuurder van vastgoed voor de kinderopvang, waarbij de risico’s voor de gemeente zo veel mogelijk zijn afgedekt. Een bijdrage in het aanpassen van bestaande gebouwen voor de kinderopvang, is niet aan de orde. Relatie gemeente-jeugdbeleid Voor het jeugdbeleid als geheel heeft de gemeente een regiefunctie die als gevolg van de transitie jeugdzorg verder is versterkt. De gemeente heeft hierin geen taak als het gaat om huisvesting. De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. De gemeente heeft geen wettelijke taak met betrekking tot het huisvesten van kinderopvang. Bij nieuwbouwtrajecten wordt gestreefd naar samenwonen van diverse kindpartijen ter ondersteuning van de samenwerking, passend bij de behoefte van kinderen en hun ouders. Om dit te faciliteren kan de gemeente optreden als verhuurder van het vastgoeddeel dat is bestemd voor de kinderopvang. 4.1.2 Samenwerken met wijk en zorgpartijen Ambitie en visie Het wijkgericht werken is sterk gekoppeld aan de Wmo en Jeugdwet. Voor het optimaal ontwikkelen van kinderen en jongeren is het belangrijk om aandacht te hebben voor de omgeving en situatie waarin zij opgroeien. Ouders hebben hierin een primaire verantwoordelijkheid.
Naast ouders spelen hierin ook de professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen zoals scholen, kinderopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang, sociaal team, het jongerenwerk en sportverenigingen een belangrijke rol. Al deze partijen samen vormen de pedagogische infrastructuur in de buurt. Het doel van samenwerken tussen onderwijs, zorg en welzijn is een zo optimaal mogelijke omgeving creëren waar kinderen kunnen opgroeien.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 18 van 79
Ruimtelijke component Het buurt- en wijkgericht werken betreft met name de afstemming/het contact tussen de diverse maatschappelijke organisaties inzake preventie. Daardoor is sprake van veelvuldig overleg in een klein comité. Dit overleg vindt, aangaande de leerlingen, bij voorkeur plaats op school. De gesprekken hebben een hoog privacy gehalte. Dit vraagt om specifieke ruimten en dus flexibiliteit. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente speelt een belangrijke rol in de regie van de pedagogische infrastructuur. De kern van gemeentelijk jeugdbeleid is preventie, dus aan de voorkant investeren in onder andere onderwijs en jeugdgezondheidszorg, om daarmee het ontstaan of erger worden van problemen zoveel mogelijk te voorkomen. Ten gunste van de preventie zien de schoolbesturen dat verbinden met andere ‘vindplaatsen’ waar kinderen en hun ouders/verzorgers komen, zoals ontmoetingsplaatsen in de wijk, sportcentra, etc., van belang is. Het gaat hierbij om de goede aansluiting vanuit de behoefte van de wijk naar een passend voorzieningenniveau. Dit vraagstuk overstijgt het IHP en heeft betrekking op het formuleren van een accommodatiebeleid in de gemeente. Schoolgebouwen kunnen, vooral wanneer sprake is van leegstand, inspelen op deze behoeften. Scholen zijn een belangrijke vindplaats. Kinderen brengen een groot deel van de dag op school door.
Een verbinding met zorg op school of in de nabijheid van school, is gewenst. Samenwerken is hierbij belangrijker dan samenwonen. 4.1.3 Passend onderwijs Ambitie en visie De scholen voor primair onderwijs (PO) in de gemeente Bronckhorst vallen onder Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Doetinchem, behalve het PO in Vorden dat onder het samenwerkingsverband IJssel | Berkel valt. Het Kompaan College in Vorden valt onder het samenwerkingsverband VO regio Zutphen. De samenwerkingsverbanden willen inhoudelijk sterk onderwijs bieden aan iedere leerling, passend bij zijn of haar onderwijsbehoefte en mogelijkheden, ononderbroken en zo thuisnabij mogelijk. Het is de ambitie om binnen het reguliere basisonderwijs en VO - en waar nodig in het (V)S(B)O - een zodanig gedifferentieerd onderwijsaanbod te creëren dat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Als uitgangspunt geldt: regulier onderwijs waar mogelijk, SO waar nodig. Ruimtelijke component De ontwikkelingen op het gebied van passend onderwijs en de daaraan gerelateerde huisvestingsconsequenties (op het gebied van leerlingenaantallen en de daarbij behorende (ruimte)behoeften), zijn niet exact te voorspellen. Dat betekent dat het gewenst is om flexibele schoolgebouwen te hebben, waarin op een eenvoudige wijze aanpassingen doorgevoerd kunnen worden.
De flexibiliteit wordt gezocht in: extra gespreksruimten voor professionals (zorg/ondersteuning) die - zo nodig bij toerbeurt gebruikmaken van de ruimte; extra (kleinere) lesruimten waar leerlingen in een klein groepje separaat les kunnen krijgen; toegankelijk- en bereikbaarheid van zowel de locatie als de individuele ruimten voor leerlingen met lichamelijke beperkingen; specialistische voorzieningen, inrichting en inventaris gericht op de zorgvraag.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 19 van 79
In de gemeente Bronckhorst zijn, zoals eerder aangegeven, geen voorzieningen voor (V)SO aanwezig. Leerlingen zijn aangewezen op voorzieningen in de omliggende gemeenten, wanneer het regulier onderwijs geen passend aanbod kan bieden. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente Bronckhorst is een volwaardige samenwerkingspartner met betrekking tot passend onderwijs en ziet daarbij een duidelijke koppeling en verbinding tussen haar taken ten aanzien van jeugdbeleid en de opgave van passend onderwijs. Formeel is het schoolbestuur verantwoordelijk voor gebouwelijke aanpassingen ten behoeve van een specifieke leerling. Op basis van de aanpak zoals in hoofdstuk 3 benoemd, zien de gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke taak in het sterk inzetten op thuisnabij onderwijs. De ontwikkeling van passend onderwijs leidt niet direct tot een huisvestingsvraag, maar vraagt wel om flexibiliteit (kleinere groepen) en andersoortige ruimten. Demografie en spreiding Ambitie en visie De gemeente en schoolbesturen willen onderwijs bereikbaar houden voor alle leerlingen in de gemeente. De afgelopen jaren zijn diverse voorzieningen voor onderwijs gesloten dan wel geclusterd op één centrale plek. De verwachting is dat het leerlingenaantal in de gemeente Bronckhorst de komende jaren nog verder zal dalen. Dit betekent dat nog meer scholen zullen sluiten.
Het besluit om een school te sluiten, is voorbehouden aan een schoolbestuur. Zij nemen deze besluiten op basis van kwalitatieve, organisatorische en financiële argumenten. Hierbij is ook de afstand tot de dichtstbijzijnde volgende voorziening een factor die meespeelt. Er is een gezamenlijke ambitie om geen ‘witte vlekken’ (gebieden waar de afstand voor kinderen naar een basisschool te groot worden) te laten ontstaan. Geografische spreiding van scholen over de hele gemeente is wenselijk, waarbij de gemeente en schoolbesturen uiteraard handelen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. De gemeente en schoolbesturen hanteren vooralsnog geen ondergrens voor het openhouden van een voorziening, anders dan de gemeentelijke opheffingsnorm van 36 leerlingen en de landelijke ondergrens van 23 leerlingen om voor bekostiging in aanmerking te komen. Ruimtelijke component De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Deze geldt voor alle bekostigde scholen. Scholen onder de opheffingsnorm, die op basis van de WPO toch in stand gehouden worden, vallen ook onder deze zorgplicht. De gemeente zal bij eventuele renovatie of nieuwbouw van scholen de toekomstbestendigheid mee laten wegen bij het wel of niet doen van een investering. Krimp van leerlingenaantal leidt tot leegstand in gebouwen.
Bij renovatie of nieuwbouw van een gebouw met leegstand, kan hierop geanticipeerd worden door een kleiner gebouw te realiseren dan wel een deel af te stoten. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering De gemeente heeft zoals gezegd voor alle bekostigde scholen een zorgplicht in het kader van onderwijshuisvesting. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de exploitatie van schoolgebouwen. Bij leegstand kan hierdoor een probleem ontstaan, omdat de bekostiging is gerelateerd aan het aantal leerlingen en niet aan het gebouw. Voor de lange termijn (na 2035) is het van belang om samen vroegtijdig in gesprek te gaan om antwoord te vinden op de vraag in hoeverre het realistisch is om het bestaande
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 20 van 79
onderwijsaanbod in iedere kern te behouden. Wellicht is een verdere clustering wenselijk dan wel noodzakelijk. De gemeente en schoolbesturen hanteren vooralsnog geen ondergrens voor het openhouden van een onderwijsvoorziening. Er is een gezamenlijke ambitie en commitment om geen ‘witte vlekken’ te laten ontstaan. In het kader van het IHP wordt bij vraagstukken rondom instandhouding van scholen een brede en gezamenlijke afweging gemaakt of het noodzakelijk en verantwoord is om te investeren. Hierbij is aandacht en ruimte voor ieders verantwoordelijkheid. De gebouwen 4.3.1 Duurzaamheidsambitie Definitie en begrippenkader Duurzaamheid is een breed begrip en gaat verder dan het gebouw. In dit hoofdstuk beperken we ons tot de gebouwelijke kaders. Om uniformiteit en duidelijkheid rond de term duurzaam bouwen te verkrijgen, zijn diverse keurmerken en certificaten ontwikkeld, (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) wordt vooral bij de bouw van scholen en maatschappelijk vastgoed toegepast. De GPR onderscheidt de duurzaamheidsthema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Een duurzaam gebouw beperkt zich niet tot een goede energieprestatie, maar scoort hoog op al deze thema’s. Voor het IHP wordt de focus op de thema’s energie en gezondheid gelegd.
Met betrekking tot de energieprestatie en CO2reductie is de routekaart voor verduurzamen van onderwijshuisvesting een belangrijke richtlijn. Het Programma van Eisen Frisse Scholen 2015, opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), geeft goede richtlijnen voor een gezond schoolgebouw. Dit Programma van Eisen kent verschillende ambitieniveaus. Ambitie en visie De gemeente Bronckhorst heeft in haar Verrijkte Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030, gedateerd september 2019, voortkomend uit het Klimaatakkoord 2019, onder andere de volgende doelen verwoord: energieneutraal in 2030; 100% lokale energieopwekking in 2030; 45% energiebesparing in de gemeente. De kanttekening is gemaakt dat deze ambitie van toepassing is op gemeentelijke gebouwen. Onderwijsgebouwen zijn weliswaar door de gemeente gefinancierd, echter behoort het juridisch eigendom toe aan de schoolbesturen2. Onderwijs kent een scheiding van geldstromen waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor investeringen ten aanzien van nieuwbouw en uitbreiding, en de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van gebouwen. De schoolbesturen zijn op basis van het Energieakkoord 2013 en de uitwerking daarvan in het Klimaatakkoord 2019 verplicht om zogenaamde ‘erkende maatregelen’ door te voeren. Ook de PO-Raad en VO-Raad hebben zich gecommitteerd met het Klimaatakkoord.
In de gemeente Bronckhorst is de actuele situatie versnipperd. Sommige
2 Dit is in de gemeente Bronckhorst nog niet voor alle schoolgebouwen vastgelegd.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 21 van 79
schoolbesturen hebben proactief energiebesparende maatregelen doorgevoerd, anderen hebben deze in voorbereiding of koppelen deze aan natuurlijke onderhoudsmomenten. Alle schoolbesturen hebben aangegeven dat er sprake is van een ambitie om de gebouwvoorraad te verduurzamen. Daarbij is ook aangegeven dat - conform de voorgaande omschrijving van het begrippenkader - verder gekeken moet worden dan energiebesparing. Naast energiebesparing en CO2-reductie werd aandacht gevraagd voor de thema’s gezondheid (Frisse Scholen) en gebruikskwaliteit. De ambitie van zowel de gemeente als schoolbesturen is gericht op het verduurzamen van de schoolgebouwen. De bijzondere financieringsstructuur (gescheiden geldstromen voor investering door gemeente en exploitatie door schoolbestuur) en de daarmee samenhangende regelgeving (zoals het investeringsverbod in huisvesting voor het PO), is geen onoverkomelijke belemmering. De gemeente en schoolbesturen hebben de visie om het verduurzamen van de schoolgebouwen te zien als een gezamenlijke opgave en als wezenlijk onderdeel van het toekomstig IHP. Hierbij is het van belang dat de gemeente en schoolbesturen transparant zijn over de (financiële) mogelijkheden en onmogelijkheden. 4.3.2 Financieringsmogelijkheden Om de verduurzamingsopgave – en de financiering daarvan – inzichtelijk te maken, wordt eerst ingegaan op de verschillende stadia van gebouwen c.q.
investeringsprojecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, levensduurverlengende renovatie en de bestaande gebouwvoorraad. Voor de verschillende investeringen zijn de verantwoordelijkheden in meer of mindere mate geregeld. Nieuwbouw De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw. Renovatie Het begrip ‘renovatie’ is in de onderwijshuisvesting niet nader gedefinieerd. Dit leidt tot (te) veel discussie over de financiering daarvan. De toekomstige beleidslijn – waarover wetgeving vanuit het Rijk in voorbereiding is – gaat inhouden dat levensduurverlengende renovatie een volwaardig alternatief is voor vervangende nieuwbouw. Wanneer – om welke reden ook – sprake is van vervangende nieuwbouw, wordt de afweging gemaakt tussen nieuwbouw of renovatie op hetzelfde kwaliteitsniveau. Zie hiervoor ook hoofdstuk 2 en bijlage 1. Bestaande gebouwvoorraad Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding (onderhoud) en exploitatie (waaronder de energierekening) van het gebouw. Investeringen in het verduurzamen van gebouwen zijn in de regelgeving over onderwijshuisvesting niet gedefinieerd. Het onderscheid tussen investeren en exploiteren is bij elke investeringsbeslissing een onderwerp van discussie. Dat geldt voor zowel nieuwbouw als renovatie, alsmede voor het verduurzamen van de bestaande gebouwvoorraad.
Het voor het PO geldende investeringsverbod in onderwijshuisvesting en de mate waarin dit al dan niet wordt toegestaan door de onderwijsinspectie, maakt het er niet eenvoudiger op. Gelukkig zijn er veel goede voorbeelden in het land. Dat blijkt ook uit het door PentaRho uitgevoerde onderzoek naar de financiering van duurzame IHP’s. ‘Waar een wil is, is een weg. Vertrouwen is een voorwaarde.’
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 22 van 79
Total Cost of Ownership Verduurzaming van gebouwen, zowel nieuw als bestaand, vraagt om een integrale benadering. Het samenbrengen van financieringsstromen voor de investering én exploitatie, leidt tot betere en meer duurzame gebouwen. Het vergt een open houding en een behoorlijke mate van specialistische kennis van zowel de gemeente als de schoolbesturen, om investeringsbeslissingen vanuit deze grondhouding te benaderen. Er zijn verschillende vormen van Total Cost of Ownership (TCO). Grofweg onderscheiden we (bij nieuwbouwprojecten) drie vormen: op elementniveau (bijvoorbeeld de afweging tussen aluminium of houten kozijnen); op gebouwniveau (bijvoorbeeld het realiseren van een onderhoudsarm en energiezuinig gebouw, door het langdurig overhevelen van de MI-vergoeding); op portefeuilleniveau (verschillende vormen van doordecentralisatie). In het kader van het IHP voert het te ver om deze varianten nader te beschouwen. Dit wordt onderdeel van de projectplannen die voortvloeien uit het IHP. In het proces om te komen tot het IHP is wel gediscussieerd over de visie op de verduurzamingsopgave. De bevindingen zijn in het onderstaande kader samengevat. De gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke opgave. Ook bij nieuwbouw (of renovatie als volwaardig alternatief van nieuwbouw) streven de gemeente en schoolbesturen naar voortzetting van het beleid.
Dat wil zeggen: realiseren van een hogere kwaliteit dan wettelijk is voorgeschreven met betrekking tot energieprestatie, binnenklimaat en onderhoudsbesparende maatregelen. Deze ambitie kan alleen worden waargemaakt wanneer de financieringsstromen – op welke wijze dan ook – worden gebundeld. Met andere woorden: zowel de gemeente als schoolbesturen dragen binnen hun bevoegd- en mogelijkheden bij aan investeringen, welke ten goede komen aan de duurzaamheid en/of de toekomstige exploitatie van de onderwijsgebouwen. 4.3.3 Energy Service Company Definitie Een Energy Service Company (ESCo) is een bedrijf dat het energiebeheer voor langere tijd overneemt en daarvoor investeringen doet (welke zichzelf terugverdienen). De dagelijkse praktijk Om energie te besparen in schoolgebouwen, zijn tal van initiatieven ontwikkeld. Deze vallen niet allemaal onder de definitie ESCo, maar zijn wel min of meer gelijkwaardig. Een greep uit de initiatieven die zijn besproken: de grotere ingenieursbureaus (bijvoorbeeld Sweco) in combinatie met BNG (Bank Nederlandse Gemeenten); de kleinere gespecialiseerde adviesbureaus (onder andere Frog Energy); diverse initiatieven: a. Slim Opgewekt (besparen en bewust worden); b. Energy Challenges (besparen en bewust worden, Hotze Hofstra); c. Project Zonnescholen (onder andere gezamenlijk/regionaal inkopen); d. Ruimte-OK (biedt verschillende vormen van ondersteuning).
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 23 van 79
Op gebouwniveau (dat gaat dus verder dan alleen het overnemen van de energierekening) zijn ook diverse modellen ontwikkeld. De BNG heeft in 2019 de Onderwijsdagen georganiseerd, waarbij drie verschillende bedrijven hun aanpak hebben toegelicht (https://www.bngbank.nl/onderwijsdagen). Deze innovatieve financieringsmodellen zijn met name geschikt bij nieuwbouw. Wat past bij de gemeente Bronckhorst? In het proces om te komen tot onderhavig IHP, is gesproken over de kansen van ESCo’s (of vergelijkbare initiatieven) voor het verduurzamen van de onderwijshuisvesting. De bevindingen van deze visiebijeenkomst op 12 maart 2020 zijn in het onderstaande kader samengevat. De gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk de ambitie om het bestaande vastgoed te verduurzamen. Om een start te maken, is inzicht nodig in de status van de individuele gebouwen, maar er is ook behoefte aan een goed geregisseerd proces. Daarvoor is een gezamenlijke investeringsbereidheid. Om een goede start te maken, zien partijen het raadplegen van Ruimte-OK als een goede vervolgstap. De onderzoeksresultaten van Ruimte-OK zijn – met name vanwege de impact van COVID-19 op het IHP-proces – enigszins vertraagd. Een nadere uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van het IHP.
Na vaststelling van het IHP werken de gemeente en schoolbesturen de resultaten van het onderzoek van Ruimte-OK uit tot een uitvoeringsplan voor het verduurzamen van het bestaande vastgoed.
ruimte om te zijn
U20472
Pagina 24 van 79
5
Beleidskader voor het IHP
Op basis van de relevante thema’s is inzichtelijk geworden dat bij een onderwijshuisvestingsvraagstuk veel verschillende onderwerpen en partijen komen kijken. Er moeten keuzes worden gemaakt, er zijn beleidsterreinen waar wel of geen beleid voor is geformuleerd en er zijn zaken waar je weinig invloed op hebt, zoals de terugloop van het leerlingenaantal. In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste uitgangspunten van de hoofdthema’s samenwerking en de gebouwen samen en formuleren we de ambitie die daaruit volgt. Samenwerking De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. De gemeente heeft geen directe taak met betrekking tot het huisvesten van kinderopvang. Bij nieuwbouwtrajecten wordt bij behoefte gestreefd naar samenwonen van diverse kindvoorzieningen ter ondersteuning van de samenwerking, passend bij de behoefte van kinderen en hun ouders. Om Integrale Kindcentra of andere samenwerkingsvormen tussen onderwijs en opvang te faciliteren, kan de gemeente bij nieuwbouw optreden als verhuurder van vastgoed voor de kinderopvang, waarbij de risico’s voor de gemeente moeten zijn afgedekt. Scholen zijn een belangrijke vindplaats. Kinderen brengen een groot deel van de dag op school door. Een verbinding met zorg op school of in de nabijheid van de school, is gewenst.