20210923 9 rv Regionale Energiestrategie Achterhoek - RES 1.0.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum
: 23 september 2021
Kenmerk
: Z124252/Raad-00656
Portefeuillehouder
: P.L.P.S. Hofman
Onderwerp
: Regionale Energiestrategie Achterhoek (RES) 1.0
Geachte leden van de gemeenteraad, Vanuit het Nederlandse Klimaatakkoord wordt aan de regio’s gevraagd hoe zij bijdragen aan de landelijke opgave van 35 TWh aan grootschalige, duurzame opwek op land in 2030. De Achterhoekse Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0) is een strategische verkenning. Het document beschrijft een regionale koers met gezamenlijke afspraken. Het komt met plannen om gesignaleerde belemmeringen weg te nemen en om samen te werken aan lokaal eigenaarschap. De RES 1.0 richt zich op een deelopgave binnen de regionale en lokale energietransitie. De door u genomen besluiten en de gestelde beleidskaders vormen de basis van de Bronckhorster bijdrage in de Regionale Energiestrategie. Voorstel 1. Een bijdrage te leveren aan het Achterhoekse RES-bod van 1,35 TWh tot 2030. 2. Ten behoeve van deze bijdrage: a. Het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak voor zon op dak ook regionaal uit te werken; b. Rekening te houden met het gebied Eldrik als enige mogelijke locatie voor windmolens en een toekomstige potentiële opwek van ongeveer 0,054 TWh, in lijn met de lokale voorwaarden die hier met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie aan gesteld zijn; c. Het college opdracht te geven om met de RES-partners een plan van aanpak voor lokaal eigenaarschap uit te werken. 3. De RES 1.0 Achterhoek vast te stellen. 4.
Het college opdracht te geven om met de RES-gemeenten toe te werken naar een hernieuwd Akkoord van Groenlo, waarin de opwekopgave en de besparingsopgave met elkaar zijn verweven. Inleiding Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepubliceerd. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015. In het Klimaatakkoord is bepaald dat regio’s samen moeten werken aan een energiestrategie, de Regionale Energiestrategie (RES). In de RES moet worden opgenomen hoeveel de regio gaat bijdragen aan de nationale opgave om in 2030 35 TWh aan grootschalige zonne-energie en windenergie op te wekken. In juni 2020 hebben de colleges van alle acht gemeenten in de Achterhoek, gedeputeerde staten van provincie Gelderland en het dagelijks bestuur van Waterschap Rijn en IJssel de Concept-RES Achterhoek vastgesteld. Op 16 juni 2020 heeft ook het Bronckhorster college met de Concept-RES Achterhoek ingestemd en bent u hierover geïnformeerd met een
actieve informatievoorziening. Het concept bod van de regio Achterhoek was 1,35 TWh aan zon en wind. Op 31 oktober 2019 nam de gemeenteraad de Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 aan. Dit is het plan om in Bronckhorst aan de slag te gaan met de energietransitie. Met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie heeft de gemeente op 5 juli 2021 zelf aanvullende, lokale voorwaarden gesteld voor de eventuele komst van windmolens. Naar aanleiding van de maatschappelijke onrust en de zorgen in de samenleving is een zorgvuldig en gewogen besluit genomen. Bronckhorst overweegt maar één windpark in de toekomst (in Eldrik). Hier zijn duidelijke en strenge voorwaarden rond gezondheid, landschap en participatie aan gesteld. In november 2020, maart 2021 en mei 2021 zijn door de projectorganisatie RES Achterhoek regionale informatieavonden voor raadsleden georganiseerd. Op die avonden bent u geïnformeerd over de voortgang van het opstellen van de RES 1.0. De RES 1.0 is nu gereed. Het bod van 1,35 TWh uit de concept-RES is onveranderd gebleven. De door u genomen besluiten en de gestelde beleidskaders vormen de basis van de Bronckhorster bijdrage in de Regionale Energiestrategie. Wij vragen u in te stemmen met de Achterhoekse RES 1.0.
Afstemming De Achterhoekse RES 1.0 is het resultaat van samenwerking tussen de Achterhoekse gemeenten (inclusief de gemeente Montferland), de provincie Gelderland het Waterschap Rijn en IJssel en Liander. In diverse ambtelijke werkgroepen is de RES 1.0 inhoudelijk vormgegeven. De stuurgroep RES, waarin overheden en organisaties deelnemen, heeft mede richting gegeven aan de ambtelijke werkzaamheden. Deze samenwerking is ondersteund door een projectorganisatie RES. De inhoud van de RES 1.0 is mede gebaseerd op de resultaten van uiteenlopende informatiebijeenkomsten en dialoogsessies. In deze bijeenkomsten is de energietransitie op het niveau van de Achterhoek, dus als regio, aan de orde gesteld. Verdeeld over de opstelling van de concept-RES en de RES 1.0 is hiermee een beeld verkregen van de kennis van stakeholders over de energietransitie, hun beelden van nut en noodzaak van regionale opwek van duurzame energie met behulp van zonnepanelen en windmolens en hun voorkeuren voor het ruimtegebruik daarvoor. Beoogd effect We beogen als Bronckhorst een bijdrage te leveren aan de Achterhoekse RES 1.0. Argumenten 1.1 Met de regionale inzet van 1,35 TWh dragen we bij aan de nationale opgave om in 2030 35 TWh aan grootschalige energie op land op te wekken.
In het Klimaatakkoord is bepaald dat de 30 RES-regio’s een Regionale Structuur Warmte moeten opstellen en samen 35 TWh aan grootschalige zonne- en windenergie moeten opwekken. 35 TWh komt ongeveer overeen met 3.000 windmolens van 5,5 MW (as-hoogte 175 meter) of 45.000 hectare zonnepanelen. De verdeling tussen de regio’s en de verhouding tussen zon en wind is vrij. Het nationaal programma RES (npRES) gaat ervan uit dat de overheden hier gezamenlijk uitkomen en dat alle regio’s en gemeenten een substantiële bijdrage leveren. De opgave waar de regio’s in Nederland voor staan is om concreet aan te geven hoeveel hernieuwbare energie zal worden gerealiseerd en daarbij locaties en een tijdpad aan te geven. Het gaat hierbij om duurzame elektriciteit en duurzame warmte.
De Achterhoekse Regionale Energiestrategie 1.0 is een strategische verkenning. Het document beschrijft een regionale koers met gezamenlijke afspraken. Het komt met plannen om gesignaleerde belemmeringen weg te nemen en om samen te werken aan lokaal eigenaarschap. Met het bod van 1,35 TWh spant Bronckhorst zich in om samen met de zeven andere Achterhoekse gemeenten een evenredig deel van deze nationale opgave voor onze rekening te nemen. 1.2 De verhouding tussen wind en zon is optimaal. De Achterhoek wil zich maximaal inzetten voor zon op dak. Daarom is het aandeel zon op dak in de energiemix zo groot mogelijk gemaakt. Het streven is om 0,35 TWh aan grootschalig zon op dak te realiseren. Meer dan 0,35 TWh zon op dak lijkt op dit moment niet realiseerbaar. Dit betekent dat de overige 1,00 TWh met zonne- en windparken opgewekt moet worden. Wind en zon zijn niet uitwisselbaar, ze vullen elkaar aan. Als de zon ’s nachts onder is kan het wel waaien. Harde wind gaat veelal gepaard met bewolking. Windstil weer is vaak zonnig. In het winterhalfjaar staat de zon minder lang aan de hemel, terwijl het in dat jaargetijde gemiddeld wat harder waait. Het is van belang dat er een gebalanceerde energiemix komt, met een goede verdeling van duurzame elektriciteit over het jaar en over de dag. Disbalans op het netwerk leidt tot hogere kosten en mogelijk tot instabiliteit.
Door wind en zon te combineren wordt het elektriciteitsnetwerk beter benut. Dit bespaart maatschappelijke kosten die uiteindelijk voor rekening komen van de energiegebruiker. Een adequate energiemix betekent dat een verhouding van zon en wind van 1 op 1 in opgesteld vermogen moet worden nagestreefd. Via de bedrijfstijd vertaalt zich dat tot een gewenste zon/wind verhouding van 1 op 3 in energie op het niveau van onderstations. Een indicatie van de (aansluit- en netwerk)kosten voor de 1,0 TWh die in de Achterhoek moet worden opgewekt door zon op land en wind, kan dit illustreren: • Alleen zon op land: € 330 mln. • Alleen wind: € 90 mln. • Wind en zon op land gecombineerd: € 70 mln. Vanwege het complementaire karakter en uit oogpunt van kostenefficiëntie is het dus verstandig te streven naar een optimale mix tussen wind en zon. Uitgaande van 0,35 TWh zon op dak, betekent dit dat in een vanuit kostenperspectief ideale situatie nog behoefte is aan 0,79 TWh wind en 0,21 TWh zon op land. De restopgave is uiteraard minder. Zie argument 1.3. 1.3 Alle Achterhoekse gemeenten leveren een bijdrage aan dit RES-bod. De bijdragen van de verschillende gemeenten is als volgt bepaald. In eerste instantie is gekeken welke plannen voor grootschalig zon op dak, wind en zon op land al per gemeente gerealiseerd zijn. Daar is per gemeente de opwekcapaciteit van de harde pijplijnplannen bij opgeteld.
Daaruit is de opgave te berekenen die nodig is om tot 1,35 TWh te komen. Op Achterhoekse schaal resteert een opgave van 0,248 TWh grootschalig zon op dak, 0,618 TWh wind en 0,013 TWh zon op land. De restopgave voor wind is in de RES gedefinieerd per gemeente. Daarvoor is eerst in beeld gebracht op welke locaties in de Achterhoek geen belemmeringen (zoals woningen) bestaan om windmolens te plaatsen. Ook is gekeken of het netwerk van Liander voldoende aansluitmogelijkheden heeft. Een goede verdeling over de regio voorkomt aansluitproblemen en daarbij moeten de duurzame bronnen ook voor 2030 aangesloten kunnen worden. Uit de netwerkanalyse kwam naar voren dat de huidige onderstations voldoende capaciteit bieden,
mits voor een complementaire zon-windverhouding wordt gekozen en de windenergie over de onderstations wordt verdeeld. Met de overblijvende gebieden is restrictief omgegaan om uiteindelijk het karakteristieke gesloten landschapsbeeld van de Achterhoek zo min mogelijk te beïnvloeden. Dat heeft geleid tot een keuze voor concentratie van windmolens binnen een beperkt aantal zoekgebieden. Dit heeft een samenhangende strategie opgeleverd met een bijdrage per gemeente naar draagkracht van het landschap. De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in het kader van de RES 1.0 bieden bedraagt in totaal 0,546 TWh, exclusief een bijdrage van Winterswijk, die niet is opgenomen vanwege het moratorium op wind tot 2023. Bronckhorst verleent tot minimaal 2024 geen medewerking aan windinitiatieven. Verder is de Bronckhorster bijdrage in lijn met de lokale voorwaarden die hier met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie aan gesteld zijn. Ten opzichte van de huidige situatie worden met dit bod grote stappen gezet in de richting van de vanuit systeem- en kostenefficiëntie gewenste windbijdrage, alhoewel deze nog niet is bereikt. De resterende energieproductie om tot 1,35 TWh te komen kan worden opgevuld met energie uit zonneparken, hoewel het vanuit netwerkefficiëntie en kosten wel voordeel biedt om ook extra windenergie toe te voegen. De restopgave voor zon op land is niet gedefinieerd.
Deze zal opgevangen worden binnen de ruimtelijke kaders van de individuele gemeenten. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 stelt eisen en criteria waaraan initiatieven voor zonneparken moeten voldoen. Ook voor zon op dak is geen verdeling per gemeente gemaakt. In het nog op te stellen plan van aanpak zal dit aan de orde komen. 2.1 Het is van belang om met de regio een plan van aanpak uit te werken om zon op dak te stimuleren. Bronckhorst zet zich al enkele jaren actief in voor zonnedaken met het project Zonnige Bedrijven. Inmiddels wordt 0,013 TWh aan grootschalig zon op dak in onze gemeente voorzien en/of gerealiseerd. De raad heeft op 5 juli 2021 opgeroepen om zo snel mogelijk 100% van de geschikte daken in Bronckhorst van zonnepanelen te voorzien. De gemeente stelt alles in het werk om het elektriciteitsnet aan te passen en de capaciteit op de vereiste omvang te krijgen, zodat alle huizen en bedrijven hun eigen energie kunnen opwekken. Om dit te realiseren komt de gemeente met een plan/voorstel. Een eerste aanzet wordt aangeleverd bij deze RES 1.0, een uitgebreider voorstel bij de begrotingsbehandeling. De voortgang in zon op dak wordt betrokken in de besluitvorming bij de eventuele komst van windmolens in Eldrik. Bij zon op dak wordt optimaal gebruik gemaakt van de ruimte en hoeven zonneparken niet landschappelijk te worden ingepast.
Vanwege deze voordelen heeft de Achterhoek zichzelf een hoge doelstelling gesteld van 0,35 TWh zon op dak in 2030. Toch komt zon op dak lang niet altijd makkelijk van de grond. De totale Achterhoekse restopgave voor grootschalig zon op dak is nog 0,248 TWh. Bedrijfsdaken en daken van agrarische bebouwing bieden in principe voldoende oppervlakte om de restopgave zon op dak te realiseren. De ervaring leert echter dat zon op dak lang niet makkelijk van de grond komt. Nadeel is dat de daken nogal verspreid liggen door de Achterhoek en het netwerk niet geschikt is om alle op daken opgewekte stroom te verwerken. Om de doelstelling voor zon op dak te behalen moeten dus nog de nodige hobbels worden genomen. Liander heeft daartoe een inpassingsladder ontwikkeld, die de kans op realisatie van zon op dak zo groot mogelijk maakt.
Die ladder kan mede gebruikt worden om ook een gezamenlijk en regionaal plan van aanpak te ontwikkelen. In dit uitvoeringsprogramma komt te staan hoe het elektriciteitsnetwerk op de middellange termijn beter geschikt is te maken voor duurzame decentrale opwek in het algemeen en zon op het dak in het bijzonder. Hierbij wordt rekening gehouden met technologische ontwikkelingen waaronder de opslag van elektriciteit. 2.2 Het Bronckhorster beleidskader voor windenergie wijst Eldrik aan als potentiegebied. De raad heeft met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie lokale voorwaarden rond participatie, gezondheid en landschap bepaald. Het beleidskader stelt onder andere eisen aan de maximale tiphoogte van windmolens (150 meter), de afstand tot dorpen, lokaal eigenaarschap en maatwerk voor omwonenden van een eventueel windpark. Het gebied Eldrik is aangewezen als toekomstig potentiegebied voor windenergie. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 stelt duidelijke prioriteiten op het gebied van isolatie, energiebesparing, zon op dak en andere vormen van energieopwek dan wind. Tot 2024 verleent Bronckhorst geen medewerking aan windinitiatieven. Daarna wordt jaarlijks een meetpunt ingebouwd om te bepalen in hoeverre de energietransitie is gevorderd en vanaf wanneer aanvullende initiatieven van windenergie in behandeling worden genomen.
Conform de besluitvorming op 5 juli 2021. Alle andere gebieden (dan het gebied Eldrik) zijn in de gemeente uitgesloten van windmolens met een as-hoogte groter dan 25 meter. Hoeveel TWh exact opgewekt zal kunnen worden is afhankelijk van de keuze voor het aantal molens, de locatie en de afmetingen van de molens bij de vormgeving van het project. 2.3 De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 geeft de kaders voor zonneparken. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 stelt eisen en criteria waaraan initiatieven voor zonneparken moeten voldoen. In de Bronckhorster ruimtelijke afweging wordt beschreven welke voorwaarden gesteld worden aan de landschappelijk inpassing, op welke manier de samenleving wordt betrokken bij plannen en wat de ruimtelijke procedures zijn. Voor een goede inpassing van zonne-energie met aandacht voor natuur en landschap past Bronckhorst de zonneladder toe. Initiatieven op hogere treden (zon op dak, langs infrastructurele werken) pakken we sneller en intensiever aan. Realisatie in de lagere treden moet aan strengere randvoorwaarden voldoen. Deze ladder is verwerkt in de Bronckhorster ruimtelijke afweging. 2.4 Regionaal afstemmen van lokaal eigenaarschap is van belang. Lokaal eigenaarschap of financiële participatie bij een te realiseren energieproject gaat uit van vergaande betrokkenheid van inwoners of lokale bedrijven.
Algemeen wordt onderkend dat dit nuttig en ook nodig is voor het tijdig realiseren van de energietransitie. In het Klimaatakkoord is afgesproken om ernaar te streven dat minimaal 50% van de productie van hernieuwbare energie (wind en zon) in handen komt van de lokale omgeving. Dit kunnen inwoners, bedrijven en energiecoöperaties zoals bijvoorbeeld Agem zijn. Er zijn veel manieren om aan dit uitgangspunt vorm te geven. Bronckhorst heeft lokaal eigenaarschap en participatie verder uitgewerkt in de Bronckhorster participatiehandreiking. Bij energieprojecten toetst de gemeente Bronckhorst aan randvoorwaarden, zoals ten minste 50 procent in lokaal eigendom. Deze aanpak is in alle gemeenten nu nog anders. Het is van belang om in de hele Achterhoek een gelijk speelveld te creëren voor alle partijen. In een regionaal plan van aanpak lokaal eigendom kunnen deze aspecten afgestemd en uitgewerkt worden.
3. In de RES 1.0 Achterhoek staan gezamenlijke afspraken. De RES is een beleidsinstrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. De RES 1.0 is geen ruimtelijk besluit dat juridische binding heeft. De RES-partners hebben naar elkaar uitgesproken dat zij staan voor de RES 1.0 Achterhoek. Daarmee is bij alle partijen commitment ontstaan om in te stemmen met de RES. De verwachting is dat dat ook zal gebeuren. Mocht een van de partijen niet instemmen, dan zal de RES in principe toch worden aangeboden. Uiteraard gebeurt dat in onderling overleg. Voor Bronckhorst zijn de lokale uitgangspunten leidend. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 vormt de basis van onze bijdrage in het kader van de Regionale Energiestrategie. De door de gemeenteraad gestelde beleidskaders - de Routekaart Energieneutraal Bronckhorst 2030, de Bronckhorster ruimtelijke afweging, het Bronckhorster beleidskader voor windenergie en de participatiehandreiking - worden hierin aangehouden. Op de route naar een energieneutrale gemeente zet Bronckhorst maximaal in op energiebesparing. Voor de resterende energievraag zetten we alle mogelijke duurzame bronnen in.
Aanvullende energiebronnen uit de Bronckhorster energiemix (bodem, water, biomassa) blijven onderdeel van onze lokale inzet. 4. De energietransitie gaat niet alleen over duurzame energieopwek, maar ook vooral over energiebesparing. De RES 1.0 richt zich, naar opdracht vanuit het Rijk, vrijwel uitsluitend op duurzame energieopwek. De energietransitie omvat echter ook de besparingsopgave. Door de opwekopgave en de besparingsopgave in samenhang met elkaar te bezien in plaats van als losse onderdelen creëren we een samenhangende regionale strategie op de gehele energietransitie. In een nieuw Akkoord van Groenlo kunnen we hier afspraken over maken, ook op verzoek vanuit de Bronckhorster raad. In de RES 2.0, die op 1 maart 2023 gereed moet zijn, zal dit samenkomen. Kanttekeningen 1.1 Is een regionaal bod van 1,35 TWh niet te hoog of te laag? 1,35 TWh komt overeen met de berekeningen zoals opgenomen in de Regionale Uitvoeringsagenda Duurzame Energie Achterhoek uit 2016. Ten behoeve van de conceptRES is opnieuw gekeken naar de hoeveelheid elektriciteit die moet worden opgewekt om de Achterhoek energieneutraal te maken. Uit die hernieuwde berekeningen blijkt dat in een volledig energie neutrale Achterhoek veel meer elektriciteit moet worden opgewekt dan 1,35 TWh.
Belangrijke reden voor dit verschil is dat bij de Regionale Uitvoeringsagenda alleen is gekeken naar de gebouwde omgeving, terwijl bijvoorbeeld de volledige elektrificatie van de transportsector niet in beeld was. Ook blijkt de besparing op elektriciteitsgebruik veel minder dan is ingeschat en levert biomassa een veel geringere bijdrage. 1,35 TWh is daarmee een reële bijdrage aan de energietransitie en zeker niet te hoog. 1.2 Waarom wordt niet op nationale schaal uitgegaan van een optimale verhouding tussen wind/zon? Het Rijk zet vooral in op windenergie op zee. In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 84 TWh hernieuwbare elektriciteit te produceren uit wind en zon. 60% daarvan (49 TWh) komt op zee en 40% (35 TWh) op land. De 35 TWh op land is niet verder uitgesplitst in wind en zon. De regio’s mogen hier zelf over beslissen. Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie is het van belang om productie en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar te
realiseren en ook op regionale en lokale schaal te streven naar een optimale verhouding tussen zon en wind. 1.3 Zijn er andere duurzame energiebronnen dan wind en zon? Klimaatverandering gaat harder dan verwacht en voorspeld tijdens het afsluiten van het klimaatakkoord in Parijs. De uitstoot van CO2 dient daarom met spoed te worden gereduceerd. Daarom wordt gekozen voor bewezen productietechnieken, die direct een significante bijdrage kunnen leveren aan de energieproductie. Andere technieken, zoals thermische energie uit afvalwater of uit oppervlaktewater of kernenergie staan nog in de kinderschoenen of duren te lang om te realiseren. Opslagtechnieken voor elektriciteit, zoals waterstof, zijn nog in ontwikkeling en alleen van invloed op de energiedistributie en niet op de productie. 2.1 Hoe is de ambitie voor zon op dak tot stand gekomen? Een conservatieve schatting van de maximale realistische potentie voor grootschalig zon op dak bedraagt 0,49 TWh. In de RES is een doelstelling opgenomen om in 2030 0,35 TWh gerealiseerd te hebben, dat is ruim 70% van het potentieel. De realisatie van zon op dak kent behoorlijk wat obstakels. Naast de uitdagingen die Liander heeft op het gebied van versterking van het netwerk hebben we ook te maken met heel veel verschillende eigenaren, dakconstructies, financieringsconstructies etc.
Om de doelstelling van 0,35 TWh te behalen zullen we een gezamenlijke plan van aanpak moeten ontwikkelen waarbij naar verwachting ook meer middelen en menskracht nodig zijn. 2.2 Ontstaat met gebied B een te groot cluster? Met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie is ervoor gekozen terughoudend te zijn en maar één windpark in de toekomst te overwegen. Alle andere gebieden in Bronckhorst zijn niet of minder geschikt voor grote windmolens. Daarmee is 95% van ons grondgebied uitgesloten voor windenergie. In de bijlage bij de RES staan meer gebieden die uiteindelijk bij de regionale verkenning en beoordeling van geschikte gebieden weer zijn afgevallen. Gebied B is opgenomen op de kaart in de RES. Het gebied heeft een behoorlijke oppervlakte en omvat naast potentiegebied Eldrik ook Windpark Doetinchem. Gebied Eldrik op het grondgebied van Bronckhorst wordt afgebakend volgens het Bronckhorster beleidskader voor windenergie. Afstemming is nodig om als gemeenten samen te werken in de opwek van duurzame energie, interferentie te voorkomen en samenhang te creëren. 2.3 Wat zijn de Nederlandse wettelijke normen voor windenergie? Nederland kent geen vaste afstandsnormen voor de plaatsing van windmolens. De afstand wordt bepaald door de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning.
Ook de meeste ons omringende landen kennen geen afstandsnorm, maar een normering voor geluid, die soms strenger en soms ruimer is dan die in Nederland. De hinderbeleving van windmolens is per persoon verschillend. Dat betekent dat molens bij sommige mensen hinder kunnen veroorzaken, terwijl toch aan alle wettelijke normen wordt voldaan. Het Bronckhorster beleidskader voor windenergie wijst mogelijke initiatiefnemers op hun (extra) verantwoordelijkheden en stelt aanvullende, bovenwettelijke voorwaarden. Op dit moment wordt op rijksniveau opnieuw onderzoek gedaan naar de huidige, wettelijke kaders. Eventuele wijzigingen van de normen (strenger dan het eigen kader) zullen onverkort worden overgenomen. 2.4 Kan iedereen wel financieel participeren? Er bestaan verschillende vormen van participatie. Omwonenden kunnen mede-eigenaar worden van de onderneming of ze kunnen risicodragend financieel deelnemen in de onderneming. Daarnaast bestaan er mogelijkheden om een deel van de opbrengst via een
omgevingsfonds ten goede te laten komen aan maatschappelijke doelen of om de direct omwonenden via een omwonendenregeling korting te geven op groene stroom. Bij een omgevingsfonds en een omwonendenregeling is wel sprake van participatie, maar dragen mensen financieel niet bij. De te kiezen vorm van participatie kan per initiatief verschillend zijn. Er zijn verschillende marsroutes naar 50% projectparticipatie. Procesparticipatie, financiële participatie en zeggenschap heeft Bronckhorst zelf verder uitgewerkt in de participatiehandreiking. 2.5 Wat is het doel van participatie bij initiatieven voor windmolens of zonneparken? Zeggenschap bij participatie is een kernbegrip in het gehele proces van planvorming en uitvoering van de energietransitie. Een goed participatieproces draagt bij aan betere besluitvorming en helpt om de acceptatie van lokale energieprojecten te vergroten. Communicatie is een belangrijke basis voor participatie. De initiatiefnemer doorloopt een proces om voor het specifieke project en in samenspraak met de lokale omgeving te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Inwoners, lokale ondernemers en organisaties denken mee en profiteren mee. Ze worden vroegtijdig en met respect bij initiatieven geïnformeerd en betrokken, hebben daadwerkelijk iets te zeggen en kunnen zelf meedoen.
Het is een illusie om te veronderstellen dat daardoor 100% draagvlak zal ontstaan voor een initiatief. De raad heeft op 5 juli 2021 opgeroepen om nieuwe en bestaande energie-coöperaties in Bronckhorst optimaal te ondersteunen. De maatschappelijke acceptatie van zonnepanelen en windmolens is doorgaans beter bij coöperatief opwekken. Winsten gaan naar de leden en blijven binnen de gemeenschap. Kosten, baten en dekking De middelen voor het opstellen van de RES 1.0 komen tot op heden voornamelijk van het Rijk en van de provincie. Het budget is eindig. De RES-organisatie kan vermoedelijk tot het einde van het jaar blijven bestaan. Indien er geen nieuwe middelen beschikbaar komen, kan de RES 2.0 niet opgesteld worden. Dit geldt overigens voor alle RES-regio’s. De verwachting is dat Rijk en provincie opnieuw middelen beschikbaar zullen stellen. Uitvoering De RES 1.0 wordt door alle gemeenteraden uit de regio Achterhoek, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap in dezelfde periode behandeld. Indien alle raden, de staten en het waterschapsbestuur de RES 1.0 vaststellen, zal deze daarna officieel worden aangeboden aan het npRES. Indien één of meerdere gremia nog wijzigingen voorstellen volgt nader overleg, waarna een gewijzigde versie van de RES 1.0 in procedure wordt gebracht.
De officiële aanbieding zal dan na de tweede behandeling door de gemeenteraden, provinciale staten en dagelijks bestuur van het waterschap plaatsvinden. De RES 1.0 is een stap op weg naar de energietransitie in de Achterhoek en in Nederland. Op 1 januari 2025 moeten de benodigde vergunningen voor zon en wind zijn verleend. Evaluatie De tijd staat niet stil en innovaties in energieproductie, transport en opslag zijn op de middellange en lange termijn te verwachten. Technische ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en waar mogelijk wordt ingespeeld op mogelijkheden om deze in de Achterhoek in te zetten. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) brengt in beeld in hoeverre de doelstelling voor de opwek van 35 terawattuur door middel van hernieuwbare elektriciteit uit wind en grootschalig zon op land lijkt te kunnen worden bereikt. De monitor RES 1.0 is een
geactualiseerde doorrekening en bevat een (kwantitatieve en kwalitatieve) analyse van de individuele RES’en. Hengelo (Gld), 13 juli 2021 Burgemeester en wethouders van Bronckhorst, de secretaris, de burgemeester, B.J. Drewes M. Besselink Bijlagen - RES 1.0 Achterhoek