20210422 Bijlage 3 Verordening fungeren als commissielid niet-zijnde raadslid.pdf
Tekst van het document
gemeente Bronckhorst
Verordening fungeren als commissielid niet-zijnde raadslid De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van de voorbëreidingsgroep Bronckhorstraad van 11 januari 2005; gelet op de Verordening op de raadscommissies 2005; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening fungeren als commissielid niet-zijnde raadslid.
Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder commissielid niet-zijnde raadslid: een persoon, die door een in de raad vertegenwoordigde politieke groepering als commissielid is afgevaardigd naar één van de raadscommissies en geen raadslid van de gemeente Bronckhorst is. Artikel 2 Elke in de raad vertegenwoordigde politieke groepering mag maximaal vier raadscommissieleden, niet-zijnde raadsleden aanwijzen. Artikel 3 Bij het verlenen van toegang tot alle raadsstukken aan het commissielid niet-zijnde raadslid dienen de volgende regels in acht te worden genomen: a. het commissielid niet-zijnde raadslid heeft recht op inzage van stukken, welke voor de raadsleden en de leden van de commissies ter inzage liggen, met inbegrip van de vertrouwelijke stukken; b. het commissielid niet-zijnde raadslid heeft het recht de besloten vergaderingen van de raad en van de commissies bij te wonen, evenals de informele bijeenkomsten van raadsleden; c. op het commissielid niet-zijnde raadslid rust de verplichting tot geheimhouding; d. de geheimhouding geldt in de gevallen, waarin deze ook rust op de raadsleden; e. het commissielid niet-zijnde raadslid neemt ten aanzien van de commissie- en raadsstukken dezelfde zorgvuldigheid in acht als van een raadslid mag worden verwacht; f.
voordat het commissielid niet-zijnde raadslid als zodanig kan optreden, tekent deze ten overstaan van de voorzitter van de raad een verklaring, inhoudende dat als commissielid zal worden opgetreden, met inachtneming van de vorengenoemde punten, Artikel 4 Als blijkt dat het commissielid niet-zijnde raadslid zich op welke wijze dan ook niet houdt aan de plicht tot geheimhouding, kunnen door de agendacommissie de rechten als in deze verordening omschreven worden ontnomen, vooruitlopende op het besluit ter zake van de raad.
Verordening fungeren als commissielid niet-zijnde raadslid, vastgesteld door de raad op 27 januari 2005
>;\ Artikel 5 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening fungeren als commissielid nietzijnde raadslid. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 27 januari 2005. De griffier,
De voorzitter,
K.E. Pijnenburg
Verordening fungeren als commissielid niet-zijnde raadslid, vastgesteld door de raad op 27 januari 2005
genneente Bronckhorst
Verordening raadscommissies 2006 De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen de Evaluatienota vergadermodel gemeenteraad die op 27 oktober 2005 door de raad is vastgesteld; gelezen het voorstel van de griffie van 10 november 2005; gelet op artikel 82 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: y.
Verordening op de raadscommissies 2006.
Algemene bepaling Artikel 1
Aantal commissies
In de gemeente Bronckhorst bestaan de volgende vaste raadscommissies: a. raadscommissie beleidsontwikkeling; b. raadscommissie evaluatie en controle. Artikel 2
)
Taak en bevoegdheden
1. Elke commissie heeft tot taak de besluitvorming in de raad voor te bereiden door op haar terrein op hoofdlijnen de hiervoor noodzakelijke informatievoorziening te bespreken. 2. In gevallen waarin een aangelegenheid geacht kan worden tot de taak van beide commissies te behoren, beslist de agendacommissie in welke commissie de aangelegenheid besproken wordt.; 3. Eveneens kan de agendacommissie beslissen dat een aangelegenheid aan een gezamenlijke vergadering van de beide commissies wordt voorgelegd. De agendacommissie bepaalt welke voorzitter de leiding van deze gezamenlijke vergadering heeft. Samenstelling Artikel 3
Leden
1. Elke fractie draagt per vaste raadscommissie tenminste 1 persoon voor als vast lid en 1 persoon als plaatsvervangend vast lid van de commissie. Per onderwerp mogen maximaal 3 personen per fractie gelijktijdig als lid van de commissie fungeren. De leden van de commissie moeten kiesgerechtigde inwoners van de gemeente zijn en zijn stemgerechtigd, als zij in functie zijn.
Verordening op de raadscommissies, vastgesteld door de raad op 22 december 2005
Artikel 4
Benoeming
1. Het vaste lid, het plaatsvervangende vaste lid, alle raadsleden en overige leden van de commissie worden op voordracht van de fracties door de raad benoemd. 2, De zittingsperiode van het vaste lid, het plaatsvervangende vaste lid, de raadsleden en de overige leden is gelijk aan die van de leden van de raad. Artikel 5 1. 2.
Ontslag
Het vaste lid, het plaatsvervangende vaste lid en de overige leden kunnen als zodanig ontslag nemen door schriftelijke kennisgeving aan de raad, De raad kan een commissielid niet-zijnde raadslid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. De fractie heeft het recht na een dergelijk ontslag een ander voor benoeming tot commissielid niet-zijnde raadslid bij de raad voor te dragen.
Artikel 6
Voorzitter
1. De raad benoemt uit zijn midden de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van elke commissie. 2. De voorzitter leidt de vergadering, handhaaft de orde èn ziet toe op de naleving van de verordening. 3. De voorzitter verleent het woord, formuleert de conclusies, geeft in voorkomende gevallen aan waarover wordt gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. 4. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en diens plaatsvervanger treedt het daartoe door de commissie uit haar midden aan te wijzen lid als zodanig op. 5. De voorzitter is als zodanig geen lid van de commissie en heeft alleen stemrecht, als de stemmen van de leden staken. Artikel 7
Griffier
1. Als griffier van elke commissie treedt op de griffier of een door riem aangewezen commissiegriffier. 2. De griffier regelt de vervanging van de commissiegriffier. 3. De griffier en commissiegriffier dienen de commissie desgevraagd van advies. 4. De commissiegriffier zorgt voor een schriftelijke samenvatting van de vergadering van de commissie. Artikel 8
Adviseurs
De commissie kan ambtelijke en niet-ambtelijke adviseurs uitnodigende vergadering bij te wonen. Vergaderingen en hun voorbereiding Artikel 9
Vergaderfrequentie
De commissie vergadert zo dikwijls als de agendacommissie, de voorzitter of 2 vaste leden dit nodig oordelen.
Artikel 10
Toezending stukken.
1. De voorzitter zendt, spoedeisende vergaderingen uitgezonderd, zoveel mogelijk ten minste tien dagen voor de vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, de tijd en de plaats van de vergadering.
Verordening op de raadscommissies
2. Bij de oproeping Worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, de te behandelen onderwerpen vermeld en worden, voorzover aanwezig, raadsvoorstellen en andere vergaderstukken meegezonden. 3. In spoedeisende gevallen is de voorzitter bevoegd ter vergadering onderwerpen aan de agenda toe te voegen. Artikel 11
Ter inzage leggen van stukken
1. De stukken die betrekking hebben op de uitgeschreven vergadering liggen vanaf het tijdstip van de oproeping voor de leden van de commissie en de leden van de raad in het gemeentehuis ter inzage. 2. Stukken waaromtrent geheimhouding geldt, berusten - in afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel - bij de corhmissiegriffier, die de leden en overige leden van de raad inzage verleent. 3. Een lid van de commissie of van de raad mag een origineel vah een ter inzage gelegd stuk niet buiten het gemeentehuis brengen. Artikel 12
Openbare kennisgeving
1. De vergadering wordt door aankondiging in één of meer huis-aan-bladen die het volledige grondgebied van de gemeente bestrijken, op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de gemeente er openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, de aanvangstijd en de plaats van de vergadering; b, de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en eventuele daarbij behorende raadsvoorstellen kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 21. Artikel 13
Orde der vergadering
1. De voorzitter, het vaste lid en de deelnemers tekenen bij het begin van de vergadering de presentielijst en als mèn bij de aanvang der vergadering niet aanwezig is, tekent men de presentielijst zodra men ter vergadering komt. 2. De vergadering wordt niet gehouden indien niet tenminste de helft van het aantal fracties is vertegenwoordigd. 3. In het geval als bedoeld in het tweede lid roept de voorzitter de leden en deelnemers op voor een nieuwe vergadering, te houden binnen een week na de oorspronkelijke vergaderdatum. In deze vergadering kunnen de dan aanwezige leden beraadslagen en adviezen vaststellen. Artikel 14
College van b en w
De leden van het college van burgemeester en wethouders wonen de vergaderingen op verzoek van de voorzitter bij. Artikel 15
Openbaarheid
1. De vergaderingen van de commissies worden in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten wanneer tenminste 1/5 van het aantal aanwezige leden daarom vraagt of wanneer de voorzitter of een lid van het college van burgemeester en wethouders dat nodig oordeelt. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.
VArnrHoninn nn rifi raartemmmiSRifis
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 16
Geheimhouding
1. Oplegging en opheffing van geheimhouding voor de commissies vindt in overeenstemming met artikel 86 van de Gemeentewet plaats. 2. De voorzitter van een commissie is bevoegd de leden en de plaatsvervangende leden voorlopig omtrent bepaalde stukken of mededelingen geheimhouding op te leggen. 3. Een commissie kan besluiten haar leden en plaatsvervangende leden met betrekking tot een onderwerp en het daaromtrent besprokene, alsmede ten aanzien van de stukken welke met betrekking tot dat onderwerp te hunner kennis zijn gebracht, geheimhouding op te leggen. 4. Het opleggen van geheimhouding wordt in het verslag opgenomen. 5. De geheimhouding als in dit artikel bedoeld geldt ook voor de in artikel 8 genoemde adviseurs. 6. De geheimhouding wordt opgeheven door de voorzitter van een commissie, indien en zodra de commissie overgaat tot openbaarmaking van het desbetreffende onderwerp, voorzover de openbaarmaking strekt. Artikel 17
Informatie
Voor onderwerpen, die voor een raadsvergadering worden voorbereid, winnen de leden alle informatie in, die van belang is om het raadsdebat op hoofdlijnen te kunnen voeren en te kunnen laten uitmonden in besluitvorming door de raad. Artikel 18
Verslag
1. Van de vergaderingen wordt een beknopt verslag van het verhandelde gemaakt. 2. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de commissie anders beslist. 3. Het verslag van een openbare vergadering wordt aan de leden van de commissie, de agendacommissie en het college van burgemeester en wethouders gezonden en gevoegd bij de stukken voor de eerstvolgende vergadering van de commissie. 4. Het verslag van een besloten vergadering wordt ter vertrouwelijke kennisneming voor de leden van de raad en het college van burgemeester en wethouders ter inzage gelegd. Toehoorders Artikel 19
Publieke tribune
1. De toehoorders kunnen op de voor hen bestemde plaatsen de vergadering bijwonen. 2. Zij onthouden zich, behoudens verkregen spreekrecht als bedoeld in de artikelen 20 en 21, van het spreken en het geven van tekenen van goed- of afkeuring en gedragen zich naar aanwijzingen van de voorzitter. 3. Toehoorders die zich niet naar dè aanwijzingen van de voorzitter gedragen worden op zijn last verwijderd. Artikel 20
Burgerparticipatie
De indiener van een burgerinitiatiefvoorstel of diens plaatsvervanger heeft het recht deel te nemen aan de behandeling van het betreffende voorstel.
Verordening op de raadscommissies
Artikel 21
Spreekrecht burgers
1. Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het spreekrecht voor andere aanwezige burgers geldt niet voor de volgende onderwerpen van de agenda: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; d. een klacht zoals bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit bij voorkeur 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. Dè voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de totale. spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de totale spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
De voorzitter of een lid van de commissie doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 7. De voorzitter kan het spreekrecht beëindigen, indien en zodra de spreker beledigende opmerkingen maakt of zich anderszins buiten de orde van de vergadering begeeft 8 Hetgeen tijdens het spreekrecht naar voren is gebracht wordt in het verslag opgenomen. Slotbepalingen Artikel 22 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of waarin enig artikel voor verschillende uitleg vatbaar is, beslist de voorzitter. 2, Is zodanige beslissing niet uitstelbaar tot de eerstvolgende vergadering van de commissie dan neemt de voorzitter daarop vooruitlopend een beslissing, waarvan de gevolgen alleen gelden voor het aan de orde zijnde geval. Artikel 23 1. Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening raadscommissies 2006. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 22 december 2005, de plv. griffier,—~. eJe^gorzitter,
7
G.J. Mugge
Verordening op de raadscommissies
l^
H.A.J. Aalderink