CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Top 8 aanpassingen Omgevingsvisie nav zienswijzen Raad

gemeenteraad 4 oktober 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Voorzitter: Uijl , PoHo: de Beer, griffier: Schoenaker2.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Top 8 aanpassingen n.a.v. zienswijzen Raad ontwerp omgevingsvisie Reflectie vanuit gemeenteraad: Algemeen beeld zienswijzen Veel onderwerpen waar de raad aandacht voor heeft gevraagd komen overeen met de strekking van de ingediende zienswijzen van de stad Aanpassingen in de omgevingsvisie De reflectie van de raad komt in grote mate overeen met de ingekomen zienswijzen van de stad. De omgevingsvisie is op basis van de reflectie van de raad en de zienswijzen van de stad aangepast. 1. Algemeen a. Beter leesbaar en toepasbaar maken b. Participatie 2a. Beter leesbaar en toepasbaar maken (alle partijen) Algemeen beeld zienswijze Raad De Raad is van mening dat de tekst van de omgevingsvisie niet altijd even duidelijk is van makkelijk leesbaar. Ook de kaarten en de legenda van de omgevingsvisie is niet goed leesbaar. Aanpassingen in de omgevingsvisie Mede op basis van zienswijzen is er gewerkt aan het beter leesbaar en toepasbaar maken van de Omgevingsvisie. De belangrijkste aanpassingen zijn: • De opzet van de omgevingsvisie. Er is gewerkt met een eenduidigere structuur, waarin onder andere duidelijker is waar in de Omgevingsvisie de ambitie, doelen en opgaven zijn geplaatst. • Er is één kaart opgenomen in plaats van twee kaarten. Deze kaart wordt toegelicht in Sterk Breda, die daarom de gebiedsgerichte opgaven bevat. Veerkrachtig Breda bevat de thematische opgaven.

• De bedoeling van een Omgevingsvisie is het formuleren van strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn. In de ter vaststelling aangeboden Omgevingsvisie is dit consequenter doorgevoerd, gericht op het jaar 2040. Richting vaststelling zijn er om deze reden en om de leesbaarheid van de Omgevingsvisie te vergroten enkele bijlagen losgekoppeld van de Omgevingsvisie. -

-

-

-

Naast het MER zijn alleen nog de lagenbenadering Omgevingsvisie Breda 2040 en De potentie van het nieuwe centrum (voorheen Perspectief van het Centrum) als bijlage bij de vast te stellen Omgevingsvisie opgenomen. De bijlage Relatie Breda, Sterk en Veerkrachtig met Omgevingsvisie NoordBrabant 2050 komt te vervallen, omdat het relevante deel is opgenomen in de Omgevingsvisie zelf. De ontwikkelingsrichting bestaande werklocaties, Hoogbouwvisie Breda, Beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) maken geen integraal onderdeel meer uit van de vast te stellen Omgevingsvisie, maar worden als zelfstandige thematische beleidsnota’s aan de raad aangeboden ter vaststelling parallel aan de vaststelling van de Omgevingsvisie. Het Ontwikkelingsperspectief Breda Zuid-West (’t Hout, RMP2) wordt eveneens losgekoppeld van de visie. Dit ontwikkelingsperspectief zal echter niet parallel aan de Omgevingsvisie, maar later dit jaar ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Naar aanleiding van de vele zienswijzen wordt dit ontwikkelingsperspectief aangepast, waarbij gekeken wordt naar het aantal

-

hectare, de uit te geven percelen, rendement en behoud van natuur. De reacties uit de zienswijzen worden daarin meegenomen. Het Bredaas Mozaïek is in hoofdlijnen opgenomen in de vast te stellen Omgevingsvisie en de overige gedetailleerde thematische uitwerking in het document wordt later ter hand genomen.

2b. Participatie Algemeen beeld zienswijze Raad De raad pleit voor zorgvuldig toepassen van participatie (CDA) In het participatietraject om tot deze Omgevingsvisie te komen is met veel partijen gesproken. Deze Omgevingsvisie is een integraal beleidsdocument op stedelijk schaalniveau, het participatietraject is dan ook op het stedelijke schaalniveau doorlopen. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 20 april 2021 besloten de zienswijzentermijn met drie weken te verlengen tot 15 mei 2021. In de omgevingsvisie is in paragraaf 5.5 het participatieproces beschreven.

2. Wonen Algemene beeld zienswijze wonen: De raad geeft aan dat bij de genoemde aantallen (woningbouwprogrammering) onvoldoende is onderbouwd of deze echt nodig zijn (CDA, Breda Beslist). Misschien moeten we hier wat inleveren op de ambitie (GroenLinks). Ook geeft de raad aan behoefte te hebben aan aanvullende woningtypologieën en nieuwe woonvormen, bijvoorbeeld op het vlak van wonen en zorg (CDA, D66), onder meer om doorstroming mogelijk te maken. Daarnaast wordt er specifieke aandacht gevraagd voor passende en betaalbare woningen (D66, PvdA, SP, PvdA, CDA), voldoende aanbod voor iedere portemonnee, voor starters en senioren met een mix in wijken (CDA, GroenLinks, PvdA). Met de mogelijkheid voor tijdelijke woningen. Er worden zorgen geuit inzake de 25.000 woningen binnen de stadsgrenzen. Maken we weer nieuwe kwetsbare wijken (50PLUS, PvdA, D66, SP). Sociale woningbouw moet beter verdeeld worden (GroenLinks). Ontwikkelen van instrumenten om te sturen op categorieën in woningbouw (SP, PvdA). Ook vraagt de raad aandacht voor woningbouw in de dorpen en organische groei aan de randen van wijken en dorpen (CDA, D66, Breda Beslist) met aandacht voor zorgvuldige inpassing in het lokale karakter van dorpen (VVD). Aanpassingen in de omgevingsvisie wonen De onderbouwing van het woningbouwprogramma is nader uitgewerkt in de visie (CDA, PvdA), onder meer in het onderdeel 4.1.1.

Programmeren Wonen. Het programma is niet in beton gegoten. We programmeren vanuit een regionale benadering en programmeren adaptief (GroenLinks, D66, VVD). We maken gebruik van monitoring en evaluatie om te zorgen dat opgaven en plannen bijdragen aan het realiseren van onze doelen. Het doel van de bouw van ruim 25.000 woningen verhoudt zich tot de uitkomsten van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant (2020), zoals aangegeven in hun ‘Zienswijze ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040’. We bouwen deze om het woningtekort weg te werken en de druk op de woningmarkt te verminderen, de bevolkings- en huishoudensgroei mogelijk te maken, instroom van inwoners van buiten Breda te faciliteren, de woningvoorraad beter aan te laten sluiten op de (veranderende) woonbehoefte, ter vervanging van de relatief oude bestaande woningvoorraad en om een andere spreiding van woningen in wijken te

realiseren (alle partijen). Ook is een paragraaf wonen en zorg toegevoegd in het onderdeel Toereikende woningvoorraad in ‘Veerkrachtig Breda' (CDA, GroenLinks, PvdA, SP). Het bouwen van woningen die doorstroming mogelijk maken is ook toegevoegd als opgave. Aan hoofdstuk 2.2 ongedeeld Breda is het onderdeel dorpen toegevoegd waar o.a. wordt ingegaan op woningbouwontwikkeling in de dorpen. Ook is een van de doelen aangepast in: “samen zorgen voor karakteristieke en krachtige wijken en dorpen” (CDA, GroenLinks, VVD). In de visie is opgenomen dat op termijn een percentage sociale huurwoningen onder de 40% in alle wijken richtinggevend is. Er is een stedelijke uitbreidingsbehoefte aan sociale huurwoningen, wat betekent dat er een toename aan sociale huurwoningen in andere wijken wordt gerealiseerd. In paragraaf 3.1.1. is uitgewerkt hoe om te gaan met flexibiliteit, nieuwe woonvormen en tijdelijke woningen (CDA, GroenLinks, D66). In hoofdstuk 4 is het instrumentarium om de doelen uit deze Omgevingsvisie te bereiken nader uitgewerkt (D66, PvdA). Als uitwerking van het woonbeleid wordt gewerkt aan de invoering van een zelfbewoningsplicht (SP) 3. Werken Algemene beeld zienswijze werken: De raad geeft aan dat de onderbouwing van het aantal banen en de onderbouwing van de uitbreiding van de bedrijventerreinen onvoldoende is toegelicht.

Zowel bij Bavel Zuid en Rithmeesterpark fase 2 geven de raad aan dat ze tegen het realiseren van bedrijventerreinen zijn waar veel weerstand is vanwege het behouden van het buitengebied behouden en vanwege de effecten op de omgeving (woon- en leefklimaat) (CDA). Corona heeft invloed op de ontwikkeling van bedrijventerreinen (CDA, VVD) Aanpassingen in de omgevingsvisie werken We programmeren op basis van provinciale afspraken en regionale afspraken kader. Adaptief programmeren is hierin een uitgangspunten (GroenLinks, VVD) Naar aanleiding van de zienswijzen van de Raad is de kwantitatieve opgave herschreven, zodat één en ander helderder wordt. Beschreven is nu vanuit welke twee perspectieven we deze opgave benaderen. De eerste is op basis van de provinciale prognoses. De tweede is op basis van extrapolatie (historische uitgifte in de periode 1996-2020). De cijfers van de kantoren zijn ook geactualiseerd op basis van gemeente data van 2020. Ook is aangegeven dat de Coronapandemie nu niet tot een gewijzigde vraag leidt.

Mocht er in de toekomst wel sprake zijn van een structurele verandering van de vraag, dan zal dit tot uiting komen in nieuwe provinciale prognoses (CDA) Aanpassingen in de omgevingsvisie: Rithmeesterpark fase 2/’t Hout en Bavel Voor Rithmeesterpark fase 2/’t Hout en voor Bavel is de omvang van de voorziene ontwikkeling, naar aanleiding van de zienswijze naar beneden toe bijgesteld. Dit leidt naar verwachting tot een afname van de totale voorraad bedrijventerreinen tot 2030 en vormt een risico voor de economische dynamiek van Breda. Het ontwikkelperspectief ’t Hout is losgekoppeld van de omgevingsvisie en wordt separaat later aan de raad aangeboden. 4. Hoogbouwvisie Algemeen beeld zienswijzen Hoogbouwvisie De Raad maakt zich zorgen over de positionering van de 80 meter hoogbouw in nabijheid van de woningen (CDA) Aanpassingen in de hoogbouwvisie Naar aanleiding van de zienswijzen zijn meer thema’s opgenomen en zijn thema’s uitgebreid (bv zichtlijnen, zonlicht): Voor de verdere uitwerking van de planning is het van belang genoemde punten mee te weten en er duidelijk onderzoek naar doen (CDA). Daarnaast zijn de kaarten

aangescherpt en zijn de te hanteren basishoogten verduidelijkt en is de relatie verstedelijking/hoogbouw, vergroening en relatie openbare ruimte beter verankerd in de visie. 5. Mobiliteit Algemeen beeld zienswijzen mobiliteit De raad maakt zich zorgen inzake de infrastructuur die nodig bij het bouwen van 25.000 woningen (CDA, De raad maakt zich zorgen dat er te weinig aandacht is voor de fietser en voetgang in de stad ten opzichte van de auto (PvdA). Daarnaast maakt de raad zich zorgen inzake de overlast van het autoverkeer op de omgeving (A16, A58, Noordelijke en zuidelijke rondweg). En ook in combinatie met ruimtelijke ontwikkeling i.r.t. mobiliteit (meer verkeer als er meer woningen komen). Aanpassingen in de omgevingsvisie Raad maakt zich zorgen over de toename in mobiliteit die het gevolg is van het extra woningbouwprogramma (+25.000). In de Omgevingsvisie is mede hierom ingezet op hoogstedelijke en binnenstedelijke ontwikkeling, hierbij hoort namelijk een ander verplaatsingsgedag. In hoogstedelijke ontwikkelingen wordt meer gebruik gemaakt van voet/fiets/OV. Nieuwe ontwikkellocaties worden goed ontsloten met HOV. Maar ook in de bestaande stad wordt ingezet op een verandering in mobiliteitsgedrag. Een gezonde en beweegvriendelijke openbare ruimte leidt tot meer langzaam verkeer.

Door functiemix met het Bredase Mozaik komen bestemmingen dicht bij de woningen te liggen, ook hiermee wordt langzaam verkeer gepromoot. Om de groei van het autoverkeer op te vangen zijn ingrepen nodig, op het niveau van de Omgevingsvisie wordt de aanpak van de Noordelijke rondweg aangepakt. Al deze principes zijn recent ook al door de raad vastgelegd in de Mobiliteitsvisie Breda (jan. 2021) (CDA, PvdA). Daarmee dragen we ook bij aan de vitale gemeenschap en scheppen we ruimte voor meer groen. 6. Groen & Landschap Algemeen beeld zienswijzen Groen & Landschap De Raad maakt zich zorgen dat de verdichting leidt tot minder groen in de stad en de zoekgebieden inzake de werkterreinen hebben een te grote impact op de natuur- en landschapswaarden. (PvdA) Aanpassingen in de omgevingsvisie Groen & Landschap Om de zorgen weg te nemen van de verstening van de stad hebben we Bredase groen en parknorm geïntroduceerd dat er bij elke nieuwe ontwikkeling minimaal 20% openbaar groen ontwikkeld moeten worden. En bij de herinrichting van de openbare ruimte streven we naar minimaal 10% vergroening (PvdA, D66). Dit is geen aanpassing maar willen we nogmaals voor het voetlicht brengen waarbij we willen aangeven date dit voldoende is geborgd met de groene Park norm. We hebben wel aan hoofdstuk 4 op pagina 106 de traditionele Bredase Aanpak toegevoegd om dit te borgen: Bouwen aan stad èn landschap.

Aanpassingen inzake 't Hout en Bavel Vanwege de vele zorgen inzake de groene waarden (natuurlijk landschap en cultuur historie) is de contour van het zoekgebied ’t Hout aangepast waardoor er meer afstand wordt gehouden tot de Trippelenberg en het beekdal van de Aa of Weerijs. Bij Bavel is het zoekgebied verkleint en het gedeelte ten noorden van de Gilzewouwerbeek is niet meer meegenomen wat minder ingrijpend is voor het landschap. De ecologische verbindingszone voor de boomkikker wordt in stand gehouden en afgerond. 7. Sociaal domein & Gezondheid Algemeen beeld zienswijzen Sociaal domein & Gezondheid De raad mist de doelen voor gezondheid (PvdA). Ze vragen aandacht voor de zorgopgave en de aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen in de wijken en dorpen (SP) Ook vraagt men aandacht voor de verbinding met het groen, in de vorm van groene routes, bereikbaarheid van het groen en ontmoetingsmogelijkheden in het groen. Gezonde, schone lucht voor iedere Bredanaar en hoe gaan bereiken we dat bereiken. (GroenLinks, PvdA) Aanpassingen in de omgevingsvisie Sociaal domein & Gezondheid Naar aanleiding van de zienswijzen is het thema gezondheid verder aangescherpt in de doelen (PvdA) De zorgopgave, met als onderdeel wonen en zorg, is beter benoemd. Het belang van en behoud van maatschappelijke voorzieningen in de wijk- en dorpscentra wordt benadrukt (SP, D66).

Tevens zijn maatschappelijke voorzieningen en eerstelijnszorg toegevoegd aan de programmering (GroenLinks). 8. MER Algemeen beeld zienswijzen MER (GroenLinks) De Raad geeft aan dat MER niet de juiste data bevat en daarvoor onvolledig en niet bruikbaar is. Daarnaast heeft de gemeente een advies ontvangen van de Commissie m.e.r. In haar advies constateert de Commissie in de eerste plaats dat de m.e.r. procedure goed is benut om in en iteratief proces tot een voorkeursscenario te komen, er is veel data en informatie verzameld en een goede basis gelegd voor het ontwikkelen van de scenario’s, de effectbeoordeling en de monitoring. Echter, de Commissie constateert ook dat het voorkeursscenario op een te hoog abstractieniveau aan bod komt in het MER. De Commissie adviseert daarom om, alvorens een besluit te nemen over de Omgevingsvisie, het MER aan te vullen door de doelen concreet te maken en meer inzicht te geven in de belangrijkste effecten van het voorkeursscenario. Meer specifiek gaat het om: • Het vertalen van de negen opgaven naar concrete doelstellingen. • Het nader duiden van de formulering en status van beleidsuitspraken. • Het op elkaar aan laten sluiten van kaartbeelden en beleidsuitspraken. • Het beter gebruik maken van beschikbare informatie en dit scherper analyseren.

• Het verduidelijken van het Rad van de leefomgeving (de betekenis van indicatoren en navolgbaarheid van scores). • Het specifiek maken van kansen en risico’s om daarmee in beeld te brengen wat de belangrijke uitdagingen zijn voor de Omgevingsvisie en vervolgbesluiten. Aanpassingen in de omgevingsvisie: MER Het m.e.r. proces is gebruikt om de Omgevingsvisie tussentijds bij te sturen. Zoals in 5.8.1 weergegeven heeft het MER invloed gehad op de Omgevingsvisie. Desalniettemin herkennen we de door de commissie genoemde aandachtspunten en suggesties ter verbetering van het MER.

Een aantal aandachtspunten hebben we verwerkt in de definitieve Omgevingsvisie op basis van de conclusies van de Commissie m.e.r. De negen opgaven zijn anders geformuleerd om de doelstellingen duidelijker en concreter te maken, het voorkeursalternatief is enigszins gewijzigd en bij monitoring zijn aandachtspunten voor vervolgbesluiten en monitoring opgenomen. Andere punten, waarvoor de commissie de aanbeveling deed om het MER aan te vullen of in meer detail uit te werken, zullen we uitwerken in (m.e.r.) onderzoeken in de planfase van diverse ontwikkelingen. Op dat moment zijn plannen al een stuk concreter en kunnen milieueffecten beter bepaald worden. In die fase kan een kwantitatieve analyse deel uitmaken van het onderzoek (bijvoorbeeld door de bouw van een verkeersmodel met daaruit volgend milieuonderzoeken lucht, geluid, stikstof etc.). Daarbij erkennen we ook dat niet slechts de effecten als gevolg van de betreffende ontwikkeling, maar ook de cumulatieve effecten van andere ontwikkelingen te allen tijde onderzocht zullen moeten worden (GroenLinks).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10627788/1