Rapportage woonzorganalyse West-Brabant West
Tekst van het document
Veel senioren
Aantrekkelijk woonzorglandschap
Nieuwbouwlocaties
Leefstijlen
53
Inzetten van (gevarieerde) nieuwbouw op geschikte locaties Woonzorglandschap (inclusief nieuwbouwplannen) Afbeelding 5: Woonzorglandschap senioren
54
Inzetten van (gevarieerde) nieuwbouw op geschikte locaties Strategie voor nieuwbouw 45%
Voor de woonregio West-Brabant West hebben we het woonzorglandschap berekend en dit afgezet tegen het aantal seniore huishoudens in een buurt/wijk. Op die manier wordt duidelijk dat verschillende wijken in de verschillende gemeenten anders scoren. De wijken zijn per gemeente in een kleur weergegeven. Op basis van deze grafiek ontstaan verschillende strategieën:
Uiteraard is het van belang dat er ook nieuwbouwwoningen in de wijk gepland zijn, zodat deze plannen kunnen worden ingezet voor de huisvesting van senioren.
1
Investeringen voor een betere woonomgeving om langer zelfstandig te wonen.
2 Deze wijken zijn zeer geschikt voor senioren om oud te worden.
40%
Percentage senioren
1. Veel senioren en slechtere landschapsscore: Hier zijn investeringen nodig voor een betere woonomgeving voor senioren om oud te worden. 2. Veel senioren en betere score: Deze wijken zijn op dit moment al zeer geschikt voor senioren om oud te worden. 3. Minder senioren en slechtere score: Als het bestaande wijken betreft kan hier beter worden gefocust op andere doelgroepen. Vaak staan hier ook nog de te ontwikkelen gebieden tussen. Door de ontwikkeling vindt hier vaak al verbetering van het woonzorglandschap plaats en daarnaast ook huisvesting van senioren. 4. Minder senioren en betere score: Dit zijn wijken waar eenvoudig meer woningen voor senioren kunnen worden gerealiseerd voor het stimuleren van langer thuis wonen.
Grafiek 13: Strategie voor sturing
Roosendaal (Noord)
35%
Halderberge (Oudenbosch) Woensdrecht Tholen (Stavenisse) Steenbergen (Huijbergen) (Nw-Vossenmeer) Bergen op Zoom (Oude Stad) Rucphen Moerdijk (Zegge) (Zevenbergsche hoek)
30%
25%
3 Focus op andere doelgroepen tenzij verbetering woonlandschap plaatsvindt
4 Meer woningen voor senioren realiseren voor langer thuis.
20% 3,00
3,50
4,00
4,50
5,00
Woonzorglandschapsscore Bergen op Zoom Roosendaal Tholen
Halderberge Rucphen Woensdrecht
Moerdijk Steenbergen
55
Inzetten van (gevarieerde) nieuwbouw op geschikte locaties Strategie voor nieuwbouw Als er nieuwbouwlocaties beschikbaar zijn in een omgeving met relatief veel senioren en waar de omgeving aantrekkelijk is voor senioren om te wonen is het ook goed om in te zoomen op de dominante leefstijlen. De leefstijlen zeggen iets over de behoeften van mensen (introvert/extravert/ groepsgericht/individueel). In samenwerking met Platform31 zijn een aantal woonconcepten voor senioren gecombineerd met de leefstijlen. In de afbeelding op deze pagina is te zien dat woningen woongebouwen, seniorenappartementen en woonhofjes interessante concepten kunnen zijn voor gemeenten met een meer groepsgerichte leefstijl. Binnen veel van deze woonconcepten zijn fysieke ruimten voor ontmoetingen gecreëerd, waarmee een gemeenschap gestimuleerd wordt. Denk daarbij aan een gemeenschappelijke moestuin, woonruimte, werkruimte of juist de aanwezigheid van een community manager. Introverte/individuele leefstijlen hebben juist meer interesse voor een privé domein of parkappartementen. Woonconcepten zoals stadsappartementen passen juist meer bij individuele/extraverte leefstijlen. Door per buurt/wijk in te zetten op passende woonconcepten bij de leefstijl kunnen interessante woningen worden gerealiseerd die het langer thuis blijven wonen van senioren stimuleren en daarmee een zorgzame buurt faciliteren.
Afbeelding 6: DISC-model en woonzorgconcepten senioren
Voorbeeld Stadsappartement (collectief particulier opdrachtgeverschap)
56
Hoofdstuk 3.2
Strategie 2: Bestaande woningen
57
Inzetten van bestaande woningen op geschikte locaties Strategie voor de bestaande woningvoorraad Om ervoor te zorgen dat senioren langer thuis kunnen blijven wonen (waar ze beter in hun toenemende zorgvraag kunnen worden voorzien) is het niet alleen mogelijk om te focussen op nieuwbouw, maar is het minstens zo belangrijk om de mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad te verkennen. Inzetten op het aanpassen van de bestaande woningvoorraad zal het meeste impact hebben in gebieden waar op dit moment al veel senioren wonen. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat er met enkele maatregelen zoveel mogelijk senioren in hun eigen leefomgeving (met het al bestaande netwerk van vrienden/familie) kunnen blijven wonen. Daarnaast is het ook voor de bestaande woningvoorraad van belang dat het woonzorglandschap goed scoort en dat het een prettige omgeving is om te wonen. Daarnaast is een hechte gemeenschap nog een belangrijke factor om mee te nemen. Dit zijn gebieden waar met kleine ingrepen relatief eenvoudig zorgzame samenlevingen kunnen worden behouden of versterkt.
Veel senioren
Aantrekkelijk woonzorglandschap
Hechte gemeenschappen
Investeren in nultreden/ontmoeten/zorg 58
Hoofdstuk 3.3
Strategie 3: Zorgcirkels
59
Inzetten op zorgcirkels Strategie voor bestaande woningvoorraad en nieuwbouwwoningen (op geschikte locaties) Na het selecteren van geschikte locaties voor het inzetten op nieuwbouw of bestaande woningvoorraad is het mogelijk om te bepalen welk product voor senioren het meest geschikt is. Per buurt/wijk kan er worden ingezoomd op de woningen voor senioren en welke aanvulling passend zouden zijn. Wanneer er veel nultredenwoningen zijn, maar geen buurthuis/ontmoeting is het zinvol om in zetten op het toevoegen van een ontmoetingsruimte. Wanneer de afstand tot zorg groot is kan het ook zinvol zijn om naast een ontmoetingsruimte ook met een zorgaanbieder in gesprek te gaan om bijvoorbeeld in te zetten op het toevoegen van zorg. Bij het kiezen van een juiste strategie is het zinvol om gebruik te maken van zorgcirkels met als ankerpunt een verpleeghuis of andere voorziening waar vanuit zorg kan worden geleverd. In de eerste zorgcirkel kan beleid gericht op de transformatie naar of realisatie van zorggeschikte woningen effectief zijn. In de tweede zorgcirkel is het interessant om te kijken welke clusters aan senioren een ontmoetingsruimte kunnen gebruiken of waar bijvoorbeeld ingezet zou kunnen worden op nieuwe geclusterde woningen. Bij zorggeschikte woningen die buiten de zorgcirkels liggen is het interessant om te onderzoeken of ontmoetingsruimten en zorg kunnen worden toegevoegd.
Denk daarbij aan de mogelijkheden middels een ThuisPlus flat (zoals bijvoorbeeld in Rotterdam. Omdat de strategiekeuze afhankelijk is van de mogelijkheden en bedrijfsvoering van zorgpartijen, zal dit per gemeente en per locatie in overleg met zorgpartijen moeten worden uitgewerkt. De informatie in dit onderzoek levert belangrijke ingrediënten voor deze uitwerking.
Afbeelding 7: Voorbeeld zorgcirkels Woningen levensloopbestendig maken?
Ontmoetingsruimten toevoegen? Verpleeghuis Kunnen we zorg toevoegen?
Woningen zorggeschikt maken?
60
Hoofdstuk 3.4
Strategie 4: Veerkracht
61
Inzetten op spreiding in gebieden met een hoge veerkracht Strategie voor nieuwe beschermd thuis locaties Bij de huisvesting van kwetsbare doelgroepen kan concentratie leiden tot leefbaarheidsproblemen. Om te beoordelen welke locaties zich goed lenen voor de huisvesting van deze doelgroep, gaan we uit van de volgende locatiecriteria: een veilige omgeving, een aantrekkelijk woonzorglandschap (voor de doelgroep van beschermd thuis kijken we naar de afstand tot supermarkten, afstand tot buurtvoorzieningen, het aantal vrijwilligers, een mix aan bewoners (inkomen/leeftijd/ samenstelling) en een goede mix/balans tussen corporatie-, vrije huur- en koopwoningen), een wijk met leefstijlen die meer open en accepterend zijn ten aanzien van anderen en een wijk waar de concentratie met mensen uit deze doelgroep qua leefbaarheid passend is. Wanneer buurten en wijken aan deze criteria voldoen – dit is op basis van de informatie in dit onderzoek vast te stellen – zijn woningen hier voor deze doelgroep op hun plaats.
Veilige omgeving
Aantrekkelijk woonzorglandschap
Rovohof
Open en accepterende samenleving
Nog geen beschermd wonen aanwezig
62
Hoofdstuk 4
Conclusies & aanbevelingen
63
Conclusies & aanbevelingen Opgave seniorenwoningen Opgave voor senioren Het onderzoek toont een groot tekort aan verpleegzorg in de toekomst. Deze kan niet volledig worden opgevangen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Zorggeschikte woningen kunnen een oplossing bieden voor het tekort, maar de meeste zorggeschikte woningen liggen niet in de directe omgeving van een verpleeghuis met zorgpersoneel. Hierdoor wordt het lastig voor zorgaanbieders om er de gewenste zorg te leveren. Ook voor de nultredenwoningen en geclusterde woningen zien we een grote kwantitatieve opgave. (Zorgzame) gemeenschappen De grote opgave voor seniorenwoningen benadrukt het grote belang van het stimuleren en onderhouden van (zorgzame) gemeenschappen. Dit in verband met de vergrijzing, de daarmee samenhangende dreigende toename van eenzaamheid en vermindering van (formele) arbeidscapaciteit in de zorg. Deze uitdaging wordt door alle partijen onderschreven. Zij herkennen de opgave en urgentie voor het creëren van gemeenschappen. Hoe meer de bevolking zelf bij kan dragen aan vermindering van de zorgvraag of onderlinge hulpverlening, hoe meer het beroep op de formele zorgvraag kan verminderen. Programmeren voor senioren Voor het stimuleren van langer thuis wonen in de eigen wijk is het juiste woonaanbod benodigd. Dit juiste aanbod kan zowel via nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad zijn.
Bij nieuwbouw is het van groot belang om specifiek voor
senioren te programmeren. Of althans, woningen te realiseren die tot een feitelijke verhuizing van senioren leiden. Het kunnen uiteraard woningen zijn die op termijn prima door andere (kleine) huishoudens kunnen worden betrokken. Deze programmering vindt in West-Brabant West, maar ook in heel Nederland, onvoldoende plaats. Voor bestaande woningen is het belangrijk om bij investeringen door woningcorporaties, vastgoedbeleggers en eigenaar-bewoners goed rekening te houden met de geschiktheid van de plek om langer thuis te blijven wonen. De zorglandschapskaarten geven aan welke plekken daarvoor meer en minder geschikt zijn. Betrekken marktpartijen In verband met de toegenomen welstandigheid onder senioren, zien we een grote woonzorgopgave binnen de middeldure- en dure huursector en binnen het koopsegment. Daarom is het belangrijk om (ook) marktpartijen te betrekken bij de opgave voor senioren. Daarbij speelt ook de borging van de kwaliteit van de zorg op lange termijn een rol. Doorstroming Als we middels het nieuwbouwprogramma en de bestaande voorraad beter inzetten op de grote kwantitatieve opgave voor senioren, dan stimuleert dit tevens de doorstroming. Een woning die door een senior wordt betrokken leidt tot 2-4 vervolgverhuizingen, waardoor het woningaanbod voor startende jongeren en gezinnen wordt vergroot. De woningvoorraad wordt daardoor beter benut. 64
Conclusies & aanbevelingen Geschikte locaties seniorenwoningen Inzetten op langer thuis wonen in zorgzame en vitale wijken Niet overal hebben maatregelen eenzelfde impact. Belangrijk is om op de juiste locaties in te zetten met passende middelen om ervoor te zorgen dat de kleinste ingrepen de grootste impact hebben. Dit verschilt voor nieuwbouwwoningen en bestaande woningen. Bestaande woningen De investeringen in de bestaande woningvoorraad komen het meest tot zijn recht in gebieden met veel senioren, met een goed scorend woonzorglandschap en met een hechte gemeenschap. Binnen deze locaties is het verstandig om op basis van de zorgcirkels naar best passende ingrepen te zoeken. Daarbij kan gedacht worden aan het stimuleren van investeringen door de eigen bewoners om nietnultredenwoningen levensloopgeschikt te maken. Daarnaast kan het ook interessant zijn om te onderzoeken waar ontmoetingsruimten kunnen worden toegevoegd of in welke locaties met een clustering van seniore huishoudens in zorggeschikte woningen buiten de zorgcirkels zich zouden lenen voor het toevoegen van zorg (zoals in een ThuisPlus flat).
Nieuwbouwwoningen Bij nieuwbouwwoningen is het belangrijk om rekening met het prijssegment te houden. Er is een grote vraag naar woningen in het midden- en hogere prijssegment en in koopwoningen. Ook voor nieuwbouwwoningen geldt dat de impact op langer thuis wonen het grootst is wanneer nieuwwoningen voor senioren specifiek worden geprogrammeerd op nieuwbouwlocaties in wijken met veel senioren en een goed scorend woonzorglandschap. Binnen deze locaties is het raadzaam om te kijken naar de dominante leefstijl om op die manier in te zetten op een passend woonconcept. Hiermee kan er niet alleen worden ingespeeld op het langer thuis wonen, maar ook op de grote latente vraag van senioren naar geclusterde woonvormen. Ook voor de nieuwbouwwoningen is het interessant om door middel van de zorgcirkels te kijken welke locaties zich goed lenen als zorggeschikte woningen. Dit zal samen met zorgorganisaties verder moeten worden ingevuld, aangezien deze keuzen samenhangen met de bedrijfsvoering van zorginstellingen.
65
Conclusies & aanbevelingen Overige woonzorgwoningen Lichamelijke en verstandelijke beperking Het onderzoek toont een kleine opgave voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Met name door ambulantisering en het thuis bedienen van een lichte zorgvraag lijkt er op dit moment en in de toekomst geen grote vraag naar het toevoegen van woningen. Beschermd thuis Voor beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis is er wel een grote opgave voor de niet-regio gemeenten (alle gemeenten behalve Bergen op Zoom en Roosendaal). De belangrijkste opgave die hierbij speelt is welke locaties geschikt zijn en kunnen worden ingevuld voor de huisvesting van deze doelgroepen. EPA-doelgroep en maatschappelijke opvang Verder zien we dat er binnen de regio een grote opgave ligt in de huisvesting van de EPA-doelgroep (mensen met een ernstig psychologische aandoening). Er zijn jaarlijks namelijk 60 casussen, maar er is geen aanbod voor deze doelgroep aanwezig. Ook aan maatschappelijke opvang is een jaarlijks tekort van 10 tot 20 plekken. Overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden Voor de overige doelgroepen liggen de grootste uitdagingen met name in de ex-arbeidsmigranten en in de toekomst ook rondom mantelzorgers en –ontvangers. Mensen in tijdelijk verblijf door relatieproblemen komen vaak voor en zijn daarmee niet meer urgent.
Voor mensen uit detentie en ernstig chronisch zieken zijn al regionaal afspraken gemaakt.
Spreiden van beschermd thuis Voor het toevoegen van beschermd thuis locaties is het belangrijk om te bepalen of deze worden gespreid over de gemeenten of geclusterd. Vanuit een leefbaarheidsperspectief lijkt spreiding de gewenste oplossing, maar wel in samenspraak met zorgpartijen om ervoor te zorgen dat de benodigde zorg geleverd kan worden. Het uitgangspunt voor het toevoegen van beschermd thuis is dat de buurt/wijk een hoge veerkracht heeft. Factoren die invloed hebben op het selecteren van de geschikte locaties binnen de gemeente zijn een hoge veiligheid van de omgeving, een goede score van het woonzorglandschap, een open en accepterende samenleving en een beperkte concentratie van beschermd wonen (intramuraal) of beschermd thuis locaties. Verantwoordelijkheid nemen Voor de opgave rondom de EPA-doelgroep is het van belang dat woonregio West-Brabant West de verantwoordelijkheid neemt in de huisvesting van deze groep. Het is zaak dat er op korte termijn locaties (en zorgwoningen) beschikbaar komen voor deze doelgroep. Maatwerk Voor de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekers geldt dat het vaak om kleine aantallen gaat. Het contact tussen gemeenten en corporaties is goed, waardoor maatwerk vaak volstaat. Als er zich ernstige gevallen voordoen dan worden deze vaak al opgelost. 66
Bijlagen
67
Bijlage 1
Onderzoeksverantwoording
68
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Aanbod Inventarisatie en aanvullingen Het huidige én toekomstige aanbod brengen we in beeld op basis van de inventarisatie. Dit hebben we uitgevraagd bij zorgpartijen en corporaties. Particuliere initiatieven zijn minder goed in beeld, daarom hebben we de inventarisatie vanuit openbare databronnen aangevuld en hebben de gemeenten een extra validatie uitgevoerd op de uiteindelijke lijst. De aangevulde data is afkomstig van het zorgkantoor en webscrapes. Aangevulde data hebben we voor senioren en mensen met een beperking/GGZ. Voor Wmo-locaties hebben we geen aanvullende databronnen. Wanneer we de informatie vanuit de aanvulling hebben verkregen weten we alleen de locatie en geen extra kenmerken, zoals het aantal eenheden en het zorgprofiel dat wordt bediend. Berekening: Aantal eenheden In het geval van nultredenwoningen en geclusterde woningen geldt vaak dat één adres ook één woning is. Bij intramurale voorzieningen gaat het echter vaak om wooneenheden op hetzelfde adres. Vaak is het aantal eenheden per adres bekend vanuit de inventarisatie. Als het aantal eenheden bekend is vanuit de inventarisatie kunnen we dit aantal hanteren. In sommige gevallen worden er meerdere doelgroepen op één locatie bediend, bijvoorbeeld senioren en mensen met een verstandelijke beperking. In dat geval verdelen we het aantal eenheden evenredig over de doelgroepen.
In veel gevallen worden er ook meerdere zorgprofielen op één locatie bediend. In dat geval verdelen we het aantal eenheden naar rato over de zorgprofielen. We nemen bij de zorgprofielen (zoals bij VV04 t/m VV08) de verdeling van de vraag in Nederland als uitgangspunt. Voorbeeld: Complex A heeft 100 eenheden. Complex A bedient doelgroep VV05, VV06 en VV07. In Nederland is de verdeling van deze combinatie als volgt: VV05 = 62%, VV06 = 28% en VV07 = 10%. Voor complex A berekenen we dan het volgende: • VV05 = 62 wooneenheden • VV06 = 28 wooneenheden • VV07 = 10 wooneenheden In het geval we de data hebben aangevuld, weten we niet hoeveel eenheden er op een locatie zijn. Wanneer het aantal eenheden onbekend is, maken we een inschatting op basis van de oppervlakte uit BAG dat op het adres geregistreerd staat. Hierbij nemen we voor onzelfstandige woningen voor senioren een totale oppervlakte van 75 m2 als uitgangspunt. Voor onzelfstandige woningen voor de overige doelgroepen nemen we 72 m2 als uitgangspunt. *De aantallen zijn gebaseerd op: • Handreiking kengetallen benchmark zorgvastgoed, Adviescentrum voor Zorghuisvesting (AcvZ), 2020 • Handreiking kengetallen benchmark zorgvastgoed, Adviescentrum voor Zorghuisvesting (AcvZ), 2020. (Gemiddelde van gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg).
69
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Aanbod Berekening: Vrijkomend aanbod (reguliere woningmarkt) Binnen de reguliere woningvoorraad berekenen we het vrijkomend aanbod tot aan 2040. Binnen de reguliere woningmarkt vallen de niet-nultredenwoningen, nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Op basis van de verhuiskansen gebaseerd op WoOn (2021) bepalen we voor ieder jaar of de woning vrijkomt. Deze verhuiskansen verschillen per leeftijd, samenstelling, inkomenscategorie en per woonsegment. Het aantal vrijkomende woningen tellen we op tot het jaar 2040. Het cumulatieve aantal tot aan 2040 nemen we als uitgangspunt voor de analyse. Dat zijn namelijk het totaal aantal woningen dat tot 2040 beschikbaar komt voor huishoudens. Ieder jaar komen er uiteraard woningen bij. We gaan voor het toekomstig aanbod uit van de demografische prognose op huishoudenniveau. We nemen telkens als uitgangspunt dat alle huishoudens een woning hebben. Oftewel, er staan geen huishoudens op straat en er staan geen woningen leeg. Aanbod buiten de reguliere woningmarkt Het totale aanbod buiten de reguliere woningvoorraad (zoals het verpleeghuis, het verzorgingshuis, beschermd wonen, etc.) weten we vanuit de inventarisatie, aangevuld met informatie van het zorgkantoor en webscrapes.
Buiten de reguliere woningmarkt gaan we niet uit van een verhuiskans, aangezien enkel mensen met een indicatie in een intramurale voorziening kunnen wonen. 70
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Vraag Indelen van senioren Wmo-, Zvw- of Wlz-indicaties De vraag naar woningen buiten de reguliere woningvoorraad wordt bepaald door het aantal indicaties dat is afgegeven. Deze data is afkomstig van het CIZ (2023). Elke indicatie staat voor 1 wooneenheid. De indicaties lopen voor senioren van VV04 (lichte zorg) tot VV08 (zware zorg). Het aantal cliënten weten we per leeftijd per gemeente. Met behulp van de demografische prognose kunnen we de huidige vraag per indicatie vertalen naar 2040. Voor de overige seniore huishoudens (met/zonder Zvw- of Wmo-indicatie) gebruiken we het zorgtredenmodel van NZa (2018). We houden hierbij de verdeling van senioren binnen de zorgtreden aan zoals die in Nederland is (zie tabel). Hiermee weten we hoeveel huishoudens zonder Wlz-indicatie er in een gemeente per zorgtrede zijn. Berekening: Van zorgtreden naar woonvormen Het omrekenen van het aantal huishoudens per zorgtrede naar woonvormen is gebaseerd op aannames. Hiermee krijgt iedere zorgtrede een kans dat iemand uit die zorgtrede een vraag uitoefent naar een niet-nultredenwoning, een nultredenwoning of een geclusterde woning. Het uitgangspunt is dat hoe hoger de zorgtrede is, hoe meer zorg het huishouden nodig heeft, en dus hoe lager de vraag naar een niet-nultredenwoning zal zijn.
De aannames die hiervoor zijn gedaan zijn gebaseerd op de resultaten uit het WoOn (2021). Hierbij houden we rekening met maatschappelijke trends. Zo neemt de verhuiskans naar een geclusterde woning toe van 2030 naar 2040. De verhuiskansen per woonvorm zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.
Zorgtrede
Omschrijving (Wmo- en Zvw-indicaties)
Aandeel
Zorgprofiel
1
Gebruik van eerstelijnszorg
26%
VV04
Lichte zorg: Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging
2
Bezoek aan een medische specialist en/of ziekenhuisopname
48% VV05
PG (licht): Beschermd wonen met intensieve dementiezorg
Wmo-ondersteuning (vooral huishoudelijke hulp)
10% VV06
Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (tijdelijk) en/of korte opvang in een tehuis
4%
Somatisch (licht): Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging
VV07
5
Persoonlijke verzorging of verpleging thuis (structureel) en/of korte opvang in een tehuis
12%
PG (zwaarder): Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding
6
Residentiële opname in verzorgingshuis of verpleeghuis (of VPT)
n.v.t.
VV08
Somatisch (zwaarder): Beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/ verpleging
3
4
Bron: Monitor Zorg voor ouderen (NZa, 2018)
Omschrijving (Wlz-indicaties)
Bron: Zorgzwaartepakket (CIZ, 2023)
71
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Vraag Berekening: Vraag vanuit huishoudens met verhuisintentie Voor ieder huishouden hebben we een inschatting van de kans dat ze willen verhuizen. Deze is gebaseerd op kenmerken van het huishouden en informatie uit het WoON (2021). De vraag naar nultredenwoningen wordt aangevuld met de vraag van alle overige huishoudens. Zij kunnen immers ook in een nultredenwoning wonen. Ook hiervoor gebruiken we enkel de huishoudens die een verhuisintentie hebben. Het aantal huishoudens met een verhuisintentie tellen we op tot het jaar 2040. Het cumulatieve aantal tot aan 2040 nemen we als uitgangspunt voor de analyse. Dat zijn namelijk het totaal aantal huishoudens dat tot 2040 op zoek is naar een nieuwe woning. Als we de verhuiskans koppelen aan alle seniore huishoudens komt de totale vraag naar de nietnultredenwoningen, nultredenwoningen en geclusterde woningen uit op het totaal aantal huishoudens in de demografische prognose. De totale vraag is in aantal personen. We rekenen deze vraag om naar woningen met behulp van een factor. Voor een nultredenwoning gaan we uit van 1.5 personen per woning, voor een geclusterde woning 1.2 personen en voor een intramurale woning 1 persoon.
Zorgtrede
Jaar
Regulier
Nultreden
Geclusterd
Totaal
1
2023
25%
65%
10%
100%
2030
23%
66%
11%
100%
2040
21%
67%
12%
100%
2023
25%
65%
10%
100%
2030
23%
66%
11%
100%
2040
21%
67%
12%
100%
2023
20%
65%
15%
100%
2030
18%
66%
16%
100%
2040
16%
67%
17%
100%
2023
15%
65%
20%
100%
2030
12%
66%
22%
100%
2040
10%
67%
23%
100%
2023
12%
55%
33%
100%
2030
10%
55%
35%
100%
2040
8%
50%
42%
100%
2
3
4
5
Bron: Gebaseerd op WoOn (2021)
72
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Vraag Vraag: Indicaties en prevalentie overige doelgroepen De vraag naar woningen voor de mensen met een lichamelijke- of verstandelijke beperking wordt bepaald door het aantal indicaties dat is afgegeven. Deze data is afkomstig van het CIZ (2023). Voor de doelgroep van beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis maken we gebruik van de prevalentiecijfers GGZ-B en GGZ-W van het CIZ (2023). Deze cijfers geven de vraag naar beschermd wonen vanuit de Wlzzorg. Het prevalentiegetal is de kans dat een inwoners een indicatie heeft. Op die manier heeft de regiofunctie van gemeenten met beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis minder invloed op de vraag, maar bepalen we specifiek voor iedere gemeente wat de vraag zou zijn op basis van haar eigen inwoners. De vraag vanuit de Wmo-zorg naar beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis bepalen we aan de hand van gegevens van de Monitor Langdurige Zorg (2023). Hierbij maken we gebruik van de prevalentiecijfers voor GGZ-C. Ter validatie is het aantal GGZC indicaties van de Monitor Langdurige Zorg (2023) vergeleken met het exacte aantal Wmo-indicaties dat is afgegeven door de gemeente Bergen op Zoom. Hierin zagen we een vergelijkbaar aantal afgegeven indicaties.
Toekomstige vraag: Demografische prognose Het aantal cliënten weten we per leeftijd en per centrumgemeente. We maken de vertaling naar elke gemeente op basis van het aantal inwoners. In de vraag kunnen we geen onderscheid maken tussen beschermd wonen en beschermd thuis. Met behulp van de demografische prognose kunnen we de huidige vraag vertalen naar 2040.
Opgave: Exclusief en inclusief nieuwbouw Uiteindelijk kunnen we op basis van de vraag en het aanbod de opgave bepalen voor de seniorenwoningen, voor de woonvormen voor mensen met een lichamelijke- of verstandelijke beperking en voor beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. Dit doen we voor zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie. In de toekomstige situatie hebben we een scenario exclusief nieuwbouw en een scenario inclusief nieuwbouw. Voor de woningen buiten de reguliere woningmarkt kunnen we het nieuwbouwaantal optellen bij het huidig aanbod om tot het toekomstig aanbod te komen. Voor de opgave in de toekomst inclusief nieuwbouwprogramma houden we rekening met een gecorrigeerd nieuwbouwaantal. Dit komt omdat de demografische prognose en de groei van het aantal woningen van de Provincie Noord-Brabant en de woningbouwprogrammering van de gemeenten (Shinto-Labs) van elkaar verschillen. Op de volgende pagina is de correctie van de nieuwbouwplannen verder toegelicht.
73
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Demografische prognose en woningbouwplannen Correctiecijfer nieuwbouwplannen De bron van de demografische prognose is Provincie NoordBrabant (2023). Naast een beeld van de ontwikkeling van huishoudens, geven zij ook een beeld van de ontwikkeling van de woningvoorraad. Beide ontwikkelingen hangen nauw samen. Wel liggen – tot 2040 – de groeipercentages van de woningvoorraad steeds iets hoger dan die van het aantal huishoudens. Dit komt omdat er in de berekeningen van uit is gegaan, dat het bestaande woningtekort in de loop van de prognoseperiode wordt ingelopen. Ook is rekening gehouden met leegstand. Brabant-breed gemeten ligt de (frictie)leegstand, nodig voor een goed functionerende woningmarkt, op ca. 1,5% in 2023 (17.500 woningen). Dit leegstandspercentage is constant verondersteld. De woningbouwaantallen die we via de gemeente hebben gekregen zijn vaak net iets anders dan de aantallen waarmee rekening is gehouden in de demografische prognose en de woningbouwprognose. Het kan zijn dat we een latere versie van de woningbouwplannen hebben ontvangen. Verder wordt er in de matrix maar gekeken tot 2033 terwijl er in de prognose tot 2040 wordt gerekend. Uiteindelijk gaan we uit van de demografische prognose van de Provincie Noord-Brabant voor de zorgvraag.
De vergelijken deze met de nieuwbouwplannen tot 2033, gecorrigeerd voor de demografische prognose. Als in de nieuwbouwplannen van een groter aantal woningen wordt uitgegaan, corrigeren we dat naar beneden zodat we een eerlijke vergelijking met de vraag kunnen maken.
2023
2025
2030
2035
2040
Huishoudens
31.325
32.060
33.210
33.720
34.125
Woningen
31.500
32.085
33.560
34.270
34.835
Afwijking demografische prognose en woningbouwaantallen Bron: Provincie Noord-Brabant (2023)
Demografische groei 2023-2030
Groei aantal woningen 2023-2030
Woningbouwplannen tot 2033
Pronvincie NoordBrabant, 2023
Pronvincie NoordBrabant, 2023
Gemeenten
Bergen op Zoom
1.885
2.060
3.089
Halderberge
525
760
792
Moerdijk
1.005
1.340
2.634
Roosendaal
2.300
2.490
9.600
Rucphen
155
350
818
Steenbergen
695
885
850
Tholen
1169
-
1.810
Woensdrecht
550
760
698
Bron
Afwijking demografische prognose en woningbouwaantallen Bron: Provincie Noord-Brabant (2023) en Shinto-Labs (2024)
74
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Opgave Opgave: Uitstromers naar de reguliere woningmarkt De vraag vanuit uitstromers is bepaald aan de hand van een vragenlijst aan zorgorganisaties. Veel van de zorgorganisaties konden het aantal lastig inschatten. Om die reden hebben we voor de ontbrekende zorgorganisaties het aantal uitstromers bij benadering berekend op basis van het aantal woonplekken die ze aanbieden. Uiteindelijk hebben we de cijfers gevalideerd op basis van de aflopende indicaties voor beschermd wonen van de gemeente Bergen op Zoom, de jaarrapportage maatschappelijke opvang van WijZijn en aanvullende gegevens over detentie van de gemeente Bergen op Zoom. Op basis hiervan hebben we nog een aanpassing gedaan aan de cijfers voor detentie. Uiteindelijk hebben we hiermee een beeld geschetst van het aantal uitstromers per gemeente. Voor de gemeenten zien we een opgave van 117 uitstromers per jaar.
75
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Woonzorglandschap: Senioren Berekening: Woonzorglandschap senioren De woonomgeving is een belangrijke overweging voor zorgbehoevenden bij het maken van een keuze voor een nieuwe woning. De ideale woonomgeving voor zorgbehoevenden noemen wij het woonzorglandschap. De score voor het woonzorglandschap bepalen we op basis van 8 variabelen. Het aanbod van voorzieningen is gebaseerd op openbare data (zoals OpenStreetMap, 2023). We bekijken hierbij hoe ver een huishouden moet gaan om bij die voorziening te komen. De score voor de kwaliteit van het groen baseren we op de 3-30-300 methodiek. Dat houdt in dat huishoudens uitzicht moeten hebben op minimaal 3 bomen, de omgeving voor 30 uit groen bestaat en er een park of openbaar groen gebied met sociale waarde op een maximum afstand van 300 meter ligt (C. Konijnendijk, 2021). Het percentage vrijwilligers komt van het (RIVM, 2020).
We wegen de totaalscore zodat belangrijke voorzieningen voor senioren zwaarder meetellen. Dit zijn afstand tot supermarkt, OV en zorgvoorzieningen. De gewogen score wordt weergeven in hexagonen van 150 meter en wanneer er minder dan 10 huishoudens wonen is de hexagon niet ingekleurd. Met dit resultaat kunnen we bijvoorbeeld beoordelen op welke plekken nieuwbouw voor senioren interessant kan zijn. Als we dit woonzorglandschap combineren met andere kenmerken van een omgeving, zoals of er veel senioren wonen of specifiekere kenmerken van de senioren, kunnen we inschatten welke woonconcepten voor senioren geschikt kunnen zijn op die plek. 76
Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording Woonzorglandschap: Beschermd thuis Woonzorglandschap: Beschermd thuis Naast senioren speelt ook bij GGZ groepen de omgeving een belangrijke rol. De ambitie in Nederland is dat alle inwoners wonen zoals zij dit zelf willen, contacten onderhouden en meedoen in de samenleving, als buurtbewoners. Oók mensen die in een extra kwetsbare positieve verkeren door psychiatrische of psychosociale problemen, een licht verstandelijke beperking en/of multiproblemen. Een belangrijke voorwaarde hiervoor zijn de mensen, samenwerking en programma’s die aanwezig zijn in wijken. Daarnaast bepaalt de fysieke structuur van de wijk een rol. De score voor het landschap bepalen we op basis van 7 variabelen (Ministerie van VVS, 2019). Deze variabelen focussen met name op de fysieke structuur, aangezien de andere voorwaarden moeilijk in data om te zetten zijn. Het aanbod van voorzieningen is gebaseerd op openbare data (zoals OpenStreetMap, 2023). We bekijken hoe ver een huishouden moet gaan om bij die voorziening te komen. Het percentage vrijwilligers komt van het RIVM (2020). De mix van bewoners is gebaseerd op EDM (2024). We kijken naar in hoeverre er verschillende leeftijdsgroepen aanwezig zijn in de buurt. De veiligheid is gebaseerd op het aantal gemelde misdrijven in de buurt (Politie, 2024) en het aandeel sociale huur komt van het CBS (2023).
In de totaalscore tellen de 6 variabelen even zwaar mee.
77
Bijlage 2
Leefstijlen
78
Bijlage 2: Leefstijlen Het DISC-model In deze studie maken we gebruik van leefstijlen gebaseerd op het DISC-model. In het DISC model maken we gebruik van de gedragswetenschappen sociologie en psychologie om het consumentengedrag te begrijpen en in kaart te brengen. Het DISC model is begin vorige eeuw ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog William Marston en wordt wereldwijd toegepast, vooral in de HRM-wereld.
Aan het model liggen een tweetal dimensies ten grondslag: • Sociologische dimensie: hoe verhoudt iemand zich tot de ander (individugericht versus groepsgericht). • Psychologische dimensie: in welke mate stelt men zich open naar de ander (introvert versus extravert). De leefstijlen geven een blik op de achterliggende motieven van mensen, ook ten aanzien van de woon- en leefomgeving. De data voor de gemeente Lansingerland hebben we ingekocht bij DISC-vision. Zij bepalen de leefstijlen voor de gemeente Lansingerland door vragenlijsten door te voorspellen op basis van een aantal socio-demografische kenmerken. We ontvangen hiervoor een dominante leefstijl per postcode en zetten die om in een kaart. Dominantie betekent dat de leefstijl vaker voorkomt dan gemiddeld, maar het niet dat er geen andere leefstijlen aanwezig zijn.
79
Bijlage 2: Leefstijlen Het DISC-model
80
Bijlage 2: Leefstijlen Het DISC-model
81
Bijlage 2: Leefstijlen Het DISC-model
82
Bijlage 2: Leefstijlen Het DISC-model
83
Bijlage 3
Geïnventariseerde partijen
84
Bijlage 3: Geïnventariseerde partijen Senioren Partijen die wel hebben gereageerd op de inventarisatie Hebben aanbod in de woonregio West-Brabant West Zorgorganisaties: Stichting Groenhuysen, Stichting Tante Louise, Stichting Sint Elisabeth, Stichting Thebe Wonen en Zorg, Compartijn Exploitatie B.V., Ter Wal Woonzorg B.V., Stichting Thuiszorg West Brabant, Actief Zorg B.V., Het Gastenhuis Bergen op Zoom, Surplus Zorg en Kloek Zorg B.V. Corporaties: Stadlander, Alwel, Woningstichting Woensdrecht, Woonkwartier, Thuisvester, Woonzorg NL. Partijen die wel hebben gereageerd op de inventarisatie Hebben geen aanbod in de woonregio West-Brabant West Zorgorganisaties: Stichting Egala Zorg, Stichting Park Zuiderhout, Avoord, Stichting Mijzo, Stichting Zorgplein Maaswaarden, Stichting de Wijngaerd, Allerzorg B.V., Crataegus Zorg B.V., Yalisco Thuiszorg, Senioren Collectief Oosterhout, Rivas wijkverpleging, Thuiszorg Dat (Msvt) en Stichting Pim Senior. Corporaties: Woonvizier en Hof Wonen. Partijen die niet hebben gereageerd op de inventarisatie Waar mogelijk aangevuld door Springco Stichting Zorgorganisatie het Hoge Veer en Dunya Zorg en Welzijn B.V. Partijen die niet in de lijst waren opgenomen Waar mogelijk aangevuld door Springco SVRZ, Dagelijks Leven, Zorghuys, Herbergier, Warm Hart Zorghuis. 85
Bijlage 3: Geïnventariseerde partijen Overig Partijen die wel hebben gereageerd op de inventarisatie Hebben aanbod in de woonregio West-Brabant West Zorgorganisaties: Zorgbureau de Puzzel B.V., Stichting S&L Zorg, Stichting Titurel, Educura B.V., Stichting Dag- en Woonvoorzieningen Verstandelijk Gehandicapten in Westelijk Noord-Brabant, Amarant West Brabant, Stichting Sovak, Leger des Heils Welzijns- en Gezondheiszorg, Memo B.V., Nova Farm Grip, Samenwerkende Zorgboeren Zuid, SDW, Stichting Exodus Zuid-Nederland, Stichting GGZ Westelijk NoordBrabant, Stichting Inzet voor Zorg, Stichting Kassidy, Stichting Titurel-SSZ-Leemburg, Zorggroep NL B.V., 4oo, Le Séjour, Sjaloom Zorg, GGZ Breburg, Stichting Amarant, SOVAK. Corporaties: Stadlander, Alwel, Woningstichting Woensdrecht, Woonkwartier, Thuisvester, Woonzorg NL. Partijen die wel hebben gereageerd op de inventarisatie Hebben geen aanbod in de woonregio West-Brabant West Zorgorganisaties: Stichting De Driestroom Regio West Brabant, De Blauwe Kamer, Stichting Villa Boerebont, Stichting de Oude Apotheek, Stichting Lievegoed, Zorgboerderij “Chaamdijk”, ASVR (Regio Brabant), Stichting Pim, Stichting Buitengewoon Leren en Werken Prins Heerlijk, Professionals in Nah B.V., Stichting Zorg en Onderwijs Nu, Humanitas, Novadic-Kenton. Corporaties: Woonvizier en Hof Wonen.
Partijen die niet hebben gereageerd op de inventarisatie Waar mogelijk aangevuld door Springco Prisma Regio West Brabant, Zintri Zorggroep Nederland B.V., Emergis en Stichting het Adriano Huis
86
Bijlage 4
Vergelijking ABF
87
Springco en ABF: Bouwopgave tot 2030 Verhouding tussen methodes
Het Rijk
Provincie
Springco
Exclusief Tholen
Exclusief Tholen
Inclusief Tholen
Nultredenwoningen
-3.125
-4.425
-4.200
Geclusterde woningen
-1.260
-940
-6.800 woningen (als we naar latente vraag kijken)
Zorggeschikte woningen
-890
-1.350
+660
Verpleegzorg
n.v.t.
n.v.t.
-2.030
Totale opgave in 2030
-5.275
-6.715
-5.760
-230
*Indien we de 660 vrijkomende zorggeschikte woningen meenemen hebben we nog netto 1.220 zorggeschikte woningen nodig.
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), NZa (2018), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
Adres
Goudsesingel 102 3011KD Rotterdam Contact
T. Levels & G.J. Hagen info@spring-co.nl 010 310 0877