Rapportage woonzorganalyse West-Brabant West
Tekst van het document
Woonzorganalyse Woonregio West Brabant West
Auteurs(s)
Springco Urban Analytics Versie
Rapportage (V2.0) Datum
10 december 2024
Samenvatting Woonzorganalyse Vergrijzing In de gemeenten in de regio West-Brabant West zal het aantal kleine huishoudens ouder dan 75 jaar in de periode tot 2040 met 54% toenemen. Steeds meer ouderen wonen langer thuis, maar ook vaker alleen, waardoor eenzaamheid en andere sociaal psychische problematiek meer wordt waargenomen. Omdat het aantal ouderen toeneemt, stijgt logischerwijs het aantal mensen met chronische aandoeningen. Ook het aantal mensen met dementie neemt toe (71%). Lang niet altijd kan de juiste zorg thuis worden geleverd, waardoor de behoefte aan verpleeghuiszorg of andere vormen van wonen en zorg toeneemt. Woonzorganalyse Op dit moment wordt er door de woonregio (inclusief Tholen) gewerkt aan een breed integraal afgestemde woonzorgvisie. Als input voor deze woonzorgvisie is er inzicht nodig in de vraag en het aanbod die door zorgdoelgroepen naar woningen – nu en in 2030 en 2040 - worden uitgeoefend. Deze rapportage geeft dat inzicht voor senioren, mensen met een beperking, mensen binnen de GGZ-groep, maar ook de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden die door het Rijk zijn benoemd voor de regio als geheel en per gemeente.
Doelgroepen en onderzoek Dit onderzoek bekijkt op basis van vraag/aanbod in 2040 de opgave naar woonzorgwoningen voor senioren (65+), mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en met een psychische kwetsbaarheid. Voor de vraag zijn verschillende bronnen gecombineerd, waaronder het WoOn (2021), CIZ (2023) en de Monitor Langdurige Zorg (2023). Voor het aanbod is een inventarisatie uitgevoerd onder zorgpartijen en corporaties. De opgave voor overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden is kwalitatief onderzocht tijdens individuele gesprekken met de gemeenten. Voor de volledigheid is dit onderzoek aangevuld met cijfers over de opgave voor maatschappelijke opvang en mensen met een ernstige psychische aandoening. Oplevering van de resultaten van het onderzoek De resultaten van het onderzoek zijn voor de regio als geheel opgenomen in deze rapportage. De resultaten zijn per gemeente uitgewerkt in aparte factsheets. Deze factsheets bevatten tabellen, grafieken, kaarten en tekstdelen die met elkaar de situatie en de opgave in beeld brengen. In onze online cartotool zijn de relevante kaarten opgenomen (aanbod, vraag, doelgroepen, woonzorglandschap, leefbaarheid en bouwlocaties). De cartotool is toegankelijk gesteld voor de projectdeelnemers gedurende de looptijd van het project. Na afloop kunnen partijen een licentie nemen voor verlenging.
2
Samenvatting Woonzorganalyse Programmeren voor senioren Het onderzoek toont een tekort van meer dan 4.000 wooneenheden voor verpleegzorg in 2040. Deze kan niet worden opgevangen binnen de capaciteit van de huidige verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Zorggeschikte woningen kunnen een oplossing bieden voor het tekort, maar de meeste zorggeschikte woningen (75%) liggen niet in de directe omgeving van een verpleeghuis met zorgpersoneel. Hierdoor wordt het lastig voor zorgaanbieders om er de gewenste zorg te leveren. Ook voor de nultredenwoningen en geclusterde woningen zien we een grote kwantitatieve opgave. Voor nultredenwoningen is het een tekort van bijna 3.000 woningen in 2040. Voor geclusterd wonen bedraagt het tekort minimaal 500 woningen, maar deze opgave ligt aanzienlijk hoger wanneer we daarin ook de vraag meenemen van huishoudens die niet urgent verhuisgeneigd zijn. De opgave bedraagt dan 9.500 woningen in 2040. De grote opgave voor seniorenwoningen benadrukt het grote belang van het stimuleren en onderhouden van (zorgzame) gemeenschappen. Bij nieuwbouw is het van groot belang om specifiek voor senioren te programmeren. Voor bestaande woningen is het belangrijk om bij investeringen door woningcorporaties, vastgoedbeleggers en eigenaar-bewoners goed rekening te houden met de geschiktheid van de plek om langer thuis te blijven wonen.
In verband met de toegenomen welstandigheid onder senioren, zien we een grote woonzorgopgave binnen de middeldure- en dure huursector en binnen het koopsegment.
Daarom is het belangrijk om (ook) marktpartijen te betrekken bij de opgave voor senioren. Als we middels het nieuwbouwprogramma en de bestaande voorraad beter inzetten op de grote kwantitatieve opgave voor senioren, dan stimuleert dit tevens de doorstroming. Inzetten op langer thuis wonen in zorgzame en vitale wijken Niet overal hebben maatregelen eenzelfde impact. Belangrijk is om op de juiste locaties in te zetten met passende middelen om ervoor te zorgen dat de kleinste ingrepen de grootste impact hebben. Dit verschilt voor nieuwbouwwoningen en bestaande woningen. De investeringen in de bestaande woningvoorraad komen het meest tot zijn recht in gebieden met veel senioren, met een goed scorend woonzorglandschap en met een hechte gemeenschap. Binnen deze locaties is het verstandig om op basis van de zorgcirkels naar de best passende ingrepen te zoeken. Bij nieuwbouwwoningen is het belangrijk om rekening te houden met de grote vraag naar woningen in het midden- en hogere prijssegment en in koopwoningen. Ook hierbij geldt dat de impact op langer thuis wonen het grootst is wanneer nieuwwoningen voor senioren specifiek worden geprogrammeerd op nieuwbouwlocaties in wijken met veel senioren en een goed scorend woonzorglandschap. Binnen deze locaties is het raadzaam om te kijken naar de dominante leefstijl om op die manier in te zetten op een passend woonconcept.
Ook voor de nieuwbouwwoningen is het interessant om door middel van de zorgcirkels te kijken welke locaties zich goed lenen als zorggeschikte woningen. Dit zal samen met zorgorganisaties verder moeten worden ingevuld, aangezien deze keuzen samenhangen met de bedrijfsvoering van zorginstellingen.
3
Samenvatting Woonzorganalyse Kleine opgave lichamelijke en verstandelijke beperking Het onderzoek toont een kleine opgave voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Met name door ambulantisering en het thuis bedienen van een lichte zorgvraag lijkt er op dit moment en in de toekomst geen grote vraag naar het toevoegen van woningen. Spreiden van beschermd thuis Voor beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis is er wel een grote opgave voor de niet-regio gemeenten (alle gemeenten behalve Bergen op Zoom en Roosendaal). Voor het toevoegen van beschermd thuis locaties is het belangrijk om te bepalen of deze worden gespreid over de gemeenten of geclusterd. Vanuit een leefbaarheidsperspectief lijkt spreiding de gewenste oplossing, maar wel in samenspraak met zorgpartijen om ervoor te zorgen dat de benodigde zorg geleverd kan worden. Het uitgangspunt voor het toevoegen van beschermd thuis is dat de buurt/wijk een hoge veerkracht heeft. Factoren die invloed hebben op het selecteren van de geschikte locaties binnen de gemeente zijn een hoge veiligheid van de omgeving, een goede score van het woonzorglandschap, een open en accepterende samenleving en een beperkte concentratie van beschermd wonen (intramuraal) of beschermd thuis locaties.
Kleine opgave maar grote maatschappelijke impact Verder zien we dat er binnen de regio een grote opgave ligt in de huisvesting van de EPA-doelgroep (mensen met een ernstig psychologische aandoening). Er zijn jaarlijks namelijk 60 casussen, maar er is geen aanbod voor deze doelgroep aanwezig. Voor de opgave is het van belang dat woonregio WestBrabant West de verantwoordelijkheid neemt in de huisvesting van deze groep. Het is zaak dat er op korte termijn locaties (en zorgwoningen) beschikbaar komen voor deze doelgroep. Verder is er een structureel tekort aan maatschappelijke opvang van zo’n 10 tot 20 plekken per jaar. Maatwerk vaak voldoende Voor de overige doelgroepen liggen de grootste uitdagingen met name in de ex-arbeidsmigranten en in de toekomst ook rondom mantelzorgers en –ontvangers. Mensen in tijdelijk verblijf door relatieproblemen komen vaak voor en zijn daarmee niet meer urgent. Voor mensen uit detentie en ernstig chronisch zieken zijn al regionaal afspraken gemaakt. Het gaat hierbij vaak om kleine aantallen gaat. Het contact tussen gemeenten en corporaties is goed, waardoor maatwerk vaak volstaat. Als er zich ernstige gevallen voordoen dan worden deze vaak al opgelost.
4
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding
6
Hoofdstuk 3: Gebiedsgerichte toepassing
50
1.1 Aanleiding en vraagstelling
7
3.1 Nieuwbouw
52
1.2 Definities
11
3.2 Bestaande woningen
57
1.3 Aanpak en methodiek
17
3.3 Zorgcirkels
59
3.4 Veerkracht
61
Hoofdstuk 4: Conclusies & aanbevelingen
63
Hoofdstuk 2: Opgaven
19
2.1 Senioren
21
2.1.1 Nultredenwoningen
23
2.1.2 Geclusterde woningen
26
Bijlagen
67
2.1.3 Verpleegzorg (verpleeghuis/zorggeschikt)
29
2.1.4 Prijssegmenten
33
Bijlage 1: Onderzoekverantwoording
68
Bijlage 2: Leefstijlen
78
Bijlage 3: Geïnventariseerde partijen
84
Bijlage 4: Vergelijking met resultaten ABF
87
2.2 Verstandelijke en lichamelijke beperking
36
2.3 Beschermd wonen en beschermd thuis
41
2.4 Overige doelgroepen
45
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Hoofdstuk 1.1
Aanleiding en vraagstelling
7
Aanleiding Vergrijzing Vergrijzing: Een snelgroeiend maatschappelijk vraagstuk Wonen doet ertoe; het is persoonlijk. Het gaat om een thuis op een fijne en veilige plek. We leven in een tijd van schaarste met tekorten aan woningen en personeel. De strijd om de ruimte wordt heviger. Vergrijzing zet ons zorgstelsel steeds meer onder druk en de kloof tussen een toenemende zorgvraag en beperkte capaciteit gaat nog groter worden. We staan als samenleving aan het begin van een snelgroeiend maatschappelijk vraagstuk. In de gemeenten in de regio West-Brabant West zal het aantal kleine huishoudens ouder dan 75 jaar in de periode tot 2040 met 54% toenemen. Steeds meer ouderen wonen langer thuis, maar ook vaker alleen, waardoor eenzaamheid en andere sociaal psychische problematiek meer wordt waargenomen. Omdat het aantal ouderen toeneemt, stijgt logischerwijs het aantal mensen met chronische aandoeningen. Ook het aantal mensen met dementie neemt toe (71%). Lang niet altijd kan de juiste zorg thuis worden geleverd, waardoor de behoefte aan verpleeghuiszorg of andere vormen van wonen en zorg toeneemt. Naast ouderen vragen ook andere zorgdoelgroepen aandacht: mensen met psychische kwetsbaarheid, mensen met een verstandelijke of een lichamelijke beperking, uitstromers naar de reguliere woningmarkt of mensen met een ernstige psychische aandoening.
De aantallen zijn kleiner; de opgaven niet minder urgent.
Grafiek 1: Vergrijzing regio West-Brabant West Bron: Prognose provincie Noord-Brabant (2023)
60000 50000 40000 30000
+54%
20000
+11%
10000 0 2023
2025
Kleine hh, <30
Kleine hh, 30-64
2030
2035
Kleine hh, 65-74
2040
Kleine hh, 75+
Gezin
Grafiek 2: Toename zorgvraag senioren regio West-Brabant West Bron: CIZ (2023)
4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500
0 2023
2030 VV4
VV5 + VV7
2040 VV6 + VV8
8
Aanleiding Opstellen van een regionale woonzorgvisie Regionale afspraken: Opstellen regionale woonzorgvisie Binnen de regio West-Brabant West zijn afspraken gemaakt over verschillende thema’s: Lokaal Volkshuisvestelijk Programma, de Woondeal West-Brabant West, het Nationale Bouw- en Woonagenda (2022) en het Woonplaatsbeginsel. Op dit moment wordt er door de woonregio (inclusief Tholen) gewerkt aan een breed integraal afgestemde woonzorgvisie. Het doel hiervan is de meest kwetsbare inwoners optimaal te ondersteunen met voldoende geschikte woningen, op een passende plek, evenwichtig verdeeld, met de juiste zorg en ondersteuning om mee te (kunnen) doen aan de samenleving. Inzichten: Woonzorganalyse Als input voor deze woonzorgvisie is er inzicht nodig in de vraag en het aanbod die door zorgdoelgroepen naar woningen – nu en in 2030 en 2040 - worden uitgeoefend. De Regio heeft Springco Urban Analytics gevraagd om dit inzicht te leveren.
Grafiek 3: Toename eenzaamheid regio West-Brabant West Bron: RIVM (2023)
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2008
2012
2016
Nederland
2020
2022
West Brabant West
Trend
Grafiek 4: Toename arbeidsmarkttekort zorgsector West-Brabant West Bron: Regioplan West-Brabant West 2024-2030 (2023)
6000 5000 4000 3000 2000 1000
0 2022
2023
2024
2025
2026
Totale arbeidsmarkttekort
2027
2028
2029
2030
Trend
9
Vraagstelling Inzicht in de toekomstige opgave voor woonzorgwoningen Doel Deze rapportage bevat de uitkomsten van deze woonzorganalyse. Deze faciliteren het gesprek tussen gemeenten, corporaties, zorgpartijen, belanghebbenden en marktpartijen om te komen tot een onderbouwde visie. Met deze rapportage beantwoorden we de volgende hoofdvraag: De woonzorganalyse moet antwoord geven op de vraag wat de vraag naar woonzorgwoningen is van senioren, mensen met een beperking, mensen binnen de GGZ-groep, maar ook de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden (per gemeente).
Deelvragen De onderzoeksvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1. Wat is het huidige en toekomstige aanbod aan woonzorgwoningen voor senioren, mensen met een beperking en mensen binnen de GGZ? 2. Wat is de huidige en toekomstige vraag naar woonzorgwoningen vanuit senioren, mensen met een beperking en mensen binnen de GGZ? 3. Hoe groot is de instroom naar reguliere woningen vanuit beschermd wonen vanuit de wmo/wlz, vanuit jeugdzorg, vanuit maatschappelijke opvang en vanuit detentie? 4. Wat zijn geschikte locaties voor de huisvesting van senioren, mensen met een beperking en mensen binnen de GGZ? 5. Met welke overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden hebben gemeenten en corporaties binnen de regio West-Brabant West te maken en wat zijn hierbij de uitdagingen?
10
Hoofdstuk 1.2
Definities
11
Doelgroepen Definities van het Rijk Definities en afbakening van doelgroepen In deze rapportage kijken we specifiek naar een aantal doelgroepen. Deze doelgroepen zijn afkomstig uit de afbakening die het Rijk hanteert. Zij maken onderscheid tussen aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden. Voor sommige doelgroepen voeren we in dit onderzoek een kwantitatieve analyse van de vraag en het aanbod uit, voor andere doelgroepen voeren we de analyse kwalitatief uit. Een drietal doelgroepen zijn opgenomen in andere bestuursopdrachten; dit valt buiten de woonzorganalyse. Aandachtsgroepen Het Rijk hanteert een aantal aandachtsgroepen. Deze omvat de onderstaande doelgroepen: • Senioren (ouder dan 65 jaar); • Mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid; • Woningzoekenden in tijdelijk verblijf als gevolg van relatieproblemen; • Personen die dreigen dakloos te worden; • Studenten; • Woonwagenbewoners; • Arbeidsmigranten. De doelgroepen in blauw bekijken we op een kwantitatieve wijze. De doelgroepen in het bruin zijn via andere bestuursopdrachten onderzocht en vallen buiten de woonzorganalyse. De resultaten hiervan zijn wel in deze rapportage opgenomen. De aandachtsgroepen in zwart analyseren we kwalitatief.
Urgente woningzoekenden Naast deze aandachtsgroepen onderscheidt het Rijk urgente woningzoekenden. Dit zijn doelgroepen waar – indien noodzakelijk/ gewenst - eventueel een urgentieregeling voor zou kunnen worden getroffen. Binnen deze categorie vallen de volgende doelgroepen: • • • • • • •
Uitstroom reguliere woningmarkt; Mantelzorgers en –ontvangers; Ernstig chronisch zieken; Stoppende sekswerkers; Vergunning- en statushouders; Personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven; Personen uit detentie.
Ook hierbij geldt dat de doelgroepen in blauw op een kwantitatieve wijze worden bekeken en de resultaten voor de doelgroepen in het bruin uit andere bestuursopdrachten komen. De aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden in het zwart bekijken we op een kwalitatieve manier.
12
Woonzorgwoningen Definities van het Rijk Senioren (ouder dan 65 jaar) In dit onderzoek maken we onderscheid in 5 typen woningen of wooneenheden, waarnaar een seniore huishouden vraag kan uitoefenen. Huishoudens kunnen een vraag uitoefenen naar een niet-nultredenwoning, een nultredenwoning of een geclusterde woning wanneer zij niet of beperkt zorgbehoevend zijn. Wanneer een huishouden een indicatie ontvangt voor Wlzzorg, dan oefenen zij een vraag uit naar verpleegzorg. Dit is over het algemeen een woning buiten de reguliere woningmarkt (bijvoorbeeld een verpleeghuis), maar kan ook plaatsvinden in een zorggeschikte, geclusterde of (niet-)nultredenwoning woning. Wlz-Zorg kan dan vanuit een PGB (persoonsgebonden budget), VPT (Volledig Pakket Thuis) of MPT (Modulair Pakket Thuis) aan huis worden geleverd.
Afbeelding 1: Woonzorgwoningen voor senioren (overlappen) Bewoond door: Overige huishoudens (jonger dan 65 jaar)
Bewoond door: Senioren (ouder dan 65 jaar)
Niet-nultredenwoningen
Nultredenwoningen
Geclusterde woningen
In realiteit is het lastig om alle woningen in deze 5 type woonvormen/eenheden in te delen. Deze woonvormen lopen in werkelijkheid wat meer door elkaar en kunnen op plekken overlappen. Er zijn bijvoorbeeld geclusterde woningen op de markt die alléén geschikt zijn voor Wmo-zorg of juist alleen voor Wlz-zorg. Ook kan intramurale zorg in geclusterde woonvormen worden geleverd. Om de situatie toch zo goed mogelijk te kunnen kwantificeren hanteren we deze vijfdeling. Deze is weergegeven in de afbeelding op de volgende pagina.
Zorggeschikte woningen
Verpleeg- of verzorgingshuis Bij bovenstaand model gaan we altijd uit van de ‘zwaarste’ woonvorm. Oftewel, als een woning voldoet aan de eisen van zowel geclusterd én zorggeschikt, dan is de woning zorggeschikt. Als de woning voldoet aan de eisen van nultreden én geclusterd, dan is de woning geclusterd. Eén woning die zowel geclusterd is als zorggeschikt, of zowel nultreden als geclusterd, is nooit dubbel meegenomen in het onderzoek. 13
Woonzorgwoningen Definities voor seniorenwoningen
• • •
•
Reguliere woningen. Intern en/of extern aanwezigheid van trap. Met of zonder Wmo/Zvw-zorg nabij of zorg extramuraal (VPT, MPT en PGB). Voorbeeld: Grondgebonden woning
Geclusterde woningen
Nultreden woningen
Niet-nultreden woningen • • •
•
Reguliere woningen. Intern en extern zonder trap toegankelijk primaire ruimten. Met of zonder Wmo/Zvw-zorg nabij of zorg extramuraal (VPT, MPT en PGB). Voorbeeld: Appartementen met lift
• • •
• • •
•
Reguliere woningen. Intern en extern zonder trap toegankelijk. Clustering van minimaal 12 woningen. Focus op sociaal contact en gemeenschapsgevoel Aanwezigheid van ontmoetingsruimte binnen het complex. Met of zonder Wmo/Zvw-zorg nabij of zorg extramuraal (VPT, MPT en PGB). Voorbeeld: Hofjeswoningen
Intramuraal (Wonen & zorg)
Zorggeschikte woningen • • • • • • • •
•
Intern en extern zonder trap toegankelijk. Rolstoel- en/of rollatortoegankelijk. Keuken, badkamer, toilet en slaapkamer. Dementie vriendelijk Ontmoetingsruimte op loopafstand. Zorg extramuraal: Woningen bestemd voor VPT, MPT en PGB. Zorg vanuit Wlz. Deels vanuit Wmo/Zvw is mogelijk (dan is het gespikkeld). Voorbeeld: Woonzorgcomplexen
• • •
Zorg intramuraal: VV04, VV05, VV06, VV07 en VV08. Zorg vanuit Wlz. Voorbeeld: Verpleeghuis en verzorgingshuis
*Vanuit het Rijk wordt gestuurd op nultreden-, geclusterde- en zorggeschikte woningen. In werkelijkheid hebben deze woningen overlap. Houdt daar rekening mee bij het lezen van de cijfers.
Bron: Definities afkomstig van Het Rijk (zorggeschikte woningen, zie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/szgw)
14
Woonzorgwoningen Definities in overeenstemming met de regio Overige woonzorgwoningen Naast de grote groep senioren kijken we ook naar woonzorgwoningen voor andere doelgroepen. In dit onderzoek wordt gekeken naar woonzorgwoningen voor mensen met een verstandelijke beperking, lichamelijke beperking, beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. In de illustratie op de volgende pagina zijn de (zorg)woningen toegelicht.
Er zijn ook nog andere woonzorgwoningen van belang in gemeenten, denk aan jeugdzorglocaties, maatschappelijke opvang en dagbesteding. Het in beeld brengen van deze locaties is geen onderdeel van deze opdracht en staat daarom ook niet in deze rapportage beschreven.
15
Woonzorgwoningen Definities in overeenstemming met de regio
Wonen voor mensen met een verstandelijke beperking
Wonen voor mensen met een lichamelijke beperking
Beschermd wonen (intramuraal) •
•
• • • • •
Omvat zowel zelfstandige woningen, groepswoningen als woningen binnen een woonzorgcomplex. 24-uurs begeleiding is (oproepbaar) aanwezig. Hieronder vallen geen woningen aan huis (aangepaste reguliere woningen). Hieronder vallen geen mensen met een licht verstandelijke beperking. Bedoeld voor inwoners met een VG-indicatie vanuit Wlz. Voorbeeld: Mensen met het Syndroom van Down.
•
• • •
• •
Omvat zowel zelfstandige woningen, groepswoningen als woningen binnen een woonzorgcomplex. 24-uurs begeleiding is (oproepbaar) aanwezig. Aangepaste woning zoals rolstoelvriendelijk. Hieronder vallen geen woningen aan huis (aangepaste reguliere woningen). Bedoeld voor inwoners met een LG-indicatie vanuit Wlz. Voorbeeld: Mensen met spierziekten (een motorische beperking).
• • • • •
Intramurale wooneenhden binnen een woonzorgcomplex. 24-uurs begeleiding is aanwezig. Verblijf voor langere duur. Veelal bedoeld voor inwoners uit de groep GGZ vanuit Wlz. Ook bestemd voor inwoners vanuit de Wmo. Voorbeeld: Mensen die vanwege psychische, psychiatrische, verslavings- of gedragsproblemen op lange termijn niet zelfstandig kunnen wonen.
Beschermd thuis
• • •
• •
•
Veelal zelfstandige woningen of groepswoningen (binnen een woonzorgcomplex) 24-uurs begeleiding is oproepbaar aanwezig. Iemand woont hier tijdelijk en betaalt huur, met de bedoeling op een later moment uit te stromen naar een zelfstandige woning. Verblijf voor kortere duur. Bedoeld voor inwoners vanuit de Wmo (zoals GGZ en VG). Voorbeeld: Mensen die vanwege psychische, psychiatrische, verslavings- of gedragsproblemen tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen.
16
Hoofdstuk 1.3
Aanpak en methodiek
17
Aanpak en methodiek Vraag en aanbod (behoeften) naar woonzorgwoningen Behoeften woonzorgwoningen Deze rapportage geeft kwantitatieve inzichten voor de invulling van de woonzorgvisie van de regio West-Brabant West. Voor het bepalen van de woonvraag confronteren we de vraag en het aanbod op dit moment en in de toekomst. Dit doen we niet alleen voor senioren, maar ook voor mensen met een verstandelijke beperking, lichamelijke beperking, beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. Voor het bepalen van de vraag maken we gebruik van de woonvoorkeuren van huishoudens afkomstig uit het landelijke woononderzoek WoOn (2021) en de Monitor Langdurige Zorg (2023). Dit is met name van belang voor de huishoudens binnen de zorg verleend vanuit de Wmo en Zvw. Voor de hogere zorgvraag is gebruik gemaakt van informatie van het CIZ (2023). Dit is met name van belang voor de huishoudens met een Wlzindicatie. Voor de doorberekening naar de toekomst hebben we gebruik gemaakt van de demografische prognose van de Provincie Noord-Brabant en Zeeland (2023). Het huidige en toekomstige aanbod aan zorgwoningen is in beeld gebracht met behulp van een inventarisatie onder alle zorginstellingen, corporaties en vastgoedeigenaren in de regio West-Brabant West. Het aanbod hebben we aangevuld met behulp van openbare databronnen (zoals die van het zorgkantoor).
De inventarisatielijsten hebben we ter validatie teruggelegd bij corporaties en gemeenten en aangevuld waar nodig. De aantallen woonzorgwoningen binnen de reguliere woningmarkt hebben we gebaseerd op de demografische prognose en de woningbouwplannen van Shinto-Labs (2023)
Uitstroom naar reguliere woningen Voor het in beeld brengen van het totaal aantal uitstromers vanuit instellingen (maatschappelijke opvang, jeugdzorg, detentie, beschermd wonen en beschermd thuis) per jaar binnen de regio West-Brabant West hebben we een vragenlijst opgesteld en rondgestuurd naar alle zorgpartijen die werkzaam zijn binnen de regio. Deze uitvraag is uitgevoerd voor alle gemeenten exclusief Tholen en Moerdijk, aangezien deze onder een andere regio vallen. Overige opgaven De opgaven voor woonzorgwoningen vanuit de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden hebben we in beeld gebracht op basis van uitvraag per gemeente of op basis van andere bestuursopdrachten. Waar mogelijk hebben we deze per doelgroep met behulp van data weergegeven. Indien er geen data beschikbaar waren, zijn deze groepen en hun uitdagingen kwalitatief beschreven. Gebiedsgerichte toepassing Het vraagstuk wonen en zorg raakt de vraag hoe je een fijne en gezonde woonomgeving realiseert met zorgen welzijnsvoorzieningen in de nabijheid. Hiervoor is het woonzorglandschap in de regio in kaart gebracht. Deze omvat een combinatie van 8 verschillende onderdelen voor senioren en 6 onderdelen voor beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. De volledige beschrijving hiervan is opgenomen in bijlage 1. Ook de volledige methodebeschrijving is opgenomen in bijlage 1.
Bij die uitwerking van de gebiedsgerichte toepassing maken we gebruik van leefstijlen. Zie voor toelichting op het DISC-model bijlage 2.
18
Hoofdstuk 2
Opgaven
19
Totale opgave West-Brabant West Kwantitatieve opgave naar woonzorgwoningen De grafiek op deze pagina toont de opgave per woonzorgwoning. In de volgende hoofdstukken lichten we deze verder toe.
Grafiek 5: Opgave woonzorgwoningen 1) Kwantitatieve opgave: Doorstroming
2) Latente opgave: Langer zelfstandig thuis
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), NZa (2018), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
3) Locatieopgave: Afstand tot zorgaanbieders
5) Kleine opgave: Geringe toename/afname
6) Spreidingsopgave: Veerkrachtige locaties
7) Kleine opgave grote maatschappelijk impact: Maatwerk
14000
300
12000
250
4) Kwalitatieve opgave: Betrekken van marktpartijen
200
10000
150
8000 100
Kwalitatief
6000
50
4000
0
Verpleegzorg
Aanbod inclusief nieuwbouw (in 2040)
VG Vraag (in 2040)
LG
BW en BT Latente vraag (in 2040)
Overig
Overige aandachtsgroepen
Zorggeschikt
Statushouders
Geclusterd
Arbeidsmigranten
Nultreden
Woonwagenbewoners
0
Ernstig psychologische aandoening
Maatschappelijke opvang
2000
Opgave (inclusief nieuwbouw)
20
Hoofdstuk 2.1
Senioren
21
Aanbod Nultredenwoningen, geclusterde woningen, zorggeschikte woningen en intramurale wooneenheden Op basis van een inventarisatie hebben we voor alle zorginstellingen en corporaties in de regio West-Brabant West vastgesteld wat het aantal (zorg)woningen op dit moment is. De inventarisatie bestaat uit alle reguliere zorginstellingen en corporaties, waarin de contactgegevens van de Wmo-locaties vanuit de afzonderlijke gemeenten zijn ontvangen en de Wlzlocaties vanuit de zorgkantoren. Particuliere initiatieven zijn minder goed in beeld, daarom hebben we die vanuit openbare databronnen (zoals het zorgkantoor) aangevuld en hebben de gemeenten en extra validatie uitgevoerd. De zorginstellingen en corporaties hebben naast hun huidige aanbod aangegeven hoeveel woningen er in 2040 aan de huidige voorraad wordt toegevoegd. Hiermee hebben we een goed beeld van het aanbod aan seniorenwoningen/eenheden in 2040. In de afbeelding op deze pagina zijn alle woningen op dit moment op de kaart weergegeven. Een lijst met de geïnventariseerde partijen is opgenomen in bijlage 3.
Afbeelding 2: Woonzorgwoningen senioren (65 jaar en ouder)
Bron: Inventarisatie (2024) en bewerking Springco (2024)
22
2.1.1
Nultredenwoningen
23
Vraag en aanbod Nultredenwoningen Binnen de vraag naar nultredenwoningen is het belangrijk om rekening te houden met de verhuisgeneigdheid van senioren. Deze is over het algemeen vrij laag. Alléén senioren met een verhuiswens zijn meegenomen in de vraag naar nultredenwoningen. De verhuisgeneigdheid van senioren bepalen we op basis van het WoOn (2021). Daarnaast oefenen niet alleen seniore huishoudens, maar ook andere huishoudens een vraag uit naar nultredenwoningen. De vraag in 2030 en 2040 is dan ook inclusief de vraag vanuit overige huishoudens. Niet iedere woning in de gemeente komt beschikbaar voor een huishouden, omdat daar op dit moment namelijk al huishoudens wonen. Alleen woningen van mensen die verhuizen en een nultredenwoning achterlaten, komen beschikbaar. Bij het aanbod van nultredenwoningen kijken we enkel naar het vrijkomende aanbod.
Ieder jaar komt er een aantal woningen vrij en een aantal vragers op de markt. Tot 2040 hebben we dit vrijkomend aanbod en de huishoudens met een verhuiswens opgeteld om tot de opgave per gemeente te komen. Er wordt al (deels) op de opgave ingespeeld door het nieuwbouwprogramma. In dit onderzoek gaan we er vanuit dat ieder huishouden in de toekomst een woning heeft. Voor het nieuwbouwprogramma gaan we in onze berekeningen van de opgave uit van de provinciale demografische prognose. Deze wijkt af van de gemeentelijke woningbouwplannen, omdat de ambities van gemeenten vaak hoger liggen en gemeenten daarnaast rekening houden met planuitval.
Tabel 1: Opgave nultredenwoningen Vraag
Vraag
Aanbod
Aanbod
Opgave (excl. nb)
Correctie nieuwbouw
Opgave (incl. nb)
In 2030
In 2040
In 2030
In 2040
In 2040
In 2040
In 2040
Bergen op Zoom
1.700
2.500
980
1.400
-1.100
+1.300
+200
Halderberge
540
800
280
390
-410
+150
-260
Moerdijk
710
1.100
290
420
-680
+310
-370
Roosendaal
2.200
3.200
800
1.200
-2.000
+770
-1.230
Rucphen
410
590
100
140
-450
+50
-400
Steenbergen
530
790
110
160
-630
+330
-300
Tholen
530
760
160
210
-550
+140
-410
Woensdrecht
380
570
100
150
-420
+220
-200
Totaal
7.000
10.400
2.800
4.100
-6.240
+3.270
-2.970
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), NZa (2018), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
24
Kwantitatieve opgave: Knop voor doorstroming Nultredenwoningen De regionale opgave voor nultredenwoningen is kwantitatief groot. We verwachten dat de opgave rond de 6.300 woningen is voor 2040. Wanneer de nieuwbouw wordt gerealiseerd volgens de demografische prognose, dan blijft hier nog een opgave van 3.000 woningen van over. Doordat de kwantitatieve opgave hier het grootst is, liggen hier ook de meeste kansen voor doorstroming. Als er wordt ingezet op het realiseren van nultredenwoningen zullen kwantitatief ook de meeste senioren een verhuizing maken. Dit betekent dat de (vaak) grondgebonden koopwoningen die ze achterlaten vrijkomen voor overige (jonge) huishoudens en starters op de woningmarkt. In de meeste gemeenten in West-Brabant West zien we in de toekomst tekorten aan nultredenwoningen. In Bergen op Zoom zien we dat de grote opgave aan nultredenwoningen door de nieuwbouwprogrammering opgelost kan worden. Overigens is het van belang om er rekening mee te houden dat dit om een optelling voor de hele gemeente gaat. Het is nog altijd mogelijk dat de individuele kernen binnen de gemeente Bergen op Zoom een tekort aan nultredenwoningen hebben.
in tegenstelling tot Bergen op Zoom zien we in de gemeente Roosendaal een grote opgave voor nultredenwoningen. In deze gemeente zien we dat er relatief veel huishoudens onder de 30 jaar wonen (in vergelijking tot de andere gemeenten). Dit is een groep die ook een grote vraag uitoefent naar nultredenwoningen. Hierdoor ligt de vraag naar nultredenwoningen in deze gemeente naar verhouding hoger dan in de andere gemeenten. Het nieuwbouwprogramma volgens de provinciale prognose kan niet voorzien in deze opgave. Maar omdat de gemeentelijke nieuwbouwambities hoger reiken dan de provinciale prognose heeft de gemeente Roosendaal veel mogelijkheden om in de opgave te voorzien.
25
2.1.2
Geclusterde woningen
26
Vraag en aanbod Geclusterde woningen Voor de vraag en het aanbod van geclusterde woningen geldt hetzelfde als voor nultredenwoningen. We houden rekening met de verhuisgeneigdheid van seniore huishoudens en of er woningen vrijkomen. In het geval van geclusterde woningen nemen we geen vraag van huishoudens jonger dan 65 jaar mee. Ook voor de geclusterde woningen zetten we het vrijkomende aanbod af tegenover de vraag van de verhuisgeneigde huishoudens om tot een opgave in de toekomst te komen en houden hierbij rekening met de gecorrigeerde nieuwbouw op basis van de provinciale demografische prognose. In het merendeel van de gemeenten in West-Brabant West zien we in de toekomst tekorten aan geclusterde woningen. In de gemeente Roosendaal is de opgave het grootst. In de gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Tholen verwachten we in 2040 geen of nauwelijks tekorten aan geclusterde woningen. Van belang is het om er rekening mee te houden dat dit om een optelling per gemeente gaat. Het is nog altijd mogelijk dat de individuele kernen binnen de gemeente een tekort aan geclusterde woningen hebben. De cijfers zijn gebaseerd op de manifeste verhuiswensen. Dit wil zeggen dat we rekening houden met de verhuisintentie van seniore huishoudens.
Aangezien geclusterde woningen op dit moment nog niet veel op de markt aanwezig zijn, is het moeilijk om deze vraag op basis van manifeste verhuisintenties in beeld te brengen. In de praktijk blijkt namelijk dat seniore huishoudens wel degelijk willen verhuizen wanneer een aantrekkelijk woonproduct wordt aangeboden.
Tabel 2: Opgave geclusterde woningen Vraag
Vraag
Aanbod
Aanbod
Opgave (excl. nb)
Correctie nieuwbouw
Opgave (incl. nb)
In 2030
In 2040
In 2030
In 2040
In 2040
In 2040
In 2040
Bergen op Zoom
180
330
220
320
-10
+30
+20
Halderberge
55
95
5
5
-90
0
-90
Moerdijk
75
140
55
75
-65
0
-65
Roosendaal
160
290
20
25
-265
0
-265
Rucphen
45
75
0
0
-50
0
-50
Steenbergen
50
85
40
55
-30
+30
0
Tholen
55
90
55
75
-15
0
-15
Woensdrecht
40
70
15
20
-50
0
-50
Totaal
660
1.175
410
575
-575
60
-515
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), NZa (2018), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
27
Latente opgave: Langer zelfstandig thuis Geclusterde woningen Als voorbeeld kan het woonconcept Knarrenhof worden aangehaald. Op 1 september 2024 hadden in Nederland zich hiervoor al 50.000 geïnteresseerden ingeschreven. Om de vraag naar geclusterde woningen beter te begrijpen is het daarom van belang om ook naar de latente vraag te kijken van senioren. Oftewel, de vraag die senioren huishoudens hebben naar een geclusterde woning (ongeacht hun verhuisintentie). In de grafiek is te zien dat, wanneer we de latente vraag als uitgangspunt nemen, de opgave voor geclusterde woningen veel hoger ligt. Om aan de vraag van senioren te voldoen, is het belangrijk dat er ruim wordt geprogrammeerd in dit segment. Dit sluit niet alleen aan bij de woonvoorkeuren van senioren, het zorgt ook nog eens voor meer doorstroming op de woningmarkt en – belangrijker nog – een geclusterde woning zorgt ervoor dat mensen bij een toenemende zorgvraag langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Het beroep op de formele zorg wordt hiermee verlaagd. De opgave voor geclusterde woningen ligt rond de 560 woningen exclusief nieuwbouw in 2040. Dit is de situatie wanner we niet naar de latente vraag kijken. Inclusief de latente vraag ligt de opgave rond de 9.400 woningen.
Grafiek 6: Manifeste en latente vraag geclusterde woningen 3500
3000
2500
2000
1500
1000
500
0
Opgave (manifest)
Opgave (latent)
28
2.1.3
Verpleegzorg (verpleeghuis/zorggeschikt)
29
Vraag en aanbod Verpleegzorg (intramuraal en zorggeschikte woningen) Om de opgave voor de verpleegzorg te bekijken gaan we uit van de indicaties van het CIZ (2023). Hierbij maken we onderscheid naar de lichte zorg (VV04), dementie (VV05 en VV07) en somatiek (VV06 en VV08). Bij de vraag naar verpleegzorg is geen sprake van een verhuisintentie, omdat de zorgvraag daadwerkelijk ingevuld moet worden. In dit onderzoek nemen we als uitgangspunt, dat als een huishouden een vraag naar één van de bovenstaande zorgzwaartepakketten uitoefent, deze een beroep doet op verpleegzorg. Dit wil echter niet zeggen dat deze vraag in een verpleeg- of verzorgingshuis wordt opgelost (of opgelost moet worden). Zo wordt er steeds vaker een PGB (persoonsgebonden budget), VPT (Volledig Pakket Thuis) of MPT (Modulair Pakket Thuis) verleend, waarmee een huishouden de Wlz-zorg binnen de huidige (niet)nultredenwoning, geclusterde woning of zorggeschikte woning kan ontvangen. De analyse geeft daarentegen wel een beeld van de zorgzwaarte die we in een gemeente verwachten en in welke mate deze in verpleeghuizen kan worden bediend. In alle gemeenten in West-Brabant West zien we in de toekomst tekorten aan verpleegzorg ontstaan. Het totale tekort ligt rond de 4.000 wooneenheden. In lijn met het overheidsbeleid, gericht op extramuralisering, worden weinig tot geen verpleeghuizen toegevoegd.
In enkele gevallen zien we een negatief saldo bij de nieuwbouw van verpleeghuizen staan. Dit betekent dat deze worden gesloopt of dat deze bijvoorbeeld worden gerenoveerd tot zorggeschikte woningen.
Afbeelding 3: Woonzorgcentrum Stuijvenburg (Bergen op Zoom)
30
Vraag en aanbod Verpleegzorg (intramuraal en zorggeschikte woningen) Vraag (lichte zorg)
Vraag (dementie)
Vraag (somatiek)
Vraag (lichte zorg)
Vraag (dementie)
Vraag (somatiek)
Aanbod
Nieuwbouw
Opgave (excl. zg)
Zorggeschikt (vrijk. en nb.)
Opgave (incl. zg)
In 2030
In 2030
In 2030
In 2040
In 2040
In 2040
In 2024
Tot 2040
In 2040
In 2040
In 2040
Bergen op Zoom
230
750
245
330
1000
330
730
+10
-920
780
-140
Halderberge
200
260
115
290
355
165
350
-130
-590
135
-455
Moerdijk
140
270
125
210
400
185
495
-25
-325
0
-325
Roosendaal
320
725
245
430
960
335
650
+5
-1070
855
-215
Rucphen
95
180
80
140
240
115
205
-25
-315
265
-50
Steenbergen
85
195
90
130
270
130
240
+80
-210
100
-110
Tholen
30
155
155
45
215
225
140
0
-345
200
-145
Woensdrecht
100
145
105
150
185
140
200
0
-275
95
-180
Totaal
1200
2680
1160
1725
3625
1625
3010
-85
-4050
2430
-1620
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
zg = zorggeschikte woning
Tabel 3: Opgave verpleegzorg (intramuraal en zorggeschikte woningen)
31
Locatieopgave: Afstand tot zorgaanbieders Verpleegzorg (intramuraal en zorggeschikte woningen) 100% 90% 80% 70%
50% 40% 30% 20% 10% 0%
Zorggeschikte woningen (binnen 250 meter)
Geen zorggeschikte woningen
60%
Geen zorggeschikte woningen
Wanneer de woningen niet geschikt zijn voor zorgaanbieders om de zorg te kunnen leveren, kunnen ze ook niet als aanvulling dienen op de vraag naar verpleegzorg (zoals dementie en somatiek). Het tekort aan wooneenheden waarin verpleegzorg kan worden geleverd, bedraagt daarom ongeveer 3.000.
Grafiek 7: Afstand zorggeschikte woningen binnen/buiten 250 meter verpleegzorg
Geen zorggeschikte woningen
Wanneer we de zorggeschikte woningen zouden meenemen in de opgave aan woningen waarin verpleegzorg kan worden geleverd, dan zien we dat de tekorten in alle gemeenten afnemen tot een totale opgave van zo’n 1.600 wooneenheden. Maar in veel gevallen voldoen deze woningen niet aan de eisen van zorgaanbieders. Ze voldoen alleen aan de fysieke kenmerken van een zorggeschikte woning. Om verpleegzorg thuis te kunnen leveren, zullen zorgaanbieders eisen stellen aan de afstand die een zorgverlener moet afleggen om ook daadwerkelijk de gevraagde zorg te kunnen leveren. Voor de regio WestBrabant West zien we dat in 75% van de gevallen de zorggeschikte woningen verder dan 250 meter van een verpleeghuis of verzorgingshuis liggen (zie grafiek).
Zorggeschikte woningen (verder dan 250 meter) Bron: Inventarisatie (2024) en bewerking Springco (2024)
32
2.1.4
Prijssegmenten
33
Vraag en aanbod
Als we kijken naar de koopkracht van senioren dan zien we dat de senioren in West-Brabant West over het algemeen veel te besteden hebben. Als we namelijk de senioren selecteren met een bovenmodaal inkomen en een eigen koopwoning, dan is dit maar liefst 44% van de huishoudens ouder dan 75 jaar en 60% van de huishoudens tussen de 65 en 74 jaar. Hier tegenover staat dat een groot deel van het aanbod in bezit is van corporaties, en dus beschikbaar voor huishoudens in het lagere prijssegment. Zo is ongeveer de helft van de nultredenwoningen in het bezit van corporaties, maar ook ruim 80% van de geclusterde woningen en 85% van de zorggeschikte woningen. Dit laat zien dat er op dit moment een grote ongelijkheid zit tussen de vraag naar woningen in het hogere segment (koop en huur) en het aanbod dat zich voornamelijk in het lagere segment centreert. De programmering van nieuwe woonzorgwoningen zal dus veel sterker dan voorheen gericht moeten zijn op hogere prijssegmenten.
65-74 jaar
Als we inzoomen op de seniorenwoningen dan is het ook belangrijk om te kijken naar de vraag en het aanbod per prijssegment. Namelijk, wat is de koopkracht van de huishoudens en in welke prijssegmenten zijn de woningen beschikbaar voor senioren.
Grafiek 8: Koopkracht en corporatiebezit woonzorgwoningen senioren
75+ jaar
Prijssegmenten
Beneden modaal
Boven modaal
Huurwoning
26%
8%
Koopwoning
6%
60%
Beneden modaal
Boven modaal
Huurwoning
42%
6%
Koopwoning
8%
44%
14000 12000 10000 8000
53%
6000 4000
86%
82%
2000 0 Nultredenwoningen
Geclusterde woningen
Aandeel corporaties
Zorggeschikte woningen
Aandeel overig
Bron: EDM (2024), inventarisatie (2024) en bewerking Springco (2024)
34
Kwalitatieve opgave: Betrekken van marktpartijen Prijssegmenten Per prijssegment kunnen we een inschatting maken waar de meeste woningen gerealiseerd zouden moeten worden. Hiervoor kijken we naar de behoeften van de seniore huishoudens met een verhuiswens ten opzichte van de ingeschatte vrijkomende voorraad in 2040. Dit doen we voor de drie verschillende woningtypen voor senioren. Als we vraag en aanbod tegenover elkaar zetten dan zien we een groot tekort ontstaan in de huursector (midden en duur) en in de koopsector (goedkoop). In de tabel op deze pagina is te zien dat als we nieuwbouw willen realiseren voor senioren dat 90% van de nultredenwoningen zouden moeten worden gerealiseerd binnen de middeldure en dure huursector. Voor geclusterde woningen zou zo’n 70% in ditzelfde segment moeten worden gerealiseerd, plus nog zo’n 30% in de goedkope koopsector. Hetzelfde geldt voor zorggeschikte woningen, waar zo’n 60% in de middeldure en dure huursector zou moeten worden gerealiseerd en nog eens 30% in de goedkope koopsector. Het is dus enorm belangrijk om marktpartijen te betrekken bij deze opgave. Omdat marktpartijen in vergelijking met woningcorporaties een veel kortere horizon hebben met betrekking tot hun vastgoed/ aanwezigheid in de wijken en kernen is het belangrijk om te ervoor te zorgen dat de zorgkkwaliteit ook op langere termijn geborgd wordt.
Tabel 4: Prijssegmenten* woonzorgwoningen senioren
Huur
Koop
Nultredenwoningen
Geclusterde woningen
Zorggeschikte woningen
Goedkoop
7%
0%
10%
Midden
72%
54%
46%
Duur
17%
19%
17%
Goedkoop
4%
28%
28%
Midden
0%
0%
0%
Duur
0%
0%
0%
Totaal
100%
100%
100%
Bron: EDM (2024), WoOn (2021), inventarisatie (2024) en bewerking Springco (2024)
*Prijssegmenten: Huur
Koop
Goedkoop
< €880
Midden
€880 tot €1.100
Duur
> €1.100
Goedkoop
< €390K
Midden
€390K tot €500K
Duur
> €500K
35
Hoofdstuk 2.2
Verstandelijke en lichamelijke beperking
36
Vraag en aanbod Wonen voor mensen met een verstandelijke- of lichamelijke beperking Op basis van de inventarisatie hebben we voor alle zorginstellingen in de regio West-Brabant West vastgesteld wat het aantal (zorg)woningen op dit moment is voor mensen met een verstandelijke en mensen met een lichamelijke beperking. De inventarisatie heeft plaatsgevonden onder alle reguliere zorginstellingen en corporaties, waarin de contactgegevens voor de Wmo-locaties vanuit de individuele gemeenten zijn ontvangen en de Wlz-locaties vanuit de zorgkantoren. Particuliere initiatieven (vanuit het zorgkantoor) zijn minder goed in beeld, daarom hebben we die vanuit openbare databronnen (zoals het zorgkantoor) aangevuld en hebben de gemeenten een extra validatie uitgevoerd op de uiteindelijke lijst. De geïnventariseerde zorginstellingen en corporaties hebben naast hun huidige aanbod aangegeven hoeveel woningen er in 2040 aan de huidige voorraad wordt toegevoegd. Hiermee weten we het aanbod aan (zorg)woningen in 2040. In de afbeelding op deze pagina zijn alle woningen op dit moment op de kaart weergegeven. Een lijst met de geïnventariseerde partijen is opgenomen in bijlage 3.
Afbeelding 3: Woonzorgwoningen VG en LG
Om de vraag naar de woningen voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking te bepalen gaan we uit van de indicaties van het CIZ (2023). Hierbij maken we onderscheid naar lichte zorg (3VG tot 4VG en 2LG tot 5LG) en zware zorg (5VG tot 8VG en 6LG tot 7LG). Bron: Inventarisatie (2024)
37
Kleine opgave: Geringe toename/afname Wonen voor mensen met een verstandelijke- of lichamelijke beperking In dit onderzoek nemen we een minimum en maximum opgave als uitgangspunt. Bij het minimum scenario gaan we ervan uit dat alleen de in inwoners met een zware zorg een vraag uitoefenen naar een (zorg)woning. Bij het maximum scenario gaan we ervan uit dat zowel de inwoners met lichte als zware zorg een vraag uitoefenen naar een (zorg)woning. Dit wil echter niet zeggen dat deze vraag daadwerkelijk op deze manier in dergelijke woningen wordt opgelost (of opgelost moet worden). Zo wordt er steeds vaker een PGB (persoonsgebonden budget) uitgegeven, voor mensen met lichte of zware zorg. Hiermee kan een inwoner ook thuis de Wlz-zorg ontvangen. Het geeft daarentegen wel een bandbreedte van de zorgzwaarte die we in een gemeente verwachten en in hoeverre deze in de (zorg)woningen kan worden bediend.
In alle gemeenten in West-Brabant West zien we in de toekomst tekorten aan woningen voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking als we uitgaan dat iedereen (met lichte én zware zorg) een woning nodig heeft. Dan zien we namelijk een tekort van 635 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking en 65 woningen voor mensen met een lichamelijk beperking. Daarentegen zijn er voldoende woningen als we ervan uitgaan dat alleen mensen met een zware zorg een woning nodig hebben. In dat geval zien we een positieve afwijking van 225 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking en 20 woningen voor mensen met een lichamelijk beperking. In het kader van verdere ambulantisering lijkt het tweede scenario meer voor de hand liggend en zijn er in de regio dus voldoende woningen voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Belangrijk is ook dat de vraag vanuit deze doelgroepen naar verwachting nauwelijks tot niet gaat stijgen naar de toekomst. In de gemeente Tholen geldt als enige dat er zowel voor het minimum als het maximum scenario een tekort aan woningen is voor mensen met een verstandelijke beperking. Voor Rucphen en Moerdijk is dit het geval voor mensen met een lichamelijke beperking. De opgave in alle gevallen is vrij beperkt.
38
Vraag en aanbod Wonen voor mensen met een verstandelijke beperking Tabel 5: Opgave wonen voor mensen met een verstandelijke beperking Vraag Lichte zorg - 3VG tot 4VG
Vraag Zware zorg - 5VG tot 8VG
Aanbod Wonen voor VG
Opgave (minimaal)
Opgave (maximaal)
In 2030
In 2040
In 2030
In 2040
Huidig (2024)
Nieuwbouw (tot 2040)
Bergen op Zoom
220
210
320
310
380
+25
+95
-115
Halderberge
70
70
80
70
95
0
+25
-45
Moerdijk
60
60
80
70
110
0
+40
-20
Roosendaal
210
210
270
260
350
0
+90
-120
Rucphen
40
40
40
30
20
+20
+10
-30
Steenbergen
40
40
40
40
70
0
+30
-10
Tholen
80
90
70
70
25
0
-45
-135
Woensdrecht
50
40
70
70
90
0
+20
-20
Totaal
770
760
970
920
1.100
+45
225
-535
In 2040
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
39
Vraag en aanbod Wonen voor mensen met een lichamelijke beperking Tabel 6: Opgave wonen voor mensen met een lichamelijke beperking Vraag Lichte zorg - 2LG tot 5LG
Vraag Zware zorg - 6LG tot 7LG
Aanbod Wonen voor LG
Opgave (minimaal)
Opgave (maximaal)
In 2030
In 2040
In 2030
In 2040
Huidig (2024)
Nieuwbouw (tot 2040)
Bergen op Zoom
25
25
25
25
25
0
0
-25
Halderberge
5
5
0
0
5
0
5
0
Moerdijk
5
5
10
10
5
0
-5
-10
Roosendaal
20
20
15
15
40
0
25
5
Rucphen
10
10
10
10
0
0
-10
-20
Steenbergen
5
5
5
5
5
0
0
-5
Tholen
10
10
0
0
0
0
0
-10
Woensdrecht
5
5
0
0
10
0
10
5
Totaal
85
85
65
65
85
0
20
-65
In 2040
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), WoOn (2021), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
40
Hoofdstuk 2.3
Beschermd wonen en beschermd thuis
41
Vraag en aanbod Beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis Om de opgave voor de woningen voor mensen met een GGZindicatie te bepalen kijken we in dit onderzoek naar beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. In deze woonvormen is geen onderscheid te maken tussen Wmo-indicaties en Wlzindicaties, aangezien mensen met een Wmo- en Wlz-indicatie aanspraak kunnen doen op beschermd wonen (intramuraal) en er binnen de Wlz-zorg ook steeds meer wordt ingezet op beschermd thuis. Daarnaast geldt dat mensen met een VGindicatie vanuit de Wmo-zorg ook aanspraak kunnen doen op een beschermd thuis woning.
Afbeelding 4: Woonzorgwoningen BT en BW
Aangezien beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis regionaal wordt geregeld, nemen we de prevalentiecijfers als uitgangspunt. Het prevalentiegetal is de kans dat een inwoners een indicatie heeft. Op die manier heeft de woonlocatie van mensen met een indicatie (in de gemeenten met beschermd wonen (intramuraal en beschermd thuis) geen invloed op de vraag, maar bepalen we specifiek voor iedere gemeente wat de vraag zou zijn voor haar eigen inwoners.
Bron: Inventarisatie (2024)
42
Vraag en aanbod Beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis Tabel 7: Opgave beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis Vraag Vanuit Wmo - GGZ-C
Vraag Vanuit Wlz - GGZ-W en GGZ-B
Aanbod Beschermd wonen - intramuraal
Aanbod Beschermd thuis
Opgave (incl. nb)
In 2030
In 2040
In 2030
In 2040
Huidig (2024)
Nieuwbouw (tot 2040)
Huidig (2024)
Nieuwbouw (tot 2040)
In 2040
Bergen op Zoom
55
55
90
90
50
0
105
+30
40
Halderberge
25
20
40
35
0
0
3
0
-50
Moerdijk
15
15
50
50
0
0
0
0
-65
Roosendaal
65
65
105
105
0
0
150
0
-20
Rucphen
15
15
35
30
0
0
5
0
-40
Steenbergen
20
20
35
35
0
0
0
0
-55
Tholen
15
15
45
45
0
0
10
0
-50
Woensdrecht
15
15
30
30
5
0
0
0
-40
Totaal
225
220
430
420
55
0
275
+30
-280
Bron: Inventarisatie (2024), CIZ (2023), Monitor langdurige zorg (2023), WoOn (2021), demografische prognose (2023) en bewerking Springco (2024)
43
Spreidingsopgave: Veerkrachtige locaties Beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis Als we de vraag vanuit inwoners binnen de Wmo- en Wlz-zorg optellen en dit afzetten tegen het totaal aanbod van beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis dan zien we dat de gemeente Bergen op Zoom en Roosendaal een regionale functie vervullen. Dit zijn namelijk de gemeenten met de meeste inwoners, maar met het kleinste tekort. Bergen op Zoom heeft zelfs een overaanbod als we het vergelijken met de vraag vanuit haar eigen inwoners. In de overige gemeenten zien we grotere tekorten in de toekomst aan beschermd wonen (intramuraal) en beschermd thuis. In totaal zien we voor de regio een opgave van 280 woningen. Ook voor beschermd wonen geldt dat er door middel van ambulantisering steeds meer zorg aan huis wordt geleverd. De vraag is echter wel of dit voldoende is of dat gemeentes op meer locaties voor beschermd wonen moeten gaan inzetten. Het is met name belangrijk om beschermd thuis (of beschermd wonen) toe te voegen wanneer de gemeente zonder regiofunctie passend aanbod wil aanbieden aan haar eigen bewoners. De opgave die bij beschermd wonen met name belangrijk is gaat over de geschiktheid van de locatie. Als deze worden geclusterd op één locatie dan is het belangrijk dat de leefbaarheid van de buurt/wijk niet onder druk komt te staan.
Als de woningen juist worden gespreid over de gemeente dan zijn afspraken met de zorgpartijen belangrijk, zodat de benodigde zorg geleverd kan worden.
44
Hoofdstuk 2.4
Overige doelgroepen
45
Kleine opgave grote maatschappelijke impact: Maatwerk In-/uitstromers naar reguliere woningen Als laatste zijn er nog de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden. Deze doelgroepen kunnen we (deels) vanuit data bekijken. Dit geldt voor de uitstromers vanuit instellingen naar reguliere woningen, mensen in maatschappelijke opvang, mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders. Alléén de vraag vanuit uitstromers is onderdeel van de opdracht voor de regio WestBrabant West. De cijfers voor maatschappelijke opvang en inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening en maatschappelijke opvang zijn in aanvulling op het onderzoek opgenomen ter volledigheid van het zorgvraagstuk, en de opgave voor woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders komt vanuit overige bestuursopdrachten. De vraag vanuit uitstromers is bepaald aan de hand van een vragenlijst aan zorgorganisaties. Hiermee hebben we een beeld geschetst van het aantal uitstromers per gemeente. Voor de gemeenten zien we een opgave van 117 uitstromers per jaar.
Tabel 8: Uitstroom per gemeente
Bron: Vragenlijst (2024)
Vanuit beschermd wonen (Wmo)
Vanuit beschermd wonen (Wlz)
Vanuit maatschappelijke opvang
Vanuit jeugdzorg
Vanuit detentie
Totaal
Bergen op Zoom
+17
+3
+12
+2
+3
+37
Halderberge
+7
+1
+5
+1
+1
+15
Moerdijk
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Roosendaal
+18
+3
+12
+2
+4
+38
Rucphen
+5
+1
+4
+1
+1
+11
Steenbergen
+4
+1
+3
+1
+9
Tholen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Woensdrecht
+3
Totaal
47%
n.v.t.
+2 7%
32%
5%
n.v.t. +1
+7
9%
+117
De gemeente Moerdijk en Tholen zijn niet meegenomen in deze inschatting, aangezien zij onder een andere regio (met andere afspraken) vallen.
46
Kleine opgave grote maatschappelijke impact: Maatwerk EPA-doelgroep en maatschappelijke opvang Een veel benoemde doelgroep is de groep mensen met een ernstig psychiatrische aandoening. Deze mensen kunnen met hun woon- en leefgedrag veel overlast veroorzaken voor de buurt. Tijdens de gesprekken met de gemeenten en corporaties werd aangegeven dat corporaties medewerkers in dienst hebben die specifiek op de begeleiding van deze doelgroep werkzaam zijn. Woonaanbod voor deze doelgroep ontbreekt, waardoor inwoners met deze zorgvraag niet goed bediend kunnen worden. Naar inschatting van de gemeenten gaat het jaarlijks om 60 casussen (exclusief de gemeente Moerdijk en Tholen). Een voorbeeld van woonaanbod dat in deze behoefte zou kunnen voorzien, betreft het concept Skaeve Huse. Dit is een woonconcept waar inwoners onder begeleiding en toezicht wonen, in een rustige omgeving, met weinig prikkels van buitenaf. In de gesprekken werd gewezen op de noodzaak om de verantwoordelijkheid voor toevoeging van aanbod voor deze doelgroep op korte termijn op te pakken. Daarnaast is er ook een tekort aan plekken voor maatschappelijke opvang. Veel van deze locaties zijn op dit moment in Bergen op Zoom en Roosendaal. De vraag naar maatschappelijke opvang ligt al jaren 10 tot 20 plekken hoger dan het aanbod.
Voor de woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders zijn overige bestuursopdrachten uitgevoerd. De resultaten van deze andere bestuursopdrachten zijn in de grafieken op de volgende pagina weergegeven.
Grafiek 9: Opgave maatschappelijke opvang 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Aanbod Bergen op Zoom
Vraag (regio) Roosendaal
Overig/verdeeld
Vraag (plekken)
Bron: Individuele gesprekken gemeenten (2024)
47
Kleine opgave grote maatschappelijke impact: Maatwerk Woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders Grafiek 11: Woonwagenbewoners
60
2000
40
50 40 30
Geen data
20 10 0
Woensdrecht
Tholen
Steenbergen
Rucphen
Roosendaal
Moerdijk
Halderberge
Bergen op Zoom
Woensdrecht
Vraag (korte termijn)
Tholen
Steenbergen
Rucphen
Aanbod
Roosendaal
Moerdijk
Halderberge
Bergen op Zoom
Aanbod inclusief plannen (2030)
Woensdrecht
Tholen
Steenbergen
Rucphen
Vraag (2030)
Roosendaal
0
Moerdijk
0
Halderberge
20
Bergen op Zoom
1000
4,0 st.pl/inw
3000
0,4 st.pl/inw
80
80
60
2,8 st.pl/inw
4000
Taakstelling naar rato van inwoneraantal
70
1,8 st.pl/inw
100
5000
2,6 st.pl/inw
120
2,1 st.pl/inw
6000
Grafiek 12: Statushouders Vraag/aanbod
0,8 st.pl/inw
Vraag/aanbod
3 st.pl/inw
Grafiek 10: Arbeidsmigranten
Taakstelling (eind 2024) Bron: Afkomstig uit overige bestuursopdrachten, uitgevoerd buiten opdracht Springco.
Kleine opgave grote maatschappelijke impact: Maatwerk Overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden Tabel 9: Opgave overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden
Bergen op Zoom
Zijn er maatwerk afspraken of wordt maatwerk uitgevoerd?
Personen uit detentie
Personen die in blijfvan-mijn-lijfhuizen verblijven
Stoppende sekswerkers
Ernstig chronisch zieken
Mantelzorgers en ontvangers
Studenten
Personen die dreigen dakloos te worden
In tijdelijk verblijf door relatieproblemen
We hebben met de afzonderlijke gemeenten gesprekken gevoerd over de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden die nog niet kwantitatief zijn benoemd. We hebben bij iedere gemeente uitgevraagd of er vraagstukken spelen rondom de overige doelgroepen om te bepalen of er afspraken over zouden moeten worden gemaakt. We zien met name terugkomen dat mensen in tijdelijk verblijf door relatieproblemen, personen die dreigen dakloos te worden, ernstig chronisch zieken en personen uit detentie op dit moment (vaker) worden benoemd dan andere doelgroepen. Hierbij geldt dat er voor ernstig chronisch zieken en personen uit detentie al regionale afspraken zijn gemaakt. Personen in tijdelijk verblijf door relatieproblemen komen tegenwoordig regelmatig voor, waardoor hier geen urgentieafspraken over hoeven te worden gemaakt. Als voorbeeld van personen die dreigen dakloos te worden, wordt vaak de groep ex-arbeidsmigranten genoemd, maar ook de economische daklozen. Verder wordt de doelgroep mantelzorgers en –ontvangers door alle gemeenten genoemd als belangrijke groep in de toekomst. De gemeente Woensdrecht geeft als enige aan dat studenten een rol spelen. Het gaat hierbij om studenten van de KMSL. Ook Roosendaal heeft opleidingen, maar deze studenten blijven vaak thuis wonen.
De aantallen van de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden zijn klein, maar de impact is vaak groot. Echter zien we in de huidige situatie dat maatwerk vaak voldoende is om de problemen op te lossen. In veel van de gemeenten zijn er maatwerkafspraken met de corporaties.
Ja
Halderberge Moerdijk Roosendaal
Ja
Rucphen
Ja
Steenbergen Tholen
Ja
Woensdrecht
Ja
Totaal
Komt vaak voor: Niet meer urgent
Economische KMSL daklozen en ex-arbeids- Woensdrecht migrant
Wordt een toekomstig vraagstuk
Er is een regionale regeling
Geen uitdagingen
Geen uitdagingen
Er is een regionale regeling
Bron: Individuele gesprekken gemeenten (2024)
Legenda: Wel van toepassing
Niet benoemd
Niet van toepassing
Hoofdstuk 3
Gebiedsgerichte toepassing
50
Gebiedsgerichte toepassing West-Brabant West Kansen per gemeente en per wijk bekijken Op basis van de opgave kunnen we analyseren welke gebieden zich het beste lenen om oplossingen te bieden voor doelgroepen en/of het toevoegen van woonzorgwoningen. Dit verschilt per gebied. In deze rapportage beschrijven we 4 verschillende strategieën die sturing bieden voor gebiedsgerichte toepassing. Op basis van de factsheets voor de afzonderlijke gemeenten en de kaarten met informatie over onder meer vraag en aanbod, de leefbaarheid en de voorzieningenstructuur kunnen de partijen komen tot feitelijke invulling van deze strategieën. Op de volgende slides geven we hiervan voorbeelden.
1: Inzetten van nieuwbouw: Locaties selecteren waar de meeste impact kan worden bereikt met behulp van passende woonconcepten voor het stimuleren van langer thuiswonen in de eigen leefomgeving. 2: Renoveren/aanpassen van bestaande woningen: Locaties selecteren waar de meeste impact kan worden bereikt voor het inzetten op renovatie/ aanpassing van woningen voor het stimuleren van langer thuiswonen in de eigen leefomgeving. 3: Gebruik maken van zorgcirkels: Op basis van zorgcirkels kiezen van het juiste type seniorenwoningen (nultreden, geclusterd of zorggeschikt), waarop ingezet kan worden vanuit zowel nieuwbouw als renovatie/ aanpassingen van bestaande woningen, zodat de woningen ook de juiste functie kunnen vervullen.
4: Spreiden in gebieden met een hoge veerkracht Locaties selecteren waar de veerkracht groot is, waardoor nieuwe projecten van beschermd thuis zacht kunnen landen in een wijk zonder dat de leefbaarheid onder druk komt te staan.
51
Hoofdstuk 3.1
Strategie 1: Nieuwbouw
52
Inzetten van (gevarieerde) nieuwbouw op geschikte locaties Strategie voor nieuwbouw Om ervoor te zorgen dat senioren langer thuis kunnen blijven wonen (waar ze beter in hun toenemende zorgvraag kunnen worden voorzien) is het belangrijk dat ze in een zorgzame gemeenschap in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Op die manier wordt de zwaardere zorgvraag uitgesteld en kan de lichtere zorg in de eigen woning worden opgelost. De eerste mogelijkheid is om seniorenwoningen niet alleen op de juiste locaties in de gemeente te realiseren, maar ook om het juiste product (en een variëteit aan woonproducten) voor senioren te realiseren. Nieuwbouw voor senioren zal het meest zinvol zijn in gebieden waar op dit moment al veel senioren wonen. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat ze een passende woning kunnen vinden in hun eigen leefomgeving (met het al bestaande netwerk van vrienden/familie).
Daarnaast is de woonomgeving een belangrijke overweging voor senioren bij het maken van een keuze voor een nieuwe woning. De ideale woonomgeving voor zorgbehoevenden beoordelen wij met behulp van het woonzorglandschap. Een goed woonzorglandschap is een prettige omgeving om te wonen. De aantrekkelijkheid van de woonomgeving hangt af van verschillende factoren en wordt daarom bepaald door een combinatie van onderdelen. Deze onderdelen zijn de afstand tot zorg, afstand tot supermarkt, afstand tot dagelijkse voorzieningen, afstand tot ontmoeten, afstand tot horeca, afstand tot openbaar vervoer, hoeveelheid groen en aantal vrijwilligers. Een uitwerking hiervan is te zien op de volgende pagina.