CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

N 20052021 Auditcommissie Preview jaarrekening 2020

gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijst3.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 20 mei 2021 Eerste deel: Preview jaarrekening 2020

Voorzitter: Griffier: Leden:

Portefeuillehouder: PwC: Rekenkamer: Ambtelijk adviseurs:

de heer H. Jansen de heer R. Wiersma mevrouw C. Kranenborg de heer J. Bruijns de heer P. Smans mevrouw H. Nauta de heer A. van Drunen de heer B. Maes de heer J. Taks de heer J. van Etten mevrouw B. Huong mevrouw G. Bos de heer A.E. Gerritsma de heer S. van Treuren de heer H. Verdellen mevrouw J. Wiggers de heer J. Veuger de heer D. de Groot

Vastgesteld in de vergadering van

, voorzitter

, griffier

Notulen auditcommissie d.d. 20 mei 2021 (Preview jaarrekening 2020) Pagina 1

1. Opening De voorzitter heet iedereen welkom. Deze vergadering is in twee delen, in het eerste deel krijgt de commissie een eerste toelichting van de wethouder en de accountant op de jaarrekening 2020 die gisteren verschenen is. 2. Vaststellen agenda De voorzitter stelt voor agendapunt 13 Oplegnotitie commissie ombudsman af te voeren omdat de notitie nog niet volledig gereed is. De heer Van Drunen zou graag het agendapunt over de projectenregeling in het eerste deel van de vergadering bespreken omdat hij en de heer Bruijns tijdens het tweede deel andere sessies hebben. De voorzitter daarop aan aansturen en constateert dat hiermee de agenda vastgesteld is. 3. Preview jaarstukken 2020 De voorzitter geeft eerst het woord aan wethouder Bos en haar ondersteuners en daarna aan de accountant. Vragen kunnen ook schriftelijk gesteld worden, tot 28 mei, volgens de normale procedure. Wethouder Bos geeft aan het accountantsverslag nog niet bij de stukken is gevoegd, zoals in het voorstel staat, maar zij wil desondanks de jaarrekening graag aan de commissie voorleggen. Deze jaarrekening gaat over een jaar waarin onze wereld er heel anders kwam uit te zien. Je ziet dat terug in de jaarrekening en niet alleen in het hoofdstuk over corona. Het college is blij dat de jaarrekening positief afsluit.

Als de raad instemt met de budgetoverhevelingen die het college voorstelt, blijft er € 1,3 miljoen over om af te laten afvloeien naar de algemene reserve. De kengetallen in de jaarrekening zijn merendeels in orde, de solvabiliteit nog steeds niet helemaal maar daar is wel een tendens van verbetering opgetreden. Naast het goede nieuws is er ook een zorgpunt, dat we vermoedelijk een verklaring met beperkingen tegemoet zien. Dat heeft te maken met de rechtmatigheid. Met name de onzekerheden in het jeugddomein hebben bijgedragen aan de vermoedelijke verklaring met beperkingen. De heer Maes stelt voor de jaarrekening pas te bespreken als de accountantsverklaring er ligt. De stukken moeten medio juli ingeleverd worden bij de provincie, we hebben dus nog twee maanden de tijd. De voorzitter antwoordt dat de commissie nu een preview, een voorlopig inzicht, in de jaarrekening krijgt. In juni is er een aparte sessie met de accountant over de accountantsverklaring. De heer Gerritsma heeft met de griffie afgesproken in de volgende vergadering een toelichting te geven aan de hand van het accountantsverslag en nu alvast een mondelinge toelichting op de cijfers.

De achtergrond waarom de griffie deze planning gekozen heeft, is dat het interessant is om te kijken wat de resultaten waren over het afgelopen jaar en wat de effecten van het afgelopen jaar op de financiële positie van de gemeente zijn geweest. Mevrouw Kranenborg vraagt of het gebruikelijk is dat de auditcommissie de jaarrekening en het accountantsverslag op hetzelfde moment krijgt. Wijken we nu af van de usance, en welke argumenten zijn daarvoor? De voorzitter antwoordt dat hij met de griffier had bedacht om dit een week of twee naar voren te halen om iedereen de gelegenheid te geven het lijvige boekwerk te lezen. Wethouder Bos geeft aan dat de financiële onzekerheden en de vermoedelijke verklaring met beperkingen de organisatie direct aan het werk hebben gezet, zowel voor de korte als de lange termijn. De heer Veuger zal de jaarrekening toelichten vanuit Financiën en de heer De Groot vanuit Concerncontrol. De heer Veuger licht toe dat de jaarstukken 2020 beginnen met een managementsamenvatting, waarin op hoofdlijnen wordt toegelicht wat er in het jaar 2020 is bereikt en heeft plaatsgevonden. Er wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de financiële positie van Breda aan de hand van het jaarrekeningresultaat, het weerstandsvermogen en de financiële kengetallen. Er is specifiek gevraagd naar een hoofdstuk over corona.

Dat is opgebouwd uit een inhoudelijke toelichting op de effecten van corona op de gemeente Breda en alle financiële gevolgen, inclusief de compensatie die ontvangen is vanuit het Rijk. Er wordt een duidelijk overzicht gegeven van de steunpakketten op korte en middellange termijn voor Breda. Over de vijf begrotingsprogramma’s wordt inhoudelijk en financieel verantwoording afgelegd. Er wordt verantwoording afgelegd over de 115 indicatoren die door de raad zijn vastgesteld. Daarna volgt de jaarrekening met de bijlagen, waaronder de bijlage Duurzaamheid naar aanleiding van de motie Klimaatbegroting. Het jaarrekeningresultaat 2020 is voor bestemming € 14,8 miljoen positief. In een tabel zijn de afzonderlijke resultaten van de diverse programma’s weergegeven. Het college stelt voor om € 13,5 miljoen toe te voegen aan het jaar 2021, oftewel te storten in reserves, bijvoorbeeld voor de woonopgave, en € 1,3 miljoen in de algemene reserve. De grootste positieve afwijking (€ 8 miljoen) ten opzichte van de begroting is bij de grondexploitaties door de winstnemingen die we moeten nemen volgens regelgeving, door het afsluiten van grondexploitaties en vrijval vanuit de voorziening omdat bepaalde grondexploitaties positief zijn verbeterd, waardoor een deel van de voorziening momenteel niet benodigd is. De Wet Buig heeft een positief resultaat van € 5,8 miljoen.

Het saldo van het meerjarenperspectief (€ 3,3 miljoen) was na de decembercirculaire niet verdeeld over de diverse producten. Daarnaast is er een positief resultaat (€ 2,8 miljoen) behaald op het gebied van gronden en panden, onder andere door verkopen die niet in exploitatie genomen waren. De negatieve resultaten ten opzichte van de begroting liggen bij de Wmo (€ 5,0 miljoen), op de onderdelen Huishoudelijke Hulp, Begeleiding, Vervoersvoorzieningen en Beschermd Wonen. Bij Afvalservice is een tekort van € 2,9 miljoen en bij Jeugdhulp van € 2,8 miljoen. Op het gebied van Parkeren waren de inkomsten € 2,8 Notulen auditcommissie d.d. 20 mei 2021 (Preview jaarrekening 2020) Pagina 2

miljoen lager dan begroot en is door onder andere sluiting van parkeergarages een voordeel behaald op de kosten van € 700.000, per saldo € 2,1 miljoen. Dit is inclusief de compensatie van het Rijk voor inkomstenderving maar exclusief de € 250 miljoen die het Rijk nog gaat verdelen over alle gemeenten naar aanleiding van de definitieve jaarrekeningcijfers. Die afrekening volgt in 2021. Corona had enorme gevolgen, in financiële en inhoudelijke zin. Er is een tabel opgenomen met alle onderwerpen waarop corona financieel invloed heeft gehad, positief of negatief, en daar is aangegeven wat de compensatie van het Rijk is geweest. De totale gevolgen zijn € 35,1 miljoen geweest voor de gemeente Breda, we hebben compensatie van het Rijk gekregen van € 36,2 miljoen en bij de decembercirculaire nog eens € 1,18 miljoen. Er is dus meer steun ontvangen van het Rijk dan de uitgaven of de lagere inkomsten in het jaar 2020 maar voor een aantal onderwerpen zijn de middelen ontvangen en worden de kosten pas in 2021 gemaakt. Daarom wordt bij de resultaatbestemming een aantal coronamiddelen overgeheveld naar 2021. Nog niet verwerkt is de eerder genoemde € 250 miljoen landelijk voor inkomstenderving. Door de raad is totaal € 7,5 miljoen beschikbaar gesteld voor corona steunpakketten voor de korte en de (middel-)lange termijn. Ook hiervoor is in de jaarrekening een tabel opgenomen.

De totale kosten zijn € 4,1 miljoen geweest, vanuit het Rijk hebben we op diverse onderwerpen € 1,7 miljoen gekregen, er is € 0,1 miljoen bekostigd uit de post onvoorzien. De kosten minus de diverse inkomsten van het Rijk en de post onvoorzien leidt tot een onttrekking van € 2,3 miljoen aan de algemene reserve. Dit was begroot en is dus voor resultaatbestemming verwerkt. Begin 2020 bevatte de reserve voor de woonopgave € 9,6 miljoen van de € 14 miljoen die in het bestuursakkoord was aangekondigd. Er was € 1,8 miljoen begroot in 2019 en € 3,2 miljoen in 2020. In 2019 is er € 0,9 miljoen uitgegeven en in 2020 € 1,5 miljoen, dat betekent dat van de € 9,6 miljoen die er begin 2020 beschikbaar was er eind 2020 nog € 7,2 miljoen in de reserve voor de woonopgave resteert. Het college stelt voor om vanuit de winsten van het Grondbedrijf in het jaar 2020 € 4,4 miljoen toe te voegen aan de reserve woonopgave om zodoende eind 2020 de afgesproken € 14 miljoen beschikbaar te hebben. Naar de Klijnsmagelden is ook specifiek gevraagd, die zijn onderdeel van de bijzondere bijstand en niet specifiek gelabeld vanuit het Rijk. In totaliteit bedroegen deze gelden in 2020 € 884.000. € 500.000 is beschikbaar gesteld aan de thematafel Zorg voor Elkaar.

Daarvoor is door de thematafel een verdeling gemaakt van € 301.057 voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur, € 24.383 voor de Voedselbank, € 89.261 voor Stichting Leergeld en € 84.939 voor het IMW. Het restant van € 384.000 is in de begroting opgenomen in het armoedebeleid. Hiervan is aan het schoolstarterspakket € 356.000 besteed en € 28.000 aan overig armoedebeleid. Het college stelt voor om van het resultaat van € 14,8 miljoen € 13,5 miljoen te bestemmen in de exploitatiereserve voor 2021 of in een andere reserve. Dit is opgebouwd uit € 4,45 miljoen voor de reserve woonopgave, overheveling van € 2,52 miljoen vanuit de corona compensatie van het Rijk naar 2021, overheveling naar 2021 van middelen die Breda als centrumgemeente ontvangt voor specifieke onderwerpen, daarvan resteert er in het jaar € 2,08 miljoen, overheveling naar 2021 van de middelen uit de decembercirculaire en overige resultaatbestemmingen van € 3,05 miljoen. In het raadsvoorstel behorend bij de jaarstukken en in de jaarstukken zelf is de volledige specificatie van de resultaatbestemming terug te vinden. Opvallend ten opzichte van eerdere jaren is dat er dit jaar voorstellen worden gedaan voor resultaatbestemmingen onder de € 0,1 miljoen, normaal gesproken wordt dat niet voorgesteld.

Dit jaar wel omdat voor diverse corona onderwerpen, zoals de steun voor vrijwilligersorganisaties, lagere bedragen dan € 100.000 beschikbaar zijn gesteld en de kosten pas in 2021 worden gemaakt. Aan uitgaven was € 58,1 miljoen begroot en daadwerkelijk is € 42,8 miljoen uitgegeven en € 15,3 miljoen dus niet. Die schuift door naar het jaar 2021 en verder. De grootste afwijkingen zitten op het gebied van riolering (€ 4,7 miljoen), diverse grote projecten ( € 2,5 miljoen), voor strategische gronden is maar een beperkt bedrag nodig geweest (€ 1,1 miljoen), openbare verlichting (€ 0,9 miljoen) door vertraging onder andere opgelopen door corona, Bedrijfsvoering (€ 0,7 miljoen) met name aanpassing huisvestingsplan door corona, voor wijkontwikkeling (€ 0,6 miljoen) en het Talentencentrum (€ 0,6 miljoen). Het risicoprofiel is licht gedaald naar € 67 miljoen. De grootste dalingen ten opzichte van de begroting 2021 zitten bij Bedrijfsvoering (€ 4,5 miljoen) als gevolg van de taakstelling op de bedrijfsvoering, het sociaal domein (€ 3,2 miljoen) vanwege actualisaties bij Jeugd, Wmo, Buig en, de belangrijkste, de afwikkeling van Juzt. De coronarisico’s zijn gedaald van € 15 naar € 12,5 miljoen, met name omdat de compensatie van het Rijk redelijk ruimhartig is. Het weerstandsvermogen wordt opgebouwd uit de weerstandscapaciteit minus het risicoprofiel.

De weerstandscapaciteit is de algemene reserve plus de jaarlijkse post onvoorzien van € 1 miljoen. Het weerstandsvermogen en de risico’s worden steeds voor vier jaar in beeld gebracht. De weerstandscapaciteit is in 2020 € 113,3 miljoen, het risicoprofiel is € 67 miljoen, dat betekent dat het beschikbaar weerstandsvermogen bij de jaarrekening 2020 € 46,3 miljoen is. Een aantal kengetallen heeft zich positief ontwikkeld. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden en eigen middelen, die is van 71,5% naar 61,5% gegaan. Alles onder de 90% wordt als positief gezien. De gecorrigeerde netto schuldquote is de schuldquote exclusief uitgeleende middelen, die is gedaald van 46,3% naar 39,9%.

Notulen auditcommissie d.d. 20 mei 2021 (Preview jaarrekening 2020) Pagina 3

De solvabiliteit is gestegen van 17,8% naar 18,4%. De VNG geeft een streefwaarde aan van 20%. De solvabiliteit exclusief de doorleningen, bijvoorbeeld de grote leningen op het gebied van onderwijshuisvesting, stijgt van 23,0% naar 23,8%. De ratio weerstandsvermogen, de verhouding van het risicoprofiel ten opzichte van de weerstandscapaciteit, is gestegen van 1,2 naar 1,7. De heer De Groot geeft aan dat de jaarstukken bestaan uit een bedrijfsmatige verantwoording - het jaarverslag -, een financiële verantwoording - de jaarrekening - en het rapport van de accountant. Het is gebruikelijk om dat in één pakket aan te bieden aan de raad maar het is niet ongebruikelijk om het wat uit elkaar te trekken omdat het in de planning wat uit elkaar kan lopen. Ook zonder het onderdeel van de accountant over de getrouwheid en rechtmatigheid is er veel te bespreken. Het gaat er ook om of het college de doelen heeft bereikt, of daar de juiste instrumenten voor gebruikt zijn en de juiste inspanningen voor gedaan zijn en is dat binnen het budget gebleven. Er zit ook een signaal is als je als organisatie zeker genoeg bent over de kwaliteit van wat je hebt opgeschreven, dat je daar iets eerder mee naar buiten durft te komen. In november is al aangegeven dat 2020 een bijzonder controlejaar zou worden.

Controlerisico’s als gevolg van wijzigingen en aanpassingen in processen, het thuiswerken, nieuwe controles als gevolg van tal van extra regelingen hebben een enorme extra belasting voor velen in de organisatie met zich meegebracht en dat ademt door in de controle. Op basis van eigen controles wisten we al begin 2021 dat de goedkeurende verklaring niet meer in het verschiet lag. Vanaf dat moment hebben het college en de directie op tweewekelijkse basis in de gaten gehouden hoe de controle verliep, welke aanvullende acties nodig waren om de controle binnen de tijd af te ronden en op tijd de jaarrekening aan te kunnen bieden. Dat de organisatie voldoende vertrouwen heeft om met de jaarrekening naar buiten te komen heeft ook te maken met alle voorbereidingen op de expliciete rechtmatigheidsverantwoording, die vanaf 2021 verplicht is en waarin het college zelf zegt in welke mate zij vertrouwen heeft in het eigen rechtmatig handelen. De controles zijn behoorlijk in professionaliteit gegroeid en eigenlijk had het college dit jaar zelf al die verklaring kunnen geven. De heer De Groot durft op basis van de eigen werkzaamheden en de gesprekken met de accountant een voorschot te geven. We krijgen een goedkeurende verklaring voor getrouwheid maar er zijn meer fouten dan vorig jaar gevonden als het gaat over rechtmatigheid, vooral bij inkoop en inhuur.

De onzekerheden blijven ongeveer even groot en zitten vooral bij het sociaal domein. De belangrijkste oorzaak zit in de kwaliteit van de interne beheersing. In een bijzonder jaar als dit, waarin interne beheersing een fragile basis kent, zak je makkelijker en sneller door het ijs. Er wordt alles op alles gezet om te leren van het controlejaar 2020 en dezelfde fouten te voorkomen in het verslagjaar 2021. De heer Gerritsma denkt dat de organisatie en het college een mooie toelichting hebben gegeven. Het pijnpunt ligt inderdaad bij de rechtmatigheidsverantwoording en het zit met name aan de kant van de Europese aanbestedingen. De fouten zijn zodanig hoog dat het boven de materialiteitsgrens uitkomt. Daarnaast zijn de onzekerheden in het sociaal domein iets toegenomen. Dat zit met name in afhankelijkheden van derden, de productieverantwoordingen van zorgleveranciers met verklaringen van hun accountant. Er zijn dit jaar, waarschijnlijk door omstandigheden waaronder corona, wat minder verklaringen binnen dan vorig jaar en daar zitten ook onzekerheden in. De details zullen we op 3 juni bespreken. Bij de oorzaken is de kwaliteit van de interne beheersing een belangrijke factor en er zijn met de organisatie, de directie en de portefeuillehouder al goede gesprekken geweest, wat leren we hier nu van en waar liggen nu de prioriteiten en dat zullen we dit jaar met elkaar voortzetten.

De portefeuille grondexploitaties wordt langzaam maar zeker wat kleiner omdat projecten worden afgerond. Er komen wel nieuwe dingen bij en de financiële risico’s in die portefeuille zullen weer wat toenemen. De financiële positie is het afgelopen jaar wel wat verbeterd, de solvabiliteitsratio is wat omhoog gegaan maar als je kijkt naar de begroting 2021 is er nog wel een structureel tekort op te lossen. Het structurele exploitatietekort wordt waarschijnlijk in 2024 opgelost. De accountant verwacht daar geen bijzonderheden meer uit de laatste loodjes. De heer Maes denkt dat het risico is dat alles in dit bijzonder jaar op corona wordt geschoven terwijl het probleem over de Europese aanbestedingen er al jaren is en blijkbaar niet afneemt. Dat incidentele meevallers tot een positief resultaat hebben geleid, is mooi maar hoe staat de gemeente ervoor als je meer structureel gaat kijken? De heer Gerritsma antwoordt dat de Europese aanbestedingen en de beheersing daarvan inderdaad al langer op de agenda staan. Dat zit echt in de interne beheersing en het bewaken van de contracten. Voor het structureel evenwicht in de begroting voor de komende jaren liggen er voorstellen van het college die met de commissie besproken zijn. Het klopt, er zitten een paar incidentele voordelen in dit jaar, de constatering dat er structureel nog wat te doen is, is terecht.

Mevrouw Kranenborg is benieuwd, omdat de Europese aanbestedingen al jaren een aandachtspunt is, wat er dan afgelopen jaar zo anders is geweest waardoor we nu blijkbaar door de grens zijn geschoten. Hoeveel zitten we boven de materialiteitsgrens en hoe kunnen we dat oplossen? Dat is niet persé een gesprek voor nu maar dat moeten we echt wel voeren in de toekomst. De heer Gerritsma zal het tipje van de sluier oplichten, we hebben het over een bedrag € 12,9 miljoen, wat niet rechtmatig is aanbesteed, dat is de stand van vandaag. Dat was vorig jaar € 3,2 miljoen. Notulen auditcommissie d.d. 20 mei 2021 (Preview jaarrekening 2020) Pagina 4

Mevrouw Kranenborg vraagt of die € 12,9 miljoen alleen bij de Europese aanbestedingen zit. De heer Gerritsma bevestigt dat. Mevrouw Kranenborg concludeert dat het totaal bedrag aan fouten op rechtmatigheid dan groter is. De heer Gerritsma antwoordt dat het iets groter is, de stand van vandaag is ongeveer € 14 miljoen. De heer Van Etten merkt op dat de solvabiliteit wederom zonder doorleningen wordt gepresenteerd en de vorige sessie werd gezegd als je de solvabiliteit zonder doorleningen presenteert, moet je daar ook een ander normpercentage bij noemen. Wat is het landelijk normpercentage voor de solvabiliteit in dit geval? Het resultaat is € 14,8 miljoen maar klopt het dat dit vooral transitorische posten zijn, naast de € 1,4 miljoen die naar het resultaat gaat. De heer Veuger kent de norm voor solvabiliteit inclusief doorleningen niet. Als het gaat over het resultaat en transitorische posten, het is hoe je er tegenaan kijkt. Het zijn inderdaad zaken die doorlopen van 2020 naar 2021 maar ook deels stortingen, zoals in de reserve woonopgave. De heer Gerritsma heeft het percentage niet paraat maar het zal iets hoger liggen dan 20%. De heer Smans heeft begin dit jaar contact gehad met de wethouder en de heer Veuger over het meerjarig inzicht van bepaalde kengetallen baten en lasten, het valt op dat dat nog niet helemaal is doorgevoerd in de jaarrekening.

De heer Veuger is benieuwd waar dat niet het geval is maar in bepaalde overzichten zijn de jaarrekeningcijfers bewust niet opgenomen omdat anders de tabellen niet leesbaar worden. De voorzitter vraagt de heer Smans via de wethouder contact op te nemen met de heer Veuger, misschien als er dan mankementen liggen dat ze nog opgelost kunnen worden. Mevrouw Huong vraagt wat de gevolgen zijn dat we geen goedkeurende verklaring hebben van de accountant, is dat een probleem of maakt het helemaal niet zo veel uit. Is dit resultaat slechter omdat we geld hebben gekregen wat we eigenlijk nog moeten uitgeven in 2021? De heer De Groot antwoordt dat een goedkeurende verklaring iets zou uitmaken als we een beursgenoteerde organisatie waren, maar dat zijn we niet. Ook de provincie gaat ons niet straffen maar zal er bij het bepalen van het toezichtregime wel op letten dat er bepaalde patronen in te ontdekken zijn en kan dat meewegen. Welk gewicht dit krijgt is een politiek oordeel, dat is het enige effect. Mevrouw Huong vraagt of het een probleem is voor het verkrijgen van leningen en de hoogte van rentes. De heer De Groot antwoordt nee. De voorzitter dankt de accountant, de wethouder, de heer De Groot en de heer Veuger voor deze inkijk in de jaarrekening 2020 en wenst iedereen veel leesplezier de komende weken. Technische vragen kunnen tot en met 28 mei 12 uur gesteld worden aan het college.

4. Bijzondere projectenregeling De heer Van Drunen geeft aan dat de projectenregeling unaniem door de raad als hamerstuk is vastgesteld en er zijn afspraken gemaakt hoe dossiers voorgedragen kunnen worden maar dat heeft vooral betrekking op projecten die nog moeten starten. Hoe kan de raad zeggen welke lopende projecten zij in de grote projectenregeling zou willen? Zijn daar modellen voor? We kunnen het aan de fracties zelf laten, die kunnen met een motie vreemd komen en bijvoorbeeld de Nieuwe Mark onder deze regeling brengen. Of de auditcommissie komt met een voorstel voor criteria en de raad neemt met een soort veegbesluit welke er allemaal onder vallen. Het is aan de commissie om te zeggen wat een werkbaar model is. Deze vraag hoeft niet persé vanavond beantwoord te worden maar dan kunnen de fracties erover nadenken. Wethouder Bos voegt toe dat het college ook bijzondere projecten kan aandragen en voornemens is om met een voorstel te komen. De voorzitter stelt voor om met de heer Van Drunen, de heer Bruijns en de griffier van gedachten te wisselen hoe we dat aanvliegen en volgende keer met een voorstel naar de auditcommissie te komen. De heer Van Drunen vraagt wanneer het college met een voorstel kan komen. Dan kunnen alle fracties daar nog wat aan toevoegen. Wethouder Bos denkt dat voor de volgende auditcommissie te kunnen doen maar wil een slag om de arm houden.

De heer Bruijns zou het fijn vinden als de collega’s wat aandragen, de raad heeft er ook zelf verantwoordelijkheid in om projecten aan te dragen. De voorzitter stelt voor dat de secretaris volgende week een mail uitdoet met het verzoek om projecten aan te dragen voor de bijzondere projectenregeling, dan te kijken of het matcht met wat het college wil en één voorstel te maken. De voorzitter dankt iedereen voor de aanwezigheid en de inbreng en sluit dit deel van de vergadering.

Notulen auditcommissie d.d. 20 mei 2021 (Preview jaarrekening 2020) Pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10232635/1