CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

N 09042026 auditcommissie

gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente BredaBij agendapunt: Vaststellen notulen5.000 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 9 april 2026 Voorzitter: Griffier/secretaris:

mevrouw L. van Kelle de heer M. Renders

(Burger-)raadsleden:

mevrouw I. Verdaasdonk de heer T. Buhre de heer I. Dienjes de heer S. Vos de heer M. van Woudenberg de heer P. Jong de heer T. Visker raadslid C. van Kastel

Portefeuillehouder:

mevrouw C. Kranenborg-van Eerd

BDO:

de heer M. Steehouwer

Rekenkamer:

de heer S. Oostlander mevrouw S. Langendoen de heer V. van Stiphout

Ambtelijke ondersteuning:

mevrouw M. Dörr

Vastgesteld in de vergadering van

, voorzitter

, griffier

Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 1

1. Opening De heer Renders heet iedereen welkom bij de eerste auditcommissie van de periode 2026-2030. 2. Benoemen tijdelijk voorzitter De heer Renders geeft aan dat het idee is om als tijdelijk voorzitter iemand voor te stellen, die, vanwege de continuïteit, ook in de vorige periode lid was van de auditcommissie en, vanwege de werklast, vanuit een grotere fractie komt. Daarom wordt voorgesteld mevrouw Van Kelle te benoemen tot tijdelijk voorzitter. Wanneer het college benoemd is, wordt gekeken naar een definitieve invulling. De commissie gaat akkoord met de benoeming van mevrouw Van Kelle. Mevrouw Van Kelle dankt de commissie en vindt het super leuk om dit te doen. 3. Vaststellen agenda De voorzitter constateert dat de commissie akkoord gaat met de voorgestelde agenda. 4. Mededelingen 4.a. Mededelingen van de wethouder Wethouder Kranenborg heeft vandaag geen mededelingen 4.b. Mededelingen van de accountant De heer Steehouwer heeft geen mededelingen en stelt zich voor: Ik ben Marc Steehouwer, partner van BDO en accountant voor de raad. 2025 is het eerste jaar, dat BDO de controle doet. We zijn enthousiast aan de slag gegaan en zitten nu midden in de eindfase van het dossierwerk. Binnenkort worden de observaties en bevindingen besproken met de auditcommissie.

We gaan ook binnenkort met de griffie om de tafel zitten om het opleidingsprogramma en de inloopspreekuren voor de auditcommissie concreet te maken. 4.c. Mededelingen rekenkamer De rekenkamer zal de mededelingen doen bij agendapunt 12. 4.d. Mededelingen griffie De heer Renders geeft aan dat de heer Visker later komt. 5. Ingekomen stukken De voorzitter stelt voor het jaarverslag 2025 van de rekenkamer bij agendapunt 12 te bespreken. De rapportage van de griffie over de rekenkameraanbevelingen wordt voor kennisgeving aangenomen. 6. Notulen bijeenkomst auditcommissie van 5 februari 2026 De voorzitter geeft aan dat de heer Gesink, lid van de vorige auditcommissie, heeft verzocht om enkele aanvullingen of aanpassingen. Bij het proces over de klankbordgroep is aangevuld dat de heer Gesink heeft aangegeven dat er per mail wel is gecommuniceerd over het niet doorgaan van de klankbordgroep en dat er door de leden van de klankbordgroep wel input is gegeven of kon worden gegeven. De heer Gesink voegt toe dat ook de raad aan zet is om na te denken over het beleid en het vormgeven van de indicator. In de bijdrage van mevrouw Van Kelle staat dat de autonomie en de slagkracht van de auditcommissie geborgd moet zijn, dit moet zijn van de raad. De heer Renders geeft aan dat de notulen inmiddels aangepast zijn.

De ambtelijke organisatie heeft nog een document gestuurd ter verduidelijking van wat in de auditcommissie is gezegd. Dit komt volgende keer bij de ingekomen stukken. De auditcommissie stelt hierbij de aangepaste notulen vast. 7. Actie- en aandachtpuntenlijst De voorzitter geeft aan dat de heer Renders een aanpassing aan het format heeft gemaakt. Ze stelt voor om in de volgende auditcommissie te kijken hoe de actie- en aandachtpuntenlijst goed vorm gegeven kan worden om de lijst up-to-date en beter leesbaar en werkbaar te maken. Ze vraagt wie er met haar daarover na wil denken. De heer Vos biedt zich aan. De heer Vos vindt de nieuwe lijst een stuk overzichtelijker en voelt zich, na zijn opmerking vorige keer, geroepen om mee aan de slag te gaan. De voorzitter geeft aan dat de leden van de auditcommissie richting de volgende vergadering met ideeën kunnen komen. 8. Introductie auditcommissie De heer Renders geeft een korte introductie. De grondslag van de auditcommissie is opgenomen in de Verordening op de auditcommissie, een onderdeel van de spelregels van het Bredaas Beraad. Het doel van de commissie is het leveren van een positieve bijdrage aan het functioneren van de raad door haar politiek neutraal te adviseren over de in artikel 3 van de verordening genoemde taken. De commissie treedt niet Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 2

in de onderscheiden bevoegdheden van de raad en het college. Het is een adviesorgaan, geen besluitvormend orgaan. Het is geen politiek orgaan. Op een sheet staan de taken van de auditcommissie genoemd. Bovenaan staan de cyclische producten. Dat zijn de jaarrekening, de begroting, de kadernota en de bestuursrapportage. De auditcommissie spreekt vooral over de werkwijze in zo’n proces. De auditcommissie is het contactorgaan voor de accountant, heeft een stem in het benoemen van de accountant, kan onderwerpen aandragen voor de accountantscontrole en heeft een stem in de controleplanning. De auditcommissie kan meedenken in onderwerpen voor onderzoeken van de rekenkamer. De rekenkamer informeert de auditcommissie periodiek. Op verzoek van de auditcommissie of vanuit de ambtelijke organisatie aangedragen onderwerpen over bedrijfsvoering kunnen langskomen. Voorbeelden zijn reserves en voorzieningen, interne controle, kwaliteit van besluitvorming en artikel 213a-onderzoek over doelmatigheid. De auditcommissie wordt geïnformeerd over uitkomsten van de accountantscontrole, de managementletter, rekenkamerrapporten, de commissie Ombudsman. Bevoegdheden auditcommissie: de auditcommissie is onafhankelijk, kan gevraagd en ongevraagd voorstellen en adviezen voorbereiden voor politieke besluitvorming.

De auditcommissie kan informatie inwinnen bij het college, de rekenkamer, de accountant of externe deskundigen inschakelen. Vastgelegd is dat het minimum aantal leden vijf is en het maximum het aantal fracties, nu dus negen, exclusief de voorzitter. In de Gemeentewet is vastgelegd dat de voorzitter een raadslid moet zijn (geen burgerraadslid). De overige leden kunnen raadslid of burgerraadslid zijn. Een aantal adviseurs is vastgelegd: de concerncontroller, directeur bedrijfsvoering, afdelingshoofd Financiën, de accountant, de voorzitter van de rekenkamer en een raadsadviseur vanuit de griffie. De wethouder Middelen, wat de formele naam is, wordt standaard uitgenodigd. De hulptroepen gaan zich de komende periode voorstellen in een aparte sessie in het inwerkprogramma. De accountant, de rekenkamer en de commissie Ombudsman behoren tot de hulptroepen. We kunnen nog nadenken over hoe we communiceren als auditcommissie naar de raad. Verder gaat de commissie ook vormgeven aan een jaarplan en een opleidingsplan. Volgende week donderdag staat er een verdieping gepland op de p&c-cyclus als geheel. De heer Steehouwer licht toe dat de raad de accountant heeft benoemd om de jaarrekeningcontrole uit te voeren. Dat is de primaire taak van de accountant. Dat start met een controleplan, wat meestal in september of net voor de zomer gepresenteerd wordt.

Dat is het moment waarop de accountant in gesprek gaat met de auditcommissie over de risico’s in de financiële beheersing, de waardering van de jaarrekeningposten, de rechtmatigheid en andere onderwerpen die raakvlakken hebben met de jaarrekening. De accountant vraagt dan of de auditcommissie speerpunten mee wil geven. Er wordt dan wel gekeken of dat punt past in de rol van de accountant. Vervolgens doet de accountant de interim-controle. Daarbij wordt gekeken hoe processen ingericht zijn om risico’s te voorkomen of op tijd te signaleren. Daarover wordt verslag uitgebracht in een managementletter aan het college en een boardletter aan de auditcommissie en raad. Dat wordt gedaan met aandacht voor de rolverdeling. In maart-april komt de jaarrekeningcontrole. Dat proces wordt nu doorlopen. Dan wordt gekeken of de jaarrekening is opgesteld volgens de normen die de raad heeft gesteld maar ook regelgeving in het kader van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten, provincies en waterschappen). Het accountantsverslag is gericht aan de raad. Daarin wordt uitvoerig verslag gedaan van alle bevindingen, controleverschillen en processen. Ook zaken als ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving worden meegenomen en er wordt teruggekoppeld op de speerpunten. BDO heeft een aantal aanvullende zaken aangeboden.

Een tweede partner is de adviespartner, die informeert over ontwikkelingen en kan duiding geven. De accountant vult een deel van het opleidingsprogramma in. BDO wil ook inloopspreekuren voor raadsleden organiseren. Daar moeten nog goede werkafspraken over gemaakt worden. In het kader van dualisme is een derde partner aanspreekpunt voor het college en de gemeentesecretaris. Uiteindelijk ben ik verantwoordelijk voor de controle dus ik zie alles wat in het dossier zit. Nogmaals, dit is het eerste jaar en het verloopt tot nog toe op een zeer plezierige manier. In de vergadering van juni gaan we meer in op het accountantsverslag. 9. Hoe gaan we de auditcommissie vormgeven? De voorzitter geeft aan dat in de auditcommissie van 5 februari een overdrachtsdocument is besproken. De opmerkingen die toen gemaakt zijn, zijn gehighlight in het document wat bij de agenda is gevoegd. Vorige keer is afgesproken om met de nieuwe auditcommissie te kijken welke aanbevelingen overgenomen worden. Het voorstel is om dit nu even door te nemen en dan bij de volgende auditcommissie erover te besluiten en de werkwijze vanaf 11 juni te hanteren. De commissie gaat akkoord met dit voorstel. De heer Jong heeft het al teruggekoppeld. Zijn fractie is voorstander van een afvaardiging van iedere fractie.

De heer Vos vindt het belangrijk dat er een voorzitter is, die inhoudelijk sterk is en procedurele vaardigheden heeft, of die nou uit de coalitie of de oppositie komt. Wat betreft de fractievertegenwoordiging deelt hij de mening van de heer Jong. Het is wel belangrijk om een goede terugkoppeling te regelen naar de hele raad. Het is goed als de wethouder aanwezig is, zodat de commissie om een reflectie kan vragen. Tegelijkertijd is dat ook ingewikkeld want er zijn misschien punten waar de auditcommissie dieper op in wil gaan, zonder dat een collegelid aanwezig is. Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 3

De voorzitter concludeert dat de wethouder altijd uitgenodigd wordt maar dat er punten kunnen zijn die de commissie zonder de wethouder wil bespreken. Raadslid Van Kastel vraagt of de aanwezigheid van de wethouder niet ondervangen kan worden met een informatiesessie of een inloopspreekuur, om het zo apolitiek mogelijk te houden. De voorzitter vraagt of de bedoeling is om de wethouder uit te nodigen voor informatiesessies en de discussies in de auditcommissie te doen zonder wethouder. Raadslid Van Kastel is ook benieuwd of het niet de juiste plek is om die vragen zonder de wethouder te stellen maar dat maakt het misschien politieker. De voorzitter vindt dit een punt om in overweging te nemen. De heer Jong vond het de afgelopen jaren prettig dat de wethouder erbij was om verduidelijking te geven. De heer Van Woudenberg vindt de aanvullingen er over het algemeen goed uitzien. Je kiest de voorzitter op competentie. Het is mooi als alle partijen vertegenwoordigd zijn maar je kunt dat niet afdwingen. Het is belangrijk dat het openbaar is. Wethouder Kranenborg laat het graag bij die commissie om wel of niet de knip te maken maar er staat iets wat niet helemaal klopt. De rolzuiverheid heeft ook een andere kant. Er is verschil tussen ambtelijke ondersteuning en een vertegenwoordiging namens het college. Ambtelijke ondersteuning van de auditcommissie is de griffie.

De auditcommissie kan niet ambtelijke ondersteuning vanuit het stadskantoor uitnodigen. De auditcommissie nodigt een bestuurder uit en die kan ambtenaren vragen om te ondersteunen, bijvoorbeeld met een presentatie. Ambtelijke bijstand is niet structureel maar met een bepaald doel en valt onder verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris, die een aanvraag zal beoordelen. De voorzitter vindt dit een goed punt om mee te nemen in de overwegingen. De heer Van Woudenberg vindt een opleidingsprogramma voor nieuwe (burger-)raadsleden mooi maar de ervaring leert dat er nogal eens een wisseling is tijdens een raadsperiode. Er moet ook een soort introductie zijn om mensen die er later bij komen op vlieghoogte te brengen. De heer Vos vraagt zich vooral af hoe het samenhangt met het inwerktraject van de raad. De heer Renders antwoordt dat er een opleidingsprogramma voor de auditcommissie is, los van het gezamenlijk inwerkprogramma, de onboarding. De heer Steehouwer vult aan dat BDO bezig is met het opstellen van een raadskompas, waarin raadsleden uit heel Nederland achtergrondinformatie kunnen vinden. Hij zal het melden wanneer dat live is. De voorzitter kan zich herinneren dat er de vorige keer over gesproken is om een continu leerprogramma op te stellen maar als je drie, vier jaar in de auditcommissie zit, is het niet nodig om wederom de basiskennis te krijgen.

Raadslid Van Kastel merkt op dat je niet weet wat je niet weet. De heer Jong zou het belangrijk vinden dat er aandacht besteed wordt aan de geldstromen, wat waar voor bedoeld is en hoe je dat moet interpreteren. De voorzitter veronderstelt dat dit deel uitmaakt van het opleidingsprogramma. Volgende keer zal een besluit worden genomen over dit document. 11. Procesplanning jaarrekening De voorzitter geeft aan dat de planning altijd strak is en de doorlooptijd kort. De deadline die genoemd is, is hard, 19.00 uur op zondag 31 mei is echt de deadline want de heer Renders moet zorgen dat het op maandagochtend bij de ambtelijke organisatie is. Mevrouw Verdaasdonk meent zich te herinneren dat jaarstukken altijd ruim voor de kadernota bij de raad zijn. Waarom zijn de jaarstukken later dan andere jaren? Wethouder Kranenborg antwoordt dat er drie weken geen college is vanwege de meivakantie en 5 mei is op een dinsdag. Mevrouw Verdaasdonk dacht dat begin juli altijd de laatste debatraad is voor de vakantie en de week daarop de voorjaarsnota of kaderbrief. Wethouder Kranenborg antwoordt dat het niet eerder kan maar zal checken of het inderdaad afwijkt. De heer Buhre merkt op dat er wordt gesproken over een training van 100 dagen maar op 31 mei moeten de technische vragen al gesteld zijn. De voorzitter antwoordt dat de p&c-cyclus gewoon door moet lopen.

De heer Renders vult aan dat individueel vragen stellen altijd kan maar het is wel prettig om die zo snel mogelijk zo breed mogelijk te delen. Het is een puzzel om de opleiding van de auditcommissie goed te combineren met het inwerkprogramma. Wellicht kan er een snelcursus jaarrekening lezen komen maar het is plannings-technisch lastig. Er komen ook inloopspreekuren en technische sessies om vragen te stellen. De heer Buhre vraagt of het klopt dat er geen generieke sessies worden ingepland. De heer Renders zal sowieso proberen een sessie in te plannen. Op de planning staat een IB-sessie op 21 mei. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of weten wat een technische vraag is en hoe die gesteld moet worden, eerder in het inwerkprogramma zit. De heer Renders gaat daar wel van uit. Volgende week is er een algemene sessie over de p&c-cyclus en de komende weken zijn er genoeg sessies over instrumenten voor de raad en op welke manier je welke soort vragen kunt stellen. De voorzitter geeft aan dat dit een aparte vorm van technische vragen is, die door de hele fractie ingediend worden. Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 4

De voorzitter schorst de vergadering voor de maaltijd. SCHORSING De voorzitter heropent de vergadering. 11. Reguliere herijking indicatoren De voorzitter wijst erop dat het voor de nieuwe leden handig is om naar de was-wordt-lijst te kijken om te zien welke indicatoren aangepast zijn en op welke manier. Het staat de auditcommissie vrij om nieuwe indicatoren te opperen. Wethouder Kranenborg geeft een korte toelichting op het proces. De auditcommissie mag nieuwe indicatoren bedenken maar ooit waren er heel veel meer indicatoren. Toen zijn we, samen met de auditcommissie, teruggegaan naar iets in de 90. Het is logisch dat er over de tijd nieuwe indicatoren bijkomen omdat we bepaalde beleidsdoelen hebben, omdat we op een andere manier gaan meten of omdat bepaalde verplichte indicatoren er niet meer zijn. Jaarlijks vindt er, in het voorjaar, een ronde van herijking van indicatoren plaats. Het voorstel is om de was-wordt-lijst in de begroting van 2027 en de jaarrekening 2026 te implementeren. Als u er politiek iets van vindt, kunt u altijd een sessie aanvragen of amendementen indienen. Raadslid Van Kastel heeft een vraag over de indicator van de omgevingsvisie die komt te vervallen. De indicator in de begroting loopt gelijk met de indicatoren van de omgevingsvisie zelf.

Moeten we dan op zoek gaan welke dat zijn in de lijst? Mevrouw Dörr antwoordt dat er een plek voor de indicator van de omgevingsvisie is gereserveerd op het moment dat de omgevingsvisie is vastgesteld, in 2021. De omgevingsvisie heeft negen grote hoofddoelstellingen met negen hoofdstukken, waarin per hoofdstuk een aantal indicatoren bijgehouden wordt. Als je die bij elkaar pakt, kan je daar niet één totaal indicator van maken. Dat is een aantal jaren geprobeerd. We monitoren elk van de negen hoofdstukken wel maar je kan het niet optellen en delen en daar één indicator van maken. Dat is de reden waarom de indicator in de p&c-cyclus vervalt maar in de omgevingsvisie zelf wordt gedaan. Raadslid Van Kastel vraagt of dat betekent dat de indicatoren die we hadden niet meer in de p&c-cyclus terug te vinden zijn en dus ook niet in deze lijst. Wanneer krijgen we die dan onder ogen? Mevrouw Dörr antwoordt dat de mensen die over de omgevingsvisie rapporteren daarover gaan. De voorzitter kan zich voorstellen dat het terugkomt bij de jaarstukken en begroting van de gemeenschappelijke regelingen. De heer Van Woudenberg vraagt hoe ervaren discriminatie gemeten wordt. Meestal vermijden we subjectieve dingen. Mevrouw Dörr antwoordt dat dit een nieuwe indicator is, die is toegevoegd op basis van de visie sociaal domein.

Wethouder Kranenborg vult aan dat die zelfs in het beleidskader staat, wat de raad heeft vastgesteld. De heer Van Woudenberg merkt op dat je dingen vaak objectief wil meten; dit gaat om een subjectieve beleving. Wethouder Kranenborg antwoordt dat prima gemeten kan worden hoeveel mensen het zo ervaren hebben. Dat is objectief. Misschien meten we dat met Bo Diversity, die daar een beeld bij hebben. De heer Jong vraagt of bij de indicatoren duidelijk wordt of aanbestedingen niet voldoende zijn of niet goed voldoen. Hij is erachter gekomen dat bij de Wmo de aanbesteding tekort schiet en dat de verantwoordelijkheden niet goed geregeld zijn. De gemeente verwijst naar degene die moet leveren en degene die moet leveren verwijst naar de gemeente. Wethouder Kranenborg antwoordt dat we nu niet zo’n indicator hebben. Over rechtmatigheid wordt gerapporteerd in de jaarrekening. De heer Jong bedoelt dat bij de indicatoren aanbestedingsprocessen zitten, waarbij getoetst wordt of het wel voldoet, dat je iets kan ondernemen als het niet goed loopt. De voorzitter merkt op dat indicatoren een momentopname geven. Als je wil volgen of een partij die door de gemeente gevraagd is om een bepaalde dienst te leveren, dat goed doet, dan heeft de indicator wellicht een signaleringsfunctie. Als we bij de Wmo zien dat de tevredenheid met twee punten naar beneden is gegaan, zou dat een indicatie kunnen zijn.

Een indicator is maar een van de onderdelen als je wil weten of iets niet goed gaat met een aanbesteding. Als u wil weten of een aanbesteding niet goed gaat, zoals vorig jaar bij het leerlingenvervoer, kunt u dat apart vragen, De heer Jong vraagt zich af wat we dan aan de indicatoren hebben. De voorzitter denkt dat indicatoren ervoor zijn om te kunnen ontdekken of het beleid wat ingezet is zorgt voor verbeteringen of bijvoorbeeld minder winkeldiefstallen. Dat soort dingen. Mevrouw Verdaasdonk vraagt wat de status van dit stuk is. Wethouder Kranenborg antwoordt dat dit bij het raadsvoorstel van de berap zit en daar onderdeel van besluitvorming is. Mevrouw Verdaasdonk heeft inhoudelijke vragen maar die zijn dan niet voor hier. Raadslid Van Kastel merkt op dat we verschillende dingen meten als we indicatoren veranderen. Hoe maken we dat in de p&c-cyclus duidelijk? Wethouder Kranenborg antwoordt dat de vervallen of gewijzigde indicatoren niet meer te zien zijn. Raadslid Van Kastel merkt op dat het bij sommige bijvoorbeeld alleen een toevoeging of een wijziging van een woordje is. Begint het dan van 0 af aan? Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 5

Mevrouw Dörr antwoordt dat een wijziging altijd is om het beter, scherper of mooier te maken. We proberen altijd met terugwerkende kracht de cijfers van voorgaande jaren daarop aan te sluiten zodat je geen trendbreuk ziet. Als er wel een trendbreuk is, wordt die benoemd. Raadslid Van Kastel neemt aan dat die voor subjectieve dingen niet mogelijk is. Je kunt iemand bijvoorbeeld niet vragen hoe jouw ervaren discriminatie in 2012 was. Mevrouw Dörr antwoordt dat het in de inwonersenquête kan hebben gestaan maar dat er geen indicator was. De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp nog politiek besproken wordt. 12. Rekenkamer De voorzitter geeft aan dat de rekenkamer zich gaat voorstellen en een korte duiding geven bij het jaarverslag. De heer Oostlander is hier samen met de secretaris en een van de leden. De rekenkamer in Breda bestaat uit drie leden. De rekenkamer wil zoveel mogelijk aanwezig zijn bij belangrijke vergaderingen, zoals de auditcommissie. Ik ben pas in december benoemd als voorzitter van de rekenkamer. Ik heb in meerdere rekenkamers gezeten en ben ook voorzitter van de brancheorganisatie. Ik heb nog nooit in een rekenkamer gezeten met zulke deskundige leden, die een track record hebben in de wereld van onderzoek én in het openbaar bestuur. Het is een leuk team met een super goede secretaris. De griffier noemde de rekenkamer bij de hulptroepen van de raad.

Zo ziet de rekenkamer Breda zichzelf ook. De rekenkamer is van en voor de raad, om de raad te helpen om complexe informatie te duiden, analyseren en er een oordeel aan te verbinden. De rekenkamer is echter geen onderzoeksbureau. De rekenkamer is onafhankelijk, ook ten opzichte van het onderzoek. Als wij iets vervelends willen zeggen over wat het college heeft gedaan, voelen wij geen schroom. Wij zijn ook onafhankelijk ten opzichte van de raad. We luisteren bij onderzoek selectie graag naar wat belangrijke thema’s zijn voor de raad maar kiezen zelf onze onderwerpen. We luisteren wel goed naar wat er leeft en zijn daarom bij veel sessies aanwezig. De rekenkamer is geen accountant maar heeft wel een bevoegdheid op controle van rechtmatigheid maar dit zit eigenlijk op doeltreffendheid en doelmatigheid. Wij schrijven daarover rapporten en soms ook brieven. Ik noem dat zelf zure stukjes over door het college gevoerd beleid. Wij zijn geen afrekenkamer maar willen de stad helpen om beter te worden. We willen jullie adviseren als iets niet goed gaat. Dat zien wij als onze rol. Hoe komen wij tot de onderwerpselectie? We houden een groslijst bij. Als iemand een interessant thema noemt, zetten we dat op de groslijst. We benaderen ook de fracties, door langs te gaan of een bericht te sturen. Wij lopen hier ook rond, fietsen rond, lezen De Stem en andere bladen.

Ik probeer zelf altijd te zoeken naar burgergerichte thema’s. Als inwoner heb je niet zoveel aan onderzoek naar verbonden partijen of inhuur externen maar wel aan waarom wordt de stad zo slecht schoongemaakt of waarom zijn er zoveel ongelukken op die kruisingen. Die helpen de raad om de controlerende taak in te vullen. Mevrouw Langendoen toont op een slide wat de rekenkamer vorig jaar heeft gedaan, zoals brieven over het ravijnjaar en over toegankelijkheid van stemlokalen. Die brieven schrijft de rekenkamer niet op basis van onderzoek maar op basis van kennis, die wij intern hebben of van rekenkamers in den lande krijgen. Daarnaast doen wij zelf onderzoek, bijvoorbeeld naar verbonden partijen is vorig jaar een onderzoek uitgevoerd. De rekenkamer doet 2-3 onderzoeken per jaar. Dat doen we zelf en dan ben ik als secretaris/onderzoeker vaak degene die het uitvoert, of we zetten het uit bij een extern bureau. Op dit moment loopt er een onderzoek naar het woningbouwbeleid, wat extern wordt uitgevoerd door Companen. We zijn zelf bezig met een onderzoek naar algoritmes en doen mee met een landelijk onderzoek naar onderbesteding, waaruit interessante conclusies komen voor Breda. We hopen rond het zomerreces met deze drie producten te komen. Er lopen nu hoor- en wederhoor procedures. De heer Jong heeft onderwerpen aangedragen maar daar niets meer over gehoord.

De heer Oostlander weet niet waarom dit gebeurd is maar belooft dit volgend jaar beter te doen. Mevrouw Langendoen vult aan dat er bij iedere auditcommissie iemand van de rekenkamer aanwezig is en zorgt dat de groslijst op de agenda staat. De rekenkamer neemt de auditcommissie graag serieus bij de onderwerpselectie. Neem de mogelijkheid om ons te bevragen hoe we staan met de onderwerpen en de selectie. De heer Van Stiphout merkt op dat de rekenkamer heel veel suggesties krijgt maar twee of drie onderwerpen per jaar kan doen. Het is best een ingewikkelde afweging. Bevraag ons daarom tussendoor. Op de volgende sheet staat hoe de rekenkamer globaal werkt. Het start met periodiek overleg over de onderzoeksagenda. Dat is eigenlijk de groslijst met onderwerpen, rijp en groen. Daaruit kiezen we een onderwerp door te kijken naar de maatschappelijke meerwaarde, of er misschien risico’s zijn, of er financieel belang is, of de gemeente er ook echt over gaat en naar spreiding over de beleidsterreinen. Veel wordt uitgevoerd door de secretaris/onderzoeker. Soms huren we een gespecialiseerd bureau in maar die begeleiden we wel. Wij formuleren de conclusies en aanbevelingen zodat het passend is voor Breda. We starten een onderzoek altijd met een gesprek in de organisatie, ook om te horen hoe de organisatie erin staat.

Een onderzoek eindigt meestal in een rapport met conclusies en aanbevelingen aan het college maar soms ook aan de raad. De raad beslist wat zij wel of geen verstandige aanbevelingen vinden en nemen die dan over als opdracht aan de raad of aan het college. Het college gaat de aanbevelingen uitvoeren en de raad let op of dat goed gebeurt. We spreken bijvoorbeeld af over zoveel tijd willen we wat horen van het college. Daar zijn allerlei procedures voor. Er is een regeling dat het college jaarlijks moet rapporteren hoe het staat met de aanbevelingen die de rekenkamer heeft gedaan en de raad heeft overgenomen. De griffie doet dat ook, jaarlijks in april. Dat is om ervoor te zorgen dat ons werk ook echt gaat doorwerken. Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 6

Wij zijn er voor jullie, we willen jullie goed bedienen en ondersteunen en dat vergt goed contact. Dat is op drie manieren voor ons belangrijk: procedureel, we hebben af en toe nieuwe leden nodig en een commissie die voorstellen doet voor leden maar ook rationeel, de samenwerking, regelmatig contact om te weten wat jullie willen en om te bespreken hoe wij ons werkt doen. Ten derde inhoudelijk, suggesties voor onderwerpen, om de zoveel tijd een rondje langs alle fracties, via de groslijst maar ook om te kunnen sparren wat voor soort onderzoek verwacht je rond dit onderzoek en wanneer zou je dat willen? En wat voor soort uitkomsten zouden jullie helpen? Dat is een inhoudelijke kant die een beetje op gespannen voet staat met de onafhankelijkheid. De auditcommissie is formeel ons bestuurlijk aanspreekpunt en we willen zoeken hoe dat het beste ingevuld kan worden. Dat gaan we niet vandaag bespreken. Er zijn ook discussies of de auditcommissie wel de meest gepaste sparringpartner voor de rekenkamer is want de auditcommissie focust op de p&c-producten. Er ligt ook ontzettend veel op het bordje van de auditcommissie. We zijn aan het zoeken om ons als rekenkamer opnieuw te positioneren en daar hebben we jullie bij nodig. De meer informele afstemming is voor ons ook fijn. Het is de vraag of de auditcommissie daar het meest geëigende gremium voor is.

De rekenkamer wil daar graag in een van de volgende vergaderingen met de auditcommissie over in gesprek. De heer Jong vraagt of de rekenkamer apolitiek is. De heer Van Stiphout hoopt van wel, in die zin dat de rekenkamer wel politiek gevoelig is maar niet politiek gestuurd wordt. Welke keuzes we voorleggen heeft wel politieke consequenties. De heer Oostlander vult aan dat eigenlijk alles in het leven politiek is. De leden van de rekenkamer van Breda zijn allemaal vanuit de inhoud gekozen maar we hebben het er nooit of een lid van de rekenkamer lid van een politieke partij is. Wij kijken naar de feiten en geven daar weging aan. We proberen het oordeel zo lang mogelijk uit te stellen. Het politiek oordeel is niet aan de rekenkamer maar aan de raad. De heer Jong vroeg dit eigenlijk omdat de auditcommissie apolitiek moet zijn. Als de rekenkamer niet apolitiek is kun je het niet bij de auditcommissie wegleggen. De heer Vos vraagt wanneer er opnieuw een keuze wordt gemaakt, welke onderzoeken er komen. In het stuk staat dat er volgend jaar meer budget is. Komen er dan meer onderzoeken of wordt het een groter onderzoek? Het is inderdaad goed om een langer gesprek te hebben over de samenwerking. De heer Oostlander antwoordt dat het in dit stadium een beetje prematuur is om te zeggen wat de rekenkamer in 2027 gaat doen.

Hij pleit er wel voor om echt planmatig te gaan werken, ook als er straks een hoger budget is. Het is belangrijk om de onderzoeken zorgvuldig in de tijd weg te zetten. Dat betekent dat je al voor het nieuwe jaar begint een jaarprogramma klaar moet hebben. We willen wel proberen om dit jaar nog iets te doen aan verkeersveiligheidsbeleid. Er zijn best veel zware verkeersongevallen in Breda, ook met dodelijke afloop. Ook de boa’s is zo’n onderwerp wat de inwoners interessant vinden. De voorzitter wil gevolg geven aan de oproep die is gedaan. De vraag of de auditcommissie het juiste gremium is, zal door het presidium bepaald moeten worden. Wellicht kan de rekenkamer, met de griffie, nadenken over een logische plek. Dat is aan de rekenkamer om met een voorstel te komen. De voorzitter dankt de rekenkamer voor de heldere introductie en presentatie. 13. Rondvraag en sluiting Er is geen behoefte aan een rondvraag. De voorzitter dankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering.

Notulen auditcommissie d.d. 9 april 2026 Pagina 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16870063/1