N 08022024 Auditcommissie
Tekst van het document
NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 8 februari 2024
Voorzitter: Griffier:
de heer I. Dienjes de heer R. Wiersma
(Burger-)raadsleden:
de heer H. Broere de heer H. Jansen de heer P. Jong mevrouw J. van Lierop de heer R. van Oirschot de heer P. Smans mevrouw L. Cherrabi mevrouw I. Verdaasdonk de heer M. van Woudenberg mevrouw M. Voermans
Portefeuillehouders:
de heer P. Bakker mevrouw C. Kranenborg-van Eerd
Ambtelijke ondersteuning:
mevrouw P. Ramakers mevrouw E. Simons de heer J. Veuger
Vastgesteld in de vergadering van
, voorzitter
, griffier
Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 1
1. Opening De voorzitter heet iedereen welkom. De heer Van Vliet is ziek, wethouder Kranenborg komt wat later en mevrouw Van Son wordt vervangen door mevrouw Cherrabi. 2. Vaststellen agenda De voorzitter stelt vast dat de commissie akkoord gaat met de voorgestelde agenda. 3. Mededelingen 1. De heer Smans deelt mee dat de selectiecommissie voor de Rekenkamerleden een eerste bijeenkomst heeft gehad. Hij gaat ervan uit dat de heer Van Vliet wethouder wordt en niet in deze commissie blijft maar een aanvulling lijkt hem niet nodig. Mevrouw Voermans vult aan dat de heer Van Vliet dat ook voorstelde. 2. De heer Van Oirschot is voorgedragen als bestuurslid van de PvdA in Amsterdam en zal de auditcommissie verlaten. De voorzitter feliciteert hem en wenst hem veel succes. 3. De heer Wiersma deelt mee dat de stuurgroep voor de selectie van een nieuwe accountant inmiddels ter inspiratie vier gemeenten heeft bezocht en daarbij ook kijkt hoe de auditcommissie daar werkt. Hierbij is gebleken dat er meer werk te doen is dan het ambtelijk apparaat aankan voor 16 april, wat de deadline zou zijn. De stuurgroep heeft daarom besloten de datum te verschuiven van januari naar april 2025. Dan is er nog steeds voldoende tijd. Het presidium wordt hier ook over geïnformeerd. 4. De heer Smans deelt mee dat op 30 maart een tweede afspraak is gepland voor de werkgroep Grip op beleidseffecten. 5.
De heer Wiersma deelt mee dat de accountant een sessie over de klimaatbegroting en de duurzaamheidsmonitor heeft aangeboden, samen met het ambtelijk apparaat. Het idee is dat zij een kader schetsen wat we zouden moeten doen met daarnaast wat het college nu doet. Dan krijg je een analyse van de verschillen. Het voorstel is om dit niet binnen de auditcommissie te doen maar in een sessie waarbij ook andere woordvoerders aanwezig kunnen zijn. De commissie gaat akkoord met dit voorstel. 4. Ingekomen stukken 1. Jaarverslag Rekenkamer 2023 Hier zijn geen vragen of opmerkingen over. 2. Aanpak optimalisatie duurzaamheidsindicatoren Wethouder Bakker licht toe dat er veel zaken onder duurzaamheid gevat kunnen worden. Het college wil in de p&c-cyclus beter aansluiten op de beleidsdoelen en de informatiewens van de raad. In dat kader hebben we de duurzaamheidsmonitor in een gecomprimeerde vorm bij de jaarrekening en de klimaatbegroting bij de begroting. Komend jaar wordt de klimaatmonitor aan de jaarstukken toegevoegd. De duurzaamheidsmonitor is ook op sommige punten achterhaald. Een voorbeeld daarvan is het restafval, daar gaat het veel meer om de kwaliteit van het restafval dan om de kilo’s. Het college wil met een voorstel komen, zoals geformuleerd bij de vergaderstukken van vanavond en de auditcommissie een plan voorleggen hoe dat opgenomen gaat worden in de p&c-cyclus.
De vraag is of de auditcommissie met dat proces in kan stemmen. De heer Jansen vraagt of in de planning een vooruitblik in de kadernota wordt opgenomen en eventuele afwijkingen uit de berap. Wethouder Bakker weet niet of dat al lukt in de eerstvolgende fase. Het goed doordenken van de goede indicatoren moet een zorgvuldig traject zijn. De heer Jansen begrijpt dat er tijd nodig is om het goed in te richten. Wethouder Bakker vult aan dat wel uitgewerkt is hoe we het klimaat willen volgen. Dat wordt meteen aangeboden, de andere zaken worden gepland zoals in het voorstel staat. Mevrouw Cherrabi vraagt of er door het voorstel nog iets verandert in de scope van de voormalige duurzaamheidsmonitor en of dit betekent dat we alleen de CO2-uitstoot op kwaliteit gaan monitoren bij de jaarrekening. Wethouder Bakker denkt dat het college bij de komende jaarstukken een goede weergave van de ontwikkelingen op CO2-gebied kan geven. De huidige duurzaamheidsmonitor is te simpel en sluit niet meer aan bij het bestaande beleid. Er wordt de tijd genomen om die goed in te richten. Dat betekent misschien een jaar minder informatie maar betere informatie in het tweede jaar. De heer Smans vraagt of de wethouder kan omschrijven wat het verschil is tussen duurzaamheid en klimaat en wat we in de verschillende monitors gaan zien. In de klimaatmonitor zit ook behoorlijk wat over duurzaamheid.
In welke mate is er een overlapping? Wethouder Bakker ziet klimaat als een deelverzameling van duurzaamheid. Duurzaamheid gaat niet alleen over CO2, ook over biodiversiteit en grondstoffenverbruik en nog meer. Bij klimaat heb je de discussie of je alleen naar CO2 kijkt of ook naar adaptiviteit. De klimaatmonitor in het klimaatplan gaat alleen over CO2. De heer Smans vindt dat er bij klimaat ook een stukje mitigatie en adaptatie hoort. Hij wil de overweging meegeven om te kijken of we naar één product toe kunnen werken. Verder is het voorstel prima. Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 2
Als er nieuw duurzaamheidsbeleid gaat komen, gaat dat dan over alles rondom klimaat en duurzaamheid, dus ook circulariteit? Hoe moet de structuur gezien worden in relatie tot de verschillende producten die voorgesteld worden? Wethouder Bakker heeft al aangegeven dat het college diverse zaken onder duurzaamheid verstaat. Er komt een herijking van VANG, een nota Circulariteit, een kaderrichtlijn Water, een maatlat Klimaatadaptiviteit. Hij wil tegen het licht houden welke indicatoren we hebben en wat we regulier in de begrotingsparagrafen stoppen maar ook wat een overzicht bij de jaarstukken zou kunnen zijn. De klimaatopgave in de zin van CO2 mitigatie is een stuk meer lineairder dan vraagstukken als biodiversiteit. Daar kun je echt maatregelen nemen en vooruitdenken welke impact je kunt verwachten. Bij biodiversiteit en grondstoffenverbruik is dat complexer. Bij indicatoren zie je vaak vijf jaar dezelfde cijfers en heb je snel metingen met een enorme bandbreedte. Mevrouw Verdaasdonk snapt de wens om beter te informeren en bij te sturen naar de toekomst maar de jaarstukken is terugkijken. Zijn die al ingericht op een doorlopende lijn? Wethouder Bakker denkt dat je juist in het verleden moet terugkijken wat er ontwikkeld is en dan kun je van de jaarstukken leren wat je richting de toekomst wil.
Het geheel aan indicatoren moet op orde zijn om effectief naar het beleid te kunnen kijken en erop bij te kunnen sturen. De voorzitter stelt vast dat de auditcommissie akkoord gaat met deze aanpak. De heer Smans hoopt dat de wethouder deze bespreking meeneemt in het vervolg. 5. Notulen van 11 januari 2024 Deze notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 6. Aandachts- en actiepuntenlijst De voorzitter geeft aan dat de heer Jansen een voorstel heeft. De heer Jansen had toegezegd specifiek naar de kadernota en het preadvies jaarstukken te kijken. Het voorstel is om niet alleen intern in Breda te kijken en daarop bij te sturen maar een aantal mensen van buitenaf in te vliegen om wat andere input te geven dan we nu gewend zijn. Dan kan de auditcommissie een stuk maken en aan het college voorleggen zodat we een breed scala van informatie hebben. Hier voeren we al jaren een discussie over en er worden wel kleine stapjes gemaakt. We kunnen contacten uit Almere, Amsterdam en Tilburg vragen om ons te informeren of de accountant vragen om langs een ander beeld dan de controle ernaar te kijken. Dan kunnen we een stuk maken en voorleggen aan het college en daarna aan de raad. Het voorstel is om dit verder uit te werken met de griffie. De heer Smans vraagt of dit over het preadvies of over de jaarstukken gaat.
De heer Jansen antwoordt dat het over het preadvies gaat maar dan gaan de jaarstukken vanzelf veranderen. Het gevolg van een preadvies is verstrekkend dus je moet ook tijd nemen om over de vervolgstappen na te denken. De heer Smans vraagt in welke mate dit overlap heeft met de uitwerking van de motie Grip op beleidseffecten. De heer Jansen denkt dat het enigszins kan overlappen. De grip op beleidseffecten kun je makkelijker en sneller invoeren maar grote ingrepen kun je bij het preadvies meenemen. De heer Smans vindt het op zich prima om iemand van buiten mee te laten kijken, dan kunnen we die informatie misschien in het traject meenemen. De heer Jansen denkt dat we uiteindelijk ook tot de conclusie zouden kunnen komen dat we die twee dingen in elkaar moeten schuiven. De heer Van Oirschot denkt dat het preadvies een hoger abstractieniveau heeft. Het afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld gekeken naar de resultaatbestemming. Als we hier besluiten om ergens dieper op in te gaan en beter onderlegd met stukken naar het college te gaan, omarmt hij de visie van de heer Jansen. In kleinere groepen met externe ondersteuning kunnen we veel sneller tot een gedegen advies komen. De heer Van Woudenberg vindt het een goed voorstel. Het hele jaar door zien we dat budgetten overgeheveld worden en dat zou eigenlijk beperkt moeten zijn. Dat is een aandachtspunt om mee te nemen.
De heer Van Oirschot merkt op dat we nu het middel preadvies bespreken. De heer Jong spreekt nogmaals de hartenwens van 50Plus uit: hou het simpel en begrijpelijk. De voorzitter constateert dat de auditcommissie ermee akkoord gaat dat het voorstel van de heer Jansen met de griffie uitgewerkt en geïnitieerd wordt. 7. Update bedrijfsvoering De update wordt gegeven door mevrouw (Petra) Ramakers, hoofd afdeling Regie Data en Informatie en mevrouw (Evelien) Simons, afdelingshoofd HR. 1. Informatiebeveiliging: aanvallen Mevrouw Ramakers geeft aan dat dit thema ons allen raakt of kan gaan raken. Op de sheet is te zien dat er best veel aanvallen op onze netwerken zijn geweest. Dat zijn aanvallen van buitenaf, waarin mensen mogelijk proberen om ons systeem te infiltreren en daar wat kwaadaardigs mee te doen. Spam is op zich niet kwaadaardig maar kan gevaarlijke bijlagen met zich brengen. Phishing mails geven de interne organisatie soms een heleboel werk. Malware zijn echte aanvallen van buitenaf. Als cookies geaccepteerd worden, kunnen we reclames binnenkrijgen die we liever niet hebben. Tot op heden hebben al deze aanvallen niet tot effecten geleid Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 3
in onze organisatie. We zijn dus goed beveiligd. We staan ongeveer op de derde plek van goed beveiligde gemeenten in Nederland. Het gemiddeld volwassenheidsniveau van Nederlandse gemeenten is 41%, Breda scoort 75%. Wij zijn zo ver omdat we het geluk hadden dat wij op een gegeven moment zelfstandig een aantal ontwikkelingen in gang hebben gezet en daardoor veel professionaliteit op hebben kunnen bouwen, processen op gang gebracht hebben en de technieken goed op orde gebracht hebben. De hele dag worden onze systemen goed in de gaten gehouden met allerlei systemen en door medewerkers. Zodra er iets niet klopt, komt er een melding en gaan de raderen lopen. De heer Jong vraagt of het personeel op de hoogte gehouden wordt van de gevaren. Mevrouw Ramakers antwoordt dat ingezet wordt op processen en techniek maar ook op mensen. De medewerkers worden getraind met een jaarlijkse e-learning. Dat betekent dat je een aantal dingen moet leren en een toets moet maken. Als je de toets niet haalt of niet doet, wordt je systeem afgesloten. De heer Jong vraagt of dit ook voor raadsleden geldt. De heer Piket antwoordt dat de raad een apart domein heeft. Daar gelden dezelfde regels maar er zit wel een schotje tussen om foutjes te voorkomen. Mevrouw Ramakers geeft aan dat een wachtwoord niet altijd voldoende is om de systemen veilig te houden. Daar zijn ook andere dingen voor.
Er is ook een aantal toezichthouders om in de gaten te houden hoe het allemaal gaat. De heer Van Oirschot las in de boardletter dat het klachtensysteem NARIS gebruikt wordt bij de Wmo-stroom maar bij de jeugdwetstroom nog niet. Wordt daar op termijn ook overgegaan op NARIS? Mevrouw Ramakers antwoordt dat dat het geval is. Het is belangrijk om te zorgen dat we goede processen hebben. Elk jaar worden de systemen getest. Er zijn wel 100 typen aanvallen mogelijk. Voor al die aanvallen zijn processen beschreven en iedere collega die een melding ontvangt weet hoe hij die tegen kan houden en wat er te doen staat. De heer Jong vraagt wat de organisatie doet als de stroom uitvalt. Mevrouw Ramakers antwoordt dat er een aantal noodsystemen is, afhankelijk van hoe lang de stroom uitvalt. Als het dagen duurt, wordt gekeken welke processen zeker door moeten gaan. De heer Jong merkt op dat accu’s ook zouden kunnen helpen. Mevrouw Ramakers antwoordt dat er noodgeneratoren zijn. De heer Smans vraagt hoe ermee omgegaan wordt als er toch gehackt wordt want dat is lastig tegen te houden. Mevrouw Ramakers antwoordt dat daar intern een aantal scenario’s voor zijn. Als we het intern niet redden wordt er een bureau ingevlogen wat daar meer ervaring mee heeft. De heer Van Oirschot vraagt of Breda aangesloten is bij Z-CERT. (we zijn aangesloten) Mevrouw Ramakers antwoordt dat dat inderdaad zo is. 2.
Ziekteverzuim Mevrouw Simons laat op een sheet zien dat de cijfers in 2023 iets gedaald zijn ten opzichte van 2022. Dat is minimaal maar dat is de landelijke trend. Het blijft zoeken hoe je het ziekteverzuim onder controle krijgt, niet alleen in Breda, dat zie je ook elders. Er wordt meer gewerkt met casemanagers waardoor je extra effort op verzuimbegeleiding kunt zetten. Het langdurig verzuim is daarmee wel gedaald maar er is ook nieuwe instroom. Er wordt met name aan de preventieve kant gewerkt, bijvoorbeeld in de goede gesprekken. Er wordt veel informatie gegeven op de Mijn balans site. In de nieuwe cao is ook vitaliteitsbeleid opgenomen. Daarnaast is er sinds 1 januari het nieuwe HR-systeem, waarin we proberen met de werkprocessen het verzuimproces op orde te houden. Bij de leidinggevenden is de behoefte om meer te kunnen sturen. Mevrouw Van Lierop vraagt of er bewust wordt ingezet op specifieke doelgroepen binnen de ambtelijke organisatie. De gemeente Breda heeft positieve gezondheid omarmd. Komt dat ook terug in de verzuimbegeleiding? Mevrouw Simons antwoordt dat er uiteraard naar verschillende doelgroepen gekeken wordt. Er wordt weleens gezegd dat een oudere medewerker gevoeliger is om ziek te worden maar je ziet vooral bij jongeren veel mentale problematiek. Ook mantelzorg is een groot thema en de overgang bij vrouwen.
Daar wordt met preventieve maatregelen op ingespeeld. Ook wordt naar het functieniveau gekeken. De organisatie wordt ondersteund door Zorg van de Zaak. Die heeft ook een bedrijfsmaatschappelijk werker en probeert met een zgn. providerboog aan de voorkant van het verzuim te komen. Er is wel degelijk een koppeling met het gezondheidsbeleid en de vertaling daarvan naar het ambtelijk apparaat. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of er ook cijfers zijn waaruit blijkt dat het nieuw verzuim daalt. Mevrouw Simons merkt op dat Breda wel een hoog verzuim heeft maar dat is echt een landelijke trend. Het langdurig verzuim is aangepakt en gedaald maar er is helaas ook weer nieuw langdurig verzuim ontstaan. De heer Jong vraagt of er nog steeds hogere verzuimcijfers zijn bij Afvalservice en in het sociaal domein. Mevrouw Simons antwoordt dat bij Afvalservice de klachten meer op het lichamelijk vlak zitten omdat dit zwaar werk is terwijl je in het sociaal domein meer jongeren ziet met mentale problematiek. De heer Jong vraagt of hier verbetering in zit. Mevrouw Simons antwoordt dat dit niet het geval is. De heer Jansen vraagt wat de trend is waarom er nieuw langdurig verzuim ontstaat ondanks de preventie. Mevrouw Simons antwoordt dat dat de mentale problematiek is. Die proberen we aan de voorkant herkenbaar te maken. We zien een enorme toename bij het bedrijfsmaatschappelijk werk.
De problematiek zit vaak in de Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 4
combinatie werk en privé. Daar kan het bedrijfsmaatschappelijk werk op schakelen om langdurig verzuim te voorkomen. Burn-outklachten is een trend die je na de coronatijd veel tegenkomt. De heer Smans vraagt of er volgend jaar verdiepingsslagen gemaakt kunnen worden in de cijfers. Hij is ook benieuwd hoe het ziekteverzuim in 2023 zich verhoudt tot 2019. En ook hoe het ziekteverzuim zich verhoudt tot de werkdruk. De laatste jaren wordt in de cyclische producten vaak aangegeven dat er te weinig personeel is. Wellicht kunnen er benchmarkgegevens van andere gemeenten opgenomen worden. De heer Jong merkt op dat het uniek is dat Breda bedrijfsmaatschappelijk werk heeft. Mevrouw Simons antwoordt dat dat niet uniek is. Het zit in het contract met Zorg van de Zaak. Er zijn bijna geen bedrijfsartsen meer dus ze moeten wel aan de voorkant investeren. Het management schakelt alleen Zorg van de Zaak in als ze er zelf niet uitkomen of als er specialistische hulp nodig is. 3. Recruitment Mevrouw Simons geeft aan dat Breda een enorme investering heeft gedaan op recruitment, wat eigenlijk een ondergeschoven kindje was. Er is een recruitmentteam opgebouwd om medewerkers meer te gaan binden. Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in de laag teamleiders in relatie tot de werkdruk en de groei van de organisatie. We zijn met verschillende wervingskanalen bezig.
Er is een pilot gedaan met een premie als je een nieuwe medewerker aanbrengt. De pilot is mega goed ontvangen en onlangs definitief gemaakt. Afgelopen jaar zijn er 180 nieuwe medewerkers aangetrokken en 75 vacatures intern vervuld. De heer Van Oirschot vraagt of het bestand van medewerkers toekomstbestendig is en of er een bepaalde oververtegenwoordiging in leeftijdscategorieën is. Mevrouw Simons geeft aan dat dat de vervolgstappen zijn. Met strategische personeelsplanning wordt gekeken wat er nodig is naar de toekomst toe. Moet dat inhuur zijn of moet dat vast personeel zijn? Is het voor een bepaalde taak of is het ter vervanging? Mevrouw Van Lierop merkt op dat het cijfer van 180 nieuwe medewerkers weinig zegt. Wat hebben we het jaar voor de interventie aan kunnen nemen en zien we daadwerkelijk de impuls van de investering? Mevrouw Simons heeft nu geen exacte cijfers maar we hebben vele malen meer vacatures omdat we gegroeid zijn. In de coronatijd was de uitstroom laag, ook landelijk. Nu is de uitstroom weer normaal en we hebben een aantal nieuwe taakgebieden bijgekregen. We zien met name dat de doorlooptijd van vacatures korter is geworden. We kijken ook beter naar diverse wervingskanalen. In 2024 gaan we werken aan de promotie van ons werkgeversmerk. Vanaf 1 januari is de pagina werkenbijbreda live. Die heeft enorm veel hits.
Dat er meer vacatures zijn heeft verschillende oorzaken en redenen. De krapte op de arbeidsmarkt is nog steeds een uitdaging. Daardoor zien we op sommige plekken een afname van het aantal sollicitanten. Vacatures kunnen niet altijd even goed ingevuld worden. Dat zijn zorgen naar de toekomst toe. 4. Inhuur Mevrouw Simons geeft aan dat de toename van de inhuur te maken heeft met de toename van de vacatures. We huren mensen in bij pieken, bij uitval door ziekte en soms vanwege bijzondere expertise. Er is een sheet met een overzicht wat we per afdeling inhuren en op welke onderdelen. Recruitment en Inhuur vallen nu onder een team, waardoor ze meer gezamenlijk werken. Daarnaast is er een opgave vanuit de cao om mensen vanuit inhuur naar een vaste positie te brengen. De heer Jong vraagt of de medezeggenschap ook een keer aan de orde komt en hoe het zit met de arbeidsvoorwaarden waar de medezeggenschap zelf over onderhandelt. Mevrouw Simons wil de commissie daar best een keer over bijpraten maar zou dan graag wat gerichte vragen hebben. De heer Van Oirschot vraagt of er inzicht is in hoeveel mensen van inhuur doorstromen naar vaste functies en waar het gedeelte zit wat kan doorstromen. Mevrouw Simons antwoordt dat daar nog een analyse op moet plaatsvinden. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat er op projecten 5% minder inhuur is.
Is er bekend waarom het daar gelukt is? Mevrouw Simons antwoordt dat de cijfers nog maar net bekend zijn en de analyse nog gemaakt moet worden. De heer Van Oirschot vraagt of elke daling ook een positieve ontwikkeling is. Mevrouw Simons wil er geen waardeoordeel aan hangen maar het is goed om te kijken of het naar de toekomst toe logisch opgebouwd is. De heer Smans merkt op dat de cijfers relatief weinig zeggen omdat je niet weet hoeveel mensen er op een afdeling zitten. Bijvoorbeeld bij Stedelijk Beleid zie je 0-0-17. Mevrouw Simons antwoordt dat Stedelijk Beleid een nieuwe afdeling is. Deze taken werden door andere afdelingen uitgevoerd maar dat zie je niet terug in de cijfers. Mevrouw Cherrabi vraagt of er ook gekeken wordt of de deskundigheid die ingehuurd wordt, ook structureel in huis gebracht kan worden. Mevrouw Simons antwoordt dat dat niet op alle terreinen mogelijk is. Bijvoorbeeld Energietransitie is een redelijk nieuw onderwerp, waar veel inhuur op zit omdat veel gemeenten zitten te azen op mensen die vast in dienst willen. Mevrouw Cherrabi vraagt of die deskundigheden meegenomen worden bij het uitzetten van vacatures. Mevrouw Simons antwoordt dat er eerst geprobeerd wordt iemand voor vast te vinden en als dat niet lukt, wordt het toch een inhuurkracht. Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 5
De vergadering wordt kort geschorst voor de maaltijd. 8. Toelichting uitkering gemeentefonds De heer Veuger kan niet alles tot in detail uitleggen omdat het een complexe materie is. Uit een bericht in Binnenlands Bestuur bleek dat de gemeente Utrecht vanaf 2027 € 40 miljoen minder te besteden heeft dan ze berekend hadden. Daaruit blijkt wel hoe complex het is. De heer Jong vraagt hoe groot de kans is dat wij dezelfde fout maken. De heer Veuger antwoordt dat we, net als veel gemeenten, voor de berekening van ons aandeel in de uitkering gebruikmaken van een externe partij. Die doen de volledige doorrekening en wij doen dat zelf ook. Ons proces is goed op orde en dat soort fouten zou ons niet moeten overkomen. Op een sheet wordt de inkomstenkant van de begroting van Breda getoond. De begroting 2024 gaat over € 865.000.000. Het aandeel van het gemeentefonds is € 454.031.805, dus meer dan de helft. We krijgen van het Rijk drie keer per jaar een berekening en wij mogen op basis van alle indicatoren bepalen wat ons aandeel is. Dat is naar aanleiding van de landelijke Voorjaarsnota, naar aanleiding van de Miljoenennota en naar aanleiding van de Najaarsnota. Uiteraard komen er nog losse momenten bij, bijvoorbeeld als er een landelijk regeerakkoord is. Alles wat we uit het gemeentefonds krijgen is vrij inzetbaar, er zitten geen bestedingsverplichtingen aan.
Dat is voor wettelijke taken maar ook voor eigen beleidskeuzes. De uitkering van het gemeentefonds bestaat uit drie delen: 1. een algemene uitkering, daar wordt door het Rijk geen richting aan meegegeven 2. decentralisatie en integratie uitkeringen, die zijn ‘gelabeld’ door het Rijk maar de gemeente kan nog zelf een keuze maken. 3. de artikel 12-uitkering is een extra uitkering die maar heel weinig gemeenten krijgen omdat ze hogere kosten hebben. Ze moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals 20% boven het gemiddelde OZB-tarief van Nederland zitten. Daarnaast zijn er nog specifieke uitkeringen met een bestedingsverplichting en -doel. Die lopen niet via het gemeentefonds. De heer Jansen vraagt hoe de verhouding tussen de eerste en tweede uitkering is. De heer Veuger antwoordt dat dat ongeveer € 360 miljoen versus € 100 miljoen is. Een sheet toont de tabel met de ongeveer 40 maatstaven die het Rijk hanteert om de uitkering over de gemeenten te verdelen. Bijvoorbeeld de bovenste maatstaven gaan over de WOZ-waarde. Hoe hoger de WOZwaarde in de stad, hoe lager je aandeel in de uitkering is. Als er in Breda een fors aantal meer woningen zou komen en in de rest van Nederland blijft dat gelijk, dan zou Breda recht hebben op een hoger aandeel in de uitkering. Maar omdat de WOZ-waarde dan ook fors hoger is, heeft dat een negatief effect op ons aandeel.
Ook het type inwoners is een basis voor de verdeling. Om de uitkering te kunnen berekenen hebben we ook de uitkeringsfactor nodig, dat is de factor die onder andere gekoppeld is aan de inflatie. De decentralisatie en integratie uitkeringen zijn specifiek gelabeld maar wel vrij te besteden. Deze uitkeringen kennen een looptijd van vijf jaar en daarna verdwijnen ze of worden ze onderdeel van de algemene uitkering. Het Rijk kiest hiervoor omdat ze die anders kunnen verdelen dan de algemene uitkering. Bijvoorbeeld voor de uitkering voor het voorkomen van huiselijk geweld vindt het Rijk dat bepaalde regio’s een hoger bedrag met zich meebrengen. Mevrouw Van Lierop vraagt of daar objectieve criteria aangehangen worden. De heer Veuger antwoordt dat dit altijd goed onderbouwd wordt met objectieve maatstaven. Bij decentralisatie uitkeringen is het ook mogelijk om afspraken met gemeenten te maken. Dat bedrag hoef je dan niet te verantwoorden, het Rijk gaat ervanuit dat de gemeente dat beleid gaat uitvoeren en realiseren. De heer Jong vraagt naar de uitkering voor de boa’s. De heer Veuger antwoordt dat de hoeveelheid en inzet van de boa’s in principe een vrije keuze voor gemeenten is. De bekostiging is onderdeel van de algemene uitkering. Momenteel houden de veranderingen die het Rijk door wil voeren ons erg bezig.
In 2023 is een nieuw model ingevoerd, waarbij het aantal maatstaven van 80 naar 40 werd gebracht. Breda was een voordeel gemeente en heeft daar veel baat bij gehad. In principe zouden we recht hebben op € 23 miljoen per jaar of € 123 per inwoner maar het Rijk heeft besloten om de herverdeling niet in één keer door te voeren maar stapsgewijs met € 12,50 per jaar. Dat is dus een groot verschil. Het Rijk gaat uiterlijk in 2025 evalueren en dan wordt duidelijk hoe het verdeelmodel verder gaat plaatsvinden. Tot en met 2025 hanteert het Rijk het ‘trap op, trap af’ systeem. Als het Rijk meer uitgeeft, stijgt ook de omvang van het gemeentefonds en de provincie uitkeringen. Daar stappen ze in 2026 van af en dat merken we in het meerjarenperspectief. Ook de opschalingskorting wordt weer actief. Die is jaren geleden ingevoerd omdat gemeenten zouden kunnen fuseren. Dat is niet doorgegaan maar de korting is blijven bestaan. Vanaf 2026 krijgen gemeenten € 3 miljard minder maar dat is onderwerp van gesprek zolang er geen landelijk regeerakkoord is. Het aandeel van de gemeente Breda is ongeveer 1% dus dat gaat al gauw over € 30 miljoen wat Breda minder krijgt in 2026. Daarnaast gaat het Rijk vanaf 2027 anders indexeren. Het voornemen is om te indexeren op de gemiddelde indexatie van de afgelopen acht jaar. In de huidige tijd is dat indexatiecijfer veel lager dan de werkelijke prijsstijgingen.
De gemeenten vinden dat ze daardoor te weinig geld krijgen. Op de korte termijn brengt dat niet de stabiliteit met zich mee die het Rijk voor ogen heeft. Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 6
De volgende sheet geeft inzicht in alle veranderingen en wisselingen. Met dit soort zaken is het lastig om de gemeente financiën te voorspellen. De voorzitter merkt op dat we fors meer uitkering krijgen als het aantal inwoners stijgt, mits andere gemeenten gelijk blijven. Maar als dat niet zo is? De heer Veuger wilde daarmee aangeven dat het inwoneraantal één maatstaf is in de verdeling. Als wij groeien krijgen we een hoger aandeel dan gemeenten die niet groeien. Als andere gemeenten met hetzelfde percentage groeien, heeft dat geen invloed. De voorzitter vraagt wat de nieuwe systematiek voor invloed heeft op onze ambities. De heer Veuger antwoordt dat we voor onze ambities fors minder geld zullen krijgen. Wethouder Kranenborg vult aan dat dit precies het onderwerp van gesprek is bij de cyclische producten, waarbij gezegd is dat het onder de streep 0 moet zijn. De heer Jansen merkt op dat de organisatie de berekening maakt en een bedrijf inhuurt en het Rijk maakt berekeningen. Waarom moeten er drie rekenmeesters aan rekenen? De heer Veuger antwoordt dat deze externe partij daar een model voor ontwikkeld heeft. Dat kost geen bakken met geld. Het Rijk maakt een berekening voor het geld wat ze aan ons over moeten maken. In de eerste week van het jaar krijgen we een overzicht en ze betalen in 50 weken de uitkering uit.
De heer Jong vraagt of de bijstandsuitkeringen en de Wmo in de algemene uitkering zitten en of daar een rekenmodel voor is. De heer Veuger antwoordt dat de BUIG-uitkeringen, dus de inkomensvoorzieningen, niet via een specifiek verdeelmodel lopen. Daar wordt gewerkt met een voorlopig budget, een nader budget en een definitief budget. De uitkeringen voor de Wmo lopen via het gemeentefonds. De heer Jong vraagt of die dekkend zijn. De heer Veuger antwoordt dat dit binnenkort in de jaarrekening 2023 te zien is. De heer Van Oirschot vraagt of het Rijk de korting op de WOZ-waarde automatisch berekent of het afhankelijk is van de opbrengsten die uit de WOZ gehaald worden. De heer Veuger antwoordt dat dit puur gebaseerd is op de maatstaf WOZ. Daar wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Dat is onafhankelijk van wat we als Breda als WOZ-percentage koppelen aan de WOZ-waarde. Mevrouw Verdaasdonk vraagt wat het moment is waarop landelijk nog een besluit genomen kan worden, waardoor we een ander scenario ingaan dan nu. De heer Veuger denkt dat het Rijk niets gaat veranderen totdat er meer duidelijkheid is over het regeerakkoord. De heer Smans vraagt of er inzicht is in wat we meer en wat we minder gaan krijgen. De heer Veuger antwoordt dat we afhankelijk zijn van de keuzes die het Rijk gaat maken.
De € 3 miljard gaan we nooit gecompenseerd krijgen met de herverdeling en de fors stijgende prijzen niet met de indexatie. De circulaires zijn verwerkt in de begrotingen. De heer Smans heeft berekend dat we ongeveer € 170 miljoen extra hebben gekregen in de afgelopen vier jaren. Dat is meer dan we straks minder gaan krijgen. De heer Veuger antwoordt dat dat klopt maar daar moet je de indexaties van de afgelopen jaren afhalen. Die zijn erg hoog geweest. De heer Smans merkt op dat we ons eigen indexatiepercentage van 2,9% hanteren en voor de rest moet de bestaande bedrijfsvoering het doen met de middelen die we beschikbaar stellen. De heer Veuger merkt op dat die gesprekken bij de circulaires gevoerd zijn en daar is de conclusie uitgekomen dat wij gemiddeld genomen lager indexeren dan het Rijk toepast. Het college stelt wel een aanvullend bedrag beschikbaar als er echt meer middelen nodig zijn dan de indexatie. De heer Van Woudenberg vraagt of er een moment is om hier meer duidelijkheid over te krijgen. De heer Veuger antwoordt dat het college bij ieder cyclisch product de informatie over de financiële situatie geeft zoals die op dat moment bekend is. Het eerstvolgend cyclisch product is de jaarrekening. De voorzitter maakt van de gelegenheid gebruik om de nieuwe concerncontroller voor te stellen. Jolanda van der Wardt is drie weken geleden begonnen als concerncontroller.
Zij heeft onder andere bij de gemeente Zaanstad en de gemeente Wijk bij Duurstede gewerkt en heeft een achtergrond met name in economie, controlling en organisatieontwikkeling. Zij is de eerste drie weken hartelijk ontvangen binnen de organisatie en heeft er veel zin in. De voorzitter heet haar van harte welkom en wenst haar veel succes. 9. Kaders voor de kadernota De heer Van Oirschot heeft een voorstel geschreven. De heer Smans kan zich in grote lijnen vinden in dit stuk en ook in de reactie van de wethouder. D66 zou graag een visie toegevoegd zien, wat willen we als Breda voor een stad zijn. Een lange termijnvisie om de algemene beschouwingen aan te koppelen. De heer Jansen merkt op dat de raad al een aantal visies heeft vastgesteld. De heer Smans vindt dat wat we voor stad willen zijn voor de middellange en de lange termijn een kapstok kan zijn voor de algemene beschouwingen. D66 wil graag een breder verhaal dan alleen losse individuele beleidsimpulsen. Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 7
Mevrouw Cherrabi vraagt of er ook nagedacht is over een blik vooruit naar de financiële toekomst. Op basis waarvan kiezen we voor een sluitende begroting, meer sparen of juist meer investeren en wat zijn de risico’s van die keuze? De heer Van Oirschot antwoordt dat het niet de bedoeling is om een pre-begroting te maken maar kijken of er specifieke zaken zijn waar we risico’s lopen of kansen zien vanuit de paragrafen in de cyclische producten, met een duiding daarop. De voorzitter vraagt hoe de auditcommissie hiermee verder wil gaan. De heer Van Oirschot vraagt of de wethouder het mogelijk vindt om die kansen en risico’s mee te nemen in de kadernota, als het geen pre-begroting hoeft te worden. Wethouder Kranenborg vindt het een worsteling tussen abstract en het niveau waar de heer Smans over spreekt. Het college is ook echt van plan om in de kadernota de trends te signaleren en aan te geven wat dat betekent voor onze stad. Vandaar ook de indeling zoals we die in de begroting hebben. Het college is niet onwillig maar zoekt naar het juiste abstractieniveau. Er zal bijvoorbeeld aandacht zijn voor Jeugd maar een soort risicoanalyse daarop kan niet de bedoeling zijn. De heer Van Oirschot had een abstractieniveau voor ogen in de zin van aanstippen dat er een hervormingsagenda komt. Mevrouw Verdaasdonk wil graag horen hoe de wethouder ertegenaan kijkt.
De werkgroep heeft in het overleg gezegd dat het geen 100 pagina’s moet worden maar de raad wil ook niet verrast worden met informatie die er eigenlijk al lag. Wethouder Kranenborg merkt op dat het wel goed opgeschreven moet worden omdat het doorvertaald wordt naar de verordening. We begrijpen elkaar nu prima maar over een aantal jaar kan er verschil van inzicht ontstaan. Mevrouw Verdaasdonk zal de motie opstellen aangezien de andere leden van de werkgroep dit gremium verlaten. Ze zal dit in goed overleg met de wethouder doen zodat het zo concreet en duidelijk mogelijk omschreven staat en ook in de toekomst nog begrepen wordt. 10. Nieuwe ontwikkelingen BBV Wethouder Kranenborg merkt op dat er niet gevraagd is om dit agendapunt voor te bereiden. De heer Wiersma merkt op dat duidelijk gecommuniceerd is dat dit bij de ambtelijke ondersteuning lag en niet bij de griffie. De heer Veuger vraagt zich af wat hiervan de toegevoegde waarde is. De heer Jansen kan zich voorstellen dat het goed is om hier te weten wat de consequenties zijn als de hele begroting op zijn kop moet. Wethouder Kranenborg stelt voor om eerst de behoefte te inventariseren. De heer Van Oirschot heeft twee links, een voor een basistraining BBV en een e-learning over de gemeentefonds uitkering van de VNG.
Mevrouw Verdaasdonk vraagt of het onderwerp terug kan komen in de auditcommissie zodra duidelijk is wat Breda zou moeten veranderen aan de cyclische producten. Wethouder Kranenborg vindt dat een prima idee maar het uitgangspunt is dat zolang we voldoen aan de BBV, hoeven we het er niet over te hebben. De heer Smans hoort het graag tijdig als uit de wijzigingen blijkt dat de hele jaarrekening op zijn kop gaat maar vindt het niet nodig als de wijzigingen niet zo relevant zijn en weinig impact hebben. De heer Jansen geeft als voorbeeld dat een aantal jaar geleden de berekeningen voor het Grondbedrijf anders moesten. Dat had impact op de begroting. Dat soort dingen zou hij graag horen. 11. Rondvraag Wethouder Kranenborg heeft vorige jaar de wens geuit om in gesprek te gaan over de financiële kengetallen. Het college heeft deze wens nog steeds maar heeft teruggekregen dat die behoefte niet zo leeft in de auditcommissie. Het college wil graag eerst met een presentatie komen om daarna het gesprek te kunnen voeren over de wenselijkheid van kengetallen over de financiële positie. De heer Smans vindt het prima om het daar over te hebben en zou daar graag een onafhankelijk extern persoon bij betrekken en het bespreken in een sessie van het Bredaas beRaad, om de toegankelijkheid te vergroten.
Wethouder Kranenborg zou het in eerste instantie gaat als dialoog willen doen en die is weg als het een politieke sessie wordt. Het tijdstip van het Bredaas beRaad is wel helemaal goed en iedereen is welkom op de publieke tribune. Ze vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van een extern persoon bij deze dialoog. De heer Smans vindt het goed om de dialoog aan te gaan maar de financiële kengetallen kunnen politiek gevoelig zijn en daarom zou het prettig zijn als een onafhankelijk persoon daar wat beschouwingen over kan geven. De heer Van Oirschot wil wel nadenken over een extern persoon maar heeft die wens nu niet. Hij wil het graag in de auditcommissie bespreken en doet de oproep om jezelf dan goed in te lezen en voor te bereiden zodat termen als solvabiliteit niet in de sessie uitgelegd hoeven te worden. De voorzitter vindt dat inderdaad een goed streven. Mevrouw Verdaasdonk heeft er moeite mee als het in een sessieblok wordt gegoten omdat het dan voor kleine fracties moeilijk is om woordvoerders af te vaardigen. Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 8
De voorzitter merkt dat er de behoefte is om hier het gesprek over te voeren maar niet tijdens het Bredaas beRaad en ook met een extern persoon om de politieke gevoeligheid eruit te bannen. De heer Van Oirschot zegt ja tegen de dialoog en in eerste instantie nee tegen een extern persoon. De heer Van Woudenberg kan zich wel vinden in een extern persoon. Mevrouw Cherrabi denkt dat het goed is om het gesprek hier te voeren en eventueel in een latere tranche met andere geïnteresseerden. Het is belangrijk dat hier eerst de basis goed op tafel ligt en niet met externen erbij. De voorzitter concludeert dat de auditcommissie openstaat voor het gesprek, zonder externen. De voorzitter dankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering.
Notulen auditcommissie d.d. 8 februari 2024 Pagina 9