CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

N 07112024 Auditcommissie

gemeenteraad 4 december 2024, gemeente BredaBij agendapunt: Notulen auditcommissie 07 11 20245.798 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 7 november 2024

Voorzitter: Griffier:

de heer H. Jansen de heer R. Wiersma

(Burger-)raadsleden:

mevrouw M. Wulffraat Mevrouw L. van Kelle mevrouw I. Verdaasdonk de heer M. van Woudenberg mevrouw M. Peereboom de heer P. Jong de heer I. Dienjes mevrouw L. Cherrabi de heer I. Gesink de heer T. Schonis de heer H. Broere mevrouw L. van Kelle de heer I. Dienjes

Portefeuillehouders:

de heer P. Bakker mevrouw C. Kranenborg-van Eerd

PwC:

de heer D. van Boxtel mevrouw M. Koedijk de heer A.E. Gerritsma

Rekenkamer:

de heer P. Oskam de heer V. van Stipdonk de heer A. van Dijk

Ambtelijke ondersteuning:

de heer J. Veuger mevrouw E. Simons

Vastgesteld in de vergadering van

, voorzitter

, griffier

Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 1

1. Opening De voorzitter heet iedereen van harte welkom, speciaal de leden van de Rekenkamer en de accountants van PwC. 2. Vaststellen agenda De voorzitter stelt vast dat de aanwezigen akkoord gaan met de voorgestelde agenda. 3. Mededelingen a. Update werving huisaccountant De heer Wiersma geeft aan dat het programma van eisen vastgesteld is door de raad. Vervolgens zijn er informatiesessies voor geïnteresseerde accountants georganiseerd. Zo’n sessie was experimenteel in het land maar is heel goed bevallen. Ze kunnen we niets aan ontlenen. Vier kantoren hebben de sessie bezocht, het is nog niet bekend of ze alle vier gaan inschrijven. Er zijn 120 vragen gesteld, die voor een groot deel gingen over een afwijking van de gemeentelijke voorwaarden omdat in hun sector andere eisen worden gesteld. We zijn nu aan het afwegen om die eisen over te nemen. Een voorbeeld van die voorwaarden is dat wij de factuur niet zouden hoeven betalen als zij een verklaring afgeven waar wij het niet mee eens zijn. Er volgt een tweede ronde in december. b. Update werving leden Ombudscommissie De heer Wiersma geeft aan dat het benoemen van de Ombudsman een taak van de auditcommissie was. Mevrouw Verdaasdonk (SP) heeft opgemerkt dat het besluiten of er aangesloten wordt bij de landelijke Ombudsman of een lokale commissie inrichten een politieke kwestie is.

De heer Piket heeft een voorstel voor de raad geschreven met de cruciale vraag of we lokaal en nationaal gaan. Het contract verloopt formeel op 1 januari 2025 maar het gaat gewoon door zodat we dit op een nette manier kunnen doen. c. Mededelingen van het college Het college heeft op dit moment geen mededelingen. 4. Ingekomen stukken Er zijn op dit moment geen ingekomen stukken. 5. Notulen van 5 september 2024 In het verslag staat dat het helemaal mis ging bij de BBB, dat moet zijn BWB. Met deze aanpassing wordt het verslag goedgekeurd, met dank aan de notuliste. 6. Aandachts- en actiepuntenlijst Het overzicht wordt zonder opmerkingen vastgesteld. 7. Bedrijfsvoering – presentatie namens het college Wethouder Bakker vindt dit, na de recente sessies over bedrijfsvoering, een goede gelegenheid om de auditcommissie bij te praten over een aantal zaken. De heer Veuger is directeur Bedrijfsvoering en Dienstverlening. Hij geeft aan dat diverse onderwerpen de afgelopen tijd in de sessies en de informatiemarkt aan bod zijn geweest. Daarnaast heeft de gemeentesecretaris een presentatie gegeven over de ontwikkeling FIT, professionalisering binnen de organisatie. De presentatie wordt gegeven door mevrouw Simons, afdelingshoofd HR. Zij zouden voor de volgende presentatie graag weten aan welke informatie de auditcommissie behoefte heeft.

Mevrouw Simons geeft aan dat sommige cijfers uit de presentatie van februari terugkomen omdat er nog geen nieuwe jaarcijfers zijn. HR doet veel binnen de organisatie, van strategisch beleid tot en met salarisadministratie. De cijfers over het aantal medewerkers en het personeelsverloop in 2023 zijn niet vergeleken met andere gemeenten omdat we in Breda nog veel zelf doen. Bij andere cijfers staan wel cijfers uit de benchmark van het A&O-fonds. Bij de bezetting per leeftijd zie je dat die in Breda veel overeenkomen met andere 100.000+-gemeenten. Het aantal nieuwe medewerkers, gaat echt over de nieuwe medewerkers en niet de mensen die intern een andere functie hebben gekregen. Daar zie je dat we iets meer instroom hebben dan andere 100.000+gemeenten. We hebben ook wat meer medewerkers van 45 jaar en ouder aangenomen. Het ziekteverzuim is landelijk opgelopen na de coronatijd, dat zie je ook in Breda. Landelijk is er een trend dat het psychisch verzuim is toegenomen. Met name bij jongeren zie je veel burn-outklachten. In Breda ligt het verzuim iets boven het gemiddelde en is er meer langdurig verzuim. Dat is wel iets afgenomen ten opzichte van 2022. De heer Dienjes vraagt welke maatregelen daarvoor hebben gezorgd. Mevrouw Simons antwoordt dat er, in samenwerking met de Arbodienstverlener, meer ingezet is op preventie.

We werken met casemanagers die de leidinggevenden helpen de medewerker te begeleiden. De casemanagers kennen alle stappen van de Wet Verbeterde Poortwachter. Daarnaast is er ook ingezet op bedrijfsmaatschappelijke hulpverlening. De heer Dienjes stelt dat langdurig ziekteverzuim vaak het gevolg is van veel kort ziekteverzuim. Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 2

Mevrouw Simons is het daar niet helemaal mee eens, langdurig verzuim komt soms wel na kort ziekteverzuim maar wat je met name ziet is dat de werkdruk te hoog is of de balans werk-privé niet goed, of iemand werkt aan een taak die niet fijn is. Er zijn ook medewerkers die echt iets ernstigs onder de leden hebben. Mevrouw Wulffraat vraagt of er ook zicht is op de redenen van uitstroom. Mevrouw Simons antwoordt dat de leidinggevenden met de medewerker een exitgesprek heeft maar vorig jaar heeft HR ook exitgesprekken gedaan om te kijken of er een rode draad is. De reden voor uitstroom is heel verschillend. In de coronatijd was de uitstroom, ook landelijk, laag en daarna wat hoger. De uitstroom vanwege pensioen is hoog. We zien ook wel dat mensen snel weer weg gaan omdat ze hun weg bij de gemeente niet kunnen vinden. Er wordt nu actie ingezet om dat te voorkomen. Dat is de rode draad die HR uit de exitgesprekken heeft gehaald. Mevrouw Van Kelle merkt op dat het ziekteverzuim alleen afgezet is tegen andere grote gemeenten. Is er een groot verschil met kleinere gemeenten? Mevrouw Simons weet dat het niet zoveel zin heeft om met kleine gemeenten te vergelijken maar kleine gemeenten hebben wel meer moeite om hun vacatures in te vullen. De heer Gesink merkt op dat de instroom minus uitstroom best flink is met 9%.

Is dat indicatief voor een structurele groei en waarin zit die met name? Mevrouw Simons antwoordt dat er wel een groei in de organisatie is, met name door het aantal taken wat we erbij hebben gekregen vanuit het Rijk, bijvoorbeeld de energietransitie. De heer Broere vraagt of HR preventieve maatregelen tegen burn-out bespreekt met leidinggevenden. Mevrouw Simons antwoordt dat daar actief op ingezet wordt. We proberen handvaten te geven voor het herkennen van burn-outklachten zodat de leidinggevende het goede gesprek met de medewerker kan voeren. Met de zorgaanbieder hebben we een zgn. preventieboog die handvaten biedt die we kunnen aanreiken aan de medewerker. De heer Broere vraagt of de leidinggevende ook gesprekken krijgen om signalen te herkennen. Mevrouw Simons antwoordt dat er verzuimtrainingen worden gegeven en er is de laatste jaren veel geïnvesteerd in het vroegtijdig herkennen van signalen. De heer Jong merkt op dat het ziekteverzuim ook bij de ondernemingsraad thuishoort maar daar staat niets over in deze presentatie. Mevrouw Simons antwoordt dat deze onderwerpen met de OR besproken worden in het maandelijks overleg met de gemeentesecretaris als WOR-bestuurder. De arbeidsvoorwaardelijke kant wordt besproken met de vakbonden in het Lokaal Overleg. De heer Jong vraagt of de raad ook te horen krijgt wat die ervan vinden.

De voorzitter merkt op dat de raad de bedrijfsvoering in handen van het college heeft gelegd. De auditcommissie is enkele jaren geleden wel in gesprek geweest met de OR en als daar behoefte aan is, kan dat weer een keer geagendeerd worden. Mevrouw Simons geeft aan dat het gemiddeld salaris in Breda iets lager ligt dan het gemiddelde van de 100.000+-gemeenten omdat wij een gemeente zijn die nog veel zelf doet. De medewerkers bij de uitvoerende diensten hebben een lagere salarisschaal, wat het gemiddelde naar beneden trekt. De heer Dienjes (LPF) zou hier bij een volgende presentatie graag een dimensie per domein toegevoegd zien en ook bij de fte’s. Mevrouw Simons antwoordt dat dat kan maar dat moet wel voorbereid worden. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of het schoonmaakpersoneel in dienst is van de gemeente Breda. Mevrouw Simons antwoordt dat de benchmark gaat over de mensen die onder de cao Gemeenten vallen. ATEA is geïntegreerd in de organisatie maar heeft andere cao’s. In de praktijk zijn de cijfers van de doelgroepmedewerkers totaal anders. Met de inrichting van het nieuwe personeelsinformatiesysteem kunnen richting 2025 allerlei dashboards gebouwd worden. In de cijfers van vandaag zit voormalig ATEA niet in. De voorzitter concludeert dat we dan in feite meer personeel hebben en vraagt of volgende keer dan aangegeven kan worden hoeveel het totaal aantal personeelsleden is.

Mevrouw Simons hoopt volgend jaar de nieuwe dashboards te kunnen presenteren maar nog niet in het begin van het jaar. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of de man-vrouwverdeling in de salarissen in de toekomst ook meegenomen kan worden. Mevrouw Simons antwoordt dat dat soort dingen gefilterd kunnen worden als de data beter te analyseren zijn. We zijn gestart met een recruitment team, wat zich bezighoudt met vacatures, invulling en arbeidsmarktcommunicatie. Daar bouwen we aan een zgn. werkgeversmerk. De slogan “jouw karakter maakt Breda” is te zien op posters en billboards in de stad. De LinkedIn pagina’s zijn verbeterd en er is een nieuwe website Werken bij Breda. Voor moeilijk vervulbare vacatures worden video’s en ander materiaal gemaakt. Daaraan gekoppeld zijn ook de zgn. aanbrengpremies, wanneer medewerkers iemand aandragen voor een vacature. Tot 1 november zijn er dit jaar 45 aanbrengpremies uitgekeerd. We zijn begonnen met een pilot, die, in overleg met de OR, omgezet is naar een definitieve regeling waarbij medewerkers een premie van € 500 krijgen. Tot 1 november dit jaar zijn er 388 vacatures geweest, exclusief inhuur. De heer Gesink vraagt of de 46 vacatures op de sheet eerst geen inhuur waren maar wel inhuur zijn geworden. Mevrouw Simons antwoordt dat er aan de voorkant gekeken wordt of een functie structureel is of tijdelijk ingevuld moet worden.

Sommige vacatures gaan dan rechtstreeks naar inhuur, bijvoorbeeld omdat het Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 3

vervanging voor ziekte of zwangerschapsverlof is. Van de 388 vacatures waarvan aan de voorkant bedacht was dat die structureel ingevuld zouden worden, zijn er 46 toch met inhuur ingevuld. De heer Dienjes heeft bij andere gemeenten gezien dat mensen vertrekken en zichzelf dan verhuren en terugkomen. Mevrouw Simons komt daar nog op terug. Mevrouw Van Kelle merkt op dat er in de begroting 2025 in de breedte wordt teruggeschaald op communicatie. Geldt dat ook voor de arbeidsmarktcommunicatie? Mevrouw Simons antwoordt dat die gehandhaafd blijft omdat we te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Tot november zijn er 292 nieuwe medewerkers in dienst getreden, waarvan 87 interne sollicitanten waren en 205 externe. De voorzitter concludeert dat een of de vijf vacatures intern opgelost is. Mevrouw Simons neemt deze formulering mee voor de volgende presentaties. De heer Jong vraagt of die medewerkers dan ook een proeftijd van een jaar hebben en of bekend is hoeveel medewerkers de vaste aanstelling niet halen. Mevrouw Simons antwoordt dat medewerkers inderdaad een tijdelijke aanstelling voor een jaar krijgen maar ze moeten wel heel slecht functioneren, wil het contract niet omgezet worden naar vast. De heer Veuger vult aan dat het bij de gemeente Breda ook wel gebeurt dat een contract niet verlengd wordt maar het overgrote deel vervult de functie goed en komt in vaste dienst.

Mevrouw Simons geeft aan dat Breda minder inhuur heeft dan andere 100.000+-gemeenten. Er is een overzicht gemaakt van de redenen van inhuur. De heer Van Woudenberg merkt op dat de totalen in de kolommen niet kloppen. Mevrouw Simons neemt dat mee terug. Mogelijk komt er een aangepaste sheet. De heer Dienjes merkt op dat je bij gemeenten, en ook in andere sectoren, ziet dat medewerkers vertrekken en zich dan verhuren als zzp’er en zo terugkomen. Mevrouw Simons antwoordt dat dit niet mag maar de wetgeving wordt ook aangescherpt en de belastingdienst gaat veel strikter controleren. Als we meer datagestuurd gaan werken, hebben we daar ook meer zicht op. De heer Van Woudenberg ziet dat er bijvoorbeeld bij Parkeerbedrijf 22 inhuur zijn en 21 bij stadsingenieurs. Is het ook mogelijk om inzicht te krijgen in de salarisverschillen? Mevrouw Simons zal volgende keer een tabel laten maken waar de kosten aan gekoppeld zijn. De heer Dienjes zou graag de salarissen van de inhuur willen zien. Mevrouw Simons heeft die vraag genoteerd. De heer Van Woudenberg vraagt aan welke functies hij moet denken bij Participatie. De heer Veuger antwoordt dat dit gaat over de afdeling Werk en Inkomen dus alles op het gebied van toekenning van bijstand en dergelijke. Dat valt in de organisatie onder de keten Participatie.

De heer Van Woudenberg merkt op dat bij de reden van inhuur voor meer van de helft staat “vacatureruimte vervangen”. Kan dat toegelicht worden? Mevrouw Simons antwoordt dat er best vaak iemand ingehuurd wordt omdat we nog niet zo goed weten wat er met dat taakveld gebeurt, ook in relatie tot de bezuinigingsopgave maar het werk wat er ligt moet wel gedaan worden. Er wordt steeds gekeken hoe we het slimmer kunnen doen. De heer Van Woudenberg merkt op dat het ziekteverzuim 8% is. Dat is best veel. Wanneer wordt dan iemand ingehuurd? Mevrouw Simons antwoordt dat de leidinggevende een afweging maakt in het kader van het werk wat er ligt. De exacte cijfers van het ziekteverzuim in 2024 zijn nog niet bekend maar je ziet wel dat het een beetje gestegen is. De heer Jong vraagt wat er gedaan wordt om de stukken voor de raad begrijpelijker, leesbaarder en korter te maken. De voorzitter geeft aan dat die vraag ook meegenomen wordt. Als er nog vragen zijn, ook na het bekijken van de presentatie, kunnen die via de griffie doorgegeven worden. De voorzitter schorst de vergadering voor de maaltijd en heet na de schorsing de heer Gerritsma van harte welkom. Vorige keer is al aangegeven dat er binnen PwC een overdracht heeft plaatsgevonden. Hij richt het woord tot de heer Gerritsma: Zeven jaar geleden hebben we voor het eerst kennis gemaakt.

De eerste twee jaren was de raad niet heel blij met PwC en zijn er gevechten gevoerd over het meerwerk. Je moest wel bewijzen dat dat terecht was. Dat is in goed vaarwater terecht gekomen en mede dankzij PwC zijn er heel wat verbeterpunten in de organisatie gekomen. Dat is in ieder geval door de inspanningen van jou en jouw team. Wij snappen dat er binnen PwC na zeven jaar stokjes overgedragen moeten worden en zijn blij dat de heer Van Boxtel dit stokje heeft overgenomen. We gaan met een gerust hart verder maar willen jou toch, namens het college, het ambtelijk apparaat en de auditcommissie iets overhandigen als dank. Als wij een beroep op je deden was je ook in de avonduren hier. Daarom ook iets voor het thuisfront wat jou zo dikwijls heeft moeten missen. De heer Gerritsma dankt de voorzitter voor de mooie woorden. Hij wil niet weglopen zonder gezegd te hebben hoe prettig het samenwerken was met deze auditcommissie. Ook het functioneren van de accountant moest geëvalueerd worden in deze auditcommissie en daar kregen wij ook wat verbeterpunten mee. Dat was een teken hoe goed de samenwerking was. Ik gebruik hoe deze auditcommissie functioneert regelmatig als voorbeeld bij andere gemeenten. Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 4

Het staat nu eenmaal in onze verordening dat je na zeven jaar afscheid moet nemen. Dat doe ik met pijn in het hart maar ik weet ook dat er twee collega’s zijn die het prima kunnen overpakken en jullie op eenzelfde manier de kwaliteit van PwC kunnen laten ervaren. Dank voor de attenties en ik wens u veel succes in de komende periode. 8. Risicomanagement – presentatie door PwC De voorzitter geeft aan dat er af en toe een onderwerp op de agenda wordt gezet om de commissie wat meer informatie te verstrekken. De accountant is bereid gevonden iets te vertellen over risicomanagement. De heer Van Boxtel is inmiddels tekenend accountant van de gemeente Breda en wil de goede samenwerking voortzetten. We hebben aan de vraag voor meer informatie over risicomanagement invulling gegeven door de begroting 2025 centraal te zetten, gelinkt aan het thema risicomanagement. Martine Koedijk is de partner die advies geeft aan de raad en we gaan daar komend jaar op bepaalde thema’s onze zienswijze en kennis delen. Mevrouw Koedijk is partner bij PwC en ook sectorvoorzitter Lokale overheden, zij is in brede zin verantwoordelijk voor de dienstverlening aan gemeenten en provincies. Zij controleert sommige gemeenten zelf maar haar belangrijkste rol is om de raad in positie te brengen en met de raad in gesprek te gaan over relevante thema’s.

Vanuit haar vorige baan als gemeente-accountant van Amsterdam weet ze dat het debat beter wordt als de raad de kennis heeft en als het debat beter wordt, wordt het besluit beter. Naast het risicomanagement heeft ze ook gekeken naar het weerstandsvermogen en de beïnvloedbaarheid van baten en lasten. Daarnaast heeft zij een groeimodel gemaakt voor auditcommissies van lokale overheden maar dat kan ook een andere keer aan de orde komen. Waarnemingen begroting 2025 Mevrouw Koedijk vond de begroting lekker leesbaar, met een mooie lay-out en lang niet alle gemeenten hebben infographics. Breda heeft veel ambities maar het mag soms wat concreter in de doelstellingen. Dat viel ook op in de kadernota. De bezuinigingen, of ombuigingen, stonden niet genoemd in de begroting, wel in de kadernota. Het is mooi dat Breda eigen indicatoren heeft maar het is soms zoeken waarom deze indicator gebruikt wordt en wie ze wijzigt. Wie gaat over de herijking? Als raad zou je willen weten of je met dit inzicht bereikt wat je wil bereiken. Het is fijn dat er een klimaatbegroting is. In de kadernota zie je de situatie die je op dit moment bij alle gemeenten tegenkomt, maar wel in verschillende stadia. Breda heeft in de begroting al echt bezuinigingen opgenomen en maatregelen genomen. Er wordt gezegd dat de bezuinigingen uitgelegd worden in het programma maar daar is het niet aan de bedragen te linken.

Het advies aan de raad is om te kijken of er iets van een monitor rond de bezuinigingen kan komen. Slechts een van de bezuinigingen was heel concreet, het minder ophalen van de GFT. In de begroting kun je niet zien hoe de bezuinigingen verwerkt zijn, wat de effecten zijn of de eventuele doelstellingen. De heer Van Boxtel vult aan dat de brug er schematisch wel inzit maar je mist de uitwerking van de maatregelen naar de programma’s toe en de concretisering. Mevrouw Koedijk viel het ook op viel op dat gezegd wordt dat er reëel wordt begroot. Dat zie je ook wel terug en dat leidt tot een plus in de begroting. Wat ook opviel is de onttrekking uit de algemene reserve. Daar is Breda niet uniek in en dat mag je dit jaar meerekenen als structureel. Het overzicht van investeringen is indrukwekkend. Er zijn wel opgaves te halen. Ook de Rekenkamer ging daarop in. Je ziet in heel Nederland dat het moeilijk is om projecten te realiseren en dat je daarvoor moet overplannen. Je zou tussentijds kunnen kijken of er geprioriteerd moet worden en of de raad daarvoor kaders mee wil geven aan het college. De voorzitter vraagt hoe andere gemeenten verklaren waarom zij hun programmering niet halen. Mevrouw Koedijk antwoordt dat er verschillende analyses zijn maar het ligt echt aan de situatie. Het kan zijn door een bezwaar tot het alleruiterste.

Het kan zijn dat de aannemers geen materialen en mensen hebben of dat vergunningen waar de gemeente zelf niet over gaat langer op zich laten wachten. Vandaar overprogrammeren want je weet niet bij welk project je vertraging op gaat lopen. Mevrouw Van Kelle merkt op dat het lastig is om te prioriteren als je van veel externe factoren afhankelijk bent. Mevrouw Koedijk antwoordt dat de raad meer een soort richting aan kan geven. Als het vastloopt, ga dan naar deze als volgende. Het gaat ook over waar je je ambtenaren op inzet. “Basis op orde” bleek voor de stad te zijn terwijl deze term vaak binnen de bedrijfsvoering wordt gebruikt. De voorzitter merkt op dat er over het verbeterplan gesproken wordt als het niet voor de stad is. Mevrouw Koedijk vond de cijfers best mooi maar er zit wel een duidelijke taakstelling in de structurele cijfers. Breda komt in 2027-2028 in de negatieve cijfers maar best wel laag in vergelijking met andere gemeenten. Ergens wil je wel weten wat het effect is van de bezuinigingen en de genomen maatregelen en hebben we niet straks een onderbesteding. De heer Gesink mist dit ook regelmatig en vraagt of dit een lastige vraag is. Mevrouw Koedijk antwoordt dat het wel een lastige vraag is maar het mag wel van de organisatie gevraagd worden om het te monitoren. De vraag is dan met welke diepgang ze de raad erin meenemen. De raad moet in hoofdlijnen controleren.

De heer Van Boxtel geeft aan dat je ook vanuit de balans naar de financiële positie kunt kijken. De vragen van de raad focussen zich vooral op de exploitatie met 2025 als belangrijkste jaarschijf. Het is voor de raad ook belangrijk om naar de balans, de balanspositie en de doorwerking van bepaalde investeringen op de balans te Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 5

kijken. In de grote projecten wordt rond de € 100-120 miljoen per jaar geïnvesteerd voor een periode van vijf jaar. In de materiële vaste activa zie je van 2023 tot 2028 een geplande stijging van zo'n € 274 miljoen. Zitten hier de grote projecten in en tot waar en wat is de rest, zijn dat grondexploitaties? De impact van de investeringen in de materiële vaste activa is dat je dat ook moet financieren. Je ziet de vaste schulden in dezelfde periode ook met € 200 miljoen toenemen. Het verhoogt eigenlijk je risicoprofiel. Een andere manier is om te kijken naar het eigen vermogen. De accountant kijkt altijd eerst of de mutatie van de exploitatie overeenkomst met de mutaties in het vermogen. In de jaarrekening 2023 staat het vermogen op € 159 miljoen, terwijl het bij de begroting 2024 op € 135 miljoen geschat werd. Het vermogen is dus hoger dan gepland. Vervolgens stabiliseert het vermogen zich. Dat betekent een gezonde uitgangspositie van het weerstandsvermogen en het risicoprofiel. Het is goed om de rode draad daarin elke keer voor ogen te hebben. De heer Broere ziet de algemene reserve toenemen en de bestemmingsreserves afnemen. Is er zicht op waar dat naartoe gaat? De heer Van Boxtel antwoordt dat je dat niet uit de begroting haalt. Die details zijn wel aanwezig. De vrije reserve neemt toe waardoor je meer weerstand krijgt voor toekomstige risico's.

Mevrouw Koedijk vult aan dat je vanuit de begroting ziet dat er gelden uit de bestemmingsreserves gebruikt worden. De algemene reserve neemt toe door de resultaten van afgelopen jaren en de onderbestedingen. Een positief resultaat gaat naar de algemene pot en naar de bestemmingsreserves. De heer Veuger voegt eraan toe dat aan alle onttrekkingen aan de bestemmingsreserves een raadsbesluit ten grondslag ligt. Het overgrote deel van toevoegingen en onttrekkingen aan bestemmingsreserves heeft te maken met de resultaatbestemmingen van de jaarrekening van de afgelopen jaren. Dit inzicht kan gegeven worden maar dan wordt de begroting wel veel dikker. De heer Jong vraagt of de gemeente nog genoeg geld overhoudt. Mevrouw Koedijk antwoordt dat het geld goed wordt besteed en er blijft voldoende over, ook met een bepaald risicoprofiel. De raad moet kijken of de pot met geld die tegenover de risico’s staat veilig genoeg is en daarbij ook het langetermijnperspectief meenemen. De heer Jong gaat ervan uit dat het college de raad in kennis stelt als het niet goed gaat. De heer Van Boxtel beaamt dat een begroting moeilijk te lezen is voor een raadslid. Mevrouw Koedijk vult aan dat er flink geïnvesteerd gaat worden. De vraag of er nog genoeg overblijft is een goede vraag want het is nu wel anders dan in de voorgaande jaren, waarin we steeds rijker werden.

De heer Van Boxtel toont een sheet uit de paragraaf weerstandsvermogen, het overzicht met de risico's. Dit zijn de risico’s die zich voordoen in de begroting 2025 zelf. De risico’s zijn geanalyseerd middels een Monte Carlo analyse en zijn iets gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2023. In de jaarrekening wordt verantwoord over de risico's. Op de volgende sheet worden de risico’s geconfronteerd met de weerstandscapaciteit. Dat is dus het vrije vermogen. Bij Breda wordt daar € 16,5 miljoen afgehaald voor de Noordelijke Rondweg. Door dat eraf te halen krijg je weerstandscapaciteit en die zet je tegenover de daadwerkelijke risico's. Dan is de conclusie dat de weerstandscapaciteit ruimschoots voldoende is om de risico’s af te dekken. Dit hou je in de p&c-cyclus steeds in de gaten. Mevrouw Koedijk merkt op dat je wel verschillen ziet in de risicobereidheid bij de verschillende gemeenten. Breda zit ruim boven de 1. Daar is geen gouden regel voor te geven. Door veel grote projecten gaat het risicoprofiel omhoog. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat er gezegd wordt dat het risicoprofiel maar over één jaar berekend wordt. Is er nog een meerjarige berekening mogelijk? Moet de raad ook niet kijken of we niet te veel geld op de plank laten liggen terwijl de stad opgaves heeft liggen.

Is het cijfer in Breda hoog? Hoe moet je dat duiden? Mevrouw Koedijk antwoordt dat de meeste gemeenten tussen 1 en 1,4 zitten. Tussen 1,2 en 1,4 is ruim voldoende. Het is aan de raad om te zeggen of er teveel opgepot wordt of niet. Op zich schat je risico’s meerjarig in. Specifieke risico’s van een project worden vaak ook in de projectbegroting meegenomen terwijl de meer overkoepelende risico’s in het risicoprofiel zitten. De heer Van Boxtel vult aan dat je ook risico’s in de bestemmingsreserves kunt bestemmen, als ze specifiek zijn en aan een aantal voorwaarden voldoen. Dat beïnvloedt je weerstandsvermogen. Mevrouw Koedijk voegt toe dat je bestemmingsreserves ook opnieuw kunt bestemmen. De sheet risicoverloop jaarrekening 2019 tot en met begroting 2025 geeft inzicht in hoe het loopt. Je ziet het sociaal domein afnemen. Wat eerst nog een risico was, zie je nu waarschijnlijk als standaard in de begroting. De beïnvloedbaarheid van de begroting Mevrouw Koedijk geeft aan dat het sociaal domein een steeds grotere belasting is op de begroting, 36% exclusief de bijdrage regio. 64% van de inkomsten is gemeentefonds en BUIG. Die zijn slecht beïnvloedbaar. Breda heeft al aan de knop belastingen gedraaid. De toeristenbelasting en de parkeerbelastingen zijn de knoppen waar in het land het meest aan gedraaid wordt.

Leges en heffingen verhogen is lastig omdat je niet meer dan kostendekkend mag heffen. Als het al kostendekkend is, kun je kijken naar de efficiency. De grondexploitaties kun je vaak niet zoveel beïnvloeden. Je kunt de huur wat verhogen maar dat is vaak voor maatschappelijke organisaties en dan moet je weer meer subsidie geven. Aan de lasten voor de wettelijke taken is het heel lastig draaien en aan subsidies ook. Bij BUIG kun je kijken of het efficiënter kan. Kapitaallasten en voorzieningen kun je niet aan draaien maar wel aan de kwaliteitsknop van Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 6

de openbare ruimte. In de zorg zou het langere wachttijden kunnen betekenen. Subsidie kun je niet meteen stopzetten maar misschien wel op termijn. Efficiency kost altijd tijd. Breda investeert eerst in digitalisering dan in efficiency, dat is de goede weg. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of je de inkomsten en uitgaven op elkaar kunt leggen. Kun je bijvoorbeeld zeggen we hebben zoveel uitgaven aan Wmo en Jeugd, die kunnen we tot zover dekken uit het gemeentefonds en verder uit parkeerbelasting. Mevrouw Koedijk antwoordt dat dit in feite niet meer kan. Het gemeentefonds is ongedeeld, je mag het gebruiken voor wat je wil. De BUIG is wel aan elkaar gelieerd en ook de specifieke uitkeringen. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat er bij een raadsvoorstel altijd een dekking moet zitten maar in de begroting staan de uitgaven zonder definieerbare dekking. Mevrouw Koedijk antwoordt dat in de begroting staat wat je nu doet. Als je iets wil intensiveren, moet je met iets anders stoppen. Dat is keuzes maken. Bij sommige gemeenten is het gebruikelijk dat de raad het college vraagt om gericht voor te stellen waar het weggehaald kan worden. Wethouder Kranenborg merkt op dat we alleen bij de gesloten box laten zien waar de inkomsten en lasten vandaan komen, bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing, maar verder niet of iets gefinancierd wordt uit het gemeentefonds of uit de OZB.

Mevrouw Koedijk geeft aan dat het ROB-rapport een ander hulpmiddel is. Daarin is een overzicht gemaakt van taakvelden met indicaties hoeveel beleidsvrijheid er is. Beleidsvrijheid is niet hetzelfde als bestedingsvrijheid. De link naar dit rapport staat in de presentatie. De heer Jong heeft begrepen dat er 60 maatstaven zijn waarop de hoogte van het gemeentefonds is gebaseerd. Controleert PwC of Breda dat goed toepast? Mevrouw Koedijk antwoordt dat dit wel gecontroleerd wordt maar niet de berekening van het Rijk. De voorzitter merkt op dat de Rijksaccountant dat controleert. Hij dankt de accountant voor deze uiteenzetting. 9. Rekenkamerbrief Begroting 2025 De voorzitter geeft aan dat dit het eerste product is van de Rekenkamer in de nieuwe samenstelling. De heer Van Stipdonk geeft aan dat de Rekenkamer al een tijdje geleden benoemd is en nog flink aan het voorbereiden is maar toch snel met iets wilde komen. De Rekenkamer heeft een quickscan uitgevoerd met steun van Alexander van Dijk, extern onderzoeker. De Rekenkamer is redelijk positief over het beeld van de begroting, stabiel, solide en meerjarig sluitend. Uiteraard heeft de Rekenkamer ook verbeterpunten gevonden. Er zijn zorgen over de onderbouwing van de opgenomen bezuinigingen en over het planningsoptimisme.

Aan het merendeel van de wettelijke verplichtingen is voldaan maar de samenhang tussen doelen, indicatoren, maatregelen en effecten is op punten rijp voor verbetering. Sommige indicatoren zijn onvolledig en dat maakt overzicht en sturing ingewikkeld. Mevrouw Van Kelle heeft een vraag over de signaleringswaarden. Daar staat dat de structurele exploitatieruimte en de solvabiliteit in categorie C vallen. Er wordt vaak gezegd dat je kengetallen in samenhang met elkaar moet zien. Tegelijkertijd staat er in het rapport dat de raad erop moet letten dat je naar de streefwaarden toewerkt. Is dat inderdaad nodig? De heer Van Stipdonk antwoordt dat het belangrijkste is dat er altijd ruimte is en die is niet zo hard. Daar is ook met de raad over gecommuniceerd. Dat is overigens ook een pluspuntje. De samenhang van de indicatoren is belangrijk maar het gaat er vooral om dat we meer inzicht krijgen op de maatregelen die erbij horen. De heer Van Dijk merkt op dat onderdeel van het BBV is om de samenhang in de indicatoren vorm te geven. In de bevindingen wordt aangegeven dat daar nog ruimte voor verbetering is. Een relatief lage solvabiliteit zegt niet zoveel, wel als je het in verhouding ziet tot bijvoorbeeld de schuldquote. De heer Broere viel het op dat de Rekenkamer stelt dat de data bij veel indicatoren onvolledig zijn.

Wat wordt daarmee bedoeld? De heer Van Dijk antwoordt dat er in totaal 113 indicatoren zijn opgenomen, waarvan bij slechts 64 indicatoren een streefwaarde voor 2025 kennen en 49 niet en er is niet altijd toegelicht waarom niet. Mevrouw Verdaasdonk hoopt dat er volgend jaar weer een quickscan komt maar dan wel iets eerder zodat de fracties het mee kunnen nemen in hun voorbereiding. De heer Van Stipdonk verwacht dat er volgend jaar weer een quickscan komt en ook eerder. De heer Oskam vult aan dat de secretaris/onderzoeker van de Rekenkamer nog maar net begonnen is. De heer Van Dijk was bereid om snel een quickscan te doen maar het is de bedoeling dat iedereen dit eerder krijgt. Het is heel lastig om je als raadslid echt goed in de begroting te verdiepen en dan is het fijn om te horen dat het eigenlijk best goed gaat en te weten aan welke knoppen je kunt draaien. De voorzitter dankt de Rekenkamer voor het rapport. In het rapport staan vragen, opmerkingen en aanbevelingen, die eigenlijk politiek besproken moeten worden. Hij stelt voor om de agendacommissie te vragen dit in een gedeeltelijk B-O-B-model te bespreken. Mevrouw Van Kelle vindt dit een goede idee maar wil ook graag de zaken die PwC ingebracht heeft daarbij betrekken. Mevrouw Verdaasdonk vindt het wellicht beter dat de auditcommissie eerst naar beide documenten kijkt.

Als we het net na de begroting doorsturen is het voor de raad minder interessant. De heer Gesink zou het ook een goed idee vinden om een reactie van het college te krijgen en aan de hand daarvan te bekijken wat er politiek relevant besproken kan worden in die sessies. Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 7

Wethouder Kranenborg geeft aan dat het college in dit kort tijdsbestek er niet toe gekomen is om een reactie te schrijven en dat ook niet meer wil doen. Ze kan zich voorstellen dat dit eerst in de auditcommissie besproken wordt. De heer Schonis merkt op dat er een paar vrije technische aanbevelingen in staan, die niet politiek zijn. Hij kan zich voorstellen dat het college in haar brief aan kan geven dat deze punten overgenomen worden. Wethouder Kranenborg heeft net aangegeven geen brief te willen sturen maar dit wil bespreken in de auditcommissie. De voorzitter vraagt of de auditcommissie dan wel een schriftelijke reactie krijgt. Wethouder Kranenborg wil eerst het gesprek voeren. Mevrouw Verdaasdonk geeft aan dat dit stuk gewoon bestaat en het kan gebruikt worden. Dat staat los van het gesprek wat we na de begrotingsbehandeling met elkaar gaan voeren. De voorzitter dankt de Rekenkamer voor de snelheid en aanwezigheid. Hij stelt voor om dit onderwerp voor de volgende auditcommissie te agenderen en dan het gesprek aan te gaan met PwC, het college en eventueel de Rekenkamer. Mevrouw Van Kelle merkt op dat PwC niet perse aanwezig hoeft te zijn maar wil het stuk in ieder geval meenemen. De voorzitter zal het aan PwC overlaten of ze aan de discussie mee willen doen. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een rondvraag.

Hij dankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering.

Notulen auditcommissie d.d. 7 november 2024 Pagina 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14894749/1