N 06102022 Auditcommissie
Tekst van het document
NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 6 oktober 2022
Voorzitter: Griffier:
de heer A. van Vliet de heer R. Wiersma
(Burger-)raadsleden:
de heer K. Braspenning de heer P. Smans de heer T. Dijkstra de heer Y. Nahnahi de heer R. Beekers de heer D. Uijl de heer H. Broere de heer I. Dienjes de heer M. Van Woudenberg
Portefeuillehouder:
mevrouw M. de Nobel
Ambtelijke ondersteuning:
de heer J. Veuger
Vastgesteld in de vergadering van
, voorzitter
, griffier
Notulen auditcommissie d.d. 6 oktober 2022 Pagina 1
1. Opening De voorzitter heet iedereen van harte welkom. Hij stelt voor om het laatste kwartier van de vergadering in beslotenheid te doen, zodat er wat persoonlijke zaken kunnen passeren. Afmeldingen zijn ontvangen van mevrouw Van Lierop en de heer Van der Ven. Mevrouw Van Son wordt vervangen door de heer Dijkstra. 2. Vaststellen agenda De voorzitter stelt vast dat de commissie akkoord gaat met de voorgestelde agenda. 3. Vaststellen notulen van 15 september De voorzitter constateert dat de notulen ongewijzigd vastgesteld kunnen worden. 4. Preview begroting 2023 De voorzitter geeft aan dat het gebruikelijk is dat de auditcommissie een technische toelichting op de begroting krijgt, die wordt ingeleid door de wethouder Financiën en gepresenteerd door de ambtelijke ondersteuning. Daar kunnen vragen over gesteld worden, maar uitsluitend vragen van technische aard. Wethouder De Nobel trapt af omdat wethouder Kranenborg helaas ziek is. Het is de eerste begroting van deze coalitieperiode en het is ook een heel bijzondere tijd. De plannen uit het bestuursakkoord zijn in deze begroting financieel vertaald. Goed om voor ogen te houden, dat het een beleidsbegroting is. Breda is een heerlijke stad om in te wonen, werken en leven en dat willen we ook in de toekomst graag blijven. Daarom blijven we investeren, in 2023 € 100 miljoen.
Denk daarbij aan het Talentencentrum, de Nieuwe Mark, Crossmark, MFA Bavel, woningbouw en openbare ruimte. Het is mooi dat het gelukt is om lasten te verlagen. De OZB is gelijk gebleven, de rioolheffing is naar beneden en het ophalen van correct aangeboden grofvuil is gratis. De begroting van ruim € 755 miljoen is sluitend. De financiën zijn robuust en solide waardoor we een buffer op konden bouwen want we weten nu niet wat er op ons afkomt. Een goed weerstandsvermogen helpt om klappen op te vangen als dat nodig is. De heer Veuger is hoofd van de afdeling Financiën, Inkoop en Juridische zaken en presenteert de technische toelichting. De opbouw van de begroting 2023 is gelijk aan die van de afgelopen jaren. Het begint met een brief van het college, die in eenvoudige taal de kernboodschap toelicht. Daarna is er een inleiding/managementsamenvatting met daarin de inhoudelijke kernboodschap en de schets van de financiële positie. Na de inleiding komen de vijf reguliere begrotingsprogramma’s. In ieder programma wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de betreffende indicatoren. Voor de indicatoren is een dashboard gemaakt, dat is online te raadplegen. Hierna komen de verplichte paragrafen, kapitaalgoederen, weerstandsvermogen, bedrijfsvoering etc.
en tot slot de financiële begroting, waar nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de financiële positie op hoofdlijnen en bij de diverse begrotingsprogramma’s. In de diverse programma’s komt alles op productniveau naar voren. Daarnaast is er nog een aantal bijlagen, waaronder de klimaatbegroting en de infographic. De inleiding begint met de inhoudelijke kernboodschap, daarna de financiële positie met daarin een aantal onderwerpen, de ontwikkeling van de lokale lasten, een totaal beeld van de inkomsten en uitgaven, het meerjarenperspectief en de keuzes die het college heeft gemaakt in de exploitatie, het strategisch investeringsplan, het weerstandsvermogen en overige kengetallen. De lokale lasten: de OZB voor woningen en niet-woningen blijft gelijk in percentage. De rioolheffing daalt, conform de afspraken in het bestuursakkoord, met 17,5% en de afvalstoffenheffing stijgt met 2%. Daarnaast wordt huishoudelijk afval gratis opgehaald als het op de juiste manier wordt aangeboden op straat. Het meerjarenperspectief: een gemeente is verplicht om de uitgaven in te delen in exploitatie uitgaven en investeringsuitgaven. Investeringsuitgaven hebben een langere levensduur dan een jaar, exploitatie uitgaven van maximaal een jaar. In het meerjarenperspectief hebben we het over de exploitatie uitgaven.
Het meerjarenperspectief is het laatst door de raad vastgesteld met het bestuursakkoord en de meicirculaire. In het bestuursakkoord was voor ieder jaar nog een aantal ton beschikbaar. Met de meicirculaire ontvangen we fors meer geld, oplopend van € 12,7 miljoen in 2023 naar € 28,5 miljoen in 2025. In 2026 is het € 13 miljoen lager ingeschat in verband met onduidelijkheid van het Rijk over het accres voor 2026 en het niet bevriezen van de opschalingskorting. Bij de behandeling van de meicirculaire afgelopen donderdag heeft de raad besloten om de loon- en prijscompensatie te verhogen naar 2,9%. Daarnaast heeft het college diverse keuzes gemaakt, dat betekent dat er in 2023 voor € 6,8 miljoen een beroep wordt gedaan op de ruimte in het meerjarenperspectief, aflopend naar € 2,6 miljoen in 2026. Dat zijn keuzes om de basis op orde te houden en niet zozeer nieuwe beleidsimpulsen. De heer Smans ziet bij de keuzes posten zoals stijging kosten brandverzekering. In welke mate is dat een keuze of iets waarmee we geconfronteerd zijn? De voorzitter merkt op dat het college de keuzes voorstelt en die ook moet verantwoorden. De heer Veuger geeft aan dat de begroting sluitend is voor de jaren 2023 tot en met 2025. Voor 2026 wordt nu een klein tekort van een paar miljoen gepresenteerd, in afwachting van aanvullende middelen van het Rijk, het lager accres en de opschalingskorting.
Inmiddels is de septembercirculaire van het Rijk verschenen, daarna Notulen auditcommissie d.d. 6 oktober 2022 Pagina 2
komen we in 2026 positief uit, als we niets met die extra middelen zouden doen. De septembercirculaire zal later voor besluitvorming naar de raad komen. Dat betekent ook dat er voor de jaren 2023 tot 2025 ruimte is, oplopend tot € 15,5 miljoen. Wat we op ons af zien komen, kunnen we niet altijd concreet maken. Daar waar het concreet is, is het zo goed als mogelijk verwerkt in de gemaakte keuzes. Gemaakte keuzes is een flink overzicht. De brandverzekering stijgt, wat waarschijnlijk een autonome ontwikkeling is maar het is in de begroting opgenomen onder het kopje gemaakte keuzes omdat er aanvullend budget voor beschikbaar is gesteld. Hetzelfde geldt voor de contractkosten ICT. We zijn aangesloten op het warmtenet van Ennatuurlijk. Voor de extra kosten in 2023 wordt een bedrag van € 220.000 geraamd en voor de jaren erna voorlopig een PM, omdat onbekend is hoe dat zich gaat ontwikkelen. Voor de overige energiekosten geldt dat het huidige contract loopt tot en met eind 2023. Daarnaast zien we het later realiseren van de volledige ombuiging voor de sportcoaches en voor het voorliggend veld wordt maar € 100.000 van de ingeboekte € 500.000 ombuiging gerealiseerd. Bij het opstellen van de subsidieplafonds is daarmee rekening gehouden, vandaar het voorstel van het college om voor deze onderwerpen incidenteel extra middelen beschikbaar te stellen.
Een ander voorbeeld is de subsidie voor de Grote Kerk. Er wordt voor 2023 € 150.000 vrijgemaakt en voor de jaren daarna zal het gesprek worden gevoerd wat benodigd is. Alle regels die hier staan worden nadrukkelijk toegelicht in de begrotingsprogramma’s. Meerjarenperspectief: wat we net zagen is het totaal onder aan de streep van beschikbare middelen, wat nog niet gekoppeld is aan concrete producten, incidenteel en structureel door elkaar heen. Onze toezichthouder, de provincie, kijkt met name naar de structurele begroting en het saldo van de structurele inkomsten en uitgaven van één jaar. Dat is op een rijtje gezet, beginnend bij € 2,4 miljoen, oplopend tot € 15 miljoen in 2025 en daarna negatief. Vervolgens zitten er in de begroting diverse toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en allerlei incidentele lasten en baten. Het college heeft bij de bestuursrapportage een vijftal bedragen overgeheveld naar 2023, die zijn hier verwerkt. Het structureel begrotingssaldo is in het eerste jaar € 14 miljoen positief, oplopend naar € 18 miljoen in 2025 en in 2026 min € 3,5 miljoen. Op blz. 198 van de begroting is het volledig overzicht opgenomen van incidentele middelen met een toelichting op hoofdlijnen. De heer Smans vraagt of er een specificatie is van de toevoegingen en de onttrekkingen aan de reserves.
De heer Veuger denkt dat die daar ook bij staat, zo niet dan wordt dit meegenomen bij de technische vragen. Strategisch investeringsplan: In deze begroting is een tweede stap gezet om van een meerjaren investeringsplan te komen tot een strategisch investeringsplan. Daarbij is de tijdshorizon verlengd van 4 naar 20 jaar vooruitkijken. Nog niet overal zijn concrete bedragen ingevuld maar er wordt wel inzicht geboden op welke onderwerpen dingen gaan spelen. Een andere verandering is het voorstel is om met overprogrammeren te gaan werken. De afgelopen jaren werd het beschikbaar investeringsvolume niet volledig uitgegeven, vaak zo'n 60 of 70%. Daarom willen we gaan werken met een overprogrammering van max 25% om ervoor te zorgen dat de projecten gerealiseerd gaan worden en dat er niet onnodig geld niet besteed wordt. Daarnaast zal het SIP twee keer per jaar worden geüpdatet. Hiervoor is een beleidskader in ontwikkeling en er komt nieuw instrumentarium. Dat zal worden verwerkt in de financiële verordening. Op 30 september is er vanuit het college een raadsbrief gestuurd over het SIP met de belangrijkste veranderingen en met de opmerking dat er nadrukkelijk wordt verzocht om er op een later moment goed bij stil te staan in de auditcommissie of in de raad.
De voorzitter stelt voor om daar een apart moment voor te zoeken en dat op een zodanig moment dat de auditcommissie nog in positie komt om dingen mee te geven aan het college. De commissie gaat daarmee akkoord. De heer Veuger geeft aan dat in de financiële paragraaf de volledige veranderingen in het kader van het SIP nadrukkelijk uitgeschreven zijn. De investeringen zijn ingedeeld in vier categorieën: ambitie, plan, project en uitvoering, daar hangen miljoenen aan per jaarschijf. In 2023 wordt € 100 miljoen geprogrammeerd, dat is de totaaltelling van ambitie, plan, project en uitvoering. Er is € 84 miljoen beschikbaar aan financiële dekking, wat betekent dat we met een overprogrammering van 19% willen gaan werken. Voor de jaren daarna zijn de bedragen conform de laatst vastgestelde begroting en de investeringen die opgenomen zijn in het bestuursakkoord. In 2023 is reeds € 100 miljoen in het SIP opgenomen vanuit de vorige begroting. Dat zijn zaken als het Talentencentrum, de Nieuwe Mark, Oostflank, riolering etc.
Aanvullend op wat er reeds in de begroting/het bestuursakkoord is geaccordeerd heeft het college een voorstel gedaan voor € 16,3 miljoen aan nieuwe investeringen, een aankoopprogramma strategische gronden voor € 5 miljoen, onderhoud parkeergarage de Barones, groot onderhoud aan de Willemsbrug voor € 2 miljoen en de hoogspanningsverbinding 150 kV Haagse Beemden en Hoge Vucht. Daar is aanvullend € 0,85 miljoen benodigd om het tot een goed einde te leiden. In de managementsamenvatting zit een tabel met de volledige specificatie. De toelichting is terug te vinden in de diverse begrotingsprogramma’s. Het weerstandsvermogen is de som van de weerstandscapaciteit minus het risicoprofiel. De weerstandscapaciteit is de vrij besteedbare ruimte in de algemene reserve plus de jaarlijkse post onvoorzien van € 1 miljoen en de ruimte onder in het meerjarenperspectief. Als er aanvullende keuzes worden gemaakt om middelen te besteden vanuit het meerjarenperspectief zal de weerstandscapaciteit afnemen. De weerstandscapaciteit loopt richting 2026 op naar € 127,4 miljoen. Het risicoprofiel was bij de jaarrekening 2021 € 53,3 miljoen en is gedaald met € Notulen auditcommissie d.d. 6 oktober 2022 Pagina 3
7,3 miljoen. Dat heeft onder andere te maken met de daling van het risico op de Wmo. Bij het bestuursakkoord zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor de dekking van dat tekort. Op de bedrijfsvoering hadden we de afgelopen jaren een taakstelling die niet volledig was ingevuld. Vanaf 2023 is die volledig ingevuld dus daar geldt ook dat het risico van een dreigend tekort is afgenomen. Er was een algemeen risico opgenomen voor corona en ook dat is gedaald. We hebben een stijging op het gebied van grondexploitaties vastgoed door de kostenontwikkeling. In zijn algemeenheid is een risico opgenomen voor onvoorziene prijsstijgingen die nu niet te kwantificeren zijn. Dat is ook opgenomen in het risicoprofiel, waardoor bij tegenvallers ruimte in het meerjarenperspectief beschikbaar is. Het weerstandsvermogen komt uit op € 81,4 miljoen, dat is fors hoger dan bij de jaarrekening 2021. De heer Smans vraagt of het klopt dat de actievere grondpolitiek geen verklaring is voor het stijgend risico op grondexploitaties. De heer Veuger antwoordt dat die daarmee samenhangt. De volledige toelichting is terug te vinden in de paragraaf weerstandsvermogen. De behandeling van de begroting 2023: voor de technische vragen is de deadline op 7 oktober vroeg in de ochtend. Deze worden op 1 november beantwoord door het college en op 3 november is de beeldvorming.
10 november is de plenaire raadsbehandeling en uiteindelijk 14 november moeten we de begroting aanleveren bij de provincie. De voorzitter vraagt of er op dit moment al technische vragen zijn. De heer Smans merkt op dat de fracties nu 10 dagen hebben voor de technische vragen en er is twee weken ingeruimd voor de beantwoording. Is het een optie om dat iets meer in balans te brengen? Wethouder De Nobel antwoordt dat dit traject al langer vastligt. 14 november moet de begroting ingeleverd worden bij de provincie en als je terug gaat rekenen moet je dit strakke schema hanteren. De heer Smans heeft de planningen van afgelopen jaren nog vrij scherp voor ogen, dan had de raad toch een dag of vier extra. Deze planning is niet besproken in de auditcommissie. Nu gaan de fracties waarschijnlijk een heleboel technische vragen stellen omdat het nog niet duidelijk is. Wethouder De Nobel antwoordt dat er ook 200 vragen bij de berap waren en benadrukt dat er voor de ambtenaren veel werk zit in het beantwoorden van al die technische vragen en het college moet ook nog in staat zijn om daar weer een reactie op te geven. De heer Smans constateert dat de raad minder tijd heeft dan voorgaande jaren. Hij verzoekt om daar volgend jaar strakker op te sturen en de begroting een week eerder bij de raad te hebben. Andere steden kunnen dat ook.
De voorzitter vindt dat meer een stemverklaring dan een vraag. Het college gaat over zijn eigen antwoorden. Volgend jaar moeten we de planning tijdig in de auditcommissie bespreken. De heer Smans ziet bij de toelichting op de agenda van deze vergadering een lijst van 14 suggesties die door de raad aan de wethouder zijn meegegeven om in deze sessie op terug te komen. Die zijn niet allemaal behandeld. De voorzitter antwoordt dat dat klopt maar ook daarvoor geldt dat het college ervoor kan kiezen om die vragen te beantwoorden of niet. Daar komt bij dat de begroting gewoon de BOB-cyclus in gaat. Een aantal van die vragen ziet ook op politiek-bestuurlijke items en die zullen ongetwijfeld terugkeren in de BOB-cyclus. De heer Smans heeft een suggestie meegeven waar de wethouder op terug zou komen. De vraag welke maatschappelijke ontwikkelingen volgens het college invloed hebben op de begroting en in welke mate daarmee rekening is gehouden. Wethouder De Nobel antwoordt dat met maatschappelijke ontwikkelingen zoals energiearmoede en de grote problemen die op ons afkomen rekening is gehouden in de begroting. 5. Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn voor de rondvraag. Hij dankt het college en de ambtelijke ondersteuning voor de inbreng en schorst de vergadering.
Notulen auditcommissie d.d. 6 oktober 2022 Pagina 4