Bijlage 6 MOTIE grip op beleidseffecten - vervolg
Tekst van het document
Motie: Wij zien dat • •
•
Naar aanleiding van de motie “Grip op beleidseffecten” twee studenten hierover interviews hebben gehouden met raadsleden (en andere belanghebbenden) en dossieronderzoek hebben gedaan; Zij kwamen daarbij – op hoofdlijnen- tot vijf belemmeringen: o Maak gebruik van extra kaders voor verbetering van de opmaak, structuur en omvang van de gemeentelijke begroting o Zorg voor concretere doelen voor het meten van beleid (en zorg dat de benoemde doelen in de begroting allemaal terugkomen in de jaarstukken); o Verbeter de prestatie-indicatoren en het daar bijhorende proces: meer invloed raad op set aan indicatoren o Zorg voor meer contact tussen raadsleden en beleidsmedewerkers: verruim de mogelijkheden voor een direct contact tussen raadsleden en ambtelijk apparaat o Maak meer gebruik van stakeholders bij het meten van beleid: maak meer gebruik van uitvoerende instanties om het beleid te evalueren Dit heeft leidde tot een aantal gesprekken tussen een afvaardiging van de auditcommissie en het college.
Wij vinden dat • • • • • •
de structuur van de begroting niet overal adequaat aansluit op de wensen van de raad, maar dat vooral de raad daarover verbetervoorstellen moet opstellen; het college de doelen concreter (SMART) moet maken, bijvoorbeeld: bulletgewijze aangeven wat hoofd- en subdoelen zijn; alle begrotingsdoelen met realisatie terug te vinden moeten zijn in de jaarstukken (qua vorm en inhoud); het college op een tweetal terreinen goede pilots is gestart om de raad beter te betrekken (jeugd en duurzaamheidsmonitor) bij het bepaling van indicatoren; er laagdrempelige contacten moeten kunnen zijn tussen raadsleden en ambtenaren, zonder dat dit leidt tot te groot beslag op de ambtelijke capaciteit; beleidsevaluatie via direct contact met externe beleidsuitvoerders kan een zinvolle toevoeging zijn aan de huidige getrapte, ‘papieren’ beleidsevaluatie.
We verzoeken •
• • • •
de auditcommissie – in overleg met het ambtelijk apparaat- uit te zoeken op welke wijze de structuur van de cyclische producten zodanig aangepast kan worden, zodat deze beter gaat voldoen aan de informatiebehoeften van de raad; het college om de doelen in de begroting concreet te formuleren, te verdelen in hoofd- en subdoelen en in de jaarstukken alle geformuleerde doelen te evalueren; de auditcommissie de indicatorensessies (programma 1 en duurzaamheidsmonitor) te evalueren en in het derde kwartaal te komen met een vervolgplan; de griffie om – in overleg met het college- om in het tweede kwartaal met een plan te komen hoe de toegang tot ambtenaren te vereenvoudigen, waarbij ambtelijke capaciteit een punt van overweging is; de griffie om in het tweede kwartaal een procesvoorstel te maken hoe beleidsevaluatie in direct contact met externe beleidsuitvoerders vormgegeven kan worden en dit voor te leggen aan de Auditcommissie.