Bijlage 4 brief OMWB nav Evaluatie nota verbonden partijen
Tekst van het document
De heer W. Voeten Postbus 10100 4870 GA Etten-Leur
Geachte heer Voeten, beste Wim, Dank voor de mogelijkheid om een reactie te geven in het kader van de evaluatie van de nota verbonden partijen. Als OMWB kunnen wij de inhoud van de brief van de Veiligheidsregio MWB van 4 juni 2020, kenmerk U.033.182, voor een belangrijk deel onderschrijven. Maar willen wij daarnaast graag enkele specifiek voor de OMWB geldende aandachtspunten naar voren brengen. Wij vinden het van belang dat er steeds een helder onderscheid wordt gemaakt tussen het eigenaarschap en het opdrachtgeverschap. De OMWB voert in opdracht van de provincie en gemeenten taken uit, het gaat om zowel op grond van wet- en regelgeving overgedragen taken als om opgedragen taken. In de begroting van de OMWB wordt hiertussen ook onderscheid gemaakt, in programma 1 zijn de overgedragen taken opgenomen, in programma 2 de opgedragen taken. Die laatste noemen we ook wel verzoektaken van de opdrachtgevers. Iedere deelnemer bepaalt jaarlijks de (eigen) omvang en reikwijdte van de verzoektaken. Daarnaast hanteren we een programma 3, de zogenoemde collectieve taken; taken die de gezamenlijke opdrachtgevers aan de dienst opdragen. Het is goed om in het kader van de evaluatie met dit onderscheid rekening te houden.
ons kenmerk uw kenmerk U.033.182 onderwerp Evaluatie nota verbonden partijen
behandeld door
plaats / datum Tilburg, 7 sept 2020 bijlage(n)
De taken die de OMWB in programma 1 uitvoert, dus op grond van een wettelijke plicht, laat voor de deelnemers minder ruimte voor eigen keuzen omdat de wet daar(in) leidend is. Het is in de governance van het samenwerkingsverband in casu de gemeenschappelijke regeling belangrijk een scherp onderscheid te maken naar wettelijke en vrijwillig opgedragen taken, omdat er verschil is in de besluitvormende bevoegdheden van het samenwerkingsverband en de deelnemers. Echter, in alle gevallen zijn de deelnemers individueel en samen (mede) eigenaar van het samenwerkingsverband. In die zin zijn zij ook altijd partner van elkaar. Naar onze wijze van zien is een aantal beginselen voor een goede governance essentieel. Wat ons betreft zijn die: 1. De deelnemers stellen gezamenlijk de publieke waarden vast: de beginselen en uitgangspunten die leidend zijn voor de uitvoering.
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving
2. De deelnemers evalueren periodiek het doel en de publieke waarden en stellen die zo nodig bij. Dit vooral in verband met nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. 3. De deelnemers zorgen voor de legitimatie van het samenwerkingsverband. 4. De deelnemers zijn zich bewust van de gevolgen van samenwerking. Zij geven binnen hun eigen organisatie betekenis aan het begrip verlengd lokaal bestuur. Zij koesteren en onderhouden de samenwerking die ze zijn aangegaan. 5. De deelnemers beschouwen het samenwerkingsverband als “van en voor de gemeente”. 6. De deelnemers geven in eigen huis actieve aandacht aan de samenwerking. 7. De deelnemers en het samenwerkingsverband zijn samen verantwoordelijk voor het stand brengen en onderhouden van een sterke, duurzame verbinding met elkaar. 8. De deelnemers en het samenwerkingsverband hanteren gezamenlijke kernwaarden en besteden bewust en regelmatig aandacht aan de soft controls in het kader van hun onderlinge samenwerking. 9. De gemeenteraden zorgen zelf voor structurele betrokkenheid bij het samenwerkingsverband; het gaat hierbij vooral om het organiseren van nabijheid. 10. De individuele deelnemers beschikken over een professionele organisatie voor de ambtelijke ondersteuning van hun bestuurders in het samenwerkingsverband. Deze punten achten wij van belang om in het kader van de evaluatie van de nota verbonden partijen aan de orde te stellen.
Op grond van de ervaringen in de afgelopen jaren behoeven de volgende punten expliciet de aandacht van de deelnemers, te weten: 1. Helderheid van de deelnemers over de beleidsdoelen met betrekking tot het domein milieu, bij voorkeur een meerjarenbeleidskader, waardoor het de dienst mogelijk is een adequaat uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op te stellen (notabene: bij relatief veel deelnemers ontbreekt een actueel milieubeleidsplan). 2. Een gezamenlijk gedragen visie c.q. opvatting van de deelnemers van de voor de regio MWB (die wordt gevormd door twee sub-regio’s) gemeenten overstijgende milieuthema’s; dit geldt onder meer voor lucht, water en bodem. 3. Een beleidsinhoudelijke afstemming tussen enerzijds gemeentelijk en anderzijds provinciaal beleid ten aanzien van de belangrijkste thema’s voor milieu en duurzaamheid, waardoor de dienst in staat is de uitvoerende taken op de meest efficiënte en effectieve wijze te verrichten. Als gemeenschappelijke regeling in casu samenwerkingsverband in de regio MWB zijn wij als dienst graag bereid hieraan een actieve en positieve bijdrage te leveren. De hiervoor genoemde punten dragen krachtig bij aan de éénheid van verbonden partijen, zonder dat de onderscheiden, lokale en provinciale, bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het gedrang komen.
De OMWB brengt jaarlijks een kaderbrief uit, alsmede een begroting en jaarrekening. Tussentijds vindt verantwoording plaats via twee bestuursrapportages. Dit geldt overigens voor alle gemeenschappelijke regelingen.
pagina 2 van 3
Naast deze voor gemeenschappelijke regelingen gebruikelijke documenten stelt de OMWB jaarlijks ook een jaarwerkplan op, waarin voor de programma’s 1 en 2 op productniveau (voor VTH) aangegeven wordt wat de deelnemers mogen en kunnen verwachten. Ook hierover legt de dienst tweemaal per jaar verantwoording af (de zogenoemde termijnrapportages). Ook voor programma 3, de collectieve taken, wordt jaarlijks een jaarplan gemaakt en vindt achteraf verantwoording plaats. Het geheel maakt dat de dienst op een open en transparante wijze de deelnemers veel inzicht geeft in hetgeen wordt verricht en ook wat de resultaten zijn. Zowel inhoudelijk als in financieel opzicht. De OMWB hecht aan nabijheid tussen deelnemers en opdrachtgevers en de dienst. Wil een verbonden partij zijn. Niet zozeer op basis van formeel-juridische regels, want de wet gemeenschappelijke regelingen is helder genoeg, maar intrinsiek op het niveau van producten en adviezen en de kwaliteit daarvan. De onderlinge nabijheid kan nog verder versterkt worden in de komende jaren. Door in het bestuurlijk en beleidsdomein steeds weer en opnieuw, aan de hand van de documenten van de dienst zoals hiervoor aangegeven, met elkaar in gesprek te gaan en zijn. Op formele momenten maar ook in informele ontmoetingen. Beleid en uitvoering zijn twee kanten van dezelfde medaille. De één kan niet zonder de ander.
Het gaat voortdurend om binding en verbinding. Functioneel en relationeel. Werkelijk verbonden partijen voelen en ervaren die nabijheid, laten zich leiden door de inhoud van de maatschappelijke opgaven, zijn betrokken op elkaar. Niet omdat het vastligt in een nota of omdat het moet, maar vanuit een bestuurlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid die gedeeld wordt, weliswaar vanuit onderscheiden rollen en functies, maar wel op basis van een gemeenschappelijke visie en -perspectief. In het vertrouwen dat de inhoud van deze reactie positief bijdraagt aan een realistische visie op noodzaak, nut en belang van werkelijk met elkaar verbonden partijen. Met vriendelijke groet, Omgevingsdienst Midden- en West–Brabant
N. van Mourik Directeur
pagina 3 van 3