CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 concept notulen auditcommissie 16 sep 2021

gemeenteraad 9 december 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Notulen bijeenkomst auditcommissie 16 september 2021 (bijlage 1)4.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 16 september 2021

Voorzitter: Griffier:

de heer H. Jansen de heer R. Wiersma

Leden:

mevrouw C. Kranenborg de heer J. Bruijns (voor de schorsing) de heer P. Smans mevrouw H. Nauta de heer A. van Drunen (voor de schorsing) de heer R. Sips (na de schorsing) mevrouw I. Verdaasdonk (voor de schorsing) de heer J. Taks

Portefeuillehouder:

mevrouw G. Bos

PwC:

de heer A.E. Gerritsma mevrouw A. Kros

Adviseurs:

de heer J. Veuger de heer C. Kuijpers

Vastgesteld in de vergadering van

, voorzitter

, griffier

Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 1

1. Opening De voorzitter heet iedereen van harte welkom bij deze fysieke vergadering, de eerste na anderhalf jaar. Hij heet specifiek mevrouw Annemarie Kros van PwC welkom. Zij volgt de heer Van Treuren op, die een andere baan heeft. Mevrouw Kros stelt zichzelf voor: zij is senior-manager en al 15 jaar gespecialiseerd in de binnenlands bestuurpraktijk en heeft ook andere Brabantse gemeenten als klant. 2. Vaststellen agenda De commissie gaat akkoord met de voorgestelde agenda. 3. Mededelingen 1. De voorzitter biedt, mede namens de griffier, zijn excuses aan voor de communicatiestoornis rond Vreemde ogen dwingen. Vanaf volgende week komt dit onderwerp in het B-O-B-model, dus buiten de auditcommissie om omdat dit een politiek geladen stuk is. 2. De heer Verdellen van de Rekenkamer heeft zich afgemeld maar heeft wel mededelingen doorgegeven. De Rekenkamer heeft in de zomer een onderzoek uitgevoerd naar de transformatie van kantoren naar woningen in Breda. De nota van bevindingen is afgerond en ambtelijk getoetst. Het rapport wordt 20 september naar het college gestuurd voor hoor en wederhoor en wordt drie weken daarna openbaar. De Rekenkamer doet mee aan een onderzoek van 78 Rekenkamers over de uitvoering van de Wet Openbaar Bestuur, uitgevoerd door Profacto. De concept nota van bevindingen wordt op 20 september naar de Rekenkamer gestuurd en gaat daarna het circuit in.

In het najaar gaat de Rekenkamer het onderzoek naar effectiviteit van de jeugdzorg in Breda starten. Een onderzoeksvoorstel wordt eind oktober naar de raad gestuurd. De Rekenkamer staat open voor suggesties. Op 10 september heeft op het jaarlijks congres van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers een workshop plaatsgevonden over het gezamenlijk onderzoek naar coronamaatregelen in Arnhem, Breda, Oss en Tilburg. 3. De Regeling bijzondere projecten is in een eindstadium en gaat in het B-O-B-model behandeld worden. 4. Wethouder Bos heeft op dit moment geen mededelingen. 4. Ingekomen stukken Er zijn vandaag geen ingekomen stukken. 5. Notulen van 8 juli 2021 De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd, met dank aan de notuliste. 6. Aandachts – en actiepuntenlijst Mevrouw Nauta heeft het actiepunt over de verordening artikel 213a niet meer goed op het netvlies. De voorzitter geeft aan dat dit al behandeld is in de hamerraad. Het punt kan van de lijst. De heer Smans geeft aan dat actiepunt 1 ook van de lijst kan. 7. Voorstel behandeling berap en begroting 2022 De heer Smans geeft aan dat voor D66 de plenaire behandeling in de raadzaal gewoon om 19.30 uur mag beginnen, zoals eerder afgesproken. Het is een uitwerking van de algemene beschouwingen bij de kaderbrief. De heer Bruijns vond de kaderbrief eigenlijk niet direct een kaderbrief.

Het CDA vindt de ruimte vanaf 16.00 uur prima om een echt debat te kunnen hebben. De heer Smans vraagt wat de reden is om van de afspraak af te wijken. De voorzitter denkt dat er geen bestaande afspraken zijn maar de Voorjaarsnota was geen volledige nota en daarom heeft de raad daar het debat niet kunnen voeren. Het is ook niet anders dan vorig jaar. De heer Smans had begrepen dat de algemene beschouwingen naar de Voorjaarsnota verplaatst werden en dat de begroting een uitwerking daarvan zou zijn. De begrotingsraad zou dan om 19.30 uur beginnen om er niet een motiefestijn van te maken. Mevrouw Kranenborg herkent dit wel maar als er bij fracties behoefte is om het gesprek breder te voeren, is dat voor de VVD geen probleem. De heer Smans vindt het ook geen probleem om met de behoefte van anderen mee te gaan maar er ligt wel een oproep om er geen motiefestijn van te maken. Mevrouw Kranenborg is het opgevallen dat de tijd die de raad heeft om technische vragen te stellen erg kort is in vergelijking tot de tijd die het college heeft om die vragen te beantwoorden. De voorzitter stelt voor om die tijd eerlijk te verdelen. Wethouder Bos wil dit overleggen met de organisatie want het grote aantal vragen en het aantal afdelingen wat bij de beantwoording betrokken is vergt nogal wat van de organisatie.

Mevrouw Kranenborg is zich ervan bewust dat dit veel vergt van de organisatie maar vindt de verhouding nu echt scheef. Wethouder Bos wil dit in onderling overleg bekijken maar wil er nadrukkelijk de organisatie bij betrekken. De heer Smans merkt op dat meer tijd om te lezen kan resulteren in minder vragen. De deadlines vallen vaak op vrijdag en de raadsleden zouden het weekend goed kunnen gebruiken om te lezen. Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 2

Mevrouw Nauta vindt ook dat er weinig tijd en ruimte voor de raad is. Vorig jaar heeft het feit dat er tussen de beeldvorming en de algemene beschouwingen maar één week zat tot forse problemen geleid. Zij is verbaasd dat daar niet van geleerd is en denkt dat meer tijd misschien het aantal moties in bedwang kan houden. De voorzitter stelt voor om het college te overleggen om de deadline van 15 oktober voor indienen van technische vragen te verzetten naar maandag 18 oktober. De vragen zullen toch niet in het weekend in het stadskantoor verspreid worden. De heer Smans vraagt of de beeldvorming naar 14 oktober verzet zou kunnen worden. Mevrouw Kranenborg is daar geen voorstander van. De voorzitter zal de bezwaren doorgeven aan de agendacommissie. 8. Meicirculaire Een presentatie door de heer Veuger. Ook de maartbrief van het Rijk, waarover de raad met een raadsbrief is geïnformeerd, is meegenomen. De circulaires bestaan uit twee onderdelen, algemene mutaties die vrij besteedbaar zijn en de doorwerkende effecten, zoals het Rijk ze noemt. Die zijn ook vrij besteedbaar maar daar geeft het Rijk wel een vorm van bestedingsidee aan mee. Dat idee volgen we in Breda altijd netjes op. In de tabel is te zien wat de diverse algemene mutaties voor gevolgen hebben op het gemeentelijk meerjarenperspectief in de exploitatie.

- Mutatie accres: is door het Rijk bevroren voor de jaren 2020 en 2021 in verband met corona. Dat heeft forse gevolgen voor iedere gemeente, ook voor Breda. Door de trap op-trap af-systematiek geeft het Rijk fors minder uit in de jaren 2022 tot en met 2025 dan eerder aangenomen werd. Dat heeft vooral te maken met lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten. Dit heeft voor de gemeente Breda voor 2021 0 effect maar daarna een negatief effect, oplopend tot € 4 miljoen in 2025. - Afrekening plafond BTW compensatiefonds 2020: de gemeenten declareren via het BTW compensatiefonds. Op het moment dat daar geld overblijft wordt het toegevoegd aan de gemeentefondsuitkering. In dit geval blijft er geld over, een voordeel van € 0,9 miljoen. - Mutatie aantallen en uitkeringsbasis: de gemeentefondsuitkering wordt over de gemeenten verdeeld met tal van maatstaven en indicatoren, die bij iedere circulaire aangepast worden. Dit pakt nu positief uit voor de gemeente Breda, € 0,7 miljoen in 2021 en wat fluctuerend naar 2025 € 1,0 miljoen positief. Het effect van de meicirculaire is voor de gemeente Breda voor 2021 positief, in 2022 is het licht positief en de jaren daarna is het negatief. De doorwerkende effecten: De maartbrief bestond volledig uit compensatie in het kader van corona, totaal € 2,8 miljoen.

Het college stelt voor om deze bedragen toe te voegen aan de onderwerpen die daar benoemd staan. In totaliteit krijgt Breda voor het jaar 2021 € 6,6 miljoen extra. Het overgrote deel daarvan betreft de aanvullende middelen Jeugdhulp, waarvoor het Rijk in het jaar 2021 totaal € 613 miljoen beschikbaar stelt en waarvan het overgrote deel via het gemeentefonds wordt verdeeld. Dat is een bedrag van boven de € 4 miljoen voor de gemeente Breda. Inmiddels is duidelijk dat we voor 2022 € 12,5 miljoen krijgen, boven op wat we al kregen. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 is het nog onduidelijk en afhankelijk van de besluiten van een nieuw kabinet. Bij de begroting zal het college met een voorstel daarvoor komen. Voor Beschermd Wonen ontvangen we rechtstreeks loonprijscompensatie vanuit het Rijk en krijgen we compensatie omdat het aantal cliënten landelijk stijgt. Voor de WSW geldt een integratie-uitkering, ook vrij besteedbaar, maar wel los geïndexeerd vanuit het Rijk. In totaal gaat het om € 6,6 miljoen, ook hier stelt het college voor om het toe te voegen aan de budgetten die het Rijk voorstelt. Het Rijk heeft aanvullende compensatiebedragen in het kader van corona aangekondigd. Inkomstenderving 2021: in eerdere circulaires had het Rijk aangekondigd dat gemeenten voor de eerste twee kwartalen van 2021 zouden worden gecompenseerd voor inkomstenderving.

In de meicirculaire is opgenomen dat dat geldt voor het hele jaar. Daarnaast kondigt het Rijk aan dat voor lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen landelijk meerdere miljoenen landelijk beschikbaar zijn gesteld. Dat gaat om € 60 miljoen. En voor het derde kwartaal regionale en lokale cultuur € 51,5 miljoen. De exacte bedragen die de gemeente Breda krijgt zullen in de septembercirculaire komen. De compensatie meerkosten voor Wmo en Jeugd wordt in de decembercirculaire opgenomen. We weten dus nog niet wat we krijgen maar wel dat er gecompenseerd gaat worden. Optellend betekent dit dat de meicirculaire voor de gemeente Breda € 11,1 miljoen met zich meebrengt. Voor de jaren na 2021 wordt dat opgenomen in de begroting 2022. Bij de laatste stand van het meerjarenperspectief richting de raad was het voor 2021 € 250.000 negatief. Door het college is destijds besloten om dat tekort, indien het er later in het jaar nog steeds zou zijn, te dekken uit de post onvoorzien. Met de meicirculaire is het meerjarenperspectief voor 2021 € 1,36 miljoen positief dus vrij besteedbaar. Ook 2022 is na de meicirculaire licht positief, de jaren 2023 en 2024 licht negatief. Het college zal bij de begroting met voorstellen komen om dat positief te krijgen. 2025 staat voorlopig op € 2,76 miljoen positief.

De heer Bruijns begrijpt dat er voorstellen komen voor de tekorten, bezuinigingen dus, en vraagt of die dusdanig geformuleerd kunnen worden dat ze optioneel zijn, zodat de raad die terug kan draaien als er, na de onderhandelingen over Jeugd, bij de volgende circulaire geen tekorten meer zijn. We maken nu namelijk keuzes die ook gelden voor de volgende raad en mogelijkerwijs valt het na de onderhandelingen weer positief uit. Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 3

Wethouder Bos antwoordt dat de provincie al aangegeven heeft wat we wel en niet kunnen meenemen in het meerjarenperspectief. Het college vindt het belangrijk om die regels te volgen. Ook de raad en de auditcommissie hebben aangegeven dat belangrijk te vinden. Elke circulaire kan de zaak weer compleet veranderen, dus je leeft met de gemeentefinanciën een beetje van circulaire naar circulaire. De begroting is het momentum om uit te gaan van hetgeen we dan weten. In een begroting hou je rekening met onvoorziene omstandigheden. We houden, conform de brief van de provincie, rekening met een deel van de jeugdgelden die nog gaan komen. Het is wel de insteek om het meerjarenperspectief over een langere periode sluitend te krijgen. Dat is ook een regel die de provincie controleert. De heer Bruijns is het daarmee eens maar het gaat om hoe je aangeeft welke bezuinigingen er worden gedaan om het meerjarenperspectief sluitend te krijgen want die voorstellen moet het college doen voor 2023 en 2024. Als je dat inzichtelijk maakt dan kan de volgende raad afwegen of ze dat besluit inderdaad willen doorvoeren of niet. Wethouder Bos antwoordt dat het de gewoonte is op het moment dat we bepaalde maatregelen nemen of moeten nemen om het geheel sluitend te krijgen, dat inzichtelijk te maken in de begroting.

De heer Veuger vult aan dat we inmiddels zijn ingehaald in de tijd ten opzichte van de meicirculaire en er is een afspraak tussen ministerie, provincies en VNG dat gemeenten 75% van het bedrag wat in de arbitragezaak genoemd is mogen ramen in hun begroting. Hier staat voor Jeugd nog 0 maar bij de begroting zal daar een ander bedrag staan. De heer Smans merkt op dat sluitend niet altijd 0 of positief hoeft te zijn. We kunnen er best wel een keer over nadenken hoe je je beleid en ambities minder kunt laten fluctueren. Je wilt niet met iedere circulaire je beleid en ambities aanpassen. De voorzitter antwoordt dat ons beleid en onze doelstellingen vooropstaan maar de rijksoverheid is onze grootste financier en wat we niet hebben kunnen we niet uitgeven. Het meerjarenperspectief hoeft niet altijd 0 te zijn maar moet wel in evenwicht zijn. Wethouder Bos geeft aan dat we dat we juist een plus in het meerjarenperspectief willen hebben om die schommelingen op te vangen. We hebben wel met de realiteit van de circulaires te maken. De overheid financiert ongeveer 80%. Op een begroting van ongeveer € 700 miljoen moet je altijd een bedrag van € 200.000 kunnen vinden. De voorzitter vraagt wat we de agendacommissie adviseren, kan dit onderwerp naar de hamerraad of moet het naar de debatraad of in het B-O-B-model ingebracht worden. De commissie vindt dat dit naar de hamerraad kan.

De heer Smans wil dat doen met de complimenten dat alle beschikbare middelen gewoon overgeheveld worden naar de budgetten en de taken waar ze voor bedoeld zijn. De voorzitter wil ook een compliment geven aan wethouder Haagh die hard gelobbyd heeft om meer geld voor Jeugd en Wmo te krijgen. 9. Dialoog met de accountant De voorzitter geeft aan dat er al een tijd een wens was om met de accountant de werkwijze en het handelen te evalueren. Inmiddels is de overeenkomst met de accountant verlengd. Mevrouw Nauta vindt het altijd goed om met elkaar te kijken hoe je zaken kunt verbeteren. Zij ervaart de accountant als zeer toegankelijk, open en altijd bereid om vragen te beantwoorden en die worden ook duidelijk beantwoord. Blijf dat vooral doen. Zij vindt echter ook dat de auditcommissie niet erg geprikkeld wordt door de accountant en kijkt daarbij ook naar de eigen rol. Het zou goed zijn als de accountant ook die rol op zich zou nemen. De accountant is soms erg betrokken bij de afdeling Interne controle en ziet daarom dingen misschien wat minder scherp terwijl het probleem niet bij die afdeling ligt maar meer in de cultuur van de gemeente. In plaats van alleen te benoemen dat Control de zaken goed op orde heeft kan ook de discussie gevoerd worden wat er dan verder mis gaat in de organisatie.

Bij de verklaring met beperkingen had de auditcommissie eerder meegenomen kunnen worden tenzij eerst de weg richting wethouder bewandeld moet worden. Mevrouw Kranenborg deelt de complimenten voor de accountant en zou het mooi vinden als de accountant de prikkelende rol op zich kon nemen of samen de zoektocht aangaan hoe we dat pad kunnen bewandelen. De heer Van Drunen kan zich geen beeld vormen wat dat prikkelende dan zou kunnen zijn. Hij deelt de complimenten en ook de laatste opmerking van mevrouw Nauta dat we met z’n allen eerder in die film hadden willen zitten. Achteraf kun je niet sturen maar repareren. De heer Smans waardeert het erg dat de accountant vaak hier aanwezig is maar kan zich ook vinden in het verhaal van zojuist om eerder of vaker meegenomen te worden. We zijn ook gaan werken met themasessies, daar ligt een mooie rol voor de accountant. Hij wil ook de benchmark met andere gemeenten benoemen. Daar kunnen we onze winst mee doen. De voorzitter heeft nog wat dingen die in eerdere sessies geparkeerd zijn. De vraag is of de adviezen van de accountant wel genoeg effect hebben in de organisatie. Het zou goed zijn om een modus te vinden voor meer transparantie in de uren en de controleaanpak. De heer Gerritsma vindt dit heel herkenbare punten. Hij vindt het persoonlijk lastig om iets stellig neer te leggen omdat een accountant niet het hele jaar hier is.

Soms is het een onderbuikgevoel dat iets niet op orde is. Als je het gesprek daarover aangaat moet dat er niet meteen toe leiden dat er een bom barst “want de accountant heeft het gezegd”. Je moet er verder op in kunnen zoomen zonder dat het leidt tot allerlei moties en dergelijke. Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 4

Mevrouw Kranenborg benadrukt dat dit ook iets van de auditcommissie vergt, daar moeten we ons bewust van zijn. De heer Gerritsma denkt dat PwC in februari of maart al een signaal had dat het niet meer goed ging komen en dan is het lastig, welke rol heb je als accountant. Hij heeft contact gezocht met de wethouder en gezegd dat hij dit zag aankomen en vervolgens is de communicatie via het college gelopen, wat ook zo hoort want eigenlijk is het het college wat verantwoording aflegt aan de raad. Bij de vergadering waar het aan de orde was, was de accountant niet aanwezig en dat was achteraf misschien wel goed geweest. Dan had het college kunnen vertellen wat er aan de hand is en daarna had de accountant er een bespiegeling op kunnen geven en kunnen helpen met de technische vragen. Mevrouw Nauta had dit punt gemaakt omdat de accountant door de raad aangesteld is, niet door het college. Daarom had zij verwacht dat de accountant zelf met dit punt naar de auditcommissie zou komen. Natuurlijk moet de verantwoordelijke wethouder alle gelegenheid krijgen om haar verhaal te doen. De voorzitter geeft aan dat dit klopt. Als de accountant ons iets vertelt over een lopend onderzoek moeten we niet gelijk een politiek debat aangaan maar het in vertrouwen tot ons nemen en contact houden. Mevrouw Nauta is het daar volledig mee eens en vindt het goed dat dit uitgesproken is.

Het is goed om daar lering uit te trekken en dat opnieuw vast te stellen als er een nieuwe auditcommissie aantreedt. De heer Gerritsma neemt de opmerkingen ter harte en zal kijken of er meer invulling gegeven kan worden aan benchmarken met andere gemeenten. PwC is ermee bezig om te kijken of dat vaker gedaan kan worden. Dat gaat ook helpen in de specifieke situatie van Breda. De accountant volgt het effect van gegeven adviezen en dat komt terug in de rapportages. Er wordt geprobeerd een rode lijn te houden vanuit de startnotitie of het auditplan naar de managementletter en naar het accountantsverslag. Dan komt er weer een nieuwe cyclus. Misschien moet de rode draad nog wat zichtbaarder gemaakt worden. Rondom Vreemde ogen dwingen en het verbeterplan is afgesproken dit een keer per kwartaal terug te laten komen. Het is geen probleem om meer helderheid en inzage in uren en controleaanpak te geven, ook wanneer er een voorval is wat tot vertraging leidt of tot een andere verklaring. Dat geeft begrip over en weer. De heer Gerritsma heeft het werken met thema-avonden als prettig ervaren en daarbij het gevoel gekregen dat we daar het goede gesprek met elkaar voeren waardoor het gesprek over de rapportages wat meer diepgang heeft gekregen. Hij zal zo nu en dan eens proberen te prikkelen door een vraag terug te stellen.

Bij bepaalde onderwerpen kunnen we ook de vergaderorde even loslaten om het goede gesprek te hebben. De voorzitter treedt op dat moment graag even terug. De voorzitter schorst de vergadering om de hamerraad bij te wonen. SCHORSING De voorzitter heropent de vergadering en deelt mee dat de heer Bruijns en mevrouw Verdaasdonk zich afgemeld hebben. De heer Sips zal in het tweede deel de heer Van Drunen vervangen. De heer Sips geeft aan dat hij de heer Van Drunen permanent wil vervangen. De voorzitter zal nagaan of daar een formele benoeming voor nodig is. Mevrouw Kros licht de risico’s toe, zoals die geïnventariseerd zijn voor de jaarrekeningcontrole. - Frauderisico’s: de accountant is verplicht die te vertalen in de controleaanpak. Dat wil niet zeggen dat die frauderisico’s ook daadwerkelijk in de organisatie bestaan. Het eerste risico is het doorbreken van de functiescheiding door het management, dat wil zeggen dat het management opdracht geeft aan de ambtelijke organisatie om bijvoorbeeld een journaalpost of een betaling door te voeren. De accountant vertaalt dat in de controle in een aantal specifieke werkzaamheden, bijvoorbeeld in het grootboek kijken op specifieke zoektermen of kijken naar de opzet en het bestaan van de risicoanalyse van de gemeente zelf. Dat is niet gewijzigd ten opzichte van andere jaren.

Een ander risico is in de Nederlandse praktijk vertaald naar omkoping en corruptie, in hoeverre wordt de gemeente van buitenaf beïnvloed om niet rechtmatige transacties te doen. In de gemeentelijke situatie vertalen we dat heel sterk naar wanneer wordt het aanbestedingsbeleid niet nageleefd en kun je daar druk in zien. Dit is niet gekoppeld aan de bevinding van vorig jaar. Een ander onderdeel van de frauderisico inschattingen zijn opbrengstenstromingen. Daarbij kijken we vooral naar het verwerken van de opbrengststromen van subsidies en naar de zakelijkheid van grondtransacties. Vorig jaar hebben we aanvullend gerapporteerd over fraude in de controleverklaring. Breda was de enige gemeente die daaraan heeft meegedaan en wij zijn voornemens om dat in 2021 voor te zetten, als Breda dat wil. In 2022 wordt het verplicht. Mevrouw Nauta vraagt of de accountant puur en alleen naar de cijfers kijkt of ook in gesprek gaat met bepaalde mensen in de organisatie om die fraudegevoeligheid te toetsen. Mevrouw Kros antwoordt dat het echt een combinatie van werkzaamheden is. Heel formeel moeten we een controle dusdanig inrichten dat wij materiële fraude kunnen opsporen. Materieel wordt dan op twee manieren uitgelegd, kwantitatief en kwalitatief. Van daaruit kijken we niet alleen naar de financiële geldstroom maar ook naar andere indicatoren en voeren ook gesprekken.

Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 5

- Een ander risico is het niet voldoen aan Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dat risico blijft ongewijzigd. Wat we wel heel nadrukkelijk aan het doen zijn is met de organisatie kijken hoe er op wordt ingespeeld. Belangrijk is om te kijken wat het effect is van de geconstateerde fouten van vorig jaar. - Een ander significant risico is de waardering van grondexploitaties. Staan de complexe projecten voor de juiste waarde in de balans? De voorzitter vraagt of meegenomen wordt dat de prijzen op dit moment huizenhoog zijn. Mevrouw Kros antwoordt dat dat een onderdeel van de werkzaamheden is. De heer Gerritsma vult aan dat het risico wat beperkt is omdat de waarderingsgrondslag de historische aanschafprijs is maar er zitten aannames in over toekomstige opbrengsten en dat bepaalt het resultaat van de grondexploitaties. Het zou kunnen zijn dat je zegt dat je verwacht dat een grondexploitatie dekkend is maar de vraag is of de hausse die nu in de waardering van vastgoed zit gedurende de looptijd van zo’n exploitatie blijft bestaan. Voor de waardering van de gronden die al aangekocht zijn valt het mee. Mevrouw Kranenborg vraagt of de accountant toegang heeft tot de informatie die de raad geheim heeft verklaard. Mevrouw Kros antwoordt dat dat klopt en dat die informatie wordt meegenomen.

Bij de waardering van de vastgoedportefeuille wordt gekeken in hoeverre de waardering bedrijfseconomisch verantwoord is. Vanuit het opdrachtgeverschap kan de raad speerpunten aanbieden of in overleg gaan welke onderwerpen in het verlengde van de accountantscontrole verder uitgewerkt kunnen worden. Er is al afgesproken om Vreemde ogen dwingen daarin niet mee te nemen omdat dat apart besproken wordt. Mevrouw Kranenborg vindt dit niet het jaar voor aanvullende speerpunten en wil de focus leggen op het oplossen van de problemen door het college en de reflectie die de accountant daarop gaat geven. Dus de basis op orde. Mevrouw Nauta kan zich voorstellen dat met de verkiezingen die voor de deur staan, er straks misschien een andere samenstelling van het college komt en vraagt of daar extra risico’s bij horen omdat er dan mogelijk andere keuzes gemaakt gaan worden. De heer Gerritsma antwoordt dat zo’n laatste jaar van een college altijd een spannend jaar is want het college wil de zaken uit het coalitieprogramma gerealiseerd hebben. In 2022 komt de vraag aan de orde, of de uitgangspunten voor bepaalde zaken met zo’n wisseling van college nog steeds valide zijn en waar dat eventueel effect heeft op de financiële positie van de gemeente. Mevrouw Nauta vraagt, aanvullend, hoe daar richting de begroting 2022 mee omgegaan wordt.

De heer Gerritsma antwoordt dat er natuurlijk een bepaalde continuïteit is. Het college moet per definitie over haar periode heen kijken, dat is inherent. De raad zou moeten kijken wat goed is voor Breda. 10. Rondvraag Er zijn geen vragen of opmerkingen voor de rondvraag. 11. Sluiting De voorzitter deelt mee dat de benoeming van de heer Sips, als niemand voor 29 september bezwaren uit, automatisch plaatsvindt na de terugtreding van de heer Van Drunen. Hij dankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering.

Notulen auditcommissie d.d.16 september 2021 Pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10890711/1