Beantwoording technische vragen Breda Beslist 06062024 IB verordening herijking bezwaarschriften
Tekst van het document
Beantwoording vragen Breda Beslist Vraag 1: Tijdens de IB sessie is gesproken over de verdeling, op basis van gedefinieerde categorieën, van ingediende bezwaren over de drie groepen: informeel, ambtelijk en adviescommissie. Graag verzoeken wij u, groep-respectievelijk, de lijst van deze categorieën over te leggen. Antwoord 1 Bij alle bezwaarschriften wordt onderzocht of deze informeel kunnen worden afgehandeld. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan wordt het bezwaar volgens de formele bezwaarprocedure afgehandeld. De hoorzitting vormt onderdeel van de formele bezwaarprocedure. Het horen vindt ambtelijk plaats dan wel via de externe Adviescommissie bezwaarschriften. De categorieën van bezwaarschriften waarin ambtelijk wordt gehoord zijn terug te vinden in het raadsvoorstel en voor de volledigheid nogmaals opgenomen in de onderstaande tabel en worden op korte termijn bij collegebesluit aangewezen. Sociaal Domein Participatiewet Wet maatschappelijke ondersteuning Leerlingenvervoer
Ruimtelijk Domein Afval Parkeervergunning (individuele gevallen) Wegsleepzaken Fietshandhaving Ligplaatsvergunning Opslag roerende zaken
Dienstverlening Huisnummerbesluit Adresonderzoek (In-uitschrijven BRP)
Bezwaarzaken die niet zijn aangewezen, worden gehoord door de commissie. (Zie artikel 4 en 5 van de Verordening behandeling bezwaarschriften 2024. Hierna: de Verordening) Vraag 2 De adviescommissie stelde in de IB sessie dat zij onafhankelijk is, omdat zij een extern instituut is. De voorzitter van de externe Adviescommissie1 bezwaarschriften heeft aangegeven dat de commissie onafhankelijk is, omdat de leden niet in dienst zijn van de gemeente Breda (zie eveneens onder 2.6). Vraag 2.1 Wie financiert de adviescommissie afgezien van de gemeente Breda Antwoord 2.1 Niemand. Er is geen sprake van een vergoeding voor de Adviescommissie bezwaarschriften anders dan die van de gemeente Breda. Vraag 2.2 Hoe hoog is de financiële vergoeding van de gemeente Breda aan de adviescommissie?
1
De voorzitter mr. R.G.L. van de Ven was aanwezig bij de IB-sessie en is op dit moment voorzitter van de adviescommissie die vnl. de bezwaren behandelt binnen het ruimtelijk economisch domein.
Antwoord 2.2 Het college kent aan de voorzitter en de overige leden van de Algemene Commissie een vergoeding toe per hoorzitting. De vergoeding is, conform de huidige Verordening, gelijk aan de vergoeding van een rechter-plaatsvervanger. De leden ontvangen per hoorzitting een vergoeding van € 353,00. Voor de Commissie Sociaal Domein is dit € 209,-- per lid, per zitting. Vraag 2.3 Hoe groot is het aandeel van de gemeente Breda in het totale advieswerk, respectievelijk, budget van de adviescommissie? Antwoord 2.3 Onder 2.1 is in aangegeven dat er geen nadere vergoeding is dan die van de gemeente Breda zelf. Wat betreft de werkzaamheden. De secretaris (in dienst van de gemeente) van de commissie bereidt de zittingen voor (o.a. dossiervorming), woont de zittingen bij en werkt de adviezen en hoor verslagen uit. Vraag 2.4 Bij welke andere (semi-)overheidsinstellingen zijn leden van deze adviescommissie nog meer actief; Antwoord 2.4 De leden van de adviescommissie zijn werkzaam binnen de bestuursrechtelijke praktijk. Zij beschikken in ieder geval over de juridisch relevante deskundigheid en zijn verder zoveel mogelijk werkzaam in alle geledingen van de maatschappij. De huidige leden zijn werkzaam bij andere gemeenten, provincies, de rijksoverheid, het wetenschappelijk onderwijs, het bedrijfsleven, of als zelfstandige.
Vraag 2.5 Graag verzoeken wij u ons de lijst van hun respectieve hoofd- c.q. andere nevenbetrekkingen over te leggen Antwoord 2.5 De hoofd- en nevenbetrekkingen van de commissieleden zijn slechts informeel bij ons bekend. Er is voor hen geen verplichting om die betrekkingen (structureel) aan ons bekend te maken. Van belang is dat de leden geen (werk)relatie hebben met de gemeente Breda of andere belangen die verstrengeld (zouden kunnen) zijn met die van de gemeente of van partijen in bezwaarprocedures. Dat onderzoeken wij bij de benoeming van commissieleden. Indien u dat wenst, kunnen wij bij de commissieleden vragen of zij vrijwillig opgave van hun hoofd- en nevenbetrekkingen willen doen. Als zij dat doen, kunnen wij u die vertrouwelijk meedelen, aangezien het openbaar maken daarvan een inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de commissieleden. Vraag 2.6 Hoe wordt haar onafhankelijkheid gewaarborgd wanneer zij voor haar inkomsten afhankelijk is van een partij tegen wiens belang zij in moet kunnen handelen? Antwoord 2.6 De werkzaamheden voor de adviescommissie zijn nevenwerkzaamheden. Als waarborg voor voldoende onafhankelijkheid geldt dat de leden geen deel uitmaken van het bestuursorgaan, noch onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan werkzaam zijn.
De vergoeding is in verhouding met de werkzaamheden dusdanig gering dat ook in die zin niet kan worden gesproken van (financiële) afhankelijkheid.
Als er sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling, zal een commissielid niet deelnemen aan de behandeling van een zaak. Daarvoor waakt het commissielid zelf, en de (voorzitter van de) commissie. Als wij bemerken dat een lid een belang heeft dat zich niet verdraagt met de onafhankelijkheid van de commissie, zullen wij de commissie vragen om de zaak in een andere samenstelling te beoordelen. Voor het geval sprake is van (na benoeming ontstane of gebleken) structurele belangenverstrengeling of schijn daarvan, zullen wij het commissielid ontslaan indien dit zelf niet de benodigde consequentie trekt. Vraag 2.7 Waar blijkt haar onafhankelijkheid in de praktijk uit, mede gezien het antwoord op technische vraag nr. 20, gesteld door de LPF op 31-01-2024: “…Adviezen van de Adviescommissie Bezwaarschriften worden voor het over grote gedeelte gevolgd.” Antwoord 2.7 De vraag is ons niet geheel duidelijk. Wanneer het college steeds de adviezen van de commissie volgt, zegt dat niets over de onafhankelijkheid van de commissie. In ieder geval brengt de Adviescommissie bezwaarschriften een advies uit aan het bevoegde bestuursorgaan. Het bestuursorgaan is bevoegd het advies wel of niet over te nemen. Het advies is niet bindend. Het bestuursorgaan neemt vervolgens de beslissing op bezwaar.
Adviezen van de Adviescommissie bezwaarschriften worden vaak overgenomen, maar er wordt soms ook besloten om af te wijken van het advies. Het is wettelijk mogelijk om af te wijken van het advies. De reden voor deze afwijking dient dan wel gemotiveerd te worden in de beslissing op bezwaar. Het advies wordt met de beslissing op bezwaar meegezonden. Vraag 3 Naar zeggen van de aanwezige ambtenaren in de IB sessie zijn zij, net zoals de adviescommissie, ook onafhankelijk. Overwegend dat redelijkerwijs onafhankelijkheid enkel verwacht kan worden van een onkwetsbare partij, zowel hiërarchisch als financieel, hoe kan de onafhankelijkheid van deze ambtenaren, afgezien van hun persoonlijk ethisch vermogen, gegarandeerd worden, mede met het oog op technische vraag nr. 18 gesteld door de LPF op 3101-2024 naar hoe vaak na dergelijk onafhankelijk handelen functie-inhoud veranderde, overplaatsing en/ of ziekmelding volgde. Antwoord 3 Ambtelijk horen is een wettelijke bevoegdheid neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb schrijft voor dat de ambtenaar die hoort, niet bij de totstandkoming van het primaire besluit betrokken mag zijn geweest. De ambtelijk hoorders binnen Breda zijn centraal/op afstand georganiseerd (Juridische Zaken) en als zodanig niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het primaire besluit, waartegen het bezwaar zich richt.
De afstand van de ambtelijk hoorders tot het primaire besluitvormingsproces is daarmee gewaarborgd en het ambtelijk horen voldoet daarmee aan de vereisten als gesteld in de Awb. Vraag 4 Hoe kan de gemeente Breda het inhoudelijk omgaan met geschillen met burgers verbeteren om te voorkomen dat burgers onwenselijk juridisch moeten doorvechten (incl. procederen in bezwaar en beroep), gezien de hoge percentages van niet-ontvankelijk verklaarde bezwaren, mede met het oog op technische vraag nr. 17 gesteld door de LPF op 31-01-2024, naar hoe vaak gemeentejuristen tegen ambtelijk/ juridisch advies (door) procederen.
Antwoord 4 In het kader van de herijking van de bezwarenprocedure (als onderdeel van de gemeentelijke geschillenbeslechting) wordt een oplossingsgerichte aanpak voorgestaan. Dit uit zich onder meer in het proactief telefonisch contact opnemen bij ontvangst van een bezwaar. Verder wordt in samenspraak met de burger en intern betrokkenen, onderzocht of er alternatieve oplossingsmogelijkheden voorhanden zijn, anders dan het formeel-juridische proces. Een meer informele aanpak dus. Niettemin heeft de burger altijd het wettelijk recht om zijn bezwaar juridisch voor te leggen of juridisch af te laten handelen. Vraag 5 In het verlengde van technische vragen gesteld door de LPF op 31-01-2024, in het kader van het herstel van vertrouwen in de overheid en in de geest van de voorgaande vragen: in welke (cijfermatige) maat gaat B&W, in de uitvoering, tegen het advies van de eigen juridische afdeling in, bij het procederen tegen haar eigen inwoners? Antwoord 5 Er wordt opgemerkt dat het gebruik van de termen “het procederen tegen haar eigen inwoners” een onjuist beeld geeft van de behandeling van een bezwaar en/of beroep. De gemeente procedeert nauwelijks tegen haar inwoners.
We gaan er bij de beantwoording van deze vraag dan ook vanuit dat bedoeld wordt dat in het kader van een bezwaarprocedure een beslissing op bezwaar, waarbij het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften niet wordt overgenomen. Het zogenaamde “contrair gaan”. Dit is op zich een wettelijke bevoegdheid. Zie ook het antwoord onder vraag 2.7. Harde cijfers zijn hierover niet beschikbaar. In de beantwoording van eerdere technische vragen van de SP van januari dit jaar is uit dossieronderzoek gebleken dat dit minder dan 5% is. Daarnaast komt het in een enkel geval voor dat de gemeente hoger beroep instelt tegen een besluit van een lagere rechter. Dit zijn echter uitzonderlijke situaties. Het ziet dan niet in een procedure starten tegen haar eigen inwoners, maar het aantekenen van beroep tegen een uitspraak van een rechterlijke instantie. Vaak wint het college hiervoor, naast het juridisch advies van de eigen gemeentelijke juristen, ook extern juridische advies in bij AKD, omdat we dit besluit niet lichtzinnig nemen. Vraag 6 Op welke exacte punten per artikel, per lid, wijkt de verordening af van de wet? Voorbeeld: In artikel 6:1 wordt gesteld dat de adviescommissie moet bestaan uit ten minstens voorzitter en zes overige leden, terwijl artikel 7:13 van Awb stelt dat dit enkel een voorzitter en twee overige leden moet zijn.
Antwoord 6 De gehele verordening wijkt op geen enkel punt af van de wet. Artikel 7:13 van de Awb schrijft voor dat een Adviescommissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 6 overige leden. Bij de hoorzitting zijn telkens 3 leden aanwezig. De leden van de Adviescommissie bezwaarschriften wonen de hoorzittingen bij toerbeurt en in wisselende samenstellingen bij.