3c. Verordening Rekenkamer Breda 11062025
Tekst van het document
VERORDENING GEMEENTELIJKE REKENKAMER BREDA Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. wet: Gemeentewet; b. voorzitter: voorzitter van de rekenkamer; c. college: college van burgemeester en wethouders; d. raad: gemeenteraad van Breda; e. griffie: griffie van de gemeente Breda; f. griffier: griffier van de gemeente Breda; g. rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet van de gemeente Breda; h. doelmatigheid: het bereiken van resultaten met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; i. doeltreffendheid: het bereiken van resultaten; j. rechtmatigheid: handelen in overeenstemming met de geldende wetten en regels. Artikel 2 Rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. 2. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter. 3. Wijzigingen in deze verordening geschieden louter na overleg met de rekenkamer. Artikel 3 Taak van de rekenkamer De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Een onderzoek naar de rechtmatigheid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet. Artikel 4 Commissie De auditcommissie is namens de gemeenteraad het bestuurlijk aanspreekpunt van de rekenkamer. Artikel 5 Benoeming leden rekenkamer 1.
De auditcommissie benoemt een selectiecommissie van (burger)raadsleden en rekenkamerleden, die de gesprekken voert met de kandidaten voor de rekenkamer en een voordracht opstelt voor de raad. 2. De raad benoemt de voorzitter en de leden van de rekenkamer voor de duur van 6 jaar op voordracht van de selectiecommissie, genoemd onder lid 1. 3. De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd. 4. De selectiecommissie doet de voordracht vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: a. de mededeling dat de kandidaat een benoeming als lid zal aanvaarden, en b. een overzicht van de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt. 5. Door de te benoemen personen wordt een verklaring omtrent het gedrag overgelegd. Artikel 6 Benoeming plaatsvervangende leden 1. De raad kan – op verzoek van de rekenkamer - voor een bepaalde termijn plaatsvervangende leden benoemen. 2. De bepalingen van deze verordening zijn op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 5 lid 2. Artikel 7 Ontslag en non-activiteit van leden rekenkamer 1. De auditcommissie bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. 2.
In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de auditcommissie de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid.
3. 4.
De auditcommissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid. De raad ontslaat en stelt de leden van de rekenkamer op non-activiteit.
Artikel 8 Ambtelijke ondersteuning 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris-onderzoeker. 2. De griffier wijst de ambtelijk secretaris-onderzoeker aan op voordracht van de rekenkamer. Artikel 9 Budget 1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorige begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid van de wet. 3. Eventuele onderuitputting van het jaarbudget kan jaarlijks via de algemene reserve worden meegenomen naar het volgende begrotingsjaar, tot een maximumbedrag ter hoogte van de helft van het jaarbudget. Artikel 10 Vergoeding werkzaamheden 1. De voorzitter van de rekenkamer ontvangt een vaste vergoeding van € 1.250,- per maand. De overige leden van de rekenkamer ontvangen ieder een vaste vergoeding van € 900,- per maand. 2. Indien de rekenkamer besluit één of meer van zijn leden te belasten met de uitvoering van zelfstandige onderzoekswerkzaamheden die verder gaan dan de reguliere begeleiding, ontvangen deze leden een vergoeding van € 80,- per onderzoeksuur. 3. De in het eerste en tweede lid genoemde vergoedingen worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het prijs index cijfer wat jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld. 4.
De leden van de rekenkamer ontvangen daarnaast een vergoeding voor hun reiskosten op basis van de belastingvrije kilometervergoeding of de kosten van tweede klasse openbaar vervoer. 5. De in het eerste, tweede en vierde lid genoemde vergoedingen komen ten laste van het in het eerste lid van artikel 9 bedoelde budget. Artikel 11 Onderwerpkeuze 1. Overeenkomstig de artikelen 182 tot en met 184 van de wet voert de rekenkamer haar werkzaamheden uit. 2. Conform artikel 182 van de wet bepaalt de rekenkamer zelf naar welke onderwerpen zij onderzoek wil verrichten. Bij het inventariseren van mogelijke onderwerpen voor onderzoek betrekt de rekenkamer suggesties die door raadsleden, inwoners, organisaties, ambtenaren en collegeleden van de gemeente Breda onder de aandacht van de rekenkamer zijn gebracht. 3. De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. Ingevolge het bepaalde in artikel 182, tweede lid, van de wet, legt de raad dit verzoek vast in een besluit. De griffie draagt zorg voor het doorgeleiden van dit verzoek aan de rekenkamer. 4. De rekenkamer bericht de raad binnen twee maanden na het verzoek van de raad of en op welke wijze aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij haar besluit. Artikel 12 Producten rekenkamer 1.
De rekenkamer kan de raad verschillende producten aanbieden: a. Onderzoeksrapporten: een product, zoals bedoeld in artikel 185 lid 1 van de wet, volgend op een door of namens de rekenkamer uitgevoerd onderzoek. Een onderzoeksrapport bevat bevindingen en conclusies. b. Informatieproducten: producten van andere activiteiten dan onderzoek zoals in lid 1a bedoeld wordt, zoals informatiebrieven, presentaties of handreikingen. Artikel 13 Rapportage van onderzoeken 1. De rekenkamer stelt de betrokken partijen in de gelegenheid tot feitelijk wederhoor. Betrokken partijen kunnen binnen drie weken reageren op de juistheid van de bevindingen in het onderzoeksrapport of een door de rekenkamer geselecteerd deel daarvan.
2.
3. 4. 5. 6.
De rekenkamer stelt het betreffende orgaan, doorgaans het college, in de gelegenheid tot bestuurlijk wederhoor. Het betreffende orgaan reageert binnen vier weken schriftelijk op de conclusies en aanbevelingen en deelt ten minste mee: a. welke aan het orgaan gerichte aanbevelingen worden overgenomen; of b. indien aan het orgaan gerichte aanbevelingen niet of in aangepaste vorm worden overgenomen, de motivering waarom van deze aanbevelingen wordt afgeweken. Na ontvangst van de in het tweede c.q. derde lid genoemde reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt een definitief onderzoeksrapport op waarin de bestuurlijke reactie en een eventueel nawoord van de rekenkamer zijn opgenomen. Voor informatieproducten zoals beschreven in artikel 12 lid 1b wordt afgezien van de procedure zoals beschreven in de leden 1 t/m 3. De rekenkamer kan gemotiveerd afwijken van de werkwijze zoals omschreven in de leden 1 t/m 4. Vanaf het moment van ontvangst door de gemeenteraad is het onderzoeksrapport openbaar.
Artikel 14 Behandeling door de raad 1. De raad stelt de rekenkamer zo spoedig mogelijk na ontvangst van het onderzoeksrapport in de gelegenheid het rapport nader toe te lichten aan de raad. 2. Ten behoeve van de raadsbehandeling wordt door de rekenkamer een raadsvoorstel opgesteld met conceptraadsbesluit. 3. De raad behandelt het onderzoeksrapport uiterlijk drie maanden na publicatie van het rapport. Artikel 15 Monitoring aanbevelingen 1. De griffie verstrekt de raad en in afschrift de rekenkamer jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan de raad gedane aanbevelingen van de rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen. De griffie verstrekt daarbij de informatie over de uitvoering van de aanbevelingen. 2. Het college verstrekt de raad en in afschrift de rekenkamer jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan het college gedane aanbevelingen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de aanbevelingen uitvoering is gegeven. Artikel 16 Periodieke evaluatie 1. In opdracht van de raad wordt het functioneren van de rekenkamer minimaal eens per 6 jaar geëvalueerd. 2. De kosten van de evaluatie komen niet ten laste van het budget van de rekenkamer. Artikel 17 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke rekenkamer Breda. Artikel 18 Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum] 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum] 2025.
, voorzitter
, griffier
Artikelsgewijze toelichting op de Verordening gemeentelijke rekenkamer Algemeen Deze verordening is een aanvulling op hetgeen in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Kortheidshalve wordt verwezen naar de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De raad moet een onafhankelijke rekenkamer instellen. Zie artikel 81a van de Gemeentewet. Daarnaast moet de raad op grond van artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen waarin de werkzaamheden van de rekenkamer zijn vermeld. De verordening is ontleend aan de modelverordening van de VNG. De verordening bevat regels over de rekenkamer, de vergoeding en de werkwijze en verslaglegging over de onderzoeken. In de verordening zijn geen bepalingen opgenomen die ook al in de gemeentewet zijn opgenomen. Dat betekent dus dat de verordening steeds in samenhang met de hoofdstukken IVa (artikelen 81a tot en met 81k) en hoofdstuk XIa (artikelen 182 tot en met 185a) gelezen dient te worden. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2 In het eerste lid stelt de raad de rekenkamer in. Dit is een wettelijke verplichting (artikel 81a van de Gemeentewet).
De raad moet bepalen hoeveel leden de rekenkamer zal hebben (artikel 81b). Daarin voorziet het tweede lid. Artikel 5 De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden her- benoemd (artikel 81c, eerste lid, van de Gemeentewet). Het eerste lid bevat de bepaling dat de leden van de rekenkamer worden benoemd op de voordracht van een door de auditcommissie samengestelde selectiecommissie. Artikel 81c, vijfde lid, van de wet bevat het voorschrift dat voorafgaand aan benoemingen overleg wordt gevoerd met de rekenkamer. De wet bepaalt niets over de vorm die dat overleg moet hebben. Daar heeft de raad dus een keuze. In de voorliggende verordening is dit geregeld in de vorm van de deelname van de rekenkamer in de selectiecommissie. De auditcommissie zorgt dat de rekenkamer vertegenwoordigd is in de selectiecommissie. Wanneer dit door omstandigheden niet mogelijk is, mag de selectiecommissie alleen uit raadsleden bestaan. De selectiecommissie mag zich laten bijstaan door adviseurs uit de organisatie en/of griffie. Op grond van artikel 81e van de wet zullen de leden van de rekenkamer openbaar moeten maken welke andere functies dan het lidmaatschap van de rekenkamer zij vervullen. Artikel 81f van de wet noemt de functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de rekenkamer.
Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan, zal de raad dus zeker moeten stellen dat artikel 81f van de wet aan de benoeming niet in de weg staat. Het vierde lid van artikel 5 bepaalt dat de selectiecommissie de hiervoor benodigde informatie moet verschaffen. De kandidaat-leden zullen dus via de selectiecommissie de informatie moeten verschaffen die op grond van artikel 81e van de wet na benoeming openbaar gemaakt zal moeten worden. Ook zal duidelijk moeten zijn dat een beoogd lid zijn kandidatuur aanvaardt. Tot slot is vereist dat een verklaring omtrent het gedrag wordt overgelegd aan de raad (lid 5). Op grond van artikel 81c, tweede lid, van de wet benoemt de raad de voorzitter van de rekenkamer in functie. Verder zal vastgesteld moeten worden dat bij de te benoemen leden van de rekenkamer is voldaan aan artikel 81f van de wet, waarin de incompatabiliteiten worden geregeld: de “geloofsbrieven” van de kandidaten. Artikel 6 Op grond van artikel 81c, derde lid, kan de raad plaatsvervangende leden benoemen. Dit is overigens vooralsnog feitelijk niet de bedoeling. De wet bepaalt verder niets over hun rol. De plaatsvervangende leden kunnen tijdelijk invallen als een van de leden door ziekte of anderszins langere tijd niet in staat is zijn functie uit te oefenen. Ook kunnen ze opgeroepen worden om voor een speciaal project tijdelijk de rekenkamer aan te vullen.
Het tweede lid verklaart de bepalingen uit deze verordening van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden om te voorkomen dat deze plaatsvervangende leden bepaalde (onderzoeks)bevoegdheden niet zouden kunnen gebruiken. Artikel 9 De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan haar ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de raad is een borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taak. De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Artikel 10 De raad stelt de vergoeding voor de voorzitter en de leden vast. De vergoeding heeft als peildatum de ingangsdatum van de verordening. Het tweede lid bepaalt dat rekenkamerleden die belast zijn met onderzoekswerkzaamheden die verder gaan dan de reguliere begeleiding een vergoeding van € 80,- per onderzoeksuur kunnen ontvangen. Het gaat dan om onderzoekswerkzaamheden die het rekenkamerlid zelfstandig uitvoert voor (delen van) een onderzoek waarbij geen extern onderzoeksbureau betrokken is. Het begeleiden van (delen van) onderzoek waarbij een extern bureau betrokken is, valt onder de reguliere begeleiding, waarvoor de leden de in lid 1 genoemde vergoeding ontvangen.
Artikel 11 De onafhankelijkheid van de rekenkamer blijkt onder andere uit het feit dat zij zelfstandig bepaalt welke onderzoeken zullen worden ingesteld. De rekenkamer kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Omdat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamer niet voldoet aan een gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. Artikel 12 De rekenkamer maakt een onderscheid tussen onderzoeksrapporten zoals bedoeld in artikel 185 lid 1 van de wet, en informatieproducten. Waar het in de verordening gaat over onderzoeksrapporten, gaat het over onderzoeksrapporten zoals bedoeld in artikel 12a van de verordening. Een onderzoeksrapport zoals bedoeld in artikel 12a van de verordening kan verschillende vormen aannemen en hoeft niet altijd een schriftelijke rapportage te zijn. Artikel 13 De rekenkamer waarborgt de juistheid van haar bevindingen door de onderzochte partijen in de gelegenheid te stellen onjuistheden in het concept onderzoeksrapport aan te geven. Dit is de procedure van feitelijk hoor en wederhoor. Meestal zijn de onderzochte partijen een organisatieonderdeel van de gemeente.
Ingeval van partijen buiten de gemeente wordt beoordeeld of en op welke wijze deze partijen een reactie op (een voor die partij relevant deel van) het concept onderzoeksrapport kunnen geven. De rekenkamer bepaalt zelf hoe zij de opmerkingen uit het feitelijk hoor en wederhoor verwerkt. Een onderzoeksrapportage met conclusies en aanbevelingen wordt aan het betreffende orgaan, doorgaans het college, voorgelegd voor een bestuurlijke reactie. Dit is de procedure van bestuurlijk hoor en wederhoor. Het eindrapport, inclusief bestuurlijke reactie van het college en eventueel een nawoord van de rekenkamer, wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Artikel 14 De rekenkamer is een orgaan van de raad en de onderzoeksrapporten worden dan ook voorgelegd en behandeld in de raad. Dit artikel voorziet hierin. Wanneer een onderzoeksrapport van de rekenkamer aanbevelingen bevat, wordt
door de griffie ten behoeve van de raadsbehandeling van het rapport een raadsvoorstel opgesteld. Dit raadsvoorstel legt de aanbevelingen uit het rapport ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Artikel 15 In artikel 185a van de wet is vastgelegd dat het college de raad jaarlijks een overzicht stuurt van de aan het college gedane voorstellen, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. In artikel 15 lid 2 van de verordening is daarover vastgelegd dat het college dit jaarlijks voor 1 april verstrekt. De rekenkamer doet in haar rapporten tevens aanbevelingen aan de raad. In artikel 15 lid 1 is daarom eenzelfde bepaling opgenomen over de aanbevelingen die de raad heeft ontvangen. Hiermee ontstaat een volledig overzicht van de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer.
Oplegnotitie wijzigingen verordening Rekenkamer Breda De verordening op de gemeentelijke rekenkamer Breda is geactualiseerd. De bestaande verordening was verouderd en sloot niet meer volledig aan bij de huidige werkwijze en wettelijke kaders. Met de invoering van de Wet versterking decentrale rekenkamers (1-1-2023) was het noodzakelijk om de regels en procedures aan te passen aan de nieuwe eisen. Daarnaast hecht de rekenkamer veel waarde aan een transparante en efficiënte samenwerking, waarbij heldere afspraken en goed vastgelegde procedures bijdragen aan een constructieve werkomgeving. De vernieuwde verordening zorgt ervoor dat de rekenkamer haar taak effectief en onafhankelijk kan blijven uitvoeren. Door de wijzigingen sluit de verordening ook beter aan bij die van andere rekenkamers in Nederland. Enkele artikelen zijn gewijzigd om de leesbaarheid van de verordening te verbeteren. Hiertoe is tevens aan het einde van de verordening een artikelsgewijze toelichting toegevoegd. Daarnaast zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd om beter aan te sluiten bij de huidige werkpraktijk. Dit betreft onder andere de vergoedingen voor de rekenkamerleden, de verankering van de rol van de ambtelijk secretarisonderzoeker en de rol van de auditcommissie als aanspreekpunt voor de rekenkamer. Andere belangrijke wijzigingen zijn: • •
•
•
• •
• •
Leden van de rekenkamer kunnen maximaal éénmaal worden herbenoemd. In plaats van een jaarplan wordt gewerkt met een doorlopende groslijst. Dit maakt het onderzoeksprogramma transparanter en flexibeler, zodat de raad beter kan worden bediend met onderzoek dat aansluit bij de actuele behoefte. De overheveling van (een deel van) de onderuitputting van het rekenkamerbudget is nu opgenomen in de verordening. De hoogte ervan (maximaal de helft van het jaarbudget) is gebruikelijk voor gemeentelijke rekenkamers. Hiermee zorgt de rekenkamer ervoor dat de rekenkamer na een jaar met minder onderzoek, bijvoorbeeld door wisselingen in de bemensing, kan compenseren met meer onderzoek in het erop volgende jaar. Het ‘oppotten’ van budget is niet mogelijk. Er is een tweedeling aangebracht tussen onderzoeksrapporten en informatieproducten. Hierdoor kan de rekenkamer de raad vanuit haar expertise ook voorzien van producten zoals informatiebrieven en handreikingen die niet (direct) voortkomen uit een klassiek rekenkameronderzoek. De procedures rondom feitelijk en bestuurlijk wederhoor zijn geformaliseerd, zodat verantwoordelijkheden en wederzijdse afspraken voor alle partijen helder zijn. De Gemeentewet bepaalt dat het college de raad jaarlijks informeert over de opvolging van de aan het college gerichte aanbevelingen van de rekenkamer.
Dit is nu ook in de verordening opgenomen, waarbij tevens is vastgelegd dat de griffie hetzelfde doet voor aanbevelingen aan de raad. De procedure rondom de behandeling van rekenkamerrapporten is in de verordening vastgelegd. Hiermee wordt geborgd dat de raad een rekenkamerrapport altijd bespreekt. In de behandelprocedure is tevens opgenomen dat de rekenkamer bij haar rapporten een raadsvoorstel aanlevert. Dat een rekenkamerrapport altijd gepaard gaat met een raadsvoorstel is cruciaal voor (het werk van) de rekenkamer. In het verleden is gebleken dat het niet opstellen van een raadsvoorstel de raad afhankelijk maakt van moties om conclusies aan te nemen en aanbevelingen op te (laten) volgen. Óf de raad een besluit neemt over de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer, moet niet afhankelijk zijn van politieke beraadslagingen. Welk besluit de raad neemt over de conclusies en aanbevelingen, dat is uiteraard wel afhankelijk van politieke beraadslagingen. Met een raadsvoorstel faciliteert de rekenkamer de raad en wordt geborgd dat de raad altijd een besluit neemt over de door de rekenkamer gedane aanbevelingen. Dit past bij de Gemeentewet (GW art. 185a) die stelt dat het college de raad jaarlijks moet informeren over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer (‘”de aan het college
•
gedane voorstellen van de rekenkamer”). Door een besluit te nemen, wordt deze opdracht formeel gegeven. De raad besluit met de verordening dat het functioneren van de rekenkamer elke zes jaar wordt geëvalueerd.
Artikel oud Artikel nieuwwas wordt toelichting 1 Begripsbepalingen Definities - nieuwe volgorde, streepjes Gewijzigd voor leesbaarheid en aansluiten bij ideeën 45 en 47 van VNG - 100 ideeën voor de gemeentelijke regelgever - vierde herziene editie 2023 1 commissie: raadscommissie Algemene Zaken [-verwijderd-] De auditcommissie is het aanspreekpunt voor de rekenkamer. Dit is destijds niet aangepast in de verordening en wordt nu gewijzigd. De verordening zal telkens verwijzen naar de auditcommissie, daarmee kan deze definitie vervallen. 1 [-] griffie: griffie van de gemeente Breda Toevoeging. 1 [-] griffier: griffier van de gemeente Breda Toevoeging. 1 1 rekenkamer: het college voor de rekenkamer van de gemeente Breda. rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet van Verhelderen. de gemeente Breda; 1 1 doelmatigheid (of efficiency): het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare doelmatigheid: middelen het bereiken het gewenste van resultaten resultaatmet te bereiken; een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; Verhelderen. 1 1 doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde doeltreffendheid: prestaties de gestelde het bereiken doelen van ofresultaten; de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken. Verhelderen.
1 [-] rechtmatigheid: handelen in overeenstemming met de geldende wetten en regels. Toegevoegd aan de begripsbepalingen t.b.v. artikel 3. 2 lid 2 De rekenkamer bestaat uit een college van een voorzitter en twee leden. De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter. Verhelderen. 2 lid 3 [-] Wijzigingen in deze verordening geschieden louter na overleg met de rekenkamer De rekenkamer wil voorkomen dat de verordening op de rekenkamer wordt gewijzigd zonder dat hierover overleg is gevoerd met de rekenkamer. 3 lid 1 3 1. De rekenkamer voert onderzoek uit naar: De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van Hiermee het door is het hetartikel gemeentebestuur in de verordening gevoerde gelijkbeleid. aan de tekst in de gemeentewet artikel 182 en de volledige breedte van die taak zoals die door de wetgever is beoogd. a. de doelmatigheid en doeltreffendheid van gemeentelijk beleid; b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beheer en de organisatie; c. de controle op de rechtmatigheid van het financieel beheer en de financiële verantwoording van de gemeente Breda en van de instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. 4 lid 1 De raadscommissie Algemene Zaken wordt aangewezen als de commissie voor de rekenkamer. [-verwijderd-] Overbodig.
4 lid 2 4 Ten aanzien van de rekenkamer heeft de commissie de volgende taken: a. het adviseren van Dede auditcommissie raad over de rapporten is namens alsde genoemd gemeenteraad in artikelbestuurlijk 11; b. het aanspreekpunt onderhouden van vandedecontacten Rekenkamer. De van nieuwe de raad tekstmet past debeter rekenkamer. bij de rol van de auditcommissie. Het is aan de auditcommissie om in de eigen verordening op te nemen hoe zij zich verhoudt tot de rekenkamer. 5 lid 1 De commissie Algemene Zaken benoemt uit haar midden een selectiecommissie van één De persoon auditcommissie per raadsfractie, benoemt die de eengesprekken selectiecommissie voert metvan de kandidaten (burger)raadsleden en een voordracht en rekenkamerleden, opstelt Het artikel voordie is deaangepast de raad. gesprekken om beter voertaan metedesluiten kandidaten bij de praktijk. en een voordracht Verder is inopstelt het artikel vooropgenomen de raad. dat rekenkamerleden ook deel uitmaken van de selectiecommissie, zodat de rekenkamer standaard betrokken is bij de werving van een nieuw lid. 5 lid 3 [-] De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een Deperiode wet staat vaneen zesonbeperkt jaar worden aantal herbenoemd. herbenoemingen toe. Om tunnelvisie in de rekenkamer te voorkomen, is in de verordening opgenomen dat een lid eenmaal herbenoemd mag worden.
De maximale zittingsduur is daarmee 12 jaar. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergadering van de[-verwijderd-] rekenkamer. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, alsde devergaderorde overige ledenbehoren een gelijke periode zitting van hebben gehad, het oudstezal lid dit in jaren. 5 lid 4 Artikelen over in het Reglement Orde. De rekenkamer in het Reglement van Orde opnemen. 5 lid 5 Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer vraagt [-verwijderd-] de selectiecommissie een advies aan (de zittende leden van) de rekenkamer. In lid 1 is reeds geborgd dat de rekenkamer betrokken is bij de selectie van de rekenkamerleden. De raad kan – op verzoek van de rekenkamer - voor een bepaalde termijn plaatsvervangende 6 lid 1 De raad kan – op verzoek van de rekenkamer - plaatsvervangende leden benoemen. Lid 1leden en 2 benoemen. zijn verhelderd, zodat de raad tijdelijke plaatsvervangers kan benoemen zonder dat een benoemingstermijn van zes jaar van toepassing is. De bepalingen met uitzondering van artikel 5 lid 2.
6 lid 2 De bepalingen van deze verordening zijn op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.van deze verordening zijn op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige Lid 1 toepassing, en 2 zijn verhelderd, zodat de raad tijdelijke plaatsvervangers kan benoemen zonder dat een benoemingstermijn van zes jaar van toepassing is. 7 lid 1: de commissie, lid 2: de commissie, lid 3: de commissie lid 1: de auditcommissie, lid 2: de auditcommissie, lid 3: de auditcommissie Voor de helderheid is 'commissie' in dit artikel vervangen door 'auditcommissie' [-] 8 Artikel 8. Ambtelijke ondersteuning De secretaris-onderzoeker van de rekenkamer Breda en diens benoeming waren niet opgenomen in de verordening. 1. De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris -onderzoeker. 2. De griffier wijst de ambtelijk secretaris-onderzoeker aan op voordracht van de rekenkamer. De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 april een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken voor het volgende kalenderjaar. 8 lid 3 [-verwijderd-] De rekenkamer is onderdeel van de meerjarenbegroting van de griffie, ombudsman en rekenkamer. Eventuele onderuitputting van het jaarbudget kan jaarlijks via de algemene reserve wordenOp meegenomen het volgende tot een maximumbedrag ter hoogte van de helft jaarbudget.
9 lid 3 [-] dit moment isnaar geregeld dat eenbegrotingsjaar, deel van het onderzoeksbudget meegenomen kan worden naarvan het het volgende begrotingsjaar. Dit is niet in de verordening opgenomen. Verschillende gemeentelijke rekenkamers gebruiken dit maximum, de Rekenkamer Breda stelt voor dit ook te hanteren in Breda. 9 lid 1 10 lid 1 De voorzitter van de rekenkamer ontvangt een vaste vergoeding voor zijn werkzaamheden en Deonkosten voorzittervan van€de 15.000,rekenkamer per jaar. ontvangt De overige een vaste ledenvergoeding van de rekenkamer van € 1.250,ontvangen per maand. ieder De een Huidige overige vaste bedragen. vergoeding leden van de voor rekenkamer hun werkzaamheden ontvangen ieder en onkosten een vaste vanvergoeding € 7.500,- per vanjaar. € 900,- per maand. Indien de rekenkamer besluit ontvangen één of meer vanleden zijn leden belasten van met€de uitvoering vanDe zelfstandige diemakkelijker verder gaanom dan de regulieretebegeleiding , ontvangen leden een vergoeding € 80,- per 9 lid 2 10 lid 2 Indien de rekenkamer besluit één of meer van zijn leden te belasten met de uitvoering van onderzoekswerkzaamheden, deze een te vergoeding 80,per onderzoeksuur. aanvullingonderzoekswerkzaamheden maakt het voor de rekenkamer onderscheid maken tussen regulieredeze begeleiding van onderzoekvan waarvoor de onderzoeksuur. vaste vergoeding geldt en overige onderzoekswerkzaamheden.
9 nieuw lid 410 lid 4 [-] De leden van de rekenkamer ontvangen daarnaast een vergoeding voor hun reiskosten opHet basis rekenkamerbudget van de belastingvrije bevat kilometervergoeding ruimte voor een reiskostenvergoeding of de kosten van tweede voor de klasse leden. openbaar Deze is vervoer. echter niet verankerd in de verordening. Dit artikel wordt door meerdere gemeentelijke rekenkamers gebruikt in de verordening en is als zodanig overgenomen. Delid in van het eerste, en vierde het eerste artikelde 9 reiskostenvergoeding. bedoelde budget. 9 lid 4 10 lid 5 De in het eerste en tweede lid genoemde vergoedingen komen ten laste van het in het eerste artikel 8tweede bedoelde budget.lid genoemde vergoedingen komen ten laste van het inHet nieuwelid lidvan 4 betreft Deze komt ten laste van het budget van de rekenkamer, dat in de nieuwe verordening in artikel 9 staat. 10 11 Werkwijze en bevoegdheden. Verzoek tot onderzoek Onderwerpkeuze Het artikel behandelt de onderwerpkeuze, de titel is nu in lijn met de inhoud. artikel 182 van de wet bepaalt de rekenkamer zelf naar welke onderwerpen zij een verrichten. Bijdat het de inventariseren onderwerpen voor onderzoek betrekt dezich rekenkamer suggesties dielaat doorvoeden organisaties, inwoners van en raadsleden van de gemeente Breda onder de aandacht van de rekenkamer zijn gebracht.
10 lid 2 11 lid 2 Conform artikel 182 van de wet bepaalt de rekenkamer zelf naar welke onderwerpen zij eenConform onderzoek wil verrichten. Deonderzoek toevoegingwil maakt duidelijk rekenkamervan zelfmogelijke bepaalt welke onderwerpen zij onderzoekt, maar bij de onderwerpkeuze door suggesties raad en stad. Devan raad kanonderzoek de rekenkamer een gemotiveerd doenbericht tot het instellen van een onderzoek. Ingevolge het bepaalde in 182, vanniet deIndien wet, legt de raad ditisverzoek vast eenzal besluit. Deraad griffier draagt voor het doorgeleiden van dit verzoek aanHet deartikel rekenkamer. 10 lid 3 11 lid 3 Vóór 1 december kan de raad de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen een voor het jaar daarop. Deverzoek rekenkamer de raad binnen twee maanden De rekenkamer of en in hoeverre is van mening aan dat datartikel verzoek een verzoek zaltweede worden van delid, voldaan. raad datumafhankelijk de rekenkamer eniet deaan rekenkamer hetinverzoek van in haar de jaarprogramma voldoet, zalzorg ruimte zij de afwijzing houden voor motiveren. evt. verzoekonderzoek. regelt dat een verzoekonderzoek een raadsbesluit moet zijn en doorgeleid moet worden naar de rekenkamer via de griffie, zodat een verzoek altijd bij de rekenkamer belandt.
10 nieuw lid11 4 lid 4 zie 10 lid 3 De rekenkamer bericht de raad binnen twee maanden na het verzoek van de raad of en opBlijft welke gelijk wijzeaan aan het dat oude verzoek artikel, wordt maar voldaan. is ondergebracht Indien de rekenkamer in een apartniet lid. aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij haar besluit. 10 lid 5 Jaarlijks legt de rekenkamer vóór 1 april een onderzoeksplan ter kennisneming aan de raad[-verwijderd-] voor. In het verleden werd tegelijk met het jaarverslag een onderzoeksplan voor het komende jaar aangeboden aan de raad. De rekenkamer vindt echter dat het de transparantie en flexibiliteit vergroot om met een groslijst van onderwerpen te werken en regelmatig via nieuwsbrief en de auditcommissie terug te koppelen welke onderzoeken zij van plan is uit te voeren. 12 [-] Producten rekenkamer Om heldere kaders te bieden over de toepasbaarheid van artikel 11 wordt hier onderscheid gemaakt tussen onderzoeksrapporten en informatieproducten. 1. De rekenkamer kan de raad verschillende producten aanbieden: a. Onderzoeksrapporten: een product, zoals bedoeld in artikel 185 lid 1 van de wet, volgend op een door of namens de rekenkamer uitgevoerd onderzoek. Een onderzoeksrapport bevat bevindingen en conclusies. b. Informatieproducten: producten van andere activiteiten dan onderzoek zoals in 1a bedoeld wordt, zoals brieven, presentaties of handreikingen.
De rekenkamer stelt de onderzochte partij(en) schriftelijk op de hoogte van het (nog niet gepubliceerde) 11 lid 1 [-verwijderd-] ontwerponderzoeksrapport. Het lid is overbodig gezien de erop volgende onderdelen. De rekenkamer stelt de onderzochte partij in de gelegenheid om binnen vier weken schriftelijk te reageren op hetdeconceptonderzoeksrapport en, indien van toepassing, de conceptaanbevelingen. 11 lid 2 13 lid 1 De rekenkamer stelt betrokken partijen in de gelegenheid tot feitelijk wederhoor. Betrokken Het artikel partijen formaliseert kunnen binnen afspraken drie weken over het reageren feitelijkopwederhoor de juistheid envan verkort de bevindingen de termijn van in het hetonderzoeksrapport feitelijk wederhoorof met een een door week, de rekenkamer om zo de totale geselecteerd doorlooptijd deel van daarvan. het rapport te verkorten. 11 lid 3 13 lid 2 idem De rekenkamer stelt het betreffende orgaan, doorgaans het college, in de gelegenheid totHet bestuurlijk artikel formaliseert wederhoor. Het afspraken betreffende over het orgaan bestuurlijk reageert wederhoor binnen vier enweken verplicht schriftelijk het college op de te reageren conclusies open deaanbevelingen aanbevelingen.en deelt ten minste mee: a. welke aan het college gerichte aanbevelingen worden overgenomen; of b.
indien aan het college gerichte aanbevelingen niet of in aangepaste vorm worden overgenomen, de motivering waarom van deze aanbevelingen wordt afgeweken. ontvangst van dedeinbevindingen, het tweede c.q. derde liden, genoemde sluitaanbevelingen, de rekenkamerVerduidelijking haar onderzoek af de en steltzijn eenopgenomen. definitief onderzoeksrapport op waarin de bestuurlijke reactie en een eventueel nawoord van de rekenkamer zijn opgenomen. 11 lid 3 13 lid 3 Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt een definitiefNa rapport op waarin conclusies indien vanreactie(s) toepassing, evenals reacties van hierop tekst. 11 lid 4 13 lid 5 Alvorens de Rekenkamer afwijkt van de werkwijze zoals omschreven in de leden 1 t/m 3 dient De het rekenkamer voornemen kanhiertoe gemotiveerd besproken afwijken te worden van deinwerkwijze de raadscommissie zoals omschreven Bestuur.in de ledenDe 1 t/m strekking 4. blijft gelijk, maar de rekenkamer dient haar motivatie voor het afwijken van de werkwijze aan iedereen kenbaar te maken. 13 lid 6 [-] Vanaf het moment van ontvangst door de gemeenteraad is het onderzoeksrapport openbaar. Artikel 185 lid 6 stelt dat rekenkamerrapporten openbaar zijn, dit artikel geeft aan vanaf welk moment deze openbaarheid ingaat.
13 lid 4 [-] Voor informatieproducten zoals beschreven in artikel 11b wordt afgezien van de procedureDezoals beschreven beschreven procedure in de leden geldt1voor t/m onderzoeksrapporten. 3. Hier wordt expliciet gemaakt dat deze procedure niet geldt voor informatieproducten zoals bedoeld in artikel 11b. 14 [-] Artikel 14. Behandeling door de raad Hiermee wordt gezorgd dat rapporten van de rekenkamer altijd worden behandeld door de raad. 1. De raad stelt de rekenkamer zo spoedig mogelijk na ontvangst van het onderzoeksrapport in de gelegenheid het rapport nader toe te lichten aan de raad. 2. Ten behoeve van de raadsbehandeling wordt door de rekenkamer een raadsvoorstel opgesteld Het is landelijk met conceptraadsbesluit. gebruikelijk dat een rekenkamerrapport met een raadsvoorstel aan de raad wordt aangeleverd. Deze bevoegdheid is wettelijk vastgelegd (Art 185 lid 3, "Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. ". Een raadsvoorstel borgt de uitvoering van hetgeen in artikel 15 is vastgelegd. 3. De raad behandelt het onderzoeksrapport uiterlijk drie maanden na publicatie van het rapport 15 [-] Artikel 15. Monitoring aanbevelingen Artikel 185a van de wet stelt dat het college de raad jaarlijks op de hoogte houdt van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop hieraan vervolg is gegeven.
Dit artikel borgt dat dit overzicht jaarlijks wordt verstrekt aan de raad en aan de rekenkamer en zorgt er tevens voor dat de griffie hetzelfde doet voor de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer. 1. De griffie verstrekt de raad en in afschrift de rekenkamer jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan de raad gedane aanbevelingen van de rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen. De griffie verstrekt daarbij de informatie over de uitvoering van de aanbevelingen. 2. Het college verstrekt de raad en in afschrift de rekenkamer jaarlijks voor 1 april een overzicht van de aan het college gedane aanbevelingen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de aanbevelingen uitvoering is gegeven. 16 [-] Artikel 16. Periodieke evaluatie Hiermee wordt geborgd dat de rekenkamer periodiek wordt geevalueerd en dat dit niet door de rekenkamer zelf gedaan kan worden. 1. In opdracht van de raad wordt het functioneren van de rekenkamer minimaal eens per 6 jaar geëvalueerd. 2. De kosten van de evaluatie komen niet ten laste van het budget van de rekenkamer. 17 Artikel 17 Intrekking De Verordening gemeentelijke rekenkamer zoals vastgesteld op 21 oktober Beide eerdere 2004 nverordeningen de Verordening gemeentelijke op de gemeentelijke rekenkamer rekenkamer worden 2011 ingetrokken. zoals vastgesteld op 30 juni 2011 worden ingetrokken.
13 18 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Deze verordening treedt in werking op [x]. Aanpassing inwerkingtreding, rekening houdend met de publicatie in het gemeenteblad van Breda. Artikel 19 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke rekenkamer Breda. 19 Artikelsgewijze toelichting[-] Zie toelichting Ter duiding van enkele artikelen is een artikelsgewijze toelichting op de verordening toegevoegd.