2026.05.07 - Ingekomen stuk - Memo Overleg Rekenkamer Breda
Tekst van het document
Rekenkamer Breda Postbus 2009 4800 CA Breda www.rekenkamerbreda.nl Aan
De gemeenteraad van Breda - auditcommissie
Breda
30 april 2026 Onderwerp
Memo contactmomenten rekenkamer
Geachte gemeenteraad, In Breda is geregeld dat de auditcommissie (onder meer) belast is met de taak om de relatie te onderhouden met de rekenkamer (Verordening op de auditcommissie gemeente Breda art. 3 lid 2). Dit houdt onder meer in dat de auditcommissie potentiële kandidaten voor de rekenkamer voordraagt en zich laat informeren over de planning, voortgang en uitkomsten van onderzoeken. In de verordening gemeentelijke rekenkamer Breda is vastgelegd dat de auditcommissie namens de gemeenteraad het bestuurlijk aanspreekpunt is van de rekenkamer. Deze verordening benoemt de wijze waarop de auditcommissie omgaat met het selecteren van kandidaten voor de rekenkamer en het adviseren over ontslag en non-activiteit van leden. In uw vergadering op 9 april 2026 stelden wij ons voor aan de auditcommissie voor. Daarin is afgesproken dat wij met een memo komen met voorstellen over hoe het contact tussen rekenkamer en raad (beter) kan worden vormgegeven. Hierbij dit memo, dat wij graag met u in een volgende vergadering bespreken. De rekenkamer vindt het belangrijk om regelmatig contact te onderhouden met de gemeenteraad, zowel om uw raad te informeren over lopend onderzoek, maar ook om te bevragen over wensen rondom onderzoek, informeel te spreken over de voortgang van lopende onderzoeken en om te zorgen voor een goede relatie tussen raad en rekenkamer.
Dit laatste is tevens een opdracht die raad en rekenkamer expliciet meekregen van de raadswerkgroep Werken aan vertrouwensherstel rekenkamer in 2022: organiseer goede contactmomenten tussen (o.a.) rekenkamer en raad met de focus duurzaam op de relatie. Op dit moment is het contact tussen raad en rekenkamer geregeld in de auditcommissie door het agendapunt ‘mededelingen van de rekenkamer’. Verder probeert de rekenkamer zelf contact met de fracties te onderhouden, onder meer rondom de onderwerpkeuze.
Zoals eerder aangegeven, is de auditcommissie belast met de taak om o.a. de relatie met de rekenkamer te onderhouden en zich te laten informeren over planning, voortgang en resultaten van onderzoeken. Inmiddels neemt de rekenkamer in huidige vorm zo’n anderhalf jaar regelmatig deel aan de auditcommissie, om daar een update te geven over de planning en groslijst en om vragen te kunnen beantwoorden vanuit de raad. Zoals ook 9 april met u besproken, staat momenteel ter discussie of dat de meest geschikte vorm is, want: 1. De auditcommissie focust zich op P&C-producten, terwijl de rekenkamer alle gemeentelijke onderdelen en domeinen bestrijkt. 2. De auditcommissie heeft al jaren een volle agenda, en daardoor veelal beperkt tijd voor de rekenkamer. 3. De rekenkamer heeft behoefte aan intensievere en ook meer informele afstemming over (lopende) onderzoeken en werkwijze. Wij zouden daarom graag zoeken naar een manier waarop een open, informeel en periodiek gesprek tussen raad en rekenkamer vorm kan krijgen. Een optie is om het contact met de auditcommissie structureler in te richten. Voor de rekenkamer zou dat betekenen dat wij in vergaderingen van de auditcommissie substantiële tijd krijgen om een open gesprek te voeren tussen raad en rekenkamer.
Om daarbij ook informeel de voortgang van lopende onderzoeken te bespreken met de raad is het voor de rekenkamer gewenst dat dit gesprek kan plaatsvinden zonder uitzending en zonder de aanwezigheid van een bestuurder. Dit lost echter punten 1 en 2 nog niet op voorhand op. Een andere optie is om te kiezen voor een werkgroep rekenkamer. Deze werkgroep kan fungeren als informeel klankbord voor de rekenkamer en geeft de raad een plek om zowel op de inhoud als op relatie en proces contact te hebben met de rekenkamer. Als bestuurlijk aanspreekpunt blijft de auditcommissie haar rol behouden (voor formele zaken zoals benoeming, ontslag, budget etc), maar de werkgroep rekenkamer komt daarnaast te bestaan voor het informeel contact met de rekenkamer. Voor de inrichting van een dergelijke werkgroep ziet de rekenkamer enkele randvoorwaarden: de werkgroep moet uit voldoende deelnemers bestaan (bijvoorbeeld minimaal 5 raadsleden) om te zorgen voor een goede vertegenwoordiging van de raad. Wij zouden willen voorstellen dat elke fractie een lid mag afvaardigen voor de werkgroep. Verder zouden wij 4 tot 6 keer in het jaar bijeen willen komen met de werkgroep rekenkamer. Na een jaar kunnen we de gekozen werkwijze evalueren en waar nodig aanpassingen doen aan de opzet.
2
Wij zouden graag met de auditcommissie het gesprek aangaan over de mogelijkheden en wensen vanuit de raad voor het inrichten van een werkgroep rekenkamer of voor het structureel borgen van een gesprek in de auditcommissie. Met vriendelijke groet, Namens de Rekenkamer Breda, Steven Oostlander Voorzitter Rekenkamer Breda
3