CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.04.09 Bijlage 7b Jaarverslag 2025 Rekenkamer Breda

gemeenteraad 9 april 2026, gemeente BredaBij agendapunt: Ingekomen stukken2.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2025

Maart 2026

Jaarverslag 2025 Maart 2026 Rekenkamer Breda Dhr. S. Oostlander, voorzitter Mevr. B. Rook, lid Dhr. V. van Stipdonk, lid Mevr. S. Langendoen, secretaris-onderzoeker Contact Postbus 2009, 4800 CA Breda sm.langendoen@breda.nl www.rekenkamerbreda.nl

Inhoudsopgave JAARVERSLAG 2025

4

A. SAMENSTELLING REKENKAMER BREDA 2025 B. REKENKAMERONDERZOEKEN 2025

i. Afgerond onderzoek in 2025 ii. Lopend onderzoek in 2025 C. OVERIGE ACTIVITEITEN 2025 i. Fractiegesprekken ii. Netwerk iii. Verordening rekenkamer iv. Auditcommissie D. FINANCIEEL OVERZICHT 2025 EN BEGROTING 2026

3

4 4 5 7 9 9 9 9 9 9

Jaarverslag 2025 In dit jaarverslag van de Rekenkamer Breda gaan we achtereenvolgens in op de samenstelling van de Rekenkamer, onderzoeken en activiteiten in 2025 en een overzicht van de financiën. a. Samenstelling Rekenkamer Breda 2025 De Rekenkamer is ingesteld door de gemeenteraad van Breda, per 1 januari 2005, op grond van artikel 81a Gemeentewet. In de ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer’ staan de regels die de gemeenteraad stelt aan het onafhankelijk college voor de rekenkamer van de gemeente Breda. De Rekenkamer Breda bestaat uit een voorzitter en twee leden die door de gemeenteraad worden benoemd voor een periode van zes jaar. De Rekenkamer Breda laat zich bij haar werkzaamheden ondersteunen door een secretarisonderzoeker. Op 31 oktober 2025 heeft de voorzitter van de Rekenkamer Breda, dhr. P. Oskam (Peter) de gemeenteraad laten weten zijn functie als voorzitter van de rekenkamer neer te leggen per 1 januari 2026. De rekenkamer heeft een geschikte kandidaat voor de functie van voorzitter aangedragen en daarop heeft de auditcommissie besloten een verkorte wervings- en selectieprocedure te doorlopen. Een afvaardiging van de begeleidingscommissie, samen met de plaatsvervangend raadsgriffier, heeft gesproken met de kandidaat voor de functie van voorzitter. In opdracht van de auditcommissie heeft de begeleidingscommissie dhr. S.

Oostlander (Steven) voorgedragen ter benoeming van voorzitter. Dhr. S. Oostlander is in de vergadering van 18 december 2025, met ingang van 1 januari 2026, door de gemeenteraad van Breda benoemd als nieuwe voorzitter van de rekenkamer. Tabel 1: Samenstelling Rekenkamer Breda Naam

Functie

Dhr. mr. P. (Peter) Oskam Dhr. drs. S. (Steven) Oostlander Mevr. drs. B. (Bianca) Rook Dhr. drs. V. (Vincent) van Stipdonk Ondersteund door Mevr. S. (Samantha) Langendoen MSc

Voorzitter (t/m 31-12-25) Voorzitter (vanaf 1-1-26) Lid Lid Secretaris-onderzoeker

b. Rekenkameronderzoeken 2025 De Rekenkamer Breda startte in 2025 drie nieuwe onderzoeken:  Onderzoek onderbesteding (DoeMee-onderzoek i.s.m. Vereniging van Rekenkamers, gestart in april 2025)  Onderzoek algoritmes (gestart in juli 2025)  Onderzoek woningbouwbeleid (gestart in december 2025) Verder publiceerde de rekenkamer één rekenkamerrapport en één rekenkamerbrief:  Onderzoek Verbonden partijen (gepubliceerd in juli 2025)  Rekenkamerbrief Ravijnjaar (gepubliceerd in mei 2025)

4

i. Afgerond onderzoek in 2025 Onderzoek Verbonden partijen Eind 2024 startte de rekenkamer het onderzoek Heeft de raad grip op verbonden partijen en wat is eventueel nog nodig om de grip te versterken? Het onderzoek is uitgevoerd door een extern bureau. Het bestond uit een algemeen deel over het instrumentarium van de raad, de nota verbonden partijen en de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, met een verdieping in vier casussen. In juli 2025 verscheen het eindrapport. Conclusie De raad heeft beperkt grip op verbonden partijen; feitelijk is sprake van verlegd in plaats van verlengd lokaal bestuur. Tegelijk heeft de raad wél voldoende instrumenten om grip te verkrijgen — maar benut die nog niet optimaal. Dat komt doordat: 1. De essentie van regionale samenwerking (maatschappelijke doelen voor Breda) uit beeld raakt. 2. De raad geen regie neemt op de kwaliteit van informatie. 3. Beschikbare sturingsinstrumenten onvoldoende worden benut. Aanbevelingen Voor de raad – werken aan goed opdrachtgeverschap a. Ga in gesprek met het college om samen te bepalen welke inhoudelijke doelen Breda nastreeft met de verbonden partijen en vervolgens welke informatie nodig is om daarop te kunnen sturen (“Om te weten wat je wilt weten, moet je weten wat je wilt”). Stel daarbij steeds het doel (de maatschappelijke opgave) centraal, en niet zozeer het middel (bijv. de verbonden partij).

Het kan daarbij helpen om onderscheid te maken naar sturen op doelen, prestaties en middelen. b. Zet de werkgroep regio (in samenwerking met de raadsrapporteurs) hiervoor in als denktank voor de raad en verzoek deze met voorstellen te komen voor doorontwikkeling van de taak van de werkgroep en raadsrapporteurs. c. Vraag het college om – in samenspraak met de werkgroep regio – een toezichtregime te ontwikkelen, om zo het toezicht op de verschillende verbonden partijen beter te kunnen prioriteren. d. Vraag de gemeenschappelijke adviescommissie ook zienswijzen voor te bereiden voor de raden, zodat de raden hun krachten verder bundelen en voor hun informatie niet enkel afhankelijk zijn van het college. e. Naast de instrumenten uit de Wgr en de regionale nota verbonden partijen heeft de gemeenteraad ook zijn ‘reguliere’ instrumenten: het recht om vragen te stellen, een debat aan te vragen of initiatiefvoorstellen te doen. Ook kan de raad op informele wijze informatie uitwisselen met collegaraadsleden uit andere gemeenten. Benut ook die mogelijkheden om actiever en gerichter te sturen op verbonden partijen. Dit instrumentarium is in het bijzonder relevant voor informele samenwerkingsverbanden zoals de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Voor het college – werken aan goed opdrachtnemerschap f.

Ga met de raad in gesprek over de concrete bijdragen die verbonden partijen voor Breda leveren aan een maatschappelijke opgave (het kan dus ook zo zijn dat meerdere verbonden partijen bijdragen aan dezelfde). Stel daarbij de inhoud (de opgave) en niet het middel (bijv. de verbonden partijen) centraal. g. Help de raad bij het afspreken van duidelijke lokale maatschappelijke doelen voor verbonden partijen en bevorder dat die doelen evalueerbaar zijn, zodat navolgbaar is in welke mate die worden gerealiseerd. h. Ondersteun de raad door op basis van de afgesproken lokale doelen informatie te leveren die politiek relevant is (niet méér maar gerichtere informatie). Bespreek vervolgens regelmatig met de raad of de 5

informatie de raad helpt om beter te sturen. i. Ga met de griffie en het presidium in gesprek om passende manieren en momenten te ontwikkelen (in of om het BOB-model) waarin raad en college regelmatig vanuit de inhoud kunnen spreken over hoe de verschillende verbonden partijen (ook de informele samenwerkingen) bijdragen aan het oplossen van opgaven in Breda en hoe de raad daar goed zicht op houdt. j. Overweeg om online dashboards te ontwikkelen voor verbonden partijen met een zwaarder toezichtregime, die mogelijk op termijn de stukkenstroom kunnen gaan vervangen. Raadstraject Na publicatie stelden FVD en LPF technische vragen, die door de rekenkamer zijn beantwoord. Het rapport werd op 27 november 2025 behandeld in de debatraad. FVD diende drie moties in: twee over dashboards (verworpen) en één over het vooraf vaststellen en periodiek herijken van maatschappelijke doelen bij nieuwe GR’s (aangenomen). Het raadsvoorstel om conclusies en aanbevelingen over te nemen is unaniem aangenomen. Het rapport ‘Om te weten wat je wilt weten, moet je weten wat je wilt’ is op de website van de Rekenkamer Breda te vinden.

Rekenkamerbrief Ravijnjaar In 2026 lopen enkele tijdelijke rijksbijdragen af, zonder structurele compensatie. Dit zorgt bij veel gemeenten, waaronder Breda, voor forse financiële tekorten, vooral in het sociaal domein. Vandaar de term ‘ravijnjaar 2026’. Het kabinet heeft incidentele steun toegezegd, maar dat biedt slechts tijdelijke

6

verlichting. De structurele problemen blijven. De Rekenkamer Breda deelt in deze informerende brief enkele algemene reflecties over hoe de raad tijdig en effectief invloed kan uitoefenen. De rekenkamer geeft in haar brief vier centrale aandachtspunten mee om de positie van de raad te versterken: 1. Inzicht in de volledige financiële opgave De raad heeft een compleet beeld nodig van het meerjarige tekort en de financiële en maatschappelijke impact per domein. Voor Breda gaat het naar verwachting om circa €25 miljoen minder inkomsten, wat niet met kleine ingrepen kan worden opgevangen. 2. Inzicht in handelingsperspectieven De lokale beleidsruimte moet helder zijn, inclusief wettelijke verplichtingen, eerdere keuzes en mogelijke scenario’s. De raad kan verschillende afwegingen maken:  Anticiperen op aanvullende Rijksmiddelen of uitgaan van nu zichtbare tekorten;  Kiezen voor een meerjarig sluitende begroting of enkel een sluitende begroting voor 2026 (en het laatste begrotingsjaar;  Prioriteit aan eenvoudige bezuinigingen of inzetten op complexere bezuinigingen (en overprogrammeren ervan. 3.

Versterking van de rol van de raad Omdat slechts een kwart van de begroting beïnvloedbaar is, is het cruciaal dat de raad:  vroegtijdig wordt betrokken;  leert van andere gemeenten;  zijn eigen werkwijze en informatiepositie versterkt;  en waar nodig externe expertise benut, zoals de rekenkamer. 4. Inzicht in bezuinigingsopties en hun impact De raad moet zicht hebben op zowel financiële als maatschappelijke effecten van mogelijke bezuinigingen en op de voorwaarden om ze uitvoerbaar te maken. Daarbij horen vragen als: wat zijn de financiële effecten van ombuigingen en wat is hun rendement? Welke neveneffecten zijn er? Wat is de impact op de organisatie en voorzieningen? De rekenkamer benadrukt dat de forse opgave ook kansen biedt voor herbezinning. De raad kan richting geven door tijdige agendering, scherpe vragen en aanvullend onderzoek. De rekenkamer biedt hierbij ondersteuning.

ii. Lopend onderzoek in 2025 Onderzoek onderbesteding (DoeMee-onderzoek i.s.m. Vereniging van Rekenkamers) De Rekenkamer Breda neemt in 2025 deel aan het grootschalige DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers. Dit is een benchmarkonderzoek dat jaarlijks uitgevoerd wordt, dit jaar bij 159 decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten). Deelname aan dit onderzoek kan de gemeente Breda nuttige inzichten geven in vergelijking met andere gemeenten en sluit goed aan op de aandachtspunten van de rekenkamer in de Quickscan begroting 2025.

7

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Radboud Universiteit Nijmegen en heeft als hoofdvraag: Geeft de wijze waarop in gemeente Breda wordt begroot, de volksvertegenwoordigers een goed inzicht in de baten en lasten en kan dit worden verbeterd? De onderzoekers gebruiken voor deze analyse de Data Financiën Decentrale Overheden van de Rijksoverheid, aangevuld met de door de gemeente aangeleverde laatst bijgestelde begrotingen. Verder zijn Concern control en de gemeenteraad geïnterviewd voor dit onderzoek. De Rekenkamer Breda heeft extra verdiepende analyses uitgevoerd op het onderwerp investeringen. De rekenkamer verwacht het rapport voor het zomerreces gereed te hebben. Onderzoek algoritmes De Rekenkamer Breda is in 2025 een verkennend onderzoek gestart naar het gebruik van algoritmes door de gemeente Breda. Aanleiding is de toenemende inzet van algoritmes en AI binnen het publieke domein en de ethische risico’s die daarmee gepaard gaan, zoals gebrek aan transparantie, mogelijke vooringenomenheid en privacyrisico’s. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe zet de gemeente Breda algoritmes in en welke maatregelen neemt zij om de ethische risico’s ervan te beheersen? Het onderzoek richt zich op het gemeentelijke beleid, de feitelijke inzet van algoritmes, de borging van ethische risico’s en de rol van de gemeenteraad.

De rekenkamer onderzoekt niet de werking of effectiviteit van specifieke algoritmes, maar brengt de organisatorische en ethische randvoorwaarden in beeld. Het onderzoek bestaat uit documentanalyse en interviews en wordt in eigen beheer uitgevoerd. De uitkomsten bieden de raad een eerste overzicht van de stand van zaken en kunnen aanleiding geven voor verdiepend vervolgonderzoek. De rekenkamer verwacht het rapport rond de zomer van 2026 gereed te hebben. Onderzoek woningbouwbeleid De Rekenkamer Breda is in 2025 gestart met een onderzoek naar hoe de gemeenteraad effectiever kan sturen op woningbouw. Aanleiding zijn signalen uit de gemeenteraad dat er onvoldoende inzicht is in cijfers over woningvoorraad, plancapaciteit en sociale voorraad, en in de voortgang van woningbouwdoelstellingen. Ook speelt onduidelijkheid over belemmeringen zoals stikstof, doorstroming op de woningmarkt en de spanning tussen verdichting en leefbaarheid. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan de raad effectief sturen op woningbouw en welke kansen en belemmeringen spelen daarbij? Het onderzoek richt zich op de ambities, realisatie en transparantie van woningbouwcijfers, op structurele kansen en belemmeringen, en op de wijze waarop de gemeenteraad zijn sturende en controlerende rol kan versterken binnen bredere afwegingen zoals duurzaamheid en mobiliteit.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door bureau Companen en bestaat uit documentanalyse, vergelijking van gemeentelijke en CBS-data, en interviews met onder meer raad, college, ambtenaren, corporaties en marktpartijen. De uitkomsten moeten de raad een helder overzicht en concreet handelingsperspectief bieden om beter op woningbouw te kunnen sturen. De rekenkamer verwacht het rapport rond de zomer van 2026 gereed te hebben. 8

c. Overige activiteiten 2025 De rekenkamer houdt de gemeenteraad op de hoogte van haar werkzaamheden middels een nieuwsbrief. Op de website van de rekenkamer zijn de nieuwsbrieven terug te lezen. De belangrijkste ontwikkelingen en activiteiten worden hieronder weergegeven. i. Fractiegesprekken De rekenkamer heeft in het voorjaar van 2025 gesprekken gevoerd met de raadsfracties. Deze gesprekken zijn gebruikt om input op te halen op het onderzoeksprogramma van de rekenkamer. In het najaar van 2025 zijn de fracties nogmaals (telefonisch) benaderd voor input op het onderzoeksprogramma. ii. Netwerk De Rekenkamer Breda is lid van de Vereniging van Rekenkamers. De vereniging heeft tot doel om kennis tussen rekenkamers uit te wisselen als een gezamenlijk platform van en voor rekenkamers. Ook treedt de vereniging op als belangenbehartiger van rekenkamers. De Vereniging van Rekenkamers doet dit door onder andere trainingen en webinars aan te bieden en congressen te organiseren. De Rekenkamer Breda was in 2025 aanwezig bij de congressen en de Algemene Ledenvergadering van de vereniging. De Rekenkamer Breda maakt onderdeel uit van het Overleg Brabantse Rekenkamers, een informeel samenwerkingsverband tussen de rekenkamers van de B13-gemeenten. De Rekenkamer Breda heeft in 2025 deelgenomen aan verschillende overleggen van het Overleg Brabantse Rekenkamers. iii.

Verordening rekenkamer De verordening op de rekenkamer van Breda (uit 2004) was verouderd en is daarom herzien. In het proces van de vernieuwing van deze verordening zaten enkele hindernissen. Zo bleek het onduidelijk of het opnemen van de optie om een tijdelijk plaatsvervangend lid te benoemen mogelijk was volgens de Gemeentewet. De Rekenkamer Breda en de Vereniging van Rekenkamers hebben daarover contact opgenomen met het ministerie van BZK. Daarop heeft het ministerie besloten om in te stemmen met deze mogelijkheid. Het ministerie zal schriftelijk nader beschrijven hoe decentrale rekenkamers de tijdelijke plaatsvervanging praktisch kunnen invullen. In de raadsvergadering van 18 december is door de gemeenteraad van Breda ingestemd met de nieuwe rekenkamerverordening. De rekenkamer hoopt hiermee een mooi hernieuwd fundament te hebben gelegd voor de samenwerking met Breda. iv. Auditcommissie De rekenkamer is in 2025 enkele malen aanwezig geweest bij de auditcommissie om een update te geven rondom het lopende onderzoek.

d. Financieel overzicht 2025 en begroting 2026 In 2025 had de Rekenkamer Breda een budget van € 292.591tot haar beschikking. De rekenkamer heeft dit budget niet geheel besteed. De personeelskosten waren voor 2025 ruim begroot, omdat de invulling van de functie van secretaris-onderzoeker nog niet helder was ten tijde van begroten. Sinds de benoeming van de huidige secretaris-onderzoeker in november 2024 is hier meer helderheid over, het restantbudget zal vrijvallen of beschikbaar komen voor onderzoekskosten. De onderzoekskosten zijn niet geheel besteed. Dit komt door de opstartperiode die de rekenkamer had, waardoor naast onderzoek veel tijd nodig was voor organisatorische zaken. De begrote overige kosten bestaan voornamelijk uit de 9

overgehevelde middelen uit 2024. Deze zullen in de toekomst direct worden toegevoegd aan het onderzoeksbudget. Voor de rekenkamer is in 2025 een bedrag begroot van € 261.721. In totaal is in 2025 een bedrag van € 127.457 overgehouden op het rekenkamerbudget. Conform de verordening rekenkamer wordt dit bedrag volledig meegenomen naar 2026. In 2026 is daarmee voor de rekenkamer een budget van € 406.843 beschikbaar. De rekenkamer zal het restant uit 2025 inzetten voor het extern laten uitvoeren van onderzoekswerkzaamheden in 2026. Tabel 2: Financieel overzicht 2025 en begroting 2026 Rekenkamer Breda in euro’s Realisatie 2025 Kosten Begroting 2025*

Begroting 2026

Vergoeding leden rekenkamer Personeelskosten Onderzoekskosten Overige kosten

37.306 166.649 56.266 32.370

34.900 105.127 22.653 2.455

38.388 176.701 62.753 1.544

Totaal Restant 2025 Totaal 2026

292.591

165.134 127.457

279.386 127.457 406.843

*De weergegeven begroting is de begroting 2025 na wijziging.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16793605/1