2026.02.05 Bijlage 1 concept notulen auditcommissie 4 dec 2025
Tekst van het document
NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 4 december 2025 Voorzitter: Griffier/secretaris:
de heer H. Jansen de heer R. Wiersma
(Burger-)raadsleden:
mevrouw L. van Son de heer P. Smans mevrouw I. Verdaasdonk mevrouw M. Peereboom de heer P. Jong de heer I. Gesink dhr. I. Dienjes dhr. M. van Woudenberg
Portefeuillehouders:
mevrouw C. Kranenborg-van Eerd de heer P. Bakker
Rekenkamer:
mevrouw B. Rook
BDO accountants:
de heer M. Steehouwer de heer J.W. Bot
Ambtel. ondersteuning:
mevrouw N. de Rijke de heer D. de Groot
Vastgesteld in de vergadering van
, voorzitter
, griffier
Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 1
1. Opening De voorzitter heet iedereen van harte welkom en vraagt of de auditcommissie ermee akkoord gaat dat agendapunt 7 in een besloten deel van de vergadering besproken wordt. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat de agenda openbaar is. Dus het is bekend waarover gesproken wordt. Zijn de notulen dan ook geheim? De voorzitter antwoordt dat eventueel gemaakte afspraken in de notulen worden opgenomen. De betrokken ambtenaren kunnen aangeven of zij vinden dat de notulen van de besloten vergadering opgenomen kunnen worden in de notulen van de openbare vergadering. De voorzitter deelt mee dat wethouder Kranenborg en wethouder Bakker later komen. De heer Smans vervangt mevrouw Van Kelle. 2. Vaststellen agenda De voorzitter stelt vast dat de auditcommissie, met genoemde wijziging, akkoord gaat met de agenda. 3. Mededelingen 3.a. College Er is nog geen lid van het college aanwezig. 3.b. Rekenkamer Mevrouw Rook geeft een update over het werk van de Rekenkamer. De raad heeft deze week een nieuwsbrief van de Rekenkamer ontvangen. De Rekenkamer is met drie onderzoeken bezig. Het onderzoek Doe Mee naar onderbesteding heeft helaas vertraging opgelopen. Dat gaat waarschijnlijk in februari de wederhoor procedures doorlopen. De rekenkamer benut de tussentijd om het investeringsprogramma verder door te lopen.
Mevrouw Van Son vraagt of dat met de raad gedeeld kan worden, als het eerder klaar is dan het onderzoek. Het kan van belang zijn richting een nieuw bestuursakkoord. Mevrouw Rook heeft daar nog niet over nagedacht. De rekenkamer heeft op dit moment contact met andere rekenkamers om te kijken of die investeringsanalyse gebenchmarkt kan worden. De voorzitter stelt voor het antwoord door te geven aan de griffie. Dan kan het in de notulen meegenomen worden. Mevrouw Rook geeft aan dat het onderzoek naar het woningbouwbeleid gestart is. De raad ontvangt maandag de onderzoeksopzet. Dit onderzoek wordt gedaan door bureau Compaenen. Zij proberen in januari een meeting met de raad in te plannen. De raad heeft ook een groslijst ontvangen. Als daar vragen over zijn, kunnen die per mail gesteld worden of door binnen te lopen bij de rekenkamer. c. Mededelingen van de griffie De heer Wiersma geeft aan dat de griffie met betrokken ambtenaren een voorstel heeft geschreven voor de evaluatie van de aanpassingen in programma 1. Dat wordt op 11 december besproken met de wethouder. In januari wordt het definitieve voorstel met een plan van aanpak voorgelegd aan de auditcommissie. d. Terugkoppeling gesprek met de beoogd voorzitter van de rekenkamer De heer Dienjes geeft aan dat het wervingsproces zorgvuldig en uitstekend doorlopen is.
De werkgroep staat voor 100% achter de voordracht van de heer Steven Oostlander als nieuwe voorzitter van de rekenkamer. De voorzitter constateert dat de auditcommissie dit advies wil volgen. De griffie zal een raadsvoorstel schrijven voor benoeming van de heer Oostlander in de debatraad van 18 december. 4. Ingekomen stukken De voorzitter geeft aan dat er vandaag geen ingekomen stukken zijn. 5. Vaststellen notulen van 6 november 2025 De notulen worden ongewijzigd vastgesteld, met dank aan de notuliste. 6. Aandachts-en actiepuntenlijst en jaarplan Er zijn geen vragen of opmerkingen hierover. 7. Vervolggesprek met de Functionaris Gegevensbescherming Dit agendapunt is in beslotenheid besproken. 8. Behandeling jaarstukken De voorzitter geeft aan dat er bij de agenda een memo zit, waarin drie opties worden genoemd, waarover de auditcommissie moet besluiten. Het voorstel van het college was om de jaarstukken twee weken later dan gebruikelijk naar de raad te sturen. De voorzitter vond dat niet verantwoord omdat de nieuwe raad dan niet voldoende tijd heeft om de jaarstukken te beoordelen. Daar is, als compromis, optie 2 uitgekomen. De heer Smans stelt een vierde optie voor, de oordeelsvorming overslaan, zoals bij andere p&c-producten. Bovendien zullen er in de debatraad dan weinig bespreekpunten zijn vanwege de coalitievorming.
De voorzitter geeft aan dat het college vanwege de vakanties rond Hemelvaart en Pinksteren de stukken later naar de raad wilde sturen, op 12 mei. Het tegenvoorstel is 19 mei. Met het voorstel van de heer Smans heeft de Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 2
raad nog meer tijd maar de nieuwe raad moet de procedure vastleggen. De voorzitter zal dit voorstel meegeven aan de griffie en dan een definitieve lijn voorstellen aan het presidium en de agendacommissie. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat er in het voorstel van uitgegaan wordt dat er dan een bestuursakkoord is maar dat is helemaal geen gegeven. De heer Wiersma antwoordt dat er voor de planning een uitgangspunt genomen moest worden. Maar het klopt dat het een aanname is. Mevrouw Verdaasdonk worstelt ermee dat de jaarrekening terugkijken is naar wat het oude college heeft waargemaakt en het bestuursakkoord is meer dan vier jaar vooruitkijken. Wat heeft dat dan met elkaar te maken? De voorzitter antwoordt dat het te maken heeft met de werkdruk voor nieuwe raadsleden, als ze twee belangrijke documenten krijgen. Het nieuwe college neemt alle verantwoordingen van het oude college over en neemt ook de moties mee die het oude college niet heeft uitgevoerd. Het nieuwe college moet dus ook verantwoording afleggen over de jaarrekening 2025. De heer Gesink vindt de oordeelsvorming overslaan een goed voorstel maar dat is aan de nieuwe raad. De heer Wiersma geeft aan dat het echt aan deze auditcommissie is om hierover te besluiten. De voorzitter stelt voor om dan in januari het vervolgproces te accorderen.
De heer Van Woudenberg zou liever vasthouden aan 12 mei maar vindt 19 mei een goed compromis. Mevrouw Van Son steunt optie 2 en het voorstel van de heer Smans want de praktijk leert dat er maar over een of twee punten van de jaarstukken gediscussieerd wordt. De voorzitter zal met de griffie een voorstel maken voor het proces van de behandeling, wat in de laatste auditcommissie in deze samenstelling besproken kan worden. 9. Rapport en bevindingen BDO en boardletter BDO is volop aan de slag gegaan en heeft kennis genomen van het werk van de voorgangers om te zorgen dat er geen gat valt tussen de bevindingen, zoals ze tot en met voorgaand jaar gerapporteerd zijn. Met de organisatie en het college is een management letter besproken. Dat is een uitgebreide en gedetailleerde variant op deze boardletter. Op pagina 5 van de boardletter staan de belangrijkste kernboodschappen. BDO ziet voldoende beheersing in de organisatie. Team Audit is een belangrijk slot op de deur in het drielijnenmodel en ziet samen met de accountant toe op naleving van de door de raad vastgestelde normen. Het uitvoeringsprogramma van FIT, om beter grip te krijgen, kan gezien worden als een film en de interim controle als een foto, om goed te kijken hoe de processen nu zijn ingericht en welke aanbevelingen uit voorgaande jaren nog openstaan en hoe die aandacht krijgen.
BDO is in mei opgestart met de kennismaking en na de zomer met de interim controle en ziet richting de jaarcontrole geen grote obstakels. Alles is onder controle met uitzondering van het proces rond de SiSa’s. Dat heeft de vorige accountant ook gerapporteerd. Er is binnen de organisatie een traject gestart om verbetering aan te brengen, wat waarschijnlijk richting de jaarrekening 2025 gedeeltelijk zal lukken. De jaarrekening 2026 is realistischer. Mevrouw Verdaasdonk vraagt wat ze zich moet voorstellen bij SiSa’s. BDO antwoordt dat de gemeente Breda ruim 60 specifieke bijdragen krijgt, die in de SiSa-bijlage verantwoord moeten worden. Dat is een complex proces omdat die projecten binnen meerdere teams in de organisatie worden uitgevoerd en de verantwoordingsinformatie gebundeld moet worden. De heer Smans vraagt of we wel zoveel aandacht voor de SiSa’s en de SPUC’s moeten hebben. Die verdwijnen per 2027 waarschijnlijk in het gemeentefonds. Is het niet beter daar naar vooruit te kijken? BDO antwoordt dat het streven is om dat af te bouwen vanaf 2026 maar de ervaring leert dat zulke zaken langer duren. Bovendien zou het in 2026 voor 8 van de 185 regelingen gelden. Het is maar zeer de vraag hoeveel er echt afgeschaft of omgezet worden. Het gaat ook om juiste rapportages over de uitvoering van de projecten en activiteiten.
Een ander aandachtspunt, wat al een aantal jaren meeloopt, is de onderbouwing van een grote inschattingspost, de onderhoudsvoorzieningen binnen vastgoedbeheer. Daar wordt hard aan gewerkt en dat is bij de jaarcontrole waarschijnlijk geregeld. Er vindt ook een actualisatieslag van verouderde beheersplannen plaats. Bij de interim controle bleek dat binnen het proces van Wmo-uitkeringen en -beschikking niet wordt voldaan een de wettelijk verplichte identificatie. Er wordt aan herstel gewerkt zodat er bij de eindcontrole niet over onregelmatigheden gerapporteerd hoeft te worden. De heer Jong snapt niet hoe dit kan, bij de sociale dienst moet als eerste gevraagd worden naar een legitimatie. BDO antwoordt dat dit een keus uit het verleden is. Het identificeren gebeurt niet altijd voordat de zorg start. De heer Dienjes merkt op dat het niet naleven van de WID tot omvangrijke onrechtmatigheden kan leiden. BDO vindt dat een terechte conclusie. Het is van belang dat er de komende jaren een herstelactie plaatsvindt. De heer Jong vraagt of de gemeente het risico loopt gelden niet vergoed te krijgen omdat niet aan de WID wordt voldaan. BDO antwoordt van niet. Het feit dat de identiteit niet gecontroleerd is, wil niet zeggen dat het ten onrechte is verstrekt. Door de organisatie moet uitgezocht worden of het inderdaad aan Bredanaars is verstrekt.
De heer Dienjes concludeert dat er geen idee is van de omvang hiervan omdat er geen data van zijn. BDO geeft aan dat fraude en non-compliance een onderdeel is van hoe de accountant naar Breda kijkt. De conclusie is dat de gemeente Breda de basis op orde heeft maar er zijn uiteraard altijd wat verbeterpunten. De grootste stromen en frauderisico’s zijn in kaart gebracht en het advies is om dit uit te breiden en IT- en Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 3
cyberrisico’s eraan toe te voegen. BDO adviseert gemeenten altijd om de risicoanalyse te bespreken in de auditcommissie. Het volgende punt is de NIS2 en de cyberwetgeving. De gemeente heeft dat in lijn met de wetgeving goed op de rit. BDO heeft een paar aandachtspunten maar geen grote bijzonderheden. De heer Dienjes merkt op dat gezegd wordt dat het ketenbeleid beter moet. BDO bedoelt daarmee dat de gemeente Breda in het kader van IT een aantal contracten met leveranciers heeft die al jaren lopen. De afspraken in het kader van cyber- en informatiebeveiliging zijn destijds niet altijd voldoende concreet geweest. Het gaat om een analyse van de contracten waar dit speelt. Daar is voldoende aandacht voor. Gisteren heeft de Commissie BBV een uitspraak gedaan over de pensioenvoorziening voor wethouders. Dat moet per 1 januari 2028 afgestort worden bij het ABP, net als voor alle andere ambtenaren. Landelijk onderzoek laat zien dat deze voorziening bij veel gemeenten te laag is. Bij Breda is dat relatief klein maar het moet wel geboekt en verwerkt worden in de jaarrekening van 2025. Mevrouw Peereboom vraagt of er een beeld is van de omvang daarvan. BDO heeft dat niet paraat maar denkt dat het in Breda beduidend lager ligt dan de landelijke 15-20%. Vorig jaar heeft het college een ‘niet schone’ rechtmatigheidsverantwoording afgegeven.
Dat wil zeggen dat de onrechtmatigheden de verantwoordingsgrens hebben overschreden. De verantwoordingsgrens was 1% en is in de wet- en regelgeving aangepast naar 2% voor onrechtmatigheden en onzekerheden. Vorig jaar waren de onrechtmatigheden met name het gevolg van begrotingsonrechtmatigheden, dat de lasten op een aantal programma’s hoger waren dan de laatste tussenrapportage. De organisatie heeft er acties op gezet om dat te minimaliseren. We moeten uiteraard nog afwachten wat er de laatste maanden uit de hoge hoed komt maar de kans is zeker aanwezig dat het college dit jaar richting een schone rechtmatigheidsverantwoording gaat. Team Audit is bij de aanbesteding en de interim controle een belangrijk punt geweest. Het doornemen van de processen met team Audit is nog niet afgerond. De certificering is een mooie stap geweest maar op een aantal processen is team Audit nog het sluitstuk, terwijl het mooi zou zijn als dat in de eerste of tweede lijn lag. Bij een aantal processen kan BDO volledig op team Audit steunen en bij een aantal processen kan dat waarschijnlijk eind dit jaar of volgend jaar. De gesprekken zijn positief en blijven continu plaatsvinden. Soms adviseert BDO om een meer zuivere rolverdeling tussen FIJ en team Audit en concrete afspraken te maken wie waar verantwoordelijk voor is. Een aantal aanbevelingen was voldoende belangrijk om in het dashboard te zetten.
Dat is de factuurafhandeling. De gemeente gebruikt daar Proactis voor. Proactis kan de documentatie van de prestatielevering niet afdwingen. De documentatie is er wel maar blijft elders hangen. Team Audit gaat daarmee aan de slag maar BDO zou dat liever in de lijn ingericht zien. De heer Dienjes vraagt of dit wel zeggen dat facturen worden goedgekeurd zonder prestatieverklaring. BDO antwoordt dat de prestatielevering wel getoetst wordt maar niet gedocumenteerd in Proactis, wel elders in de administratie. Het zou mooi zijn als de applicatie afdwingt dat het bijgevoegd wordt. Memoriaalboekingen zijn handmatige boekingen in de financiële administratie. Vanuit accountantsperspectief zit daar een hoger risico aan. In de huidige applicatie wordt geen functiescheiding afgedwongen maar vanaf komende maand gaat de gemeente aan de slag met een nieuwe applicatie en zou dit opgelost moeten zijn. De heer Jong vraagt of de accountant controleert op scheiding van functies, dat gewaarborgd wordt dat de slager niet zijn eigen vlees keurt. BDO antwoordt dat dit zeker onderdeel van de controle is. Als onderdeel van de controle is een vijftal IT-applicaties beoordeeld. In het verslag staan daar tabellen over. De overkoepelende conclusie is dat het er heel netjes uitziet qua autorisatiebeheer, rollen, rechten etc.
De periodieke controle op de rechten zou wat vollediger gedocumenteerd kunnen worden. De voorzitter had verzocht om specifiek aandacht te geven aan fraudebeheersing en compliance. Daarvoor zijn tabellen opgenomen, onder andere op pagina 15. Waar groene bolletjes staan ziet het er goed uit, dat wordt met kleine aanpassingen donkergroen. De doorlopende frauderisicoanalyse is nu oranje omdat een aantal processen er nog niet inzit en cyber en IT meer aandacht kan krijgen, De gemeente heeft een frauderesponsplan hier en daar in een aantal handboeken uitgewerkt. Het advies van BDO is daar een formeel frauderesponsplan voor op te stellen. Op pagina 18 paragraaf 3.3 staat een tabel met processen binnen de gemeente met gekleurde bolletjes. Donkergroen betekent dat BDO geen bevindingen heeft. Als het bolletje rood is, is er een aantal belangrijke bevindingen. In de tabel rechts staan de bevindingen van de vorige accountant. Die zijn uitgebreid besproken met de organisatie. Een aantal aanbevelingen is opgevolgd en de rest is op dit moment onderhanden. De heer Gesink vraagt oranje “enigszins progressie” toe te lichten. BDO antwoordt dat er binnen de organisatie druk gewerkt wordt aan verbetering. De heer Jong ziet dat factuurafhandeling nog steeds een groot probleem is. Gaat BDO onderzoeken wat daar de gevolgen van zijn? BDO wil het geen groot probleem noemen.
Team Audit kijkt ook naar de factuurafhandeling en daar komen alleen kleine bevindingen uit. In het kader van de jaarrekening en de getrouwheid- en rechtmatigheidsverantwoording zijn er geen grote problemen mee, het zit meer in een stuk inzichtelijk maken. In de oude applicatie is niet veel meer geïnvesteerd omdat vanaf 2026 een nieuwe applicatie gebruikt wordt. Mevrouw Van Son vraagt naar aanleiding van de bevinding op pagina 10 of er een aanpassing van het SIP verwacht wordt. Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 4
Wordt er bij andere gemeenten al geëxperimenteerd met het nieuw model om de restwaarde van circulaire gebouwen te berekenen? BDO antwoordt dat het bij de afschrijvingen om een formeel punt gaat, wat is er in de verordening afgesproken over wanneer je start met afschrijven. Op het moment dat je investeringen gelijkmatig over het jaar doet, heeft het eigenlijk geen effect omdat je dan gemiddeld genomen de juiste afschrijvingslast hebt. De organisatie zoekt uit wat de exacte omvang is en dat wordt in het voorjaar in het accountantsverslag gerapporteerd. Het heeft niet direct een grote impact op de kapitaallasten. Mevrouw Van Son begrijpt uit dit antwoord dat wij het over dit jaar al doen terwijl het eigenlijk pas over twee jaar zou moeten, dat zou best wel verschil maken. BDO antwoordt dat het klopt dat het over meerdere jaren gaat. Er wordt gekeken of er stelselmatig te vroeg of te laat begonnen is met afschrijven en wat de impact op de boekwaarde dan is. Het is te vroeg om nu een concreet beeld te geven. De berekening over de circulaire restwaarde is een model wat door Invest-NL met een aantal ingenieursbureaus ontwikkeld is. Daarover zijn vragen gesteld aan de Commissie BBV. Er zijn wel gemeenten die dit al toepassen. Je moet denken aan een restwaarde van ongeveer 23%. Het is daarbij belangrijk of het om een demontabel pand gaat of niet.
De heer Smans vraagt of je, als je hier met een restwaarde gaat werken, dat niet bij meer activa moet doen. Is dat niet ingewikkeld? Wordt het circulair bouwen aangejaagd door bijvoorbeeld de woondeal met de provincie? En zou het niet beter zijn om in je inkoop- en aanbestedingsbeleid zaken als een r-ladder op te nemen? BDO antwoordt dat deze methodiek nog in ontwikkeling is. De Commissie BBV heeft nog geen uitspraak gedaan over de toepasbaarheid. Er zijn gemeenten die het robuust en verantwoord vinden om het toe te passen. Het opnemen van de restwaarde wordt niet verboden maar het gaat er om hoe betrouwbaar je de restwaarde kunt ramen. Pas in de toekomst weet je of de berekening juist was. Als je dit gaat doen, moet je heel concreet vastleggen in de financiële verantwoording onder welke voorwaarden en bij welke activa je dit gaat doen. De heer Smans heeft dit twee jaar geleden ook aangekaart. Toen werd gezegd dat je in de financiële verordening allerlei categorieën moet opnemen en dat het zo ingewikkeld is, dat je er beter niet aan begint. BDO antwoordt dat de randvoorwaarden wel goed vastgelegd moeten worden om te voorkomen dat je een stuk boekwaarde ooit in de exploitatie moet verantwoorden. Invest-NL en de staat vinden dat er meer beweging gebracht kan worden in verduurzamen. Vervolgens is er gekeken naar de oorzaken, waarom het niet zo snel op gang komt.
Dan is betaalbaarheid een element. Bij een gemeente is het best wel een bottleneck omdat de stichtingskosten vaak hoger zijn bij circulair bouwen dan bij traditioneel bouwen. De heer Smans merkt op dat de volgende boardletter pas eind 2026 komt, dan is de begroting 2027 al vastgesteld. In deze boardletter staat niets over CSRD (Corporate Sustainability Reporting Device) wat wel een te verwachten ontwikkeling is. Moeten we daar niet in zekere mate aan voldoen, hoewel we niet plichtig zijn, om geld te kunnen lenen van banken. BDO antwoordt dat de CSRD wetgeving niet voor gemeenten geldt en ook nog eens door Brussel behoorlijk uitgekleed en vertraagd is. Een aantal banken moet aan die regels voldoen om bepaalde kortingen op rente te mogen toepassen. Er is geen enkele plicht voor de gemeente en die gaat er de komende jaren ook niet komen. Er is wel een aantal initiatieven om gemeenten te helpen transparant verslag te doen over activiteiten voor duurzaamheidsontwikkeling. Als je het hebt over de transactionele impact tussen de bank en de gemeente, moet je afspreken wat de bank nodig heeft om rentekorting te kunnen toekennen. De heer Smans merkt op dat de VNG een handreiking aan gemeenten heeft gedaan voor de opzet van een CSRD, juist omdat ze niet plichtig zijn.
Is dat dan niet iets waar je bij de rechtmatigheidsverantwoording naar toe moet werken? De voorzitter merkt op dat dit een vraag voor het college is. BDO antwoordt dat 120-130 gemeenten zich hebben aangesloten bij de CSRD initiatieven, de een verwerkt het in de begroting en de jaarrekening, de ander maakt er een inhoudelijk beleidsverhaal van. Vooruitlopend op een beweging dat steeds meer gemeenten het zullen gaan doen, is het initiatief van de coalition of the willing ontstaan en is in november de handreiking gepubliceerd en in maart-april is de besluitvorming in Brussel geweest. College en raad kunnen in gesprek gaan maar het is vooral belangrijk om te kijken naar het beleid en hoe de raad dat kan monitoren. De heer Gesink merkt op dat op pagina 7, waar wordt gesproken over het meer smart maken van programma 1, gesteld wordt dat het doel zou moeten zijn om van een budget gestuurde taakuitvoering te komen tot budgetten die gericht zijn op het realiseren van de gewenste uitkomsten van taken en ambities, dus doel sturing. Hoe ziet de accountant dat en wat betekent het voor de accountancy werkzaamheden? BDO antwoordt dat een gemeente beperkte middelen en heel veel doelen en taken heeft. Het gesprek gaat vaak over hoeveel middelen hebben we en hoe zetten we die in. Daarbij kun je veel geld inzetten op iets wat maar beperkt toevoegt voor de burger.
Om dat op te schudden zou je eigenlijk moeten kijken naar de prioritering van beleidsdoelen en daar middelen aan alloceren. BDO begeleidt dit soort trajecten bij een aantal gemeenten. De nieuwe raad is een natuurlijk moment om alles tegen het licht te houden. Qua rol in de accountantscontrole verandert er niets.
Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 5
De heer Gesink denkt dat het bouwen van een functionele brug een goed voorbeeld zou zijn. De raad zegt dan we vinden die brug belangrijk en dan mag het duurder of goedkoper zijn. Dat is een andere insteek dan zeggen we geven bijvoorbeeld € 1 miljoen uit. Dan wordt toch die andere insteek gecontroleerd. BDO antwoordt dat bedoeld wordt dat je 100 doelen hebt en het ene kost veel en het ander minder. Dan kijk je welke doelen de meeste impact hebben en dat gebruik je bij de prioritering. Uiteindelijk blijft het budget de beperkende factor dus het voorbeeld van de brug zit meer in het doel dat mensen makkelijk aan de overkant komen dan wat het mag kosten. De heer Van Woudenberg vraagt of Breda meedoet aan de CSRD initiatieven en zo ja, op welk vlak. De voorzitter geeft aan dat dit een vraag voor de wethouder is. De heer Dienjes vraagt of de genoemde bevindingen reden zijn tot zorg over een negatieve beoordeling van de accountant. BDO heeft niet het beeld dat de € 18 miljoen aan fouten en onzekerheden overschreden zal worden maar de controle moet nog gaan plaatsvinden. De bevindingen gaan ook om een stuk toetsbaarheid wat straks in de jaarrekening staat. Het lijkt er niet op dat deze bevindingen gaan leiden tot een andere dan een goedkeurende verklaring. De heer Jong vraagt of BDO ook kijkt naar de cultuur van de organisatie.
BDO antwoordt dat het stuk over risico- en fraudebeheersing ook deels over corruptie gaat en het beleid daaromtrent. Cultuur is weer iets anders, dat heeft BDO nog niet gemeten. Dat kan wel maar dan moet je je afvragen wat daar het juiste moment voor is. De voorzitter dankt BDO voor de toelichting en wenst hen succes met de verdere controle. Er is afgesproken dat de accountant rapporteert aan de raad als er onverhoopt iets geks wordt gevonden en niet wacht op de jaarrekening. De voorzitter geeft het woord aan het college. Het college heeft met een raadsbrief gereageerd op de boardletter. Wethouder Kranenborg heeft geen behoefte om de raadsbrief toe te lichten. Het college is blij met deze positief constructief-kritische accountant en met de prettige samenwerking. Het is fijn als de toon en taal daarbij past en dat vindt het college in deze boardletter terug. De heer Jong vraagt of de bevindingen al opgepakt zijn door het college. Wethouder Bakker antwoordt dat de strekking van de brief is dat het college veel dingen herkent en daarover in gesprek wil. De heer Van Woudenberg vroeg of Breda bij de gemeenten hoort die meedoen aan de CSRD initiatieven. In het verleden heeft Breda nooit die keuze gemaakt. Het vraagt nogal wat, als je de hele begroting wil omdenken. Dan moet de raad zich bezinnen over de vraag “wat doe ik voor wat” en daarover uitspraken doen.
Dat is gigantisch veel werk. Als je dat doet, ga je ook een verschil tegenkomen tussen de oude en de nieuwe begroting. De vraag is of dat allemaal wel de moeite waard is. De voorzitter dankt het college voor de raadsbrief en concludeert dat deze niet in de raad behandeld hoeft te worden tenzij er moties komen. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter ziet dat er geen vragen of opmerkingen zijn voor de rondvraag. Hij stelt voor om de vergadering van januari niet door te laten gaan en op donderdag 5 februari de laatste vergadering van de auditcommissie in deze samenstelling te houden. Dat geeft hem en de griffie meer tijd om een overdrachtsdocument te schrijven en aan de auditcommissie voor te leggen en het geeft de mogelijkheid aan de opvolger van de heer Wiersma, die met pensioen gaat, om beter in te werken en aan te schuiven bij de laatste vergadering. De voorzitter dankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering.
Notulen auditcommissie d.d. 4 december 2025 Pagina 6