2025.05.15 Bijlage 6 Rekenkamerbrief ravijnjaar Rekenkamer Breda
Tekst van het document
Rekenkamer Breda Postbus 2009 4800 CA Breda www.rekenkamerbreda.nl Aan De gemeenteraad van Breda
Breda 7 mei 2025 Onderwerp
De financiële opgave van het 'ravijnjaar' – positie van de raad en rol van de Rekenkamer
Geachte raad, Volgend jaar loopt een aantal tijdelijke rijksbijdragen af. Gemeenten worden daarvoor niet structureel gecompenseerd. Voor veel gemeenten betekent dit een forse financiële opgave: minder inkomsten bij onverminderde of zelfs toenemende uitgaven, met name in het sociaal domein. Er wordt daarom wel gesproken over het ‘ravijnjaar 2026’. Recent deed het kabinet een aantal toezeggingen richting gemeenten, waaronder het voornemen om gemeenten incidentele extra financiering te geven. Als de kamer de voorstellen aanneemt, dan verlicht dat de druk enigszins, maar lost het structurele probleem niet op. De structurele tekorten vanaf 2026 blijven aanzienlijk – ook voor Breda. Een belangrijke vraag hierbij is: hoe kan de raad effectief en tijdig invloed uitoefenen? De Rekenkamer Breda wil de raad ondersteunen met deze informerende brief waarin we enkele algemene reflecties meegeven. De Rekenkamer heeft geen diepgravend onderzoek gedaan naar de Bredase situatie, maar benoemt in deze brief enkele aandachtspunten voor de raad. In de Volkskrant van 14 april verscheen een interessant artikel over het ‘ravijnjaar’, waarin ook wethouder Kranenborg een aantal inzichten deelde. In deze brief lichten we graag een aantal mooie citaten uit, om daarop voort te bouwen en enkele aanvullende inzichten mee te geven.
Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van de rekenkamerbrief ‘Bezuinigingen’ van de Rekenkamer Zoetermeer.
De raad als koersbepaler bij schaarste De gemeenteraad stuurt en controleert wat de gemeente doet. Dat vraagt om politieke keuzes die niet
alleen financieel, maar ook maatschappelijk impactvol zijn. Er zijn daarvoor verschillende ‘knoppen’ waar de raad aan kan draaien, die onderling samenhangen: Ambities en beleid: - Ambities kunnen worden versoberd (bijvoorbeeld minder kwaliteit of bereik); - Ambities kunnen worden geschrapt (door bijvoorbeeld scherper te prioriteren op kerntaken versus extra’s); - Efficiënter werken kan door meer samenwerking met andere gemeenten en het beperken van ‘eigen’ beleid. Tijd: - Bepaalde ambities kunnen worden uitgesteld of uitgesmeerd over een langere periode, zodat de lasten meer gespreid worden, sommige investeringen kunnen worden gefaseerd. Inkomsten en middelen: - Inkomsten kunnen worden verhoogd via heffingen zoals de OZB of parkeerbelasting; - Bestaande reserves kunnen doelgericht worden ingezet; - Nieuw beleid kan worden ontwikkeld met minder risicoreserves (al brengt dat ook kwetsbaarheden met zich mee). Daarnaast kan de raad eventueel ook sturen op de ‘vraag’ naar beleid, door de ‘eigen kracht’ in de samenleving nadrukkelijk aan te spreken en te stimuleren, en maatschappelijke partners daar (nog) actiever bij te betrekken. Financiële gemeentelijke keuzes zijn altijd ook keuzes in publieke waarden. De hamvraag voor de raad is: wat willen we behouden, versterken of vernieuwen in Breda?
Vier aandachtspunten voor versterking van uw positie 1. Zorg voor inzicht in de volle omvang van de opgave Wat is het werkelijke (meerjarige) effect van het ravijnjaar op Breda? Een goed geïnformeerde raad kan beter sturen. Zoals wethouder Kranenborg aangaf: ‘We hebben het dan over zo’n 25 miljoen euro minder inkomsten. Veel te veel om met de kaasschaaf bij elkaar te schrapen.’ Het is van belang dat u als raad inzicht heeft in zowel de financiële als maatschappelijke impact per domein.
2
2. Zorg voor inzicht in handelingsperspectieven Lokale beleidsruimte blijft essentieel. Beleidsmatig zijn er al scherpe keuzes gemaakt, onder andere binnen de jeugdzorg. En er zijn andere maatregelen genomen, zoals de wethouder al aangaf: ‘De collectieve zorgverzekering voor lage inkomens is afgeschaft. Dat is geen kerntaak van de gemeente.’ ‘Het aantal gemeenteambtenaren is bevroren, ondanks groei. We hopen via automatisering de productiviteit te verhogen.’ ‘De ozb is met 6 procent verhoogd. Voor Breda een forse stap: dat was hier al tien, vijftien jaar niet gebeurd.’ Wat kan of moet er verder nog? Wat is de lokale beleidsruimte (bijvoorbeeld t.a.v.
wettelijke verplichtingen, contractuele en/of juridische verplichtingen en de ruimte om beleidskaders of samenwerkingsafspraken te heroverwegen)? Welke scenario’s zijn denkbaar en met welke maatschappelijke effecten? Verder zijn er een aantal afwegingen die de raad hierbij kan maken: - Anticiperen we op aanvullende Rijksmiddelen of gaan we uit van de tekorten die nu zichtbaar zijn? - Kiezen we voor een meerjarig sluitende begroting, of sturen we enkel op een sluitende begroting voor 2026 en het laatste jaar van de meerjarenbegroting om de nieuwe raad ruimte te geven om tot eigen afwegingen te komen? - Geven we prioriteit aan eenvoudig uitvoerbare bezuinigingen, of kiezen we ook complexere bezuinigingen waarbij rekening moet worden gehouden met het niet geheel realiseren ervan. In dat laatste geval moet misschien worden ‘overgeprogrammeerd’ met meer bezuinigingsmaatregelen. 3. Versterking van de rol van de raad De beïnvloedbare ruimte binnen de begroting is beperkt. Dat geeft de wethouder ook aan: ‘Slechts een kwart van de ruim 900 miljoen grote begroting is beïnvloedbaar.’ Juist daarom is het cruciaal dat de raad: - vroegtijdig betrokken is bij besluitvorming; - leert van andere gemeenten en eerdere ervaringen; - reflecteert op de eigen werkwijze en informatiepositie; - externe expertise benut – bijvoorbeeld van of via de Rekenkamer.
3
De raad dient hiervoor zijn eigen positie te beschouwen. Welke rol ziet de raad voor zich als het gaat om het oplossen van financiële tekorten: neemt de raad een leidende rol, wil de raad dat het college leidend is of wil de raad het een gezamenlijk proces van college en raad laten zijn? 4. Inzicht in bezuinigingsopties en impact Zoals gezegd zijn er beleidsmatig al scherpe keuzes gemaakt. Maar het is te voorzien dat er ook nog keuzes gemaakt moeten worden. Houd daarbij goed zicht op de verschillende bezuinigingsopties en hun mogelijke impact. Hierbij helpen de volgende ‘checks’: Inzicht in voorwaarden en effecten van bezuinigingen Is inzichtelijk gemaakt… - welke financiële effecten de ombuigingen hebben (bijvoorbeeld structureel/incidenteel) en welke bezuinigingen het meeste rendement hebben (waar levert een euro bezuinigen het meeste op, bijvoorbeeld door de stapeling van effecten)? - in welke mate de gemeente vrij is om bij te sturen? - wat eventuele financiële neveneffecten zijn (bijvoorbeeld: bezuiniging onderhoud openbare ruimte kan ertoe leiden dat eerder tot vervanging moet worden overgegaan)? - welke randvoorwaarden moeten zijn ingevuld (zoals het aanpassen van beleidskaders, verordeningen contracten en/of afspraken)? - welke partijen betrokken zijn en welke afspraken moeten worden bijgesteld (en in hoeverre de gemeente afhankelijk is van de medewerking van die
partijen)? Inzicht in de impact van bezuinigingen Is inzichtelijk gemaakt… - wat het maatschappelijk effect is (op voorzieningenniveau, inwoners bedrijven en instellingen en/of specifieke doelgroepen), zijn deze effecten duidelijk onderbouwd en is de samenloop/stapeling van ombuigingen in beeld gebracht? - wat de impact op beleid en ambities is (wordt de ombuiging expliciet gerelateerd aan vastgestelde beleidskaders en welke impact heeft het op de ambities uit die kaders)? - wat de impact is op de ambtelijke organisatie (wat betreft capaciteit, werkprocessen en informatievoorziening)? - hoe haalbaar de bezuiniging is (zijn de randvoorwaarden haalbaar en in hoeverre kan de gemeente direct sturen op het realiseren van de ombuiging)?
4
Tot slot – hoe verder? De financiële opgave is fors, maar biedt ook ruimte voor herbezinning. De raad kan hieraan richting geven door: - relevante onderwerpen tijdig te agenderen; - gerichte vragen te stellen aan het college; - aanvullend onderzoek te laten verrichten, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van bezuinigingsopties of de maatschappelijke effecten van beleidskeuzes. De Rekenkamer ondersteunt u hierin graag – onafhankelijk, deskundig en met oog voor uw rol als hoogste bestuursorgaan van de gemeente. We hopen uw raad met deze brief verder te hebben geholpen! Met vriendelijke groet, De Rekenkamer Breda Bronnen Van den Berg, M. (14 april 2025). Gemeenten zetten zich schrap voor het ‘ravijnjaar’ 2026. In: de Volkskrant. Rekenkamer Zoetermeer (31 maart 2025). Rekenkamerbrief ‘Bezuinigingen’.
5