CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.12.04 Bijlage 9 advies auditcommissie indicatoren klimaat

gemeenteraad 4 december 2024, gemeente BredaBij agendapunt: Duurzaamheidsmonitor1.561 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies aan de auditcommissie over Indicatoren klimaat Oktober 2024 Inleiding Vanuit zowel het college als vanuit de raad is er behoefte om tot een optimalisatie van indicatoren te komen voor sturing op de korte termijn resultaten, in het perspectief van de doelen voor de lange termijn. Dit voornemen is vanuit het college reeds gedeeld met de auditcommissie. Dit ging over de duurzaamheidsmonitor in brede zin. Deze notitie gaat over het eerste deel uit het duurzaamheidsbeleid: het thema klimaatneutraal. Eind 2024/begin 2025 volgt een voorstel voor het overige deel. Hiertoe wordt een lichte beleidsevaluatie opgesteld. Zie ook onderstaand schema.

Aan de auditcommissie is toegezegd om via de volgende stappen tot een verbetering van de indicatoren voor de begroting 2025 en de monitor te komen: a) Een probleemanalyse b) Uitgangspunten en randvoorwaarden voor de selectie en herijking van monitoringsparameters c) De selectie van nieuwe indicatoren op basis van beschikbare informatiebronnen Deze notitie zal deze stappen in omgekeerde volgorde behandelen, omdat het gebruikelijk is om met het voorstel te beginnen.

Voorgestelde indicatoren Met de jaarstukken over 2023 is al een eerste versie van de klimaatmonitor opgeleverd, ter aanvulling op de reguliere jaarlijkse indicatoren in de begroting. Deze notitie gaat over beide onderdelen:

• •

De jaarlijkse begrotingsindicatoren voorzien van een jaarlijkse streefwaarde (indicatorendashboard bij de begroting) Verdiepende indicatoren in de klimaatmonitor, zonder specifieke jaarlijkse streefwaarde

Voorgesteld wordt om: • Twee begrotingsindicatoren te wijzigen. • Twee begrotingsindicatoren te laten vervallen, maar wel in de klimaatmonitor een plek te geven. • Twee nieuwe begrotingsindicatoren toe te voegen. • De klimaatmonitor uit te breiden met meer verdiepende trends en een benchmark met andere gemeenten. Het is belangrijk dat de indicatoren samenhang hebben met de actuele doelen vanuit het klimaatprogramma. De meetbare doelen uit de concept klimaatbegroting 2025 zijn hieronder schematisch weergegeven.

Voorstel jaarlijkse indicatoren met jaarlijkse streefwaarde In tabel 1 zijn de klimaat gerelateerde indicatoren uit de begroting 2025 weergegeven, met daarbij een alternatief voorstel. Dit voorstel kan volgens de geldende procedure doorgevoerd worden in de begroting van 2026. Vooruitlopend hierop is het wel mogelijk om de indicatoren al in de klimaatmonitor over 2025 en 2024 op te nemen, zonder dat daar een specifieke streefwaarde voor is vastgesteld. Ter indicatie is in tabel 1 een passende streefwaarde voor 2025 vermeld.

Tabel 1: Voorstel te wijzigen indicatoren bij de begroting 2026, met streefwaarde bij begroting 2025 audit nr indicator Naam

Hernieuwbare 73 energie * Duurzaam 57 wonen

omschrijving

bekende hernieuwbare energie woningen zonder gasaansluiting

streefwaarde meet- eenheid 2025 status

% van totaal % van totaal

streefwaarde gebaseerd gewijzigd van elektriciteit naar op voortzetting groei 201814,2% energie (verplichte indicator) 2022 uit klimaatmonitor nvt

vervalt (naar klimaatmonitor)

netto reductie broeikasgassen Energie en vanuit de gemeente ten gewijzigd (voorheen absolute 71 klimaat opzichte van 1990 % tov 1990 41% emissies CO2 uit energie CO2 per m2 Verduurzaming BVO gemeentelijke kernportefeuil 2405 gebouwen le nvt vervalt CO2 voetrafdruk CO2 voetafdruk conform de nieuw bedrijfsvoering prestatieladder scope 1 en 2 % tov 2019 12% nieuw aantal isolatie ingrepen via nieuw Isoleren gemeentelijke regelingen * = landelijk verplichte indicator

aantal per jaar

achtergrond / bron

4500 nieuw

prognose CE-Delft, met klimaatmonitor en klimaatverkenning PBL als basis

conform audit regels CO2 prestatieladder ambitie klimaatbegroting, meting via verstrekte subsidies

Bij de behandeling van de klimaatmonitor in de gemeenteraad is geconstateerd dat het effect van het beleid van de gemeente op de totale broeikasgasuitstoot beperkt te kwantificeren is. Om een beter beeld te geven van de daadwerkelijke resultaten van het gemeentelijk beleid worden twee nieuwe indicatoren voorgesteld. De nieuwe indicatoren kunnen gebaseerd worden op actuele gegevens over het afgelopen jaar. Voor de oude indicatoren was dat niet het geval. Voor indicator 71 wordt de komende twee jaar met een prognose van de broeikasgasuitstoot over het voorgaande jaar gewerkt. Deze wordt bepaald op basis van de nationale prognoses van het Planbureau voor de Leefomgeving samen met de verwachte effecten van verstrekte subsidies door de gemeente. De indicator 73 betreft geen indicator waar de gemeente Breda specifiek op stuurt, mede doordat de eigen ambities op elektriciteit al grotendeels zijn gehaald. Specifieke ambities op warmte zijn nog niet gesteld. Doordat het een verplichte indicator is, blijft de indicator gehandhaafd. De motivatie voor de vervallen indicatoren wordt toegelicht bij de probleemanalyse in deze notitie.

Voorstel indicatoren klimaatmonitor Met het voorstel in tabel 2 wordt het aantal indicatoren in de klimaatmonitor uitgebreid. De klimaatmonitor geeft met deze indicatoren meer verdieping over de trends over de verschillende jaren in de verschillende deelonderwerpen, ter aanvulling op de vaste indicatoren met een jaarlijkse streefwaarde. Er wordt onderscheid gemaakt in drie hoofdonderwerpen: Naast de algemene uitstoot van broeikasgassen wordt een verdieping gegeven op het gebied van energiebesparing. Juist op dat gebied wil de gemeente de komende jaren het meeste effect bereiken. Daarnaast is ook

het onderwerp energie armoede toegevoegd, om ook op dit gebied een vinger aan de pols te kunnen houden. Voor de onderwerpen broeikasgasuitstoot en energiebesparing zal de komende twee jaar met prognoses worden gewerkt, voor zowel de terugblik in de monitor als de vooruitblik in de begroting. Tabel 2: indicatoren voor in de klimaatmonitor als verdieping op de begrotingsindicatoren. Thema uitstoot broeikasgassen

Indicator motivatie totale netto uitstoot in kiloton verklaring van berekende procentuele daling uitstoot verdeeld over de sectoren (gebouwde omgeving, werklocaties, mobiliteit, landbouw verdieping trend per sector, conform klimaatmonitor over en natuur) 2023 aantal (semi) publieke laadpalen en aantal in Breda geregistreerde elektrische auto's (ecxlusief leasebedrijven) verdieping op uitstoot sector mobiliteit verdieping op uitstoot gebouwde omgeving en indicatie op aantal kleinverbruiksaansluitingen op gas autonome ontwikkeling naar gasloos areaal nieuwe natuur (ha)

energie besparing

totaal energieverbruik per sector (TJ)

energie armoede

gasverbruik per sector (TJ) gecorrigeerd voor seizoensvariatie % huishoudens met energie armoede (laag inkomen met óf hoge energierekening óf een woning met een lage emergetische kwaliteit)

verdieping op opname broeikasgassen door nieuwe natuur Blijvend aandacht voor energiebesparing nodig. Door het groeiende aandeel duurzame energie daalt de broeikasgasuitstoot harder dan het energieverbruik. Geeft een reflectie op effect isolatie ingrepen. Het beleid richt zich de komende jaren vooral op besparing in gasverbruik Is nu geen specifiek beleidsdoel maar een toename van armoede kan aanleiding vormen om extra maatregelen te overwegen

Uitgangspunten en randvoorwaarden voor selectie van parameters. Voor alle indicatoren is het belangrijk dat ze meetbaar zijn. Specifiek voor de begrotingsindicatoren zijn de volgende zaken van belang: • • •

de indicator is voorzien van een jaarlijkse streefwaarde; er is data beschikbaar om de voortgang op de indicator te kunnen monitoren en de streefwaarde te kunnen bepalen; de indicatoren moeten aansluiten bij het beleid van de gemeente: onderneemt de gemeente activiteiten/stuurt de gemeente op het onderwerp

Op basis van deze criteria is het voorstel voor de begrotingsindicatoren tot stand gekomen. De indicatoren die in het voorstel verschuiven naar de klimaatmonitor hebben een onvoldoende aansluiting bij de jaarlijkse acties van de gemeente. Voor de selectie van indicatoren van de klimaatmonitor is gezocht naar indicatoren die een verdieping geven op de reguliere begrotingsindicatoren, zodat een beter beeld gevormd kan worden waarom de ontwikkeling positief of negatief is. Voor deze indicatoren wordt geen specifieke streefwaarde benoemd, maar wordt vooral gekeken of de trend in lijn is met de algemene verwachting.

Probleemanalyse De bovenstaande criteria leiden tot diverse knelpunten bij de huidige indicatoren. Soms zijn er onvoldoende gegevens en soms sluiten de activiteiten van de gemeente onvoldoende aan bij de indicatoren. Dat kan ook komen door de grote invloed van het autonome landelijke beleid. Ook zijn er in de transitievisie warmte beleidsdoelen geformuleerd op het aardgasvrijready maken van woningen. Hier is geen goede indicator aan te koppelen omdat dit niet goed meetbaar is. Met de landelijke isolatiestandaard is namelijk de definitie voor aardgasvrij-ready verschillend per woning. In plaats daarvan is daarom een vervangend doel gesteld op het aantal isolatie ingrepen. Dat is meetbaar via de subsidieregelingen. Dit geeft bovendien een specifiek beeld van het effect van de activiteiten van de gemeente, omdat de ingrepen die mensen doen zonder subsidie niet worden meegeteld. Veel van de huidige of oude begrotingsindicatoren zijn ongeschikt geacht. Hieronder wordt per indicator uitgelegd waarom. •

•

•

Duurzaam wonen, van het aardgas af: De gemeente stuurt hier niet actief op. Momenteel is het vooral de nieuwbouw en renovatie van bestaande bouw die van duurzame warmte gebruik maken. Voor bestaande bouw zijn nog weinig goede alternatieven voorhanden. De ontwikkeling hiervan heeft veel tijd nodig. Bovendien is de toename van het aantal bestaande woningen die van het aardgas af gaan niet precies in beeld te brengen. De beschikbare gegevens betreffen kleinverbruiksaansluitingen. Appartementen hebben vaak als blok een grootverbruikersaansluiting en die vallen dus buiten dit kengetal. Het wordt derhalve nu alleen voorgesteld om te gebruiken als indicatie van de autonome ontwikkeling. Energie en klimaat (CO2): Voor deze indicator zijn de beschikbare gegevens in de klimaatmonitor veelal niet actueel. Er is daarmee geen verband met het afgelopen jaar te leggen. Ook ging de indicator alleen over de uitstoot van energieverbruik, terwijl het nationale beleid is gericht op alle broeikasgassen. Verduurzaming gemeentelijke gebouwen: Deze indicator is relatief recent verbeterd om te voorkomen dat bijvoorbeeld het afstoten van panden onbedoeld tot een positief resultaat zou leiden. De data is naar verwachting vanaf 2024 pas voorhanden. Deze indicator gaat slechts over een klein deel van de CO2 voetafdruk van de bedrijfsvoering.

Zeker wanneer de CO2 uitstoot van eigen opdrachten ook meegerekend gaat worden. Daar gaat de gemeente met het actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen ook meer op sturen. Het is daarom meer passend om over de totale CO2 voetafdruk van de organisatie via de prestatieladder te rapporteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14894794/1