2024.11.07 Rekenkamer Breda - Quickscan Begroting 2025 gemeente Breda
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Breda CC: College van B en W Betreft: Quickscan conceptbegroting 2025 Datum: 4 november 2024 Geachte leden van de gemeenteraad, De Rekenkamer Breda ondersteunt uw raad met onafhankelijk onderzoek en advies. Voor de begrotingsbehandeling heeft de Rekenkamer een quickscan uitgevoerd naar de conceptbegroting 2025. Daarbij is gekeken naar de kwaliteit, onderbouwing en realisme van de financiële en beleidsmatige ambities in de begroting. Zoals gebruikelijk is bij een rekenkamerbrief heeft er geen proces van hoor- en wederhoor plaatsgevonden. De rekenkamer zal de brief op 7 november as. toelichten in de auditcommissie. In deze rekenkamerbrief presenteren we eerst onze conclusie. Vervolgens gaan we dieper in op de belangrijkste bevindingen bij vier thema’s. De bijlagen onderbouwen de bevindingen waar nodig. Namens de Rekenkamer Breda, Mr. P. Oskam Voorzitter Rekenkamer Breda
Conclusie De begroting is een prettig leesbaar, maar omvangrijk document. Elk hoofdstuk begint met een informatieve afbeelding die kerngegevens weergeeft. De "Begroting in 1 oogopslag" en het filmpje op social media maken de begroting toegankelijk voor het brede publiek. De belangrijkste bevindingen van de Rekenkamer bij de begroting zijn: • De begroting is structureel sluitend. Op basis van onder andere de financiële kengetallen zijn er geen directe zorgen over de financiële positie. • Wel zijn er zorgen rondom de onderbouwing van de in de begroting opgenomen bezuinigingen, omdat een degelijke onderbouwing op elementen ontbreekt. • Er lijkt op basis van historische gegevens sprake van planningsoptimisme. Hierdoor is er mogelijk een onnodige belasting van de begroting met als gevolg dat er aan einde van het jaar een beter resultaat is en lagere investeringen. • Het merendeel van de vereisten van het BBV is voldoende opgevolgd. Enkele aspecten zijn niet of onvoldoende opgevolgd. Zo ontbreekt een inhoudelijke toelichting op de meerjarige financiële afwijkingen ten opzichte van 2025Een deel van de bezuinigingen uit de Kadernota 2024 en de Begroting 2025 is onvoldoende concreet gemaakt, waardoor onduidelijk is welke maatregelen precies worden doorgevoerd.
• Bij een deel van de thema’s is de samenhang tussen doelen, activiteiten en indicatoren onvoldoende, wat sturing door de raad bemoeilijkt. • De data bij veel indicatoren zijn onvolledig, wat sturing op resultaten bemoeilijkt. Alles overziend is het algemene beeld dat de begroting 2025 van Breda in de basis solide is, met een sluitende meerjarige financiële planning en geen directe zorgen rondom de financiële positie. Wel zijn er punten die verbetering vereisen, vooral met betrekking tot de onderbouwing van bezuinigingen, de formulering van doelen en prestaties en de volledigheid van de financiële toelichtingen.
Quickscan De quickscan richt zich op vier thema's: 1. Algemeen financieel beeld: hierbij gaan we in op een aantal financiële onderdelen van de begroting, zoals het structureel evenwicht en de financiële kengetallen. 2. Vorm: is de begroting goed leesbaar voor raadsleden en andere belanghebbenden? En voldoet de begroting aan de formele eisen van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv)? 3. Concretisering van doelen en prestaties: een belangrijke functie van de begroting is het vertalen van beleidsdoelstellingen naar heldere, navolgbare en realistische resultaten. Hoe helder zijn de doelen geformuleerd? En in hoeverre geven de prestatie-indicatoren een adequaat beeld van de voortgang op de beoogde doelen? Zijn de doelstellingen concreet genoeg om te kunnen beoordelen of het beleid succesvol is? 4. Onderbouwing van bezuinigingen, kostenbesparingen en opbrengstenverhogingen: in de kadernota 2024 en de begroting 2025 staan maatregelen om de kosten te beperken en de inkomsten te verhogen. Hoe staat het met de onderbouwing van deze maatregelen? Zijn de onderliggende veronderstellingen realistisch? Is er voldoende informatie om te kunnen beoordelen of de maatregelen haalbaar zijn? De Rekenkamer publiceerde in 2006 het rapport "De Bredase Begroting 2006 nader beschouwd" met aanbevelingen over de transparantie van de begrotingsstructuur en het inzicht in gemeentelijke prestaties.
In 2008 volgde een rekenkameronderzoek naar de voortgang van deze aanbevelingen. De huidige quickscan maakt geen directe vergelijking met deze eerdere onderzoeken en blikt niet expliciet terug op de vorige aanbevelingen. In de analyse is uiteraard rekening gehouden met de eerdere bevindingen, maar deze quickscan focust primair op de begroting 2025. Met deze quickscan wil de Rekenkamer de gemeenteraad van Breda voorzien van een helder en onafhankelijk advies, om de raad te ondersteunen bij zijn besluitvorming over de begroting 2025. Het onderzoek biedt geen volledige analyse, maar richt zich op enkele belangrijke punten die van belang zijn voor de besluitvorming. 1. Algemeen financiële beeld Het college beschrijft in de inleiding van de begroting de uitdagende financiële situatie waarin de gemeente zich bevindt. Factoren zoals de dagkoersen van het gemeentefonds, arbeidsmarktkrapte, inflatie en bestuurlijke ambities dwingen tot financiële keuzes. Deze keuzes zijn besproken met de raad bij de behandeling van de Kadernota 2024, die integraal deel uitmaakt van het meerjarenperspectief. De onderbouwing hiervan komt later in deze brief aan bod. Het college presenteert een begroting die in 2025 en 2028 positief is, maar tekorten laat zien in 2026 en 2027. Het jaar 2025 wordt sluitend gemaakt door een onttrekking aan de algemene reserve.
Vanaf 2024 mogen gemeenten een deel van hun reserves en overschotten inzetten voor structurele lasten, op voorwaarde dat de solvabiliteit (een verplicht kengetal dat aangeeft of schulden op lange termijn betaald kunnen worden) minimaal 20% is en het weerstandsvermogen voldoende wordt geacht door de toezichthouder. De solvabiliteit van Breda ligt onder de 20%, waardoor de onttrekking als incidentele baat wordt beschouwd 1, zoals ook vermeld op pagina 232-234 van de begroting. Ondanks de lage solvabiliteit is de lage schuldquote (schulden afgezet tegen de totale begroting) van Breda geruststellend, aangezien deze schulden relatief laag zijn in verhouding tot de totale begroting. Rekening houdend met de incidentele baten en lasten presenteert het college een structureel sluitende begroting 2 tot en met 2028 (pagina 231). Dit wil zeggen dat de jaarlijks terugkerende baten hoger zijn dan de jaarlijks
1
Incidentele baten (en lasten) zijn baten (resp. lasten) die eenmalig voorkomen en een duidelijke, concrete en
onvoorwaardelijke einddatum hebben. 2 Bij
het structureel begrotingssaldo wordt er in eerste instantie gekeken naar het begrotingssaldo om vervolgens
alle incidentele baten en lasten uit het saldo te halen. Daardoor kan het dat 2026 en 2027 het normale begrotingssaldo negatief is, maar door alle incidentele lasten en baten eruit te halen, er voor die jaren toch een positief saldo ontstaat. Dat wil dus niet zeggen dat de gemeente in die jaren dus winst maakt, want uiteraard hebben de incidentele baten en lasten ook effect op het uiteindelijke saldo . Maar door naar het structurele saldo te kijken is goed te beoordelen of een tekort in enig jaar direct een structureel probleem is.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
2
terugkerende lasten. Er zijn echter wel kanttekeningen te plaatsen bij de ramingen. Dit wordt verderop in deze brief behandeld. Een begroting is waardevol wanneer de planning, zowel inhoudelijk als financieel, realistisch is. Bijlage 1 van deze rekenkamerbrief vergelijkt enkele kengetallen vanaf de begroting 2021. Hieruit blijkt dat de resultaten steevast beter zijn dan geraamd, met positievere ratio’s voor solvabiliteit en schuldquote en minder gerealiseerde investeringen dan verwacht. Hoewel de afwijkingen zijn toegelicht in tussentijdse rapportages en jaarstukken, lijkt er sprake van structureel planningsoptimisme. In de huidige begroting geeft het college aan jaarlijks gemiddeld € 110 miljoen te willen investeren in de jaren 20252028, waarbij rekening is gehouden met overprogrammering. Overprogrammering wil zeggen dat er uiteindelijk waarschijnlijk minder geïnvesteerd zal worden dan oorspronkelijk verwacht. Gezien de jaarstukken van de afgelopen jaren, waarin gemiddeld slechts € 60 miljoen per jaar werd geïnvesteerd, is het de vraag of dit investeringsniveau realistisch is. Te hoge ramingen leggen onnodige druk op de begroting. Aandachtspunt 1: (hoe) kunnen investeringen realistischer worden geraamd, gebaseerd op wat daadwerkelijk gerealiseerd kan worden? Een belangrijke graadmeter hiervoor is de realisatie van investeringen in de afgelopen jaren.
Het financiële resultaat van de afgelopen jaren was significant hoger dan oorspronkelijk begroot. Het college stelt in de inleiding (pagina 11) dat er realistisch wordt begroot en raamde daarom gemiddeld €1,2 miljoen meer aan inkomsten en lagere lasten, los van de overprogrammering op de investeringen. Dit bedrag is echter gering in vergelijking met de afwijkingen van de afgelopen jaren (zie bijlage 1). Hoewel er geen diepgaande analyse is uitgevoerd naar de oorzaken van deze hogere resultaten, kan dit erop wijzen dat er ruimte in de begroting zit die niet wordt weergegeven. Dit is echter geen oproep om opportunistisch te begroten. Aandachtspunt 2: is bij de begrotingsprogramma’s voldoende meerjarig zicht op structurele afwijkingen? Het is een optie dat het college jaarlijks één programma kritisch (laat) doorlichten op structurele afwijkingen tot op het laagste administratieniveau, zodat de gehele begroting elke vijf jaar grondig wordt geëvalueerd. De meerjarige ratio’s (kengetallen die wat vertellen over de financiële situatie en ontwikkeling) laten een stabiel beeld zien. Zowel de solvabiliteit als de schuldquote nemen iets toe . Dit betekent dat de gemeente iets meer solvabel is en ook iets meer schulden heeft. Echter, dit lijkt niet zorgwekkend.
De provinciaal toezichthouder in Noord-Brabant heeft geen signaleringswaarden afgegeven, terwijl sommige andere provincies, zoals Zuid-Holland, dit wel hebben gedaan. Deze zijn hieronder weergegeven.
In tegenstelling tot de provinciaal toezichthouder hanteert het college wél streefwaarden voor de kengetallen (pagina 176). Deze komen grotendeels overeen met Categorie A van de signaleringswaarden. De solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte vallen echter in Categorie C. Hoewel dit al jaren aan de raad is gerapporteerd, blijft het een aandachtspunt. Het college haalt de streefwaarde niet en geeft geen toelichting over welke maatregelen worden genomen om deze wel te halen. Aandachtspunt 3: welke maatregelen heeft het college paraat indien streefwaarden voor financiële kengetallen niet worden gehaald en/of wat zijn hierbij de bijbehorende risico’s?
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
3
2. Vorm Wat betreft de vorm van de begroting is onder andere gekeken naar de leesbaarheid. De begroting leest prettig, is taalkundig goed verzorgd en bevat geen storende spelfouten. Afkortingen worden meestal goed toegelicht, waardoor de begroting ook begrijpelijk is voor niet-raadsleden. De structuur, met name in het programmaplan, wordt verderop in deze brief besproken. Al met al concluderen we dat de leesbaarheid goed is. Wel is het een omvangrijk document. Met meer dan 110.000 woorden kost het lezen van de volledige begroting al snel 9 uur bij een gemiddelde leessnelheid. Uit ons gesprek met de ambtelijke organisatie bleek dat er plannen zijn om de omvang te gaan beperken. De omvang is overigens niet afwijkend van vergelijkbare gemeenten. Het college heeft extra aandacht besteed aan het toegankelijker maken van de begroting voor het publiek. Dit is gedaan via de "Begroting in 1 oogopslag" en een filmpje op social media. Hoewel deze middelen voor inwoners nuttig kunnen zijn, voegen ze voor raadsleden minder toe, omdat de informatie daarin vrij algemeen is. Het Bbv 3 stelt diverse vormeisen aan een begroting. Hoe staat het met de naleving van de formele vereisten van het Bbv? We hebben de begroting beoordeeld op artikelen 7 tot en met 23 van het Bbv, die betrekking hebben op de begroting en de meerjarenraming. Bijlage 2 bevat de volledige beoordeling.
We hebben de vereisten beoordeeld op vijf categorieën: 1. Voldoet; 2. Voldoet (met opmerking); 3. Niet van toepassing; 4. Gedeeltelijk; 5. Zeer beperkt. De Rekenkamer concludeert dat het merendeel van de formele vereisten uit het Bbv in voldoende mate is opgevolgd in de begroting die aan de raad is voorgelegd. Met name op het gebied van meerjarig inzicht en toelichting hierop is echter ruimte voor verbetering. Van de 30 bepalingen uit het Bbv (waarbij elk lid afzonderlijk is geteld) vragen zes bepalingen uw aandacht, omdat deze slechts gedeeltelijk of zeer beperkt zijn verwerkt in de begroting. De vier bepalingen die gedeeltelijk zijn opgevolgd, zijn opgenomen in bijlage 2. De twee bepalingen die zeer beperkt zijn opgevolgd staan hieronder uitgewerkt. Artikel 22 lid 2 – Zeer beperkt Artikel 22 en 23 gaan over de meerjarenraming en toelichting. Artikel 22 stelt dat de vereisten uit artikel 20 lid 2 ook van toepassing zijn op de meerjarenraming en toelichting. In artikel 20 lid 2 is opgenomen dat er inzicht moet zijn in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten, de investeringen, de financiering en het gespecificeerde verloop van de reserves en voorzieningen. De investeringen zijn meerjarig gepresenteerd, maar meerjarige gegevens over arbeidskosten, financiering en het gespecificeerde verloop van reserves en voorzieningen ontbreken.
De geprognosticeerde balans (de verwachte balans voor de jaren 2025 t/m 2028) toont wel de mutaties op totaalniveau, maar geeft geen gespecificeerd verloop weer, waardoor een volledige beoordeling van de financiële positie niet mogelijk is. Aandachtspunt 4: (hoe) krijgt de raad voldoende overzicht en inzicht van de financiering en het gespecificeerde verloop van de reserves en voorzieningen? Artikel 23 – Zeer beperkt Artikel 23 verplicht een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming. De begroting geeft echter geen toelichting op deze ontwikkelingen, alleen de cijfermatige mutaties zijn zichtbaar. Zo is bijvoorbeeld in het thema “Opgroeien” (pagina 50) een verlaging van de lasten zichtbaar van € 10,0 mln. in 2026, in het thema “Breda is een duurzame en bestendige stad” (pagina 100) een verlaging van de lasten met € 4,7 mln. in 2026 en voor het thema “Solide financiën” (pagina 148) een verhoging van de lasten met € 41,7 mln. in 2029 ten opzichte van 2025. De onderbouwing van deze mutaties is echter onvoldoende toegelicht. 3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014606/2013-07-01
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
4
Aandachtspunt 5: (hoe) kan de raad in de financiële toelichting op de programma’s een nadere toelichting krijgen ten opzichte van de meerjarenraming, zodat de raad inzicht krijgt in de langetermijnontwikkelingen? 3. Concretisering van doelen en prestaties In Breda komt, net als in veel andere gemeenten, regelmatig de vraag naar voren of doelen, activiteiten en budgetten voldoende samenhang vertonen. Uit de begroting van Breda blijkt dat er veel aandacht is voor de beschrijving van de gewenste resultaten. Deze informatie is grotendeels kwalitatief, met een mix van outcome- en outputdoelstellingen, maar vaak zonder expliciete kwantificering. De activiteiten die ondernomen worden om deze doelen te bereiken, worden duidelijk beschreven. Soms wordt aangegeven hoe de gemeente de voortgang wil monitoren (throughput), maar deze monitoring is niet altijd voldoende kwantitatief onderbouwd. Dit is verder toegelicht in de paragraaf “Wat gaan we daarvoor doen?”. Een belangrijke ontwikkeling op dit gebied is de invoering van diverse verplichte indicatoren, die ook in de begroting van Breda zijn opgenomen. Hoewel deze indicatoren waardevolle informatie bieden, zijn ze slechts beperkt te koppelen aan budgetten en geven ze een beperkt inzicht in de kostenstructuur van de activiteiten.
Bij het doornemen van de begroting is ons wat betreft concretisering van doelen en prestaties een aantal zaken opgevallen, die hieronder per onderwerp worden beschreven. Structuur in programmaplan Elk programma begint met een omschrijving van de bestuurlijke ambitie, gevolgd door in de onderliggende thema’s de doelstellingen (Wat willen we bereiken?), de bijbehorende acties (Wat gaan we daarvoor doen?) en de indicatoren. De verhouding tussen deze elementen is echter niet altijd duidelijk. Bij het thema “Opgroeien” (pagina 23-32) is er een uitgebreide opsomming van doelen, maar het is onduidelijk welke activiteiten aan de doelstellingen zijn gekoppeld en welke indicatoren meten of de doelen of acties succesvol zijn. Het thema “Veilig in Breda” (pagina 112-118) is een goed voorbeeld waar de doelen en activiteiten logisch met elkaar in verband staan. Aandachtspunt 6: (hoe) kunnen doelstellingen, acties en indicatoren meer worden geclusterd om meer structuur aan te brengen in de thema’s en zo de overzichtelijkheid voor de raad te vergroten? Omvang De omvang van de thema’s in de begroting varieert sterk. Sommige thema’s, zoals “Wonen in Breda” (pagina 88-92) en “Dienstverlening” (pagina 119-120), zijn kort en bondig, maar schetsen wel een duidelijk verhaal. Andere, zoals “Opgroeien” (pagina 23-32) en “Thuis” (pagina 35-39), zijn veel uitgebreider.
Dit komt deels door de financiële omvang en de politieke gevoeligheid van de thema’s. Aandachtspunt 7: (hoe) kunnen de doelen en activiteiten meer tot de kern worden teruggebracht, zodat voor de raad duidelijker wordt waar het college in het komende begrotingsjaar op wil inzetten? Wat gaan we daarvoor doen? De eerste “W-vraag”, wat willen we bereiken?, moet duidelijk aangeven wat de doelstellingen per thema zijn. De raad heeft op 27 juni 2024 is de motie “Grip op beleidseffecten” aangenomen, waarin verzocht wordt om concrete doelstellingen in de begroting. 4 De Rekenkamer onderschrijft het doel van die motie. Maar, minstens zo belangrijk voor de raad is vervolgens de tweede “W-vraag”, wat gaan we daarvoor doen?, om goed geïnformeerde besluiten te kunnen nemen. Het college geeft vaak een omvangrijk overzicht van activiteiten, die echter vooral kwalitatief van aard zijn. Bijvoorbeeld, op pagina 26 wordt bij de vraag “Wat gaan we daarvoor doen?” vermeld: “minder doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp door externe verwijzers, zoals huisartsen en jeugdartsen.” Dit lijkt meer op een doelstelling dan op een activiteit. Bij het thema “Open overheid” (pagina 130) worden organen beschreven, maar blijft onduidelijk wat er concreet wordt gedaan.
Door bij de beschrijving van de activiteit elke keer te beoordelen of duidelijk is hoe de activiteit uitgevoerd wordt, wordt de tekst onder “Wat gaan we daarvoor doen?” 4
Zie https://breda.notubiz.nl/document/14332601/1?connection_type=1&connection_id=8556703
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
5
concreter en is het duidelijk wat het college voorstaat. Een goed voorbeeld is te vinden op pagina 73 bij het onderwerp Breda Studentenstad (“Een warm welkom voor studenten maken we mogelijk door: het faciliteren van introductiedagen; een introfestival voor nieuwe studenten (ook mbo); het introductieprogramma GoodMood (ook mbo).”). Aandachtspunt 8: bij het formuleren van activiteiten is niet altijd duidelijk hoe de activiteit wordt uitgevoerd, waardoor niet altijd duidelijk wordt wat er concreet gedaan gaat worden. Activiteiten worden alleen op hoofdlijnen genoemd. Dit maakt de informatie onder “Wat gaan we daarvoor doen?” minder bruikbaar voor besluitvorming. Indicatoren In de begroting staan 113 indicatoren, waarvan er 21 verplicht zijn (landelijke indicatoren) en de rest bestaat uit Bredase indicatoren. De indicatoren worden per thema genoemd, maar zoals eerder in deze brief gemeld, ontbreekt vaak de koppeling met de doelstellingen. Indicatoren dragen bij aan transparantie, meetbaarheid en sturing, maar het is belangrijk dat ze voorzien zijn van relevante data. Uit onze scan blijkt dat slechts 64 van de 113 indicatoren (57%) een streefwaarde voor 2025 hebben (zie analyse in bijlage 3). Voor enkele indicatoren is een uitleg gegeven waarom er geen streefwaarde is geformuleerd. De relevantie en stuurinformatie van de indicatoren is daarmee voor de raad beperkt.
Op 7 mei 2024 heeft het college een herijkingsvoorstel van de set beleidsindicatoren voor de begroting 2025 vastgesteld en ter bespreking doorgeleid naar de auditcommissie. De besluitvorming daarover heeft plaatsgevonden in de Bestuursrapportage 2024 5 op 10 oktober 2024. De doorwerking daarvan in de voorliggende begroting is blijkens onze quickscan nog suboptimaal. Aandachtspunt 9: (hoe) kunnen raad en college in samenspraak verder toewerken naar een set indicatoren waaraan realistische streef- of verwachtingswaarden kunnen worden gekoppeld? Zodanig dat de raad daadwerkelijk kan sturen op streefwaarden en realisatiecijfers. Verder lijken sommige streefwaarden niet in lijn te zijn met de ambitie of lijken zij onverklaarbaar af te wijken van eerdere realisaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor de indicatoren “ratio aanbod/vraag werklocaties” (pagina 66), “schoon, heel en veilig” (pagina 126), en “tevredenheid binnensport” (pagina 129). Aandachtspunt 10: (hoe) kunnen streefwaarden worden opgenomen die realistisch zijn en passen bij de ambitie van de gemeente? 4. Onderbouwing van bezuinigingen, kostenbesparingen en opbrengstenverhogingen De begroting is niet alleen een beleidsdocument, maar ook een financieel kader waarbinnen het college moet handelen. De Kadernota 2024, aangenomen door uw raad, vormt de basis voor de nu voorliggende begroting.
We hebben de keuzes die in de Kadernota 2024 zijn opgenomen beoordeeld, waarbij we gekeken hebben naar de (financiële) onderbouwing van deze keuzes. We hebben hierbij zowel de informatie uit de kadernota als de begroting gebruikt. De belangrijkste conclusies uit deze analyse zijn: • De begroting biedt slechts beperkt extra informatie ten opzichte van de Kadernota. Niet alle maatregelen uit de kadernota zijn voldoende toegelicht. • Voor € 0,72 mln. aan maatregelen in 2025 ontbreekt zowel in de kadernota als in de begroting een toelichting. Dit betreft kleinere posten tot € 0,2 mln. • Voor € 8,73 mln. aan maatregelen in 2025 is de toelichting beperkt, en de haalbaarheid blijft onduidelijk. Het gaat onder andere om Jeugd, Werk en Inkomen, Wmo, Vastgoed en de Organisatie. De maatregelen zijn onvoldoende concreet om de realiteit ervan vast te stellen. • Voor € 6,96 mln. is voldoende duidelijk hoe de taakstelling in 2025 wordt gerealiseerd.
5
Zie
https://breda.notubiz.nl/document/14486031/1/Rvs+04092024+Bestuursrapportage+2024?connection_type=17&co nnection_id=10914181
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
6
Bij de maatregelen waarvoor de haalbaarheid onduidelijk is, kunnen we niet met zekerheid stellen dat ze het gewenste financiële effect hebben. Mogelijk heeft het college hierover meer informatie. De onderbouwing van bovenstaande conclusies staat in bijlage 4 bij deze rekenkamerbrief. Aandachtspunt 11: (hoe) kan het college - bijvoorbeeld in de tussentijdse rapportages en de jaarrekening expliciet rapporteren over de maatregelen die in de kadernota 2024 zijn opgenomen, evenals de tot dan toe behaalde financiële resultaten. Dit stelt de raad in staat om tijdig bij te sturen waar nodig. De begroting bevat geen duidelijk overzicht van stelposten (bijvoorbeeld voor prijzen en lonen) en taakstellingen die nog niet van concrete maatregelen zijn voorzien. Hoewel dit niet verplicht is, zou dit de raad wel helpen een beter inzicht te krijgen in de uitdagingen. Zo wordt verwacht dat het gebruik van Wmo-hulpmiddelen en woningaanpassingen blijft groeien (pagina 34), terwijl de lasten voor de Wmo volgens de begroting (pagina 278) juist afnemen. Ook wordt een ombuiging voorzien op het gebied van participatie (pagina 51). Uit de risicoparagraaf (pagina 172) blijkt dat de verwachting is dat dit gerealiseerd wordt uit de voordelen op het gebied van Werk & Inkomen (de zogenoemde BUIG-gelden). Voordelen hierop zijn zeer onzeker.
Daarnaast blijkt uit pagina 167-168 dat de onderhoudsvoorziening vanaf 2030 niet meer toereikend is. Hoewel de begroting aangeeft dat de voorziening tot 2029 toereikend is, zal er op termijn een hogere gemeentelijke bijdrage nodig zijn om de voorziening op lange termijn voldoende te houden. Tot slot worden de verwachte lagere opbrengsten uit de omgevingswet (pagina 157-158) niet verwerkt in deze begroting. Een totaaloverzicht van deze posten ontbreekt, wat het voor de raad moeilijk maakt om een goed geïnformeerde beslissing te nemen. Aandachtspunt 12: stelposten en (impliciete) taakstellingen zijn nu nog niet voldoende helder opgenomen in de financiële begroting, zodat de raad geen volledig inzicht heeft in de gemeentelijke financiën.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
7
Bijlage 1 – Vergelijking (ken)getallen In de onderstaande tabel is voor de begrotingen en jaarstukken vanaf het jaar 2021 inzicht geboden in een aantal (ken)getallen. Door de wijze van presentatie is herleidbaar wat de verwachting was en hoe zich dit verhoudt tot de realisatie en latere begrotingen. 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Resultaat 519 484 1.132 2.817 Begroting Solvabiliteit excl. doorleningen 17,43% 17,92% 18,64% 19,74% 2021 Gecorrigeerde netto schuldquote 58,67% 62,08% 64,71% 64,63% Investeringen* 22.504 21.523 21.490 39.747 Resultaat 15.898 Jaarstukken Solvabiliteit excl. doorleningen 23,52% 2021 Gecorrigeerde netto schuldquote 40,59% Investeringen 59.385 Resultaat 226 564 359 2.865 Begroting Solvabiliteit excl. doorleningen 16,84% 17,39% 18,21% 20,33% 2022 Gecorrigeerde netto schuldquote 60,23% 62,52% 63,76% 58,36% Investeringen 93.772 61.507 51.718 21.000 Resultaat 17.304 Jaarstukken Solvabiliteit excl. doorleningen 26,11% 2022 Gecorrigeerde netto schuldquote 35,47% Investeringen 60.239 Resultaat 2.486 11.003 15.531 -2.378 Begroting Solvabiliteit excl. doorleningen 18,82% 20,34% 21,07% 20,24% 2023 Gecorrigeerde netto schuldquote 56,28% 56,86% 59,40% 59,27% Investeringen 84.469 71.133 53.651 39.720 Resultaat 9.074 Jaarstukken Solvabiliteit excl.
doorleningen 24,04% 2023 Gecorrigeerde netto schuldquote 37,98% Investeringen 62.398 Resultaat 10 1.624 -11.155 -18.142 Begroting Solvabiliteit excl. doorleningen 17,69% 19,02% 17,27% 17,80% 2024 Gecorrigeerde netto schuldquote 51,33% 54,99% 60,03% 58,70% Investeringen 100.619 90.318 82.780 93.276 Resultaat 48 -1.259 -1.973 1.021 Begroting Solvabiliteit excl. doorleningen 17,26% 16,92% 17,78% 18,72% 2025 Gecorrigeerde netto schuldquote 51,65% 57,02% 57,89% 59,43% Investeringen 109.899 105.979 112.206 113.318 * De geraamde investeringen over de jaarschijven in de begroting 2021 zijn niet te herleiden, doordat de lopende kredieten uit 2020 geen onderdeel zijn van de geraamde kredieten in de jaarschijven 2021-2024.
Bij de bovenstaande opstelling is uitgegaan van de primitieve begrotingen, waarbij dus geen rekening is gehouden met de tussentijdse wijzigingen. Daarnaast is met ingang van de Begroting 2023 door het college rekening gehouden met een overprogrammering van de investeringen. De opgenomen investeringen zijn vanaf dat jaar de beschikbare dekkingsmiddelen.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
8
Bijlage 2 – Beoordeling vereisten Bbv Onderstaande tabel presenteert per bepaling uit het Bbv die van toepassing is op de begroting en meerjarenraming de integrale tekst uit het Bbv, met daarnaast onze beoordeling of de begroting hieraan voldoet en een toelichting hierbij. Artikel
Lid Bbv
Beoordeling
Toelichting
Artikel 7 1
De begroting bestaat ten minste uit: a. de beleidsbegroting; b. de financiële Voldoet begroting.
De begroting van Breda bevat zowel de beleidsbegroting als de financiële begroting.
Artikel 7 2
De beleidsbegroting bestaat ten minste uit: a. het programmaplan; b. de Voldoet paragrafen.
Het programmaplan beschrijft de te realiseren programma's en de paragrafen behandelen onderwerpen zoals het grondbeleid en verbonden partijen.
Artikel 7 3
De financiële begroting bestaat ten minste uit: a. het overzicht van baten en lasten en de toelichting; b. de uiteenzetting van de financiële positie en de Voldoet toelichting; c. de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld.
De financiële begroting bevat een overzicht van de baten en lasten, een toelichting op de financiële positie en een bijlage met de geraamde baten en lasten per taakveld.
Artikel 8 1
De begroting bevat een overzicht van de te realiseren programma's, algemene Het programmaplan bevat: a. de te realiseren programma's; b. een overzicht dekkingsmiddelen en overheadkosten. Het van de algemene dekkingsmiddelen; c. een overzicht van de kosten van Voldoet (met bedrag voor onvoorzien is ook opgenomen. Het overhead; d. het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en e. opmerking) overzicht is opgenomen in de financiële het bedrag voor onvoorzien. begroting en zou onderdeel moeten zijn van de beleidsbegroting.
Artikel 8 2
Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.
Artikel 8 3
Het programmaplan bevat per programma: a. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren; b. de wijze waarop Gedeeltelijk ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen; c. de raming van baten en lasten.
Artikel 8 4
De provincie onderscheidenlijk gemeente kan de baten en lasten per Niet van Deze verdeling wordt in de begroting van programma verdelen in de onderdelen baten en lasten voor prioriteiten en voor toepassing Breda niet gebruikt. overig.
Artikel 8 5
Het overzicht algemene dekkingsmiddelen bevat ten minste: a. lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; b. algemene uitkeringen; c. dividend; Voldoet d. saldo van de financieringsfunctie; e. overige algemene dekkingsmiddelen.
De begroting geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen.
Artikel 8 6
Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn geheel of Voldoet per programma.
Het bedrag voor onvoorzien is opgenomen in de begroting voor de begroting als geheel.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
Voldoet
Elk programma vormt een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het behalen van beleidsdoelen. De doelstellingen en baten en lasten zijn opgenomen, maar de koppeling met beleidsindicatoren en de betrokkenheid van verbonden partijen zijn niet altijd expliciet of volledig. De betrokkenheid van de verbonden partijen bij het programma worden nader toegelicht bij de paragraaf Verbonden partijen.
9
Artikel
Lid Bbv
Beoordeling
Toelichting
Artikel 9 1
In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale Voldoet heffingen.
De paragrafen behandelen beheersmatige aspecten.
Artikel 9 2
De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: a. lokale heffingen; b. weerstandsvermogen en risicobeheersing; c. Voldoet onderhoud kapitaalgoederen; d. financiering; e. bedrijfsvoering; f. verbonden partijen; g. grondbeleid.
Alle vereiste paragrafen zijn aanwezig in de begroting van Breda.
Artikel 10
De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat ten minste: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe De paragraaf lokale heffingen bevat alle bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend voorgeschreven elementen. Het inzichtelijk Voldoet (met mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde maken van de berekening voor de heffingen opmerking) lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag die hoogstens kostendekkend mogen zijn, is liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling beperkt uitgewerkt. worden gehanteerd; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Artikel 11
1
Het weerstandsvermogen en de risico’s worden goed beschreven, inclusief de Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de beschikbare weerstandscapaciteit. Er is weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gekozen om alleen de toprisico's te vermelden. provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet Voldoet (met Dit sluit aan met sub b. De restrisico's, die niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn opmerking) worden gepresenteerd maar in totaliteit wel getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële materieel kunnen zijn, worden niet positie. meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit.
Artikel 11
2
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a°. netto schuldquote; 1b°. netto Gedeeltelijk schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2°. solvabiliteitsratio; 3°. grondexploitatie; 4°. structurele exploitatieruimte; en 5°. belastingcapaciteit; e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Er is een toelichting gegeven op de financiële kengetallen. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie ontbreekt.
Artikel 12
1
De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; Voldoet e. gebouwen.
Het onderhoud van kapitaalgoederen wordt toegelicht in de begroting.
Artikel 12
2
Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële Voldoet consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Zowel het beleidskader als de financiële consequenties voor het onderhoud van kapitaalgoederen worden beschreven.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
10
Artikel
Lid Bbv
Beoordeling
Toelichting
Artikel 13
Hoewel er voldoende inzicht wordt gegeven in de rentelasten en financieringsbehoefte, blijft De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de de toelichting op risicobeheer summier en beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de Voldoet (met beperkt zicht tot hetgeen in de wet FIDO staat. financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de opmerking) Het treasuryresultaat is weergegeven voor het wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt begrotingsjaar 2025. Aanbevolen wordt om dit toegerekend en de financieringsbehoefte. ook voor de jaren van de meerjarenraming weer te geven.
Artikel 14
De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand Voldoet van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Er is voldoende inzicht in de stand van zaken en de plannen voor bedrijfsvoering in de begroting (programma 5). In de paragraaf zelf is de informatie beperkt.
Artikel 15
1
De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°. gemeenschappelijke Voldoet regelingen; 2°. vennootschappen en coöperaties; 3°. stichtingen en verenigingen, en, 4°. overige verbonden partijen.
De paragraaf voldoet aan de vereisten van lid 1.
2
In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee De vereisten zijn onderdeel van de gediend wordt; b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente uiteenzetting in de paragraaf. De beschrijving in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het van de risico's van de verbonden partijen is in Voldoet (met einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen een aantal gevallen summier. Bij meerdere opmerking) en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het verbonden partijen ontbreekt financiële einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het financiële informatie. Voor wat betreft de jaarrekening resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. de eventuele risico’s, 2023 is dat opmerkelijk. als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.
Artikel 15
Artikel 16
De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste: a. een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de Alle vereisten worden in meer of minder mate programma's die zijn opgenomen in de begroting; b. een aanduiding van de geraakt in de paragraaf. Er is verbetering wijze waarop de provincie onderscheidenlijk gemeente het grondbeleid Voldoet (met mogelijk i.r.t. sub a door de doelstellingen van uitvoert; c. een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale opmerking) de programma's te betrekken en sub d waarbij grondexploitatie; d. een onderbouwing van de geraamde winstneming; e. de de geraamde winstneming weergegeven is, beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de maar de onderbouwing ontbreekt. risico's van de grondzaken.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
11
Artikel
Lid Bbv
Beoordeling
Toelichting
Artikel 17
Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat: a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde Voldoet bedrag voor onvoorzien; c. het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d.
Het overzicht van baten en lasten per programma, inclusief algemene dekkingsmiddelen, is opgenomen in de begroting.
Artikel 18
In de besluiten tot wijziging van de begroting wordt per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde Gedeeltelijk bedrag vastgesteld.
Wijzigingen worden per programma en onderdeel vastgesteld in de begroting. De onderbouwing van de mutatie is niet altijd volledig.
Artikel 19
De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste: a. het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag van het begrotingsjaar; b. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig, respectievelijk voorvorig, begrotingsjaar de oorzaken van het verschil; c. Voldoet een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; d. een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
De toelichting biedt inzicht in de gerealiseerde bedragen en de ramingen voor het huidige jaar, evenals de incidentele baten en lasten en een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
Artikel 20
1
De uiteenzetting van de financiële positie bevat: a. een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid dat in de programma’s is opgenomen; b. een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU- Voldoet saldo te kunnen berekenen; c. het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
De financiële positie en het EMU-saldo worden helder uiteengezet in de begroting.
2
Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan: a. de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b. de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een Gedeeltelijk maatschappelijk nut; c. de financiering; d. de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen.
In de financiële positie is sub a niet toegelicht en komt ook niet terug op andere plekken. Sub b en c zijn eveneens niet toegelicht, maar komen elders terug in de begroting. Sub d en e zijn voldoende toegelicht.
Artikel 20
Artikel 21
De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de De toelichting is niet opgenomen in de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan en een Voldoet (met financiële uiteenzetting, maar wel in de toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van opmerking) beleidsbegroting. de financiële positie van het vorig begrotingsjaar.
Artikel 22
De meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële Voldoet gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.
1
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
De meerjarenraming geeft een duidelijk beeld van de financiële gevolgen voor de komende jaren, inclusief de balans.
12
Artikel
Artikel 22
Artikel 23
Lid Bbv
2
Beoordeling
Toelichting
Zeer beperkt
De jaarlijks terugkerende arbeidskosten zijn niet toegelicht. De meerjarige investeringen zijn toegelicht. De meerjarige financiering is niet toegelicht. Het meerjarige verloop van reserves en voorzieningen is niet toegelicht.
De toelichting op de meerjarenraming bevat ten minste: a. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan, en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorig begrotingsjaar; b. een overzicht per jaar van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste Zeer beperkt posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; c. een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; d. de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar.
Een toelichting op de belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar ontbreekt (sub a). De meerjarige incidentele baten en lasten (sub b) zijn voldoende toegelicht. De structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (sub c) zijn toegelicht. De ontwikkeling van het EMU-saldo (sub d) is toegelicht.
Artikel 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
13
Bijlage 3 – Grafische weergave indicatoren Onderstaande grafiek laat zien voor de indicatoren per programma en voor het totaal in hoeverre de betreffende waarde zijn gevuld.
120
100
80
60
40
20
0 Aantal indicatoren
Realisatie 2021 Prog. 1
Programma Prog. 1 Prog. 2 Prog. 3 Prog. 4 Prog. 5 Totaal
Realisatie 2022
Prog. 2
Aantal indicatoren Realisatie 2021 34 22 22 12 20 18 32 27 5 5 113 84
Prog. 3
Realisatie 2023 Prog. 4
Realisatie 2022 18 14 15 30 5 82
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
Streefwaarde 2024
Prog. 5
Realisatie 2023 21 20 17 30 5 93
Streefwaarde 2025
Totaal
Streefwaarde 2024 15 16 6 11 1 49
Streefwaarde 2025 28 17 5 13 1 64
14
Bijlage 4 – Analyse maatregelen kadernota/begroting In de kadernota 2024 is op pagina 16 een overzichtstabel opgenomen van de voorgestelde maatregelen. Deze overzichtstabel is hieronder aangevuld met onze analyse van de onderbouwing in de kadernota 2024 en de begroting 2025. 2025
2026
2027
2028
P1 Vitaal en sociaal Breda 7,95
8,50
9,75
9,75
Dorps- en wijkgericht werken
Fraudebestrijding
0,20
0,40
0,20
0,40
0,20
0,40
Hardheid in kadernota 2024
Hardheid in begroting 2025
0,20
Toelichting richt zich op het versterken van de doelmatigheid in de dorps- en In de begroting is geen wijkaanpak. Onduidelijk welke maatregelen aanvullende informatie hier precies mee gemoeid zijn. verstrekt.
0,40
Toegelicht door extra aandacht te hebben voor fraudebestrijding. Landelijke ervaringen In de begroting is geen lijken anders en hierbij kan mogelijk "de aanvullende informatie menselijke maat" een rol spelen. verstrekt.
Jeugd
3,50
3,75
5,00
5,00
Onderwijs
0,05
0,05
0,05
0,05
Sport
0,05
0,05
0,05
0,05
Er is een nadere toelichting gegeven door het verlagen van Toegelicht door het toepassen van een inhuur, toegang tot de zakelijkere benadering, efficiëntie, jeugdhulp, verlaging samenwerking, het richten op eigen subsidieplafond en verantwoordelijkheid en preventie en het onderzoeken naar doel- en transformeren naar een Stevig Lokaal Team rechtmatigheid. De hardheid (SLT). De hardheid is hiermee niet aan te van de maatregelen is hiermee tonen. onvoldoende vast te stellen. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt.
0,50
Toegelicht door statushouders parallel het In de begroting is geen inburgerings- en participatietraject te laten aanvullende informatie doorlopen. verstrekt.
2,05
Raakt vermoedelijk aan het stoppen van de In de begroting is geen collectieve zorgverzekering, maar wordt niet aanvullende informatie expliciet gemaakt. verstrekt.
1,50
Toegelicht in relatie tot het opstellen van een nieuw beleidskader Wmo met daarin aangescherpte beleidsmaatregelen en afbouwen financiële maatregelen. Onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe zich dit verhoudt tot de landelijke tendens waarbij In de begroting is geen de kosten voor de Wmo alleen maar aanvullende informatie toenemen. verstrekt.
Statushouders sneller naar werk
Werk en inkomen
Wmo
0,50
1,75
1,50
0,50
2,05
1,50
0,50
2,05
1,50
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
15
P2 Ondernemend Breda
2025
2026
2027
2028
1,00
1,85
2,10
2,35
BredaMarketing
0,20
0,20
0,20
0,20
Digitalisering
0,10
0,10
0,10
0,10
Evenementen
0,50
0,85
1,10
1,35
Stedelijke ontwikkeling P3 Duurzaam wonen in Breda
0,20
0,70
0,70
0,70
3,42
3,42
3,42
3,42
Energietransitie
0,65
Mobiliteit
0,65
0,65
0,65
0,15
0,15
0,15
0,15
0,05
0,05
0,05
0,05
2,57
2,57
2,57
2,57
P4 Basis op Orde in Breda 1,77
1,82
1,82
1,82
Natuureducatie dierenweides Parkeren
/
Hardheid in kadernota 2024
In de begroting is geen Toegelicht door het afbouwen van de rol van aanvullende informatie de gemeente in BredaMarketing. verstrekt. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt. In de begroting is geen Toegelicht door de leges voor evenementen aanvullende informatie kostendekkend te maken. verstrekt. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt.
Toegelicht doordat er nu belemmeringen zijn om op korte termijn verdergaande stappen In de begroting is geen te zetten. Betreft wel een structurele aanvullende informatie aframing van het budget. verstrekt. Er is een nadere toelichting gegeven door het minder uitvoeren van beleidsonderzoek Wordt niet toegelicht. en monitoring. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt. In de begroting is geen Toegelicht door tarieven parkeren te aanvullende informatie verhogen. verstrekt.
Bestuurlijke boetes
0,08
0,08
0,08
0,08
Wordt niet toegelicht.
Klimaatadaptatie
0,15
0,15
0,15
0,15
Wordt niet toegelicht.
Openbare Ruimte
0,80
0,80
0,80
0,80
Precario
0,04
0,04
0,04
0,04
Vastgoed
0,30
0,35
0,35
0,35
Verhaal van Breda
0,40
0,40
0,40
0,40
Hardheid in begroting 2025
In de begroting is geen aanvullende informatie verstrekt. Wordt ingevuld door versobering van diverse activiteiten, maar het is onduidelijk welke activiteiten dit zijn.
Toegelicht door de mogelijkheden voor In de begroting is geen versobering van de openbare ruimte te aanvullende informatie benutten. Nog niet concreet hoe dit eruit ziet. verstrekt. In de begroting is geen aanvullende informatie Wordt niet toegelicht. verstrekt. Toegelicht door minder middelen beschikbaar te stellen voor het onderhoud In de begroting is geen van sportvoorzieningen en verkopen van aanvullende informatie deel vastgoed. verstrekt. In de begroting is geen Toegelicht door het afbouwen van de rol van aanvullende informatie de gemeente in BredaMarketing. verstrekt.
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
16
P5 Organisatie en Financiën van Breda
Organisatie (incl. Efficiënter werken)
2025
2026
2027
2028
2,27
4,02
4,02
5,02
0,93
2,68
2,68
2,68
Impuls digitalisering (organisatie)
-1,00
OZB Totaal maatregelen
2,34 2,34 2,34 2,34 16,41 19,61 21,11 22,36
-1,00
-1,00
0,00
Hardheid in kadernota 2024
Hardheid in begroting 2025
Toelichting richt zich op effectiever en efficiënter werken en het toepassen van In de begroting is geen robotisering en digitalisering. De taakstelling aanvullende informatie wordt verder niet concreet en hard gemaakt. verstrekt. Betreft een tijdelijk fonds om de taakstelling In de begroting is geen in de organisatie te realiseren. Onduidelijk is aanvullende informatie wat de exacte inzet is. verstrekt. In de begroting is geen aanvullende informatie Toegelicht door 6% indexatie van het tarief. verstrekt.
Is voldoende toegelicht Bevat enig inzicht, maar onvoldoende om de hardheid vast te stellen Wordt niet toegelicht
Re k enk ame r Bre da - Qu ick s ca n con ce pt b eg ro t ing 202 5
17