03c Memo werkgroep monitoring invoering omgevingswet
Tekst van het document
Memo nieuwe werkgroep ‘’monitoring invoering omgevingswet’’ Aan: presdium, tbv vergadering 22 januari 2024 Van: Ruud Schoenaker 4 januari 2024
Na diverse malen uitstel is de omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden.
De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. Deze nieuwe wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor alles wat u buiten ziet, hoort en ruikt. De wet geldt voor alle Nederlandse inwoners, organisaties en bedrijven. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Om ervoor te zorgen dat onze leefomgeving een gezonde, veilige en prettig leefbare plek is, hebben we in Nederland veel regels gemaakt. Zowel voor inwoners als bedrijven. Die regels gaan onder andere over hoe we omgaan met natuur, milieu, bouwen en wonen. De Omgevingswet bundelt deze regels.
Maart 2017 heeft het FVO ingestemd met het instellen van een werkgroep Omgevingswet. Onder voorzitterschap van respectievelijk Sips, Dijkstra en Lauwen is de werkgroep periodiek bijeen gekomen. Voor de overgang naar een nieuwe raadsperiode is in 2018 een overgangsdocument opgesteld. Belangrijkste opvatting op dat moment: Vanuit de gemeenteraad is het besef nodig dat met de komst van de omgevingswet ook een daadwerkelijke cultuurverandering noodzakelijk is. De werkgroep heeft gefunctioneerd als een podium om onderwerpen samenhangend met de implementatie van de omgevingswet te bespreken. Bij de start werd de metafoor ‘’op een rijdende trein springen’’ gebruikt. Er is altijd van een sterke en brede inhoudelijke ambtelijke ondersteuning sprake geweest. Verschillende raadsleden hebben pitches gegeven waarbij zij een aspect naar wens uitdiepten, er zijn workshops gehouden, het tijdspad voor de implementatie is er besproken/bewaakt en ook is relevante besluitvorming voorbereid. De werkgroep diende als platform om open informatie en kennis te delen. Omdat de werkgroep geen officiële rol had in het bestuurlijke traject konden bepaalde onderwerpen inhoudelijk behoorlijk in detail worden besproken. Daarbij is de aan de werkgroep gekoppelde app-groep nuttig gebleken omdat daarmee de deelnemers (RO-woordvoerders) direct bereikt konden worden.
De werkgroep bleek een nuttig vehicel om beleidsvoorbereiding en sommige casussen bespreekbaar te maken. Meer dan eens is hierbij de gedachte opgekomen dat de werkgroep voorzag in een platform dat onder het commissiemodel van nature in de commissie besloten lag. Een soort ‘’RO-tafel’’ waarbinnen de woordvoerders onderling konden samenwerkten/afstemmen en in de onderwerpen konden groeien. Bij gelegenheid was er zeker de neiging/wens als een pseudo-commissie te functioneren, maar onder verwijzing naar de opdracht is dat afgehouden. Door het vertrek van raadslid Bart Lauwen zit de werkgroep momenteel zonder voorzitter. Met het in werking treden van de omgevingswet op 1-1-2024 vervalt de primaire bestaansreden voor de werkgroep. Dit is tijdens de afgelopen bijeenkomsten een aantal maal ter sprake gebracht. Meest
concreet in de vorm van een voorstel om de werkgroep per 1 januari 2024 op te heffen (bijeenkomst oktober). Hoewel het vervallen van de bestaansreden werd erkend, deelden de deelnemers (raadsleden en poho & ambtelijk) waardering voor het platform. Zij voelen de behoefte de werkgroep voort te laten bestaan om de implementatie van de invoering te begeleiden. Dit is concreet vertaald in de wens om de werkgroep nog een jaar lang in stand te houden en eens per kwartaal bijeen te komen om de voortgang van de invoering omgevingswet te bespreken. De agendacommissie heeft geconstateerd dat ‘’de missie’’ van de werkgroep is volbracht en dat er voor een vervolg een nieuwe opdracht (in de vorm van instemming door presidium) nodig is. Meest wezenlijk is daarbij de bepaling van de scope en de uitwerking daarvan in werkwijze en samenstelling.
De omgevingswet is in werking. Er wordt vanuit de raad behoefte gevoeld aan een systematisch monitoring hiervan. Poho heeft een evaluatie over 1 jaar in het vooruitzicht gesteld. De gewenste frequentie, vanuit de zittende deelnemers van de werkgroep, is 4 keer per jaar, maar dat kan al vrij frequent blijken. Frequentie 2 maal per jaar kan ook en sluit wellicht beter aan bij een systematisch monitoring, een hogere frequentie kan meer leiden tot een gesprek over casussen en operationele zaken. Het is raadzaam een nieuwe titel te geven aan de werkgroep en met nieuwe voorzitter en ook de deelnemers opnieuw uit te nodigen. Dat markeert het meest duidelijk dat er een nieuw doel is en de traditie van de oude groep niet het gecontinueerde kader is. Om de overgang naar een nieuw doel te markeren kan ook gezocht worden naar aansluiting bij de werkwijzen zoals ontwikkeld en gangbaar onder de regeling ‘bijzondere projecten’’.
Deze scopewijziging heeft consequenties voor de frequentie en agendering van de werkgroep.
Verzoek aan het presidium: In te stemmen met het opheffen van de werkgroep omgevingswet en een nieuwe werkgroep op te richten: ‘’monitoring invoering omgevingswet’’. Opdracht te geven om 2 bijeenkomsten te plannen (juli 24 en december 24) waarin systematische monitoring van de invoering van de omgevingswet wordt vorm gegeven.
Als het presidium instemt met bovenstaande opdracht worden deelnemers uitgevraagd binnen de fracties en wordt een nieuwe voorzitter gezocht (of op voordracht van het presidium). In overleg met voorzitter en poho zal de voorbereiding tijdig starten waarbij naast ambtelijk en bestuurlijk ook gekeken zal worden of er specifieke signalen uit de stad te identificeren zijn die bespreking verdienen. Hierbij kan het niet gaan om casussen, maar moet er van een geaggregeerd niveau sprake zijn. Er kaan ook ruimte zijn om externe experts onderdeel te maken van de bijeenkomsten.